Een ochtend naar Solleveld

De Levende Natuur

Marianne, onze gids

Genieten van de natuur is voor mij: buiten zijn, genieten van de frisse lucht (en zelfs de regen), van vogelzang, geuren en kleuren. Mijn natuurbeleving sluit heel sterk aan op de ‘natuursport’ die Heimans en Thijsse aan het begin van de vorige eeuw introduceerden en zo prachtig in het blad De Levende Natuur beschreven in mooie verhalen met prachtige tekeningen.

Zintuigen

kleuren in Solleveld

Als je van een excursie terugkomt, zullen veel collega-natuurliefhebbers (vaak vogelaars) vragen: hadden jullie nog leuke waarnemingen vandaag? Eigenlijk een onzinnige vraag. Zodra je een eerste stap zet in een natuurgebiedje, kom je oren en ogen te kort om je bewust te worden van alles wat je ziet, hoort, ruikt en voelt: een en al zintuigelijke waarneming. De eerste de beste vlinder, boom of vogel die je tegenkomt is wat mij betreft al een belangrijke waarneming, ook al hebben we het dan over een bont zandoogje, een eik en een heggenmus.

Feestelijk

Geheel in deze geest trekken Arthur en ik met Marianne door het landgoed Ockenburgh naar het Solleveld. Met haar brede belangstelling voor de natuur in al haar verschijningsvormen maakt zij van deze wandeling een feestelijke ontdekkingsreis. Nooit geweten dat hier zo’n prachtig gebied lag. Als je zoals ik ten Noorden van Den Haag woont, kom je hier niet toevallig. Eerder rijd je zulke gebieden met veel te hoge snelheid voorbij op weg naar het Zuiden van Zuid Holland of naar Zeeland.

De wandeling. Onder aan de kaart ligt Monster.

In de voetsporen van Heer Bommel

We beginnen de expeditie door een wandeling door het hyacintenbos. Hier bloeien eerder in het jaar talloze wilde hyacinten. Ik ken die bloemen heel goed uit Normandië en Schotland. Ik noemde ze altijd bij hun Engelse naam, blue-bells, zonder te weten dat dit hyacinten zijn.

Eiken zoals eiken bedoeld zijn

Het bos op weg naar de ingang van het Solleveld bestaat voor een groot gedeelte uit een heerlijk eikenbos. Hier staan eiken zoals eiken bedoeld zijn, grillig alle kanten uit groeiend soms breder dan hoog. Het is een soort bos waarin Marten Toonder Heer Bommel en Tom Poes liet verdwalen en waar dan van achter de bomen enge kleine mannetjes tevoorschijn kwamen, en dat betekende meestal niet veel goeds. Hier geen enge mannetjes, maar heel veel bonte spechten en heel veel prachtige mierenhopen. Met zoveel rode bosmieren zou je hier eigenlijk groene spechten verwachten. Die zijn er niet, maar aan het einde van de tocht zullen we er toch een horen lachen.

Natuurlijke verwoesting

We lopen door een hekje het Solleveld in. Nu komen we in het duingebied met veel open plekken, verspreide begroeiing en veel water (het is een gebied van Dunea, van de duinwaterwinning). De mens is zeker niet de enige soort die weinig respect voor de ongestoorde natuur lijkt te hebben. Wie wel eens in Zweden naar een beverbos geweest is, weet op welke schaal deze beesten vernielingen kunnen aanrichten en overstromingen kunnen veroorzaken.

Maar onze aalscholvers kunnen er ook wat van. Honderden aalscholvers zitten daar in ten dele wegkwijnende bomen, wit geplamuurd met naar ammoniak stinkende aalscholverstront. Pa en ma aalscholvers vliegen af en aan om hun kroost van voedsel te voorzien. Oude en jonge aalscholvers maken allemaal uitbundig lawaai op verschillende toonhoogtes.

Gegrift in het geheugen

We lopen een eindje verder langs een plas met veel water en riet. Dan komt er plotseling op korte afstand een roerdomp langs vliegen: even vis halen voor de kleinen. Hij laat zich uitstekend met het blote oog waarnemen. Tot nu toe kon ik nooit warm lopen voor roerdompen die zich als een bruin stipje op een kilometer afstand in een bruin veld schuil hielden. Geef mij maar een koolmees, zei ik dan. Maar nu zien we hem fantastisch goed van heel dichtbij. Arthur nam nog een schitterende foto, maar ik ben blij dat ik geen tijd had om een foto te nemen. Hij staat nu in mijn geheugen gegrift en daar blijft hij. Wat een rare gedrongen bruine reiger. Het had zomaar een of andere vliegende dinosaurus kunnen zijn. Ik zal dat beeld nooit vergeten.

Hier vliegen ook honderden gierzwaluwen. Zoveel heb ik zelden bij elkaar gezien. Ze vliegen hoog maar ook scheren ze laag over het water. Daar moeten wel heel veel insecten vliegen. Gierzwaluwen zijn misschien de meest wonderlijke vogels die ik ken. Maandenlang brengen ze in de lucht door. Zelfs schijnen ze daar te paren. Alleen als ze nesten hebben onderbreken ze hun luchtreis.

Marianne en Arthur

Een eindje verderop dansen er kleine vinkachtigen (of piepers?) over het veld. Onduidelijk wat het waren: dus gewoon kleine bruine vogeltjes. Dan zien we opeens zowaar een paar grote sterns. Hun geluid had niets van visdiefjes. Ze vliegen richting de zee.

Op de terugweg

We lopen door prachtige begroeiing waarin het geel goed vertegenwoordigd is zoals mooie toortsen en St Jacobskruiskruid. Overal zijn vlinders. Marianne vertelt ons onderweg over haar rol in het tellen van libellen. Daar waag ik me voorlopig niet aan. Dat is mij te moeilijk. Af en toe huppelen er bruine miniatuurkikkertjes over het pad. We moeten oppassen ze niet te vertrappen. We zien een torenvalk, die misschien een boomvalk was of zelfs een sperwer. We zien het beest gewoon niet goed genoeg. Hoog in de lucht cirkelen buizerds en iets verderop bij het strand cirkelen de hanggliders, maar dat is een wereld die we maar links laten liggen.

We lopen weer terug naar het landgoed en naar de parkeerplaats. Het was een mooie ochtend.

Waarnemingen

    1. enthousiaste gids met grote liefde voor de natuur en mooie verhalen over wat ze daar ziet en hoe ze het aan de kinderen overbrengt.
    2. enthousiaste vogelaar die een even enthousiaste vogelfotograaf is geworden de laatste maanden.
    3. schitterende bijna horizontaal groeiende eikenbomen
    4. naar vogelmest stinkende aalscholverkolonies
    5. een goede roerdomp-show op het juiste moment
    6. tientallen bonte spechten (en één groene)
    7. bont zandoogje en meer vlinders
    8. grote sterns
    9. honderden gierzwaluwen
    10. allerlei planten waarvan ik de naam niet ken.
Meer informatie

Website van Duingebied Solleveld (Dunea-website). Kaartje kopen op deze pagina.

De Levende Natuur, vanaf de eerste afleveringen (1896) vind je op de BNL-Website.

Mijn blog over de achtergronden een fictieve Zuiderzee-excursie waarin ook iets over De Levende Natuur.

Voor een verslag door Arthur Staal (mét foto van de roerdomp) zie zijn blog.

Recente excursieverslagen

Een mooie relatie – Texel mei 2021
Naar de Strengen – april 2021
Zwartkoppen, spechten en Cetti’s op Koudenhoorn – april 2021
Aardsterren, eekhoorns en vogels op Voorne – november 2020

Eindelijk natuur!

Beleidshallucinaties

Wie deze blogs wel vaker leest, weet waar ik het over heb. In 2018 schreef ik over het gesprek tussen de gemeente Teylingen en het Adviesbureau Arcadis. Dit bureau was voortgekomen uit de Heidemij, beroemd van het in cultuur brengen van woeste gronden. Het bureau vond het daarom een goed idee iets met de gebiedjes van Teylingen te doen (ik citeer):

“… … Het leuke is dat ons bureau Arcadis is voortgekomen uit de Heidemij. De Heidemij was ooit kampioen vernielen van natuurgebieden. Woeste gronden heetten ze vroeger. We doen te weinig met dat verleden. Hebben jullie daar bij Warmond nog wat woeste gronden voor ons? Dan kunnen we die, bouwend op een rijke traditie, naar de donder helpen!”

Een evaluatiegesprek

Het bureau kreeg de opdracht en heeft deze inmiddels uitgevoerd. Onlangs vond er op het gemeentehuis van Teylingen een evaluatiesessie plaats. Teylingen werd daarbij vertegenwoordigd door de heer Van de Water en het adviesbureau door de projectleider de heer Frits Beuker.

Blauwborstje op de Strengen (2017)

Van de Water: “goede morgen Frits! Lang niet gezien. Hoe gaat het ermee? ”

Beuker: “uitstekend! Net promotie gekregen en een nieuwe auto kunnen kopen, moet je hem zien?”

VdW: “Nee laten we maar meteen tot de kern van de zaak komen. Ik wil het met jouw over de Strengen hebben, dat jullie hebben ontwikkeld voor ons. Mijn belangrijkste probleem van toen is inmiddels opgelost. Die bak met geld heb ik mooi kunnen uitgeven, en met een schitterend resultaat! Ik ben onder de indruk. Jullie hebben het schitterend verwoest! Jullie zijn deze Heidemij-traditie nog niet verleerd.

FB. “Ja, we hebben zwaar materiaal ingezet van de firma Wagenbergen, een bedrijf dat ooit beroemd geworden in Dubai. Graven, dat kunnen ze! Wat een lawaai! Door halfzachte natuurfanaten op geitenwollen sokken werd er geklaagd dat de vogels massaal naar Koudenhoorn en verder vluchtten. Maar die begrepen niets van natuurontwikkeling.”

 

Schitterend verwoest!

Beginnen met verwoesting

VdW: “Dat is hier intern ook vaak een probleem. Vooral de ouderen zitten nog helemaal vastgeroest in het concept “natuurbescherming”. Maar dat is zo negentientachtig  of bijna negentienzeventig. Totaal uit de tijd! Effectieve natuurontwikkeling is gebaat bij een schone lei of, plat gezegd, ‘verwoesting’. Je moet altijd beginnen bij het nulpunt en dan ontwikkelen, ontwikkelen, ontwikkelen.

En wij, als ambtelijke organisatie: wij willen successen behalen. Onder leiding van McKinsey hebben wij een “continuous improvement strategy” ontwikkeld. Wat mensen wel eens vergeten, is dat “continuous improvement” pas echt aantrekkelijk wordt als er niets meer is. Daarom waren wij zo blij met jullie plannen en de inzet van zware machines. Hadden we de blauwborstjes niet effectief uit het gebied verdreven, dan zouden we die straks niet als biodiversiteits-succes kunnen opnemen in komende evaluaties. We verwachten de blauwborstjes weer in 2022 of 2023.”

Strengen: een schone lei

FB: “Het was best een ingewikkelde puzzel met al die belangen aan tafel. Je had de hondenbezitters, de natuurliefhebbers, de zwemmers, de fietsers, de mensen met  bewegingsbeperkingen…. Ik vind dat we dat best knap opgelost hebben.”

VdW: “Vinden wij ook. Vroeger was het veel te simpel: hondenverbod in de broedtijd. Dan is iedereen altijd ontevreden: hondenbezitters dat ze er vaak helemaal niet mogen komen, natuurliefhebbers dat de honden hun vogeltjes opjagen, zwemmers die hondendrollen tegenkomen. Nu hebben we een veel evenwichtigere oplossing, gekozen op basis van een verfijnde multi-stakeholder belangen- en cultuurscan. Heeft wel wat euro’s gekost, maar … ”

Schitterende hekken

FB: Technisch was het best ingewikkeld, maar nu hebben we een echt natuurgebied (honden verboden), een gebied met enige natuurwaarden (honden aan de lijn), een zwemgebied (honden verboden) en een prachtige hondenspeelweide met zwemmogelijkheden voor honden, niet voor mensen. Er was één probleem: de verbindingen zo aanleggen dat honden, zwemmers, rolstoelen en fietsers hun strandjes en speelweiden konden bereiken zonder de natuur te verstoren. Met de oplossing ben ik echt in mijn nopjes. Ik heb een broer die hekken aanlegt.

Trójstyk Granic (Polen/Rusland/Litouwen)

Hij heeft vroeger bij de grens tussen BRD en DDR gewerkt, maar die business is sinds 1990 voorbij. Hij was maar wat blij met het contract voor zeven km hek. Niet te geloven, zeven km op zo’n piepklein eilandje. Hier en daar lopen natuurpaden en hondenpaden parallel met zo’n mooi hek ertussen. Het geheel lijkt nu een beetje op de grens tussen Polen en de Russische enclave van Kaliningrad maar er zijn niet veel mensen die daarheen gaan om het te bekijken. Hier kan je het gewoon in de provincie Zuid-Holland zien.

Strengen: honden – geen honden

Ongewenste natuuronwikkeling

VdW: Wij als opdrachtgever zijn dik tevreden. Wel hebben we nog één, vrij ernstig, probleem. De natuur ontwikkelt zich niet beleidsconform, hij ontstaat zomaar op de verkeerde plek. Ik zal u een voorbeeld geven. De ijsvogels hebben zich onlangs massaal gevestigd aan de oever van het honden-zwemstrand, een gebied dat wij niet voor de natuur hadden gereserveerd. Wat moeten we daarmee? Als we deze oever voor honden afsluiten, zijn de vogeltjeskijkers tevreden, maar hebben we oorlog met de hondenbezitters. Bovendien is het niet onze fout, maar …… ”

FB: “Wij kunnen ons goed voorstellen, dat u met die weinig beleidsconforme natuur in uw maag zit. Zullen wij eens een slim natuuronwikkelingbijsturingsplan in overleg met belangrijke stakeholders op de rails gaan zetten??”

VdW: Dank voor het aanbod. Maar helaas, het geld dat we van de provincie voor natuurontwikkeling  hadden gekregen, is op. Ik ben bang dat de natuur het een keer zelf moet gaan doen.

___

 

P.S. Er zijn twee dingen die op waarheid gebaseerd zijn. Verantwoordelijk voor de natuurontwikkeling op de Strengen is de gemeente Teylingen en Arcadis heeft een rol gespeeld in de vorming van de plannen. De rest is fantasie.

P.S.2. De ontwikkelingen op de Strengen zijn best interessant en ik volg ze met belangstelling. Ik denk niet dat alle ontwikkelingen nodig waren, maar ik zie zeker ook positieve gevolgen, afgezien van die malle hekken.... Zie ook een recente blog over de Strengen.

Een mooie relatie

Wij zijn net een weekje op Texel geweest. Mooi huisje, mooi weer, mooie duinen, stranden, wadden en natuurlijk veel vogels. Op de woensdagmiddag gingen de terrassen sinds maandenlange sluiting weer open, maar verder kwam het toeristisch vertier nog niet op gang.

Er zijn mensen die opscheppen met hun lijst van 80 vogelsoorten op één dag. Dat doe ik niet en ik mag het ook niet, want ik kom meestal niet ver boven de 50.  Die ene zwarte zeekoet, die zie ik wel weer veel mooier in Schotland of Noorwegen. Texel is voor mij vooral de combinatie van wind, water, zand en grote zwermen trekvogels: duizenden wulpen, rosse grutto’s, zilverplevieren en rotganzen. Het is de waddendijk: de eiders op de Waddenzee, plasjes met grote sterns en kluten achter de dijk, en op de dijk vooral dat ene kleine vogeltje dat van schaap naar schaap vliegt, de gele kwikstaart.

Vlakbij ons huisje op het terrein van Prins Hendrik liep ik in april regelmatig even de dijk op om die ongelooflijk gele beestjes te bekijken. Ik liep steeds meteen door naar de plek waar de boer de schapen voor die dag had neergezet, want eigenlijk waren ze bijna alleen maar daar, vrolijk vliegend en hippend tussen de wollige beesten.  Ik vroeg mij af waar toch die liefde tussen die twee wel heel verschillende dieren vandaan komt en ik vond al gauw het antwoord. Eenvoudig gezegd: schapen houden even weinig van kwikstaarten als kwikstaarten van schapen. De liefde werkt via veelvuldig aanwezige tussenpersonen, de strontvliegen. Schapen verspreiden stront. Vliegen komen op de stront af en kwikstaarten houden van vliegen. In het Duits heet de gele kwikstaart ‘Schafstelze’ en in Nederland schijnen de namen ‘koevinkje’ en ‘akkermannetje’ gebruikt te worden, wat er op duidt, dat strontvliegen op koemest net zo lekker zijn.

____________

Collega-vogelaar Arthur Staal was in dezelfde  periode op Texel als wij. Hier van hem een leuk verslag.

Voor een foto-album van ons laatste Texel-bezoek, zie deze pagina (wachtwoord vereist).

_____

Naar de Strengen – een vogelmiddag

Daar loop ik dan als leider van een mini-excursie naar de Strengen met in mijn kielzog Peet, Esther en Joop van de vogelwerkgroep. Even later zal zich Renée (plaatselijke vogel- en fotografie-enthousiasteling uit de Merenwijk) bij ons aansluiten. Ik heb wel enig recht van spreken hier, want ik woon hier sinds 1992, bijna 30 jaar.

De grootste verandering was hier rond 1995 toen het laatste restje Broek- en Simontjespolder aan de nieuwe golfbaan van Dekker werd opgeofferd, hetgeen onze toenmalige Buurman Bert tot de retorische vraag verleidde: “Ik weet niet wie stommer zijn, de koeien van nu of de golfers van straks?”. Nog stommer waren natuurlijk de bestuurders van toen die niet inzagen dat zo’n prachtig oud weidegebied had moeten worden behouden. Dan hadden we nu een andere wandeling gemaakt.

De laatste 25 jaar is er eigenlijk tot voor kort niet zo veel veranderd, totdat een groots plan voor herinrichting van het gebied ‘Kagerzoom’ (ik wist niet eens dat ik daar woonde) gelanceerd werd, inclusief rumoerige inspraakbijeenkomsten, waar bleek dat de steun voor de deels krankzinnige Teylingse plannen bij de Leidse Merenwijkbewoners onder het nulpunt was gedaald. Tenslotte ging er gelukkig heel veel niet door. Wel werden de Strengen en Tengnagel sterk onderhanden genomen. We gaan er vandaag eens een kijkje nemen.

Vanaf onze woning aan de Rivierforel lopen we linksom een stukje langs de golfbaan. Het is voorjaar en dat hoor je. Ter linkerzijde van het pad horen en zien we heel veel zwartkoppen, wellicht een tuinfluiter, heggemus, winterkoninkje, een paar puttertjes, fitissen en tjiftjaffen. Ter rechterzijde hoor je af en toe de scherpe tik van een golfbal die gelanceerd wordt.  Ettelijke zangvogels verder komen we bij de Groote Sloot, het water tussen de Merenwijk en Koudenhoorn. Er zwemmen wat futen en meerkoeten. Aan de overkant in Koudenhoorn horen en zien we ook van alles. Een bestemming voor de volgende excursie.

Tenslotte komen we bij de mooi Broekdijkmolen en iets verderop bij het bruggetje naar de Strengen. Hier zijn we getuige van de grote veranderingen die onlangs hebben plaatsgevonden. Wij slaan na de brug het pad links in. Niet zo lang geleden was er rechts van het pad een heerlijk wild bos van allerlei wilgen en struiken, totdat de bulldozers bijna alles met de grond gelijk maakten en er verschillende plasjes uitgroeven.

Als trotse kers op de natuuronwikkelingstaart prijkt hier nu een peperduur vogelkijkscherm dat op de plasjes uitkijkt. Niet ver daarvandaan staat een nieuw informatiebord dat de prachtige vogels vermeldt  die je hier kunt zien, inclusief blauwborstjes, spechten en eendensoorten. Tot voor kort waren die er allemaal, maar na het werk van de bulldozers is het even wachten totdat ze er weer zijn. Gelukkig hebben we nu een informatiebord waar ze op staan. Door de kijkgaten van het vogelkijkscherm hebben we voorlopig uitzicht op een woestijn met kleine meertjes. Eén grauwe gans dobbert er op het water. Het is een beginnetje.

Aan de linkerzijde van het pad kijk je op een klein baaitje (ongewijzigd in de plannen)  waar regelmatig ijsvogels en krooneenden te zien zijn. We hebben geen geluk. Misschien zitten ze op Koudenhoorn, een paar honderd meter verder. Wel wemelt het er van uitbundig zingend fitissen, zwartkoppen meer fraais. Joop wijst ons op een soort olievlek op het water. Het is geen olie, maar een natuurlijke verontreiniging van een bacterie die zich in ijzerhoudende bodem thuis voelt. Alweer iets geleerd. Op het volgende stuk horen we onmiskenbaar een Cetti’s zanger en we zien hem ook wegvliegen. Ik doe geen poging om hem te fotograferen.

Tenslotte komen we bij het strandje aan het Joppe. We moeten eerst door een hek, want hier mogen wél honden lopen. We wandelen een stukje langs de Joppe-kust, moeten nog een keer om een hek heen klimmen (we verlaten de honden-zone). Daar zou ergens een ijsvogelnest zitten. We zien geen ijsvogels. Misschien waait het gewoon te hard.

Toegang tot de Tengnagel, met het nieuwe verhoogde pad
Het nieuwe plasje op de Tengnagel

Niet veel verder bevindt zich het toegangshek van de Tengnagel een lange strook land die tussen het Joppe en de Zijl is blijven liggen bij het uitgraven  van de Zwanburger polder in de vroege jaren 1970. Deze strook is flink onderhanden genomen en waarschijnlijk met een positief resultaat. Het was altijd al een leuk gebiedje met mooie vogels als tapuiten en kwikstaarten op het land en andere vogels in het Joppe, zoals doodaarsjes en bijzondere eenden.

De grootste verandering is dat er nu plasjes zijn gegraven – mijn buurman op de Rivierforel noemde ze denigrerend muggenkwekerijen – waar heel veel steltlopers en rietvogels zich thuis zullen voelen. Maar het zal nog even duren.

Wij lopen een stukje de strook op. Eerst zien we een aantal witte kwikstaarten maar daarna ook gele. Wat zijn die beesten geel! In de buurt van de nieuwe plasjes zitten een paar kleine plevieren met duidelijk ringetjes om hun ogen.

Kleine plevier

Het zijn dus geen bontbekken. Niet minder mooi zijn de scholeksters. Helemaal vrolijk word ik van de visdiefjes, die ik voor het eerst dit jaar zie. Met die visdiefjes en de gele kwikstaarten lijkt het ineens echt voorjaar te zijn geworden. De tapuit – die er wel moet zitten – zien we deze keer niet. Esther vindt het te koud – er waait een frisse vrij harde wind uit het Noorden – en gaat naar huis. Renée zijn we onderweg kwijtgeraakt, maar zij had nog andere verplichtingen.

Visdiefjes bij de Tengnagel

Wij sluiten onze mooie tocht af met het pad ter rechterzijde van de Strengen, vrijwel onaangetast door het geweld van de natuurontwikkeling. Het is er prachtig. Aan de rechterzijde ligt een prachtig bos met veel water en omgevallen bomen. Ter linkerzijde (vol gegroeid met vooral groot hoefblad) ligt de Zijl. Terwijl de zangvogels ongedisciplineerd door elkaar heen zingen, gaat er af een toe een dagpauwoog op het pad zitten. Even zien we een bonte specht lang een tak omhoog klimmen.

We lopen naar (mijn) huis. Ik vond het leuk ‘mijn’ gebiedje te kunnen laten zien, dat gedeeltelijk ondanks en gedeeltelijk dankzij de nieuwe ontwikkelingen nog steeds erg leuk is.

____

Eerdere blogs/pagina’s van mijn hand die hier iets mee te maken hebben

Zwartkoppen, spechten en Cetti’s op Koudenhoorn

Alweer naar Koudenhoorn

Het is druk deze week. Gisteren ging de wekker om half zeven omdat ik naar de garage moest om zomerbanden te laten monteren. Wel wat voorbarig, want ik moest eerst het ijs van de voorruit wegkrabben voordat ik weg kon rijden. Vandaag gaat hij alweer om half zeven: op pad met Arthur Staal naar Koudenhoorn. Het is en blijft een van mijn lievelingsgebiedjes.

Bonte specht

Het is eigenlijk op een steenworp van de Merenwijk, maar ik moet even via Warmond erheen fietsen. Als ik via restaurant Coazy (nog steeds gesloten wegens Corona) naar de ingang van het stiltegebied fiets, zie ik al een man achter zijn Canon-telelens aan lopen. Goede morgen Arthur! Eerder gingen we hier op 9 november samen op stap, en daarna ben ik er nog talloze malen geweest, vooral om naar de ijsvogels te kijken. Na de korte vorstperiode van begin februari, zag ik ze niet vaak meer. Misschien hadden ze het niet allemaal overleefd. Maar nu is het een heel ander jaargetijde, wel koud voor de tijd van het jaar, maar de zon schijnt regelmatig volop en de vogels zijn druk in de weer hun territorium te verdedigen en nesten voor te bereiden. In het bos van het stiltegebied is het een feest van vogelzang.

Door het bos langs het water

Wij lopen het pad door het bos in. Vlakbij de ingang is hier het hele jaar nooit een gebrek aan bonte spechten. Nu in het voorjaar zijn de zangvogels weer in opmars, vooral de zwartkoppen, die uitbundig zingen, maar ook tjiftjaffen, fitissen, vinken en groenlingen.

Natuurlijk dragen de winterkoninkjes (klein vogeltje, groot geluid), merels, zanglijsters en roodborstjes hun steentje bij aan het concert. Dat kan ook wel gezegd worden van de grauwe ganzen, die fortissimo hun wanklanken erdoorheen toeteren, zodat je de andere vogels af en toe niet hoort. Waar de grauwe ganzen zwemmen, waren onlangs nog krooneenden te zien en zat de ijsvogel op een wilgentakje boven het water. Nu niet. We moeten tevreden zijn met paarsblauw in de zon oplichtende kuifeenden en een enkele brandgans.

Zanglijster

Dit is een prachtige tijd voor vogelfotografie: veel vogels en weinig bladeren! Nu blijft het toch moeilijk om de snaveltjes en niet de takjes scherp te krijgen, maar oefening baart kunst.

Cetti’s,  Fitetti’s en Fitjafs

Je hoeft geen heel goede vogelaar te zijn om een Cetti’s zanger aan zijn geluid te herkennen. Er zijn weinig vogeltjes die zo’n luide en duidelijke korte zang hebben. Het is moeilijker om ze te zien en nog moeilijker om ze te fotograferen.

Arthur Staal op jacht

Waar het bospad overgaat in het pad rond het rietveld, horen we en zien we een paartje Cetti’s. Ze vliegen steeds al zingend even boven het riet uit om dan al fladderend weer in relatief lage regionen te landen, een gedrag dat aan de rietzanger doet denken. We staan er meer dan een half uur en maken nogal wat foto’s, waar soms helemaal niets op komt te staan. Cetti-fotografie is een lastige specialisatie, die niet veel mensen beheersen. Tenslotte heeft Arthur er wel een paar mooi vastgelegd. Die van mij lijken nergens op. Wel fotografeer ik fitissen, die ook tjiftjafs  konden zijn. Ik noem ze maar Fitjafs. Vol trots presenteert Arthur zijn Cetti’s zanger op de natuur-appgroep. Hij wordt niet geaccepteerd, maar tot fitis gedegradeerd. Arthur heeft dus een Fitetti. Mijn waardeloze Cetti’s lijken wel echt.

Vanaf Koudenhoorn kan je zo naar De Strengen kijken. Daar in een klein baaitje is de ijsvogel vaak te zien. Nu zien we daar het paartje krooneenden. Blijkbaar verhuist dit paartje vaak van Koudenhoorn naar Strengen en vice versa. We lopen verder tot het eind, waar het pad rond het rietveld een kleine lus maakt. Hier staan een paar prachtige oude wilgen. Daar in de buurt horen we een kleine karekiet en Arthur herkent het geluid van een rietgors. Nog even en het wemelt hier van kleine karekieten, rietzanger, rietgorzen, en – wie weet – blauwborstjes.

___________