Naar (Noord) Ierland

Eerste poging mislukt

Oorspronkelijk zouden wij op maandag 16 juli naar Dublin vliegen en dan een rondreis maken via Donegal, Connemara en County Clare met een paar nachten in Dublin als besluit. Het heeft niet zo mogen zijn. Petra brak haar pols op de donderdag voor de vakantie en werd geopereerd op de dinsdag daarna. Door dit ongeluk en door familieomstandigheden moesten wij de geplande vakantie afzeggen.

Toch naar Ierland

Begin augustus zijn we dan toch nog naar Ierland gegaan. Twee weken naar uitsluitend het Noorden, zowel naar de Republiek (Donegal) als naar het Britse Noord Ierland. Ik had rustige plekken geboekt (B&B’s en hostels) die ik grotendeels al kende. Geen enkele verrassing. Ik wist wat we konden verwachten: vriendelijk mensen, mooie uitzichten over de zee en genoeg pubs voor een pint Guinness of fish & chips. We hadden een auto gehuurd. Ik was de enige chauffeur, want Petra’s pols moest nog herstellen. We zijn een heel aantal dagen in hostels verbleven, waar we zelf konden koken. Ik was de enige kok. Zelfde verhaal.

RM3_9126.jpg
Het kiezelstrand bij Scraig (Arranmore)

Voor foto’s zie mijn foto-site.

Blogs over onze Ierse vakantie 2018

Hier geen letterlijk verslag van onze vakantie, maar een viertal verhaaltjes die de sfeer goed weergeven.

 

Golven zonder wind – zeeziek in Ierland

Boottochtjes

Petra op weg naar Inishbofin (1988)

Geen vakantie zonder speciale uitjes. Zo’n uitje is het bezoek aan een museum, het beklimmen van een berg (al dan niet gecombineerd met het overnachten in een berghut), meerijden met een stoomtrein die langzamer rijdt dan een fiets of natuurlijk een boottochtje. Nu hebben we al heel wat boottochtjes meegemaakt vooral ook omdat wij van kust, zee en eilanden houden inclusief de natuur die daarbij hoort. Een van de eerste gezamenlijke tochtjes (en de eerste keer dat ik meemaakte dat Petra zeeziek werd) die ik mij herinner was aan de Ierse Westkust (1988) naar Inishbofin.

Nu zijn dat soort boottochtjes niet alleen maar leuk, soms zijn ze ronduit vervelend, zoals die keer (1996)  dat we over een wilde zee naar de Lofoten voeren. Misselijker dan toen ben ik nooit geweest. Mijn evenwichtsorgaan wist het verschil tussen boven, onder, links en rechts niet meer en mijn maaginhoud kon ik niet meer binnenhouden.  Een paar jaar later, ook in Noorwegen, ging het iets beter tijdens een walvis-safari omdat we pillen hadden genomen, waarvan we wel voortdurend in slaap vielen.

IMG_6714.JPG
Bij Mingulay (2014)

In het meer recente verleden maakten we een prachtige boottocht van Castlebay op Barra (Outer Hebrides, Schotland) naar het verlaten eiland Mingulay. Er was een behoorlijke deining en na een prachtige tocht vlak langs hoge rotswanden met nestelende zeevogels trok Petra toch behoorlijk wit weg. Op het verlaten eiland konden we even bijkomen voordat we weer terugvoeren.

Twee jaar later maakten we een mooie boottocht op de Shetlands naar het vogeleiland Noss. Voorzover ik me kan herinneren een fantastische tocht met veel vogels en verder geen problemen (zie https://rdeman.nl/photos/picture.php?/10801/category/shetork2016 en verder, inloggen vereist).

RM2_4290_20.jpg
Op de ‘Ruby May’ bij Noss (2016)

Arranmore

Op deze vakantie in Donegal  gaan we er optimistisch vanuit dat problemen in het verleden geen enkele garantie zijn voor problemen in de toekomst. Alweer zijn we op een eiland aan de Westkust van Ierland: Arranmore. De eigenaar van onze Bed & Breakfast, Jim Muldowney, heeft een boot en biedt verschillende tochtjes aan. Voordat we die avond (9 augustus) het eiland verlaten, gaan we mee op zo’n tocht. Van de haven aan de Oostkant van het eiland varen we naar Burtonport op het vaste land. Na lang wachten op een medepassagier die eerst bij de verkeerde haven stond, maken we een tocht langs de eilandjes tussen Arranmore en Burtonport (zie https://rdeman.nl/photos/picture.php?/15066/category/Ierland-2018 en verder, inloggen vereist).

RM3_9146.jpg
Ooit was hier industrie en handel

Er was hier indertijd een bloeiende visindustrie en de eilandjes zoals Inishcoo en Rutland waren belangrijk voor de handel. Op Inishcoo woonden in 1861 47 mensen. Tegenwoordig zijn er een paar vakantiehuizen. Jim vertelt in groot detail over het leven op deze eilandjes en geeft toelichting bij de huizen en ruïnes waar we  langs varen. Dan varen we met hogere snelheid weer naar Arranmore en volgen een groot stuk de Oostkust tot aan het uiterste Noorden en nog een stukje richting vuurtoren. We zien nu van de zeekant het kiezelstrand bij Scraig, waar ik de dag daarvoor nog was (zie deze pagina voor een foto). Als de golven het strand op rollen, maakt het strand een ratelend geluid van de rollende kiezelstenen. Naarmate we dichterbij de Noordpunt komen, wordt de deining heftiger. We varen langs hoge ‘cliffs’ en zien de Noordse stormvogels op de rotsen zitten en langs de rotsen vliegen.

RM3_9185.jpg
Tussen de rotsen door …

We varen tenslotte tussen twee rotsen door en de boot begint nu behoorlijk te rollen. Petra wordt zeeziek en gaat, zoals zij het zelf uitdrukt, met haar hoofd over de reling “de vissen voeren”.  Er is niets tegen te doen behalve wachten tot het weer over is. Als we weer een stuk naar het Zuiden zijn gevaren, wordt de boot weer rustiger. Petra is blij dat het voorbij is.  Ik zeg dat we de volgende keer pilletjes moeten nemen tegen zeeziekte.

Slieve League

Vier dagen later neem ik het initiatief voor boottochtje nr. 2: onderlangs de ‘cliffs’ van Slieve League. De folders en de websites lokken ons met foto’s en video’s van dolfijnen die met de boot meezwemmen.  Misschien toch leuk om eens mee te maken. We reserveren een tochtje vanaf de haven van Teelin. Ik zeg dat het misschien goed is om pilletjes tegen zeeziekte te kopen, maar dat lijkt niet nodig, want het is windstil. We varen van de haven een stuk langs de Zuidkust van Donegal en dan in Noordwestelijke richting naar Slieve League. Er is inderdaad geen wind, maar de deining is aanzienlijk. Die deining (‘swell’) wordt niet door de plaatselijke wind veroorzaakt maar komt van honderden kilometers ver over de oceaan aanzetten. Ook nu heeft Petra weinig plezier meer. De zeeziekte slaat weer toe.

RM3_9267.jpg
Slieve League met wachttoren

Eigenlijk was er behalve uitzicht op de rotsen en de Mortello towers (torens gebouwd door de Britten tegen een mogelijke aanval van de Fransen in het begin van de 19e eeuw) niets te zien. De dolfijnen blijven weg. Veel heeft deze boottocht niet opgeleverd afgezien van het inzicht dat er geen wind nodig is voor hoge golven op de oceaan.

Meer blogs over onze Ierse vakantie 2018

Shaun en Frank

Hostels

Wij houden van hostels. Dat wil niet zeggen dat hostels alleen maar leuk of aangenaam zijn. Je moet ook tegen onvermijdelijke verschrikkingen opgewassen zijn. Om met dat laatste maar te beginnen: stel je voor een slecht onderhouden badkamer (lekkende leidingen, rottende plinten, bij de douche een slecht werkend elektrisch boilertje) met in de hoek een WC en voor de WC een matje van een ondefinieerbare textielsoort, totaal versleten en goor. Welkom in Berneray hostel, een van de meest idyllische hostels van Schotland, gelegen op de Outer Hebrides.

IMG_6494.JPG
Berneray hostel

Het bestaat uit twee eeuwenoude traditionele gebouwtjes: een meter dikke muren van natuursteen met mooie rieten daken. Het wordt beheerd door de Gatliff Foundation. Dat beheren bestaat vooral uit het ophangen van briefjes waarop staat dat alle gasten alles zelf moeten doen, inclusief het schoonmaken, wat dus meestal niet gebeurt. Ik ben er twee keer geweest: in 2014 met Petra, reizend met openbaar vervoer over de Hebriden; in 2017 op de fiets tijdens een grote rondrit door Noord en West Schotland. Het is niet alleen een fantastische plek, maar je komt hier allerlei interessante mensen tegen. Ik heb goede herinneringen aan lekker koken in de herbergkeuken, gesprekken bij de open haard (waarboven de kleren te drogen hingen) en groepsspelletjes met alle gasten. Om een mogelijk misverstand uit de weg te ruimen: zulke herbergen zijn geen jeugdherbergen, ook al worden ze soms nog wel zo genoemd. Ik ben er wandelaars van 80 tegengekomen, fietsers tussen de 20 en de 75 en hele gezinnen. Ik sprak er met een manager die zich tot toneelspeler had laten omscholen, met een gespecialiseerde Engelse doedelzakbouwer, met een vrijwel onverstaanbare Franse leraar Engels en met vage jongeren, die zelf nog niet zo goed wisten wat ze deden. Als je over voldoende weerstand tegen badkamer-bacteriën beschikt, is het hier echt de moeite waard.

Ierse hostels

Maar ik heb het hier niet over Schotland, maar over Ierland. Ik had goede herinneringen aan hostels die ik tijdens eerdere tochten door Ierland had bezocht. Het lukt gelukkig om op korte termijn hier ook dit jaar nog een aantal overnachtingen in privé-kamers te boeken. Beide hostels bevinden zich in het Zuidwesten van de provincie Donegal en bevinden zich hemelsbreed maar op 11 km van elkaar. Toch lijken deze hostels (en vooral hun eigenaren Shaun en Frank) in niets op elkaar.

Shaun

2013: A Pot of Tea

Ik ontmoette Shaun McCloskey voor het eerst op 11 juli 2013. Ik kwam die dag met de fiets uit Dungloe via Ardara, 71 km door de heuvels. In Ardara ging ik nog even naar Nancy’s pub, waar ik al tijdens mijn eerste Ierse reis in 1975 was geweest.

Shaun McCloskey
Shaun McCloskey (https://helpstay.com/stays/farm-hand#overview)

In Nancy’s sloeg ik twee cola achterover en praatte nog even met de barman, de zoon van Margaret, die in 1975 achter de bar stond. Ik schreef in mijn dagboekje: “De weg naar Derrylehan is pittig: Glengesh-pas . Alleen maar lopen. Het is heet, zo’n 27°C. Na de pas gaat het voornamelijk naar beneden. Om 19:15 bij het hostel. Vriendelijke man (Shaun) zet een pot thee voor me. In tijden niet zo van thee genoten.”

2018

Wij komen dit jaar van Arranmore. Vanaf Dungloe is het precies dezelfde route als in 2013, maar nu comfortabel met een Honda Jazz over de Glengesh-pas. Af en toe terugschakelen en gas geven, dat is alles. Als we bij het hostel aankomen, herken ik het vriendelijke gezicht van Shaun en ik geloof dat hij zich ook mij herinnert. Shaun is (nog steeds) een energieke en vriendelijke man met gevoel voor humor. Hij maakt meestal een vrolijke indruk en moet vaak hard lachen, ook om wat hij zelf zegt.

Ongedwongen chaos

Hij wijst ons een prachtige kamer met eigen badkamer. Dan gaan we naar de keuken en koken een eenvoudige maaltijd. Het was mij de vorige keer niet zo opgevallen, maar wat is het een chaos! Er staan drie grote gasfornuizen, waarvan de helft van de pitten nauwelijks werkt. Er zijn grote hoeveelheden slechte pannen met kromgetrokken bodems.

RM3_9201.jpg

Er is ook een grote verzameling broodroosters en waterkokers.   Maar ook een wasmachine, wasdroger en een elektrische frietpan ontbreken niet. Voor de gasten staan tientallen messen, vorken, lepels, blikopeners, borden, kopjes en kommetjes ter beschikking. Er is een hele kast vol theepotten en zeker vier soorten koffiezetapparaten. Zoals gebruikelijk in zulke hostels, kan je ook je eigen spullen in kasten en koelkasten opbergen. Om de eigenaar van spullen aan te geven zijn er merkstiften, die het natuurlijk geen van alle echt doen. En dan is er een aantal kastjes waarop “private” staat, de eigen kastjes van de eigenaar, die we niet mogen gebruiken. Op verschillende kastjes staan grappige teksten zoals “wie ontbijt op bed wil hebben, moet in de keuken gaan slapen”. Ergens in een hoek liggen grote stapels folders over toeristische attracties, concerten en dergelijke. Er zijn zoveel exemplaren van dezelfde (waarschijnlijk gedeeltelijk verouderde) folders dat de dikke stapels half omgevallen over diverse stoelen en tafels verspreid liggen. Dit alles straalt in ieder geval een ongedwongen sfeer uit.

Dansen tussen de fornuizen

Op maandag kook ik wat uitgebreider dan meestal in dit soort hostels. Er zijn in principe pannen en pitten genoeg. Het wordt rundvlees met champignons en broccoli met kaassaus. Normaal gesproken is dat geen probleem, maar wie tijdens mijn kookpogingen in de keuken was geweest, had mij horen vloeken, zuchten en heen en weer springen tussen een drietal fornuizen, terwijl dan weer de vlammen te warm waren, dan weer uitgingen, terwijl pannen omvielen waarbij olie in de vlam verbrandde, enzovoort. Het resultaat kon er nog wel mee door.

Wonen in je eigen hostel

Als we ‘s ochtends in de keuken zijn om te ontbijten, komt daar opeens Shaun in zijn kamerjas uit de badkamer. Blijkbaar woont Shaun in zijn eigen hostel. Zoiets heb ik nog niet eerder meegemaakt: een hostel-eigenaar die in zijn eigen hostel woont. Vandaar ook die kastjes met “private” erop. Het is ons niet helemaal duidelijk hoe de verhoudingen liggen, maar Shaun ontbijt en dineert elke dag met een Duitse vrouw die ook in het hostel verblijft samen met een jongere Duitse vrouw (haar dochter?) die af en toe in het kantoortje werkt en de keuken schoonmaakt. Op een bepaald moment vertrekt de Duitse vrouw weer, waarschijnlijk naar Duitsland. We komen er niet achter hoe het zit. Later horen we van Frank, de eigenaar van het volgende hostel, dat Shaun bezig is een huis te verbouwen. Dat zou kunnen verklaren dat hij tijdelijk in zijn eigen hostel woonde.

 

Frank

RM3_9211.jpg
Slieve League

Na vijf nachten in het hostel van Derrylehan verhuisden wij naar Malinbeg. Derrylehan ligt iets ten Zuiden van de gigantische cliffs van Slieve League, Malinbeg net iets ten Noorden.

2016: There is more to life than Facebook

Marketingmythe Ierland

In 2016 nam ik deel aan een bijeenkomst voor managers over duurzame landbouw in Dublin en een excursie naar een Ierse vleesboer. Het bezoek aan deze boer was voor mij een teleurstelling. Erg duurzaam leek het allemaal niet. Het idyllische Ierse platteland – gelukkige boeren met gelukkige koeien in de ongerepte natuur – leek een mooie marketingmythe te zijn (zie ook mijn blog uit 2016). Het werd mij ook tijdens deze excursie weer duidelijk dat managers nog niet over de meest elementaire kennis beschikken om te kunnen begrijpen wat ze zien. Geen enkele manager zag dat er bij de boerderij geen andere vogels dan een paar spreeuwen en kraaien te zien waren. De leuterverhalen over ‘duurzame ontwikkeling’ gingen erin als koek. Ik was blij dat ik nog een paar dagen voor mezelf had.

Aan het einde van de wereld

De volgende dag reed ik, via een tussenstop in Monaghan, met een huurautootje naar Donegal, waar ik een kamer had gereserveerd in het hostel van Malinbeg, niet ver van Glencolmcille. Ik kwam daar in de vroege middag van 14 april aan en moest nog even wachten totdat ik naar binnen mocht.

DSC_9814_47.jpg
Malinbeg hostel

Ik wandelde vlakbij het schitterend gelegen hostel langs de kust door weiden vol schapen, met uitzicht op de zee waar Jan van Genten vlogen. Ik was meteen verliefd op deze plek aan het einde van de wereld. Toen ik weer bij het hostel was, wees de eigenaar, Frank, mij mijn eenvoudige kamer en liet de keuken en de gerieflijke lounge zien: mooie banken, een open haardvuur en op de schoorsteenmantel de spreuk “There is more to life than Facebook”.

Dat was niet zomaar een spreuk, maar een uiting van Franks diepe afkeer van de dominante internet- en wifi-cultuur. In Malinbeg hostel is er daarom geen Wifi en het bevindt zich buiten het bereik van mobiele telefoon. Ik had het er helemaal naar mijn zin. Dit was een plek waar je eindelijk onbereikbaar kon zijn. Waar kan dat nog?

Depressing countryside
RM3_9398.jpg
“Beautiful? … I don’t see it.”

De volgende dag maakte ik een autotochtje in de omgeving. Ik kon moeilijk lopen, omdat ik in Dublin met grote vaart tegen een lantaarnpaal was gelopen toen ik naar een taxi probeerde te wuiven. Ik ben toen hard gevallen met als gevolg een pijnlijk  been en een gescheurd pak. Gelukkig kon ik nog wel autorijden. Ik heb een grote voorliefde voor plaatsen aan het einde van de wereld zoals het hostel in Malinbeg of het verlaten dorpje An Port ten Noordoosten van Glencolmcille. Ik reed naar het einde van de weg. Een klein haventje, een woeste rotskust met schuimende golven, een kiezelstrand, wind en meeuwen. Ik was enthousiast dat ik deze idiote plek aan mijn verzameling van onmogelijke plekken kon toevoegen. Enthousiast vertelde ik mijn ontdekking aan Frank. Maar Frank werd er niet warm of koud van. “Do you think Port is beautiful? I don’t see it. I rather find it a depressing place. I do not like it at all.” Ik vroeg mij af of hij het meende of dat het een soort humor was die ik nog niet helemaal begreep.

2018: Hotel People

RM2_0075_15.jpg
Malinbeg – de zitkamer

Iets meer dan twee jaar later komen Petra en ik weer in Malinbeg aan. Het is er nog steeds even mooi. Frank leidt ons naar een schitterende tweepersoonskamer met eigen WC en douche. “The bridal suite”, zegt hij. Na de overweldigende chaos van Derrylehan, is de lounge van Malinbeg een verademing. Hier heersen orde en vooral rust. Het bordje “There is more to life than facebook” staat nog op de schoorsteenmantel. Iets later maakt Frank het vuur aan. Af en toe krijg je de indruk dat Frank een oude zeurpiet geworden is, maar dat valt allemaal wel mee. Achter zijn gemopper zit een fijn gevoel voor humor. Er komen nieuwe gasten binnen. Zij vragen aan Frank waarom er geen handdoeken op de kamers hangen. Frank begint te klagen over de grote toeloop van “hotel people”, mensen die gewend zijn aan bed & breakfasts en hotels. “These hotel people don’t know anymore what a hostel is and more or less try to force us to become a hotel.  They expect us to provide towels or even to make breakfast, but they hardly use the hostel kitchen anymore, …. …Terrible, terrible, these hotel people”. Als de nieuwe gasten nog een keer zeuren, zorgt Frank toch voor handdoeken. Gratis. In de mooie lounge praten we over van alles, niet alleen met andere gasten en Frank, maar ook met een van zijn schoondochters, die hier op vakantie is. Frank vertelt over zijn reizen naar het buitenland. Hij gaat graag naar New York. Als ik vraag of hij het daar naar zijn zin heeft, zegt hij: “I like it very much in New York. It has one great advantage: there are no sheep! No sheep: fantastic!”.

DSC_9804_45.jpg
Not in New York!

 

 

 

 

 

Het langste concert

Iers Gaelic

Gaeltacht bij Teelin

In Ierland wonen vijf miljoen mensen. In de Ierse grondwet staat dat Iers (het Ierse Gaelic) de eerste officiële taal is. Ook in de Europese Unie is Iers een van de erkende talen.  Jammer alleen dat hooguit 25.000 mensen, een half procent, deze taal goed kunnen spreken. Deze mensen wonen in de officieel erkende Iers sprekende gebieden, Gaeltacht, die zich vooral in het uiterste Westen bevinden, zoals Donegal, Mayo, Galway en Kerry. Een gebiedje met nog relatief veel Iers sprekende mensen bevindt zich bij Teelin aan de Donegal Bay. Ook het plaatsje Kilcar maakt deel uit van deze Gaeltacht. Volgens Wikipedia wonen in deze plaats met vier kroegen, een katholieke kerk en twee textielfabrieken 258 mensen.

Festival

 

Als wij in het Derrylehan-hostel verblijven, is het in Kilcar, een paar kilometer daarvandaan, feest. Het is daar vaak feest, het ene festival na het andere met muziek- en dansworkshops, concerten, ‘crossroad dance’ en een speciale ‘heritage day’. Op vrijdag 10 augustus vallen wij met de neus in de boter. Voor en in het gebouw van de openbare bibliotheek (onderdeel van de Áislann Chill Charta – Kilcar cultural centre) zijn er allerlei spullen te koop en worden verschillende ambachten gedemonstreerd zoals het maken van touw van rietstengels of iets dergelijks. Een paar jonge fiddelaars spelen buiten een van die eentonige Ierse deuntjes. In het door vrijwilligers gerunde café is er koffie en taart. Het hele dorp zit hier. Wij zijn de enige toeristen. Na lang wachten krijgen we onze taart en maken een praatje met vriendelijke ‘locals’.  We kopen ook nog een CD met opnamen van een lokale muzikant, die we later in de vuilnisbak gooien, zo vals klonk de viool. Daarna doen we inkopen in de supermarkt en gaan terug naar ons hostel.

Closing Concert

Wij zijn al bekend
RM3_9203.jpg
Kilcar

Op zaterdag wordt het festival met een groots concert afgesloten. Om kwart over zeven wandelen wij van het hostel naar de ‘parish hall’. Als we daar om acht uur aankomen, is het al behoorlijk druk aan het worden. Wij worden begroet door bekenden uit het cultureel café van de vorige dag. Wij zijn hier al bekend. Wij zijn die toeristen die op vrijdag taart gegeten hebben. We veroveren een mooie plek, niet te dichtbij maar ook niet te ver van het podium. Veel aanwezigen behoren duidelijk tot de artiesten. Dat zie je aan hun mooie jurken, dure schoenen en blote ruggen.

Commemorating Cunningham

Het is een heel bijzonder concert: “Closing Concert – Commemorating  the Music of Peter and Teresa Cunningham”. Deze inmiddels overleden Peter en Teresa waren belangrijk voor het culturele en vooral muzikale leven van het dorp Kilcar en plaatselijk waren zij beroemdheden. Het hele concert draait om mooie herinneringen aan deze inspirerende mensen en er zijn optredens door familie van de Cunninghams, vrienden van de familie en familie van vrienden.

Indrukwekkende ballades, aangrijpende fiddle-muziek

Het programma wordt geïntroduceerd door een Iers (en gelukkig ook Engels) pratende ceremoniemeester die op het laatst ook nog iets mag spelen. Het wordt een bonte aaneenschakeling van allerlei soorten muziek. Interessant zijn vooral de in het Ierse Gaelic  gezongen onbegeleide ballades. Geen woord van te verstaan, maar wel indrukwekkend. Dan is er nog een heel lang verhaal, een ‘optelverhaal’ waarbij in elke herhaling een zin werd toegevoegd. Waar het over gaat, begrijpen we niet, want het is in het Iers. De zaal moet wel heel hard lachen. Heel mooi is dan een langzaam duo van twee fiddlers, een droevig lied over een schipbreuk. Aangrijpende melodie, heel zuiver en beheerst gespeeld. Maar dan volgen er weer vals gezongen en slecht begeleide country-melodieën. Eén familielid van de Cunnigham clan speelt zelfs een Chopin-sonate op een elektrische piano. Je maakt wat mee in Ierland.

Kauwgompianiste

Na de pauze gaat het nog meer dan een uur door met  af en toe een mooie ballade, dan weer een vreselijk country- of popnummer. Dan is er een band van meisjes (met de blote ruggen). Opvallend in de schijnwerpers is het meisje dat uitgebreid kauwgom kauwt terwijl ze ongeïnspireerd haar pianopartij afraffelt. Een virtuoze mondharmonicaspeler maakt daarna weer veel goed. Het om half negen begonnen concert is vlak voor twaalven achter de rug. We lopen nog even naar een van de vier kroegen. Daar staan aan de bar en aan de tafels vlakbij ons de Gaelic zingende dames, de virtuoze  mondharmonicaspeler en de kauwgompianiste. Terwijl we nog aan onze Guinness zitten, bestel ik een taxi. Die is er veel te snel. Niet veel later zijn we terug in ons hostel.

Voor meer indrukwekkende muziekervaringen tijdens de vakantie zie ook Wanklanken in de Provence.

Blogs over onze Ierse vakantie 2018

 

Derry en Belfast

Derry

Na een nacht met heel veel regen ontbijten wij op vrijdag in een keuken van het hostel van Malinbeg, het eind evan de wereld waar bijna niets gebeurt. De lounge is niet beschikbaar. Twee Italiaanse jongetjes hebben hier al hun plastic oorlogstuig op tafels en stoelen gestald en maken dreigende geluiden met vliegtuigen, bommen en raketten in hun hand. Maar dit is letterlijk kinderspel vergeleken met wat we de dagen daarna zullen horen en zien. Door de regen rijden we naar de stad Donegal. Een paar koppen koffie en sandwiches later rijden wij richting Noord Ierland, dat niet noordelijker maar wel oostelijker ligt dan de provincie Donegal. Onze navigatie wijst ons de weg naar Bed & Breakfast, Cathedral View in de wijk Bogside van Derry (door de Engelsen Londonderry genoemd).

Bogside
RM3_9446.jpg
Bogside, Cathedral

De Bogside, traditioneel de wijk van de eenvoudige katholieke arbeiders, is wel even schrikken. Brede, kale straten, kleine niet allemaal goed onderhouden huizen. Natuurlijk was het hier veertig jaar geleden nog veel armoediger en woonden er in elk huisje wel drie gezinnen, maar een vrolijke, gezellige, welvarende wijk, nee, dat is het niet. Het is het decor van de strijd tussen katholieken en protestanten die in Derry in de jaren zestig van de vorige eeuw begon en daarna meer dan dertig jaar geduurd heeft. Als we in de B&B aankomen, zijn de ‘troubles’  het eerste onderwerp dat onze gastheer aansnijdt. Waar zou je het hier anders over moeten hebben? Nog voor het avondeten wandelen wij een tijd door dit deel van Derry en zien de verbeten gezichten en harde teksten op de vele muurschilderingen (‘murals’) die aan de harde strijd uit de jaren 60 en 70 herinneren: de ‘Battle of the Bogside’ (1969) en het dieptepunt ‘Bloody Sunday’ (1972).

Bogside history tour
RM3_9451.jpg
Guildhouse

Op zaterdag laten wij het ons nog eens goed uitleggen tijdens een ‘Bogside History Tour’. Onze gids, Paul Doherty, is de zoon van een van de eerste doden die op Bloody Sunday zijn gevallen, Patrick Doherty. Zoals te verwachten toont zoon Paul veel sympathie voor het katholieke verzet tegen de protestantse overheersing in die dagen, maar hij praat de misdaden van de IRA zeker niet goed. De rondleiding begint in het Guildhouse en, omdat het buiten regent, neemt onze gids daar al veel tijd om de achtergronden van Bloody Sunday uit te leggen. Het wordt duidelijk uit zijn verhaal dat het katholieke verzet begon als een burgerrechtbeweging, geïnspireerd door bewegingen elders in de wereld, zoals de emancipatie van zwart Amerika (Martin Luther King), het verzet tegen koloniale overheersing op veel plaatsen in de wereld en de Franse studentenopstand van 1968. De kern van het oorspronkelijke verzet waren de ongelijke rechten van protestanten en katholieken, onder meer door de manipulatie van kiesdistricten (‘gerrymandering’) en de koppeling van kiesrecht aan woningbezit in het voordeel van de protestante minderheid, die politiek zo in de meerderheid was. De Britten als koloniale macht.

Bloody Sunday

RM3_9428.jpg

De sfeer werd grimmig toen de politie niet ingreep bij diverse aanvallen van unionisten op nationalisten. Op 30 januari 1972 schoten militairen, die werden ingezet  om de politie te versterken bij een protestmars tegen de ‘internment’, 26 mensen neer, van wie 13 op die dag overeden en één vier maanden later. Vanaf dat moment was het conflict niet meer in de hand te houden en de ‘troubles’  in Noord Ierland duurden tot 1998.

Terwijl we nog in het Guildhouse staan, vertelt onze gids over Bloody Sunday Inquiry die vanaf maart 2000 plaatsvond. In 2010 werd het eindrapport aan de overheid overhandigd.

RM3_9441.jpg

De Inquiry heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat de militairen op Bloody Sunday op  ongewapende mensen hebben geschoten die geen enkele bedreiging vormden. Pas in juni 2010 bood David Cameron zijn excuses aan in het Lagerhuis. Volgens hem waren de “shootings … both unjustified and unjustifiable.”

RM3_9444.jpg
Het monument voor de slachtoffers van Bloody Sunday

Met onze gids lopen wij langs de verschillende ‘murals’ in de Bogside: grimmige teksten, verbeten en angstige gezichten uit een andere tijd, maar toch ook weer niet zo lang geleden. Aan het eind van de tocht staan we bij het monument voor de veertien dodelijke slachtoffers. Bovenaan de lijst op het monument staat ‘Patrick J. Doherty’ en zijn zoon legt ons uit wat hier gebeurd is.

Belfast

Black Taxi

Twee dagen later wordt onze les in recente Ierse geschiedenis voortgezet. We hebben een ‘black taxi tour’  in Belfast geboekt. Toen tijdens het hoogtepunt van de ‘troubles’ niet alleen een groot deel van de bussen was opgeblazen maar ook de wegen in zo’n slechte toestand waren dat een bus er niet meer overheen kon, was de ouderwetse zwarte taxi hét vervoermiddel waar je nog wel van A naar B mee kon. Zelf zat ik in 1976 in zo’n taxi  met mijn toenmalige vriending. We waren op weg van Schotland naar Ierland via Stranraer en Larne. Vanaf Larne ging een trein naar Belfast. In Belfast reden we per taxi van het ene naar het andere station. Onze bagage werd buiten op de taxi gebonden, want al die ontploffende bagage hadden ze liever niet in de cabine. Wat waren we blij toen we een uur later de Ierse Republiek binnenreden.

De katholieke kant
RM3_9514.jpg
Peace Wall

42 jaar later zitten Petra en ik weer in zo’n taxi. We rijden eerst naar de katholieke wijk die ernstig te lijden heeft gehad onder de ‘troubles’.  Wij lopen vlakbij de ‘peace wall’, de muur die de katholieken en protestanten uit elkaar moest houden en er nog steeds staat. Tot onze verbazing zegt onze taxi-gids dat de poorten in deze muur nog elke avond op slot gaan en dat de mensen aan de katholieke kant de gaas-constructies op hun balkons (tegen inkomende brandbommen, etc.) nog steeds niet hebben afgebroken. Het zou zo weer kunnen beginnen.

RM3_9515.jpgWe kijken naar de vele ‘murals’ aan de katholieke kant met vreselijke beelden van Bombay Street, waar in 1969 vrijwel alle huizen van katholieken door loyalisten in brand werden gestoken. Onze gids verteld hoe dat ging: als ze vriendelijk waren, vertelden ze van te voren wanneer ze je huis in brand gingen steken. Dan kon je op tijd weg.

Op andere ‘murals’ wordt Bobby Sands als een soort heilige vereerd.  Hij is vooral bekend van zijn hongerstaking in de gevangenis met als belangrijkste thema het recht om erkend te worden als politieke gevangenen en niet als misdadigers, een wens die door Margaret Thatcher natuurlijk niet werd ingewilligd. Toen hij in mei 1981 overleed, zei Thatcher:  “Mr. Sands was a convicted criminal. He chose to take his own life. It was a choice that his organisation did not allow to many of its victims”.

RM3_9519.jpg
Bobby Sands
De protestante kant

RM3_9536.jpg

Nu we zo langzamerhand overtuigd beginnen te raken van het grote onrecht tegen IRA-helden als Bobby Sands, staan we opeens aan de andere kant van de ‘Peace Wall’. Ook hier ‘murals’ met verheven teksten en plechtige portretten, met als enig verschil dat de helden van de andere kant van de muur hier de misdadigers zijn en omgekeerd. Wat de IRA allemaal  tegen de unionisten heeft uitgehaald, is niet minder wreed en misdadig. We staan stil bij het  monument voor de slachtoffers  van de aanslag op de pub Bayardo in augustus 1975: “5 innocent protestants murdered” staat er op de staalconstructie die op het laatste overblijfsel van het gebouw is geplaatst. Tijdens de bomaanslag stortte vrijwel het hele gebouw in.  We lopen nog even langs de grote gezellige winkelstraat aan deze Britse kant. Het is hier op Shankill Road Britser dan Brits. Overal Britse vlaggen en van een huis is de zijgevel bedekt met mooie foto’s van het koningshuis.

RM3_9532.jpg
Britser dan Brits

Zo koningsgezind is geen enkele Engelse stad.  Ik kan nog steeds niet helemaal bevatten wat ik gezien heb: twee werelden met hun eigen helden, hun eigen standbeelden en hun eigen vervormde interpretatie van de geschiedenis. In een opwelling van naïviteit zeg ik tegen onze gids: het is mooi al deze monumenten, maar wordt het niet eens tijd een gemeenschappelijk monument neer te zetten waar protestanten en katholieken samen hun slachtoffers kunnen herdenken. Hij loopt op mij af en geeft mij een hand: “Natuurlijk, dat zou er moeten gebeuren”.

RM3_9531.jpg

 

Blogs over onze Ierse vakantie 2018