In de jaren zestig
In de eerste gymnasiumklassen van het Edese Marnix College haalde ik goede cijfers voor mijn lievelingstaal Frans. Maar van Mythologie begreep ik niets, vooral omdat ik dacht dat die te begrijpen zou zijn. Absurde verhalen over noodlot, wraak, bedrog, oorlog en incest pasten niet in mijn denkraam. Het gevolg was een onvoldoende voor mythologie en honderden guldens schade voor mijn moeder die nu mijn schoolboeken moest betalen. Door mijn onvoldoende voldeed ik niet meer aan de voorwaarden voor een boekenbeurs.
Bijna 65 jaar later heb ik weer eens mijn goede beheersing van het Frans gecombineerd met mijn rampzalige gebrek aan mythologische kennis.
Met Magnan naar de Provence
Via Scrabble naar Magnan
Al zo’n vijftien jaar speel ik scrabble in het Frans met Hélène in Marseille. Ik heb haar ontmoet op de app Wordfeud, maar nog nooit gezien. Een paar jaar geleden vroeg ik haar welk Frans boek zij mij zou aanbevelen. Van haar moest ik een boek van Pierre Magnan lezen, volgens haar de ‘Brassens van de literatuur’. Het door haar gesuggereerde ‘Les secrets de Laviolette’, drie wonderlijke verhalen uit het leven van Comissaire Laviolette, zette ik op mijn Kindle e-reader. Ik vond het eerste raadselachtige verhaal (‘Le fanal’) prachtig, maar het meest genoot ik nog van het derde verhaal (‘L’Arbre’) dat in de ruige eenzaamheid en de harde samenleving van de hoge Provence speelt. Het is een schitterend verhaal waarin een mysterieuze grote eik centraal staat en waarin een zonderlinge man met een jachthoorn een belangrijke rol speelt.
Ik merkte meteen dat het Frans van Magnan eens stuk moeilijker was dan ik gewend was bij bijvoorbeeld de detectives van Fred Vargas, die ik allemaal gelezen had. Magnan heeft een waanzinnig uitgebreide woordenschat en gebruikt ook veel verouderde woorden en uitdrukkingen. Toen ik mijn scrabble-vriendin schreef dat dit nu niet bepaald literatuur was die je een buitenlander zou aanraden, gaf ze me gelijk: “Niet geschikt voor buitenlanders maar wel voor zo’n superintelligente buitenlander als jij”. Daarna las ik het boek extra gemotiveerd meteen uit. Niet veel later waagde ik me aan een echte Laviolette-detective: ‘La parme convient à Laviolette’, een prachtig verhaal over moord en doodslag in en tussen de dorpen hoog in de Provence. Centraal in dit verhaal staat de dood van een varkensslachter.
De eerste Laviolette-roman
NB: de volgende tekst bevat belangrijke aanwijzingen over de plot van het boek.
Echt niets voor mij
Onlangs dacht ik maar weer eens een Frans boek te gaan lezen. Ik bestelde een pocket-uitgave van het eerste boek waarmee Pierre Magnan en Laviolette beroemd zouden worden: ‘Le Sang des Atrides’ (Prix Quai d’Orfèvres, 1978). De titel had mij natuurlijk moeten waarschuwen. Ingewikkelde paralellen tussen een Grieks drama en een complexe detective-roman zijn natuurlijk niets voor mij. Ik ben er toch maar aan begonnen.
Moorden in de Provence met een Bretonse katapult
De eerste hoofdstukken kon ik lezen, als ik maar bijna twintig woorden per pagina opzocht om de eerste reeks moorden in de stad Digne te kunnen begrijpen. Jonge mannen zijn het slachtoffer. Geleidelijk komt Laviolette erachter dat ze met door water rondgeslepen stenen (‘galets’) uit de langs Digne stromende rivier, de Bléone, zijn vermoord, met een soort katapult. Als Laviolette toevallig op de TV ziet hoe in Bretagne iemand een ouderwetse katapult (‘lance-pierre’ of ‘fronde’) gebruikt om bij een uit de hand gelopen demonstratie een etalageruit in diggelen te schieten, gaat hij in Digne op zoek naar inwoners met een Bretonse achtergrond. Dan ontdekt hij dat bij alle slachtoffers spullen werden gevonden die bij de winkel van Irène de Térénez in Digne waren gekocht. Térénez is een Bretonse naam, maar Irène heette voor haar huwelijk Irène de Champclos. Dan begrijpt Laviolette dat de moorden met de Bretonse katapult met de oude Provençaalse familie De Champclos verbonden zijn.
De familie De Champclos – de Atriden van het boek
In de roman van Magnan zien we hoe Laviolette en de ‘juge’ Chabrand steeds meer te weten komen over deze oude aristocratische familie die, als de Atriden in de Griekse tragedie, tot ondergang gedoemd is. In een oud huis ergens op een hooggelegen plek in de stad woont de stokoude weduwe Adélaïde de Champclos. Zij is het onbetwistbare hoofd van de familie. Haar kleindochter Irène woont in ‘Popocatepetl’, een wonderlijk ooit door een uit Mexico teruggekeerde emigrant gebouwd huis, dat vol met rare ruimtes, gangen, zolders en andere merkwaardigheden zit. Er zit zelfs een klein theatertje in.
Tenslotte komen Laviolette en Chabrand erachter dat de dader Goulven Toussaint is, de onechte door de familie verstoten zoon van Balthazar de Champclos (de vader van Irène), de halfbroer van Irène dus. Tijdens zijn moorden verkleedt Goulven zich als een schooljongen uit de jaren twintig. Dan ziet hij eruit als de jongen die vijftig jaar geleden door de familie De Champclos publiekelijk is bespot en vernederd. Goulven is als het ware in die tijd blijven steken. Hij wil zich wreken voor het onrecht dat hem toen door de familie is aangedaan. Hij is er, vijftig jaar later, op uit de familie De Champclos maximaal te beschadigen, onder meer door de jonge mannen te vermoorden die met zijn halfzus naar bed gaan. Ook iedereen die te veel weet van zijn moordtochten moet sterven. Zo vermoordt hij zijn grootmoeder Adelaïde omdat zij met de verrekijker vanuit haar hoge huis in Digne te veel gezien heeft.
Laviolette en de waarheid van Popocatepetl
Om achter de identiteit, de motieven en de methoden van de moordenaar te komen moest Laviolette begrijpen welke rol dat rare Mexicaanse huis ‘Popocatepetl’ speelde. Ik had de nodige problemen dit goed te begrijpen omdat ik een aantal technische details in het Frans niet begreep, vooral wanneer Magnan de ingenieuze constructies voor geavanceerd voyeurisme in het huis beschrijft: bijzondere spiegels waardoor je wel aan de achterkant kant kijken (een zogenaamde ‘judas’) en die beelden van een persoon in een andere ruimte projecteren dan waar de persoon zich dan in werkelijkheid bevindt. Van deze constructies maakt Goulven uitgebreid gebruik om de gehate familie maximaal te verwarren en te intimideren.
Het verhaal wordt nog ingewikkelder als Magnan Clémence (de invalide dochter van Irène), Marie-Aimée (die samen met Clémence het geheim van de spiegel ontdekt) en een dienstmeisje (dat een belangrijke schakel is in de communicatie binnen het huis) ten tonele voert. Deze personen leveren Laviolette alle informatie waarmee hij tenslotte de mysteries achter de tragedie kan begrijpen. Ik ga dat hier allemaal niet proberen samen te vatten.
Niet alleen de spiegelconstructie is in deze roman een manier om mensen te bespieden. Ook de verrekijker die de oude weduwe De Champclos op de straten en huizen van Digne richt, heeft deze functie. De verrekijker als symbool van oude aristocratische familie die iedereen in de gaten (en onder de duim!) houdt.
Het einde van de tragedie
Tegen het einde van het boek lezen we ook over de seksuele toenadering tussen de rechter Chabrand en Irène, zodat deze het volgende slachtoffer dreigt te worden. We zijn getuige van een tocht langs de rivier waarbij Goulven probeert de rechter met zijn steenwerper te vermoorden.
Toch sterft in de slotscène niet Chabrand, maar Goulven. Hij breekt na een val bij een brug over de rivier zijn rug en sterft. Daarmee eindigt de tragedie.
Daarmee eindigde ook mijn literaire krachttoer, het ontcijferen van dit boek in onleesbaar moeilijk Frans en met een heel complexe structuur van meerdere lagen. Het is zo’n boek dat bijna over alles gaat. Het is een detective, maar ook een verhandeling over de wrede verhoudingen tussen aristocratie en gepeupel in een Franse provinciestad tot en met een vrije uitwerking van de Griekse Orestes-tragedie met zijn zware thema’s als bloedwraak en de onontkoombaarheid van het noodlot. Toen ik mijn Scrabble-vriendin vertelde dat het mij toch min of meer gelukt was dit moeilijke maar mooie boek te doorgronden, maar daaraan toevoegde dat het wel hard werken geweest was, schreef zij in de Wordfeud-app: “Certes mais, quelle poésie !”
Goed in Frans – slecht in mythologie
Er zijn heel veel parallellen met de Griekse tragedie van Orestes. Goulven is Orestes, Adelaïde de Champclos is Klytaimnestra en Irène zou Elektra zijn. Ik heb het maar niet allemaal proberen te begrijpen. Er is niet veel veranderd in de laatste 65 jaar. Ik ben vrij goed in Frans, maar mythologie is nog steeds niet mijn sterkste vak.
De boeken
Pierre Magnan, Le Sang des Atrides, Gallimard 1977 (recente herdruk). Interessant is dat de Duitse vertaling de naam heeft “Das Zimmer hinter dem Spiegel” en zo meer refereert aan de concrete gebeurtenissen in het wonderlijke huis dan aan de abstracte mythologische achtergronden.
Pierre Magnan, Les Secrets de Laviolette, Denoël 1992 (trois novelles: Le Fanal, Guernica, L’Arbre), gelezen op Kindle.
Pierre Magnan, Le Parme convient à Laviolette, Denoël 2000, herdruk Gallimard 2001, gelezen op Kindle.
Pierre Magnan, La Commissaire dans la Truffière, 1979, heruitgave Gallimard 1998 [ga ik binnenkort lezen]
Woordenboek
Om dit boek te kunnen lezen heb ik een heel handig verklarend woordenboek, een app op mijn telefoon gebruikt, met de eenvoudige naam Dictionnaire Français (Gratis, op Google Play Store te vinden en off-line te gebruiken). De teksten in deze app zijn gebaseerd op de app “wiktionary” die nog veel meer talen bevat. Het geeft niet alleen de betekenis van ontelbare Franse woorden, maar bevat referenties aan het gebruik ervan in de Franse literatuur. Bij het opzoeken van de door Magnan gebruikte verouderde woorden, vind ik veel referenties naar literatuur in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.
Tijdrovende AI
Na het lezen van het boek miste ik wel hier en daar een schakel in het verhaal en ik wist niet van alle gebeurtenissen hun precieze betekenis. Op zoek naar antwoorden heb ik heel wat vragen aan Google AI gesteld. Verrassend snel kreeg ik complete in foutloos gesteld Nederlands gestelde antwoorden. Maar meer dan eens gedroeg Google zich als een leerling die maar wat zegt tijdens een proefwerk omdat hij het boek niet gelezen heeft. Zo plaatste hij de verkeerde mensen in de verkeerde huizen (Irène woonde opeens in het zelfde huis als haar grootmoeder), een dochter werd en onrechte als zuster aangeduid en het werd helemaal gek toen Laviolette opeens in het huis 'Popocatepetl' scheen te wonen. Wel leuk is dat AI dan zonder problemen zijn fouten erkent en je bedankt voor de correcties. Om de precieze familierelaties en de plaatsen van handeling uit te zoeken heeft AI me nauwelijks geholpen maar door foute antwoorden vooral in de war gebracht . Wel heb ik essentiële informatie over de bijzondere spiegel in het huis van Irène pas via Google AI kunnen vinden.
___



























































