Een tragedie in de Provence

In de jaren zestig

In de eerste gymnasiumklassen van het Edese Marnix College haalde ik goede cijfers voor mijn lievelingstaal Frans. Maar van Mythologie begreep ik niets, vooral omdat ik dacht dat die te begrijpen zou zijn. Absurde verhalen over noodlot, wraak, bedrog, oorlog en incest pasten niet in mijn denkraam. Het gevolg was een onvoldoende voor mythologie en honderden guldens schade voor mijn moeder  die nu mijn schoolboeken moest betalen. Door mijn onvoldoende voldeed ik niet meer aan de voorwaarden voor een boekenbeurs.

Bijna 65 jaar later heb ik weer eens mijn goede beheersing van het Frans gecombineerd met mijn rampzalige gebrek aan mythologische kennis.

Met Magnan naar de Provence

Via Scrabble naar Magnan

Al zo’n vijftien jaar speel ik scrabble in het Frans met Hélène in Marseille. Ik heb haar ontmoet op de app Wordfeud, maar nog nooit gezien. Een paar jaar geleden vroeg ik haar welk Frans boek zij mij zou aanbevelen. Van haar moest ik een boek van Pierre Magnan lezen, volgens haar de ‘Brassens van de literatuur’. Het door haar gesuggereerde  ‘Les secrets de Laviolette’, drie wonderlijke verhalen uit het leven van Comissaire Laviolette,  zette  ik op mijn Kindle e-reader.  Ik vond het eerste raadselachtige verhaal (‘Le fanal’) prachtig, maar het meest genoot ik nog van het derde verhaal (‘L’Arbre’) dat in de ruige eenzaamheid en de harde samenleving van de hoge Provence speelt. Het is een schitterend verhaal waarin een mysterieuze grote eik centraal staat en waarin een zonderlinge man met een jachthoorn  een belangrijke rol speelt.

Ik merkte meteen dat het Frans van Magnan eens stuk moeilijker was dan ik gewend was bij bijvoorbeeld de detectives van Fred Vargas, die ik allemaal gelezen had. Magnan heeft een waanzinnig uitgebreide woordenschat en gebruikt ook veel verouderde woorden en uitdrukkingen. Toen ik  mijn scrabble-vriendin schreef dat dit nu niet bepaald literatuur was die je een buitenlander zou aanraden, gaf ze me gelijk: “Niet geschikt voor buitenlanders maar wel voor zo’n superintelligente buitenlander als jij”. Daarna las ik het boek extra gemotiveerd meteen uit. Niet veel later waagde ik me aan een echte Laviolette-detective: ‘La parme convient à Laviolette’, een prachtig verhaal over moord en doodslag in en tussen de dorpen hoog in de Provence. Centraal in dit verhaal staat de dood van een varkensslachter. 

De eerste Laviolette-roman

NB: de volgende tekst bevat belangrijke aanwijzingen over de plot van het boek.  

Echt niets voor mij

Onlangs dacht ik maar weer eens een Frans boek te gaan lezen. Ik bestelde een pocket-uitgave van het eerste boek waarmee Pierre Magnan en Laviolette beroemd zouden worden: ‘Le Sang des Atrides’ (Prix Quai d’Orfèvres, 1978). De titel had mij natuurlijk moeten waarschuwen. Ingewikkelde paralellen tussen een Grieks drama en een complexe detective-roman zijn natuurlijk niets voor mij. Ik ben er toch maar aan begonnen.

Moorden in de Provence met een Bretonse katapult

De eerste hoofdstukken kon ik lezen, als ik maar bijna twintig woorden per pagina opzocht om de eerste reeks moorden in de stad Digne te kunnen begrijpen. Jonge mannen zijn het slachtoffer. Geleidelijk komt Laviolette erachter dat ze met door water rondgeslepen stenen (‘galets’) uit de langs Digne stromende rivier, de Bléone, zijn vermoord, met een soort katapult. Als Laviolette toevallig op de TV ziet hoe in Bretagne iemand een ouderwetse katapult (‘lance-pierre’ of ‘fronde’) gebruikt om bij een uit de hand gelopen demonstratie een etalageruit in diggelen te schieten, gaat hij in Digne op zoek naar inwoners met een Bretonse achtergrond. Dan ontdekt hij dat bij alle slachtoffers spullen werden gevonden die bij de winkel van Irène de Térénez in Digne waren gekocht. Térénez is een Bretonse naam, maar Irène heette voor haar huwelijk Irène de Champclos. Dan begrijpt Laviolette dat de moorden met de Bretonse katapult met de oude Provençaalse familie De Champclos verbonden zijn.

De familie De Champclos – de Atriden van het boek

In de roman van Magnan zien we hoe Laviolette en de ‘juge’ Chabrand steeds meer te weten komen over deze oude aristocratische familie die, als de Atriden in de Griekse tragedie, tot ondergang gedoemd is. In een oud huis ergens op een hooggelegen plek in de stad woont de stokoude weduwe Adélaïde de Champclos. Zij is het onbetwistbare hoofd van de familie. Haar kleindochter Irène woont in ‘Popocatepetl’, een wonderlijk ooit door een uit Mexico teruggekeerde emigrant gebouwd huis, dat vol met rare ruimtes, gangen, zolders en andere merkwaardigheden zit. Er zit zelfs een klein theatertje in.

Tenslotte komen Laviolette en Chabrand erachter dat de dader Goulven Toussaint is, de onechte door de familie verstoten zoon van Balthazar de Champclos (de vader van Irène), de halfbroer van Irène dus.  Tijdens zijn moorden verkleedt Goulven zich als een schooljongen uit de jaren twintig. Dan ziet hij eruit als de jongen die vijftig jaar geleden door de familie De Champclos publiekelijk is bespot en vernederd. Goulven is als het ware in die tijd blijven steken. Hij wil zich wreken voor het onrecht dat hem toen door de familie is aangedaan. Hij is er, vijftig jaar later, op uit de familie De Champclos maximaal te beschadigen, onder meer door de jonge mannen te vermoorden die met zijn halfzus naar bed gaan. Ook iedereen die te veel weet van zijn moordtochten moet sterven. Zo vermoordt hij zijn grootmoeder Adelaïde omdat zij met de verrekijker vanuit haar hoge huis in Digne te veel gezien heeft.

Laviolette en de waarheid van Popocatepetl

Om achter de identiteit, de motieven en de methoden van de moordenaar te komen moest Laviolette begrijpen welke rol dat rare Mexicaanse huis ‘Popocatepetl’ speelde. Ik had de nodige problemen dit goed te begrijpen omdat ik een aantal technische details in het Frans niet begreep, vooral wanneer Magnan de ingenieuze constructies voor geavanceerd voyeurisme in het huis beschrijft: bijzondere spiegels waardoor je wel aan de achterkant kant kijken (een zogenaamde ‘judas’) en die beelden van een persoon in een andere ruimte projecteren dan waar  de persoon zich dan in werkelijkheid bevindt. Van deze constructies maakt Goulven uitgebreid gebruik om de gehate familie maximaal te verwarren en te intimideren.

Het verhaal wordt nog ingewikkelder als Magnan  Clémence (de invalide dochter van Irène), Marie-Aimée (die samen met Clémence het geheim van de spiegel ontdekt) en een dienstmeisje (dat een belangrijke schakel is in de communicatie binnen het huis) ten tonele voert. Deze personen leveren Laviolette alle informatie waarmee hij tenslotte de mysteries achter de tragedie kan begrijpen. Ik ga dat hier allemaal niet proberen samen te vatten. 

Niet alleen de spiegelconstructie is in deze roman een manier om mensen te bespieden. Ook de verrekijker die de oude weduwe De Champclos op de straten en huizen van Digne richt, heeft deze functie. De verrekijker als symbool van oude aristocratische familie die iedereen in de gaten (en onder de duim!) houdt.

Het einde van de tragedie

Tegen het einde van het boek lezen we ook over de seksuele toenadering tussen de rechter Chabrand en Irène, zodat deze het volgende slachtoffer dreigt te worden. We zijn getuige van een tocht langs de rivier waarbij Goulven probeert de rechter met zijn steenwerper te vermoorden.

Toch sterft in de slotscène niet Chabrand, maar Goulven. Hij breekt na een val bij een brug over de rivier zijn rug en sterft. Daarmee eindigt de tragedie. 

Daarmee eindigde ook mijn literaire krachttoer, het ontcijferen van dit boek in onleesbaar moeilijk Frans en met een heel complexe structuur van meerdere lagen. Het is zo’n boek dat bijna over alles gaat. Het is een detective, maar ook een verhandeling over de wrede verhoudingen tussen aristocratie en gepeupel in een Franse provinciestad tot en met een vrije uitwerking van de Griekse Orestes-tragedie met zijn zware thema’s als bloedwraak en de onontkoombaarheid van het noodlot.  Toen ik mijn Scrabble-vriendin vertelde dat het mij toch min of meer gelukt was dit moeilijke maar mooie boek te doorgronden, maar daaraan toevoegde dat het wel hard werken geweest was, schreef zij in de Wordfeud-app: “Certes mais, quelle poésie !”

Goed in Frans – slecht in mythologie

Er zijn heel veel parallellen met de Griekse tragedie van Orestes. Goulven is Orestes, Adelaïde de Champclos is Klytaimnestra en Irène zou Elektra zijn. Ik heb het maar niet allemaal proberen te begrijpen. Er is niet veel veranderd in de laatste 65 jaar. Ik ben vrij goed in Frans, maar mythologie is nog steeds niet mijn sterkste vak.

De boeken

Pierre Magnan, Le Sang des Atrides, Gallimard 1977 (recente herdruk). Interessant is dat de Duitse vertaling de naam heeft “Das Zimmer hinter dem Spiegel” en zo meer refereert aan de concrete gebeurtenissen in het wonderlijke huis dan aan de abstracte mythologische achtergronden.

Pierre Magnan, Les Secrets de Laviolette, Denoël 1992 (trois novelles: Le Fanal, Guernica, L’Arbre), gelezen op Kindle.

Pierre Magnan, Le Parme convient à Laviolette,  Denoël 2000, herdruk Gallimard 2001, gelezen op Kindle.

Pierre Magnan, La Commissaire dans la Truffière, 1979, heruitgave Gallimard 1998 [ga ik binnenkort lezen]

Woordenboek

Om dit boek te kunnen lezen heb ik een heel handig verklarend woordenboek, een app op mijn telefoon gebruikt, met de eenvoudige naam Dictionnaire Français (Gratis, op Google Play Store te vinden en off-line te gebruiken). De teksten in deze app zijn gebaseerd op de app “wiktionary” die nog veel meer talen bevat. Het geeft niet alleen de betekenis van ontelbare Franse woorden, maar bevat referenties aan het gebruik ervan in de Franse literatuur. Bij het opzoeken van de door Magnan gebruikte verouderde woorden, vind ik veel referenties naar literatuur in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. 

 

Tijdrovende AI

Na het lezen van het boek miste ik wel hier en daar een schakel in het verhaal en ik wist niet van alle gebeurtenissen hun precieze betekenis. Op zoek naar antwoorden heb ik heel wat vragen aan Google AI gesteld. Verrassend snel kreeg ik complete in foutloos gesteld Nederlands gestelde antwoorden. Maar meer dan eens gedroeg Google zich als een leerling die maar wat zegt tijdens een proefwerk omdat hij het boek niet gelezen heeft. Zo plaatste hij de verkeerde mensen in de verkeerde huizen (Irène woonde opeens in het zelfde huis als haar grootmoeder), een dochter werd en onrechte als zuster aangeduid en het werd helemaal gek toen Laviolette opeens in het huis 'Popocatepetl' scheen te wonen. Wel leuk is dat AI dan zonder problemen zijn fouten erkent en je bedankt voor de correcties. Om de precieze familierelaties en de plaatsen van handeling uit te zoeken heeft AI me nauwelijks geholpen maar door foute antwoorden vooral in de war gebracht . Wel heb ik essentiële informatie over de bijzondere spiegel in het huis van Irène pas via Google AI kunnen vinden. 

___

Twee fotojaren

De afgelopen jaren schreef ik korte overzichten (2022 en 2023) van mijn fotografiepogingen en enkele min of meer geslaagde resultaten. Nu zijn er alweer twee jaar voorbij. In 2024 en 2025 heb ik weer veel foto’s gemaakt, per jaar ongeveer 12000 op mijn spiegelreflexen en dan nog een groot aantal foto’s op mijn telefoon en mijn kleine camera’s. Eigenlijk is er de laatste jaren niet zo veel veranderd. Mijn belangstelling is vooral landschapsfotografie en natuurfotografie, met een zwaartepunt bij paddenstoelen en libellen. Ook fotografeer ik regelmatig vogels, maar mijn vogelfoto’s zijn als foto meestal niet zo bijzonder. Vaak zijn vogelfoto’s oersaai, behalve als er iets bijzonders gebeurt.

Ik ben dus ook deze laatste twee jaren vooral gaan doen wat ik leuk vind en wat ik al een beetje beheers. Ik maak misschien nog iets betere natuur- en landschaps- en stadsfoto’s en straatfotografie is nog steeds niet mijn sterkste kant, om over portretfotografie maar te zwijgen. Ik ben nog meer tot de overtuiging gekomen dat camera’s en objectieven meestal niet zo belangrijk zijn als je er maar in staat mee ben redelijke foto’s te maken onder niet al te extreme omstandigheden. In mijn directe omgeving zie ik mensen de mooiste foto’s met een mobieltje maken, terwijl uit de duurste spiegelloze reflexcamera vaak alleen maar bagger komt. Goede fotografen hebben in de eerste plaats goede ogen en een goede kijk op de mogelijkheden van het moment.

Mijn fotografie in 2024 en 2025 volgt weer de ontwikkeling van de natuur en daarbij zijn ook weer vergelijkbare foto’s ontstaan. In het voorjaar fotografeer ik natuurlijk de frisse kleuren van de bomen, vlinders en andere insecten die steeds meer verschijnen en dan vanaf april en mei de prachtige libellen die, na een jaar of meer als larve door de modder te hebben gekropen, er met hun mooie kleuren er bijna om vragen gefotografeerde te worden. De technische problemen van libellenfotografie heb ik zo langzamerhand wel grotendeels opgelost en het komt nu vooral op geduld en een dosis geluk aan.

Genieten van de herfst

Op het moment dat de laatste blauwe glazenmakers over het water bij het bos vliegen, verschijnen in dat bos de eerste paddenstoelen. Terwijl in het voorjaar op bijna de helft van mijn foto’s libellen staan,  vind je vanaf september op zeker de helft van mijn foto’s paddenstoelen. Dat is al een aantal jaren zo. 

Nu zijn grote reeksen paddenstoelenfoto’s toch ook een beetje saai. Daarom verbind ik dit soort fotografie het liefst met landschapsfotografie. De paddenstoelen zijn dan één element van een interessant landschap waarvan ik de verschillende elementen in samenhang wil laten zien: planten, bomen, insecten en andere dieren. Het voordeel van deze benadering is dat je je minder beperkt tot een bepaalde camera of een bepaald objectief. Soms maak je landschapsfoto’s met een 80 mm zoom op een full-frame camera en even later fotografeer je de paddenstoeltjes daar met een macrolens op een cropcamera. Afgelopen herfst (2025) heb ik dit concept met veel plezier toegepast op het maken van een foto-album van Huys te Warmont. Zie hiervoor deze pagina (wachtwoord vereist).

Tussen het eind van de zomer en het begin van de winter heb ik vierendertig maal dezelfde wandeling gemaakt en daar vaak bijna dezelfde foto’s gemaakt. Je ziet dan hoe geleidelijk de kleuren veranderen (zie bovenstaande vier foto’s), de bladeren verdwijnen, paddenstoelensoorten komen en gaan en hoe het weer en het licht geleidelijk of schoksgewijs veranderen. Ik ben van plan dit jaar een dergelijke serie over de overgang van winter naar zomer te maken.  Je leert er een gebied heel goed door kennen en hoe beter je een gebied kent, des te beter weet je wat je moet fotograferen. 

Deze overgang van losse foto’s naar reeksen (bijvoorbeeld in de vorm van een fotoalbum) is de belangrijkste innovatie in mijn fotografie van de laatste tijd. Behalve een reeks over het voorjaar heb ik nog verschillende series in voorbereiding.

De Stadsnatuur

Eén serie heeft de werktitel “stadsnatuur’, waarin ik wil laten zien hoe vaak de mooiste natuur zich vlak bij de stad of in de stad bevindt. Ik ben op zoek naar beelden van groepen vogels die langs flatgebouwen vliegen, van wulpenslaapplaatsen langs de snelweg en meer van dat soort interessante tegenstellingen. 

Beelden uit de stadsnatuur

Voor de tweede keer LAK-cursus

Portret, geïnspireerd door illustratie in Alice in Wonderland

In 2024 volgde ik voor de tweede keer de cursus digitale fotografie van het LAK in Leiden. De vorige keer was door corona en persoonlijke gezondheidsproblemen wat in het water gevallen. Deze keer was de cursus bijna gelijk aan de vorige keer. Maar toch heb ik ook deze keer veel geleerd door te experimenteren straatfotografie, landschapsfotografie en het maken van minimalistische beelden. Leuk waren ook weer de oefeningen met stillevens en portretten in Rembrandt-achtige stijl.

Beweging en kleur uitschakelen

Ik heb voor de foto’s van de cursus wat geëxperimenteerd met zware grijsfilters voor het bereiken van heel lange sluitertijden. Je krijgt dan foto’s waaruit alle beweging verdwenen  is, niet altijd mooi maar soms levert het iets op. Ook heb ik, ook in combinatie daarmee, wat gespeeld met zwart-witfotografie. Het leuke daarvan is dat je heel veel leert over kleuren op het moment dat je kleuren in grijstinten wilt vertalen. 

De trein raast langs de Polders Poelgeest
Kleurloos Koudenhoorn

Wat nu?

Deze vraag stel ik elke keer als ik zo’n overzicht schrijf. Voor mij is liggen de volgende stappen wel voor de hand. Ik heb de laatste jaren redelijk leren fotograferen. Ik weet ongeveer hoe een camera werkt en hoe je er redelijke beelden mee kunt schieten. Ik heb het gevoel dat ik een goede typmachine bezit en nu moet ik er maar eens verhalen mee gaan schrijven. Mijn album “Herfst bij Huys te Warmont” is een mooi begin. Fotografie is hier geen doel, maar een middel om iets te laten zien wat ik mooi vind. Daar wil ik mee doorgaan. 

 

Herfst bij Huys te Warmont (deel 2)

Eind oktober liet ik hier al wat zien van mijn project. Sinds september volg ik de ontwikkelingen in het park van Huys te Warmont. Twee of drie keer per week maak ik dezelfde wandeling en maak foto’s op ongeveer dezelfde plekken. Maar de foto’s veranderen: begin september vlogen er nog libellen, maar die verdwenen snel. We moeten nog lang wachten voordat de libellenlarven uit zullen sluipen.

Paddenstoelen

In eind september en oktober kon ik de mooiste paddenstoelen fotograferen, niet alleen de “rood met witte stippen” (vliegenzwam), maar ook nog meer amanieten,  mooi gekleurde amethistzwammen, allerlei russula’s, zwavelkoppen, mycena’s, melkzwammen, porseleinzwammen en te veel om op te noemen. 

Op de plaatjes: russula (spec.), gekraagde aardster, bitterzoete melkzwam, heksenschermpje, amethistzwam, vliegenzwammen

Botercollybia

Vanaf begin november werd het wat minder met de paddenstoelen: de gigantische hoeveelheden honingzwammen die de boomstronken in het park overwoekerden verschrompelden tot vormeloze bruine en zwarte massa’s. Zij hadden hun werk gedaan. De honingzwammen leven weer verder als ononderscheidbare zwamdraden in vermolmde boomstammen. Er waren nog steeds wel paddenstoelen zoals de prachtige heksenschermpjes en op één plek waren de gekraagde aardsterren altijd wel te vinden. De botercollybia’s werden alleen maar talrijker net zoals de nevelzwammen. Het was soms even zoeken, maar de prachtig paarse amethistzwammen waren er nog op verschillende plekken. 

sporen van zwamdraden

Heel veel vliegenzwammen waren er in november niet meer, maar toch zag je hier en daar groepen van bijna tien vliegenzwammen bij elkaar staan en ook in december kwam er nog af en toe eentje uit de grond. De meeste porseleinzwammen waren wel verdwenen, maar toch heel zichtbaar in de vorm van de zwarte patronen die hun zwamdraden op de dode bomen hadden achtergelaten. 

Herfstkleuren

In oktober vielen er al veel bladeren van de bomen en in november werden de bomen nog veel kaler. Toch is het interessant dat november in de regel voor de mooiste herfstkleuren zorgt. Er blijven dan relatief weinig maar sterk geel of oranje gekleurde bladeren aan de bomen hangen. Dat leverde ook nu mooie plaatjes op.

Mist

Helaas was ook november een maand waarin weinig mist was. Toen ik dat aan mijn broer vertelde, merkte hij op dat er nog wel heel veel mis was in de wereld. Daar was ik het mee eens. Maar op 21 november was er eindelijk een soort mist waar elke landschapsfotograaf van droomt: prachtige vervaging van achtergronden, maar ook plekken waar de zon voorzichtig doorheen schijnt en kleuren waar je vrolijk van wordt.

 

Op 5 december was dat anders: een onaangename grijze wereld waar je niet gemakkelijk van je pessimisme verlost wordt. De  donkere dagen voor kerst.

P.S.
Inmiddels heb ik een fotoboek met een selectie van deze foto’s gemaakt. Het staat  op de volgende met password beveiligde site: Albelli fotoalbums.

Herfst 2025

Het bruggetje en de beuk

Vanaf de late zomer in begin september ben ik twee of drie keer per week ongeveer dezelfde foto gaan maken bij Huys te Warmont met ongeveer dezelfde instelling (24-85 mm zoom op 70 mm, full frame Nikon D610 op statief, ISO niet hoger dan 400). Ik fotografeer over het water naar een bruggetje. Achter het bruggetje staat een van de mooiste bomen van het park, een rode beuk. Aan het eind van de zomer is die nog rood, dan wordt hij bruiner, om nog even fel geel op te lichten voordat alle bladeren in het water waaien en er een imposante donkere stam overblijft. Ik vond het leuk om die ontwikkeling een keer vast te leggen.

late zomer (8 september)
Toppunt van herfstkleuren (7 november)

 

 

Het bruggetje bij nevel en mist

Bij nevel is de boom soms helemaal niet meer te zien en bij dichte mist verdwijnt bijna het bruggetje.

De zon schijnt door de ochtendnevel op 29 september
In de mist op 21 november is het bruggetje nog maar net te zien

 

Bijna dertig fotowandelingen

Op 24 november maakte ik voor de 28e keer dezelfde foto-wandeltocht van rond drie uur. Er volgen zeker nog tien wandelingen tot het eind van de herfst. Van dit project zal ik een fotoboek van rond veertig pagina’s maken.

 

Eenzame bankjes

Bijna overal zie je ze in parken, in natuurgebieden, in de stad en langs de weg. Het zijn uitnodigingen om te gaan zitten, alleen, met z’n tweeën of met meer mensen. Alleen tijdens mijn fietstochten door de agrarische woestijn van Polen moest ik staand mijn lunch opeten of wachten totdat ik op een bankje in een vies bushokje kon gaan zitten. Als je iemand alleen op een bankje ziet zitten, kan je daar allerlei fantasieën bij hebben. Je kan denken dat zo iemand eenzaam is en naar degene verlangt die daar vandaag (en misschien morgen) niet komt zitten. Maar misschien is die persoon dolblij van de lastige medemens verlost te zijn. Misschien geniet hij of zij van de positieve eenzaamheid.

In de Hortus van Leiden

De twee (mij onbekende) vrouwen in de hortus van Leiden hebben zo te zien echt plezier. De mooie bloemen in de vijver passen goed bij hun (veronderstelde) stemming. Over de twee oudere personen in het mooie herfstlicht bij de lantarenpaal zou ik een verhaal over de levensherfst kunnen verzinnen, maar dat zou waarschijnlijk nergens op slaan.  

Bij kasteel Oud Poelgeest

Bij foto’s van één persoon op een bankje denken we al snel aan negatieve of positieve eenzaamheid. Zitten er twee of meer op, dan gaat onze fantasie al snel over vriendschap en contact of misschien over irritaties en vijandschap. We weten meestal niet wat we moeten denken.

In het park van landgoed Ockenburg (bij den Haag)

Ik fotografeer graag bankjes waar niemand op zit. Ze zijn een deel van het landschap. Soms gaat er van de leegheid een licht melancholiek gevoel uit, maar waarom eigenlijk? Van eenzaamheid is daar geen sprake, want er zit niemand op en die niemand kan niet eenzaam zijn. Als bankjes gevoel zouden hebben, dan zou zo’n bankje wel eenzaam kunnen zijn. Het zou kunnen verlangen naar de prettige kont die zich onlangs op het houtwerk had neergelaten of juist bang zijn dat die viezerd er nog een keer zou komen zitten. 

Aan de rand van het park bij Huys te Warmont

Het bankje aan de rand van het park van Huys te Warmont is precies goed opgesteld om eens van het uitzicht op de mooie molen te gaan genieten. Dat doen natuurlijk veel bezoekers van dit park. Maar degene die deze foto ziet kan er even denkbeeldig op gaan zitten en zich de ervaring goed voorstellen. Dat kan ook bij de foto in de kille ochtendnevel bij een water in hetzelfde park. Je kan je goed voorstellen dat het eigenlijk helemaal niet aangenaam is op dat koude natte hout te gaan zitten. 

Ochtendnevel bij Huys te Warmont

Het lege bankje aan de Zevenhuizer Plas bij Rotterdam straalt een mooie rust uit. Het laat de tegenstelling tussen de grootsteedse bebouwing en de rust van de stedelijke recreatienatuur zien. Als je zou zien wat er iets links van het bankje op een officieel bord stond over gemeentelijke verordeningen in verband met drugs- en alcoholgebruik, dan gaan je gedachten toch weer een andere kant op. Foto’s zijn een mooie manier om halve waarheden te laten zien. 

Uitzicht over de Zevenhuizer Plas naar Nesseland (Rotterdam)

_________