Aardsterren, eekhoorns en vogels op Voorne

Op de vijfde dag van de schepping had God best veel te doen:
“God liet het water wemelen van levende wezens, en boven de aarde liet Hij vogels vliegen. En God zegende hen, opdat de vogels en de vissen talrijk zouden worden.”

Dat is hem best goed gelukt, zeker als je bedenkt dat hij het allemaal op één dag voor elkaar moest krijgen. Toch is het ene vogeltje beter gelukt dan het andere, esthetisch gezien tenminste. Volgens mij verdienen de volgende (niet al te zeldzame) vogeltjes wat kleuren betreft een plaats in de top vier: het ijsvogeltje, de roodborsttapuit, het puttertje en het baardmannetje. Jammer voor de meerkoet. Die is talrijk, maar mooi? Op Voorne hebben wij  ze gezien, die kleurrijke top vier!

Met zwaar geschut

Op deze mooie zonnige zondag hebben we met twee groepen van vier mensen, allen leden van de Vogelwerkgroep Leiden, door de duinen en over de slikken van Voorne  gewandeld en daarbij hebben we genoten van de resultaten van die vijfde dag.

Bij het Quakjeswater

Daar stonden we dan met zijn twee maal vieren op de parkeerplaats bij het Quakjeswater op het Zuidwesten van Voorne. Wij liepen naar het observatiepunt aan het water. Een mooie grote grote zilverreiger (niet kleine, want die kenmerken had hij niet) zat fotografievriendelijk in de zon. Niet ver daarvandaan zwommen zwarte zwanen. Er werd geopperd dat zij een nest zouden hebben in november. Het leek mij sterk, maar het zou het gevolg kunnen zijn van een genetisch ingebouwde jetlag van 6 maanden. Dat kan je wel hebben met dieren van het Zuidelijk halfrond, werd er gezegd. Er was niet zoveel te zien, maar één vogelaar uit een der groepen (Stan?) ontwaarde op een halve kilometer afstand een dodaarsje. Je moet het maar kunnen.

Judasoren

We wandelden een rondje om het Quakjeswater en door de omliggende bosjes. Ergens zagen we leuke staartmeesjes.  Waar we puttertjes zagen, kan ik mij niet meer herinneren, maar we hebben er wel een gezien.

We zagen niet alleen vogels. Af en toe raakten we gevaarlijk ver van onze centrale missie als vogelwerkgroep, maar leuk was het wel. Interessant waren de Judasoren, leuke (eetbare) paddenstoelen, die als oren aan de boomstam hangen. De naam verwijst naar Judas, die zich na het verraad van Jezus aan een vlier ophangen zou hebben. Zo komt in dit verslag naast het Oude ook het Nieuwe Testament aan bod.

Niet lang hierna zagen we een mooie rode eekhoorn boven in een boom. Hij had het druk met het eten van rozenbottels. Daar blijken ze dus van te houden.  Het zijn dan misschien geen vogels, maar een beetje vliegen kunnen ze wel, van boom tot boom. De discussie in de twee groepen concentreerde zich nog even op vliegende zoogdieren, inclusief het vliegend hert, wat echter een kever bleek te zijn.

Aardster

Even later zagen we een prachtige aardster. Marianne liet zien hoe een grote hoeveelheid sporen uit het bolvormige reservoirtje bovenop deze rare paddenstoel gelanceerd wordt als je er even op drukt. Ik kreeg een paar duizend sporen in mijn neus door het experiment.

Zieke buizerd

Niet lang voordat we weer bij onze parkeerplaats kwamen, zagen we een buizerd van heel dichtbij. Hij zat in het bos en had niet echt de energie om ver weg te vliegen. Het beest was niet gezond, zo te zien. Vogelgriep?

Even later verlieten wij de Zuidkant van dit eiland en reden met een groot aantal auto’s naar Oostvoorne en verder naar het groene strand.

Baardmannetje

Prachtige rietvelden overal. In de zomer moet het hier wemelen van karekieten, rietzangers en rietgorzen, maar ook nu was het er de moeite waard.

Vanaf het mooie pad door dit gebied zagen wij schitterende baardmannetjes. Alleen dit al was de reis waard geweest. Ook zagen we ergens de roodborsttapuit.

Het laatste gebied dat wij met een bezoek vereerden, was het voormalige autostrand vlakbij de Slikken van Voorne. Ik kwam hier al in de vroege jaren tachtig regelmatig, maar wat is het er veranderd!

Natura 2000-gebied Slikken van Voorne

De slikken raken steeds meer begroeid. Hier en daar zie je duinvorming. Omdat de slikken zelf verboden terrein zijn, staan en zwemmen de vogels vrij ver weg. Gelukkig had ik een telescoop bij me. Je hoorde de wulpen en als je goed keek, zag je ze ook, samen met scholeksters, tureluurs, zilverplevieren en een enkele bonte strandloper en  drieteen. In het water zwommen veel wintertalingen maar ook prachtige pijlstaarten, helaas wel vrij ver weg. Heel ver weg zat een ijsvogeltje. Je moest wel heel goede ogen hebben om hem te ontdekken, maar Ron Ousen heeft die blijkbaar. Daarmee konden we de top vier in ieder geval noteren voor deze dag.

De laatste badgasten?

De zon kwam steeds dichter bij de horizon, zoals dat in november rond een uur of vier wel vaker gebeurt. We liepen nog even een heel klein stukje de duinen in en kwamen bij een mooi uitzichtpunt. Mooie gekleurde luchten, prachtige slikken en waterplassen waarin de nog blauwe lucht en verlichte wolken reflecteerden. Het was mooi geweest. Naar huis.

Herfstlucht boven de slikken van Voorne

 

_______

Route rond Quakjeswater
Groene strand (rechtsboven) en Slikken van Voorne (linksonder)

We waren hier wel eerder met de vogelwerkgroep. Zie het verslag uit 2017.

P.S.


Ik heb niet naar volledigheid gestreefd. Ik heb ook geen lijst van waarnemingen gemaakt. Er ontbreekt best wel wat, zoals hier en daar een lepelaar, mantelmeeuw of een torenvalk. Ik heb opgeschreven wat ik mij herinnerde.

P.S. 2

In werkelijkheid duurde het ontstaan van de vogelsoorten wel iets langer dan die ene dag uit het mooie scheppingsverhaal. Het is tegenwoordig onomstreden dat vogels tot een brede groep van dinosauriërs behoren. In 1861 werd een fossiel van een archaeopteryx ontdekt, één van de eerste vogels die 150 miljoen haar geleden, in de periode van het Krijt, leefden, naast allerlei andere dieren uit de dinosauriër-families. Aan het eind van het Krijt stierven de meeste van deze dieren uit. Vogels en krokodillen bleven bestaan. Al onze vogels behoren tot de zogenaamde Neornithes, die rond 120 miljoen jaar geleden ontstonden dus nog ruim voor het grote uitsterven van 65 miljoen jaar geleden. Een aantal soorten heeft die ramp blijkbaar overleefd. De 'vijfde scheppingsdag' (als we ons tot de vogels beperken) heeft tientallen miljoenen jaren geduurd vanaf het moment dat de eerste dinosauriër een vogel werd. 

R.

Een mooie ochtend op Koudenhoorn

Het Joppe bij zonsopgang

Al om acht uur fiets ik langs de golfbaan en langs het terrein van Dekker richting Warmond. Het begint net licht te worden en overal hangen flarden mist. Bij Albert Heijn Warmond ga ik bij het marktterrein het bruggetje over naar Koudenhoorn. Koudenhoorn is een stukje Zwanburger polder dat is overgebleven toen het hele middendeel in het begin van de jaren zeventig aan de zandwinning ten prooi viel. Maar de zandwinning werd een mooi water, het Joppe. Er waren toen vergaande plannen om Koudenhoorn te bebouwen maar daar is op tijd een stokje voor gestoken (zie hier voor meer informatie). De helft werd recreatiegebied en op de andere helft werd, zoals dat in Nederland gaat, natuur aangelegd.

Het Joppe

Om kwart over acht kijk ik over het rimpelloze en mistige Joppe uit, terwijl de eerste zonnestralen het water bereiken. Het ligt vol ganzen, vooral grote Canadezen en grauwe ganzen.  In de bomen achter het paviljoen Coazy zitten niet alleen veel duiven, maar ook groepen Koperwieken. Terwijl ik in gedachten verzonken over het Joppe tuur, komt Arthur  aanzetten.

Koperwieken op Koudenhoorn

Ik had al ge-appt dat ik koperwieken in de aanbieding had, maar die zijn inmiddels vertrokken. Ik kon ze niet in die bomen houden helaas. We kunnen aan dit strandje (in de zomer een drukke recreatiebestemming, maar nu uitgestorven) meteen beginnen. We zien geen bijzondere ganzen.  Wel komen er nogal wat smienten overvliegen. We lopen over de steigers aan het Joppe en dan een stukje rechtsaf naar de ingang van het stiltegebied. Wij – twee niet meer piepjonge heren – missen de oren van Stan aan het pad waar hij niet lang geleden de goudhaantjes voor ons hoorde. Nu moeten we het met onze ogen doen. Arthur heeft het geluk dat zijn gezichtsvermogen bij zijn laatste grote beurt goed is opgeknapt. We zien ze dus. Het blijft wel moeilijk ze te fotograferen als ze hoog in de bomen zitten. Waarom zetten ze hier geen comfortabele ligstoelen neer van waaruit we plaatjes kunnen schieten?

Koudenhoorn in de zomer

Dit bos is in de zomer een paradijs voor allerlei zangvogels, inclusief zwartkop, tuinfluiter, fitis, tjiftjaf en zanglijsters. Nu domineert het roodborstje met zijn driftige territoriumafbakening. Ook komen er troepen “lawaaipapegaaien”, dwz. halsbandparkieten, langs. Grote bonte spechten laten zich vaak horen, vooral door hun roep, maar soms door geroffel.  Vanaf een paar honderd meter van het toegangshek loopt het pad lang een prachtig water, waar je regelmatig ijsvogels kunt aantreffen. We kijken in spanning naar de ijsvogelplekjes aan de overkant, maar worden helaas door de inmiddels fel schijnende zon verblind. We lopen maar verder. Aan de linkerkant is nog steeds water, maar rechts beginnen mooie rietvelden. Er schijnen baardmannetjes gesignaleerd te zijn, maar niet door ons deze keer. Het pad maakt aan het eind een lus door de rietvelden. Je bent  dan vlakbij de Strengen en dat is te horen! In de Strengen wordt met veel lawaai een natuurgebied aangelegd. Er was al prachtige natuur, maar dat was een ongeplande ruigte. Wel zag je in die ruigte van alles van blauwborstjes tot haviken, maar desalniettemin was het gebied aan ontwikkeling toe. Zware graafmachines diepen en nieuwe waterplassen uit en de motorzagen verwijderen ongewenste bomen. Wie weet, wordt het wel iets, maar voorlopig is het vooral een, op zijn Leids gezegd, pokken-tering-herrie. Volgens collega-vogelaar Renée zijn de koperwieken van de Strengen daarom naar Koudenhoorn gevlucht. Het zou best kunnen.

Koudenhoorn in de zomer

Ergens aan het pad door het riet haal ik een thermoskan koffie uit mijn rugzak. Ik heb een extra kopje meegenomen en losse suiker. Ik drink suiker in de koffie maar dat doet bijna niemand meer. Arthur wil gewoon suiker: die moeite had ik mij dus kunnen besparen. Ik zeg: “ik had er niet op gerekend, want alleen stokoude mensen gebruiken nog suiker in hun koffie.” Deze uitspraak wordt niet in dank afgenomen.

Net op het moment dat we tot de conclusie komen dat er niets te zien is, zit er een troepje leuke staartmezen in de boom. Arthurs Canon ratelt als een mitrailleur.  Niet veel later komt de eerste ijsvogel langsflitsen. Het blijft indrukwekkend: indrukwekkende kleuren, prachtige kaarsrechte vlucht over het water. Het lukt mij niet om deze dag foto’s van de ijsvogel te maken. Arthur heeft iets meer geluk, maar het lukt mij niet de juiste plek te zien en dan is hij weer weg. Nog één keer legt hij het me heel goed uit: daar links van het berkje bij die plant met rode blaadjes en dan 75 cm omhoog. Ja, nu zie ik het en nu klinkt mijn Nikon als een iets ander merk mitrailleur. Als we de oogst bekijken, is het duidelijk dat we allebei veel foto’s hebben van het zelfde blaadje in de mooie kleur ijsvogel-bruin.

Hier is regelmatige de ijsvogel te zien

Als we na de lus door het rietveld weer op de terugweg langs het brede water lopen, komt de ijsvogel nog twee keer met grote snelheid langs. Het licht wordt iets gunstiger, maar de overkant is nog steeds in de schaduw. Regelmatig komen wij geïnteresseerde wandelaars tegen, die behoorlijk onder de indruk zijn van onze imposante telelenzen en camera’s en vragen welke jachttrofeeën we  kunnen rapporteren. Niet zo veel eigenlijk, afgezien van een staartmees, een roodborstje, een tjiftjaf en een blauw vlekje dat een ijsvogel moet voorstellen. Eén van die wandelaars, een vrouw uit Warmond, vertelt ons zonder enige schaamte dat de ijsvogel gewoon in het water bij hun tuin zit. Ze laat bewijsmateriaal op haar telefoon zien. Het is oneerlijk verdeeld op deze wereld.

Niet ver van het toegangshek maak ik nog leuke foto’s van een boomkruiper. Prachtig, dat lange kromme snaveltje en dat gedrongen lijfje. Hier en daar vliegen nog goudhaantjes en hoor je een grote bonte specht. Het is mooi geweest. Bij het Joppe zijn niet meer zoveel vogels als een paar uur daarvoor. Wel zitten  de vaste gasten op de palen bij de boeien die het  zwemgebied afbakenen.  We gaan naar huis.

 

Die avond lees ik op WhatsApp dat wij een witkop-staartmees gezien zouden hebben. Ik kan me daar niets van herinneren. Nee, we hadden hem die dag niet gezien, maar hij stond wel op de foto. Bij het bewerken van de foto’s kwam hij tevoorschijn. Soms weet je niet wat je ziet.

___________

 

 

 

 

 

Kleine vakantie

Bijna alles is klein deze keer. Het huisje (één kamer) is zo klein dat je van de eettafel zo in bed kunt rollen. Wij bevinden ons in een plaats met drie letters (Epe) en het gezelschap is ook niet groot: twee personen.

Ja, de bomen zijn zo hoog dat je geen idee hebt wat voor kleine vogeltjes er van kruin tot kruin vliegen. En het bos is groot. Lange statige lanen met eiken of beuken er langs worden afgewisseld door romantische slingerpaadjes, door paardenhoeven omgeploegde ruiterwegen en kaarsrechte betonstroken waar de geëlektrificeerde overjarige Nederlander overheen suist, zijn/haar blik gefixeerd op het LCD-schermpje dat aan het te hoge stuur is bevestigd.

Daar lopen we dan. De bossen zijn mooier dan we ons van vorige bezoeken herinnerden. Vooral de hoge dennen zijn mooi. Zij hebben het voordeel dat de meeste takken bovenaan zitten en niet zo’n donker ondoordringbaar bos vormen als die sombere sparren. Bij sparren zie je soms door het bos de bomen niet meer. Herfst is overal een mooi jaargetijde, maar zeker hier. De kleuren zijn nog volop in ontwikkeling maar hier en daar kan je al genieten van sterke contrasten tussen gele beuken tegen de achtergrond van donkergroene dennenbossen en paarsbruine heidevelden.

De mooie berkenstammen zorgen voor mooie contrasten en een ritme in het landschap wanneer er tientallen op een rijtje staan. Onderaan die bomen schieten de paddenstoelen met grote vaart uit de grond. Even krijgen we een glimp te zien van het wonderlijke leven dat zich in de diepe duisternis afspeelt: prachtig felgekleurde vliegenzwammen, andere amanieten en een grote verzameling bruine en kleurloze zwammen die uit dode boomstronken groeien, zoals sponszwammen.

In de verte lacht een specht. Het zou een zwarte specht kunnen zijn. Die zitten hier zeker, maar hij laat zich niet zien en we horen ook geen geroffel. Hoog over de bomen vliegen zwermen lijsterachtigen, waarschijnlijk kramsvogels maar ze blijven te ver weg. Er vliegen regelmatig vinken en af en toe een groepje puttertjes. Overal hoor je de bonte specht en af en toe zie je er een langs een stammetje klimmen en dan weer wegvliegen.

De merels vliegen regelmatig door de lagere regionen van het bos. Het hadden er veel meer kunnen zijn als het usutu-virus niet zo onder de populatie had huisgehouden.

Als we nu niets doen, doet het Covid-virus iets dergelijks met de mensenpopulatie, maar we doen wel iets, dat wil zeggen: we doen steeds minder. Geen gezellig terrasje op de helft van onze wandeling naar de Renderklippen of de Dellen, maar op een door de toeristenindustrie ter beschikking gesteld bankje een kopje koffie uit een thermoskannetje en daarbij een goed belegde boterham. Er komt een gezelschap langs waarvan één wandelaar vrij slecht ter been is. Als we hem een deel van ons bankje aanbieden, reageert hij bijna verontwaardigd: “Dan kan ik de voorgeschreven afstand niet aanhouden!”. “Sorry – even vergeten”. Even later verlaten wij het bankje en kan er volgens de regels op gezeten worden.

Wij lopen terug naar ons piepkleine huisje. Daar schenken we een bokbiertje in en koken boerenkool met worst. Herfst 2020.

Vogels op de foto

Toen ik laatst met enige trots mijn foto van een sneeuwgors aan Petra liet zien, vroeg ze of ik dat grijsbruine musje bedoelde. Zij vond het niet interessant. En daar had ze gelijk in. Een saai plaatje met wat bruine, grijze en witte tinten. Wel een leuk kopje. Maar zoveel leuker dan een huismus?

Sneeuwgors in Poelgeest (© Reinier de Man)

Natuurlijk wordt het beestje wel interessant als je weet dat het misschien helemaal uit IJsland hierheen is gevlogen en nu zaadjes zoekt op een wandelpaadje in de randstad. Maar dat maakt het nog geen mooie foto. Ja de foto is scherp en het beestje staat er goed op, maar het is geen mooie foto.

Vogelaars zijn eigenlijk gewoon verzamelaars. Vogelen is iets gezonder dan postzegels verzamelen maar in principe hetzelfde. Een postzegelverzamelaar verlangt ernaar die ene zeldzame postzegel van 1½ cent uit 1890 in zijn bezit te krijgen. Vogelaars denken iets groots verricht te hebben als ze een bijzondere jager-soort bij de vuurtoren van Texel hebben zien vliegen. Je kan zo’n waarneming gewoon op een lijst aantekenen, maar nog mooier is een foto. Bij een willekeurige vogelhut klink het geratel van de Nikons en de Canons en daartussendoor het oeh en aah van de vogelfotografen en af en toe: “Nu heb ik hem mooi!” of “Shit, mijn sluitertijd stond te lang en nu is-ie toch niet helemaal scherp!”.

Ik ken vogelfotografen die heel mooie en zelfs adembenemende kunstzinnige vogelprenten maken, met wonderlijke kleurpatronen en een prachtige weergave van beweging. Maar veel foto’s die ik voorbij zie komen, zijn net zo oninteressant als de postzegelalbums. De vogels staan er op en soms zijn het heel zeldzame exemplaren.

Voor een fotograaf doet de zeldzaamheid van het beestje (of het plantje) er absoluut niets toe, eigenlijk ook niet of het “mooi” is. Als een vogel mooi is, is dat hooguit de verdienste van de “Schepper”, als er zo iemand mocht bestaan. Maar of een foto mooi is, dat hangt van zijn schepper af en die bestaat zeker: de fotograaf.

De dirigent van het Joppe (© Reinier de Man)

Bekijk zelf maar wat je hier van vindt. Ik fotografeerde een aalscholver  aan het “Joppe”, een diepe waterplas hier vlakbij. Hij zit op een paaltje tussen twee drijvende boeien die het zwemgedeelte daar afgrenzen. De aalscholver is niets bijzonders. Er vliegen hier honderden. De boeien zijn van goedkoop plastic gemaakt. Maar is het een mooie foto? Ik vind van wel. Een kennis van mij leverde mij een mooie titel: “de dirigent van het Joppe”.

Fantastische vogelfoto’s vind je op de site van Adri de Groot.

In een eerdere blog schreef ik over mijn belevenissen in een vogelhut met vogelfotografen.

____

IJsvogels en bulldozers

Het ijsvogelplekje

 

Ons ijsvogelplekje

Afgelopen week vrijdag had ik mijn collega-vogelaar Arthur uitgenodigd om eens een kijkje te nemen op de Strengen en vooral om daar de ijsvogeltjes te zoeken om op de camera vast te leggen. We liepen van ons huis in minder dan een kwartier naar dit prachtige plekje aan het water vlakbij de molen. Het duurde niet lang of het eerste ijsvogeltje ging, zoals altijd, op één van de dode takken aan de overkant zitten. Vanaf dat uitkijkpunt kan hij zo het water in duiken om een visje te bemachtigen.

IJsvogel op de Strengen

Dat hebben we ze al vaak zien doen. De ijsvogel vloog weer door naar een andere plek, misschien wel op Koudenhoorn of misschien ook wel dichterbij aan onze kant, waar je ze wel af en toe kunt horen maar nooit zien. We besloten maar eens weg te gaan. Er vloog op dat moment nog één ijsvogeltje van rechts naar links over het water. Zijn oranjebruine borst vormde een contrast met het grijze water en de grijze lucht.

Een prachtig rondje

We liepen nog even het bekende rondje over dit eiland. Aan de linkerkant vooral riet en wilgen, aan de rechterkant heel veel struiken, boompjes en ook dode bomen.

Blauwborstje op de Strengen

Niet lang geleden zag ik er blauwborstjes. Een prachtig gebied, waar de natuur de vrije hand heeft. Niets is hier gepland (dachten we toen nog), alles is hier spontaan. Opvallend waren nu de prachtige rode bessen, waarschijnlijk meidoorn. Na dit pad ter linkerzijde van de brug bij de molen kom je bij het strandje waar in de zomer veel gezwommen en gezond wordt. Echte sportievelingen zie je er nog wel zwemmen, soms met opblaasbaar oranje kussen achter zich aan als waarschuwingsboei. Voorbij het strand namen we het pad aan de rechterkant van het eiland.

Horizontale en verticale boom

Aan de linkerkant veel riet, groot hoefblad en wilgen, aan de rechterkant een prachtig bos waar heel veel bomen, ooit omgewaaid, vooral horizontaal groeien. Hier zag ik laatst nog staartmeesjes en een enkele bonte specht. In de zomer stikt het van allerlei zangvogels zoals zwartkop en zanglijster. Ook zat er deze zomer een grauwe vliegenvanger.

Snel hadden we het hele rondje gelopen – het is eigenlijk een heel klein gebiedje – en we wierpen nog een laatste blik op onze ijsvogelplek. We hoorden er één maar zagen hem niet. Dat gold zeker ook voor de uiterst luidruchtige Cetti-zanger die zich niet ver van ons in het riet verstopt had.

Op de terugweg spraken we nog met iemand die niet allen kramsvogels had gezien maar zelfs ook een bladkoning. Die zouden we de volgende keer maar moeten zien.

Wel even schrikken …

Waar deze havik zat, is nu alles verdwenen

Op maandag kreeg ik een verontrustend berichtje op WhatsApp van Renée (“gepassioneerd vogelaarster” staat in haar profiel), dat een groot stuk van de Strengen kapot was gemaakt. Ik ging zelf maar eens kijken. Ik wist dat er plannen waren om hier en daar op de Strengen waterplassen aan te leggen. Dit zou daarvan de voorbereiding zijn. Wat ik aantrof, was om te huilen. Waar ik in het voorjaar blauwborstjes zag, waar onlangs een havik bovenin een oude boom zat en waar de vuurrode bessen aan de struiken zaten, zag ik een bruingrijze vlakte met diepe sporen van zware voertuigen. Vrijwel alle begroeiing was verwijderd. Een van de mooiste plekjes in mijn omgeving was volledig verwoest.

Als alles volgens plan verloopt, komen hier een aantal waterplasjes. Het zou best kunnen dat daar mooie natuur zal ontstaan. Wie weet, fotograferen wij volgend jaar daar de roerdompen, bijzondere futen of lepelaars. Tot die tijd zal ik het mooie ruige gebiedje missen.

Ooit was hier natuur ….

Voor een presentatie over de mooie Strengen, voordat de bulldozers kwamen, zie deze pagina.

Ik wond me in januari 2018 al op over de waanzinnige ontwikkelingsplannen van de gemeente Teylingen en de provincie Zuid Holland. Zie bijvoorbeeld deze blog over "beleidshallucinaties".

P.S.

De Strengen is een laatste overblijfsel van de Zuidrand van de voor een groot deel afgegraven Zwanburger polder, net zoals Koudenhoorn. Koudenhoorn was eerst een weinig aantrekkelijke ruige vlakte. Een gedeelte werd recreatiegebied en in een ander gedeelte werd ‘natuur’ ontwikkeld. Het prachtige water dat door het Oostelijke deel van Koudenhoorn loopt, is gewoon achter de tekentafel verzonnen. Op een bankje aan de oever van dat water zit ik soms uren lang te kijken naar prachtige ijsvogels. Je zou kunnen zeggen dat een deel van de Strengen tot nu toe nog niet ‘ontwikkeld’ was. Er groeide van alles en er vlogen de meest bijzondere vogels. Dit deel was spontaan ontstaan. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van de ambtenaren en ingenieurs. Het wordt nu door geplande ‘natuur’ vervangen. Wie weet, wordt het mooi. Voor de ontwikkeling van het Joppe en de daaraan grenzende gebieden zie deze presentatie.