The Brexit Mess is in the UK’s political genes

Brexit Negotiation Errors

A Harvard Professor

In December 2018, Deepak Malhotra, a Harvard Business professor and expert on negotiation, wrote an interesting article in the New York Times opinion section: “I’m an expert on Negotations and I Have Some Advice for Theresa May”. He quoted his own article, written in 2016 not long after the Brexit Referendum, in which he addressed basic negotation errors and predicted what could happen next as a result:

“The EU might come to the conclusion that since any deal is going to fall short of the extreme promises made in the UK, it is not worth giving any special concessions at all. I hate to say it, but this is precisely where we are today.” [1]

His prediction was 100% accurate. In his 2018 letter to the editor he addresses May’s basic negotation errors: ignoring the ‘red lines’of her negotiations counterpart and “her refusal to manage expectations from the beginning”. Rather optimistically Malhotra concludes: “It may not be too late for the prime minister to rescue the negotiation process. But to do so, she must first stop negotiating like an agent and start negotiating like a mediator.” [1]

Winning is the Game – Losing is the Result

I tend to fully agree with Malhotra on this conclusion, but only on one condition: it only makes sense in case May and her government really want to negotiate based on a clear understanding of the need for negotiating. I am afraid this understanding is completely absent. Nothing in the development between the 2016 referendum and today is pointing at even the slightest sign of a willingness to negotiate. All the games point at one thing: winning. May has been fighting on many fronts: UK versus EU, Conservatives against Labour, May against hardliner Brexiteers, May against her Ministers and finally Government against Parliament. She has lost 99% of all fights, but still it is difficult to discover any real trend towards negotiation and consensus building.

My Dissertation (1987): I could not believe what I heard

Of course this is nothing unexpected. Reading about the unbelievable Brexit tragedy, I had to think about my dissertation (1987) for which I studied policy processes in both the Netherlands and the United Kingdom. It was about the formation of energy policy, the use of technical and economic information and styles of negotiation. After studying our Dutch debates on nuclear energy, energy saving and low energy scenarios, I took the ferry to Harwich and travelled through the UK to interview key people in policy debates and policy formulation during the early 1980s. The questions in the UK policy debate were not too different from the questions discussed in the Netherlands. My ‘zero hypothesis’ for my UK interviews was that I would find processes in the UK similar to those in the Netherlands. No hypothesis could have been more naïve. In many interviews, I could not believe what I was hearing. Whereas in the Dutch debates there were continuous attempts at bridging divergent views and interpretations, the UK landscape of positions remained fragmented. In the Netherlands, relevant minority positions were taken seriously. In the UK, minority positions simply lost against majority positions.

British Style Majority Rule

In my dissertation, I wrote about the forecasts in the low energy debate:

“The British style in the low-energy debate caused a relatively fast institutinal reassessment of energy forecasts. … .. …. (T)he debate was highly effective. It could be effective because it did not entail extensive negotiation procedures involving powerful minorities, such as were seen in the Netherlands and in Western Germany. In this respect, the energy forecasting case is just an example of the effectiveness of majority rule politics versus the time-consuming procedures in countries which organize their political decision making on the basis of the proportionality principle.
On a different level however, this British style may prove highly ineffective, as it does not solve any of the underlying societal conflicts.” [2]

Negotiation Skills Deficiency Genes

Today, 32 years after I defended my dissertation, not too much has changed in the UK policy tradition. Governing by simple majorities is still in the UK’s political genes. It may still work in certain situations to a certain extent, but its limits are becoming painfully visible, not only because of the gradual breakdown of the UK two party system and the imminent crisis in the conservative party, but also because it does not provide solutions for today’s complex policy issues that intrinsically require superior negotiation skills. Such skills are scarce among the current elite.

Moreover, in the area of trade relations, skills that may have existed before the UK joined the EU are completely gone.  At the time of the Brexit decision, the UK did not have any trade negotiator. Already in 2017, the Norwegian prime minister said:

“We do feel that sometimes when we are discussing with Britain, that their speed is limited by the fact that it is such a long time since they have negotiated.” [3]

The UK has a political culture that does not foster negotiation skills. The present political elite is therefore completely incompetent to deal with their huge tasks ahead. In principle, the problem could be solved by sending all top politicians to a 10 day course with professor Malhotra at Harvard. But so long as the absence of elementary negotiation skills is not being recognized as a problem, this will remain sheer phantasy.

References

[1] Deepak Malhotra, I’m an Expert on Negotiations, and I Have Some Advice for Theresa May. Maybe there’s still hope. NYT 20 Dec. 2018. https://www.nytimes.com/2018/12/20/opinion/brexit-theresa-may-negotiations.html

[2] R. de Man, Energy Forecasting and the Organization of the Policy Process, Disertation, Amsterdam 1987  https://rdeman.nl/oldsite/download/dissertatie1.pdf

[3] Norwegian prime minister Erna Solberg says long membership of EU has left Britain without key skills for successful trade talks. The Guardian, 5 Jan. 2017, https://www.theguardian.com/politics/2017/jan/05/uks-lack-of-negotiating-experience-may-lead-to-very-hard-brexit

 

Onze eerste Etrog

Wat heeft u ermee gemaakt??

Wij hebben een bio-groentenabonnement. Dat wil zeggen dat elke donderdag een grijze bestelbus de straat in komt rijden. De bestuurder zet dan een papieren zak voor onze deur, belt kort aan en rijdt meteen weer weg. Hij lijkt niet geïnteresseerd te zijn in onze reacties, hoewel die soms best de moeite waard zijn. De laatste keer zat er een veel te grote langwerpige bleke citroen in de bruine zak. Op het begeleidende schrijven stond dat ik een ‘cedar’ had gekregen, maar ik vond geen duidelijke beschrijving op internet. Dus de bio-boer uit Katwijk maar even een foto gemaild met de intelligente vraag “Wat is dit nu?”. Het keurige antwoord bevatte de voor mij al bekende maar nog steeds onbegrijpelijke informatie “Je hebt een cedar ontvangen.”

Een rare citroen ….

Gelukkig zat er een bijlage bij de e-mail, waarin stond dat het om een etrog ging, een verre voorouder van de citroen. De vrucht bestaat voornamelijk uit schil, maar gelukkig schijn je daarmee van alles te kunnen doen. Stukjes schil met olijfolie in de salade was één suggestie. Onze leverancier leek het ook niet allemaal zo precies te weten. Anders had die niet het volgende verzoek meegestuurd: Wellicht dat u ons nog een berichtje wilt sturen over wat u ermee gemaakt heeft en uw ervaring.

Het voelde een beetje alsof je een fiets koopt en de fietsenmaker stuurt je een mailtje: Wij zijn benieuwd wat u eigenlijk met die Gazelle bent gaan doen.

 

Zwaaien met lulav en etrog

Het zoekwoord “Etrog” gaf ons meer aanknopingspunten dan het woord “cedar”. Na een half uurtje zoeken op websites en youtube-filmpjes kwamen we in de wonderlijke wereld van Joodse rituelen terecht.

Lulav en etrog

De Etrog speelt een belangrijke rol in de rituelen van het Loofhuttenfeest (Soekot). Een belangrijk element daarvan is het zwaaien met de lulav en de etrog, symbolen van de oogst. De lulav is een palmblad, waaraan twee stel andere takken zijn bevestigd, twee wilgentakken en drie takken van de myrthe. De lulav wordt in de rechterhand en de etrog in de linkerhand gehouden, waarbij ze elkaar moeten raken. De lulav wordt tijdens het ritueel in zes richtingen bewogen in de juiste volgorde: naar voren, naar rechts, naar achteren, naar links, naar boven en naar onderen.

Deze kost wel 1000 dollar!

Er worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van een koshere etrog: hij moet niet alleen van een echte etrogplant afkomstig zijn (herkenbaar aan de vorm van de vrucht, het steeltje en de zaden), hij moet ook mooi en helemaal gaaf zijn. Voor een perfecte etrog wordt in de Verenigde Staten duizend dollar neergeteld. Een niet perfecte maar nog acceptabele etrog krijg je wel voor minder, voor 40 tot 150 dollar.

Een heerlijke cake

 

De cake en wat er van de etrog overbleef

Als de etrog zijn rituele functie heeft vervuld, kan hij nog nuttig zijn in de keuken. De meeste etrog-recepten staan op Joodse websites onder titels als “wat doen we met de etrog na Soekot?”. Onze etrog had waarschijnlijk de test voor ritueel gebruik niet kunnen doorstaan, maar het was wel een echte etrog voor keukengebruik. Van de website http://www.joyofkosher.com haalde Petra een uitstekend recept voor een cake waarin geraspte etrog-schil en etrog-sap wordt verwerkt. Het grootste deel van de vrucht – vruchtvlees, pitten, het meeste van de schil – belandde gewoon in de vuilnisbak. Het resultaat viel zeker niet tegen. De cake was heerlijk. Een smakelijk bijproduct van het Joodse feest dat wij niet gevierd hadden op basis van een rare vrucht uit ons groentenpakket. Zoiets verzin je niet.

 

Smakelijk eten!

 

 

De Kievit – het verst in biologisch

Wie ook in een biologisch groentenpakket is geïnteresseerd verwijs ik naar de website van De Kievit.

Finding Happiness – Losing Control

Finding your passion …

For many people today, it’s not enough to say that they like or love something. About things that are really important, you should be passionate. They should be your passion. Apart from the fact that I am not familiar with that sort of language, I ask myself: what could it possibly mean to be passionate or to have found your passion. A short google exercise reveals that many people think that knowing and practicing your passions is key to a rewarding life. Many confessions suggest how life after discovering the power of passions has made a qualitative turn for the better. “Too many people live lives of quiet desperation not understanding what their passion is.”  “Almost three decades of my life had passed before I discovered the power of passions.”   It is often assumed that “passion” is something hiding deep in your inner self, waiting to be discovered. There are entire websites devoted to ‘discovering your passion’  or even to discover that you are pursuing ‘passions’ that appear to be no passions at all.

Passions of the authentic self …

I could fill more than twenty pages with quotes like this: “Your passions can only be uncovered from your own unique story. There are things inside of you that you may have not tapped into yet because of fear. It’s scary because when you find your passion, it pushes your limits and calls you out to levels you thought you were never capable of reaching.”

The popular idea is that passions are the expression of deep desires of the authentic self, often still  blocked by fears or conventions, ready to be freed by a mixture of honesty and courage. The message is: deep inside you have tons of unrealised potential to become the person you deserve to be and develop amazing insights and skills  you have long only dreamed about. The remarkable thing is that following or developing your passions is mainly a question of letting go: removing the blockades that have been making your life mediocre or even miserable. This should not be a surprise, as passion literally  means: being passive.

Spinoza:  ‘agere’ and ‘pati’

Many people today use the word ‘passion’ to show how they follow their deepest desires and try to be their most authentic self. However, ‘passion’ still is the opposite of ‘action’. Our great Dutch philosopher Spinoza formulated this nicely in his Ethica. In the Latin language, the difference is between agere (to act) and pati (to suffer).

“I say that we take action [agere] when something comes to pass, in us or outside us, of which we are the adequate cause, that is, when something in us or outside us follows from our nature, which can be clearly and distinctly understood through it alone. On the other hand, I say that we suffer [pati] when something comes to pass in us, or something follows from our nature, of which we are only a partial cause.”
from http://digitalcommons.lsu.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=3599&context=gradschool_dissertations

Passionate people, passive people

In personnel recruitment advertising, the word “passion” is a fixed ingredient: “Is Inspiring Transformation for Businesses one of Your Passions? If so, learn how you can earn substantial income as a certified Passion Test for Business Consultant.”  It’s part of the empty business language on corporate websites:  “We are … …. To us, growth is more than a target. It’s a passion.”

The modern use of ‘passion’ appears to deny Spinoza’s clear distinction between ‘take action’ (agere)  and ‘suffer’ (pati) or ‘be passive’. People who blindly follow the (irrational) impulses of their passions are not active at all. They surrender to forces they hardly understand. If Spinoza were still alive, he would be very surprised (and worried) about the ubiquitous enthusiasm for suffering instead of taking action. He would be very surprised when hearing someone say: “violin playing is my passion”. Maybe he would say: “Do I understand well that you are not playing the violin, but that the violin is playing you?”. The same with: “Being a PWC Cyber Security consultant, is my passion”.  “Have you been converted into a PWC slave now that your work has become your passion?”.

Take reponsibility. Be active …

I don’t have the illusion that the fashionable use of the word “passion” can be eradicated. Nevertheless, it could be useful for many people to realise that, not only in the original meaning as elucidated by Spinoza, but also in its vulgarised disguise as used by amateur psychologists and management gurus, ‘passion’ means ‘being passive’ or even ‘avoiding responsibility’. Perhaps some people will change their language from “my passion is playing the violin”, into “I am working like hell to master this extremely difficult instrument.”

 

 

 

Een nieuwe richtingenstrijd

Fotocursussen

Ik neem af en toe deel aan fotocursussen. Daar ben ik vaak de enige deelnemer met een spiegelreflex. De anderen lopen allemaal met een kleine Olympus rond. Ik kan me het enthousiasme voor (spiegelloze) systeemcamera’s wel voorstellen. Ze zijn kleiner en lichter en de bijbehorende lenzen zijn natuurlijk ook kleiner, omdat de sensor kleiner is. Bovendien hebben die camera’s vaak een nog geavanceerdere software aan boord, die nabewerking met Lightroom vrijwel overbodig maakt. Alles kan op de camera worden gedaan en je krijgt wat je op je scherm ziet. Ook zijn ze stiller.

Systeemcamera versus spiegelreflex

Er is tussen fotografen weer een nieuwe richtingenstrijd ontbrand. Er was al een richtingenstrijd tussen full-frame en crop-camera’s. Full-frame-fanaten zweren bij de superieure kleurkwaliteiten van hun dure Nikons of Canons en zeulen met plezier hun kilo’s zware teleobjectieven door de natuur. Nu is er de richtingenstrijd tussen de moderne bezitters van four-thirds systeemcamera’s, de handzame Olympus- en Sonymodellen, en de conservatieve fotografen die aan hun spiegelreflexen vasthouden. De bezitters van systeemcamera’s brengen een bont mengsel van argumenten naar voren voor hun keuze: het gewicht van de camera, de kwaliteit van de software, het gemak van live-view-fotografie, etc. Dat zijn allemaal geldige argumenten, maar daarmee is de systeemcamera niet altijd de beste keuze.

Vier opties

Er zijn meer mogelijkheden:

  1. De beste kleinbeeldcamera van het moment is een spiegelloze full-frame (beste kleurkwaliteit en gevoeligheid, superieure auto-focus) camera, de Nikon Z7. Een nadeel: er zit een prijskaartje van €3849 aan (alleen body). Het gewicht is niet hoger dan van een DX-camera. De lenzen zijn wel zwaar.
  2. Gaat het om superieure beeldkwaliteit, maar is de Z7 toch te duur, neem dan een full-frame spiegelreflex, bijvoorbeeld een Nikon D810 voor € 2900 (body) of een goedkoper model. Hij is dan wel weer zwaarder dan de Z7. Ook de lenzen zijn zwaar.
  3. Wil je een lichte camera van hoge kwaliteit, koop dan een four-thirds systeemcamera zoals de Olympus EM-1 Mark 2, voor € 2259 inclusief objectief. Je neemt door de kleinere sensor (cropfactor 2) enig kwaliteitsverlies (vooral bij slecht licht) voor lief en je mist de artistieke mogelijkheid van lage scherptediepte van camera’s met grotere sensor. Het stroomverbruik is hoger dan van een spiegelreflex.
  4. Is het gewicht geen probleem en wil je iets minder geld uitgeven aan body en objectieven, dan is een DX-camera (cropfactor 1,5) een uitstekend compromis. Voor iets meer dan € 1000 heb je al een D7200 mét objectief.

De vaardigheid van de fotograaf

Met al deze camera’s (en zelfs met nog veel goedkopere compactcamera’s) kan je uitstekende foto’s maken. De vaardigheid van de fotograaf, niet de camera geeft de doorslag. Geen enkele soort camera is per definitie beter dan een andere. Het hangt er maar van af wat je wilt en hoeveel geld je hebt. Als ik veel geld had, kocht ik morgen nog een Z7. Gewoon de beste kwaliteit die er bestaat. Maar of ik dan ook betere foto’s maak? Ik weet het niet.

Is er leven vóór de dood?

Een onzinnige vraag

De vraag “is er leven na de dood?” schijnt nogal wat mensen bezig te houden. Mij niet. Wat een onzin. Natuurlijk is er geen leven na de dood. Logisch, want dood is gedefinieerd als de afwezigheid van leven. Een veel interessantere vraag is naar het leven vóór de dood. Biologisch gezien is iedereen die nog niet dood is in leven. Als ik dan toch de vraag stel “is er leven vóór de dood”, dan bedoel ik of dat leven zodanig de moeite waard is dat we niet onmiddellijk uitroepen “dit is geen leven!”

Het Zwitserleven

Op pad met de vogelwerkgroep

Veel mensen, die minder verwend zijn dan ik, zijn niet erg enthousiast over het leven tijdens hun werkzame bestaan. Ploeteren voor een vervelende baas zonder de waardering die je verdient, alleen maar omdat er brood op de plank moet komen en je een overstap naar een andere baas of een avontuurlijk ZZP-er-bestaan niet aandurft. Maar dan komt het grote moment van de pensionering niet lang na je 65e verjaardag. Het werkende bestaan was dan misschien geen leven, maar nu gaat het echte leven weer beginnen, misschien wel het Zwitserleven. Je wordt lid van vijf verenigingen, doet wat vrijwilligerswerk, koopt eventueel een kampeerbus, geeft je weer op voor teken- en muzieklessen, maar met de sport doe je het wat rustiger aan, want de gewrichten en spieren zijn al wat versleten en gekrompen. Het leven dat een jaar of 35 op stand-by heeft gestaan, kan aangezet worden!

Het leven vóór de dood

Tijd voor natuurfotografie …

Ik kan me bij al dat enthousiasme over het leven na de pensionering, of laten we het bij een treffendere naam noemen, het leven vóór de dood, niets positiefs voorstellen. Ik vind het verschrikkelijk. Jaren lang ontwikkel je je ervaring, je reputatie, je overtuigingskracht en al het plezier dat daarbij hoort en dan de kampeerbus in om te genieten van het Zwitserleven. Wat een totaal mensonwaardige onzin!

Ik heb vooral vanaf het moment dat ik met een eigen adviesbureau ben begonnen met heel veel plezier ideeën ontwikkeld, projecten op de rails gezet en zelfs belangrijke organisaties helpen opzetten.

Tijdens de grote katoenconferentie in Brazilië (2006)

Dat was niet altijd ‘leuk’ en ontspannend, maar het gaf wel heel veel voldoening en waardering van anderen. Ik heb dat tot rond mijn 68e verjaardag volgehouden en daarna ging het toch stap voor stap in de richting van een minder intensief arbeidsbestaan en meer tijd voor hobby’s als muziek maken, vogels kijken en fotograferen. Daar is niets mis mee. Maar op het moment dat mijn leven uitsluitend nog uit vrije tijd bestaat, excursies met de vogelclub, vioollessen, fotocursussen en dergelijke, voel ik een enorme leegte. Deze hobby’s geven mij lang niet de voldoening van het werk waar ik goed in was en nog steeds ben.

Mijn antwoord

presentatie in Hamar (Noorwegen, 2008)

Mijn persoonlijke antwoord op de vraag “is er leven voor de dood” is positief zolang het mij lukt ook de komende jaren een deel van mijn tijd door te gaan met waar ik echt goed in ben. Dat is niet muziek, fotografie of veldbiologie. Dat is het werken aan duurzame ketens in internationale industriële netwerken. Dat is ook schrijven van verhalen  en rapporten (in het Engels, Duits en Nederlands), het houden van lezingen, het organiseren en leiden van moeilijke bijeenkomsten (ook in het Duits of het Engels). Kortom, ik ben de komende tijd nog wel eens achter de computer, aan de telefoon, in de trein  of het vliegtuig, aan de vergadertafel of achter het spreekgestoelte aan te treffen.