Kleine vakantie

Bijna alles is klein deze keer. Het huisje (één kamer) is zo klein dat je van de eettafel zo in bed kunt rollen. Wij bevinden ons in een plaats met drie letters (Epe) en het gezelschap is ook niet groot: twee personen.

Ja, de bomen zijn zo hoog dat je geen idee hebt wat voor kleine vogeltjes er van kruin tot kruin vliegen. En het bos is groot. Lange statige lanen met eiken of beuken er langs worden afgewisseld door romantische slingerpaadjes, door paardenhoeven omgeploegde ruiterwegen en kaarsrechte betonstroken waar de geëlektrificeerde overjarige Nederlander overheen suist, zijn/haar blik gefixeerd op het LCD-schermpje dat aan het te hoge stuur is bevestigd.

Daar lopen we dan. De bossen zijn mooier dan we ons van vorige bezoeken herinnerden. Vooral de hoge dennen zijn mooi. Zij hebben het voordeel dat de meeste takken bovenaan zitten en niet zo’n donker ondoordringbaar bos vormen als die sombere sparren. Bij sparren zie je soms door het bos de bomen niet meer. Herfst is overal een mooi jaargetijde, maar zeker hier. De kleuren zijn nog volop in ontwikkeling maar hier en daar kan je al genieten van sterke contrasten tussen gele beuken tegen de achtergrond van donkergroene dennenbossen en paarsbruine heidevelden.

De mooie berkenstammen zorgen voor mooie contrasten en een ritme in het landschap wanneer er tientallen op een rijtje staan. Onderaan die bomen schieten de paddenstoelen met grote vaart uit de grond. Even krijgen we een glimp te zien van het wonderlijke leven dat zich in de diepe duisternis afspeelt: prachtig felgekleurde vliegenzwammen, andere amanieten en een grote verzameling bruine en kleurloze zwammen die uit dode boomstronken groeien, zoals sponszwammen.

In de verte lacht een specht. Het zou een zwarte specht kunnen zijn. Die zitten hier zeker, maar hij laat zich niet zien en we horen ook geen geroffel. Hoog over de bomen vliegen zwermen lijsterachtigen, waarschijnlijk kramsvogels maar ze blijven te ver weg. Er vliegen regelmatig vinken en af en toe een groepje puttertjes. Overal hoor je de bonte specht en af en toe zie je er een langs een stammetje klimmen en dan weer wegvliegen.

De merels vliegen regelmatig door de lagere regionen van het bos. Het hadden er veel meer kunnen zijn als het usutu-virus niet zo onder de populatie had huisgehouden.

Als we nu niets doen, doet het Covid-virus iets dergelijks met de mensenpopulatie, maar we doen wel iets, dat wil zeggen: we doen steeds minder. Geen gezellig terrasje op de helft van onze wandeling naar de Renderklippen of de Dellen, maar op een door de toeristenindustrie ter beschikking gesteld bankje een kopje koffie uit een thermoskannetje en daarbij een goed belegde boterham. Er komt een gezelschap langs waarvan één wandelaar vrij slecht ter been is. Als we hem een deel van ons bankje aanbieden, reageert hij bijna verontwaardigd: “Dan kan ik de voorgeschreven afstand niet aanhouden!”. “Sorry – even vergeten”. Even later verlaten wij het bankje en kan er volgens de regels op gezeten worden.

Wij lopen terug naar ons piepkleine huisje. Daar schenken we een bokbiertje in en koken boerenkool met worst. Herfst 2020.

Zwemmen boven de zee

Les Petites Dalles

Normandië heeft een kustlijn van meer dan 600 km. Op veel plekken kan je zwemmen, wat wij dit jaar ook gedaan hebben. Aan de Côte d’Albâtre in de buurt van Étretat worden de mooie krijtrotsen regelmatig onderbroken door prachtige veilige bewaakte strandjes, meestal vrij stijl aflopende kiezelstranden zoals bij Yport, St. Pierre-en-Port en les Petites Dalles. Er is één probleem: hoe kom ik de zee in, lopend over die vervelende kiezels met schelpen en waterplanten? De goed geoutilleerde badtoerist heeft slippers die  hij in het water aanhoudt. Ik heb die niet. Omdat die kiezels bij mij tot onbeheersbare voetreflexen en onherroepelijk evenwichtsverlies leiden, ben ik maar op handen en voeten het water in- en uitgekropen. Het zal er niet goed uitgezien hebben.

Getijdengrafiek: meer dan 10 meter eb-vloed-verschil

Dan kan je beter naar mooie zandstranden gaan. Die bevinden zich bijvoorbeeld aan de Westkant van het Cotentin-schiereiland bij badplaatsen zoals Pirou-Plage. Maar ook hier word je geconfronteerd met een vervelend probleem. Als je bij zo’n plaats aankomt, vraag je je echt af waar de zee is.

Breed strand bij Hauteville

Het strand is (bij eb) zo breed dat je bijna een verrekijker nodig hebt om de zee te zien. Waarom die stranden zo breed zijn, weet ik niet zeker, maar heeft zeker iets het het grote getijdeverschil in het Kanaal te maken. Een getijdeverschil van 10 meter is geen uitzondering (ter vergelijking: voor Scheveningen is dat meestal minder dan 2 meter). Een groot getijdeverschil betekent ook sterke stroming en die kan gevaarlijk zijn. Waarom zou je eerst 2,5 km naar de zee lopen om vervolgens gevaarlijk te gaan zwemmen?

Het zwembad bij de zee

In Pirou-Plage hebben ze voor een veilige en comfortabele oplossing gekozen, een zwembad boven de zee.  Het zwembad bevindt zich op niet al te grote afstand van de vloedlijn, maar ver genoeg naar zee zodat het minstens één keer per etmaal met vers zeewater volloopt. We hebben daar heerlijk gezwommen in schoon zeewater zonder gevaarlijke stromingen. Omdat het zwembad boven de zee ligt, heb je een prachtig uitzicht over de zee, de boten en, in dit geval, het kanaaleiland Jersey.

____

Een heerlijke ruïne

Jumièges is een dorp aan de Seine. Al in het jaar 654 werd er een abdij gesticht. Maar de Vikingen brandden het zaakje twee honderd jaar later plat. In 1067 werd er in aanwezigheid van Willem de Veroveraar een nieuwe kerk ingewijd. De Franse revolutie maakte een eind aan het kloosterleven. De kerk verviel tot ruïne en werd een soort steengroeve, maar grote stukken bleven staan en staan er nog steeds.

Jumièges

Wat ze in de tijd van de Franse revolutie niet hadden kunnen weten: in de eenentwintigste eeuw zou het een van de coronavriendelijkste religieuze gebouwen zijn. Het laatste wat je wil in Coronatijd is een dak op een kerk, want dan krijg al die enge luchtstromen met in waterdruppeltjes meegevoerde virussen.

Wij namen het pontje over de Seine en daar stond dan die prachtige verzameling van muren, zuilen, beelden maar – God zij dank ! – dakloos. Even een kapje op bij het kaartjes kopen dan dan weer af in de prachtige ruimtes. Het was heerlijk licht en precies warm genoeg.

Wat een prachtige ruïne! Alles straalt openheid uit. Geen gebrandschilderde ruiten die de hele kerk misschien wel geheimzinnig donker hadden gemaakt, maar heerlijk open vensters met een mooi uitzicht op bomen en lucht. Ook geen barrières voor vogelgeluiden. Bovendien vlogen de vinken gewoon naar binnen.Wij hebben geen regen meegemaakt, maar zo’n regenbuitje in de kerk zou toch wel een verfrissende ervaring kunnen zijn.

De verantwoordelijke instanties zullen deze blog wel niet lezen, maar zou het toch niet een goed idee zijn om de Notre Dame in Parijs gewoon te ontdoen van wat er van het dak over is?

In de voetsporen van Houellebecq

Tijdens onze vakantie las ik Sérotonine van Houellebecq. Het speelt voor een groot deel in Normandië. Op veel plaatsen die in het boek genoemd worden, zijn wij geweest. Zo kon je de Taverne du Parvis in Coutances waar de hoofdpersoon zijn Figaro leest (“… enfin, c’était visiblement the place to be à Coutances”)  bijna zien vanuit ons appartement daar. Tijdens één van onze strandwandelingen zijn we zeker langs de in het boek vermelde Hostellerie de la Baie gelopen, op weg van Regnéville naar Hauteville.

Landbouw in Normandië

Sérotonine is zoals de meeste boeken van dezelfde schrijver geen leuk boek, ondanks de zeker humoristische passages die er ook in voorkomen. Kort getypeerd: het is het verhaal van de verloedering van een door en door ongelukkige en onsympathieke hoofdpersoon Florent tegen de trieste achtergrond van een verloederend Frankrijk, in het bijzonder van Normandië, de Normandische boeren en het Normandische landschap. Zoals nog sterker in andere  boeken van Houellebecq (Plateforme, La carte et le territoire, etc.) wordt ook hier de schijnwereld van het toerisme gecontrasteerd met de troosteloze realiteit van het echte leven in de betreffende gebieden.

Toen ik vorig jaar in Polen was, werd mij soms met een schok duidelijk, wat voor land mijn goedkope fietsidylle eigenlijk was. Op borden langs de weg stonden de telefoonnummers die je moest bellen als je in Nederlandse kassen wilde werken tegen een minimumloon. Bijna uitgestorven dorpen zonder werk en voor de oude mensen te weinig pensioen om veel meer dan brood te kopen.

Het echte Normandië

Nu konden wij, met de hoofdpersoon van het boek, in het echte Normandië dezelfde trends zien als overal op het Europese platteland: troosteloze schaalvergroting en monoculturen van maïs, maïs en maïs, dorpen zonder winkels, geen openbaar vervoer, nauwelijks natuur.

Leerzaam was ons bezoek van het Ecomusée de la Pomme et du Cidre vlakbij onze gîte in Bretteville-du-Grand-Caux. In het traditionele gemengde bedrijf van Normandië graasden vroeger koeien on de schaduw van de hoge appelbomen. Dit gemengde bedrijf vormde de basis voor de belangrijke streekprodukten cider (inclusief pommeau en calvados) en kaas (de drieëenheid Camembert, Livarot, Pont-l’Éveque). Op een bepaald moment ging de cider hard achteruit en schakelden ook Normandiërs op bier over.

Écomusée de la Pomme et du Cidre – Pigeonnier

De EU bevorderde schaalvergroting en massale omschakeling op meer gangbare commodities zoals maïs. Met vele miljoenen Euro aan subsidie werden tienduizenden hectares appelboomgaarden gerooid. Daarbij verdwenen ook de karakteristieke Normandische houtwallen die om de boomgaarden stonden, het zogenaamde bocage-landschap en de daarbij horende hoge biodiversiteit. Zo’n Écomusée als in Bretteville is erin geslaagd een stukje traditie te behouden en op basis daarvan zelfs een winstgevende ciderproductie te organiseren, maar het blijft een uitzondering.

Appels voor cider

In het boek van Houellebecq gaat Florent, tegen de achtergrond van het verschralende landschap en de verarmde boerensamenleving zijn ondergang tegemoet. Centraal in het verhaal staat een boerenprotest tegen melkimporten via le Havre uit onder meer Brazilië. Aymeric, een oude studievriend van Florent, pleegt tijdens een massademonstratie tegen melkimporten en melkprijsverlagingen zelfmoord. Het boek is vooral een aanklacht tegen de kille wereld van de internationale neoliberale economie, tegen het verdwijnen van schoonheid en tegen de liefdeloosheid van een totaal geïndividualiseerde wereld. Daar kan ik me best iets bij voorstellen en soms ben ik het zelfs een beetje eens met de redeneringen in dit boek. Toch vraag ik me af of die wereld van onder appelbomen grazende koeien en ciderboeren echt zo mooi en liefdevol was. Ik denk het niet.

Natuurlijk waren wij in Normandië gewoon toeristen en we hebben als toeristen met volle teugen van de toeristische attracties genoten. Voor diepgravende maatschappijkritiek hadden we zeker geen tijd. Gelukkig maar.

 

__________

 

 

 

 

Een puinhoop van een ruïne

De leukste belevenissen tijdens de vakantie zijn meestal ongepland. Ze overkomen je. De vervelendste trouwens ook, maar daarover later in dit verhaal. Een goed uitgangspunt voor geslaagde vakanties: ga nooit naar bezienswaardigheden met meer dan één ster in de reisgids. Een paar jaar geleden dachten we even de Abdij van Sénanque in de Provence te bezoeken. Zoiets moet je niet willen. We konden toen niet eens een parkeerplaats vinden. Ga naar plaatsen die niet zo bekend zijn, dat is beter, zeker ook nu in Corona-tijd.

Wij waren in Montreuil en het leek een goed idee La Chartreuse de Neuville te bezoeken, een gigantisch kloostercomplex.  Het werd oorspronkelijk in 1325 gesticht, werd in 1584 door de Hugenoten verwoest en werd nog even een klooster voordat de Franse revolutie hier een einde aan maakte. Het werd vervolgens nog een keer verwoest en opnieuw opgebouwd aan het eind van de 19e eeuw, maar in 1901 werden alle kloosters wettelijk verboden. Vanaf 1905 werd het een ziekenhuis en werd in de Eerste Wereldoorlog een Belgisch hospitaal. Er was tot 1997 een ziekenhuis. Vanaf 2017 wordt het gigantische complex stap voor stap gerestaureerd.

Rondleiding

Omdat deze attractie vlakbij onze Chambre d’Hôtes lag, leek het geen slecht idee om er maar eens een kijkje te gaan nemen. Voordat we het wisten, bevonden wij ons in een groep van niet al te jonge Fransen met of zonder rollator maar allemaal met mondkapje.

Onze gids had een grote plastic kap voor haar gezicht. Het leek wel of ze meteen weer met laswerkzaamheden zou beginnen. Natuurlijk vroeg (ik noem haar maar) mevrouw Ruïne niet of iedereen wel Frans verstond. Wat een vraag! In Frankrijk spreekt men Frans. Al kijkende naar  de 19e-eeuwse sculpturen bij de ingang van het gebouw, werden we getrakteerd op een droge opsomming van alle verwoestingen en overige degradaties. Dat waren en nogal wat. Vervolgens liepen we gedwee achter mevrouw Ruïne door allerlei ruimtes en ze vertelde – ongeïnspireerd met veel herhalingen – over het leven van de verwende kluizenaars (die de godganse dag aan het bidden waren) en de leken die ervoor moesten zorgen dat de kluizenaars te eten, te drinken en te lezen hadden. Als mevrouw Ruïne voor de tiende keer had verteld hoe de strikte taakverdeling tussen geestelijken en leken was geregeld, meldde zich natuurlijk één van de medebezoekers met een vraag zoals: “En kookten die geestelijken dan ook zelf?”. Tot overmaat van ramp kregen we het zelfde verhaal dan nog een elfde keer te horen. Op een bepaald moment liep ik iets te ver voor de troepen en ging maar vast een leuk kamertje in, waar zo’n kluizenaar had gewoond. Totaal aangeslagen stormde mevrouw Ruïne achter mij aan. Ze had goede redenen. Wanneer zou voor het laatst een toerist door de vloer zijn gezakt hier? Erg zwaar hoef je daarvoor niet eens te zijn.

Inmiddels hoorden we al het vijftiende gelijkluidende verhaal. Ik wilde weg. Petra wilde weg. Ik vroeg aan mevrouw of we het gebouw mochten verlaten. Ze hield een ingewikkeld verhaal over dat de betreffende deuren niet open waren en bovendien gaf ze ons de indruk ons niet aan het protocol te houden. Samen uit, samen thuis – daar leek het wel op. Ettelijke kamertjes later kwamen we dan na anderhalf uur weer bij de uitgang. Er waren meer mensen aan het zuchten. Er hing een gedempte sfeer van ontevredenheid.

Voorlopig een puinhoop

Nog even liepen we door de tuin. Een laatste blik op de grote gebouwen liet wel zien dat het werk nog lang niet klaar is. Deze ruïne blijf nog wel even een ongezellige puinhoop.