Een jaartje wel …

Corona

We leven al een jaar met Corona. Er is al veel over geschreven, over geklaagd, over gefilosofeerd, onzinnige betogen over geschreven, oppervlakkige diepzinnigheden te berde gebracht, gelogen en nodeloos interessant gedaan. Ik doe er maar niet aan mee.

CVA

Ook precies een jaar geleden, tijdens een korte wandeling naar de Albert Heijn in Warmond, deden mijn benen niet meer wat ik wilde en had ik moeite op het wandelpad te blijven. Toen ik ook niet meer goed kon typen, heb ik mij laten onderzoeken in het ziekenhuis. Ik kwam daar met een doos pillen en de diagnose CVA – in de volksmond een attaque – vandaan. Ik had pech gehad met die CVA en ongelooflijk geluk dat hij zo licht was. De problemen vielen mee. Ik kon een tijd niet meer autorijden en de strijkstok van mijn viool deed niet meer echt wat ik wilde.

Muziekles als fysiotherapie

Ook zonder die CVA was het een bijzonder jaar geworden, maar deze gebeurtenis versnelde het een en ander. Na mijn CVA besloot ik in plaats van fysiotherapie heel intensief vioolles te nemen. Ik was al spontaan begonnen de oude Ševčík-oefeningen voor streek en streekindeling uit de kast te halen. Via skype ging het verder met wekelijkse vioollessen van Mimi Mitchell. Voorlopig speelde de linkerhand daarbij geen rol van betekenis. Tenslotte deden wij zoveel aan elementaire strijkstokbeheersing dat mijn streek tenslotte beter werd dan voor de schade aan mijn hersenen. Veel meer dan een half uur les ging eigenlijk niet. Ik kon alles vrij goed, maar ik werd er doodmoe van, waarschijnlijk omdat ik met grote voortvarendheid nieuwe hersenverbindingen aan het leggen was.

Telemann, fantasia no. 3 in f-klein

Hobby-tijd

Zo werd voor mij de Coronatijd tegelijkertijd een periode van herstel en van omschakeling naar een nieuw leven. Ik had een tijd lang de energie niet om veel te werken. Bovendien leverde Corona steeds meer beperkingen op voor bijeenkomsten en reizen. Ik werd met grote kracht het gepensioneerdenbestaan in gezogen en ik bood, eigenlijk tot mijn eigen verbazing, weinig weerstand.

Mijn leven ging steeds meer uit vrije tijd bestaan, gevuld met een redelijk aantal tijdrovende hobby’s. In de eerste plaats was en is dat muziek. De Skype-vioollessen werden gelukkig weer echte vioollessen. Elke week rijd ik voor vioolles naar Amsterdam op een neer. Ik geniet met volle teugen van fantasieën van Telemann voor viool-solo zonder bas. Hier en daar bijna onspeelbaar moeilijk, maar ongelooflijk mooi. Elke keer als ik een stapje verder kom, voelt het als een overwinning.

Natuur en fotografie

Mijn internationale fietstochten zijn, vooral ook door Corona, in de wacht gezet. Er staat zeker nog een derde fietstocht in Polen op het programma. Ik studeer elke dag via twee apps de Poolse taal en lees Harry Potter in het Pools. Het blijft een onmogelijk moeilijke taal, maar heel goed als je je hersencellen niet wil laten afsterven.

Naast muziek en taal is er nog de veldbiologie. Helaas gaan de excursies van de vogelwerkgroep van de KNNV Leiden al een tijd niet door en beperken zich de excursies tot af en toe met z’n tweeën ijsvogels gaan kijken en ook heel vaak alleen naar de vele gebiedjes in de omgeving. Dat is heel goed te combineren met fotograferen, hobby nummer vier. Mijn kasten puilen uit van gewone objectieven, macro-, tele- en groothoekobjectiven, statieven, crop- en full-frame- camera’s en mijn harde schijf staat vol met tienduizenden foto’s. Af en toe lukt er wel eens één.

Uit de hand gelopen hobby

Tja, wat moeten we zeggen over dit jaar? Natuurlijk heb ik (net zoals bijna ieder ander) veel gemist, maar daar ga ik niet te veel over klagen. Ik ga ook niet beweren dat ik er veel aan gehad heb of veel van geleerd. Veel mensen schijnen er behoefte aan te hebben alle ellende die hun overkomt zin te geven. Ik niet: shit is en blijft shit. Als er straks weer iets meer kan, zal ik vooral blij zijn weer te kunnen reizen en zwerven door rare landen. Het werk mis ik, afgezien van reizen naar interessante plekken en ontmoetingen met bijzondere mensen, helemaal niet. Dat is voorbij.

 

____

Aalscholvers fotograferen

De dirigent van het Joppe

Aalscholvers op Koudenhoorn

Niet ver van de ingang naar het stiltegebied op Koudenhoorn zitten er altijd een aantal aalscholvers op palen en op boeien, die daar een drijvende afzetting op het water van het Joppe vormen. De aalscholver is een merkwaardige vogel, die, nadat hij achter de vissen aan is gedoken, zijn vleugels moet laten drogen. Dat levert fotogenieke plaatjes op. De onderstaande foto uit 2020 vond ik erg geslaagd.

De dirigent van het Joppe (dank aan Renée voor deze naam)

Spelen met compositie

Ik ben de laatste tijd heel bewust bezig met compositie van foto’s: met verschillende beeldverhoudingen, kleuren, lijnen en figuren. Ik ben maar weer eens naar de aalscholverplek gegaan om met verschillende mogelijkheden te spelen, want ik had het gevoel dat er meer te doen was met deze drie elementen: aalscholver(s), boei(en) en paal/palen.  Hierbij (voor wie het leuk vindt) een verslagje van het spelen en een paar resultaten.

Met de rug naar elkaar

Ik begon maar eens mer foto’s van twee aalscholvers. Mijn eerste idee was dat ik extra spanning aan het beeld te kunnen geven door ze naar buiten te laten kijken, zoals op de volgende prent. Je kunt er van alles bij denken, bijvoorbeeld aan een echtelijke ruzie. Maar je kunt je ook afvragen wat zij buiten het beeld voor interessants zien.

Huwelijksproblemen?

Heel anders wordt het als je er één uit het beeld laat zwemmen en de andere in het midden op de paal zet. Er ontstaat een leuk beeld, waarin de zwemmer links in evenwicht wordt gehouden door de boei rechts.

Evenwichtig plaatje
Vogels kijken dezelfde kant op

Nog heel anders wordt het als je ze in dezelfde richting te laat kijken. Dit soort fotografie lijkt op fotograferen van mensen in de studio, met het verschil dat je gewoon moet wachten totdat ze de kant op kijken die jij in gedachte had. In de volgende foto is dat het geval. De rechter boei heb ik in eerste instantie leeg gelaten, zoals in de vorige foto. Omdat er een vrij zware  vogel op de linkerboei zit, is het evenwicht een beetje zoek. Erg?

De derde vogel schittert door afwezigheid

Ik heb maar eens geprobeerd de rechter boei te verwijderen, zoals hieronder. Ik vindt dat geen verbetering, want in bovenstaande foto is de rechter boei juist zo interessant omdat er géén vogel op zit. Als er wel een op had gezeten, had hij ook naar links gekeken. Een busje met drie zitplaatsen, lege achterbank. Onderstaande foto vind ik daarom minder.

Evenwichtig. Te saai?

De volgende foto – ook met twee vogels – vind ik veel beter, omdat er iets gebeurt. De paalzitter (nu links) is met zijn vleugels aan het wapperen en steekt zijn kop de lucht, terwijl het rechter exemplaar rustig met wat verenonderhoud bezig is.

Onrust en rust
Eén of twee vogels?

Maar, dacht ik, misschien is de linker vogel interessant genoeg en wordt de foto sterker met één vogel minder.  Ik maakte een verticale uitsnede (in een 3:2 verhouding, om het verticale element te benadrukken) en je krijgt een dramatischer beeld van die ene vogel. Ik vind beide foto’s goed, maar wel heel anders.

De wapperende vogel staat centraal. Niets anders.

En zo kan je uren doorgaan met experimenteren. Ik vind dat leuk.

Alle foto's maakte ik met een Nikon D7100 en een Tamron 150-600 mm lens. Croppen en kleurcorrectie met Adobe Lightroom.

 

Vogels op de foto

Toen ik laatst met enige trots mijn foto van een sneeuwgors aan Petra liet zien, vroeg ze of ik dat grijsbruine musje bedoelde. Zij vond het niet interessant. En daar had ze gelijk in. Een saai plaatje met wat bruine, grijze en witte tinten. Wel een leuk kopje. Maar zoveel leuker dan een huismus?

Sneeuwgors in Poelgeest (© Reinier de Man)

Natuurlijk wordt het beestje wel interessant als je weet dat het misschien helemaal uit IJsland hierheen is gevlogen en nu zaadjes zoekt op een wandelpaadje in de randstad. Maar dat maakt het nog geen mooie foto. Ja de foto is scherp en het beestje staat er goed op, maar het is geen mooie foto.

Vogelaars zijn eigenlijk gewoon verzamelaars. Vogelen is iets gezonder dan postzegels verzamelen maar in principe hetzelfde. Een postzegelverzamelaar verlangt ernaar die ene zeldzame postzegel van 1½ cent uit 1890 in zijn bezit te krijgen. Vogelaars denken iets groots verricht te hebben als ze een bijzondere jager-soort bij de vuurtoren van Texel hebben zien vliegen. Je kan zo’n waarneming gewoon op een lijst aantekenen, maar nog mooier is een foto. Bij een willekeurige vogelhut klink het geratel van de Nikons en de Canons en daartussendoor het oeh en aah van de vogelfotografen en af en toe: “Nu heb ik hem mooi!” of “Shit, mijn sluitertijd stond te lang en nu is-ie toch niet helemaal scherp!”.

Ik ken vogelfotografen die heel mooie en zelfs adembenemende kunstzinnige vogelprenten maken, met wonderlijke kleurpatronen en een prachtige weergave van beweging. Maar veel foto’s die ik voorbij zie komen, zijn net zo oninteressant als de postzegelalbums. De vogels staan er op en soms zijn het heel zeldzame exemplaren.

Voor een fotograaf doet de zeldzaamheid van het beestje (of het plantje) er absoluut niets toe, eigenlijk ook niet of het “mooi” is. Als een vogel mooi is, is dat hooguit de verdienste van de “Schepper”, als er zo iemand mocht bestaan. Maar of een foto mooi is, dat hangt van zijn schepper af en die bestaat zeker: de fotograaf.

De dirigent van het Joppe (© Reinier de Man)

Bekijk zelf maar wat je hier van vindt. Ik fotografeerde een aalscholver  aan het “Joppe”, een diepe waterplas hier vlakbij. Hij zit op een paaltje tussen twee drijvende boeien die het zwemgedeelte daar afgrenzen. De aalscholver is niets bijzonders. Er vliegen hier honderden. De boeien zijn van goedkoop plastic gemaakt. Maar is het een mooie foto? Ik vind van wel. Een kennis van mij leverde mij een mooie titel: “de dirigent van het Joppe”.

Fantastische vogelfoto’s vind je op de site van Adri de Groot.

In een eerdere blog schreef ik over mijn belevenissen in een vogelhut met vogelfotografen.

____