Van grutto’s tot grutto’s

Vogels kijken in het Corona-jaar

Van grutto’s tot grutto’s

Op zaterdag 21 maart 2020 stond ik grutto’s te fotograferen in de Polders Poelgeest. Voor het eerst stonden de fotografen op gepaste afstand van elkaar en keken niet in elkaars camera’s of kijkers. Het virus, dat al voor de nodige problemen in China had gezorgd, was bij ons aangekomen. Op 8 maart waren we nog met de vogelwerkgroep naar het Leersumse veld geweest, maar dat zou heel lang gaan duren voordat zo’n uitspatting van uitbundig sociaal contact weer zou mogen.

Op 17 maart 2021 sta ik op dezelfde plek weer te fotograferen. Misschien fotografeer ik wel een paar van dezelfde grutto’s, waarvan er ook dit jaar een aantal een tussenstop tussen de flats van Poelgeest hebben gemaakt om vervolgens naar IJsland door te vliegen. Een jaar geleden kende ik het verschil tussen onze inheemse grutto (limosa) en de IJslandse variant nog niet.  Nu geniet ik extra van hun donkerrode kleuren die oplichten in het licht aan het einde van de winter.

De gebiedjes

Dit was het jaar van de kleine gebiedjes dichtbij huis. Verre reizen en excursies met veel deelnemers waren dit jaar geen optie. Omdat ik dit jaar pas echt met pensioen ben gegaan gegaan, kreeg ik wel veel meer tijd voor hobby’s. Naast muziek zijn dat vooral fotograferen, talen leren en genieten van de natuur. Lange buitenlandse fietstochten staan even in de wacht. Zoals miljoenen andere Nederlanders ben ik mijn directe omgeving veel intensiever gaan verkennen

In het Noorden van Leiden, vlakbij Warmond en Oegstgeest, is er geen gebrek aan interessante kleine gebiedjes. Vlakbij huis zijn dat het Park Merenwijk, de Strengen, Polders Poelgeest, Koudenhoorn en Huis te Warmont.

Polders Poelgeest is een goed voorbeeld van natuur zoals die in de Randstad tussen de flatgebouwen wordt aangelegd. Met wilde natuur ver van de menselijke beschaving heeft deze niets te maken. Waar elke vijf minuten een trein langs raast, staan in de zomer de lepelaars in de ondiepe plas te vissen, zwemmen pijlstaarten, winter- en zelfs zomertalingen en zingen kleine karekieten, blauwborstjes en rietgorzen. Visdiefjes duiken voortdurend in het water, terwijl de flatbewoners hun ramen moeten sluiten tegen het oorverdovende gekrijs van kokmeeuwen.

De laatste overblijfselen van de Zwanburger polder (zie ook elders op deze site), de Strengen (en Tengnagel) en Koudenhoorn zijn mijn lievelingsgebiedjes waar je naast allerlei rietvogels regelmatig ijsvogels kunt aantreffen. Wat er nog echt van de oorspronkelijke Zwanburger polder over is, kan je pas weer bereiken als het bootje weer mag varen. Dan is het een schitterend gebied voor weidevogels als grutto, kievit en scholekster.

Bij het huis te Warmont is van alles te zien, niet alleen vogels. In het voorjaar de schitterende kleuren van de rododendrons, in de herfst de prachtige paddenstoelen en het hele jaar door allerlei vogels, inclusief koperwieken, vuurgoudhaantjes en allerlei mezen. Ik heb ze nog nooit gezien, maar de dode bomen schijnen een woonplaats te zijn voor bijzondere vleermuizen.

Relatief recent voegde ik nog twee gebiedjes aan mijn lijst toe: de Munnikenpolder (of wat daarvan over is) bij Leiderdorp en de Boterhuispolder bij de uitvalweg van Leiden Noord naar de snelweg. Vooral het eerste gebiedje is erg interessant, vooral voor eenden, ondanks de grote nabijheid van de A4.

Ik bezocht deze gebieden heel vaak alleen, maar ook regelmatig met enthousiaste collega-vogelaars en -fotografen. Ik maakte  mooie wandelingen over Koudenhoorn met Arthur Staal (Zie ook de mooie website van Arthur Staal). Met Renée Schermervoest ging ik op de Strengen op ijsvogeljacht. Met Stan v.d. Laan keken we naar goudhaantjes op Koudenhoorn en naar mooie paddenstoelen bij Huis te Warmont. Arthur liet mij ‘zijn’ gebiedje, Duivenvoorde, zien en we gingen ook nog eens naar het Heempark Leiden en het vlak daarbij gelegen Landgoed Oud Poelgeest, waar we zelfs vuurgoudhaantjes konden fotograferen.

De gebieden

Hoe mooi die gebiedjes ook zijn, ze gaan mij zo langzamerhand vervelen. Niet alleen ken ik ze nu te goed, maar ze zijn ook te druk geworden. Want ik ben niet de enige Coronawandelaar. En sommige wandelaars kom ik ook erg vaak tegen. Daarom voelt het als een bevrijding, om eens naar ‘echte’, grotere gebieden te gaan. Nog één keer was er een onofficiële excursie van de vogelwerkgroep naar Voorne. Zie hiervoor een apart verslag.

De reis naar Normandië in onze zomervakantie was heel mooi, maar leverde niet zoveel ‘natuur’ op. Zie hiervoor de verschillende blogs te beginnen met ons bezoek aan Bergues.

Onze geplande reis naar onze zoon in Noorwegen – altijd goed voor mooie zeearenden en andere zeevogels – hebben we al twee keer moeten afzeggen door het Coronabeleid van dat land. In plaats daarvan zijn we wél twee keer naar de bossen en één keer naar de zee gegaan.

In Epe huurden we in de herfstvakantie een heel klein huisje. We maakten prachtige wandelingen door de bossen en door de hei. Geen opzienbarende waarnemingen, wel prachtige paddenstoelen in mooie bossen, waar de zwarte spechten zich toch niet lieten zien. In de kerstvakantie bezochten wij één van mijn absolute lievelingsgebieden, het Dwingelderveld en omgeving. Een mooier en stiller bos- en heidegebied is er niet in Nederland. Ondanks het beestachtige hebben we weer erg genoten, ook van het bezoek van onze kinderen.

In de voorjaarsvakantie volgde een bezoek aan het andere topgebied in Nederland: Texel. Vanuit het huurhuisje achter de Waddendijk kon je zo naar de Schorren lopen en daar vele duizenden vogels zien, waaronder wulpen en rosse grutto’s. Niet ver daarvandaan zaten duizenden rotganzen en honderden kluten. In de zee zwommen de eidereenden.

De seizoenen

Voorjaar

Het Coronajaar begon aan het eind van de winter, bijna in het voorjaar. Net zoals nu genoot ik van de grutto’s in de Polders Poelgeest. Het hoogtepunt in april waren wel de krooneenden die bij de Strengen verschenen. Niet veel later zwom er in de Polder Poelgeest een prachtige zomertaling. Overal liepen al snel de ganzenkuikens rond. De eerste grote dagvlinders, zoals dagpauwoog, waren vanaf half april te bewonderen. Op de Strengen verschenen de tapuiten, terwijl de kikkers uit hun schuilplaatsen waren gekomen. Met Petra genoot ik van de rododendrons die bij Huis te Warmont eind april de rododendrons in volle bloei stonden. Grote groepen Lepelaars vertoefden vanaf eind mei  in de Polders Poelgeest en stonden daar naast de grutto’s in het ondiepe water. Het leven in ‘mijn’ gebiedjes werd steeds uitbundiger en kleurrijker: karekieten, rietzangers, fitissen, prachtige vlinders en steeds meer hommels en bijen.

Zomer

Mijn zomer begon met een grauwe vliegenvanger op de Strengen. Regelmatig ging ik nog eens kijken naar de lepelaars in de polders Poelgeest, die driftig achter hun visjes of kreeftjes aan liepen. Een grappige manier van vissen.

Steeds meer vlinders, zoals koolwitjes en dagpauwogen, libellen, hommels, bijen en zweefvliegen, waarvan ik de naam niet weet. Ik bekwaamde mij in het fotograferen van zangvogels in het riet, waarbij vaak helaas het riet scherp in beeld kwam en de vogel vrijwel onzichtbaar bleef. In Frankrijk genoten Petra en ik van de rustige stranden, maar zagen geen bijzondere vogels, wel leuke schelpen en zeeslakken (zoals muiltjes). Toen we in Nederland terug waren, zaten er op de Strengen ijsvogels en de eerste pogingen ze te fotograferen lukten redelijk. Veel plezier beleefde ik aan de grote libellen, die ik met een telelens – en veel geduld – vastlegde. Inmiddels waren er veel distelvlinders verschenen en werd het herfst.

Herfst

Mijn ijsvogeljacht ging onverminderd door. Zie hieronder. Inmiddels waren er bulldozers op de Strengen verschenen. Waar een heerlijk ruig natuurgebiedje was ontstaan, werd nu door de ambtenaren en ingenieurs iets nieuws aangelegd met veel water en zo. Misschien wordt het wel mooi. Zie hiervoor mijn andere blog. In de verschillende App-groepen verschenen opgewonden berichten over de sneeuwgors, die zich in de Polders Poelgeest zou bevinden. Die moest ik ook zien en fotograferen.

Mooier dan de fotootjes van de sneeuwgors werden mijn composities met aalscholvers.  Zie ook mijn blog over vogelfoto’s.  Herfst is misschien het mooiste jaargetijde voor fotografie, vooral van de bomen in herfstkleuren en paddenstoelen, die ik in het Merenwijkpark en bij Huis te Warmont meerdere malen fotografeerde.

Als ik geluk had, kwam ik ook nog eens een groepje staartmezen tegen. Helemaal mooi waren de herfstkleuren in Epe eind oktober. Gedurende deze herfst heb ik veel koperwieken gezien, soms heel dichtbij huis bij de Merenwijk, soms in de verschillende gebiedjes bij Warmond. Hetzelfde geldt voor Puttertjes, die op verschillende plekken in grote groepen te zien waren. Zoals gebruikelijk rond deze tijd, verschenen op veel plaatsen weer smienten in grote hoeveelheden. Wat een mooie vogel is dat toch!

Winter

Onze winter begon in Dwingeloo. Afgezien van de wilde zwanen en de rietganzen op het boerenland niet ver van het dorp, die ik daar elk jaar zie, waren er geen bijzonderheden als kuifmezen of appelvinken deze keer, maar daar was het weer ook te slecht voor.

In januari zag ik weer regelmatig de ijsvogel op Koudenhoorn. Eind januari en begin februari begon het flink te vriezen, wat mooi plaatjes opleverde van ijsschotsen, ijspegels en vogels in de sneeuw en op het ijs. Voor de ijsvogel was dit geen goede tijd, maar ze schijnen het overleefd te hebben.

En toen was het, hoewel nog lang geen voorjaar, wel voorjaarsvakantie op Texel. Over de vele duizenden vogels boven het wad en achter de dijk heb ik hierboven al geschreven. Biomassaliteit puur! Begin maart verschenen er in de Polders Poelgeest mooie pijlstaarten en die zwommen tussen de eerste grutto’s door. Het baltsen van de futen was een teken dat het voorjaar snel zou komen. Zo ook het verschijnen van een grote hoeveelheid, deels IJslandse, grutto’s. Het jaar – het Coronajaar – was rond.

Opnieuw voorjaar

De Corona-ellende is nog niet voorbij. Maar daar trekken de vogels zich niets van aan. Opnieuw zitten er schitterende grutto’s in de polders Poelgeest. Het wachten is op lepelaars, zomertalingen en nog veel meer. De ganzen zijn zich al op de voortplanting aan het voorbereiden en maken een hels kabaal. Prachtige slobeenden en wintertalingen zwemmen en vliegen in de koel voorjaarszon.

IJsvogeljacht

De combinatie vogels kijken en fotograferen leverde mij dit jaar veel plezier en een paar mooie plaatjes op. De ijsvogels, eerst op de Strengen en later vooral op Koudenhoorn, waren wel het hoogtepunt. Op de Strengen stond ik af en toe samen met Renée op het verschijnen van de blauwe flits te wachten. Op Koudenhoorn deed ik met Arthur hetzelfde. Eén probleem: deze kleine vogeltjes zitten vaak te ver weg om goed met een telelens van 600 mm vast te leggen (zie ook deze pagina). Maar op Koudenhoorn lukte het soms om hem bij mooi weer op een tak tegenover een van de bankjes in het stiltegebied in de lens te krijgen.

IJsvogel (Koudenhoorn)

En de lijst?

Een echte vogelaar heeft een lijst. Ik heb geen lijst. Ik ben dus geen echte vogelaar. Maar als ik zo’n lijst zou hebben, zou er in dit Coronajaar wel een roze spreeuw op staan, die ik toevallig in de duinen bij Wassenaar zag, toen ik mij afvroeg waar al die andere vogelaars naar stonden te turen. Verder staan er geen echte zeldzaamheden op die lijst, wel leuke vogels zoals tapuiten, krooneenden, wilde zwanen en zomertalingen. Maar ik ben eerder onder de indruk van duizend rosse grutto’s dan van één roze spreeuw.

Wupen, rosse grutto’s, scholeksters (De Schorren, Texel)

____

Kleine vakantie

Bijna alles is klein deze keer. Het huisje (één kamer) is zo klein dat je van de eettafel zo in bed kunt rollen. Wij bevinden ons in een plaats met drie letters (Epe) en het gezelschap is ook niet groot: twee personen.

Ja, de bomen zijn zo hoog dat je geen idee hebt wat voor kleine vogeltjes er van kruin tot kruin vliegen. En het bos is groot. Lange statige lanen met eiken of beuken er langs worden afgewisseld door romantische slingerpaadjes, door paardenhoeven omgeploegde ruiterwegen en kaarsrechte betonstroken waar de geëlektrificeerde overjarige Nederlander overheen suist, zijn/haar blik gefixeerd op het LCD-schermpje dat aan het te hoge stuur is bevestigd.

Daar lopen we dan. De bossen zijn mooier dan we ons van vorige bezoeken herinnerden. Vooral de hoge dennen zijn mooi. Zij hebben het voordeel dat de meeste takken bovenaan zitten en niet zo’n donker ondoordringbaar bos vormen als die sombere sparren. Bij sparren zie je soms door het bos de bomen niet meer. Herfst is overal een mooi jaargetijde, maar zeker hier. De kleuren zijn nog volop in ontwikkeling maar hier en daar kan je al genieten van sterke contrasten tussen gele beuken tegen de achtergrond van donkergroene dennenbossen en paarsbruine heidevelden.

De mooie berkenstammen zorgen voor mooie contrasten en een ritme in het landschap wanneer er tientallen op een rijtje staan. Onderaan die bomen schieten de paddenstoelen met grote vaart uit de grond. Even krijgen we een glimp te zien van het wonderlijke leven dat zich in de diepe duisternis afspeelt: prachtig felgekleurde vliegenzwammen, andere amanieten en een grote verzameling bruine en kleurloze zwammen die uit dode boomstronken groeien, zoals sponszwammen.

In de verte lacht een specht. Het zou een zwarte specht kunnen zijn. Die zitten hier zeker, maar hij laat zich niet zien en we horen ook geen geroffel. Hoog over de bomen vliegen zwermen lijsterachtigen, waarschijnlijk kramsvogels maar ze blijven te ver weg. Er vliegen regelmatig vinken en af en toe een groepje puttertjes. Overal hoor je de bonte specht en af en toe zie je er een langs een stammetje klimmen en dan weer wegvliegen.

De merels vliegen regelmatig door de lagere regionen van het bos. Het hadden er veel meer kunnen zijn als het usutu-virus niet zo onder de populatie had huisgehouden.

Als we nu niets doen, doet het Covid-virus iets dergelijks met de mensenpopulatie, maar we doen wel iets, dat wil zeggen: we doen steeds minder. Geen gezellig terrasje op de helft van onze wandeling naar de Renderklippen of de Dellen, maar op een door de toeristenindustrie ter beschikking gesteld bankje een kopje koffie uit een thermoskannetje en daarbij een goed belegde boterham. Er komt een gezelschap langs waarvan één wandelaar vrij slecht ter been is. Als we hem een deel van ons bankje aanbieden, reageert hij bijna verontwaardigd: “Dan kan ik de voorgeschreven afstand niet aanhouden!”. “Sorry – even vergeten”. Even later verlaten wij het bankje en kan er volgens de regels op gezeten worden.

Wij lopen terug naar ons piepkleine huisje. Daar schenken we een bokbiertje in en koken boerenkool met worst. Herfst 2020.

Zwemmen boven de zee

Les Petites Dalles

Normandië heeft een kustlijn van meer dan 600 km. Op veel plekken kan je zwemmen, wat wij dit jaar ook gedaan hebben. Aan de Côte d’Albâtre in de buurt van Étretat worden de mooie krijtrotsen regelmatig onderbroken door prachtige veilige bewaakte strandjes, meestal vrij stijl aflopende kiezelstranden zoals bij Yport, St. Pierre-en-Port en les Petites Dalles. Er is één probleem: hoe kom ik de zee in, lopend over die vervelende kiezels met schelpen en waterplanten? De goed geoutilleerde badtoerist heeft slippers die  hij in het water aanhoudt. Ik heb die niet. Omdat die kiezels bij mij tot onbeheersbare voetreflexen en onherroepelijk evenwichtsverlies leiden, ben ik maar op handen en voeten het water in- en uitgekropen. Het zal er niet goed uitgezien hebben.

Getijdengrafiek: meer dan 10 meter eb-vloed-verschil

Dan kan je beter naar mooie zandstranden gaan. Die bevinden zich bijvoorbeeld aan de Westkant van het Cotentin-schiereiland bij badplaatsen zoals Pirou-Plage. Maar ook hier word je geconfronteerd met een vervelend probleem. Als je bij zo’n plaats aankomt, vraag je je echt af waar de zee is.

Breed strand bij Hauteville

Het strand is (bij eb) zo breed dat je bijna een verrekijker nodig hebt om de zee te zien. Waarom die stranden zo breed zijn, weet ik niet zeker, maar heeft zeker iets het het grote getijdeverschil in het Kanaal te maken. Een getijdeverschil van 10 meter is geen uitzondering (ter vergelijking: voor Scheveningen is dat meestal minder dan 2 meter). Een groot getijdeverschil betekent ook sterke stroming en die kan gevaarlijk zijn. Waarom zou je eerst 2,5 km naar de zee lopen om vervolgens gevaarlijk te gaan zwemmen?

Het zwembad bij de zee

In Pirou-Plage hebben ze voor een veilige en comfortabele oplossing gekozen, een zwembad boven de zee.  Het zwembad bevindt zich op niet al te grote afstand van de vloedlijn, maar ver genoeg naar zee zodat het minstens één keer per etmaal met vers zeewater volloopt. We hebben daar heerlijk gezwommen in schoon zeewater zonder gevaarlijke stromingen. Omdat het zwembad boven de zee ligt, heb je een prachtig uitzicht over de zee, de boten en, in dit geval, het kanaaleiland Jersey.

____

Een heerlijke ruïne

Jumièges is een dorp aan de Seine. Al in het jaar 654 werd er een abdij gesticht. Maar de Vikingen brandden het zaakje twee honderd jaar later plat. In 1067 werd er in aanwezigheid van Willem de Veroveraar een nieuwe kerk ingewijd. De Franse revolutie maakte een eind aan het kloosterleven. De kerk verviel tot ruïne en werd een soort steengroeve, maar grote stukken bleven staan en staan er nog steeds.

Jumièges

Wat ze in de tijd van de Franse revolutie niet hadden kunnen weten: in de eenentwintigste eeuw zou het een van de coronavriendelijkste religieuze gebouwen zijn. Het laatste wat je wil in Coronatijd is een dak op een kerk, want dan krijg al die enge luchtstromen met in waterdruppeltjes meegevoerde virussen.

Wij namen het pontje over de Seine en daar stond dan die prachtige verzameling van muren, zuilen, beelden maar – God zij dank ! – dakloos. Even een kapje op bij het kaartjes kopen dan dan weer af in de prachtige ruimtes. Het was heerlijk licht en precies warm genoeg.

Wat een prachtige ruïne! Alles straalt openheid uit. Geen gebrandschilderde ruiten die de hele kerk misschien wel geheimzinnig donker hadden gemaakt, maar heerlijk open vensters met een mooi uitzicht op bomen en lucht. Ook geen barrières voor vogelgeluiden. Bovendien vlogen de vinken gewoon naar binnen.Wij hebben geen regen meegemaakt, maar zo’n regenbuitje in de kerk zou toch wel een verfrissende ervaring kunnen zijn.

De verantwoordelijke instanties zullen deze blog wel niet lezen, maar zou het toch niet een goed idee zijn om de Notre Dame in Parijs gewoon te ontdoen van wat er van het dak over is?

In de voetsporen van Houellebecq

Tijdens onze vakantie las ik Sérotonine van Houellebecq. Het speelt voor een groot deel in Normandië. Op veel plaatsen die in het boek genoemd worden, zijn wij geweest. Zo kon je de Taverne du Parvis in Coutances waar de hoofdpersoon zijn Figaro leest (“… enfin, c’était visiblement the place to be à Coutances”)  bijna zien vanuit ons appartement daar. Tijdens één van onze strandwandelingen zijn we zeker langs de in het boek vermelde Hostellerie de la Baie gelopen, op weg van Regnéville naar Hauteville.

Landbouw in Normandië

Sérotonine is zoals de meeste boeken van dezelfde schrijver geen leuk boek, ondanks de zeker humoristische passages die er ook in voorkomen. Kort getypeerd: het is het verhaal van de verloedering van een door en door ongelukkige en onsympathieke hoofdpersoon Florent tegen de trieste achtergrond van een verloederend Frankrijk, in het bijzonder van Normandië, de Normandische boeren en het Normandische landschap. Zoals nog sterker in andere  boeken van Houellebecq (Plateforme, La carte et le territoire, etc.) wordt ook hier de schijnwereld van het toerisme gecontrasteerd met de troosteloze realiteit van het echte leven in de betreffende gebieden.

Toen ik vorig jaar in Polen was, werd mij soms met een schok duidelijk, wat voor land mijn goedkope fietsidylle eigenlijk was. Op borden langs de weg stonden de telefoonnummers die je moest bellen als je in Nederlandse kassen wilde werken tegen een minimumloon. Bijna uitgestorven dorpen zonder werk en voor de oude mensen te weinig pensioen om veel meer dan brood te kopen.

Het echte Normandië

Nu konden wij, met de hoofdpersoon van het boek, in het echte Normandië dezelfde trends zien als overal op het Europese platteland: troosteloze schaalvergroting en monoculturen van maïs, maïs en maïs, dorpen zonder winkels, geen openbaar vervoer, nauwelijks natuur.

Leerzaam was ons bezoek van het Ecomusée de la Pomme et du Cidre vlakbij onze gîte in Bretteville-du-Grand-Caux. In het traditionele gemengde bedrijf van Normandië graasden vroeger koeien on de schaduw van de hoge appelbomen. Dit gemengde bedrijf vormde de basis voor de belangrijke streekprodukten cider (inclusief pommeau en calvados) en kaas (de drieëenheid Camembert, Livarot, Pont-l’Éveque). Op een bepaald moment ging de cider hard achteruit en schakelden ook Normandiërs op bier over.

Écomusée de la Pomme et du Cidre – Pigeonnier

De EU bevorderde schaalvergroting en massale omschakeling op meer gangbare commodities zoals maïs. Met vele miljoenen Euro aan subsidie werden tienduizenden hectares appelboomgaarden gerooid. Daarbij verdwenen ook de karakteristieke Normandische houtwallen die om de boomgaarden stonden, het zogenaamde bocage-landschap en de daarbij horende hoge biodiversiteit. Zo’n Écomusée als in Bretteville is erin geslaagd een stukje traditie te behouden en op basis daarvan zelfs een winstgevende ciderproductie te organiseren, maar het blijft een uitzondering.

Appels voor cider

In het boek van Houellebecq gaat Florent, tegen de achtergrond van het verschralende landschap en de verarmde boerensamenleving zijn ondergang tegemoet. Centraal in het verhaal staat een boerenprotest tegen melkimporten via le Havre uit onder meer Brazilië. Aymeric, een oude studievriend van Florent, pleegt tijdens een massademonstratie tegen melkimporten en melkprijsverlagingen zelfmoord. Het boek is vooral een aanklacht tegen de kille wereld van de internationale neoliberale economie, tegen het verdwijnen van schoonheid en tegen de liefdeloosheid van een totaal geïndividualiseerde wereld. Daar kan ik me best iets bij voorstellen en soms ben ik het zelfs een beetje eens met de redeneringen in dit boek. Toch vraag ik me af of die wereld van onder appelbomen grazende koeien en ciderboeren echt zo mooi en liefdevol was. Ik denk het niet.

Natuurlijk waren wij in Normandië gewoon toeristen en we hebben als toeristen met volle teugen van de toeristische attracties genoten. Voor diepgravende maatschappijkritiek hadden we zeker geen tijd. Gelukkig maar.

 

__________