Libellen 2022

Serieus achter de libellen aan

In 2022 ben ik met nog meer energie en geduld dan voorheen met mijn camera achter de libellen aan gelopen (zie hier voor een blog daarover). Ik had al jaren de mooie libellengids van KNNV, maar ik vond het thema te ingewikkeld: al die sprekend op elkaar lijkende libellen met allerlei variabele kleuren, dat leek mij eigenlijk niet te doen, totdat ObsIdentify mij de mogelijkheid bood om snel een libel te determineren en dan die waarneming nog eens met de gids te controleren. Verschillende libellen (echte libellen en juffers) komen op verschillende tijdstippen te voorschijn. In dit korte overzicht sorteer ik de libellen op de datum van mijn eerste waarneming dit jaar.

1. Variable waterjuffer (15 juni)

Toen ik in juni naar de libellen bij onze sloot (de grens tussen Leiden en Warmond) ging kijken, zag ik pas dat er andere libellen vlogen dan de bekende lantaarntjes. Het bleken variabele waterjuffers te zijn.

2. Vroege glazenmaker (17 juni)

Al snel kwamen daarna forse libellen langsvliegen. Ik was al bekend met de paardenbijter, maar die was er nog niet. Eerst kwamen de vroege glazenmakers, een soort die vroeger niet zo algemeen was, maar steeds talrijker aanwezig is in Nederland. Een glazenmaker met opvallend groene ogen en mooie transparante vleugels. Het in de vlucht fotograferen van dit beest was weer een mooie uitdaging.

3. Kleine roodoogjuffer (18 juni), 4. Grote roodoogjuffer (?) (26 juni)

Ik had er vroeger nooit zo op gelet, maar de juffers die op de waterplanten en gevallen bladeren op de sloot zitten, zijn nooit lantaarntjes, maar kleine roodoogjuffers. De mannetjes hebben  mooie rode  ogen, bij de vrouwtjes groengeel.

Mogelijk fotografeerde ik ook een grote roodoogjuffer. ObsIdentify zegt het met 100% zekerheid te weten. Het klopt met het gegeven dat alleen de segmenten S1, 9 en 10 blauw gekleurd zijn.

Volgens ObsIdentify een grote roodoogjuffer

Op 20 augustus zag ik er zeker weer één, foto hierboven.

5. Lantaarntje (22 juni)

Waarschijnlijk al eerder dit jaar gezien.

Het lantaarntje is wel de meest algemene juffer. Bij onze sloot vliegen er altijd in het voorjaar en de zomer tientallen en je ziet veel tandems en wielen.

6. Gewone oeverlibel (22 juni)

Dit is een zeer algemene libel. Interessant is dat hij vaak op de grond gaat zitten, wat je de meeste andere libellen nooit ziet doen. Maar ook op planten zit hij vaak vrij horizontaal.

7. Grote keizerlibel (28 juni)

De grote keizerlibel zag ik regelmatig over één van de plasjes op de Strengen vliegen. Met veel moeite vond ik hem tenslotte hangend aan een rietstengel, waarvan onderstaande foto. Het is een behoorlijk grote glazenmaker (7 tot 8 cm, de vroege glazenmaker is rond 6½ cm, de paardenbijter 6 cm).

8. Kanaaljuffer (Frankrijk, 16 juli)

Ik zag deze libel aan het riviertje de Indre, niet ver van de Loire. Zonder ObsIdentify had ik hem nooit herkend. Het schijnt de enige mannetje waterjuffer te zijn met S6 en 7 donker en S9 en 10 blauw.

9. Vuurlibel (Frankrijk 16 juli)

Niet ver van de  kanaaljuffer zat de vuurlibel. Dit was een mannetje, volgens de KNNV-gids : “onmiskenbaar door hun geheel lakrode voorhoofd, ogen, borststuk en achterlijf”.

 

 

 

10. Weidebeekjuffer (Frankrijk, 21 juli)

Ik zag onderstaande weidebeekjuffer aan het riviertje de Indre, niet ver van de plek waar ik eerder de kanaaljuffer en de vuurlibel gezien had. De weidebeekjuffer had ik eerder gezien tijdens mijn fietstocht in het Oosten van Polen in 2019, ook toen aan stromend water. Het is één van de mooiste ‘juffers’ die ik ken. Ze vliegen heel sierlijk en vaak vliegen er tientallen bij zo’n watertje.

11. Steenrode heidelibel (30 juli)

Ik had er wel eerder gezien, maar vanaf eind juli werden ze steeds talrijker. De steenrode heidelibel is uitsluitend te verwarren met de bruinrode heidelibel, maar als je naar hun gezicht kijkt, weet je het snel. Een steenrode heidelibel heeft een ‘snor’, een zwarte streep langs de oogrand. De bruinrode heeft die niet.

12. Houtpantserjuffer (3 augustus)

De Houtpantserjuffer is voor mij verbonden met een speciale herinnering in augustus. Op 13 augustus 2017 fotografeerde ik in onze tuin een exemplaar dan aan een wilgenblad hing. Op dat moment ging de telefoon. Ik zat op dat gesprek te wachten. Ik hoorde dat een paar minuten daarvoor mijn vader in Zwitserland was overleden.

Het is weer augustus en er vliegen overal niet te ver van water, ook in onze tuin, veel houtpantserjuffers rond.

13. Paardenbijter (6 augustus)

In augustus waren de vroege glazenmakers verdwenen. Nu zag ik elke dag meer paardenbijters. In onze sloot vlogen ze regelmatig. Bij Huys te Warmont vlogen ze vrij hoog halverwege de hoge bomen bij het kleine kikkerplasje. Daar waren ook veel houtpantserjuffers en steenrode heidelibellen te zien.

 

14. Watersnuffel (11 augustus)

Ik was hem dit jaar eerder nog niet tegengekomen, maar op 11 augustus vlogen er veel exemplaren bij een sloot in het Bentwoud. Zelf zou ik hem nooit van de variable juffer of de kanaaljuffer kunnen onderscheiden, maar daar hebben we ObsIdentify voor.

15. Bruinrode heidelibel (16 augustus)

De heidelibellen die op 16 augustus in grote getale over het plasje bij Huys te Warmont vlogen, waren overduidelijk bruinrode heidelibellen en geen steenrode. Het borststuk  met de naar boven grijzer wordende gele banden kloppen evenals de afwezigheid van de ‘snor’. Het achterlijf is, helemaal volgens het boekje, bovenop rood en aan de zijkant meer bruinig.

16. Bloedrode heidelibel (20 augustus)

Er vlogen zoveel bruinrode heidelibellen in de Amsterdamse Waterleiding Duinen op 20 augustus dat het best moeilijk was die ene bloedrode er tussenuit te halen. Maar het was er overduidelijk één met zwarte poten en andere kenmerken zoals de streepjes op S8 en S9.

17. Gewone pantserjuffer (20 augustus)

Ik zag in de AWD één exemplaar. Alles lijkt de kloppen met de libellengids. Verwarring zou mogelijk zijn met de tangpantserjuffer.

 

18. Zwervende pantserjuffer (3 september)

Tijdens een excursie naar de Kapittelduinen bij Hoek van Holland zagen we nauwelijks libellen. De duinplasjes waren volledig uitgedroogd en de meeste libellenlarven hebben het zeker niet overleefd. Wel zagen we deze zwervende pantserjuffer, herkenbaar aan het tweekleurige pterostigma.

 

tweekleurig pterostigma
19. Zwervende heidelibel (3 september)

Niet ver van de vorige soort zagen we nog een zwerver: de zwervende heidelibel, mijn vierde heidelibellensoort.

20. Bruine winterjuffer (3 september)

Bij het Solleveld was meer water en waren veel meer libellen, maar niet veel soorten, vooral bruinrode heidelibellen en paardenbijters. Toch zagen we ook daar nog een nieuwe soort, de bruine winterjuffer.

 

21. Blauwe glazenmaker (19 september)

Toen ik vlak voor de herfst bij Huys te Warmont dacht een paardenbijter te fotograferen, bleek het bij nader inzien toch een blauwe glazenmaker te zijn, toen ik de foto’s nog eens goed bekeek.

 

Juffers uit elkaar houden

Veel juffers lijken op het eerste gezicht sprekend op elkaar. Met behulp van de ObsIdentify-app een de KNNV-gids lukt het wel.  Hier een voorbeeld van drie foto’s: de variabele juffer, de watersnuffel en de kanaaljuffer.

Kenmerken

Belangrijke kenmerken bij de determinatie zijn vooral de tekening van het borststuk en de tekening van de segmenten S1 t/m S10. Als je daarnaar kijkt, zijn ze wel degelijk verschillend. Bijvoorbeeld:

  • Op het borststuk is de schouderstreep bij de variabele waterjuffer (meestal) onderbroken en vormt daardoor een soort blauw uitroepteken, heel anders dan bij de twee andere juffers hieronder.
  • De kleuring van de segmenten is een ander belangrijk verschil. Het mannetje van de kanaaljuffer is de enige juffer waarbij S9 en S10 blauw zijn en S7 en S8 donker. Bij de watersnuffel zijn S8 en S9 blauw.

 

Natuurlijk zijn er nog meer kenmerken waar je soms op moet letten, zoals de kleur van de poten, de kleur en vorm van de pterostigmata en soms de kleur van de ogen.

 

Volledige foto’s
variabele waterjuffer
Watersnuffel
kanaaljuffer