Voor donker naar bed

Wulpen tellen bij windkracht 7

Overdag was het mooi weer, maar er werd wind en regen voorspeld. De wind begon al goed te waaien. De regen moest nog komen. Ik pak de auto maar. Ik heb geen zin om straks tegen windkracht zeven in te moeten fietsen en ook nog door de regen. Om vijf uur parkeer ik bij vlakbij de Munnikenpolder. Er is ruimte voor meer dan honderd auto’s. Er staan er al twee. Ik zet de mijne er maar naast en loop het pad richting Munnikenpolder.

Nepnatuur en molendump langs de snelweg

Eigenlijk is bijna alles aan dit gebied nep. Het is een tot nep-natuur verbouwde rest van een oude polder. Van die polder is niet veel meer over. Veel weidegrond is omgebouwd tot plasjes en vaarten (zie hier een korte presentatie van mijn hand).

Munnikenpolder in december 2020

Het is verder een soort dump voor molens die ergens anders weg moesten omdat er wegen werden gebouwd of zulke hoge flats dat ze geen wind meer kregen. Molens waren hier ooit een van de weinige energiebronnen  naast turf. Tegen de achtergrond van dit rare openluchtmuseum staan nu de symbolen van de moderne energiehuishouding, de hoge masten van de 380 kV elektriciteitsleidingen. Aan de Noordoostkant van het gebied staat aan de A4 een groot benzinestation. Vlakbij dit punt duiken de HSL-treinen de grond in en denderen vervolgens onder de Doeshofmolen door.

De HSL duikt onder de Does door (Google maps)

Langs dit Hollandse nep-landschap racen de auto’s over de A4 van Amsterdam naar Rotterdam en terug. De vogels trekken zich hier weinig van aan. Vogels hebben geen idyllische wildernis nodig, alleen land en water met voldoende voedsel en voldoende bescherming tegen allerlei vijanden. Kieviten, scholeksters en wulpen voelen zich hier prima tussen racebaan en hoogspanningsmasten.

Kieviten

Om tien over vijf sta ik samen met Ron (die mij uitgenodigd heeft) en twee enthousiaste tel-collega’s in de vliegende storm te kijken wat er zich op eerste grote plas afspeelt. Er zitten al een paar honderd kieviten, allemaal met de kop in onze richting gedraaid, tegen de storm in dus. Wij zelf kunnen achterover tegen de wind leunen. Ik verlies af en toe bijna mijn evenwicht als er zo’n uitschieter van een windvlaag komt. Tussen de kieviten zit ook een groep scholeksters. Dat is duidelijk te zien als af en toe de hele zwerm kieviten even opvliegt en na een rondje over de plas weer keurig gaat zitten. Het lijken een soort oefeningen voor brandalarm, zoals ze regelmatig op scholen moeten houden. Even kijken of het netjes met z’n allen wegvliegen nog goed werkt. Misschien is er ook een andere reden. Wij weten het niet. De scholeksters doen niet mee aan deze generale repetitie. Zo kan je ze mooi apart tellen. De zon gaat onder en het wordt steeds donkerder.

De kieviten vliegen even een rondje

We kijken over de plas richting het benzinestation aan de A4, waarvan de verlichting steeds duidelijker afsteekt tegen de donkere lucht. Een grote groep kieviten voegt zich bij de bestaande groep. Af en toe komt er een wat grotere vogel langs. De eerste keer is het een grote zilverreiger, dan nog een blauwe reiger en tenslotte een buizerd.

Een magisch moment

450 wulpen komen aan (deze foto heb ik pas op 23 februari gemaakt)

Geheel onverwachts komt er van achter ons een grote zwerm wulpen aanvliegen. We hadden ze niet zien aankomen. Wij keken de verkeerde kant op. Het is een indrukwekkende ervaring om die grote groep uit het niets te zien verschijnen in deze totaal verstedelijkte omgeving, gedomineerd door snelwegen, benzinestations en hoogspanningsmasten. Opeens komen ze met zijn honderden als uit een andere wereld. Wij staan erbij en kijken ernaar. De wulpen landen ver weg op hun slaapplaats achter de grote groep kieviten, maar zijn met een kijker nog wel te zien. Die dicht bij elkaar staande wulpen herinneren mij aan korte vakanties op Texel waar ze op plekken als de Schorren en Dijkmanshuizen vaak met honderden of duizenden op de slikken staan. Op de achtergrond daar alleen de Waddenzee en geen snelwegen.

Naar huis

Het is nu volledig donker, afgezien van de felle lichten van het tankstation ‘Total Energies’, de koplampen en achterlichten van de over de A4 razende auto’s en de lampen die bij de molens zijn aangegaan. Die zouden tegen het vandalisme moeten helpen. Sommige vandalen zouden graag eens zo’n molen in brand steken, hoor ik. Ron overlegt nog even met z’n telcollega’s over puntjes voor een of andere vergadering. Ik vang op dat één punt een uit de polder verdwenen bord “Verboden voor honden” zou zijn. Het is belangrijk dat mensen zich met zulke dingen bezig houden, denk ik nog.

Ik loop tegen de onaangename windstoten in naar de auto terug. Op dat moment voel ik de eerste regendruppels. Over kletsnatte wegen rijd ik door de storm naar huis. Ik heb genoten.

Toevoeging 1 maart 2024

Hierna heb ik nog twee stukjes geschreven over bijna het zelfde onderwerp:

campinghaan en wulpenslurf

wulpen tellen

____

 

Achter de parkieten aan

Een nieuwe hobby

fietstochtjes (zwart), parkietenroutes (rood)

Veel gepensioneerden raken in structurele tijdsnood, omdat ze denken in deze fase van hun leven overal tijd voor te hebben. Dat overkomt mij ook steeds vaker.

Nu is het opeens achter de halsbandparkieten (technische term: de HBP) aan rijden. Dat heb ik de laatste dagen uren gedaan en daarbij heb ik minstens 121 km afgelegd. Waarom? Ron Mes vroeg mij of ik  aan de nationale halsbandparkieten-slaapplaatsentelling van SOVON wilde meewerken. Ja, natuurlijk. Ik heb overal tijd voor en het is niet alleen interessant maar ook nog goed voor de nodige lichaamsbeweging. Het is ook een leuke manier om je eigen stad weer eens te verkennen. Ik heb genoten van de prachtige tochtjes langs de singel en door allerlei parken in de omgeving.

Slapen bij Pieter Both

Halsbandparkieten, een invasieve soort die zich met veel succes in de Randstad gevestigd heeft zijn nogal lawaaiige beesten en je kunt ze ‘s avonds gemakkelijk naar hun slaapplaatsen volgen door er gewoon achteraan te fietsen. Af en toe landen ze tijdelijk in een boom om daarna weer door te vliegen naar de eindbestemming.

de slaapbomen aan de Pieter Bothstraat (in de zomer, Google maps)

Een uit het verleden bekende slaapplaats bevindt zich aan de Pieter Bothstraat, bij het verzorgingshuis Overrhyn van Topaz. Ik ga daar op 23 november maar eens kijken en ja hoor, iets na zonsondergang zitten de drie platanen voor het huis vol met lawaaiige HBP. Naarmate het donkerder wordt, neemt het lawaai af: tijd om te gaan slapen. Er zitten er zeker een paar honderd.

Sketch voor drie heren

Een HBP op de Strengen deze herfst

De volgende dag fietsen drie al wat oudere heren langs de slaapplaats bij de Laan van Ouderzorg in Leiderdorp: Helias en Ron gerieflijk op electrisch versterkte fietsen en ik daar op mijn klassieke fiets achteraan. De zon is net onder en de avondspits is al goed op gang gekomen en daar in een rijtje bomen komen redelijk grote groepen parkieten aanvliegen. Ron leert ons een mogelijke telmethode: per groepje aankomers tellen en dan optellen. Het worden al gauw meer dan 250.

Achter de parkieten aan

Een dag later begin ik serieus ‘mijn’ parkieten bij het verzorgingstehuis te bestuderen. Misschien kan ik ze tellen door te flitsen. Ik bereken hoe ver ik met mijn flitser kan flitsen bij bijv. 1600 ISO of meer.  De afstand blijkt geen probleem (zie meer info hier). De boom zit behoorlijk vol als ik een paar foto’s maak. Als ik thuis de foto uitprint, zie ik er bijna 350 stuks op staan.

Geflitst op 27 november. Flitsen in het donker leverde geen merkbare verstoring op. Latere ervaringen waren minder positief. Daarom beperk ik me in de regel tot hooguit één flitsfoto als de vogels allemaal rustig zitten, of ik flits helemaal niet.

Het zullen er wel meer zijn.

Nu ik weet waar ze slapen, wil ik weten waar ze vandaan komen. Dat betekent veel achter de parkieten aan fietsen. Ik zie dat de parkieten rond de Leidse Hout en het Alrijne-ziekenhuis via de Maredijkmolen en dan na het spoor over te steken naar de Tuinvereniging Ons Buiten vliegen, vlakbij de eindbestemming Pieter Bothstraat. Ik vermoed dat ook de parkieten uit Warmond daar slapen. Ik zie ze naar Koudenhoorn vliegen en later kan ik parkieten van Koudenhoorn tot het verzorgingshuis volgen.

Calvarieberg en Hortus

Maar ze komen niet alleen van het Noorden en Westen. Ook komen ze uit het Zuiden aanvliegen. Op 3 december volg ik de parkieten die bij het katholieke kerkhof Calvarieberg zitten. Zij vliegen via de Kooilaan naar het Noorden om weer bij de bekende plek te komen. Niet iedereen, zoals een vrouw bij een woonboot aan de Singel, vertrouwt het niet wat ik sta te doen. Ik leg dan uit dat ik parkieten volg, een niet echt bekende hobby blijkbaar. Een man die op het kerkhof aan het werk is, vraagt wat ik zoek. Als er dan een gesprek ontstaat, blijkt hij er vrij veel van af te weten. Ja, ze broeden in de spechtenholen in de bomen op het kerkhof.

Iets meer moeite kost het om erachter te komen wat de parkieten uit de omgeving van de Hortus en de Sterrewacht doen. Ik doe hier twee keer onderzoek. Na de eerste keer denk ik dat ze richting Molen De Valk vliegen, maar ik weet het niet zeker. Samen met mijn collega’s Ron en Helias doen we het onderzoek nog eens over. We maken nog een praatje met een wandelaar die beweert dat ze allemaal naar rechts vliegen, maar wij zien ze toch in tegengestelde richting vliegen. Eerst lijkt het of we een nieuwe slaapplaats bij de Hortus hebben gevonden. Er zitten er tientallen in een boom en dan vliegen ze plotseling allemaal weg, inderdaad richting Molen De Valk ongeveer. Bij de Maresingel komen we ze weer tegen en dan zijn ze eenvoudig te volgen. Het is al vrij donker en er komen groepen vlak over onze hoofden richting de Willem de Zwijgerlaan vliegen. Eindpunt Pieter Bothstraat.

Eindpunt Piet Bothstraat

Ik ga ook een keer in Sassenheim kijken. In het park Rusthoff zitten ze en ze vliegen weg, maar ik zie niet waarheen. Op de terugweg is er mist en die wordt steeds dikker. Daardoor zie ik vlakbij ‘Dekker’ een stoeprand niet, waardoor mijn fiets tegen de vlakte gaat, maar zelf loop ik soepel naast mijn gevallen fiets door. Ik raap mijn fiets op en ga naar huis.

Slapen bij Total

Ik heb even genoeg van al die parkieten in het Noorden van Leiden en ga eens kijken waar de populatie uit Cronesteyn in het begin van de avond heen zal vliegen. Er zijn er best veel en op een bepaald moment beginnen ze over het Rijn-Schiekanaal te vliegen. Met de fiets maak ik een omweg via de professorenwijk, waar ik ook weer groepjes tegenkom. Die laatste groepjes vliegen naar de slaapplek aan de Lammenschansweg, rustiek gelegen niet ver van de rijbaan en vlakbij het benzinestation  van Total.

De rustieke slaapplaats bij Total (in de zomer, Google maps)

Daar staat Andrien, ook voor het tel-project, geconcentreerd de aanvliegende groepjes te tellen. Ik stoor haar maar niet. Niet onwaarschijnlijk dat de HBP uit Cronesteyn erbij zijn.

Feestvreugde?

18 december, de officiële teldatum van het project, zou de feestelijke afsluiting zijn. Ik ga extra vroeg naar de Pieter Bothstraat. Ik ben er al om half vier. Tot half vijf gebeurt er niets, afgezien van de honderden kauwtjes die lawaaiig in bomen bij het Noorderpark landen. Mijn drie bomen worden bevolkt door twee Turkse tortels. Dan begint het opeens. Om kwart voor vijf komen grote zwermen parkieten tussen de flats aanvliegen. Een aantal daarvan had al een tijd in het Noorderpark gezeten. Ik tel ongeveer 650 aanvliegende HBP. Dan maak ik waarschijnlijk een grote fout. Om tien voor vijf maak ik een paar flitsfoto’s. Om vijf over vijf zijn alle 650 parkieten ergens anders heen gevlogen. Heeft mijn flits voor de verstoring gezorgd? Of was het vuurwerk? Het was (nog) niet het feestelijke slot van het project.

Eind goed, al goed

Op zondag 19 december ga ik toch nog een keer kijken. Ik fiets tegen half vijf tot vlakbij de Pieter Bothstraat. Over de sportvelden zie ik gigantische zwermen kauwtjes vliegen,  die in de hoge bomen daar de nacht gaan doorbrengen. Om half vijf hoor ik en zie ik in de bomen van het Noorderpark groepjes halsbandparkieten.

wachtend in de bomen op weg naar Pieter Bothstraat

Niet ver van Topaz Overrhyn vliegen de HBP van West naar Oost van boom tot boom totdat ze in de buurt van hun slaapplek zijn. Om 16:40 vliegen er groep van 50 tot 100 stuks tegelijk de laatste bomen vóór de Pieter Bothstraat in. Vanaf 16:50 beginnen ze de bomen bij het verzorgingshuis te bevolken.

Ze vliegen over de verbindingsgang tussen de twee gebouwen van het huis de derde boom in (van links gerekend). Een paar minuten later verhuizen de meeste vogels naar de eerste en de tweede boom. Dan is het vijf uur. De hele operatie heeft een half uur geduurd. Ik tel ze niet precies, maar alles wijst erop dat het er net zoveel zijn als de dagen hiervoor. Ik schat 600.

Aangekomen bij boom 3

Nog eens tellen …

SOVON vroeg ons op zaterdag 15 januari 2022 nog eens te tellen. Op donderdag ging ik al eens kijken of mijn parkieten er nog waren. Ja, ze waren er nog, maar niet in overweldigende hoeveelheden. Weer vlogen ze aan via de bomen bij het Noorderpark en de sportvelden voordat ze op het laatste moment, rond tien over vijf, de oversteek naar de slaapboom maakten. Weer volgden ze hetzelfde patroon: eerst naar de boom aan de rechterkant en dan nog een boom opschuiven met zijn allen. Een kwartier later was het klaar. Het gebeurt zo’n 25 minuten later dan vlak voor kerst. Op 19 december ging de zon om 16:31 onder. Op 14 januari om 16:56: precies 25 minuten later. Zonsondergang zet het proces in beweging.

Op donderdag leken er wel wat minder dan wat ik in december gewend was. Ik schatte rond driehonderd exemplaren.

Op zaterdag sta ik vanaf zonsondergang bij het verzorgingshuis Topaz te wachten. Ik hoor in de verte wel wat parkieten maar ik moet nog een tijdje wachten voordat naar hun slaapplaats beginnen te vliegen. Ik ben blij als ze aan komen vliegen. Het was nooit een vogelsoort waar ik dol op was, maar deze telling heeft toch voor een soort band gezorgd. Ik voel me verbonden met die rare beesten die bij zonsondergang met z’n allen luidruchtig naar hun slaapboom vliegen. Het is raadselachtig hoe dit georganiseerd wordt. Wie neemt de leiding? Wat betekenen de verschillende geluiden? Ik probeer de vanaf tien over vijf aanvliegende groepjes zo precies mogelijk te tellen. Met pen en papier sta ik in de kou naar mijn boom te kijken en noteer alle aankomsten. Er komt niets vanaf de stad. Ze komen allemaal uit het Noorden: het Noorderpark en de sportvelden. De laatste vogel komt om half zes aan.  Het is inmiddels donker. Op het laatste moment, als ze allemaal zitten en het rustig wordt in de boom, neem ik nog één flitsfoto vanaf de ingang van het tehuis. Als ik later mijn getallen optel, kom ik op 298 stuks. Op de foto zie ik er 211 zitten, maar er kunnen er achter takken en andere parkieten verborgen zijn.

de slaapplaats op 15 januari

In december dachten we nog aan 500 of zelf 600 parkieten. Waar zijn de andere parkieten gebleven? Het bekende probleem van de postbode als een brief niet bezorgd kan worden: verhuisd of overleden? In dit geval zou er van verhuizingen sprake kunnen zijn. De parkieten uit de binnenstad zouden bijvoorbeeld naar de Lammenschansweg kunnen zijn gevlogen. Daar schijnen deze week ongebruikelijk veel exemplaren de nacht door te brengen. Maar Ron Mes trof in Leiderdorp een lege slaapplaats aan. Het ziet er naar uit dat we weer achter die beesten aan moeten fietsen om erachter te komen wat er aan de hand is.

 

____

Over de kaartjes

Mijn routes heb ik steeds geregistreerd met een Garmin etrix-30x GPS. De gegevens bewerkte ik met de Garmin BaseCamp-software. Eerst gebruikte ik Google Earth Pro voor verdere bewerking van routes etc. Maar Ron Mes wees mij op betere GIS-software: QGis 3.22. De kaartjes op deze pagina heb ik daarmee gemaakt (met als basis Open Street Maps via de Open Layers plugin). Heel handig als je erachter bent gekomen hoe het werkt.

het resultaat, gamaakt met Qgis

_____

Nieuwe natuur bij Zoetermeer

Een kijkje nemen

Ik had er al veel over gehoord, die Nieuwe Driemanspolder, die nu iets meer dan een jaar bestaat. Ik pakte de auto en reed naar de camping De Drie Morgen aan de Zoetermeerse Rijweg vlakbij de Haagse wijk Leidschenveen. Wat een troosteloze vlakte! Rijtjes zielige boompjes staan langs vers gegraven sloten en plassen. Verder hetzelfde beeld als bij andere pas aangelegde natuur- en recreatiegebieden: brede fietspaden, wandelpaden met neonkleurige joggers, honden en hun bezitters, en natuurlijk met zware camera’s gewapende vogelliefhebbers.

Maar, naarmate ik verder liep, werd het steeds leuker. Niet alleen was het veel mooier weer dan voorspeld, ook was er veel moois te zien. Het begon meteen al met een torenvalkje dat herhaaldelijk poseerde op de paaltjes met routeinformatie voor de wandelaar. Even later zag ik vrij ver weg een grote groep vogels uit het bruine riet opvliegen. Misschien was er een roofvogel in aantocht. Het waren watersnippen.

Nieuwe Driemanspolder

De Driemanspolder bestond al vanaf 1668, genoemd naar de driekoppige directie in die tijd. Het doel van de bemaling was goede landbouwgrond te creëren en de vorming van meren tegen te gaan. De Nieuwe Driemanspolder ontstond door samenvoeging met de Grote Polder in 1976. Van beide polders zijn nu grote delen bebouwd. In de Grote Polder ontstonden het Stadscentrum en de wijken Leyens en Buitenwegh van Zoetermeer. Driemanspolder leverde de gelijknamige wijk.  De Zoetermeerse plas in het Noorden van Zoetermeer en het Buytenpark (op de oude vuilstort) behoorden ooit tot de Grote Polder. Wat er nog over was aan oorspronkelijk boerenland is niet lang geleden op de schop gegaan voor de creatie van een piekberging voor water voor 'klimaatadaptatie'. Tussen 2017 en 2020 werden plassen en sloten gegraven in het poldergebied dat oorspronkelijk bedoeld was om de vorming van meren te voorkomen! Alleen al in 2018 werden 70.000 vrachtwagenladingen grond verplaatst, met een zogenaamde gesloten grondbalans. Alle grond werd ter plekke weer gebruikt. Het resultaat is niet alleen een piekberging van 2 miljoen liter water, maar ook de bekende Nederlandse combinatie van natuur, recreatie en sport. Wat die natuur betreft, het zal interessant zijn om te zien hoe die zich ontwikkelt vanaf de huidige pioniersfase naar een meer stabiele toestand.

Prachtige herfstplaatjes

Ik loop rond een grote plas en geniet van de prachtige uitzichten op de hoogbouw van de Haagse kantoren en natuurlijk op een van de meest absurde skigebieden van de wereld: Snow World in Zoetermeer. Op de voorgrond het goudgele riet in de late herfstzon.

Dat alles onder sublieme donkere luchten. Een blauwe reiger vliegt achter een grote zilverreiger aan. De smienten, die ik al een tijd had horen fluiten, worden prachtig verlicht. Daarboven vliegt een grote groep Canadese ganzen. Even later zie ik een mooie groep slobeenden. De eenden komen weer mooi op kleur zo tegen de winter. Dat geldt iets minder voor de pijlstaarten die ik verderop zie, maar ze zijn al mooi.

Ik loop nog even naar een roestig kijkscherm. Daarachter zitten de aalscholvers op een in het water geplaatste houtstronk met hun vleugels te wapperen. Verder zie ik er niets bijzonders. Dus loop ik maar terug naar mijn beginpunt. Een torenvalk gaat nu steeds vlak bij me in een van die zielige boompjes zitten en af en toe eronder. Het lijkt wel of hij gefotografeerd wil worden. Met het resultaat ben ik heel blij: je kunt de prachtige patronen in elk afzonderlijk veertje zien. Bij de camping zie ik veel vogelaars. Ik denk dat ze op zoek waren naar de blauwe kiekendief die hier ergens moest zitten. Ik houd het voor gezien. Het begint zachtjes te regenen.

—-

P.S.

De driemanspolder is niet het enige weidegebied dat in de laatste jaren op de schop is gegaan. Een ander voorbeeld is het Bentwoud, waar 800 ha weiland in bos werd omgetoverd. Zie hiervoor mijn blog uit oktober.

Onder de Westerlichttoren

Dit jaar hielden wij een heel bescheiden herfstvakantie: één nachtje in hotel ‘De Torenhoeve’ onder de vuurtoren bij Nieuw Haamstede. Behalve de duur was het niet zo bescheiden:  een stormachtige Noordwestenwind, een wilde zee, stranden die schitterden door afwezigheid en prachtig licht tijdens en tussen de herfstbuien. Ook niet bescheiden waren de prachtige herfstkleuren van wilde kardinaalsmuts en allerlei andere struiken met rode bessen.

Brouwersdam

Bij de Brouwersdam

Toen we in de late ochtend bij de Brouwersdam stonden, had ik mijn bril uit zekerheid maar in de auto gelaten. Ik was bang dat hij af zou waaien. De woeste zee sloeg tegen de basaltblokken van de dam en er stonden opvallend veel Duitsers in de vliegende storm te kijken, maar waarnaar eigenlijk? Er was niets te zien. Meeuwen lagen plat met hun buik tegen de grond gedrukt op de zanderige parkeerplaats. Iets verderop waren nog wel een aantal idioten aan het windsurfen. Iedereen zijn hobby’s. Van de meestal aanwezige zeehonden bij de spuisluis op de Brouwersdam was geen spoor en ook zaagbekken en duikers konden we wel vergeten.

Achter het raam bij Dickenz

We dronken maar een kopje koffie in het cafetaria ‘Dickenz’ een stukje verderop. De tafeltjes in het verwarmde gedeelte waren alle bezet. Dus wij zaten vrij koud maar wel droog in het andere gedeelte. Een stel Duitsers aan een andere tafel hadden ruzie met lekkend water dat door een gat boven de tafel naar beneden kwam druppelen en hielden het maar voor gezien.

Het verdwenen strand

Een half uur later zaten ook wij weer in de auto, op weg naar ons hotel onder de vuurtoren, de ‘Torenhoeve’ dus. We checkten in, trokken onze regenbroeken aan en maakten een wandeling in de storm door de duinen en langs het strand. Tenminste, dat was de bedoeling. Er was helemaal geen strand. De schuimende zee stond tot aan de duinen, waarvan af en toe grote brokken het strand op vielen. Eenzaam in het water stonden de afvalbakken voor de badgasten. Normaal zijn die diep in het strand ingegraven, maar nu stonden ze helemaal vrij. De wandeltocht naar de volgende slag over de duinen hebben we maar afgebroken en zijn een stuk teruggelopen en vandaar op de volgend plek de duinen over.

De rode bessen van de kardinaalsmuts staken prachtig af tegen het groen van de duinen en het (inmiddels) blauw van de lucht. Helemaal mooi waren de doorkijkjes naar ‘onze’ toren, de met de rode spiraal versierde Westerlichttoren.

De vuurtoren



De vuurtoren van Schouwen, de Westerlichttoren, staat er sinds 1837. De vuurtoren is vooral bekend van zijn opvallende rode spiraal die erop geschilderd is. Elke niet piepjonge Nederlanden kent die vuurtoren van het 250 gulden biljet. Oospronkelijk was de vuurtoren gewoon grijs, maar toen in 1931 het vliegveld in gebruik genomen werd, moest hij meer gaan opvallen. In 1935 werd hij beschilderd en, omdat er met de verf van alles mis ging in, 1937 de witte banen nog eens, nu met een mengsel van 100 kg cement en 130 liter karnemelk.  Oorspronkelijk bleef het onderste gedeelte wit, maar de spiraal werd in 1955 helemaal tot onder doorgetrokken. In 2020 werd de vuurtoren opnieuw in de verf gezet. Er scheen een iets minder felle rode kleur te worden gebruikt. Dit leidde tot allerlei emoties. Een woordvoerder van de Belangenvereniging Nieuw Haamstede zei:

"We hebben al zeventig jaar een prachtige kleur op deze vuurtoren zitten, Vuurtorenrood. Dat maakt hem iconisch. Op heel Schouwen-Duiveland en ver daarbuiten kent iedereen de vuurtoren van Haamstede... ...  En nu gaan ze zonder overleg met ons, en alle andere mensen die op het eiland wonen, de kleur veranderen. Ik denk niet dat ze beseffen waar ze mee bezig zijn en wat ze vernietigen!"

bronnen:

https://docplayer.nl/107385486-Beschrijving-en-waardering-van-nautische-objecten-in-nederland-de-vuurtoren-van-west-schouwen-vuurtoren-van-haamstede-westerlichttoren.html

https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/122149/Burgh-Haamstede-ziet-nieuwe-kleur-vuurtoren-niet-zitten

Avond bij de Strandloper

Erg veel vogels zagen we niet. Wel kwamen er af en toe zwermen spreeuwen over en af en toe zagen we daar koperwieken tussen. Ik heb ze niet kunnen fotograferen. Via de volgende slag bereikten wij het strand bij het strandpaviljoen ‘De Strandloper’.

De keuken ging bijna dicht, maar we konden er nog een echt lekkere schol verorberen en daarbij een Texels bier drinken. Voordat we naar het hotel liepen, was er een prachtige zonsondergang. Aan de horizon waren nog vrij veel wolken. Dus we zagen de zon niet in de zee zakken. In plaats daarvan waren er prachtige luchten en wolken in alle kleuren tussen geel en rood.

Een mooie wandeling

De wandeling die we vrijdag maakten, hadden we zeker al vijf keer eerder gemaakt, maar het blijft één van de mooiste wandelingen door de Zeeuwse duinen en bossen (zie kaartje hiernaast). Op deze mooie herfstdag was het eerste stuk prachtig. Het regende niet, maar de zon scheen regelmatig terwijl de wind nog steeds vrij hard blies. Het was geen vogelweer. De telelens had ik ook thuis kunnen laten, maar ik heb toch leuke plaatjes van de vrij talrijke damherten kunnen maken. Op een koude herfstdag als deze schijnen de mannetjes het op hun heupen te krijgen door een hormoonstoot die hun tot ‘burlen’ aanzet in de bronstarena’s, waar ze rivaliserende bokken weg jagen als ze niet zelf weggejaagd worden.

Daar verzamelen ze de hindes om zich heen met wie ze zullen paren. In het late voorjaar worden dan de kalfjes geboren. Wij hoorden op verschillende plekken dit typische lage geluid van bronstige damhertbokken.

In het mooie bos zagen wij behalve bomen niet zo veel. Opvallend was dat hier helemaal geen paddenstoelen waren. Vogels waren er niet veel, althans niet zichtbaar. Na een lunchpauze in strandpaviljoen ‘De Schaar’ in Westenschouwen vroegen wij ons af of een wandeling tegen de Noordwestenwind wel een goed idee zou zijn. Het viel mee en het was veel sneller dan door de duinen. Het strand was weer wat breder geworden, maar het was duidelijk te zien hoe de zee tot aan de duinen was geweest een dag eerder.

Over het strand liepen lange ijzeren buizen, waarmee zand uit zee het strand op kon worden gespoten. De hier en daar aanwezige waarschuwingen voor drijfzand waren waarschijnlijk niet actueel, want de zandsuppletie-operatie leek niet aan de gang. Toch liepen we maar op veilige afstand van die buizen vlak langs de zee. Ik geloof niet dat we over drijfzand hebben gelopen. Behalve een zilvermeeuw hier en daar hebben wij niets bijzonders gezien. Niet ver van de vuurtoren gingen we de duinen over, waar we weer konden genieten van de mooie herfstkleuren van kardinaalsmuts, rozenbottels en verschillende bessen. Wellicht vlogen er weer koperwieken, maar ze waren te ver weg.

Over de ongebruikelijk lange avondspits op de terugweg ga ik maar niets schrijven. Toen we in de late middag Leiden bereikten, waren we minder dan twee dagen van huis geweest. Toch was het een echte vakantie.

 

Dit was niet ons eerste bezoek aan Schouwen. Zelf was ik er al in 1958 en 1960 geweest en samen waren er sinds 2011 al zeker vier keer. Zie voor mijn ervaringen uit 1958 en 1960 dit verhaal.

Paddenstoelen in het Bentwoud

In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstond het plan om van een weidegebied In Zuid Holland een groot bos te maken. Bossen zijn hier te weinig, was het idee. Het oorspronkelijke plan was een bos van 1300 ha. Onder meer door geldgebrek gingen heel wat jaren voorbij tot de uiteindelijk uitvoering. In 2016 was het klaar. Het werd iets kleiner, maar het is met 800 ha toch het grootste aaneengesloten bosgebied in de Randstand. Het ligt tussen Hazerswoude, Zoetermeer en Boskoop.

In het Bentwoud

Wij – Marianne, Erik en ik – reden er via Zoeterwoude-Dorp naar toe. We zouden eigenlijk libellen gaan fotograferen, maar daarvoor was het weer niet gunstig. Harde wind en mogelijk felle regenbuien, was de verwachting. We hadden geluk. De laatste regenbui viel op de heenweg en het begon weer te regenen toen we op de parkeerplaats stonden voor de terugreis.

Ik was er nog nooit geweest en in eerste instantie vond ik het gebied met de lange rechte fietspaden en sloten en de wel erg jonge bomen er niet echt aantrekkelijk uitzien. De aanwezigheid van vrij veel water maakt het wel weer interessant.  Het is niet een puur natuurgebied maar meer een recreatiegebied met natuurwaarden, ingericht voor wandelaars, (al of niet electrische) fietsen, joggers en honden. Door de slechte weersverwachting zaten de recreanten vooral thuis.

Die ochtend stond er een harde wind. Veel bijzondere vogels zagen we niet, maar de buizerds en de torenvalken die we zagen, werden verlicht door het voortdurend veranderende licht van de prachtige herfstluchten. Erik maakte van die roofvogels prachtige foto’s met zijn telelens. Ik had de mijne helaas thuis gelaten uit zorg om het slechte weer, dat niet kwam. Ook zagen we naast de gebruikelijke mezen en roodborstjes af en toe een groepje puttertjes vliegen.

Het hoofdonderwerp van de ochtend – paddenstoelen –  vloog niet door lucht. Zo hard was de wind ook weer niet. Het bos bleek een mooie vindplaats voor allerlei paddenstoelen te zijn. Wij vonden ze niet alleen op de mooie wandelpaden door het bos en maar ook naast de wat grotere doorgaande wegen en fietspaden.

Met name zagen we heel veel inktzwammen, vooral geschubde inktzwammen in allerlei stadia: vanaf de witte ronde kokervormige paddenstoelen op een korte steel, via de typische klokvormige hoed op een lange steel naar het eindstadium, een verschrompelde grotendeels zwarte hoed op een vrij dunne steel.

 

Ik ben nog niet van plan een paddenstoelenspecialist te worden. Dus van de meeste andere paddenstoelen en paddenstoeltjes ken ik de namen niet. Ik weet alleen dat ik ze mooi vind om te fotograferen. Hierbij een paar plaatjes. Het is interessant dat hier zoveel paddenstoelen waren. Een paar dagen eerder was ik bij het Huis te Warmont gaan kijken, maar daar was bijna nog niets te zien. Ook in de bossen bij Westenschouwen in Zeeland waren er nauwelijks paddenstoelen deze week.

schubbige bundelzwam

 

Informatie op Internet:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bentwoud

https://www.staatsbosbeheer.nl/Natuurgebieden/bentwoud

____