Herfst bij Huys te Warmont (deel 2)

Eind oktober liet ik hier al wat zien van mijn project. Sinds september volg ik de ontwikkelingen in het park van Huys te Warmont. Twee of drie keer per week maak ik dezelfde wandeling en maak foto’s op ongeveer dezelfde plekken. Maar de foto’s veranderen: begin september vlogen er nog libellen, maar die verdwenen snel. We moeten nog lang wachten voordat de libellenlarven uit zullen sluipen.

Paddenstoelen

In eind september en oktober kon ik de mooiste paddenstoelen fotograferen, niet alleen de “rood met witte stippen” (vliegenzwam), maar ook nog meer amanieten,  mooi gekleurde amethistzwammen, allerlei russula’s, zwavelkoppen, mycena’s, melkzwammen, porseleinzwammen en te veel om op te noemen. 

Op de plaatjes: russula (spec.), gekraagde aardster, bitterzoete melkzwam, heksenschermpje, amethistzwam, vliegenzwammen

Botercollybia

Vanaf begin november werd het wat minder met de paddenstoelen: de gigantische hoeveelheden honingzwammen die de boomstronken in het park overwoekerden verschrompelden tot vormeloze bruine en zwarte massa’s. Zij hadden hun werk gedaan. De honingzwammen leven weer verder als ononderscheidbare zwamdraden in vermolmde boomstammen. Er waren nog steeds wel paddenstoelen zoals de prachtige heksenschermpjes en op één plek waren de gekraagde aardsterren altijd wel te vinden. De botercollybia’s werden alleen maar talrijker net zoals de nevelzwammen. Het was soms even zoeken, maar de prachtig paarse amethistzwammen waren er nog op verschillende plekken. 

sporen van zwamdraden

Heel veel vliegenzwammen waren er in november niet meer, maar toch zag je hier en daar groepen van bijna tien vliegenzwammen bij elkaar staan en ook in december kwam er nog af en toe eentje uit de grond. De meeste porseleinzwammen waren wel verdwenen, maar toch heel zichtbaar in de vorm van de zwarte patronen die hun zwamdraden op de dode bomen hadden achtergelaten. 

Herfstkleuren

In oktober vielen er al veel bladeren van de bomen en in november werden de bomen nog veel kaler. Toch is het interessant dat november in de regel voor de mooiste herfstkleuren zorgt. Er blijven dan relatief weinig maar sterk geel of oranje gekleurde bladeren aan de bomen hangen. Dat leverde ook nu mooie plaatjes op.

Mist

Helaas was ook november een maand waarin weinig mist was. Toen ik dat aan mijn broer vertelde, merkte hij op dat er nog wel heel veel mis was in de wereld. Daar was ik het mee eens. Maar op 21 november was er eindelijk een soort mist waar elke landschapsfotograaf van droomt: prachtige vervaging van achtergronden, maar ook plekken waar de zon voorzichtig doorheen schijnt en kleuren waar je vrolijk van wordt.

 

Op 5 december was dat anders: een onaangename grijze wereld waar je niet gemakkelijk van je pessimisme verlost wordt. De  donkere dagen voor kerst.

P.S.
Inmiddels heb ik een fotoboek met een selectie van deze foto’s gemaakt. Het staat  op de volgende met password beveiligde site: Albelli fotoalbums.

Herfst 2025

Het bruggetje en de beuk

Vanaf de late zomer in begin september ben ik twee of drie keer per week ongeveer dezelfde foto gaan maken bij Huys te Warmont met ongeveer dezelfde instelling (24-85 mm zoom op 70 mm, full frame Nikon D610 op statief, ISO niet hoger dan 400). Ik fotografeer over het water naar een bruggetje. Achter het bruggetje staat een van de mooiste bomen van het park, een rode beuk. Aan het eind van de zomer is die nog rood, dan wordt hij bruiner, om nog even fel geel op te lichten voordat alle bladeren in het water waaien en er een imposante donkere stam overblijft. Ik vond het leuk om die ontwikkeling een keer vast te leggen.

late zomer (8 september)
Toppunt van herfstkleuren (7 november)

 

 

Het bruggetje bij nevel en mist

Bij nevel is de boom soms helemaal niet meer te zien en bij dichte mist verdwijnt bijna het bruggetje.

De zon schijnt door de ochtendnevel op 29 september
In de mist op 21 november is het bruggetje nog maar net te zien

 

Bijna dertig fotowandelingen

Op 24 november maakte ik voor de 28e keer dezelfde foto-wandeltocht van rond drie uur. Er volgen zeker nog tien wandelingen tot het eind van de herfst. Van dit project zal ik een fotoboek van rond veertig pagina’s maken.

 

Herfst bij Huys te Warmont

Mijn lievelingsgebiedje niet ver van huis is het park van Huys te Warmont. Omdat ik mijn jeugd op de Veluwe heb doorgebracht, is voor mij natuur zonder bomen geen echte natuur. In dit mooie park bij Warmond ken ik elke boom. Erg goed gaat het trouwens niet met veel bomen, maar met de paddenstoelen die er op groeien en de vleermuizen die er in wonen des te beter. In het late voorjaar genieten we hier van de rododendrons en in de herfst van de paddenstoelenpracht. Ik heb besloten van mijn regelmatige wandelingetjes daar maar een project te maken: een fotoverzameling vanaf het begin van de herfst tot en met kerstmis. Hier laat ik iets van de resultaten in de eerste maand van het project zien.

Begin september was de herfst nog niet begonnen en er vlogen nog veel heidelibellen bij het kleine plasje in het park. Vlak voor de officiële start van de herfst liet de blauwe glazenmaker zich nog even zien, maar als snel waren het vooral de paddenstoelen die voor kleur in de natuur zorgden.

Op bovenstaande foto’s: heksenschermpje. gekraagde aardster, vliegenzwam, porseleinzwam, porseleinzwam, amethistzwam

De vliegenzwammen lieten nog even op zich wachten en ook de porseleinzwammen waren laat dit jaar, waarschijnlijk door aanhoudende droogte. Ook de in vorige jaren massaal aanwezige grote bloedsteelmycena’s waren lange tijd niet te vinden. Wel kwamen al snel de heksenschermpjes, aardsterren en amethistzwammen. Maar in de tweede helft van oktober stonden er weer heel veel vliegenzwammen tot groot plezier van de bezoekers van het park, voor wie dit bijna de enige interessante paddenstoel lijkt te zijn. En op een bepaald moment stonden er overal porseleinzwammen, die met grote snelheid uit de wegkwijnende of dode (door de reuzenzwam aangetaste) bomen tevoorschijn komen. 

Tijdens alle wandelingen in het park maak ik minstens één vrijwel dezelfde foto: het uitzicht naar een mooi bruggetje door een poort van naar elkaar gebogen bomen. Op onderstaande foto’s wordt het langzaam herfst.

Voor mooie herfstfoto’s zijn nevel en mist altijd welkom. Deze oktober was helaas geen goede mistmaand. Alleen op één dag heb ik wel een leuk zelfportret in de zonnestralen door de nevel kunnen maken. Maar wie weet wat de maand november nog brengt.

De herfstkleuren worden nu elke dag mooier en het paddenstoelenseizoen is nog lang niet voorbij. Stormachtige buien met veel regen razen door het park en dat is goed nieuws. Boomstronken worden bijna onzichtbaar door de hoeveelheden honingzwammen die erop groeien. Grote groepen mycena’s verschijnen weer op het rotte hout. 

(zie hier voor het vervolg)

Zie hier mijn presentatie op de ledencontactavond van KNNV-Leiden op  5 november 2025

Mooie libel! Mooie foto?

Het “Pretty Flower Syndrome”

Ik fotografeer al een aantal jaren mooie libellen. Ik denk dat andere mensen wel iets aan mijn positieve en negatieve ervaringen met mijn pogingen mooie libellenfoto’s te maken kunnen hebben. Ik heb er zelfs wel eens lezingen over gegeven. Ik begin zo’n lezing meestal met de uitspraak: “Een foto van een mooie libel is nog geen mooie foto.” Daarbij raak ik een kernprobleem van de natuurfotografie. De natuurfotograaf houdt vaak zo van de natuur dat hij (of zij) vergeet dat hij (of zij) aan het fotograferen en niet een libel aan het kopiëren is. Dat leidt er niet zelden toe dat de fotograaf denkt dat het uitsluitend erom gaat de libel (de vogel, de bloem of het hert) op de foto te krijgen en nauwelijks oog heeft voor de omgeving van dit centrale onderwerp.

In een uitstekend boek over macrofotografie noemt Rob Sheppard dit het “Pretty Flower” Syndrome: “When photographers start capturing images of flowers, they get excited  about the beauty of the flower and forget they are making a photograph, but unfortunately, a flower is not a photograph nor is a photograph a flower. … We cannot put a flower inside our camera; we can only create an image that interprets our experience with it.” (Sheppard 2015, p. 178). We kunnen evenmin mooie vogels of mooie libellen in onze camera stoppen. 

Bijzondere foto gemaakt?

Als ik door een natuurgebied loop, dan ben ik niet de enige met zware apparatuur bewapende fotograaf. Zoomobjectieven van 600 mm zijn allang geen uitzondering meer. Vaak komt zo’n collega-fotograaf of een andere natuurliefhebber naar mij toe en stelt mij de vraag: “Heb je nog iets bijzonders kunnen fotograferen?”. Ik antwoord meestal: “Ja en nee, ik geloof dat ik misschien wel een bijzondere foto heb gemaakt, maar het onderwerp is niets bijzonders. De bloedrode heidelibel heb ik mooi tegen een egaal donkere achtergrond kunnen fotograferen. Ik denk dat het een mooie foto geworden is, maar op zichzelf is een bloedrode heidelibel niets bijzonders. Het stikt er hier van op dit moment.”

Geen libellen kopiëren

Natuurlijk begrijp ik het heel goed als beginnende libellenfotografen trots zijn op hun eerste gelukte foto van een vliegende grote keizerlibel. Het is ook best moeilijk. Maar mij kan zo’n foto, die op duizenden plaatsen ontelbare keren wordt gemaakt, geen voldoening schenken. Ik wil geen libel kopiëren. Ik wil een foto maken. Los van noodzakelijke kennis over de bediening van de camera en het gedrag van de libel gaat het dan vooral om een mooie compositie die een eigen verhaal vertelt, waarbij heel veel zaken een rol kunnen spelen zoals keuze van standpunt, lichtval, schaduwen, spiegelingen, structuur van oppervlakken, egale of juist niet egale achtergronden, contrasterende of harmonische kleuren, relaties met andere dieren en planten, gebeurtenissen zoals paren, uitsluipen, eieren leggen of andere insecten verorberen. Op deze blogsite heb ik regelmatig iets laten zien van mijn worsteling met dit onderwerp.

Moeilijk te maken. Maar als foto niet bijzonder interessant.

Wat zegt het internet?

Maar ik ben natuurlijk niet de enige of de beste libellenfotograaf in Nederland. Om te zien wat ik van andere libellenfotografen kan leren, heb ik een groot aantal websites bestudeerd. De lijst staat hieronder. 

Zonder uitzondering geven deze sites nuttige tips over instellingen, gebruik van objectieven instellingen voor sluitertijden, ISO-waarden en diafragma’s. Ook staan er nuttige tips in over het voorzichtig benaderen van libellen. Veel nieuws leer ik daar niet van, maar ik kan me voorstellen dat veel mensen van deze informatie profiteren. Ook bevatten deze sites prachtige foto’s. Helaas geeft vrijwel bijna geen enkele site de overwegingen die tot die prachtige composities hebben geleid: het gebruik van achtergrondkleuren, patronen in de achtergrond, de verhoudingen van het frame en bijvoorbeeld de plaatsing van het onderwerp in het frame of het gebruik van meerdere onderwerpen in dezelfde foto.

Kortom: de meeste sites over libellenfotografie gaan in de eerste plaats over libellen, een klein beetje over de techniek van het fotograferen, en vrijwel nauwelijks over de compositie van de foto. 

Meer op deze blogsite

Zittende of hangende libellen fotograferen

Libellen op de foto

Libellen fotograferen

Geraadpleegde websites

https://www.derooijfotografie.nl/tips-voor-het-fotograferen-van-libellen/

 

https://www.natuurfotografie.nl/hoe-fotografeer-je-libellen-en-juffers/

 

https://www.rootsmagazine.nl/uitgelicht/mini-masterclass-van-edwin-giesbers-libellenfotografie

 

https://www.nandoonline.com/vliegende-libellen-fotograferen/

 

https://photounited.nl/product/libellen-en-juffers-fotograferen/

 

https://zoomacademy.nl/blog/5-tips-om-libellen-te-fotograferen

https://www.photofacts.nl/fotografie/rubriek/natuurfotografie/libellen-fotograferen-vergt-voorbereiding-precisie-en-geduld-deel-2.asp

 

https://www.jodyzweserijnphotography.nl/wat-ik-zoek-tijdens-het-fotograferen-van-juffers-libellen-en-vlinders/

 

https://kijkenziefotoschool.nl/libellen-juffers-fotografietips/

 

https://assets.vlinderstichting.nl/docs/bbc35065-c709-40f0-ad5b-f9b9a80e528f.pdf

 

 

Het geciteerde boek van Rob Sheppard:

Rob Sheppard, Macro Photography: From Snapshots to Great Shots, Peach Pit Press, 2015.

Van dit boek leer ik meer dan van alle bovengenoemde websites.

 

 

Welkom Grutto

Dit tekst van dit verslag werd eerder gepubliceerd als officieel verslag van de excursie op 23 maart 2025 van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden. Om privacy-redenen zijn namen uit dit verslag verwijderd.

Om iets voor negenen kom ik bij de molen ‘Het Poeltje’ aan. Ik ben niet de eerste. Er staat nog een aantal collega-vogelaars te wachten op het startsein van onze excursieleider. Het is mooi weer met weinig wind en het zal een mooie zonnige dag worden.

Molen ‘Het Poeltje’

Het in 2007 aangelegde gebied bestaat uit twee plassen. We staan bij de molen aan de eerste plas, in feite de ondergelopen Klaas-Hennepoelpolder. Straks zullen we bij de tweede plas aankomen, het grotendeels ondergelopen Westelijke deel van de Veerpolder. Voor mij is dit een thuiswedstrijd. Als inwoner van de Merenwijk, tien minuten fietsen hiervandaan, komt alles mij bekend voor, zoals de grote hoeveelheden grauwe ganzen, grote Canadezen en verschillende meeuwensoorten, die zoals gewoonlijk voor een gezellige kakofonie zorgen. De excursieleider laat zijn didactische kwaliteiten weer een zien, ontwikkeld bij IVN-cursussen en andere gelegenheden waarbij hij een combinatie van kennis en enthousiasme effectief weet over te dragen. Wij leren van hem handige ezelsbruggetjes voor het herkennen van vogelgeluiden, zoals “de oude piepende kruiwagen die regelmatig stil staat”: de heggenmus. Heel veel bijzondere vogels zien wij niet bij deze plas, die iets te diep is voor grutto’s en andere laagwater-liefhebbers. Na iets meer dan een half uur lopen (en stil staan) komen we bij het bruggetje dat de twee plassen met elkaar verbindt.

De Polders Poelgeest is een naam voor het natuur- en recreatiegebied dat uit twee polders bestaat: in het Zuidwesten de Klaas Hennepoelpolder en meer naar het Noorden het deel van de Veerpolder dat ten Westen van de spoorlijn ligt. De Veerpolder ten Oosten van de spoorweg hoort er niet bij: daar vinden we het complex van Dekker met houthandel, sportfaciliteiten en jachthaven.    Eeuwenlang veranderde er niet zo veel in de twee polders aan de Westzijde van de spoorweg, totdat de bebouwing van Oegstgeest naar het Noorden oprukte en de wijk Poelgeest werd gebouwd. Als compensatie voor het verlies aan natuurwaarden werden twee polders in 2007 grotendeels onder water gezet en tot vogelrijk natuurgebied omgetoverd.



De polders in 1900 en 2023 (bron Topotijdreis.nl)

De verwachtingen uit 2007 zijn goed uitgekomen, met één uitzondering. In een folder van het Zuid-Hollands landschap uit die tijd lezen wij: “Bijzonder is het waterzuiveringsmoeras (helofytenfilter) van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarin wordt het regenwater van de nieuwbouwwijk gefilterd waarna het schoon wordt teruggevoerd naar de wijk”. Een onderdeel van dit systeem was een door een kunstenaar ontwikkeld en in 2006 gebouwd waterrad. Het filter bleek echter niet te werken en het waterrad dreigde daarom gesloopt te worden. Toen na actie van omwonenden het nutteloze waterrad toch gered, opgeknapt en in 2024 opnieuw onthuld werd, verzuchtte de kunstenaar:   “Welk kunstwerk maakt nou twee onthullingen mee?”.

Aan de rand van de Klaas Hennepoel-polder staat sinds 1787 de poldermolen ‘Het Poeltje’, die dienst heeft gedaan totdat die in 1924 door een door dieselkracht aangedreven pomp werd vervangen en nadien langzaam maar zeker aan het vervallen was. In 2006 is die weer helemaal hersteld. Helaas staat hij nu veel te dichtbij te hoge bebouwing van de wijk Poelgeest. 
Vogelaars op het bruggetje

Vanaf daar heb je een mooi uitzicht over de tweede plas. Een paar dagen eerder had ik daar driehonderd grutto’s zien staan. Nu valt het wat tegen, niet veel meer dan zestig. Wel zien we de hier meestal in grote aantallen aanwezige slobeenden en een enkele wintertaling. Wintertalingen hebben, zoals elke vogelaar weet, opvallende gele driehoekjes aan het achteruiteinde van hun lichaam. Als onze excursieleider een schoolklas dit kenmerk wil uitleggen, vertelt hij: “Moet je opletten, als een wintertaling achteruit zwemt, gaan die gele lichtjes branden.” Even later horen we veel groenlingen met het opvallend nasale wèèèè-geluid.

Hier bij deze plas kan je vaak watersnippen zien, maar je moet ze wel ontdekken, want ze zijn met hun schutkleuren in het riet bijna onzichtbaar. Maar als we één snip gezien hebben, volgen er meer. Door de mooie lentezon worden ze prachtig belicht, inclusief de mooie strepen op hun kop. Als we verder lopen zien we nog meer eendensoorten zoals kuifeend en krakeend, maar ook een paar pijlstaarten, die zich door hun staart verraden. Inmiddels is het aantal grutto’s toegenomen. Af en toe komen er een paar vrij hoog uit de lucht aan, waar we hun acrobatische toeren kunnen bewonderen: welkom grutto’s!

Grutto’s in de veerpolder

Niet alleen het aantal grutto’s neemt toe tot meer dan 70, maar ook het aantal vogelaars. Verschillende groepen zijn onderweg in dit piepkleine gebiedje en de eerste blauwborst-meldingen doen de ronde. Soms zijn ze gehoord en heel soms ook gezien. Als we helemaal rond zijn en weer bij het bruggetje, vliegen er tientallen slobeenden op terwijl op de achtergrond de groenlingen niet alleen hun nasale liedje maar ook hun andere riedeltjes laten horen. Een heggenmus laat zich zonder kijker goed bekijken op een tak dichtbij. Een torenvalk hangt biddend in de lucht.

Grutto in de Veerpolder

Na het bruggetje lopen we weer langs de voormalige Klaas Hennepoel-polder totdat we bij de prachtige Scheepstimmerwerf Klaas Hennepoel aankomen. We worden ontvangen door de eigenaar van de werf met een lekkere kop koffie of thee en een stroopwafel. We bewonderen de ambachtelijke bouw van mooie houten schepen uit eikenhout uit de directe omgeving. We maken onze excursieleider nu niet als natuurpedagoog maar als scheepsbouwdeskundige mee. Hij vertelt mooie verhalen over bouwtechnieken en zaken als het transporteren van hout uit Oud Poelgeest met een door paarden getrokken wagen. Ik hoor woorden waarvan ik het bestaan niet vermoedde zoals “slemphouten, kluisboorden, berentanden, brilijzers en kalefaatijzers”.  Buiten de werf wordt nog een zwarte roodstaart gezien. Zelf moet ik snel naar huis en loop alleen terug naar de molen. Onderweg kom ik een concurrerende excursiegroep tegen. De groep staat niet ver van de werf bij een wilgenbosje. Zij wijzen mij waar een blauwborst gehoord én gezien werd. Dat bewaar ik voor de volgende keer.

____