Natuurlijk vanzelfsprekend

De theezakjes-vraag

Onlangs zette ik weer eens een kopje Pickwick-thee. Ongevraagd wordt je dan lastig gevallen met allerlei vragen over kwesties waarin ik absoluut niet geïnteresseerd ben. “Met welke beroemdheid zou je eens een dag willen optrekken?”. Met geen enkele natuurlijk. Beroemdheden lijken mij vervelende lui. Toch stelde het kopje thee mij laatst een vraag waar ik wel even over na moest denken. “Naar welke dag in je leven zou je een keer in de tijd willen terugreizen?”. Het kan natuurlijk niet, maar het is toch een leuk idee.

Ik wil een dag naar 1958.

Arnhemseweg 53 in 1954

Een woensdagochtend in 1958

Naar school

Ik reis naar 11 juni 1958. Het was woensdag en we hadden school. Ik zat in de vierde klas van de Christelijke Groen van Prinstererschool in Ede aan de Wulplaan 7. De school stond toen bijna aan de rand van Ede. Wij fietsten erheen vanaf de Arnhemseweg . Eerst moesten we het laatste stukje van de berg afzakken tot het kruispunt van de Arnhemseweg en de Grote Straat.

Ede 1958 – van topotijdreis.nl

Die staken we over om via Station Ede-Centrum naar de Waterloweg te komen. Toen was dat een niet al te best verharde verwaarloosde straat met een wegdek van kolengruis. Ergens aan die weg was een fabriek die blikken producten maakte en daarbij als afval ronde stukjes uitgeponst blik produceerde. Scholieren namen dat afval vaak mee naar school en strooiden dan grote hoeveelheden op het schoolplein. Het was dan een kunst om zoveel mogelijk van die leuke metalen schijfjes te bemachtigen.

Vanaf de Waterloweg ging het dan een stukje over de Schaapsweg naar de Nachtegaallaan langs de gasfabriek. Aan het eind van die weg kwam je bij de school aan de Wulplaan, een laag gebouw met één lokaal voor elke klas. In het laatste lokaal gaf de ‘bovenmeester’ les, meester van Asselt, die zo dik was dat hij bijna niet kon lopen, maar dat deed hij dan ook niet. Als hij bij de tweede klas op bezoek ging, startte hij aan het eind van de school zijn brommertje en tufte dan vier lokalen verder. Erg lang heeft hij niet geleefd. Op een bepaald moment hoorden wij op school dat hij overleden was. Het verhaal ging dat hij midden in het gebed aan het ontbijt de laatste adem had uitgeblazen. Maar daar gaat dit opstel niet over.

De kuifleeuwerik

Op die woensdag in juni vertelde meester Stel over zijn grootste hobby, de vogels. Hij vertelde over de bonte spechten in het bos, over het ophangen van nestkasten en over zijn zeldzame ontmoetingen met draaihalzen in het Edese Bos.

Kuifleeuwerik – Foto door chris clark via Pexels

Voor meester Stel was die prachtige natuur in de eerste plaats Schepping, waarin de Here God zijn grootheid liet zien en waarvoor de mens ontzag voor moest hebben. Maar het ging niet alleen om draaihalzen. Het ging ook om heel gewone vogels. Als je daar op de Wulplaan of de Nachtegaallaan op straat keek, dan hipten daar leuke bruine vogeltjes. Ze vielen niet op door felle kleuren. Het leukste aan die vogels was hun vrolijke kuif. Kuifleeuweriken, zei meester Stel. Je zag ze heel vaak.

Naar het bos op een woensdagmiddag in 1958

de Sysselt – in 2019

Die middag hoefden we niet naar school. Het was immers woensdag. Het leukste bos in de omgeving was de Sysselt. Daar kon je leuk fietsen en spelen.

zwarte specht – Foto door Daniil Komov via Pexels

Vooral het ‘Paradijs’ was een leuke plek, met veel grote bomen en kale boomstammen. In het bos kwam je allerlei vogels tegen. Veel vogels kenden we al uit de eigen tuin aan de Arnhemse weg, inclusief alle soorten mezen, goudvinken en gekraagde roodstaarten. In het bos zag je daarnaast niet alleen bonte en groene spechten. Niet al te ver van dat Paradijs was een klein bos met veel oude beukenbomen en daar zaten de zwarte spechten.  Je hoefde er maar heen te gaan en dan waren ze er.

Natuur – geen toeristenattractie

Ik wil nog eens een dag naar 1958 terug om te beleven hoe natuur nog geen toeristenattractie was. Terug naar een tijd waar het bos niet vol stond met informatieborden en kijkhutten. Een tijd waarin nog geen vogelaars met hun 600 mm telelenzen achter de zwarte specht aan holden. Gewoon een bos waar je af en toe een zwarte specht tegenkomt en dan doorloopt of er niets aan de hand is. Terug naar een tijd waar je een kuifleeuwerik op het schoolplein tegenkwam alsof het de normaalste zaak van de wereld was (en dat was het ook).

Vanzelfsprekende natuur

Vanzelfsprekend in 1958

Die natuur in 1958 was niets bijzonders en eigenlijk is natuur nooit iets bijzonders. Het woord ‘natuurlijk’ betekent ‘vanzelfsprekend’. Het woord ‘natuur’ zou  ‘vanzelfsprekendheid’ moeten betekenen. Eigenlijk is dat ook juist. Wat je ook doet, er ontstaat altijd natuur. Onder bepaalde omstandigheden ontstaan er soortenrijke biotopen. Veranderen we de omstandigheden, dan ontstaat er iets anders. Zo verdween de kuifleeuwerik, maar de natuur verdween niet.

In de geest van Spinoza kunnen we zeggen dat de natuur niets anders is dan het geheel van natuurwetten en dat die natuurwetten gelijk zijn aan God. Natuurwetten kunnen wij niet beïnvloeden. In die zin is natuurbescherming ook onzin. Evenmin kan natuur vernietigd worden [zie ook voetnoot].

Terug naar 2022
ontwikkeling kuifleeuwerik (bon SOVON)

In 1958 was die kuifleeuwerik puur natuur. Het was niets bijzonders. Het vogeltje dat zich ooit aan steppeachtige biotopen had aangepast, deed het bijzonder goed in onze moderne stadssteppes, in pas aangelegde wijken met slecht onderhouden straatjes. Daar bij de Wulplaan was de natuur ideaal. Het bestond gelukkig nog niet, maar was er toen waarneming.nl geweest, dan was niemand op het idee gekomen om dat gewone kuifleeuwerikje te melden. Die had je immers overal in dit soort wijken. Dat is  nu wel anders: optimistische schattingen voor de huidige situatie hebben het over minder dan vijf paar Kuifleeuweriken voor heel Nederland.

Ik ben blij dat er niet zo’n beestje bij ons in de straat rondhipt, want dan zouden we ook duizend met telekanonnen bewapende vogelaars kunnen verwachten. Die willen hem dan voor de ‘lijst’ hebben. Met natuur heeft dit allemaal niets te maken. Vroeger behoorde hij tot onze natuur, tot onze vanzelfsprekendheid, nu is het een uitzondering, een herinnering aan vervlogen tijden.

Vanzelfsprekend in 2022
ontwikkeling halsbandparkiet (bron: SOVON)

In  2022 hebben we een heel andere natuur, of je het leuk vindt of niet. Loop maar eens door een willekeurig park in de Randstad en je hoort de natuur in de vorm van de vanzelfsprekende zwermen lawaaiige halsbandparkieten, nog afwezig in 1990 en nu met meer dan 10000 exemplaren. Dat is echte natuur! En wat te denken van de toegenomen aantallen slechtvalken in de grote stad. Puur natuur!

Natuur begint daar, waar het niet meer interessant is waarnemingen door te geven.

Slaapboom voor halsbandparkieten (2021)

__________

Voetnoot

In dit stuk gebruik ik het woord 'natuur' losjes in twee betekenissen. Natuur als het geheel van natuurwetten (de eerste betekenis) is de onveranderlijke eeuwige basis van onze wereld en van het heelal. Er zal in die zin altijd natuur zijn. De natuur zoals wij die kennen is de wereld die op basis van die natuurwetten ontstaan is en steeds verder evolueert. Onze natuur (in die tweede betekenis) is per definitie een momentopname van een veranderende wereld. Als die veranderingen te snel gaan of in de 'verkeerde' richting, kunnen wij bijsturen. Daarvoor hebben we mooie woorden ontwikkeld zoals natuurbescherming, natuurontwikkeling en dikke boeken vol bureaucratisch en semiwetenschappelijk jargon. Over wat 'verkeerd' is, kan je lang discussiëren, maar dat ga ik hier niet doen.

Hellegatsplaten

God schiep de aarde, behalve Nederland ….

Toen ik gisteren met zes andere leden van de Vogelwerkgroep Leiden van de KNNV gewapend met krachtige telescopen op de Hellegatsplaten langs de verschillende vogelhutten liep, moest ik hier aan denken. Tja, natuurexcursie, maar is dit natuur? Aan de grote verscheidenheid aan mooie vogels te oordelen wel, maar deze natuur is wel door de mens geschapen: “God schiep de aarde, behalve Nederland, want dat deden de Nederlanders zelf” (zie hiervoor ook de website van het museum Boerhaave). De ‘natuur’ waar we gisteren doorheen liepen is een prachtig nevenproduct van het Deltaplan. Ik kende de plek alleen door erover heen te razen op weg naar Zeeland. Dan kom je over een van de merkwaardigste verkeerspleinen ter wereld, het Hellegatsplein, dat Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Noord Brabant met elkaar verbindt. Hier komen het Haringvliet, het Hollands Diep en het Volkerak samen.

Vóór de Deltawerken

Voordat de Deltawerken het landschap hier grondig veranderden, was er natuurlijk ook natuur, maar wel heel anders. Hieronder de situatie in 1920 en 1950. Bij het Hellegat vond een menging van zout en zoet water plaats. Het was een gebied van verraderlijke stromingen en gevaarlijke zandbanken.

Haven aan het Hellegat

Aan de punt van Overflakkee lag toen, en ligt nog steeds, het plaatsje Ooltgensplaat.

Op de kaart van 1920 zie je de route van de veerboten naar de Brabantse overkant naar Dinteloord en Willemstad. Blijkbaar werd toen de oude veerhaven bij het Fort Prins Frederik nog gebruikt. In latere jaren voer het veer van de ‘Galatheese haven’, ook wel Sluishaven genoemd, iets meer naar het Zuiden. Deze dienst werd geopend rond 1935.

Drukke veerdienst
Veerpont Ooltgensplaat-Dintelsas op een oude prentbriefkaart

In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 11 oktober 1933 lezen we:
“Uit West Noord-Brabant wordt medegedeeld, dat steeds spoedig een veerdienst wordt geopend van Dintelsas op Ooltgensplaat met een stoomboot, die ook gelegenheid heeft voor autovervoer, …… waardoor men zich van Goeree-Overflakkee op minder kostbare wijze in de richting N.-Brabant, Zeeland en België zal kunnen begeven …”.

kaart uit 1940: Galatheese Haven

Het werd best een drukke verbinding. De zomerdienstregeling van 1956 vermeldt 10 verbindingen per dag in beide richtingen.

Het was een belangrijke haven voor het vervoer van suikerbieten naar de fabrieken aan de overkant in Noord Brabant.  Daar bij de Sluishaven werd door de veermaatschappij v.d. Schuyt een wachtlokaal neergezet, dat later een echt koffiehuis en zelfs restaurant zou worden.

De jaren 60
In de extreem koude winter van 1963 (de koudste winter van de eeuw, waarin Reinier Paping de elfstedentocht won) werd de veerdienst toch in bedrijf gehouden, geholpen door drie krachtige sleepboten, die een weg door het ijs baanden, maar lang zou deze veerdienst niet meer bestaan.
De veerdienst werd na het gereedkomen van de vaste oeververbindingen in 1965 opgeheven,
Appeltaart met slagroom

Het koffiehuis werd restaurant. Het oude gebouw staat er niet meer, maar in 2022 hebben wij met prachtig uitzicht over het water in de opvolger van dit restaurant genoten van koffie en appeltaart met slagroom.

De Deltawerken
Hellegat in 1968 en 1980

Hierboven staan kaarten van het gebied in 1968 en 1980. Op het Hellegatsplein, een kunstmatig eiland in het Hellegat, komen drie wegen samen: uit de richting Rotterdam de weg over de Haringvlietbrug (1964), uit de richting Goeree-Overflakkee de Hellegatsdam (1960), en uit de richting Noord Brabant de Volkerakdam (1969). Elke verbindingsweg heeft zijn eigen doorlaatbaarheid voor water: het zoete water van de rivieren stroomt vrij onder de Haringvlietbrug door. De Hellegatsdam is potdicht en de Volkerakdam laat wel schepen maar weinig water door. Door de Deltawerken is het Haringvliet van brak zoet geworden. Het water van het Volkerak en  de in het verlengde daarvan liggende Krammer zijn door de Deltawerken eerst brak geworden, maar na de sluiting van de Philipsdam in 1987 werd het helemaal zoet.  Het Westelijk daarvan liggende Grevelingenmeer daarentegen wordt zout gehouden door inlaat van zeewater bij de Brouwersdam. Er zijn plannen ook het Volkerak weer zout te maken, vooral om de algenbloei tegen te gaan, en het getij weer iets te herstellen, maar er is nog geen brede steun voor dit plan, ook niet bij milieuorganisaties.

Twee verschillende gebieden
De huidige situatie

De Hellegatsdam heeft het slikkengebied in twee heel verschillende helften opgeknipt. Ten Noorden van de dam bevinden zich de Ventjagersplaten aan het Haringvliet . Ten Zuiden van de dam bevinden zich de Hellegatsplaten aan het Volkerak. Door het aangepaste waterpeil van het Volkerak staan meer platen boven water dan anders het geval geweest zou zijn.

 Een excursie in april 2022
Uitzicht uit de toren

Nu beheert Staatsbosbeheer dit gebied, waarbij een grote kudde heckrunderen en een groep fjordpaarden worden ingezet om het landschap halfopen te houden.

De beheerder heeft er een pretpark van vogelkijkhutten van gemaakt. Er staan 4 vogelkijkhutten en één hoge uitkijktoren. De moderne vogelaar wordt in de watten gelegd. Alleen de hoogte van de kijkgaten houdt slecht rekening met de manier waarop telescopen gebruikt worden.

Kijkhutten en toren bij de Hellegatsplaten.

Wij liepen en reden van vogelhut naar vogelhut op 9 april. Wij zagen niet alleen een mooie zeearend (vlak nadat alle vogels in de omgeving waren opgevlogen), maar ook prachtige pijlstaarten, geoorde futen, kluten, brilduikers en middelste zaagbekken. Maar ook de zangvogels lieten zich horen en zien: naast de luidruchtige tjiftjaffen de eerste fitissen en een zwartkop. En nog veel meer, teveel om op te noemen.

De schepping blijft ons verwonderen, ook al hebben we die niet helemaal aan God overgelaten.

Beninger Slikken

Over een excursie niet lang hierna schreef ik dit stuk: Naar de Beninger Slikken. Hier nog meer informatie over de gevolgen van de Deltawerken voor dit gebied.

Verwijzingen

wikipedia over Hellegatsplaten

Vogels kijken op Ventjagers- en Hellegatsplaten

Brabantse Milieufederatie – Volkerak zoet of zout moet geen overhaaste beslissing zijn, 2019

Over de geschiedenis van een Zeeuws eiland heb ik in een eerdere blog geschreven. Daarbij ook ruim aandacht voor de interessante veer- en tramverbindingen: Naar Westenschouwen.

Campinghaan en wulpenslurf

Watervogeltelling

April doet wat-ie wil. Dit jaar op 2 april temperaturen rond het vriespunt en ijskoude wind uit het Noorden. Daar staan we dan weer, bibberend van kou in de Hollandse natuur naast de snelweg vogels te tellen, Ron, Ellen en ik. De tijd dat honderden wulpen hier komen slapen is voorbij. Wel zijn er behoorlijk veel grutto’s, scholeksters en tureluurs. Er blijken behoorlijk veel kemphanen tussen de tureluurs te zitten. De vogels in de grote plas zijn vrij snel geteld en we gaan een stukje verder bij de molen tellen. Daar ziet Ron een groep kemphanen, maar als hij nog een keer kijkt, zijn ze bijna allemaal weg. Ze zitten waarschijnlijk onzichtbaar achter een rietkraag verscholen. We blijven even wachten om te zien of ze terugkomen.

grutto’s, tureluurs, kemphanen (Munnikenpolder 2-4-2022)
Campinghanen
kemphaan en tureluur

Dan komen er twee pubermeisjes aan fietsen. Onze statieven met telescoop en camera staan op het fietspad. Zij lijken oppervlakkig geïnteresseerd in onze activiteiten:  “Zijn jullie naar vogels aan het kijken? Wat zien jullie dan?”.  Ron gaat er serieus op in: “wij kijken hier naar allerlei watervogels zoals grutto’s, scholeksters en kemphanen.” Ik krijg niet de indruk dat ze echt luisteren naar wat Ron zegt. Toch komt één van de meisjes terug op wat Ron zegt: “Waar zitten die campinghanen dan precies?”. Wij corrigeren: “geen campinghanen, maar kemphanen!”. Ze horen het niet. Het andere meisje vraagt iets als “hoe zien die campinghanen er dan uit?”. Wij corrigeren nog eens, maar het helpt niet.

Wulpenslurf

De aandachtsspanne van dit soort kinderen is in de regel niet langer dan 15 seconden. Plotseling zijn ze meer geïnteresseerd in mijn camera met telelens. Ik wil best iets laten zien en kies een foto van een wulp, die ik net geschoten heb. Ik denk het didactisch verantwoord aan te pakken en vraag “Wat voor bijzonders zie je aan deze vogel?”. Eén van de meisjes kijkt toch wel goed. Dit blijkt uit haar originele antwoord: “Ja, ik zie het, die vogel heeft een hele lange slurf!”. “Goed gezien, maar ik zou het een snavel noemen”. Ik zeg nog iets over de naar beneden gebogen vorm van die wulpenslurf en Ron mompelt iets als “Een wulp wijst  naar zijn gulp”, maar de dames staan alweer op punt weg te rijden. Ze roepen “een fijne avond nog!” en even later horen we ze een paar honderd meter verderop luid lachen. Het zal wel niet over vogels gegaan zijn.

wulpen en grutto’s bij de Munnikenpolder (2-4-2022)

____

Over een eerdere slaapplaatsentelling in de Munnikenpolder, zie deze blog.

Mooi saai – vogelfoto’s

Na 15000 clicks

Ik heb mijn 600 mm Tamron telelens nu iets meer dan twee jaar en ik heb 15000 keer afgedrukt met dat objectief in de camera. Ik heb er vooral heel veel vogels mee gefotografeerd. Hieronder een paar plaatjes, die ik best wel mooi vind. Dat wil zeggen: het zijn mooie vogels en dat kan je zien. Sommige zouden in een vogelgids niet misstaan.

Meestal saai

Toch ben ik niet echt tevreden. Het zijn brave plaatjes, geen spannende foto’s. Dat  ligt ook een beetje aan het onderwerp. De gemiddelde vogelfoto ziet er ongeveer zo uit: in het midden van het beeld zit, zwemt of vliegt een vogel. Daaromheen is weinig te zien, blauwe lucht, water, groen gras of een paar takken. Door het gebruikte tele-perspectief heeft de foto nauwelijks diepte. Alles wat zich niet in het zelfde vlak als de vogel bevindt is wazig. Foto’s van één vogel moeten het vooral hebben van de kleuren en de lijnen op de vogel zelf. Daarnaast kunnen kleuren en patronen in de omgeving iets moois toevoegen, maar het lukt me maar zelden om van dit soort platte beelden iets te maken.

Soms best mooi

Soms  maak ik een typische vogelfoto, zo’n foto met een vogel in het midden, die ik toch wel bijzonder fraai vind. In de eerste foto hieronder is het de bijzondere symmetrie, die me aanspreekt. De kleine zilverreiger is mooi belicht en laat de kleur van zijn tenen zien. In de foto van het eerste roodborstje is het vooral de sneeuw die het doet. Bij het tweede roodborstje is het juist leuk dat het niet helemaal zichtbaar is en mooi geïntegreerd in de takken van de taxus. Het draadje speeksel in zijn bek vind ik een grappig detail.

De twee foto’s hieronder vind ik ook wel leuk. Hier heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de uitgespreide vleugels van de fazant en de aalscholver. Ze hebben allebei iets van een dirigent. Ik ben vooral bij met de foto van de aalscholver. Zie ook deze blog.

Twee voor de prijs van één

Soms maak ik wel handig gebruik van spiegelingen in het water.

De dubbele beelden vind ik best mooi, maar ik begin er genoeg van te krijgen. Het is gewoon niet origineel, niet verrassend meer als je het voor de zoveelste maal doet.

Relaties en verhalen

Als grootste beperking van dit soort foto’s (ook als ze esthetisch wel verantwoord zijn) ervaar ik het gebrek aan relaties: de relatie tussen de vogel en zijn omgeving, tussen de vogels onderling of tussen vogels en andere dieren of planten. Ik maak veel leukere foto’s als er meer dan een eenzaam vogeltje op staat. Het vogeltje hoeft niet eens het grootste onderwerp op de foto te zijn.

Ik nam onderstaande foto van de kleine gele kwikstaart en het grote schaap om daarmee het verhaal van de liefde tussen deze dieren te vertellen, een indirecte liefde die via de vliegen op de schapenstront loopt (zie deze blog). Leuke foto’s heb ik ook gemaakt van reigers of ijsvogels die vissen vangen en verorberen (zie deze blog). De relaties tussen vogels en hun jongen (bijvoorbeeld op hun nest) en van roofvogels en hun prooi zijn ook aantrekkelijke onderwerpen. Ik denk dat de jonge lepelaar in de foto hieronder iets van de moeder krijgt en wat er precies in de andere foto van een oude en jonge lepelaar gebeurt, weet ik niet.

De foto van de kuifeenden vind ik leuk door de beweging. Die van de grondelende eenden straalt meer humor uit dan de mooie eenden bovenaan deze pagina. Het gevecht tussen de meerkoeten zou nog wel mooier kunnen, maar er gebeurt tenminste wat. De vogel hoeft helemaal niet groot te zijn, zoals de eenzame koperwiek linksonder of het roodborstje op de bank in het park. Op de foto van de eenzame kluut in het tegenlicht bij zonsondergang is het licht het hoofdonderwerp. De kluut was zo vriendelijk precies in het goede licht te gaan staan.

Groepen en zwermen

Een foto wordt vaak al veel leuker als er meer vogels of heel veel vogels op staan. Hier twee voorbeelden, niet alleen van interessante groepen vogels (kemphanen en andere steltlopers in de Munnikenpolder bij Leiderdorp, grote zwermen rosse grutto’s op Texel), maar vooral ook van mooie pasteltinten bij zonsondergang.

Niet al deze foto’s zijn helemaal geslaagd, maar het is wel de richting waar ik naar toe wil. Die mooie vogeltjes in het midden van het beeld, die  heb ik nu wel gezien.

Zeldzaamheden
De sneeuwgors die in december 2020 in de Polders Poelgeest te vinden was. Bijzondere vogel, ja. Bijzondere foto, nee.

Veel vogelaars vinden het leuk om een zeldzaam vogeltje vast te leggen. Dat is een tak van sport waar ik zelf niet voor warm loop. Integendeel. Als het aantal tele-objectieven groter is dan het aantal vogels, dan loop ik verder. Ik heb ook wel eens bijzondere vogels gefotografeerd, maar het resultaat is meestal geen mooie foto (zie voorbeeld). En daar gaat het mij juist om.

Maar soms wil je helemaal geen foto’s. Er zijn mooie momenten die je nooit zult vergeten. Momenten waarvan je nog meer geniet als je niet zo’n apparaat meesleept, maar gewoon verwonderd om je heen kijkt. Dat was het geval toen er een roerdomp op een paar meter afstand uit het riet opvloog, zie deze blog.

Alle foto's op deze pagina zijn met een Tamron 150-600 lens op een Nikon D7100 gemaakt. Alle foto's in RAW genomen en bewerkt met Lightroom 6.8.

Over de beperkingen van telelenzen schreef ik deze blog over 'dure blikvernauwers'.

Over de techniek van vogels fotograferen heb ik iets van mijn eigen kennis en ervaringen op deze pagina samengevat.

Niet iedereen fotografeert vogels om mooie foto's te maken. Soms kan een foto helpen bij het determineren of tellen van vogels. Vogelaars scheppen met hun foto's op over hun 'waarnemingen'. Foto's worden als bewijsmateriaal aan waarneming.nl gestuurd. Die hoeven niet mooi te zijn, alleen duidelijk. 

Goede vogelfoto's vind je op de website van Adri de Groot: vogeldagboek.nl
Toch mis ik ook hier creativiteit en vooral humor. Ik zie vooral mooie vogels en vrij weinig fotografisch interessante beelden. Wel zijn de foto's technisch van hoog niveau en vaak in de belichting ook mooi. 

Wil je ook eens lekker saaie vogelfoto's maken. Als je je aan een paar regels houdt, worden ze zeker niet te interessant. Zie deze pagina.

 

In de Texelse winterzon

Alweer Texel

Voor de negende keer voeren Petra en ik de veerhaven van Het Horntje binnen. Voor mij persoonlijk was het de veertiende keer op Texel vanaf mijn eerste kennismaking met het eiland in 1959 (zie deze blog). Ons vorige bezoek was niet eens zo lang geleden, in april 2021 (zie deze blog).

Erwtensoep op de boot

Wij wilden er toen eigenlijk helemaal niet heen. We hadden een reis naar onze zoon in Noorwegen gepland, maar het strikte Corona-beleid van de Noren maakte dit onmogelijk. Dan maar naar Texel. Huisjes kon je huren in Coronatijd, maar verder was het er maar een dooie boel, afgezien van de honderdduizenden vogels op de Wadden, achter de dijk en in de duinen. Petra werd min of meer gedwongen ook maar vogelaar te worden. Wij liepen nu met twee verrekijkers over het eiland. Minder dan een jaar later kwamen wij er weer (nog steeds met twee kijkers), gelukkig niet tijdens de februaristormen met windkracht 10 maar een weekje later.

Texel door de jaren
In 1959 gingen we met het hele gezin naar Texel. De hele maand augustus hadden we een huis in De Cocksdorp gehuurd [blog in voorbereiding]. Het duurde tot de jaren 1970 voordat ik er met mijn biologen-vrienden uit Utrecht weer zou komen (Zie ook hier). Wij sliepen in de schuur van de boerderij Zeeburg bij temperaturen onder nul. Ik kwam er in 1975 ook nog eens met een vriendin uit Groningen, die gillend bij mij op de tandem zat die ik met grote snelheid vlak langs bomen stuurde. Petra en ik waren er voor het eerst in 1983, waar we in hotel Brinkzicht (de Koog) verbleven en wandelingen naar onder meer de Slufter maakten. Met ons gezin gingen we vier keer naar een huisje op Texel tussen 2001 en 2007. Afgezien van een excursie met de vogelwerkgroep in 2016 kwam ik er niet vaak meer tot we in 2020 een huisje op Midden Eierland huurden en vervolgens drie keer een huisje bij Prins Hendrik. Voor mei dit jaar staat er nog een weekend op Texel gepland. Dat wordt dan mijn vijftiende keer op Texel.
Met het gezin in december 2006

Geen uitbundige vrolijkheid

Vrijwel overal was de mondkapjesplicht opgeheven en we konden weer zonder QR-codes restaurants in. In het restaurant van de boot was het gezellig druk en we konden er weer erwtensoep eten.

Ons huis

Tijdens de storm was er één boot defect geraakt, maar de andere voer nog. Met een uurtje vertraging kwamen we in ons luxe huisje bij Prins Hendrik aan, hetzelfde huisje dat we een jaar eerder ook gehuurd hadden. Een stralende lage februarizon scheen recht de mooie woonkamer in. Prachtig weer, einde Coronabeperkingen. Toch geen reden tot uitbundige vrolijkheid. Rusland was de Oekraïne binnengevallen. In onze naïviteit hadden we het niet voor mogelijk gehouden.

Wandelen, wandelen …

Wat doe je op Texel? Onze belangrijkste bezigheid daar is altijd wandelen geweest, in combinatie met naar vogels kijken. Ook deze keer hebben de hele reeks voor de hand liggende wandelingen gemaakt, zie kaartje.

Een mooie wandeling is in de buurt van de vuurtoren langs de zogenaamde Tuintjes. Hier lagen vroeger de tuinen voor het voedsel voor het personeel van de vuurtoren. Het is nu een populair gebied voor vogelaars, vooral tijdens de vogeltrek. We zijn er ook deze keer door gewandeld.

Texel, Eierland en de Slufter
De Slufter is misschien wel een van de bijzonderste elementen van het Texelse landschap. Het is een overblijfsel van het zeegat tussen de eilanden Texel en Eierland. Ook de Roggesloot in De Cocksdorp is daar nog een deel van.

Eierland - nu het Noordelijke deel van Texel - was ooit een deel van Vlieland. In de dertiende eeuw ontstond het Eierlandse gat dat Eierland van Vlieland scheidde. Eierland werd een klein zelfstandig eiland. Er stond één huis, onder meer om schipbreukelingen op te vangen aan deze gevaarlijke kust. Er werden veel meeuweneieren geraapt ten behoeve van Amsterdamse bakkerijen. 

In 1629 is er tussen Texel en Eierland een zanddijk aangelegd, bestaande uit obstakels van riet en rijshout. Wind en zand deden de rest. In de grote strandvlakte tussen de zee en de zanddijk ontstonden twee grote kreken: de grote en de kleine slufter. Halverwege de 19e eeuw werd er ten Westen van de zanddijk een nieuwe stuifdijk aangelegd, de 'lange dam'. Diverse malen brak de zee door deze stuifdijk heen. Het Noordelijke deel van de stuifdijk stoof weer dicht, waardoor de grote slufter voorgoed verdween. Ondanks allerlei maatregelen is de kleine slufter tot de dag van vandaag blijven bestaan. Op een kaart van 1920 is de grote slufter nog te zien, maar daarna is die voorgoed verdwenen. Op oude kaarten (bijv. 1850 en 1900) is te zien hoe de kleine slufter bij strandpaal 25 bij zee uitmondt. Dat is meer dan 150 jaar later nog steeds het geval. De loop van het riviertje zelf is wel voortdurend aan verandering onderhevig. 

De kweldervlakte tussen Eierland en Texel werd in het begin van de 19e eeuw ingepolderd. Zo ontstond de Eierlandse polder met als belangrijkste plaats De Cocksdorp, gesticht in 1836 waar de Roggesloot in het Eierlandse gat uitmondde.

Andere wandelingen – die we ook deze keer gemaakt hebben – liggen aan beide zijden van de Slufter. Ten Noorden van de Slufter liggen mooie duinen, maar je komt daar de Sluftervlakte niet echt in. Dat kan wel weer ten Zuiden van de Slufter en daar deel je het genoegen met duizenden collega’s.

Ook hebben we ten Zuiden van De Koog en Den Hoorn gewandeld, zoals bijna tijdens elk bezoek aan het eiland. Vanaf het Turfveld niet ver van de Koog hebben we heerlijk door het bos gewandeld, ook wel eens leuk na al die duinen en polders. Na het bos kom je door een prachtig duinlandschap. Wij liepen een stuk door de duinen en na een bezoek aan ‘Paal 12’ met een boog terug naar het bos.

Volgelopen paden. Omweg door het duin.

Interessant was ook weer de wandeling bij de Horsmeertjes, het gebied ten Noorden van De Hors. We liepen het pad lang de meertjes, maar daar stond wel hier en daar een halve meter water in, zodat wij – net als de overige schaarse wandelaars – af en toe een etage hoger over het duin moesten lopen. Na de meertjes staken we naar het brede strand door, eerst langs stukken moerassig gebied (met natuurlijk de bruine kiekendief, maar ook leeuweriken) en dan door brede hoge duinen. Even later aten wij brood met zo min mogelijk zand in een zonnig duinpannetje.

Natuurlijk hebben we deze keer onze wandelingen regelmatig onderbroken bij de verschillende strandpaviljoens met mooie namen als Paal 18, Strandpaal 21 en Kaap Noord. Bij dit laatste paviljoen hebben we een oergezellige, uitgebreide, dure en vrij slechte maaltijd genuttigd ter gelegenheid van onze 32e trouwdag.

Vorig jaar zijn we in het voorjaar ook nog eens naar het oude land van Texel geweest bij de Hoge Berg en de Georgische begraafplaats Loladse, deze keer maar overgeslagen. Natuurlijk ben ik ook ettelijke malen langs de Waddendijk gereden en gelopen om de tienduizenden vogels daar te zien zowel aan de Waddenkant als in de plasjes aan de landkant (Utopia, Wagejot, Ottersaat, etc.) Ook dit jaar waren er heel veel rotganzen, smienten, scholeksters en wulpen. Vorig jaar waren er nog veel meer rosse grutto’s. Misschien moesten die nog komen.

De vuurtoren van Eierland
Als ik een fotoalbum met één van mijn Texel-vakanties open, dan staat hij daar, die mooie hoge rode vuurtoren van Eierland. Hij werd er in 1864 op initiatief van de Texelse notaris Kikkert gebouwd, bijna 30 jaar na de inpoldering van de Eierlandse kwelders. Dat was hard nodig, want op de uiterst gevaarlijke Eierlandse gronden leed het ene na het andere schip schipbreuk. Om de vuurtoren stond een aantal woningen voor 'opzichters' en 'lichtwachters'. Ze staan er nog steeds, als een klein dorpje op het hoge duin, zie ook een foto hierboven.

In de Tweede Wereldoorlog maakte de vuurtoren en omliggende bunkers deel uit van de Duitse Atlantikwall. Het werd bemand door Georgische krijgsgevangenen. Toen in april 1945 de Georgiërs in opstand kwamen en de geallieerden hielpen om Texel te bevrijden, grepen de Duitsers in. Getuige van deze opstand is nu nog het Georgische kerkhof Loladse op het oude deel van Texel. De vuurtoren had zwaar te lijden onder de beschietingen. Hij werd daarna niet afgebroken, maar er werd een nieuwe ronde muur omheen gebouwd. Sindsdien is de vuurtoren van Eierland een stuk dikker.

En wat nog meer?

En wat hebben we behalve wandelen en vogeltjes kijken nog gedaan? Eigenlijk niet zo veel. Vakantie is ook om niets te doen. We hadden verschillende instrumenten en muziek meegenomen.

kleine zilverreiger

Petra heeft ijverig Matthäus Passion gestudeerd, terwijl ik bij Utopia een kleine zilverreiger aan het fotograferen of in de polder naar honderden goudplevieren aan het kijken was. We hebben zelfs nog samen een stukje Corelli gespeeld, maar aan mijn eigen Bach-sonate ben ik nauwelijks toegekomen. Te druk. We hebben genoten van het Texelse bier, Skuumkoppe en dubbel, nog lekkerder met een portie bitterballen die ze bij de receptie van Prins Hendrik konden leveren als je daarvoor het geduld had.

____

Een paar bronnen

Nog steeds de beste bron voor de vroege geschiedenis van Texel en Eierland is het boek van J. Drijver, Texel – het Vogeleiland uit 1934, tweede druk 1957.

Heel veel informatie op Wikipedia lijkt rechtstreeks uit dit boek afkomstig.

Wikipedia bronnen, onder meer:
https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Slufter
https://nl.wikipedia.org/wiki/Eierland (vooral aan Drijver ontleend)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Eierland_(vuurtoren)

Oude kaarten op https://www.topotijdreis.nl/