Mooi belichten

Uitgevreten hooglichten en dichtgelopen schaduwen

Over het algemeen willen we niet dat de witte delen van de foto geen enkel contrast meer vertonen (uitgevreten) of dat de donkere delen pikzwart zijn zonder enkel detail (dichtgelopen). Digitale camera’s geven vaak al automatisch aan of er dat soort ‘fouten’ worden gemaakt en je kan meestal eenvoudig op een histogram zien of de curve aan de linker- en/of rechterkant ‘problemen’ vertoont. De camera zal een of ander geavanceerd lichtmetingssysteem gebruiken om ervoor te zorgen dat de foto evenwichtig belicht wordt. Er ontstaat dan meestal een technisch acceptabele JPG. Als we in RAW fotograferen, kunnen we nog heel wat ‘fouten’ herstellen bij nabewerking, bijvoorbeeld in Lightroom. Als de contrastomvang van de foto binnen de mogelijkheden van de sensor past, dan bevat de RAW-file alle informatie die we nodig hebben, op voorwaarde dat we juist belicht hebben. Gaat het contrast de mogelijkheden van de sensor te boven, dan kunnen we in HDR meerdere opnamen combineren. Zie hier meer informatie over contrast in foto’s.

Camera en software doen soms niet wat we willen

De in de camera en in de bewerkingssoftware ingebouwde mogelijkheden leveren meestal acceptabele resultaten, maar soms doen software en camera niet wat we willen. Ze gaan soms van de verkeerde doelstellingen uit. Hier een paar voorbeelden.

  1. De camera neemt klakkeloos aan dat de gemiddelde helderheid van de foto precies tussen maximaal wit en maximaal zwart in ligt. Dat levert vaak goede foto’s op, maar sneeuwlandschappen of vogels in de lucht worden te donker, en paddenstoelen in een donker bos worden te licht, bijvoorbeeld. Dit is gemakkelijk te corrigeren bij opname door over- of onder- te belichten. Dit is, binnen grenzen, ook bij nabewerking mogelijk. Hier iets over belichting van vogelfoto’s.
  2. Rampzalig voor de artistieke kwaliteit van foto’s is vaak de belichting van personen (of dieren, planten, voorwerpen) in een schaars verlichte ruimte, bijvoorbeeld waar alleen één straaltje licht door een raampje of een deur de kamer binnen komt. De camera stelt de belichting veel te hoog in waardoor de prachtige Rembrandt-verlichting als sneeuw voor de zon verdwijnt.
  3. Bij elke foto met een matig of klein contrast is het de beslissing van de fotograaf, hoe de gemiddelde helderheid eruit moet zien. Of je nu in lichte of donkere tonen werkt, alle details blijven toch behouden. De camera mag hier niet het laatste woord hebben.
  4. De camera en/of de bewerkingssoftware neemt aan dat we alle details in zowel het donker als het licht willen behouden en vermijdt dus angstvallig uitgevreten hooglichten of volgelopen schaduwen. Maar de fotograaf kan goed redenen hebben om delen van de foto pikzwart te maken en daarin alle details te verbergen. Soms kan ook een volstrekt uitgevreten wit in de foto een artistieke functie hebben.
  5. Hieronder laat ik een zwart-witfoto van Bill Brandt zien (tentoonstelling Amsterdam, 2022). Opvallend in deze foto is dat hij voornamelijk uit donkerzwarte en heel lichte tinten bestaat. Het middendeel ontbreekt in het histogram. Met de automatische instellingen van een moderne digitale camera, was er nooit zo’n fantastische foto ontstaan.

het histogram van bovenstaande foto (van foto)

Terug naar digitale fotografie