Achter de parkieten aan

Een nieuwe hobby

fietstochtjes (zwart), parkietenroutes (rood)

Veel gepensioneerden raken in structurele tijdsnood, omdat ze denken in deze fase van hun leven overal tijd voor te hebben. Dat overkomt mij ook steeds vaker.

Nu is het opeens achter de halsbandparkieten (technische term: de HBP) aan rijden. Dat heb ik de laatste dagen uren gedaan en daarbij heb ik minstens 121 km afgelegd. Waarom? Ron Mes vroeg mij of ik  aan de nationale halsbandparkieten-slaapplaatsentelling van SOVON wilde meewerken. Ja, natuurlijk. Ik heb overal tijd voor en het is niet alleen interessant maar ook nog goed voor de nodige lichaamsbeweging. Het is ook een leuke manier om je eigen stad weer eens te verkennen. Ik heb genoten van de prachtige tochtjes langs de singel en door allerlei parken in de omgeving.

Slapen bij Pieter Both

Halsbandparkieten, een invasieve soort die zich met veel succes in de Randstad gevestigd heeft zijn nogal lawaaiige beesten en je kunt ze ‘s avonds gemakkelijk naar hun slaapplaatsen volgen door er gewoon achteraan te fietsen. Af en toe landen ze tijdelijk in een boom om daarna weer door te vliegen naar de eindbestemming.

de slaapbomen aan de Pieter Bothstraat (in de zomer, Google maps)

Een uit het verleden bekende slaapplaats bevindt zich aan de Pieter Bothstraat, bij het verzorgingshuis Overrhyn van Topaz. Ik ga daar op 23 november maar eens kijken en ja hoor, iets na zonsondergang zitten de drie platanen voor het huis vol met lawaaiige HBP. Naarmate het donkerder wordt, neemt het lawaai af: tijd om te gaan slapen. Er zitten er zeker een paar honderd.

Sketch voor drie heren

Een HBP op de Strengen deze herfst

De volgende dag fietsen drie al wat oudere heren langs de slaapplaats bij de Laan van Ouderzorg in Leiderdorp: Helias en Ron gerieflijk op electrisch versterkte fietsen en ik daar op mijn klassieke fiets achteraan. De zon is net onder en de avondspits is al goed op gang gekomen en daar in een rijtje bomen komen redelijk grote groepen parkieten aanvliegen. Ron leert ons een mogelijke telmethode: per groepje aankomers tellen en dan optellen. Het worden al gauw meer dan 250.

Achter de parkieten aan

Een dag later begin ik serieus ‘mijn’ parkieten bij het verzorgingstehuis te bestuderen. Misschien kan ik ze tellen door te flitsen. Ik bereken hoe ver ik met mijn flitser kan flitsen bij bijv. 1600 ISO of meer.  De afstand blijkt geen probleem (zie meer info hier). De boom zit behoorlijk vol als ik een paar foto’s maak. Als ik thuis de foto uitprint, zie ik er bijna 350 stuks op staan.

Geflitst op 27 november. Flitsen in het donker leverde geen merkbare verstoring op. Latere ervaringen waren minder positief. Daarom beperk ik me in de regel tot hooguit één flitsfoto als de vogels allemaal rustig zitten, of ik flits helemaal niet.

Het zullen er wel meer zijn.

Nu ik weet waar ze slapen, wil ik weten waar ze vandaan komen. Dat betekent veel achter de parkieten aan fietsen. Ik zie dat de parkieten rond de Leidse Hout en het Alrijne-ziekenhuis via de Maredijkmolen en dan na het spoor over te steken naar de Tuinvereniging Ons Buiten vliegen, vlakbij de eindbestemming Pieter Bothstraat. Ik vermoed dat ook de parkieten uit Warmond daar slapen. Ik zie ze naar Koudenhoorn vliegen en later kan ik parkieten van Koudenhoorn tot het verzorgingshuis volgen.

Calvarieberg en Hortus

Maar ze komen niet alleen van het Noorden en Westen. Ook komen ze uit het Zuiden aanvliegen. Op 3 december volg ik de parkieten die bij het katholieke kerkhof Calvarieberg zitten. Zij vliegen via de Kooilaan naar het Noorden om weer bij de bekende plek te komen. Niet iedereen, zoals een vrouw bij een woonboot aan de Singel, vertrouwt het niet wat ik sta te doen. Ik leg dan uit dat ik parkieten volg, een niet echt bekende hobby blijkbaar. Een man die op het kerkhof aan het werk is, vraagt wat ik zoek. Als er dan een gesprek ontstaat, blijkt hij er vrij veel van af te weten. Ja, ze broeden in de spechtenholen in de bomen op het kerkhof.

Iets meer moeite kost het om erachter te komen wat de parkieten uit de omgeving van de Hortus en de Sterrewacht doen. Ik doe hier twee keer onderzoek. Na de eerste keer denk ik dat ze richting Molen De Valk vliegen, maar ik weet het niet zeker. Samen met mijn collega’s Ron en Helias doen we het onderzoek nog eens over. We maken nog een praatje met een wandelaar die beweert dat ze allemaal naar rechts vliegen, maar wij zien ze toch in tegengestelde richting vliegen. Eerst lijkt het of we een nieuwe slaapplaats bij de Hortus hebben gevonden. Er zitten er tientallen in een boom en dan vliegen ze plotseling allemaal weg, inderdaad richting Molen De Valk ongeveer. Bij de Maresingel komen we ze weer tegen en dan zijn ze eenvoudig te volgen. Het is al vrij donker en er komen groepen vlak over onze hoofden richting de Willem de Zwijgerlaan vliegen. Eindpunt Pieter Bothstraat.

Eindpunt Piet Bothstraat

Ik ga ook een keer in Sassenheim kijken. In het park Rusthoff zitten ze en ze vliegen weg, maar ik zie niet waarheen. Op de terugweg is er mist en die wordt steeds dikker. Daardoor zie ik vlakbij ‘Dekker’ een stoeprand niet, waardoor mijn fiets tegen de vlakte gaat, maar zelf loop ik soepel naast mijn gevallen fiets door. Ik raap mijn fiets op en ga naar huis.

Slapen bij Total

Ik heb even genoeg van al die parkieten in het Noorden van Leiden en ga eens kijken waar de populatie uit Cronesteyn in het begin van de avond heen zal vliegen. Er zijn er best veel en op een bepaald moment beginnen ze over het Rijn-Schiekanaal te vliegen. Met de fiets maak ik een omweg via de professorenwijk, waar ik ook weer groepjes tegenkom. Die laatste groepjes vliegen naar de slaapplek aan de Lammenschansweg, rustiek gelegen niet ver van de rijbaan en vlakbij het benzinestation  van Total.

De rustieke slaapplaats bij Total (in de zomer, Google maps)

Daar staat Andrien, ook voor het tel-project, geconcentreerd de aanvliegende groepjes te tellen. Ik stoor haar maar niet. Niet onwaarschijnlijk dat de HBP uit Cronesteyn erbij zijn.

Feestvreugde?

18 december, de officiële teldatum van het project, zou de feestelijke afsluiting zijn. Ik ga extra vroeg naar de Pieter Bothstraat. Ik ben er al om half vier. Tot half vijf gebeurt er niets, afgezien van de honderden kauwtjes die lawaaiig in bomen bij het Noorderpark landen. Mijn drie bomen worden bevolkt door twee Turkse tortels. Dan begint het opeens. Om kwart voor vijf komen grote zwermen parkieten tussen de flats aanvliegen. Een aantal daarvan had al een tijd in het Noorderpark gezeten. Ik tel ongeveer 650 aanvliegende HBP. Dan maak ik waarschijnlijk een grote fout. Om tien voor vijf maak ik een paar flitsfoto’s. Om vijf over vijf zijn alle 650 parkieten ergens anders heen gevlogen. Heeft mijn flits voor de verstoring gezorgd? Of was het vuurwerk? Het was (nog) niet het feestelijke slot van het project.

Eind goed, al goed

Op zondag 19 december ga ik toch nog een keer kijken. Ik fiets tegen half vijf tot vlakbij de Pieter Bothstraat. Over de sportvelden zie ik gigantische zwermen kauwtjes vliegen,  die in de hoge bomen daar de nacht gaan doorbrengen. Om half vijf hoor ik en zie ik in de bomen van het Noorderpark groepjes halsbandparkieten.

wachtend in de bomen op weg naar Pieter Bothstraat

Niet ver van Topaz Overrhyn vliegen de HBP van West naar Oost van boom tot boom totdat ze in de buurt van hun slaapplek zijn. Om 16:40 vliegen er groep van 50 tot 100 stuks tegelijk de laatste bomen vóór de Pieter Bothstraat in. Vanaf 16:50 beginnen ze de bomen bij het verzorgingshuis te bevolken.

Ze vliegen over de verbindingsgang tussen de twee gebouwen van het huis de derde boom in (van links gerekend). Een paar minuten later verhuizen de meeste vogels naar de eerste en de tweede boom. Dan is het vijf uur. De hele operatie heeft een half uur geduurd. Ik tel ze niet precies, maar alles wijst erop dat het er net zoveel zijn als de dagen hiervoor. Ik schat 600.

Aangekomen bij boom 3

Nog eens tellen …

SOVON vroeg ons op zaterdag 15 januari 2022 nog eens te tellen. Op donderdag ging ik al eens kijken of mijn parkieten er nog waren. Ja, ze waren er nog, maar niet in overweldigende hoeveelheden. Weer vlogen ze aan via de bomen bij het Noorderpark en de sportvelden voordat ze op het laatste moment, rond tien over vijf, de oversteek naar de slaapboom maakten. Weer volgden ze hetzelfde patroon: eerst naar de boom aan de rechterkant en dan nog een boom opschuiven met zijn allen. Een kwartier later was het klaar. Het gebeurt zo’n 25 minuten later dan vlak voor kerst. Op 19 december ging de zon om 16:31 onder. Op 14 januari om 16:56: precies 25 minuten later. Zonsondergang zet het proces in beweging.

Op donderdag leken er wel wat minder dan wat ik in december gewend was. Ik schatte rond driehonderd exemplaren.

Op zaterdag sta ik vanaf zonsondergang bij het verzorgingshuis Topaz te wachten. Ik hoor in de verte wel wat parkieten maar ik moet nog een tijdje wachten voordat naar hun slaapplaats beginnen te vliegen. Ik ben blij als ze aan komen vliegen. Het was nooit een vogelsoort waar ik dol op was, maar deze telling heeft toch voor een soort band gezorgd. Ik voel me verbonden met die rare beesten die bij zonsondergang met z’n allen luidruchtig naar hun slaapboom vliegen. Het is raadselachtig hoe dit georganiseerd wordt. Wie neemt de leiding? Wat betekenen de verschillende geluiden? Ik probeer de vanaf tien over vijf aanvliegende groepjes zo precies mogelijk te tellen. Met pen en papier sta ik in de kou naar mijn boom te kijken en noteer alle aankomsten. Er komt niets vanaf de stad. Ze komen allemaal uit het Noorden: het Noorderpark en de sportvelden. De laatste vogel komt om half zes aan.  Het is inmiddels donker. Op het laatste moment, als ze allemaal zitten en het rustig wordt in de boom, neem ik nog één flitsfoto vanaf de ingang van het tehuis. Als ik later mijn getallen optel, kom ik op 298 stuks. Op de foto zie ik er 211 zitten, maar er kunnen er achter takken en andere parkieten verborgen zijn.

de slaapplaats op 15 januari

In december dachten we nog aan 500 of zelf 600 parkieten. Waar zijn de andere parkieten gebleven? Het bekende probleem van de postbode als een brief niet bezorgd kan worden: verhuisd of overleden? In dit geval zou er van verhuizingen sprake kunnen zijn. De parkieten uit de binnenstad zouden bijvoorbeeld naar de Lammenschansweg kunnen zijn gevlogen. Daar schijnen deze week ongebruikelijk veel exemplaren de nacht door te brengen. Maar Ron Mes trof in Leiderdorp een lege slaapplaats aan. Het ziet er naar uit dat we weer achter die beesten aan moeten fietsen om erachter te komen wat er aan de hand is.

 

____

Over de kaartjes

Mijn routes heb ik steeds geregistreerd met een Garmin etrix-30x GPS. De gegevens bewerkte ik met de Garmin BaseCamp-software. Eerst gebruikte ik Google Earth Pro voor verdere bewerking van routes etc. Maar Ron Mes wees mij op betere GIS-software: QGis 3.22. De kaartjes op deze pagina heb ik daarmee gemaakt (met als basis Open Street Maps via de Open Layers plugin). Heel handig als je erachter bent gekomen hoe het werkt.

het resultaat, gamaakt met Qgis

_____

Nous avons la démocratie

Op weg naar Abomey

In augustus 2005 was ik voor het eerst in Afrika. Samen met mijn collega Peter Ton onderzocht ik de mogelijkheden voor duurzame Afrikaanse katoen. Na een reeks gesprekken met mensen uit de katoenwereld en vertegenwoordigers van de plaatselijke overheid was het tijd voor een uitstapje. Ik charterde een chauffeur, die mij naar Abomey zou rijden. Onze Mercedes ging onderweg kapot. Auto’s van dit merk zijn in Benin erg goedkoop, omdat er geen onderdelen voor te krijgen zijn. Iedereen rijdt in Franse merken.

Na diverse bezoekjes aan garages (die meer op autosloperijen leken, gezien de kwaliteit auto’s die je daar aantrof), ging ik eerst naar het plaatselijke historische monument, het paleis van een koning, die de muren had laten metselen met specie aangelengd met bloed van zijn onderdanen. Dan zouden ze extra stevig worden. Blijkbaar hadden ze voor gruwelijke wreedheden de blanken nog niet nodig.

Mijn eerste chauffeur bij het paleis in Abomey

Terwijl ik het paleis bezichtigde, lag mijn chauffeur op een matje met zijn gezicht naar Mekka te bidden. Toen ik terugkwam, zei hij: “Ik heb tot God gebeden, om mij te helpen de auto te repareren”. Ik vroeg toen bot: “Wat heeft God dan teruggezegd?”. “Dieu, il n’a dit rien”, kwam er wat triest uit.

Chaos in Afrika

Hij regelde voor mij een collega in een roestige Peugeot, die mij terug zou rijden naar Cotonou. Hoe en wanneer mijn oorspronkelijke chauffeur weer thuis gekomen is, weet ik niet. Met mijn nieuwe chauffeur had ik leuke gesprekken. Ik vroeg geïnteresseerd welke dieren er nog in dat land voorkwamen. “Leeuwen en olifanten zijn hier niet meer”, zei hij, geloof ik. “Maar bij u zijn toch ijsberen? Ik heb ze op de televisie gezien!”. Ik moest hem teleurstellen.

Tanken met de Peugeot (illegale benzine)

Naarmate we Cotonou naderden, werd het verkeer drukker en chaotischer. Op de grote weg van Ouidah werd het onvoorstelbaar druk. Het is de doorgaande weg van Accra in Ghana via Lomé in Togo naar Lagos in Nigeria. Het was zo druk dat veel auto’s zich een weg baanden naast de weg, gedeeltelijk tussen de vele marktkraampjes door. Honderden stinkende motorfietsen, rokende vrachtwagens en krakkemikkige personenwagens deden uren over de laatste 30 kilometer naar de hoofdstad van Bénin. Op een bepaald moment zei ik tegen mijn chauffeur: “In Nederland zou zo’n chaos ondenkbaar zijn. Daar zouden veel chauffeurs van al die links rijdende en zich tussen de marktkramen een weg zoekende auto’s al een bekeuring gekregen hebben. Hij keek mij lachend aan en zei “Dat was vroeger hier ook zo! Toen hadden we nog een krachtige regering. Mais maintenant nous avons la démocratie! La démocratie, c’est comme-ça!”.

Corona in Nederland

De laatste tijd gaat het gesprek in Nederland tot vervelens toe over Corona, alsof er geen leukere dingen zijn om over te praten. Regelmatig komen de mensen met even radicale als eenvoudige oplossingen. Het gesprek zou zo kunnen gaan.

“Als ze nu gewoon vaccinatie verplicht stellen voor iedereen boven de 12 jaar en wettelijk regelen dat de verzekering niet uitkeert aan wie zich hier niet aan houdt en … “. Zestien jaar geleden leerde ik de enig juiste reactie: “Ja, dat zou best wel kunnen, maar we hebben hier een democratie!” Ik zal er wel aan toevoegen: “En daar ben ik meestal best blij om!”.

 

_______

Nieuwe natuur bij Zoetermeer

Een kijkje nemen

Ik had er al veel over gehoord, die Nieuwe Driemanspolder, die nu iets meer dan een jaar bestaat. Ik pakte de auto en reed naar de camping De Drie Morgen aan de Zoetermeerse Rijweg vlakbij de Haagse wijk Leidschenveen. Wat een troosteloze vlakte! Rijtjes zielige boompjes staan langs vers gegraven sloten en plassen. Verder hetzelfde beeld als bij andere pas aangelegde natuur- en recreatiegebieden: brede fietspaden, wandelpaden met neonkleurige joggers, honden en hun bezitters, en natuurlijk met zware camera’s gewapende vogelliefhebbers.

Maar, naarmate ik verder liep, werd het steeds leuker. Niet alleen was het veel mooier weer dan voorspeld, ook was er veel moois te zien. Het begon meteen al met een torenvalkje dat herhaaldelijk poseerde op de paaltjes met routeinformatie voor de wandelaar. Even later zag ik vrij ver weg een grote groep vogels uit het bruine riet opvliegen. Misschien was er een roofvogel in aantocht. Het waren watersnippen.

Nieuwe Driemanspolder

De Driemanspolder bestond al vanaf 1668, genoemd naar de driekoppige directie in die tijd. Het doel van de bemaling was goede landbouwgrond te creëren en de vorming van meren tegen te gaan. De Nieuwe Driemanspolder ontstond door samenvoeging met de Grote Polder in 1976. Van beide polders zijn nu grote delen bebouwd. In de Grote Polder ontstonden het Stadscentrum en de wijken Leyens en Buitenwegh van Zoetermeer. Driemanspolder leverde de gelijknamige wijk.  De Zoetermeerse plas in het Noorden van Zoetermeer en het Buytenpark (op de oude vuilstort) behoorden ooit tot de Grote Polder. Wat er nog over was aan oorspronkelijk boerenland is niet lang geleden op de schop gegaan voor de creatie van een piekberging voor water voor 'klimaatadaptatie'. Tussen 2017 en 2020 werden plassen en sloten gegraven in het poldergebied dat oorspronkelijk bedoeld was om de vorming van meren te voorkomen! Alleen al in 2018 werden 70.000 vrachtwagenladingen grond verplaatst, met een zogenaamde gesloten grondbalans. Alle grond werd ter plekke weer gebruikt. Het resultaat is niet alleen een piekberging van 2 miljoen liter water, maar ook de bekende Nederlandse combinatie van natuur, recreatie en sport. Wat die natuur betreft, het zal interessant zijn om te zien hoe die zich ontwikkelt vanaf de huidige pioniersfase naar een meer stabiele toestand.

Prachtige herfstplaatjes

Ik loop rond een grote plas en geniet van de prachtige uitzichten op de hoogbouw van de Haagse kantoren en natuurlijk op een van de meest absurde skigebieden van de wereld: Snow World in Zoetermeer. Op de voorgrond het goudgele riet in de late herfstzon.

Dat alles onder sublieme donkere luchten. Een blauwe reiger vliegt achter een grote zilverreiger aan. De smienten, die ik al een tijd had horen fluiten, worden prachtig verlicht. Daarboven vliegt een grote groep Canadese ganzen. Even later zie ik een mooie groep slobeenden. De eenden komen weer mooi op kleur zo tegen de winter. Dat geldt iets minder voor de pijlstaarten die ik verderop zie, maar ze zijn al mooi.

Ik loop nog even naar een roestig kijkscherm. Daarachter zitten de aalscholvers op een in het water geplaatste houtstronk met hun vleugels te wapperen. Verder zie ik er niets bijzonders. Dus loop ik maar terug naar mijn beginpunt. Een torenvalk gaat nu steeds vlak bij me in een van die zielige boompjes zitten en af en toe eronder. Het lijkt wel of hij gefotografeerd wil worden. Met het resultaat ben ik heel blij: je kunt de prachtige patronen in elk afzonderlijk veertje zien. Bij de camping zie ik veel vogelaars. Ik denk dat ze op zoek waren naar de blauwe kiekendief die hier ergens moest zitten. Ik houd het voor gezien. Het begint zachtjes te regenen.

—-

P.S.

De driemanspolder is niet het enige weidegebied dat in de laatste jaren op de schop is gegaan. Een ander voorbeeld is het Bentwoud, waar 800 ha weiland in bos werd omgetoverd. Zie hiervoor mijn blog uit oktober.

Onder de Westerlichttoren

Dit jaar hielden wij een heel bescheiden herfstvakantie: één nachtje in hotel ‘De Torenhoeve’ onder de vuurtoren bij Nieuw Haamstede. Behalve de duur was het niet zo bescheiden:  een stormachtige Noordwestenwind, een wilde zee, stranden die schitterden door afwezigheid en prachtig licht tijdens en tussen de herfstbuien. Ook niet bescheiden waren de prachtige herfstkleuren van wilde kardinaalsmuts en allerlei andere struiken met rode bessen.

Brouwersdam

Bij de Brouwersdam

Toen we in de late ochtend bij de Brouwersdam stonden, had ik mijn bril uit zekerheid maar in de auto gelaten. Ik was bang dat hij af zou waaien. De woeste zee sloeg tegen de basaltblokken van de dam en er stonden opvallend veel Duitsers in de vliegende storm te kijken, maar waarnaar eigenlijk? Er was niets te zien. Meeuwen lagen plat met hun buik tegen de grond gedrukt op de zanderige parkeerplaats. Iets verderop waren nog wel een aantal idioten aan het windsurfen. Iedereen zijn hobby’s. Van de meestal aanwezige zeehonden bij de spuisluis op de Brouwersdam was geen spoor en ook zaagbekken en duikers konden we wel vergeten.

Achter het raam bij Dickenz

We dronken maar een kopje koffie in het cafetaria ‘Dickenz’ een stukje verderop. De tafeltjes in het verwarmde gedeelte waren alle bezet. Dus wij zaten vrij koud maar wel droog in het andere gedeelte. Een stel Duitsers aan een andere tafel hadden ruzie met lekkend water dat door een gat boven de tafel naar beneden kwam druppelen en hielden het maar voor gezien.

Het verdwenen strand

Een half uur later zaten ook wij weer in de auto, op weg naar ons hotel onder de vuurtoren, de ‘Torenhoeve’ dus. We checkten in, trokken onze regenbroeken aan en maakten een wandeling in de storm door de duinen en langs het strand. Tenminste, dat was de bedoeling. Er was helemaal geen strand. De schuimende zee stond tot aan de duinen, waarvan af en toe grote brokken het strand op vielen. Eenzaam in het water stonden de afvalbakken voor de badgasten. Normaal zijn die diep in het strand ingegraven, maar nu stonden ze helemaal vrij. De wandeltocht naar de volgende slag over de duinen hebben we maar afgebroken en zijn een stuk teruggelopen en vandaar op de volgend plek de duinen over.

De rode bessen van de kardinaalsmuts staken prachtig af tegen het groen van de duinen en het (inmiddels) blauw van de lucht. Helemaal mooi waren de doorkijkjes naar ‘onze’ toren, de met de rode spiraal versierde Westerlichttoren.

De vuurtoren



De vuurtoren van Schouwen, de Westerlichttoren, staat er sinds 1837. De vuurtoren is vooral bekend van zijn opvallende rode spiraal die erop geschilderd is. Elke niet piepjonge Nederlanden kent die vuurtoren van het 250 gulden biljet. Oospronkelijk was de vuurtoren gewoon grijs, maar toen in 1931 het vliegveld in gebruik genomen werd, moest hij meer gaan opvallen. In 1935 werd hij beschilderd en, omdat er met de verf van alles mis ging in, 1937 de witte banen nog eens, nu met een mengsel van 100 kg cement en 130 liter karnemelk.  Oorspronkelijk bleef het onderste gedeelte wit, maar de spiraal werd in 1955 helemaal tot onder doorgetrokken. In 2020 werd de vuurtoren opnieuw in de verf gezet. Er scheen een iets minder felle rode kleur te worden gebruikt. Dit leidde tot allerlei emoties. Een woordvoerder van de Belangenvereniging Nieuw Haamstede zei:

"We hebben al zeventig jaar een prachtige kleur op deze vuurtoren zitten, Vuurtorenrood. Dat maakt hem iconisch. Op heel Schouwen-Duiveland en ver daarbuiten kent iedereen de vuurtoren van Haamstede... ...  En nu gaan ze zonder overleg met ons, en alle andere mensen die op het eiland wonen, de kleur veranderen. Ik denk niet dat ze beseffen waar ze mee bezig zijn en wat ze vernietigen!"

bronnen:

https://docplayer.nl/107385486-Beschrijving-en-waardering-van-nautische-objecten-in-nederland-de-vuurtoren-van-west-schouwen-vuurtoren-van-haamstede-westerlichttoren.html

https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/122149/Burgh-Haamstede-ziet-nieuwe-kleur-vuurtoren-niet-zitten

Avond bij de Strandloper

Erg veel vogels zagen we niet. Wel kwamen er af en toe zwermen spreeuwen over en af en toe zagen we daar koperwieken tussen. Ik heb ze niet kunnen fotograferen. Via de volgende slag bereikten wij het strand bij het strandpaviljoen ‘De Strandloper’.

De keuken ging bijna dicht, maar we konden er nog een echt lekkere schol verorberen en daarbij een Texels bier drinken. Voordat we naar het hotel liepen, was er een prachtige zonsondergang. Aan de horizon waren nog vrij veel wolken. Dus we zagen de zon niet in de zee zakken. In plaats daarvan waren er prachtige luchten en wolken in alle kleuren tussen geel en rood.

Een mooie wandeling

De wandeling die we vrijdag maakten, hadden we zeker al vijf keer eerder gemaakt, maar het blijft één van de mooiste wandelingen door de Zeeuwse duinen en bossen (zie kaartje hiernaast). Op deze mooie herfstdag was het eerste stuk prachtig. Het regende niet, maar de zon scheen regelmatig terwijl de wind nog steeds vrij hard blies. Het was geen vogelweer. De telelens had ik ook thuis kunnen laten, maar ik heb toch leuke plaatjes van de vrij talrijke damherten kunnen maken. Op een koude herfstdag als deze schijnen de mannetjes het op hun heupen te krijgen door een hormoonstoot die hun tot ‘burlen’ aanzet in de bronstarena’s, waar ze rivaliserende bokken weg jagen als ze niet zelf weggejaagd worden.

Daar verzamelen ze de hindes om zich heen met wie ze zullen paren. In het late voorjaar worden dan de kalfjes geboren. Wij hoorden op verschillende plekken dit typische lage geluid van bronstige damhertbokken.

In het mooie bos zagen wij behalve bomen niet zo veel. Opvallend was dat hier helemaal geen paddenstoelen waren. Vogels waren er niet veel, althans niet zichtbaar. Na een lunchpauze in strandpaviljoen ‘De Schaar’ in Westenschouwen vroegen wij ons af of een wandeling tegen de Noordwestenwind wel een goed idee zou zijn. Het viel mee en het was veel sneller dan door de duinen. Het strand was weer wat breder geworden, maar het was duidelijk te zien hoe de zee tot aan de duinen was geweest een dag eerder.

Over het strand liepen lange ijzeren buizen, waarmee zand uit zee het strand op kon worden gespoten. De hier en daar aanwezige waarschuwingen voor drijfzand waren waarschijnlijk niet actueel, want de zandsuppletie-operatie leek niet aan de gang. Toch liepen we maar op veilige afstand van die buizen vlak langs de zee. Ik geloof niet dat we over drijfzand hebben gelopen. Behalve een zilvermeeuw hier en daar hebben wij niets bijzonders gezien. Niet ver van de vuurtoren gingen we de duinen over, waar we weer konden genieten van de mooie herfstkleuren van kardinaalsmuts, rozenbottels en verschillende bessen. Wellicht vlogen er weer koperwieken, maar ze waren te ver weg.

Over de ongebruikelijk lange avondspits op de terugweg ga ik maar niets schrijven. Toen we in de late middag Leiden bereikten, waren we minder dan twee dagen van huis geweest. Toch was het een echte vakantie.

 

Dit was niet ons eerste bezoek aan Schouwen. Zelf was ik er al in 1958 en 1960 geweest en samen waren er sinds 2011 al zeker vier keer. Zie voor mijn ervaringen uit 1958 en 1960 dit verhaal.

Naar Westenschouwen

Naar het eiland

Het was augustus 1958. Met het hele gezin gingen wij naar Westenschouwen op het eiland Schouwen-Duiveland. Vanaf Ede, waar wij toen woonden, was het een hele reis.  Waarom mijn ouders die bestemming hadden gekozen, kan ik niet meer achterhalen, maar ver was het! Waarschijnlijk was er al een hele kist met strandspullen en misschien waren ook de fietsen per Van Gend en Loos vooruit gestuurd. De reis ging eerst naar Rotterdam. Dat zal zeker iets meer dan anderhalf uur gekost hebben. Hoe we vandaar in Numansdorp Haven kwamen, weet ik niet meer. De tram was al in 1957 opgeheven. Er zal een bus van de RTM zijn geweest die er ook wel een uur over gedaan moet hebben.

Met de stoomboot

Vanaf Numansdorp namen wij de boot naar Zijpe op Duiveland, niet ver ten Zuiden van Bruinisse.

Minister C. Lely

Ik herinner mij de schitterende stoomboot nog heel goed. Ook voor die tijd was het een heel ouderwetse boot. Je kon ergens op de boot recht naar beneden kijken en zien hoe de zuigers van de stoommachine de assen van de schroef aandreven.  Het was de ‘Minister C. Lely’. Heel lang zou die boot niet meer in gebruik zijn, want de afsluiting van het Haringvliet naderde. In 1964 ging de Haringvlietbrug open en deed de boot geen dienst meer als veerpont. Hij was nog even een toeristische attractie  voordat hij in 1966 voor de sloop verkocht werd. Maar wij hebben er nog op gevaren. Hij werd 1900 gebouwd. In hetzelfde jaar werd de Veerhaven in Numansdorp aangelegd. De boot werd deel van het uitgebreide netwerk van veerponten en stoomtrams dat Zeeland aan het begin van de twintigste eeuw steeds verder ontsloot voor zakelijk en toeristisch verkeer.

Het lijnennet van de RTM (1956). Bron: https://www.nicospilt.com/index_RTM.htm

Een bijzondere bus

De overtocht duurde ongeveer één uur en drie kwartier. Door de watersnood van 1953 was de infrastructuur van het tramnetwerk van Schouwen-Duiveland zodanig beschadigd dat een herstel te veel geld en tijd zou kosten. Daarom stonden bij de haven van Zijpe nu geen trams maar  bussen van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, de RTM. Ik herinner me nog goed hoe mooi ik die bussen vond.

RTM dienstregeling 1956. Bron: https://piershil.com/rtm/dienstregelingen-en-kaartjes/

Aan de zijkant waren alle bussen beschilderd met een plaatje van een dier. Vaag herinner ik mij een panter, maar het kan ook een ander beest geweest zijn. Wat ik ook erg interessant vond, waren de aanhangwagens die de capaciteit van de bus verhoogden. Wat dat betreft leken de bussen nog een beetje op de oorspronkelijke tram, zie het plaatje van de dienstregeling van 1956 hiernaast.  Hoe lang die bus er over deed, weet ik niet meer, maar het zal zeker bijna twee uur geduurd hebben. Toen wij in de bus van Zijpe naar Burgh (Haamstede) zaten, waren een paar jongeren in het aanhangbusje keet aan het trappen. De chauffeur hield de bus stil en liep naar achteren om de jeugd tot rust te manen. Ook in 1958 waren jongeren soms niet in toom te houden.

Bus met aanhanger en dier aan de zijkant (haas). Bron http://www.busbrief.nl/Busbrief%20088/busbrief88.htm

Misschien hebben wij van de eindhalte (waarschijnlijk Burgh) naar Westenschouwen een taxi genomen of misschien ging de bus wel helemaal naar onze bestemming. De reis zal in totaal bijna 7 uur geduurd hebben.

 

Mijn vader was er toen nog niet bij maar schijnt (vanaf Rotterdam?) later per fiets gekomen te zijn.

Zonder zorgen in Westenschouwen

De locatie van het huis ‘Sorrefrij’ op een kaart uit 1958 (van topotijdreis.nl)

In Westenschouwen hadden wij een oud huis gehuurd. In mijn herinnering stond er op het huis de naam ‘Sorrefrij’. Die naam had mijn moeder ook bij een foto in haar fotoalbum geschreven. Inderdaad vind ik deze naam in een advertentie in de Zierikzeesche Nieuwbod van 1920, waar het “Landhuisje SORREFRIJ (met vijf kamers)” te huur wordt aangeboden door Rotterdamse verhuurders. In een werkje over de geschiedenis van Westenschouwen wordt vermeld dat er in in 1919 een zomerwoning ‘Zorgvrij’ werd gebouwd door Rotterdammers. Het is zonder twijfel het zelfde huis. Het werd in 2011 afgebroken en nu staat er op dezelfde locatie, Lageweg 36, een andere woning.

Op het strand van Westenschouwen

Aan Westenschouwen heb ik vooral goede herinneringen. Het huis was niet ver van het strand waar wij de nodige zandkastelen gebouwd hebben. Ook speelden we wel in de bunkers, die door de Duitsers op het strand niet eens zo lang geleden waren achtergelaten, zie de foto hier beneden.

Maar het huis zelf was ook fantastisch. In de totaal verwilderde tuin, dichtgegroeid met akkerwinde en brandnetels, kon je echte oerwoudexpedities houden.

Bij ons huis ‘Sorrefrij’

In het huis stond een ouderwetse met leer beklede rolstoel. August, Huibert en ik speelden graag uren met dat ding. De rolstoel was heel wendbaar. We hadden zelfs een speciale baan door de kamer gemaakt en hielden daar wedstrijden. Huibert en ik wilden vaak niet eens mee naar het strand. We reden liever met de rolstoel door de tuin en door het huis.

We schijnen een keer met de fiets naar Haamstede te zijn gereden om naar de zweefvliegtuigen te gaan kijken. Het vliegveld bevindt zich ook nu nog vlakbij de vuurtoren in Nieuw Haamstede. Dat is de reden dat de vuurtoren zo opvallend geschilderd is: de toren moest beter zichtbaar zijn voor de vliegtuigen. De oorspronkelijk grijze vuurtoren  werd in 1953 van de rode spiraal voorzien, die ook jarenlang (in de verkeerde kleur!) op onze  f250-biljetten te zien was. Zie ook mijn volgend blog.

Het vliegveld Haamstede

In 1958 was de vliegclub daar nog maar net van start gegaan. Op de vergadering van 12 juni 1956 van de Vereniging Zeeuwse Aero Club in Hotel Haamstede, bijgewoond door de burgemeester, werd besloten het vliegveld weer in gebruik te nemen. De eerste vluchten vonden plaats op 30 juni in 1 juli van dat jaar. Vanaf dat moment bleef het een veld uitsluitend voor zweefvliegen. Dat was wel eens anders geweest. Vanaf 1930 werden door de KLM lijnvluchten gevlogen naar het Rotterdamse vliegveld Waalhaven. De Tweede Wereldoorlog maakte hier een eind aan. Op 13 mei 1940 verlieten de Nederlanders het vliegveld na de banen onklaar gemaakt te hebben. De Duitsers herstelde ze weer en gebruikten het vliegveld voor hun Messerschmidt-toestellen. Eind 1943 gingen gingen ook de Duitsers weg, na het terrein onbruikbaar gemaakt te hebben. Pas tijdens de watersnoodramp in 1953 werd het weer door Nederland gebruikt. Een paar jaar later vond de bovengenoemde vergadering plaats. En in 1958 stonden wij naar de vliegtuigjes te kijken.

bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegveld_Haamstede

We zullen zeker ook door de duinen hebben gewandeld. Ik weet het niet. Wat ik in ieder geval erg leuk vond, waren de zeeanemonen  die onderaan de Oosterscheldedijk te vinden waren. Ik dacht ze nog mee naar huis te kunnen nemen in een potje met wat zout water. Dat is natuurlijk niet gelukt en ik heb de stinkende inhoud thuis weg moeten gooien.

Op één middag was het feest in het dorp. De  harmonie (ik neem aan ‘De Witte van Haamstede’) liep door het dorp. Veel kinderen liepen met de muziek mee en zongen uit volle borst iets als “taradie-boemtiee”. Het was waarschijnlijk een van de zeldzame feestelijkheden in dit saaie Zeeuwse dorp.

Opnieuw naar Westenschouwen

In 1959 huurden mijn ouders een groot huis aan de vuurtorenweg op Texel (meer hierover op deze pagina). Dat was de laatste vakantie waar mijn vader aan deelnam. In 1960 had mijn moeder weer een vakantie in Westenschouwen georganiseerd. We hadden een klein huisje bij een boerderij, waar wij van een hooizolder naar beneden konden springen.

Prentbriefkaart uit de jaren zestig

Natuurlijk hebben wij ook die vakantie in de duinen gewandeld. Of het díe vakantie was, weet ik niet, maar ik herinner mij een wandeltocht over verboden paden door de zilvermeeuwenkolonie bij Haamstede. Daar hield mijn moeder van: door voor het publiek afgesloten terreinen wandelen. Ze zei dan zoiets als: “Die bordjes zijn er alleen voor de gewone mensen, maar gelden niet voor ons.” Gewone mensen zijn we nooit geworden.

De reis naar Westenschouwen zal nog steeds lang geduurd hebben, want op de brug over het Haringvliet moesten we nog vier jaar wachten.

Snel even met de auto naar Schouwen

Jaren ben ik daarna niet meer in Westenschouwen geweest. Voor het eerst gingen Petra en ik bijna 51 jaar na mijn vorige bezoek, in maart 2011, naar Schouwen, naar het eenvoudige hotel ‘de Torenhoeve’ onder de vuurtoren in Nieuw Haamstede.   In december 2012 huurden we een mooi huisje in Westenschouwen.  Toen we In maart 2017 op Goeree verbleven, zijn we ook nog op Schouwen gaan wandelen.  Nog twee keer verbleven wij in ‘de Torenhoeve’: in 2015 en onlangs nog in oktober 2021. Het is een aantrekkelijke bestemming die we binnen anderhalf uur rijden kunnen bereiken. Er is wel iets veranderd sinds 1958.

 

P.S.

Mijn herinneringen van 63 (!) jaar geleden zijn niet zo betrouwbaar meer. Ik heb ze hier en daar aangevuld met herinneringen van Hanneke, August en Huibert. Het kan zijn dat mijn herinneringen van boot- en bustocht van 1960 waren en niet van 1958. Maar wat doet dat ertoe?

R.

——-

Internetverwijzingen

Veerdiensten vanaf Numansdorp https://www.wikiwand.com/nl/Numansdorp

Informatie over de Minister C. Lely, bijv. https://www.binnenvaart.eu/veerpont/36860-minister-c-lely.html

Over de tramlijn naar Numansdorp https://nl.wikipedia.org/wiki/Tramlijn_Rotterdam_-_Zuid-Beijerland

Over de tramlijn over Schouwen-Duiveland https://nl.wikipedia.org/wiki/Tramlijn_Zijpe_-_Burgh

De geschiedenis van Westenschouwen, hfst. 7: Zomerhuizen 1918-1943. https://westenschouwen.jimdofree.com/ 
Een citaat: “In het jaar 1919 kwam in Westenschouwen op initiatief van twee Rotterdammers een nieuw zomerhuis tot stand. In mei van dat jaar verkreeg men vergunning om een zomerwoning te bouwen. Dit was het huis “Zorgvrij”, later in 1924 bewoond door fam. De Raaff toen “Scouden” geheten, gelegen aan de Lageweg 36 naast de weide van de Meypacht. Het werd in 2011 afgebroken en onlangs vervangen door een nieuw zomerhuis in een heel andere bouwstijl.”

In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 8 maart 1920 vond ik de volgende advertentie (in Krantenbank Zeeland).

Dat de geïnteresseerden contact op moesten nemen met een Rotterdams adres klopt met bovenstaand citaat.

Een jaar hiervoor (4 juli 1919) vermeldde dezelfde krant dat het huis volgens een heel nieuwe methode – met het gebruik van betonplaten – “als een paddestoel uit den grond was verrezen” (hierop attent gemaakt door Corneel, de auteur van de Westenschouwense geschiedenis-website).
De naam van het huis stond er toen nog niet bij.