Finding Happiness – Losing Control

Finding your passion …

For many people today, it’s not enough to say that they like or love something. About things that are really important, you should be passionate. They should be your passion. Apart from the fact that I am not familiar with that sort of language, I ask myself: what could it possibly mean to be passionate or to have found your passion. A short google exercise reveals that many people think that knowing and practicing your passions is key to a rewarding life. Many confessions suggest how life after discovering the power of passions has made a qualitative turn for the better. “Too many people live lives of quiet desperation not understanding what their passion is.”  “Almost three decades of my life had passed before I discovered the power of passions.”   It is often assumed that “passion” is something hiding deep in your inner self, waiting to be discovered. There are entire websites devoted to ‘discovering your passion’  or even to discover that you are pursuing ‘passions’ that appear to be no passions at all.

Passions of the authentic self …

I could fill more than twenty pages with quotes like this: “Your passions can only be uncovered from your own unique story. There are things inside of you that you may have not tapped into yet because of fear. It’s scary because when you find your passion, it pushes your limits and calls you out to levels you thought you were never capable of reaching.”

The popular idea is that passions are the expression of deep desires of the authentic self, often still  blocked by fears or conventions, ready to be freed by a mixture of honesty and courage. The message is: deep inside you have tons of unrealised potential to become the person you deserve to be and develop amazing insights and skills  you have long only dreamed about. The remarkable thing is that following or developing your passions is mainly a question of letting go: removing the blockades that have been making your life mediocre or even miserable. This should not be a surprise, as passion literally  means: being passive.

Spinoza:  ‘agere’ and ‘pati’

Many people today use the word ‘passion’ to show how they follow their deepest desires and try to be their most authentic self. However, ‘passion’ still is the opposite of ‘action’. Our great Dutch philosopher Spinoza formulated this nicely in his Ethica. In the Latin language, the difference is between agere (to act) and pati (to suffer).

“I say that we take action [agere] when something comes to pass, in us or outside us, of which we are the adequate cause, that is, when something in us or outside us follows from our nature, which can be clearly and distinctly understood through it alone. On the other hand, I say that we suffer [pati] when something comes to pass in us, or something follows from our nature, of which we are only a partial cause.”
from http://digitalcommons.lsu.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=3599&context=gradschool_dissertations

Passionate people, passive people

In personnel recruitment advertising, the word “passion” is a fixed ingredient: “Is Inspiring Transformation for Businesses one of Your Passions? If so, learn how you can earn substantial income as a certified Passion Test for Business Consultant.”  It’s part of the empty business language on corporate websites:  “We are … …. To us, growth is more than a target. It’s a passion.”

The modern use of ‘passion’ appears to deny Spinoza’s clear distinction between ‘take action’ (agere)  and ‘suffer’ (pati) or ‘be passive’. People who blindly follow the (irrational) impulses of their passions are not active at all. They surrender to forces they hardly understand. If Spinoza were still alive, he would be very surprised (and worried) about the ubiquitous enthusiasm for suffering instead of taking action. He would be very surprised when hearing someone say: “violin playing is my passion”. Maybe he would say: “Do I understand well that you are not playing the violin, but that the violin is playing you?”. The same with: “Being a PWC Cyber Security consultant, is my passion”.  “Have you been converted into a PWC slave now that your work has become your passion?”.

Take reponsibility. Be active …

I don’t have the illusion that the fashionable use of the word “passion” can be abolished. Nevertheless, it could be useful for many people to realise that, not only in the original meaning as elucidated by Spinoza, but also in its vulgarised disguise as used by amateur psychologists and management gurus, ‘passion’ means ‘being passive’ or even ‘avoiding responsibility’. Perhaps some people will change their language from “my passion is playing the violin”, into “I am working like hell to master this extremely difficult instrument.”

 

 

 

Een nieuwe richtingenstrijd

Fotocursussen

Ik neem af en toe deel aan fotocursussen. Daar ben ik vaak de enige deelnemer met een spiegelreflex. De anderen lopen allemaal met een kleine Olympus rond. Ik kan me het enthousiasme voor (spiegelloze) systeemcamera’s wel voorstellen. Ze zijn kleiner en lichter en de bijbehorende lenzen zijn natuurlijk ook kleiner, omdat de sensor kleiner is. Bovendien hebben die camera’s vaak een nog geavanceerdere software aan boord, die nabewerking met Lightroom vrijwel overbodig maakt. Alles kan op de camera worden gedaan en je krijgt wat je op je scherm ziet. Ook zijn ze stiller.

Systeemcamera versus spiegelreflex

Er is tussen fotografen weer een nieuwe richtingenstrijd ontbrand. Er was al een richtingenstrijd tussen full-frame en crop-camera’s. Full-frame-fanaten zweren bij de superieure kleurkwaliteiten van hun dure Nikons of Canons en zeulen met plezier hun kilo’s zware teleobjectieven door de natuur. Nu is er de richtingenstrijd tussen de moderne bezitters van four-thirds systeemcamera’s, de handzame Olympus- en Sonymodellen, en de conservatieve fotografen die aan hun spiegelreflexen vasthouden. De bezitters van systeemcamera’s brengen een bont mengsel van argumenten naar voren voor hun keuze: het gewicht van de camera, de kwaliteit van de software, het gemak van live-view-fotografie, etc. Dat zijn allemaal geldige argumenten, maar daarmee is de systeemcamera niet altijd de beste keuze.

Vier opties

Er zijn meer mogelijkheden:

  1. De beste kleinbeeldcamera van het moment is een spiegelloze full-frame (beste kleurkwaliteit en gevoeligheid, superieure auto-focus) camera, de Nikon Z7. Een nadeel: er zit een prijskaartje van €3849 aan (alleen body). Het gewicht is niet hoger dan van een DX-camera. De lenzen zijn wel zwaar.
  2. Gaat het om superieure beeldkwaliteit, maar is de Z7 toch te duur, neem dan een full-frame spiegelreflex, bijvoorbeeld een Nikon D810 voor € 2900 (body) of een goedkoper model. Hij is dan wel weer zwaarder dan de Z7. Ook de lenzen zijn zwaar.
  3. Wil je een lichte camera van hoge kwaliteit, koop dan een four-thirds systeemcamera zoals de Olympus EM-1 Mark 2, voor € 2259 inclusief objectief. Je neemt door de kleinere sensor (cropfactor 2) enig kwaliteitsverlies (vooral bij slecht licht) voor lief en je mist de artistieke mogelijkheid van lage scherptediepte van camera’s met grotere sensor. Het stroomverbruik is hoger dan van een spiegelreflex.
  4. Is het gewicht geen probleem en wil je iets minder geld uitgeven aan body en objectieven, dan is een DX-camera (cropfactor 1,5) een uitstekend compromis. Voor iets meer dan € 1000 heb je al een D7200 mét objectief.

De vaardigheid van de fotograaf

Met al deze camera’s (en zelfs met nog veel goedkopere compactcamera’s) kan je uitstekende foto’s maken. De vaardigheid van de fotograaf, niet de camera geeft de doorslag. Geen enkele soort camera is per definitie beter dan een andere. Het hangt er maar van af wat je wilt en hoeveel geld je hebt. Als ik veel geld had, kocht ik morgen nog een Z7. Gewoon de beste kwaliteit die er bestaat. Maar of ik dan ook betere foto’s maak? Ik weet het niet.

Is er leven vóór de dood?

Een onzinnige vraag

De vraag “is er leven na de dood?” schijnt nogal wat mensen bezig te houden. Mij niet. Wat een onzin. Natuurlijk is er geen leven na de dood. Logisch, want dood is gedefinieerd als de afwezigheid van leven. Een veel interessantere vraag is naar het leven vóór de dood. Biologisch gezien is iedereen die nog niet dood is in leven. Als ik dan toch de vraag stel “is er leven vóór de dood”, dan bedoel ik of dat leven zodanig de moeite waard is dat we niet onmiddellijk uitroepen “dit is geen leven!”

Het Zwitserleven

Op pad met de vogelwerkgroep

Veel mensen, die minder verwend zijn dan ik, zijn niet erg enthousiast over het leven tijdens hun werkzame bestaan. Ploeteren voor een vervelende baas zonder de waardering die je verdient, alleen maar omdat er brood op de plank moet komen en je een overstap naar een andere baas of een avontuurlijk ZZP-er-bestaan niet aandurft. Maar dan komt het grote moment van de pensionering niet lang na je 65e verjaardag. Het werkende bestaan was dan misschien geen leven, maar nu gaat het echte leven weer beginnen, misschien wel het Zwitserleven. Je wordt lid van vijf verenigingen, doet wat vrijwilligerswerk, koopt eventueel een kampeerbus, geeft je weer op voor teken- en muzieklessen, maar met de sport doe je het wat rustiger aan, want de gewrichten en spieren zijn al wat versleten en gekrompen. Het leven dat een jaar of 35 op stand-by heeft gestaan, kan aangezet worden!

Het leven vóór de dood

Tijd voor natuurfotografie …

Ik kan me bij al dat enthousiasme over het leven na de pensionering, of laten we het bij een treffendere naam noemen, het leven vóór de dood, niets positiefs voorstellen. Ik vind het verschrikkelijk. Jaren lang ontwikkel je je ervaring, je reputatie, je overtuigingskracht en al het plezier dat daarbij hoort en dan de kampeerbus in om te genieten van het Zwitserleven. Wat een totaal mensonwaardige onzin!

Ik heb vooral vanaf het moment dat ik met een eigen adviesbureau ben begonnen met heel veel plezier ideeën ontwikkeld, projecten op de rails gezet en zelfs belangrijke organisaties helpen opzetten.

Tijdens de grote katoenconferentie in Brazilië (2006)

Dat was niet altijd ‘leuk’ en ontspannend, maar het gaf wel heel veel voldoening en waardering van anderen. Ik heb dat tot rond mijn 68e verjaardag volgehouden en daarna ging het toch stap voor stap in de richting van een minder intensief arbeidsbestaan en meer tijd voor hobby’s als muziek maken, vogels kijken en fotograferen. Daar is niets mis mee. Maar op het moment dat mijn leven uitsluitend nog uit vrije tijd bestaat, excursies met de vogelclub, vioollessen, fotocursussen en dergelijke, voel ik een enorme leegte. Deze hobby’s geven mij lang niet de voldoening van het werk waar ik goed in was en nog steeds ben.

Mijn antwoord

presentatie in Hamar (Noorwegen, 2008)

Mijn persoonlijke antwoord op de vraag “is er leven voor de dood” is positief zolang het mij lukt ook de komende jaren een deel van mijn tijd door te gaan met waar ik echt goed in ben. Dat is niet muziek, fotografie of veldbiologie. Dat is het werken aan duurzame ketens in internationale industriële netwerken. Dat is ook schrijven van verhalen  en rapporten (in het Engels, Duits en Nederlands), het houden van lezingen, het organiseren en leiden van moeilijke bijeenkomsten (ook in het Duits of het Engels). Kortom, ik ben de komende tijd nog wel eens achter de computer, aan de telefoon, in de trein  of het vliegtuig, aan de vergadertafel of achter het spreekgestoelte aan te treffen.

Zeventig!

Jarig

Vandaag, 12 september 2018, ben ik 70 geworden. Nu is 70 ook maar een getal en betekent niet zo gek veel behalve dat ik alweer iets ouder ben dan 60 of 65.

Geleidelijk gepensioneerd

Een nieuwe verrekijker voor mijn 70e verjaardag

Tussen mijn 65e en nu ben ik stap voor stap iets meer het leven van een gepensioneerde gaan leiden. Eigenlijk was ik dat niet van echt plan, want in mijn werk deed bijna nooit iets wat ik niet leuk vond. Ik dacht: waarom zou ik nu onbetaald vrijwilligerswerk gaan doen, terwijl ik nog steeds goed betaald plezier maak in mijn advieswerk? Toch nam het geleidelijk af: klanten werden ouder, thema’s werden minder actueel en tenslotte werd ik minder financieel afhankelijk: huis afbetaald, vrouw met een baan, bescheiden pensioen en wat spaargeld.

 

Deze blog: voortaan mijn enige website

Ik ben nog steeds in voor een adviesklus en vooral voor meedenken met anderen om dingen op te zetten. De grote projecten met eigen management-verantwoordelijkheid zijn nu wel voorbij. Om die reden sloot ik 5 jaar geleden mijn kantoor in de binnenstad van Leiden. Op 12 september heb ik mijn zakelijke website gesloten. Hij blijft beschikbaar als archief, maar hij wordt nooit meer geactualiseerd.

Vanaf heden is deze blogsite mijn website. Daar schrijf  ik over alles wat mij interesseert. Er is geen scheiding meer tussen werk en vrije tijd, tussen ernst en satire en ook niet altijd meer tussen fantasie en werkelijkheid.

Leiden, 12 september 2018