Schaap en vogel

Het is heel moeilijk een interessante vogelfoto te maken (Zie ook deze blog). Toch lukt het me af en toe om er iets leuks van te maken, bijvoorbeeld vogels in combinatie met schapen.

De gele kwikstaart hierboven beschouw ik als één van mijn beste vogelfoto’s. Ook leuk zijn de eksters die op schapen gaan zitten of de reigers die tussen de schapen staan. Het leuke van de relatie vogel-schaap is dat er geen enkel echt direct contact bestaat afgezien van de interesse van vogels in de vliegen op schapenstront of in restjes van schapenvoer.

Het totale wederzijdse desinteresse is goed te zien in de twee onderstaande foto’s van reiger en schaap.

 

 

 

Michael Freeman over fotografie

Vijf boeken lezen

Niet iedereen zou het zo doen, maar in de kerstvakantie las ik achter elkaar vijf (!) prachtige boeken van Michael Freeman over fotografie. Zelf heeft hij als fotograaf van vooraanstaande tijdschriften zoals Time-Life prachtige foto’s voor zijn indrukwekkende reisverslagen gemaakt. Hij kan niet alleen goed fotograferen, maar ook duidelijk maken waarop hij let en welke keuzes hij maakt.

The Photographer’s Eye

Lang vóór deze vakantie las ik al The Photographer’s Eye. De titel benadrukt nog eens dat het om het oog van de fotograaf gaat en niet om mooie camera’s of gadgets. Dit boek behandelt basale zaken als frame-verhoudingen, elementaire opbouw van het beeld uit de samenstellende elementen, plaatsing van het onderwerp, het gebruik van rechte en kromme lijnen en het gebruik van licht en kleur.

Na het behandelen van al deze relatief technische zaken gaat hij in het vijfde hoofdstuk (‘Intent’) op de belangrijke vraag in wat je nu eigenlijk met een foto wilt laten zien en onderscheidt daarbij een aantal uiteenlopende stijlen, waarbij hij nog eens benadrukt dat je van alle door fotografen gebruikte ‘regels’, bijvoorbeeld voor de geometrie van een compositie of de combinatie van kleuren, kunt afwijken als je daar de gewenste resultaten mee behaalt.

Alle in dit boek genoemde thema’s komen in zijn andere boeken weer ter sprake.

Capturing Light

Ik was blij dat ik een mooie tweedehands kopie van het boek Capturing Light op de kop kon tikken. Veel van wat hij daar schrijft was voor mij een eye-opener of een bevestiging van wat ik al vaag aanvoelde maar niet duidelijk kon formuleren. Veel (amateur-)fotografen zijn ervan overtuigd dat je het beste vooral bij laag licht niet te lang voor zonsondergang en niet te lang na zonsopgang kunt fotograferen en dat de zon wel moet schijnen. Het ‘golden hour’ is het eldorado voor de fotograaf. Veel minder geschikt voor de fotografie lijken de volgende situaties: een felle zon hoog in de blauwe lucht, grijs weer en regen. Freeman laat zien dat zulke weertypes misschien wel moeilijker zijn maar toch erg veel mogelijkheden bieden. De hoofdstukken dark grey light, wet grey light en hard light bevatten de mooiste foto’s. Veel aandacht besteedt hij aan licht dat de structuur van oppervlakken zichtbaar maakt (raking light). Natuurlijk komen reflecties en schaduwen aan bod en nog veel meer. Een prachtig inspirerend boek.

Light & Shadow – Color & Tone – Black & White

Licht en schaduw

Onlangs ontdekte ik dat veel van zijn boeken nu voor een schijntje als kindle-uitgave verkrijgbaar zijn, niet zo mooi als de gedrukte uitgaven maar goed te lezen op een kleurenscherm van PC en tablet. De boeken over licht en schaduw en over kleur en toon zijn een welkome verdieping van wat hij al in het eerste en tweede boek iets minder uitvoerig heeft behandeld.

In het boek over licht en schaduw gaat hij uitgebreid op de verschillende gradaties van schaduw in. Hij geeft een verdere uitwerking van het oorspronkelijke voor de zwart-witfotografie rond 1940 door Ansel Adams ontwikkelde systeem van 10 zones. Hij onderscheidt 10 soorten schaduw. Na behandeling van allerlei soorten belichting onderscheidt hij een zevental stijlen. Het leuke is dat hij, anders dan de meeste auteurs over fotografie, regelmatig refereert aan stijlen in de schilderkunst. Zo noemt hij de stijl met een zwarte achtergrond en grote contrasten de Caravaggio-stijl.

Dit boek bevat weer goede argumenten om de camera of Lightroom niet te veel te laten beslissen. Bij automatische instellingen is in regel de gemiddelde belichting alle foto’s een gemiddelde toon (mid-tone), terwijl veel foto’s gemiddeld juist witter of zwarter zouden moeten zijn. Ook leiden die instellingen vaak tot het automatisch oplichten van schaduwen waar dat niets positiefs aan de foto bijdraagt. Als ik vanuit een donkere tunnel fotografeer, dan moet die pikzwart zijn, liever zonder details in het zwart zichtbaar gemaakt. Zo ook met hooglichten: als door een raam fel licht schijnt, dan hoef ik de hooglichten niet zo sterk te reduceren dat ik de bomen achter het raam zie, als ik alleen het licht wil laten zien. Ook automatisch herstel van uitgeknipte hooglichten en schaduwen is niet wat we altijd willen. Maximaal behoud van informatie levert niet altijd de beste foto op.

Kleur en toon

Het boek over kleur en toon benadrukt dat kleuren geen fysische grootheid zijn maar constructies van onze hersenen. Het boek bevat veel informatie die ik zelf de laatste jaren heb verzameld (bijvoorbeeld in het hoofdstuk Color Science) en veel kennis die ook in andere boeken te vinden is, bijvoorbeeld over kleurcontrasten of het gebruik van verwante kleuren. Hij gaat daarbij wel verder dan de meeste anderen. In het hoofdstuk Tangential Pairs gaat hij in op het gebruik van kleurencombinaties die niet tegenover elkaar en ook niet naast elkaar in het kleurenwiel liggen: tamelijk gewaagde combinaties, zoals ook de vierkleurencombinaties die hij behandelt (‘tetraden’).

Zwartwit

Door het boek over zwart-witfotografie heb ik, merkwaardig genoeg, vooral veel over kleuren geleerd. Omdat kleuren als element van de compositie wegvallen, moeten we in een zwart-witfoto de kleurcontrasten vervangen door iets anders. Fysisch even lichte kleuren nemen onze hersenen niet even licht waar: geel lijkt lichter dan paars maar is het niet. In de klassieke zwartwitfotografie kunnen we kleurverschillen met kleurfilters benadrukken. In de digitale zwartwitfotografie kan dat nog veel handiger: de omzetting naar zwart-wit gebeurt nu niet in de camera maar doen we in Lightroom of andere software.  Hierover bevat het boek heel nuttige informatie.

Composition, The Photographer’s Mind

Het boek over compositie bevat veel nuttige informatie over zaken die ook al in de eerste twee boeken aan de orde kwamen

Het is voor een masterclass geschreven en bevat daarom nuttige challenges met voorbeelden van hoe zijn leerlingen die hebben ingevuld.

Het laatste boek in mijn leeslijst is eigenlijk een logische voortzetting van het eerste boek en werd ook in hetzelfde jaar geschreven: the photographer’s mind. Zoals het eerste boek benadrukt dat het in de eerste plaats om het oog van de fotograaf gaat en niet om zijn mooie dure camera, laat Freeman hier zien dat ook het oog nog niet voldoende is. Een goede foto ontstaat in het voorstellingsvermogen (in de ‘mind‘)  van de fotograaf. Nog voor hij afdrukt, ontstaat er in zijn hersenen een beeld van wat hij op de foto wil zien.

Dit boek gaat heel expliciet in op verschillende stijlen. Het eerste hoofdstuk heet hier weer Intent. Wat wil je laten zien, is de belangrijke vraag hier. Dan vraagt Freeman zich in het hoofdstuk Looking Good af, wat is eigenlijk mooi? En moet een foto mooi zijn? Daarbij gaat hij in op wat mensen (in verschillende culturen) mooi vinden en op de klassieke en romantische tradities in de schilderkunst die nog steeds een grote invloed op schoonheidsidealen in de fotografie hebben. Hij bespreekt de traditie van de landschapsschilders in de 18e en de 19e eeuw en laat bijvoorbeeld de technieken zien die toen ontwikkeld werden om het oog vanaf een donkere voorgrond naar details in lichtere gedeelten op de achtergrond te leiden.

Crossing the Brook 1815 Turner http://www.tate.org.uk/art/work/N00497

Hij noemt dit ‘separating the planes by lighting and composition’ en illustreert dit aan de hand van een schilderij van Turner uit 1815. Veel landschapsfotografen bouwen nog direct op deze negentiende-eeuwse traditie voort.

Vervolgens laat hij de ‘schoonheid’ van verwoeste landschappen, ruïnes en sloperijen de revue passeren om te besluiten met schokkende foto’s van honderden schedels van de slachtoffers van de genocide in Cambodia.

Dan vraagt hij zich af wat we met clichés moeten doen, het feit dat iedereen dezelfde foto op dezelfde plek wil maken en de alternatieven daarvoor. Dan gaat hij, uitgebreider dan in het eerste boek, op heel verschillend stijlen in. Onder meer bespreekt hij klassiek evenwicht (classical balance, bouwende op de idealen van de klassieke schilderkunst), rustige stijl (quiet style), minimalisme (minimalism), dramatische stijl (dramatic style) en ontworpen wanorde (engineered disorder) in. Zie het boek voor meer informatie en prachtige foto’s.

En wat heb ik er aan?

Door die boeken te lezen, ben ik niet meteen een topfotograaf geworden. Wel heb ik er wat van geleerd en ben op bepaalde zaken gaan letten waarvan ik me eerder niet zo bewust was. Het is net zoiets als het leren van een muziekinstrument. Ik zal nooit zo goed leren spelen als een topviolist, maar door goed naar goede violisten te luisteren en te kijken (en dan veel te oefenen!), leer ik er nog steeds  iets bij. Elke kleine verbetering is het resultaat van heel hard werken. Dat geldt precies zo voor fotografie. Fantastische foto’s zijn in de regel niet het resultaat van een puur geluk, inspiratie of alleen maar aanleg.

De boeken die ik gelezen heb

1. The Photographer’s Eye, oorspronkelijk 2007 (op papier)
2. Capturing Light – the heart of photography, 2013 (op papier)
3. Michael Freeman’s Photo School: Composition, oorspronkelijk 2012 (kindle)
4. Michael Freeman on Light & Shadow, the ultimate photography masterclass, Ilex 2022 (kindle)
5. Michael Freeman on: Color & Tone – the ultimate photography masterclass, Ilex 2023 (kindle)
6. Black & White Photography, Ilex 2017 (kindle)
7. The Photographer’s Mind – creative thinking for better photos, oorspronkelijk Ilex 2007 (kindle)

 

Aanvullingen 17, 23 januari, 13 februari 2024: boek 8, 9, 10 en 11
The Photographer’s Vision

Na de kerstvakantie las ik nog een boek van Michael Freeman:
The Photographer’s Vision – Understanding and appreciating great photography, oorspronkelijk 2011 (kindle-versie)

Dit boek geeft een goed inzicht in de ontwikkeling van de fotografie, vooral in de twintigste eeuw. Het laat vooral zien hoe fotografie het werk is van fotografen die hun geld moeten verdienen in bepaalde markten voor bepaalde toepassingen. Maar een heel klein segment van de fotografie is fotografie als kunstvorm. Fotografen verdienen hun geld met het maken van portretten, het fotograferen van mode of culinaire thema’s en natuurlijk met reportages over verre landen of oorlogen. Hij laat zien hoe die relatie tussen fotograaf en opdrachtgever niet alleen tussen deze sectoren verschilt maar ook sterk verandert in de tijd. Zeker in de tijd dat kleurentelevisie nog niet bestond of onbetaalbaar duur was, zorgden bladen als Time-Life of Paris Match voor prachtige (of verschrikkelijke) reportages in kleur die je via andere media niet kon zien. De belangrijkste soorten fotografie passeren de revue: landschap, architectuur, portret, journalistiek, natuur, sport, stilleven en mode. Hij behandelt de historische ontwikkeling van de verschillende stijlen in samenhang met de voorkeuren  van de verschillende markten voor foto’s. Hij laat heel indrukwekkende foto’s zien in heel uiteenlopende stijlen.

Het is daarmee ook een boek over de grote veranderingen in de samenleving. Boeiend en aangrijpend zijn de verhalen over fotoreportages op D-day in de Tweede Wereldoorlog en  tijdens gevechten in de Vietnam-oorlog. In het laatste deel van het boek gaat hij in op de vaardigheden van de fotograaf en op compositiestijlen. Ook laat hij zien hoe nog lang voor de uitvinding van Photoshop foto’s vervalst werden: hoe beelden van veldslagen in scène werden gezet, natuurfoto’s in dierentuinen werden gemaakt en hoe afdrukken van handig gecombineerde negatieven werden gemaakt. Het boek is te oud om aandacht te besteden aan AI, maar dat is een voortzetting van een al lange geschiedenis. In de literatuurlijst achterin het boek staan veel boeken die ik nog wel eens in zou willen kijken.

Perfect Exposure

Ook nog maar even het al wat oudere boek Perfect Exposure (2015) voor bijna geen geld gedownload van Amazon. Helaas wel in een heel onhandig niet goed doorzoekbaar digitaal formaat. Het belangrijkste begrip van het boek is key tones: de tinten van de belangrijkste gedeelten van de foto. De belichting moet zo worden gekozen dat deze tinten in orde zijn, in de regel niet te donker en niet te licht. Vaak voldoet een gemiddelde (50%) of, afhankelijk van  het onderwerp, juist iets lichter of donkerder. De kunst is deze key tones goed te hebben zonder dat daardoor hooglichten of schaduwen uitgeknipt worden. Ik leer veel van de voorbeeldfoto’s en de case-studies in het boek. De verhandelingen over het dynamisch bereik van de sensor en de verschillende situaties wanneer het bereik van het beeld kleiner of groter is dan dat van de sensor had ik wel een paar jaar eerder willen lezen, want ik heb al die kennis nu zelf uit verschillende bronnen verzameld. Een belangrijke boodschap van dit boek is dat het belang van een goede belichting tijdens de opname niet mag worden onderschat. Natuurlijk kan er nog veel gecorrigeerd worden in Lightroom, maar een goed begin is ook hier het halve werk. Nog een belangrijke boodschap (niet echt nieuw voor mij, maar wel belangrijk) is dat we niet blindelings moeten vertrouwen op automatische instellingen van camera en software. Ze dwingen ons soms tot gemiddelde instellingen waar we die niet willen.

Get the Photos others Can’t

Dit boek uit 2020 (nu goedkoop op Kindle) is weer een heel ander boek. Het gaat minder over de technische details van het fotograferen en meer over je gedrag als fotograaf, bijvoorbeeld als straatfotograaf. Hoe ga je om met de mensen die je op de foto wilt hebben? Hoe zorg je ervoor dat mensen je niet zien of hoe je relaties ontwikkelt met je ‘slachtoffers’. Ook leuk ideeën over de ontwikkeling van een eigen stijl. Een heel praktisch boek, maar je hebt er weinig aan als je niet al kunt fotograferen. Hij benadert het vak ‘fotograferen’ als een serieuze activiteit waarvoor veel training en geduld nodig is. Een titel van een van de hoofdstukken geeft zijn houding goed weer: “Inspiration is for amateurs.” Een fotograaf moet zoals elke artiest het vak beheersen, niet van toevallige inspiratie afhankelijk zijn.

Fifty Paths to Creative Photography

Hiervoor geldt nog sterker dan voor het vorige boek dat je wel moet kunnen fotograferen voordat je er iets aan hebt. Het boek, oorspronkelijk uit 2016, is als een Kindle-uitgave te lezen, alleen in een niet echt voor dat medium geschikt formaat. Het bevat een schat aan ideeën over hoe je je eigen creatieve stijlen kunt ontwikkelen, natuurlijk geïllustreerd met veel foto’s, gedeeltelijk zijn eigen foto’s en gedeeltelijk foto’s van andere fotografen. Hoe kan je onderwerpen verzinnen die niet al honderd maal door anderen geprobeerd zijn? Hoe kan je je wel door bestaande fotografen laten inspireren? Hoe maak je gebruik van humor, van onverwachte of absurde combinaties. Hoe bouw je verrassingen of raadsels in de foto? Hoe maak je licht of kleur het onderwerp van de foto? En nog veel meer.  Hij laat vooral ook zien hoe je tegen bekrompen regeltjes (‘rule of thirds’, conventionele kleuren, omgang met extreem licht, etc.) kunt ingaan. Tenslotte geeft hij tips voor het ontwikkelen van een eigen stijl. Meerdere malen benadrukt hij dat je, voor het wiel zelf uit te vinden, goed op de hoogte moet zijn over wat anderen vóór jou al bereikt hebben.  De honderden goede ideeën kan ik niet snel onthouden. Ik zou verschillende hoofdstukken nog eens moeten lezen en in de praktijk uit moeten testen.

 

 

______

 

 

 

_____

Het fotojaar 2023

13000 foto’s

Vorig jaar schreef ik een soort jaarverslag van mijn beste foto’s van 2022 en ik vroeg me toen af wat ik geleerd had van de meer dan 12000 foto’s op mijn spiegelreflexen. Dit jaar heb ik bijna het zelfde aantal foto’s gemaakt en er zijn best een paar van gelukt.

Landschappen, libellen en meer

Vorig jaar concludeerde ik dat mijn meeste vogelfoto’s niet echt interessant waren. Die conclusie kan ik dit jaar herhalen. Vogelfotografie is niet een tak van sport waar ik aan verslaafd raak. Ik heb dit jaar dan ook geen enkele interessante vogelfoto gemaakt. Ik ben veel meer geïnteresseerd in de moeilijke kunst van landschapsfotografie en daarnaast houden hebben vooral libellen en paddenstoelen mij beziggehouden. Compleet nieuwe dingen heb ik dit jaar niet geleerd, maar ik ben wel steeds betere (en preciezere) foto’s gaan maken met meer oog voor compositie. Ik heb mij vooral bezig gehouden met perspectief (en daarbij de keuze van de juiste brandpuntsafstand), kleur en met de keuze van de juiste achtergrond.

Stadsfotografie

Ik ben daar jammer genoeg niet vaak aan toe gekomen. Leuke foto’s maakte ik in het begin van het jaar  in Rotterdam. De fotogenieke Erasmusbrug doet het vaak het best in zwart-wit. In de andere foto is het contrast tussen oude pakhuizen op de voorgrond en moderne architectuur op de mistige achtergrond ook een contrast tussen kleur en (bijna) zwart-wit.

Landschappen

De landschappen die we dit jaar tijdens onze vakantie in Denemarken zagen, waren niet spectaculair, maar leverden toch en paar mooie plaatjes op. Hierboven een beeld van de rust bij onze saaie verblijfplaats.

Spectaculairder waren de beelden aan het strand en in de duinen van Schouwen. Prachtig woest herfstweer in november. Hieronder twee plaatjes.

Molens

Ik laat hier twee van mijn molenfoto’s zien. De rechterfoto is best mooi, maar ook een tikkeltje stereotiep. Dit is het soort plaatjes dat mensen mooi vinden, maar ik weet niet zeker of ik het mooi vind.

Bomen

Ook dit jaar ging mijn belangstelling vooral naar bossen en bomen uit.  Mijn foto’s onder mistige omstandigheden werden vaak best wel mooi, maar nog niet perfect. Ik heb veel geëxperimenteerd met fotograferen vanuit het donker naar het licht, soms direct tegen de zon in. Hier een paar voorbeelden. De foto van de zonnestralen door de bomen bij Warmond is op de grens van kitsch, maar toch wel mooi.

Op de ochtend van 30 november bij Huys te Warmont

 

Herfstkleuren leveren altijd goede mogelijkheden op, maar het is niet eenvoudig daar iets van te maken. Hieronder een foto uit november.

Koudenhoorn op 22 november
Mist

Ik ben wat aan het spelen geweest met (extreme) mistfoto’s. Iets om eens op door te gaan. De volgende foto heeft een extreem histogram naar rechts, maar zonder uitgeknipte hooglichten.

Paddenstoelen

Bomenfotografie in het najaar is goed te combineren met paddenstoelen.

De paddenstoelen kwamen dit jaar wat laat op gang, pas vanaf de derde week van oktober met de gebruikelijke bloedsteelmycena’s, zwavelkoppen, amanieten en boleten. Het was regelmatig gaan regenen. Ik ontdekte hoe mooi verzadigd de kleuren zijn in de vochtige natuur. Dit jaar was een voortzetting van waar ik vorig jaar mee was begonnen: vooral opnames vanaf een laag standpunt bij weinig licht, dit jaar iets meer opnames van heel dichtbij.

Libellen

Ik was al langer bezig met libellen. Vanuit fotografisch oogpunt waren de foto’s niet bijzonder, ook al was het een hele kunst om ze vliegend voor de lens te krijgen. Dit jaar heb ik wel mooie libellenfoto’s gemaakt, niet alleen door betere scherpstelling en andere technische zaken, maar vooral door de bewustere keuze van achtergronden.

Patronen in de natuur

Twee foto’s geven een paar interessante details in de natuur weer. De waterdruppeltjes op het spinnenweb vormen bijna abstracte kunst. Ook de verzameling paddenstoelen vormt een mooi patroon. Eén paddenstoeltje lijkt zich uit de groep los te maken.

Wat nu?

Als ik weer eens naar mijn foto’s uit 2023 kijk, dan valt mij op dat de sterke punten vooral in de geometrische compositie (rechte en kromme lijnen, verbinding tussen onderwerpen, etc.) en in het gebruik van licht en kleuren liggen. In de meeste foto’s mis ik de verbinding met markante onderwerpen. Er schijnt wel een mooie lichtplek door de bladeren in het bos, maar in de lichtplek staat meestal niets bijzonders. Het onderwerp is dan het licht, terwijl dat licht juist gebruikt zou kunnen worden om de aandacht te richten op een bijzonder onderwerp. Dat kan een mens, een dier, een paddenstoel of iets  heel anders zijn. Het bootje in Denemarken is van een prachtige eenvoud, maar toch blijft zo’n foto wat kaal. In 2024 zal ik proberen de foto’s iets spannender te maken. In 2023 is het mij gelukt onnodige complexiteit uit te bannen. Die eenvoud is goed, maar er mag wel een verhaal in een foto zitten. Dat ga ik maar eens proberen.

_____

Herfstbeelden

Het was een beetje rare herfst. Eerst leek die helemaal niet op gang te komen met zomerse temperaturen aan het einde van september.

In de duinen bij den Haag op 30 september

In mijn verslag van een natuurexcursie op 30 september schreef ik :”We genoten van de mooie sfeer op deze zomeravond in de herfst.” In oktober was de zomer definitief voorbij en viel er zo veel regen dat ik vaak dagen lang bijna niet buiten kwam.

Oud Poelgeest – nog erg groen op 14 oktober

Maar als het kon, zocht ik ‘mijn’ gebiedjes zoals Huys te Warmont, het landgoed Oud Poelgeest, Koudenhoorn en de Strengen weer op. Naar de eerste twee gebieden ging ik vooral voor de paddenstoelen, maar begin oktober waren ze er nog nauwelijks. Het duurde tot eind oktober voordat de anders zo talrijke porseleinzwammen op de (half-)dode beukenstammen verschenen. In november kwamen er steeds meer paddenstoelen inclusief mooie rode vliegenzwammen en paarse amethistzwammen. Zie ook hier.

In november werden de herfstkleuren van de bomen steeds mooier totdat na een aantal stormen de bladeren vooral op de grond lagen.

Stiltegebied Koudenhoorn op 23 november

Een korte vakantie in Zeeland leverde door de donkere herfstluchten en woeste zee mooie plaatjes op.

Het duurde vrij lang voordat er weer eens mooie mist in de parken hing. Bij Huys te Warmont kon ik deze keer mooie foto’s maken van de zonnestralen die door de mist tussen de bomen schenen.

Huys te Warmont op 30 november

Landschapsfotografie – inspiratie door de schilderkunst?

Volgens het boekje

Landschapsfotografie is moeilijk, heel moeilijk. Natuurlijk is het best leuk om een berg met een rivier erlangs of een molen met een laan knotwilgen te fotograferen en daarboven al of niet dreigende luchten, maar het resultaat is vaak niet meer dan een stereotiep mooi plaatje. Aan veel boeken over landschapsfotografie heb ik niet zo veel. Het boek van Ross Hoddinott en Mark Bauer (2011) bijvoorbeeld bevat zeker nuttige informatie. Het begint met allerlei technische details over apparatuur, belichting, scherptediepte, objectieven en filters om dan meteen over compositieregels te beginnen. De bekende ‘rule of thirds’, het gebruik van lijnen naar het onderwerp, diagonale en horizontale lijnen, symmetrie en het creëren van diepte passeren allemaal de revue voordat het  boek natuurlijk op licht en kleuren ingaat.

De belangrijkste vraag

De belangrijkste vraag wordt echter overgeslagen: wat wil je met een landschapsfoto eigenlijk laten zien? Dat vraag ik me bijvoorbeeld af als ik voorbeelden zie van het gebruik van sterke gegradueerde filters. De lucht kan daarmee zo zwaar gemaakt worden dat hij naar beneden dreigt te vallen. Wat heeft de fotograaf daar in godsnaam mee bedoeld? Het boek van Drost en anderen, praktijkboek landschapsfotografie, is iets beter in dit opzicht. In het hoofdstuk Soorten, stijlen en smaken, bespreekt het kort verschillende soorten landschapsfotografie en hun doelstellingen zonder er erg diep op in te gaan. Zulke fotohandleidingen geven nuttige informatie over het hoe maar nauwelijks over het wat. Wat wil ik eigenlijk fotograferen? Wat wil ik overbrengen?

Op het Dwingelder veld, eind 2020. Een poging de sfeer van toen vast te leggen. Nikon D610, 29 mm

Van Breughel via Rembrandt naar Monet en later

Landschapsschilders hebben door de eeuwen heen verschillende antwoorden gegeven. Misschien ook interessant voor fotografie. Ik ben zelf maar eens mijn verzameling catalogi van schilderijententoonstellingen ingedoken om inspiratie op te doen.

Pieter Breughel de Oude – De Oogst

Landschappen zie je natuurlijk in de middeleeuwse religieuze afbeeldingen. Als achtergrond voor Maria met het kind Jezus zie je soms uitgestrekte mediterrane landschappen met rivieren en bergen. Bij Pieter Breughel den Oude wordt het landschap meer een zelfstandig onderwerp, landschappen waarin boeren de oogst binnenhalen, bijvoorbeeld. Als landschapsfotograaf kan ik hier best nog iets van leren: de behandeling van perspectief, de plaatsing van onderwerpen zoals bomen op de voorgrond, lijnen naar de onderwerpen toe en de verandering van atmosfeer en kleuren op grotere afstand.

Rembrandt – Landschap met stenen brug 1638

Minder dan honderd jaar later schildert Rembrandt een indrukwekkend (fantasie)landschap met schitterend licht dat tussen de onweerswolken door een groepje bomen laat oplichten. Dit is een heel ander soort opvatting van een landschap dan bij Breughel: het licht speelt hier een zelfstandige hoofdrol. Zeker zo indrukwekkend is de molen in het onderstaande schilderij dat Rembrandtrond 1650 schilderde.

Jan van Goyen, Riviergezicht-met-kerk-en-boerderij

De landschappen van schilders als Jan van Goyen of Albert Cuyp uit de tweede helft van de 17e eeuw laten het Nederlandse landschap compleet met ruiters, koeien, boten, windmolens, rivieren en meren zien. Mooie luchten zijn vaak een heel belangrijk element van deze platen die in de woningen van de gegoede burgerij hingen.

In de romantische schilderkunst van het begin van de 19e eeuw legt de schilder veel meer zijn eigen emoties in het landschap, soms de emoties in verband met een door industrialisering snel verdwijnende wereld, soms de emoties van de eenzame mens in contact met de oneindige machtige natuur. Natuurlijk ook hier het gebruik van dreigende wolkenluchten en mooi beschenen delen van het landschap en de mensen daarin.

Impressionisme en later
Claude Monet, Honfleur 1864

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het schilderen in de open lucht (‘plein air’) steeds belangrijker. In dit verband speelde de  school van Barbizon vanaf rond 1850 een hoofdrol. Niet lang daarna ontstond het impressionisme, waarbij het steeds meer ging om het vastleggen van een uniek moment zoals een unieke belichting bij een een unieke wolkenlucht. De impressionisten zochten naar middelen om de unieke ervaring van het licht op een voorbijgaand moment nauwkeurig vast te leggen.

Claude Monet – Impression 1872.

Niet veel anders dan de landschapsfotograaf van nu gingen de impressionistische schilders op zoek naar bijzondere landschappen en bijzondere belichting op bijzondere momenten. De schilderijen van Monet, Pisarro en vele anderen uit die tijd zijn nog steeds van belang voor de fotograaf van nu: vooral hun grote belangstelling voor het steeds veranderende licht en de precisie waarmee zij dat vastlegden bij verschillende atmosferische omstandigheden. Maar aan de manier waarop zijn dat deden, heeft een fotograaf niet veel. Als een fotograaf de sfeer van de opgaande zon, die door een nevelige lucht op het water schijnt, wil weergeven, heeft hij heel andere middelen tot zijn beschikking dan de geniale blauwe en rode streepjes waarmee Monet dit effect bereikt in het schilderij ‘Impression’, het schilderij dat de naam leverde aan de nieuwe kunststroming van die tijd. In feite ging Monet een grote stap verder dan het weergeven van het landschap. Zijn schilderij bevat niet meer dan suggesties van dat landschap en de sfeer ervan zonder de details duidelijk weer te geven.

Van Gogh en daarna
Vincent van Gogh – Korenveld met Kraaien (1890)

In de schilderkunst aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw komt de nadruk steeds meer te liggen op de subjectieve ervaring van de kunstenaar en minder op de natuurgetrouwe weergave van vormen en kleuren. Natuurlijk worden er nog steeds mooie landschappen geschilderd zoals het prachtige Korenveld met kraaien van Vincent van Gogh uit 1890 of de stapels stro van Kees van Dongen uit 1905.

Kees van Dongen – Meules de Paille (1905)

Zulke schilderijen uit die tijd kunnen nog steeds een inspiratie leveren voor goede foto’s. De extreem lage horizon van het schilderij van Kees van Dongen zouden we best in een foto kunnen toepassen, maar de foto zal weinig op zo’n schilderij gaan lijken. Schilderen en fotograferen. zijn wel verschillende technieken.

Edward Hopper, Cobb’s Barns and Distant Houses, 1930–1933. Zo te gebruiken als een idee voor een goede foto.

Naarmate de schilderkunst abstracter wordt en minder realistisch is het moeilijker er ideeën voor fotografie uit te halen, maar niet alle schilderkunst na het begin van de vorige eeuw is abstract. De landschappen die Hopper in de jaren 1930 schilderde zijn een goed voorbeeld.

Wie en wat kan mij inspireren?

Als ik landschappen fotografeer, dan heb ik maar één doelstelling: ik wil de schoonheid van het moment laten zien, het mooie licht dat op de onderwerpen valt, de mooie vormen en kleuren, op zo’n manier dat iemand die de foto ziet iets van mijn verwondering op het moment kan herkennen. Het kan trouwens ook best om de lelijkheid van het moment gaan en mijn negatieve emoties daarbij.

In principe kan ik me door schilderijen uit elk tijdvak laten inspireren: van de mooie landschappen in de religieuze schilderijen tot en met de landschappen het expressionisme en later (als we even de schilderkunst uit andere culturen zoals de Chinese landschapstekeningen buiten beschouwing laten). Daarbij gaat het om minstens vier verschillende zaken: de keuze van het onderwerp (bijv. berg met rivier en kasteel), de compositie van het geheel (inclusief de frame-verhouding, het perspectief, het gebruik van lijnen, etc.), de kleuren en de belichting (kleurtemperatuur, verzadiging, etc.) en de toegepaste schildertechniek. Als fotograaf heb ik meestal aan het laatste punt niet zo veel. Fotograferen is geen schilderen.

Van oudere schilderijen (middeleeuwen, etc.) kan ik best iets leren, maar meestal niet op het gebied dat mij het meest interesseert: het bijzondere gebruik van licht en kleuren. Dat is heel anders bij Rembrandt en sommige tijdsgenoten. Van veel schilders (zoals Ruysdael) uit de gouden eeuw kan ik wel iets leren, maar de mooie landschappen van Albert Cuyp daarentegen zeggen mij niet veel:  keurige plaatjes volgens vaste conventies.  Verwantschap  met schilders uit de romantiek voel ik nog minder, zeker niet als ze hun overdreven gevoelens in bombastische wolkenluchten en dramatische lichteffecten willen uitdrukken.

Veel inspiratie vind ik niet toevallig bij de impressionisten. Zij waren in de eerste plaats geïnteresseerd in de wisselwerking van licht, atmosfeer en landschap. Hun interesse leek sterk op die van de landschapsfotograaf  die op zoek is naar unieke weergaven van bijzondere momenten in het landschap: bijzondere luchten, bijzonder licht en bijzondere belichting.

Als fotograaf heb ik nog steeds veel aan zo’n schilderij van Monet die een heel goed oog had voor de bijzondere lichtval en de schaduwen in een bos. Het licht komt van links voor en maakt niet alleen dat het bos aan de linkerkant van de weg pikdonker is maar ook dat de bomen rechts scherpe slagschaduwen werpen. Van de tweede boom zie je eigenlijk alleen de schaduw. De weg is voor de helft donker. Je kan dit zo in een foto gebruiken, maar dan moet je in de nabewerking niet proberen de details in de donkere gedeelten zichtbaar te maken door de schaduwen op te lichten. Daarmee zou er van de sfeer in de foto niets overblijven (Claude Monet, de weg bij Chailly in het bos van Fontainebleau, 1865 in museum Odrupgaard).

De impressionisten kunnen mij op drie van de vier bovengenoemde punten inspireren: onderwerp, compositie, licht en kleuren. Op het vierde punt heb ik niets aan hen. Impressionistische schildertechnieken kan ik als fotograaf niet gebruiken. Ik moet andere middelen zoeken. Het zelfde geldt nog sterker in het geval ik me laat inspireren door schilderstijlen die nog verder van een directe weergave van de werkelijkheid verwijderd zijn.

Als ik het mooie moment in het mooie landschap gevonden heb en de compositie heb bepaald, begint voor mij het werk als fotograaf. Tijdens het fotograferen kan ik gegradueerde filters en/of circulaire polarisatiefilters gebruiken, grijsfilters combineren met lange sluitertijden, de kleurtemperatuur instellen en nog veel meer. Na het fotograferen kan ik in Lightroom onder meer het kleurenpalet veranderen (kleurtemperatuur, verzadiging, etc.) en de belichting  voor het hele beeld of delen ervan aanpassen. Ik kan zelfs een stap verder gaan en echt grote verandering aan kleuren aanbrengen zodat luchten groen worden en bomen rood, maar wil ik dat?

Extreme landschapsfotografen

Voordat ik me overgeef aan de techniek van filters en complexe nabewerking moet ik me afvragen: wat wil ik laten zien? In handleidingen voor (landschaps-)fotografie zie ik tientallen foto’s van zwaar aangezette wolkenluchten (door het gebruik van gegradueerde filters), van bevroren watervallen of snelstromende rivieren (door lange belichtingstijden en donkere grijsfilters).

Ik houd absoluut niet van dit soort landschapsfotografie. Misschien knap, maar in mijn ogen oerlelijk.(Max Rive)

Ik vind het meestal niet mooi en vaak gewoon lelijk: slechte kitsch gerealiseerd met een overmaat aan techniek. De fotograaf heeft niet geprobeerd het landschap en zijn ervaring daarvan natuurgetrouw weer te geven maar heeft een fantasielandschap gecreëerd door het gebruik van allerlei filters en nabewerkingssoftware. Dat wil ik niet (zie ook een eerdere presentatie). Het lijkt wel of deze stroming van de landschapsfotografie in de hoogromantiek (in de stijl van Casper David Friedrich) is blijven steken en van de ontwikkelingen daarna niets heeft meegekregen.

Wat ik wel wil

Ik wil het gevoel oproepen dat ik had toen ik dat moment midden in het landschap stond, niet het gevoel dat pas ontstaat als ik de zwaar bewerkte foto bekijk.

Dit komt in de buurt van wat ik wil – de schoonheid van het moment vastleggen. Ergens in Drente 2021.

In die zin is kan ik van de impressionisten leren. Monet was bijvoorbeeld gefascineerd door de bijzondere effecten die de vroeg-industriële rookwolken van de vieze fabrieken in Londen op het licht hadden en schilderde net zo lang tientallen doeken totdat hij die effecten bevredigend had vastgelegd.

Ik wil op mijn bescheiden manier proberen te laten zien wat mij op een bepaald moment op een bepaalde plaats raakt. Tijdens een cursus van Ellen  Borggreve was dat het licht in het prachtige Speulderbos op de Noord Veluwe met de combinatie van kaarsrechte sequoia’s met kromme eiken op de achtergrond. Natuurlijk is onderstaande foto nabewerkt, niet om hem anders te maken dan de werkelijkheid maar juist om de werkelijkheid en mijn indrukken van dat moment nog beter te benaderen.

In het Speulderbos (2022) – met dank aan Ellen Borggreve

En de conclusie?

Mijn conclusie na al die catalogi doorbladeren met landschappen geschilderd vanaf de middeleeuwen is, dat je uit schilderijen van alle tijden en alle stijlen ideeën kunt halen voor landschapsfoto’s: onderwerpen, soorten compositie en het gebruik van kleuren. Schilders die zich heel fundamenteel met licht hebben bezig gehouden vind ik het interessantst. Dat is natuurlijk Rembrandt en zijn tijdgenoten en later zijn het de impressionisten. Van al die schilders zijn hun ogen voor de fotograaf van nu het belangrijkst. De bijzonderheden die zij in vormen, kleuren, licht en schaduwen opmerkten, zijn ook nu een goed startpunt voor bijzondere foto’s.

Er bestaat wel het gevaar dat wij de mooie plaatjes uit de Gouden eeuw te veel als een voorbeeld gaan zien. De stereotype beelden van molens, kastelen, rivieren en stranden zijn voor veel mensen conventies geworden, waarnaar ook fotografen zich richten. Er wordt dan gezegd dat een foto “net een schilderij is”.  Maar het doel van een mooie landschapsfoto kan niet zijn een Ruysdael na te bootsen, maar om de eigen ervaring van dat landschap zo goed mogelijk weer te geven, liefst met gepaste afstand tot de populaire stereotypen over wat mooi is.

Geraadpleegde literatuur

Markus Bertsch (Hrg), Impressionismus, Meisterwerke aus der Sammlung Ordrupgaard, Hamburger Kunsthalle 2019-2020.

Expressionismus in Deutschland und Frankreich – von Matisse zum Blauen Reiter, Kunsthaus Zürich, 2014.

Arjen Drost e.a., Praktijkboek landschapsfotografie – overbrug de kloof tussen werkelijkheid en foto, 3e druk 2016.

Ross Hoddinott, Mark Bauer, The Landscape Photography Workshop. East Sussex 2013.

Peter Watson, Light in the Landscape – A Photographer’s Year, Photographer’s Institute Press, 2005.

 

 

____