Naar Westenschouwen

Naar het eiland

Het was augustus 1958. Met het hele gezin gingen wij naar Westenschouwen op het eiland Schouwen-Duiveland. Vanaf Ede, waar wij toen woonden, was het een hele reis.  Waarom mijn ouders die bestemming hadden gekozen, kan ik niet meer achterhalen, maar ver was het! Waarschijnlijk was er al een hele kist met strandspullen en misschien waren ook de fietsen per Van Gend en Loos vooruit gestuurd. De reis ging eerst naar Rotterdam. Dat zal zeker iets meer dan anderhalf uur gekost hebben. Hoe we vandaar in Numansdorp Haven kwamen, weet ik niet meer. De tram was al in 1957 opgeheven. Er zal een bus van de RTM zijn geweest die er ook wel een uur over gedaan moet hebben.

Met de stoomboot

Vanaf Numansdorp namen wij de boot naar Zijpe op Duiveland, niet ver ten Zuiden van Bruinisse.

Minister C. Lely

Ik herinner mij de schitterende stoomboot nog heel goed. Ook voor die tijd was het een heel ouderwetse boot. Je kon ergens op de boot recht naar beneden kijken en zien hoe de zuigers van de stoommachine de assen van de schroef aandreven.  Het was de ‘Minister C. Lely’. Heel lang zou die boot niet meer in gebruik zijn, want de afsluiting van het Haringvliet naderde. In 1964 ging de Haringvlietbrug open en deed de boot geen dienst meer als veerpont. Hij was nog even een toeristische attractie  voordat hij in 1966 voor de sloop verkocht werd. Maar wij hebben er nog op gevaren. Hij werd 1900 gebouwd. In hetzelfde jaar werd de Veerhaven in Numansdorp aangelegd. De boot werd deel van het uitgebreide netwerk van veerponten en stoomtrams dat Zeeland aan het begin van de twintigste eeuw steeds verder ontsloot voor zakelijk en toeristisch verkeer.

Het lijnennet van de RTM (1956). Bron: https://www.nicospilt.com/index_RTM.htm

Een bijzondere bus

De overtocht duurde ongeveer één uur en drie kwartier. Door de watersnood van 1953 was de infrastructuur van het tramnetwerk van Schouwen-Duiveland zodanig beschadigd dat een herstel te veel geld en tijd zou kosten. Daarom stonden bij de haven van Zijpe nu geen trams maar  bussen van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, de RTM. Ik herinner me nog goed hoe mooi ik die bussen vond.

RTM dienstregeling 1956. Bron: https://piershil.com/rtm/dienstregelingen-en-kaartjes/

Aan de zijkant waren alle bussen beschilderd met een plaatje van een dier. Vaag herinner ik mij een panter, maar het kan ook een ander beest geweest zijn. Wat ik ook erg interessant vond, waren de aanhangwagens die de capaciteit van de bus verhoogden. Wat dat betreft leken de bussen nog een beetje op de oorspronkelijke tram, zie het plaatje van de dienstregeling van 1956 hiernaast.  Hoe lang die bus er over deed, weet ik niet meer, maar het zal zeker bijna twee uur geduurd hebben. Toen wij in de bus van Zijpe naar Burgh (Haamstede) zaten, waren een paar jongeren in het aanhangbusje keet aan het trappen. De chauffeur hield de bus stil en liep naar achteren om de jeugd tot rust te manen. Ook in 1958 waren jongeren soms niet in toom te houden.

Bus met aanhanger en dier aan de zijkant (haas). Bron http://www.busbrief.nl/Busbrief%20088/busbrief88.htm

Misschien hebben wij van de eindhalte (waarschijnlijk Burgh) naar Westenschouwen een taxi genomen of misschien ging de bus wel helemaal naar onze bestemming. De reis zal in totaal bijna 7 uur geduurd hebben.

 

Mijn vader was er toen nog niet bij maar schijnt (vanaf Rotterdam?) later per fiets gekomen te zijn.

Zonder zorgen in Westenschouwen

De locatie van het huis ‘Sorrefrij’ op een kaart uit 1958 (van topotijdreis.nl)

In Westenschouwen hadden wij een oud huis gehuurd. In mijn herinnering stond er op het huis de naam ‘Sorrefrij’. Die naam had mijn moeder ook bij een foto in haar fotoalbum geschreven. Inderdaad vind ik deze naam in een advertentie in de Zierikzeesche Nieuwbod van 1920, waar het “Landhuisje SORREFRIJ (met vijf kamers)” te huur wordt aangeboden door Rotterdamse verhuurders. In een werkje over de geschiedenis van Westenschouwen wordt vermeld dat er in in 1919 een zomerwoning ‘Zorgvrij’ werd gebouwd door Rotterdammers. Het is zonder twijfel het zelfde huis. Het werd in 2011 afgebroken en nu staat er op dezelfde locatie, Lageweg 36, een andere woning.

Op het strand van Westenschouwen

Aan Westenschouwen heb ik vooral goede herinneringen. Het huis was niet ver van het strand waar wij de nodige zandkastelen gebouwd hebben. Ook speelden we wel in de bunkers, die door de Duitsers op het strand niet eens zo lang geleden waren achtergelaten, zie de foto hier beneden.

Maar het huis zelf was ook fantastisch. In de totaal verwilderde tuin, dichtgegroeid met akkerwinde en brandnetels, kon je echte oerwoudexpedities houden.

Bij ons huis ‘Sorrefrij’

In het huis stond een ouderwetse met leer beklede rolstoel. August, Huibert en ik speelden graag uren met dat ding. De rolstoel was heel wendbaar. We hadden zelfs een speciale baan door de kamer gemaakt en hielden daar wedstrijden. Huibert en ik wilden vaak niet eens mee naar het strand. We reden liever met de rolstoel door de tuin en door het huis.

We schijnen een keer met de fiets naar Haamstede te zijn gereden om naar de zweefvliegtuigen te gaan kijken. Het vliegveld bevindt zich ook nu nog vlakbij de vuurtoren in Nieuw Haamstede. Dat is de reden dat de vuurtoren zo opvallend geschilderd is: de toren moest beter zichtbaar zijn voor de vliegtuigen. De oorspronkelijk grijze vuurtoren  werd in 1953 van de rode spiraal voorzien, die ook jarenlang (in de verkeerde kleur!) op onze  f250-biljetten te zien was. Zie ook mijn volgend blog.

Het vliegveld Haamstede

In 1958 was de vliegclub daar nog maar net van start gegaan. Op de vergadering van 12 juni 1956 van de Vereniging Zeeuwse Aero Club in Hotel Haamstede, bijgewoond door de burgemeester, werd besloten het vliegveld weer in gebruik te nemen. De eerste vluchten vonden plaats op 30 juni in 1 juli van dat jaar. Vanaf dat moment bleef het een veld uitsluitend voor zweefvliegen. Dat was wel eens anders geweest. Vanaf 1930 werden door de KLM lijnvluchten gevlogen naar het Rotterdamse vliegveld Waalhaven. De Tweede Wereldoorlog maakte hier een eind aan. Op 13 mei 1940 verlieten de Nederlanders het vliegveld na de banen onklaar gemaakt te hebben. De Duitsers herstelde ze weer en gebruikten het vliegveld voor hun Messerschmidt-toestellen. Eind 1943 gingen gingen ook de Duitsers weg, na het terrein onbruikbaar gemaakt te hebben. Pas tijdens de watersnoodramp in 1953 werd het weer door Nederland gebruikt. Een paar jaar later vond de bovengenoemde vergadering plaats. En in 1958 stonden wij naar de vliegtuigjes te kijken.

bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegveld_Haamstede

We zullen zeker ook door de duinen hebben gewandeld. Ik weet het niet. Wat ik in ieder geval erg leuk vond, waren de zeeanemonen  die onderaan de Oosterscheldedijk te vinden waren. Ik dacht ze nog mee naar huis te kunnen nemen in een potje met wat zout water. Dat is natuurlijk niet gelukt en ik heb de stinkende inhoud thuis weg moeten gooien.

Op één middag was het feest in het dorp. De  harmonie (ik neem aan ‘De Witte van Haamstede’) liep door het dorp. Veel kinderen liepen met de muziek mee en zongen uit volle borst iets als “taradie-boemtiee”. Het was waarschijnlijk een van de zeldzame feestelijkheden in dit saaie Zeeuwse dorp.

Opnieuw naar Westenschouwen

In 1959 huurden mijn ouders een groot huis aan de vuurtorenweg op Texel (meer hierover op deze pagina). Dat was de laatste vakantie waar mijn vader aan deelnam. In 1960 had mijn moeder weer een vakantie in Westenschouwen georganiseerd. We hadden een klein huisje bij een boerderij, waar wij van een hooizolder naar beneden konden springen.

Prentbriefkaart uit de jaren zestig

Natuurlijk hebben wij ook die vakantie in de duinen gewandeld. Of het díe vakantie was, weet ik niet, maar ik herinner mij een wandeltocht over verboden paden door de zilvermeeuwenkolonie bij Haamstede. Daar hield mijn moeder van: door voor het publiek afgesloten terreinen wandelen. Ze zei dan zoiets als: “Die bordjes zijn er alleen voor de gewone mensen, maar gelden niet voor ons.” Gewone mensen zijn we nooit geworden.

De reis naar Westenschouwen zal nog steeds lang geduurd hebben, want op de brug over het Haringvliet moesten we nog vier jaar wachten.

Snel even met de auto naar Schouwen

Jaren ben ik daarna niet meer in Westenschouwen geweest. Voor het eerst gingen Petra en ik bijna 51 jaar na mijn vorige bezoek, in maart 2011, naar Schouwen, naar het eenvoudige hotel ‘de Torenhoeve’ onder de vuurtoren in Nieuw Haamstede.   In december 2012 huurden we een mooi huisje in Westenschouwen.  Toen we In maart 2017 op Goeree verbleven, zijn we ook nog op Schouwen gaan wandelen.  Nog twee keer verbleven wij in ‘de Torenhoeve’: in 2015 en onlangs nog in oktober 2021. Het is een aantrekkelijke bestemming die we binnen anderhalf uur rijden kunnen bereiken. Er is wel iets veranderd sinds 1958.

 

P.S.

Mijn herinneringen van 63 (!) jaar geleden zijn niet zo betrouwbaar meer. Ik heb ze hier en daar aangevuld met herinneringen van Hanneke, August en Huibert. Het kan zijn dat mijn herinneringen van boot- en bustocht van 1960 waren en niet van 1958. Maar wat doet dat ertoe?

R.

——-

Internetverwijzingen

Veerdiensten vanaf Numansdorp https://www.wikiwand.com/nl/Numansdorp

Informatie over de Minister C. Lely, bijv. https://www.binnenvaart.eu/veerpont/36860-minister-c-lely.html

Over de tramlijn naar Numansdorp https://nl.wikipedia.org/wiki/Tramlijn_Rotterdam_-_Zuid-Beijerland

Over de tramlijn over Schouwen-Duiveland https://nl.wikipedia.org/wiki/Tramlijn_Zijpe_-_Burgh

De geschiedenis van Westenschouwen, hfst. 7: Zomerhuizen 1918-1943. https://westenschouwen.jimdofree.com/ 
Een citaat: “In het jaar 1919 kwam in Westenschouwen op initiatief van twee Rotterdammers een nieuw zomerhuis tot stand. In mei van dat jaar verkreeg men vergunning om een zomerwoning te bouwen. Dit was het huis “Zorgvrij”, later in 1924 bewoond door fam. De Raaff toen “Scouden” geheten, gelegen aan de Lageweg 36 naast de weide van de Meypacht. Het werd in 2011 afgebroken en onlangs vervangen door een nieuw zomerhuis in een heel andere bouwstijl.”

In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 8 maart 1920 vond ik de volgende advertentie (in Krantenbank Zeeland).

Dat de geïnteresseerden contact op moesten nemen met een Rotterdams adres klopt met bovenstaand citaat.

Een jaar hiervoor (4 juli 1919) vermeldde dezelfde krant dat het huis volgens een heel nieuwe methode – met het gebruik van betonplaten – “als een paddestoel uit den grond was verrezen” (hierop attent gemaakt door Corneel, de auteur van de Westenschouwense geschiedenis-website).
De naam van het huis stond er toen nog niet bij.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *