Een ochtend naar Solleveld

De Levende Natuur

Marianne, onze gids

Genieten van de natuur is voor mij: buiten zijn, genieten van de frisse lucht (en zelfs de regen), van vogelzang, geuren en kleuren. Mijn natuurbeleving sluit heel sterk aan op de ‘natuursport’ die Heimans en Thijsse aan het begin van de vorige eeuw introduceerden en zo prachtig in het blad De Levende Natuur beschreven in mooie verhalen met prachtige tekeningen.

Zintuigen

kleuren in Solleveld

Als je van een excursie terugkomt, zullen veel collega-natuurliefhebbers (vaak vogelaars) vragen: hadden jullie nog leuke waarnemingen vandaag? Eigenlijk een onzinnige vraag. Zodra je een eerste stap zet in een natuurgebiedje, kom je oren en ogen te kort om je bewust te worden van alles wat je ziet, hoort, ruikt en voelt: een en al zintuigelijke waarneming. De eerste de beste vlinder, boom of vogel die je tegenkomt is wat mij betreft al een belangrijke waarneming, ook al hebben we het dan over een bont zandoogje, een eik en een heggenmus.

Feestelijk

Geheel in deze geest trekken Arthur en ik met Marianne door het landgoed Ockenburgh naar het Solleveld. Met haar brede belangstelling voor de natuur in al haar verschijningsvormen maakt zij van deze wandeling een feestelijke ontdekkingsreis. Nooit geweten dat hier zo’n prachtig gebied lag. Als je zoals ik ten Noorden van Den Haag woont, kom je hier niet toevallig. Eerder rijd je zulke gebieden met veel te hoge snelheid voorbij op weg naar het Zuiden van Zuid Holland of naar Zeeland.

De wandeling. Onder aan de kaart ligt Monster.

In de voetsporen van Heer Bommel

We beginnen de expeditie door een wandeling door het hyacintenbos. Hier bloeien eerder in het jaar talloze wilde hyacinten. Ik ken die bloemen heel goed uit Normandië en Schotland. Ik noemde ze altijd bij hun Engelse naam, blue-bells, zonder te weten dat dit hyacinten zijn.

Eiken zoals eiken bedoeld zijn

Het bos op weg naar de ingang van het Solleveld bestaat voor een groot gedeelte uit een heerlijk eikenbos. Hier staan eiken zoals eiken bedoeld zijn, grillig alle kanten uit groeiend soms breder dan hoog. Het is een soort bos waarin Marten Toonder Heer Bommel en Tom Poes liet verdwalen en waar dan van achter de bomen enge kleine mannetjes tevoorschijn kwamen, en dat betekende meestal niet veel goeds. Hier geen enge mannetjes, maar heel veel bonte spechten en heel veel prachtige mierenhopen. Met zoveel rode bosmieren zou je hier eigenlijk groene spechten verwachten. Die zijn er niet, maar aan het einde van de tocht zullen we er toch een horen lachen.

Natuurlijke verwoesting

We lopen door een hekje het Solleveld in. Nu komen we in het duingebied met veel open plekken, verspreide begroeiing en veel water (het is een gebied van Dunea, van de duinwaterwinning). De mens is zeker niet de enige soort die weinig respect voor de ongestoorde natuur lijkt te hebben. Wie wel eens in Zweden naar een beverbos geweest is, weet op welke schaal deze beesten vernielingen kunnen aanrichten en overstromingen kunnen veroorzaken.

Maar onze aalscholvers kunnen er ook wat van. Honderden aalscholvers zitten daar in ten dele wegkwijnende bomen, wit geplamuurd met naar ammoniak stinkende aalscholverstront. Pa en ma aalscholvers vliegen af en aan om hun kroost van voedsel te voorzien. Oude en jonge aalscholvers maken allemaal uitbundig lawaai op verschillende toonhoogtes.

Gegrift in het geheugen

We lopen een eindje verder langs een plas met veel water en riet. Dan komt er plotseling op korte afstand een roerdomp langs vliegen: even vis halen voor de kleinen. Hij laat zich uitstekend met het blote oog waarnemen. Tot nu toe kon ik nooit warm lopen voor roerdompen die zich als een bruin stipje op een kilometer afstand in een bruin veld schuil hielden. Geef mij maar een koolmees, zei ik dan. Maar nu zien we hem fantastisch goed van heel dichtbij. Arthur nam nog een schitterende foto, maar ik ben blij dat ik geen tijd had om een foto te nemen. Hij staat nu in mijn geheugen gegrift en daar blijft hij. Wat een rare gedrongen bruine reiger. Het had zomaar een of andere vliegende dinosaurus kunnen zijn. Ik zal dat beeld nooit vergeten.

Hier vliegen ook honderden gierzwaluwen. Zoveel heb ik zelden bij elkaar gezien. Ze vliegen hoog maar ook scheren ze laag over het water. Daar moeten wel heel veel insecten vliegen. Gierzwaluwen zijn misschien de meest wonderlijke vogels die ik ken. Maandenlang brengen ze in de lucht door. Zelfs schijnen ze daar te paren. Alleen als ze nesten hebben onderbreken ze hun luchtreis.

Marianne en Arthur

Een eindje verderop dansen er kleine vinkachtigen (of piepers?) over het veld. Onduidelijk wat het waren: dus gewoon kleine bruine vogeltjes. Dan zien we opeens zowaar een paar grote sterns. Hun geluid had niets van visdiefjes. Ze vliegen richting de zee.

Op de terugweg

We lopen door prachtige begroeiing waarin het geel goed vertegenwoordigd is zoals mooie toortsen en St Jacobskruiskruid. Overal zijn vlinders. Marianne vertelt ons onderweg over haar rol in het tellen van libellen. Daar waag ik me voorlopig niet aan. Dat is mij te moeilijk. Af en toe huppelen er bruine miniatuurkikkertjes over het pad. We moeten oppassen ze niet te vertrappen. We zien een torenvalk, die misschien een boomvalk was of zelfs een sperwer. We zien het beest gewoon niet goed genoeg. Hoog in de lucht cirkelen buizerds en iets verderop bij het strand cirkelen de hanggliders, maar dat is een wereld die we maar links laten liggen.

We lopen weer terug naar het landgoed en naar de parkeerplaats. Het was een mooie ochtend.

Waarnemingen

    1. enthousiaste gids met grote liefde voor de natuur en mooie verhalen over wat ze daar ziet en hoe ze het aan de kinderen overbrengt.
    2. enthousiaste vogelaar die een even enthousiaste vogelfotograaf is geworden de laatste maanden.
    3. schitterende bijna horizontaal groeiende eikenbomen
    4. naar vogelmest stinkende aalscholverkolonies
    5. een goede roerdomp-show op het juiste moment
    6. tientallen bonte spechten (en één groene)
    7. bont zandoogje en meer vlinders
    8. grote sterns
    9. honderden gierzwaluwen
    10. allerlei planten waarvan ik de naam niet ken.
Meer informatie

Website van Duingebied Solleveld (Dunea-website). Kaartje kopen op deze pagina.

De Levende Natuur, vanaf de eerste afleveringen (1896) vind je op de BNL-Website.

Mijn blog over de achtergronden een fictieve Zuiderzee-excursie waarin ook iets over De Levende Natuur.

Voor een verslag door Arthur Staal (mét foto van de roerdomp) zie zijn blog.

Recente excursieverslagen

Een mooie relatie – Texel mei 2021
Naar de Strengen – april 2021
Zwartkoppen, spechten en Cetti’s op Koudenhoorn – april 2021
Aardsterren, eekhoorns en vogels op Voorne – november 2020

Lulverhalen

Wat is een ‘narrative’?

Wat is nu eigenlijk een ‘narrative’? Je hoort dit rare woord steeds vaker uit de mond van managers, adviseurs en politici? Vroeger hadden diezelfde mensen het vooral over ‘visies'[1] en grootse ‘strategische’ ambities.  Een ‘narrative’ doet eigenlijk hetzelfde in een iets andere vorm. Het is een simpel verhaaltje dat de wereld (met vaak een hoofdrol voor de verteller) tot overzichtelijke dimensies terugbrengt,  waarin eenvoudige oorzaken tot  eenvoudige  gevolgen leiden, en waar er eenvoudige oplossingen zijn voor overzichtelijke problemen.

Lulverhalen

Er is een goede Nederlandse vertaling voor het woord ‘narrative’. Het is gewoon een lulverhaal, een verhaal dat zo eenvoudig is dat je het gemakkelijk kunt onthouden en mensen er snel mee kunt overtuigen (of belazeren).  Maar ook: het is een verhaal dat zo eenvoudig is dat het met de complexe werkelijkheid vaak niets te maken heeft, een verhaal dat in de regel grote onwaarheden bevat.

Ik heb jarenlang als een consultant op het gebied van duurzaamheid gewerkt. Het aantal inhoudsloze lulverhalen dat ik voorbij heb zien komen, is niet te tellen: de hopeloze vereenvoudiging van het duurzaamheidsbegrip in de vorm van de PPP-driehoek (profit, people, planet), de aan leugens grenzende ideeën over de komende ‘circulaire economie’ en andere ‘transitie’-oppervlakkigheden.

Indrukwekkend uit je nek kletsen

Een aantal jaren geleden was ik eens docent bij een cursus aan een dure internationale businessschool, het soort school dat adverteert met een garantie van (minimaal) salarisverdubbeling na het met succes afronden van de cursus (lesgeld tienduizenden euro per jaar). Om de studenten vast te laten wennen aan hun komende succes heeft de school heeft een restaurant van Michelinsterrenkwaliteit. Tegen grof geld kunnen de studenten daar leren om indrukwekkend uit hun nek te kletsen. Zij leren dat onder meer in groepssessies met kleine zogenaamde ‘buzz-groups’ waarin de mensen samen een ingewikkeld probleem moeten oplossen. Zo’n groep krijgt maximaal 10 minuten de tijd om hun geniale oplossing te ontwikkelen en daarna in de klas te presenteren. Een veel gekozen manier van presenteren is daarbij de ‘elevator-speech’: een verhaaltje dat kort genoeg is om aan een collega of potentiële klant in de lift tussen de tweede en de zevende verdieping te vertellen.

Wat je op zo’n school leert, lijkt mij nogal gevaarlijk: zelfvertrouwen zonder te veel kennis, hopeloos vereenvoudigde en verkorte lulverhalen over de complexe werkelijkheid. Tijdens zo’n workshop verzette ik mij krachtig daartegen en ik benadrukte in mijn presentatie dat het oplossen van problemen (als ze al oplosbaar zijn!) maanden en vaak jaren kan duren. Verbaasd keken de studenten mij aan. Een van de deelnemers stuurde mij echter niet lang na deze bijeenkomst een e-mailtje: “dit was het nuttigste wat ik sinds jaren tijdens een workshop gehoord heb.” Deze deelnemer was helaas de uitzondering, die de regel bevestigt.

Narratives als slaapmiddel

Op elk gebied zij er zijn te veel oppervlakkige ‘waarheden’ in omloop, die alleen maar ‘waar’ lijken omdat ze voortdurend herhaald worden maar niet aan de werkelijkheid getoetst. Laten we het hier maar niet over de pandemie hebben. Iedereen praat elkaar en het journaal na over de gevaren van de delta-variant en de relevantie van incidentie-getallen. Het lijkt zo net of we echt iets weten, maar eigenlijk weet vrijwel niemand iets.

Gelukkig maar dat we die lulverhalen hebben, de ‘narratives’ waarmee we onszelf en onze medemens in slaap sussen.

[1] Helmut Schmidt moest indertijd overigens niets van ‘Visionen’ hebben: “Wer Visionen hat, soll zum Arzt gehen”, en hij had groot gelijk.

_____

 

Faked in Germany

‘Lieferkettengesetz’: How workers don’t profit and consultants do

On June 11, 2021, German Parliament voted in favour of a law that demands importers of consumer goods to secure human rights in their supply chains. The law comes on top of existing voluntary agreements and ‘soft law’, which apparently were too weak to to the job. Will this be remembered as a major achievement? Let’s start with a phantasy.

11th of June: Supply Chain Justice Day
Imagine: in the not too distant future, the 11th of June will be a national holiday in Vietnam, Bangladesh and a few other countries. Why? Because on this date in 2021, the German Bundestag passed the ‘Lieferkettengesetz’, a law that forcers importer of consumer goods to take care of human rights in their supply chain. It was a milestone on the road to respecting human rights in these exporting countries.

Sorry to say that this is extremely unlikely to happen, for one simple reason. It is based on a great number of wrong assumptions about the real world. Therefore the law is not going to improve anything substantial for these workers,

The road to hell is paved with good intentions

The only good thing about this law is its intention: improving human rights. Unfortunately the road to hell is paved with good intentions. The law rests on three very weak pillars: poor understanding of how supply chains work, ridiculous ideas on how real companies in the real world tick, and, last but not least, blindness to the lessons learned since the 1990s.

Clueless and blind

Clueless about supply chains

The law is apparently written by people who don’t have a clue about the real nature of supply chains and their complexity in the real world: not only are the company’s supply chains composed of hundreds or more suppliers. These suppliers engage many sub-suppliers or parallel suppliers. Supply chains may change with the speed of light. The way the word ‘Lieferkette’ as used in the legal text suggests a false impression of stability and simplicity that only occurs as an exception. The makers of the law have avoided the fundamental question whether controlling human rights issues from the importers side is a good idea at all. Of course it is not: if a producer has say 200 customers and all these 200 customers have to deal with human rights at a distance of 5000 km through their 200 supply chain management systems, it’s a waste of time. Production issues should ideally be dealt with at the production site, not at the 200 customers’ offices. It cannot be a model for the future.

Clueless about real companies

The law is written by people who seem to be even more clueless about how real companies work real time in the real world. The image the law text evokes is that of an old-fashioned slow working hierarchically organized government department, rather than the real type of nervous animal that operates on the interface of rapidly fluctuating consumer markets and volatile export markets for consumer goods. This lack of understanding can have seriously negative consequences. The law, for example, demands companies to create additional staff functions, management and information systems. Everybody with a bit of understanding of how real companies work, knows that the creation of staff functions for sustainability or human rights is a good model to side-track these issues and to de-couple them from real business. The ‘Lieferkettengesetz’ contains a lot of reporting obligations on different issues. Interestingly, they are all on an annual basis and should be kept for many years, similarly to financial records for tax purposes. It is questionable how helpful annual reports are in a business that ticks in time-scales of weeks, days and hours.

Blind to lessons learned

The law appears to be blind to the lessons learned since the 1990s, when companies were forced by NGOs and consumer organizations to take influence on their suppliers. Many large retailers and brand owners have built up considerable experience since then, in cooperation with standard owners, certification organisation and auditors (SA 8000, BSCI/Amfori, ETI, etc.). On the basis of strong efforts, modest results have been reached, but the fundamental flaws of the model – in the 1990s the only option available – are becoming increasingly visible. Too many suppliers appear to be in endless processes of continuous improvement without actually improving, too many players in the supply chain manage to remain invisible. Real supply chains change more rapidly than auditing reports manage to report. Audits can easily be circumvented and results falsified. Beautiful audit reports are at best an indication of the company’s interest in the issue, rather than a hard proof that their suppliers are OK. More than often, the reports fake responsibility for the companies.

Because of these deficiencies, there is a urgent need for a different model: which assists producers to manage themselves on the basis of local self-interest, local expertise and local management systems and to reduce the importers’ role. Increasing the dose of a medicine that does not work well is not always a good idea. That is what the German law suggests, however.

The resulting mess

On the basis of this collection of unbelievable stupidities, the Germans have passed a law:

  • that is written by people who care more about popular prejudice and politically attractive slogans than about the real world;
  • that creates tons of paper/gigabytes without creating sufficient incentives for real pragmatic action on the working floor;
  • that most likely will not bring any noticeable improvement to workers in exporting countries;
  • that effectively blocks progress towards more effective ways to improve human rights in the producing countries;
  • that helps institutionalize a model that has already reached its practical limits and is overdue to be replaced by more effective ways of securing human rights;
  • that is so problematic in its enforcement that it will lead to an endless agenda of updates, corrections, the creation of new management tasks, management information systems and the like;
  • that is a goldmine for all those consultants who are not interested in real improvements in human rights in the real world but like to create instruments to gather terabytes of data on parameters nobody really understands.

Accepted and rejected for the wrong reasons

Why the hell was this law, if it is so problematic, accepted at all? The answer is not too difficult: because major stakeholders profit more than they lose.

Against for the wrong reasons

Of course, there was huge resistance in the business world, but not all companies were against. On the one hand, the traditional conservative German associations BDI and BDA were strongly against, but clearly for the wrong reasons. Their main complaint was about costs for industry, especially in the post-Covid era. This is a bullshit argument. Human rights are important and may cost a Euro. If you are against this law, you can be only for one reason: it does not contribute too much to human rights.

In favour for the wrong reasons

Another part of German industry, especially the companies that had implemented compliance standards like BSCI/Amfori in their supply chains were (of course) in favour of the law. The law demands them to do what they have been doing for the last 20 years, not too much more. It creates a business advantage vis-à-vis companies that haven’t started yet. So they agree on the law, but for the wrong reasons. They do not agree because it helps secure human rights in the producing countries. They agree because it makes them stronger competitors.

There is no need to explain why the usual suspects such as the NGOs and consumer organisations were and are in favour. The do not have any interest in questioning the idea that retailers and brands in Germany can and should made responsible for crimes against human rights in third world countries. But again, it is the wrong reason to agree. Independently of the interests one serves, the only valid reason to honestly agree on this law can be that is furthers human rights in the exporting world. This stupid law most likely will not.

What next?

It will take some time before relevant people and organizations discover that this law won’t do what it is intended to do: helping workers in countries that produce mass consumer goods for us. There is a real risk that, before that,  this nonsense will be exported to the EU level. Good  news for IT consultants and those who want to sell needlessly complex systems for solving badly defined problems. But sooner or later we will be able to remove the thick layers of impenetrable words and see the reality on the work floor. But long before this time, importers of mass consumer goods and their governments should re-think their strategies for securing human rights in the exporting countries.

 

_________

Eindelijk natuur!

Beleidshallucinaties

Wie deze blogs wel vaker leest, weet waar ik het over heb. In 2018 schreef ik over het gesprek tussen de gemeente Teylingen en het Adviesbureau Arcadis. Dit bureau was voortgekomen uit de Heidemij, beroemd van het in cultuur brengen van woeste gronden. Het bureau vond het daarom een goed idee iets met de gebiedjes van Teylingen te doen (ik citeer):

“… … Het leuke is dat ons bureau Arcadis is voortgekomen uit de Heidemij. De Heidemij was ooit kampioen vernielen van natuurgebieden. Woeste gronden heetten ze vroeger. We doen te weinig met dat verleden. Hebben jullie daar bij Warmond nog wat woeste gronden voor ons? Dan kunnen we die, bouwend op een rijke traditie, naar de donder helpen!”

Een evaluatiegesprek

Het bureau kreeg de opdracht en heeft deze inmiddels uitgevoerd. Onlangs vond er op het gemeentehuis van Teylingen een evaluatiesessie plaats. Teylingen werd daarbij vertegenwoordigd door de heer Van de Water en het adviesbureau door de projectleider de heer Frits Beuker.

Blauwborstje op de Strengen (2017)

Van de Water: “goede morgen Frits! Lang niet gezien. Hoe gaat het ermee? ”

Beuker: “uitstekend! Net promotie gekregen en een nieuwe auto kunnen kopen, moet je hem zien?”

VdW: “Nee laten we maar meteen tot de kern van de zaak komen. Ik wil het met jouw over de Strengen hebben, dat jullie hebben ontwikkeld voor ons. Mijn belangrijkste probleem van toen is inmiddels opgelost. Die bak met geld heb ik mooi kunnen uitgeven, en met een schitterend resultaat! Ik ben onder de indruk. Jullie hebben het schitterend verwoest! Jullie zijn deze Heidemij-traditie nog niet verleerd.

FB. “Ja, we hebben zwaar materiaal ingezet van de firma Wagenbergen, een bedrijf dat ooit beroemd geworden in Dubai. Graven, dat kunnen ze! Wat een lawaai! Door halfzachte natuurfanaten op geitenwollen sokken werd er geklaagd dat de vogels massaal naar Koudenhoorn en verder vluchtten. Maar die begrepen niets van natuurontwikkeling.”

 

Schitterend verwoest!

Beginnen met verwoesting

VdW: “Dat is hier intern ook vaak een probleem. Vooral de ouderen zitten nog helemaal vastgeroest in het concept “natuurbescherming”. Maar dat is zo negentientachtig  of bijna negentienzeventig. Totaal uit de tijd! Effectieve natuurontwikkeling is gebaat bij een schone lei of, plat gezegd, ‘verwoesting’. Je moet altijd beginnen bij het nulpunt en dan ontwikkelen, ontwikkelen, ontwikkelen.

En wij, als ambtelijke organisatie: wij willen successen behalen. Onder leiding van McKinsey hebben wij een “continuous improvement strategy” ontwikkeld. Wat mensen wel eens vergeten, is dat “continuous improvement” pas echt aantrekkelijk wordt als er niets meer is. Daarom waren wij zo blij met jullie plannen en de inzet van zware machines. Hadden we de blauwborstjes niet effectief uit het gebied verdreven, dan zouden we die straks niet als biodiversiteits-succes kunnen opnemen in komende evaluaties. We verwachten de blauwborstjes weer in 2022 of 2023.”

Strengen: een schone lei

FB: “Het was best een ingewikkelde puzzel met al die belangen aan tafel. Je had de hondenbezitters, de natuurliefhebbers, de zwemmers, de fietsers, de mensen met  bewegingsbeperkingen…. Ik vind dat we dat best knap opgelost hebben.”

VdW: “Vinden wij ook. Vroeger was het veel te simpel: hondenverbod in de broedtijd. Dan is iedereen altijd ontevreden: hondenbezitters dat ze er vaak helemaal niet mogen komen, natuurliefhebbers dat de honden hun vogeltjes opjagen, zwemmers die hondendrollen tegenkomen. Nu hebben we een veel evenwichtigere oplossing, gekozen op basis van een verfijnde multi-stakeholder belangen- en cultuurscan. Heeft wel wat euro’s gekost, maar … ”

Schitterende hekken

FB: Technisch was het best ingewikkeld, maar nu hebben we een echt natuurgebied (honden verboden), een gebied met enige natuurwaarden (honden aan de lijn), een zwemgebied (honden verboden) en een prachtige hondenspeelweide met zwemmogelijkheden voor honden, niet voor mensen. Er was één probleem: de verbindingen zo aanleggen dat honden, zwemmers, rolstoelen en fietsers hun strandjes en speelweiden konden bereiken zonder de natuur te verstoren. Met de oplossing ben ik echt in mijn nopjes. Ik heb een broer die hekken aanlegt.

Trójstyk Granic (Polen/Rusland/Litouwen)

Hij heeft vroeger bij de grens tussen BRD en DDR gewerkt, maar die business is sinds 1990 voorbij. Hij was maar wat blij met het contract voor zeven km hek. Niet te geloven, zeven km op zo’n piepklein eilandje. Hier en daar lopen natuurpaden en hondenpaden parallel met zo’n mooi hek ertussen. Het geheel lijkt nu een beetje op de grens tussen Polen en de Russische enclave van Kaliningrad maar er zijn niet veel mensen die daarheen gaan om het te bekijken. Hier kan je het gewoon in de provincie Zuid-Holland zien.

Strengen: honden – geen honden

Ongewenste natuuronwikkeling

VdW: Wij als opdrachtgever zijn dik tevreden. Wel hebben we nog één, vrij ernstig, probleem. De natuur ontwikkelt zich niet beleidsconform, hij ontstaat zomaar op de verkeerde plek. Ik zal u een voorbeeld geven. De ijsvogels hebben zich onlangs massaal gevestigd aan de oever van het honden-zwemstrand, een gebied dat wij niet voor de natuur hadden gereserveerd. Wat moeten we daarmee? Als we deze oever voor honden afsluiten, zijn de vogeltjeskijkers tevreden, maar hebben we oorlog met de hondenbezitters. Bovendien is het niet onze fout, maar …… ”

FB: “Wij kunnen ons goed voorstellen, dat u met die weinig beleidsconforme natuur in uw maag zit. Zullen wij eens een slim natuuronwikkelingbijsturingsplan in overleg met belangrijke stakeholders op de rails gaan zetten??”

VdW: Dank voor het aanbod. Maar helaas, het geld dat we van de provincie voor natuurontwikkeling  hadden gekregen, is op. Ik ben bang dat de natuur het een keer zelf moet gaan doen.

___

 

P.S. Er zijn twee dingen die op waarheid gebaseerd zijn. Verantwoordelijk voor de natuurontwikkeling op de Strengen is de gemeente Teylingen en Arcadis heeft een rol gespeeld in de vorming van de plannen. De rest is fantasie.

P.S.2. De ontwikkelingen op de Strengen zijn best interessant en ik volg ze met belangstelling. Ik denk niet dat alle ontwikkelingen nodig waren, maar ik zie zeker ook positieve gevolgen, afgezien van die malle hekken.... Zie ook een recente blog over de Strengen.

Oeps!

Bij de fysio

Het was zo’n tien jaar geleden. Ik was weer eens bij de fysiotherapeut voor een of andere klacht. In de regel schreef zij oefeningen (met mooie namen als “de plank” en “de stofzuiger”) voor die geen enkel direct effect sorteerden, maar op een of andere manier wel ergens iets verbeterden. De klacht ging later ongemerkt vanzelf weg, zonder oefeningen. Daar zat ik dan weer tegenover de juf. Om iets te weten te komen van de achtergrond van mijn rugklachten, vroeg zij op indringende toon: hoe oud is jullie matras eigenlijk? Ik gaf een antwoord dat zo schokkend was dat ik het hier zeker niet herhaal. Mijn fysiotherapeut sputterde wat onduidelijke zinnen uit met woorden als “onverantwoord”, “had in die tijd al drie keer vervangen moeten zijn” en “kan je daar echt nog op liggen?”. Zij trok bleek weg. Ik vond dat ik iets moest doen, nu ik haar zo overstuur had gemaakt. “Zal ik een kopje koffie voor u zetten? Suiker en melk? Koekje erbij?”. “Nee”, zei ze, “het gaat wel weer over. Dit is niet de eerste keer dat me zoiets overkomt. Ik heb veel patiënten met Alzheimer en wat die zeggen ….”. Verder kwam ze niet. Ik moest maar weer eens op handen en knieën gaan staan en dan mijn linker knie naar mijn neus bewegen, of zoiets. Meestal snapte ik niets van zulke instructies. Ook deze keer niet.

Proefliggen bij Ikea

Niet lang daarna lagen Petra en ik naast elkaar bij Ikea op proefbedden met proefmatrassen, sommige hard, sommige zacht en sommige instelbaar voor twee aparte slapers. De vraag was ook nog of we er niet meteen een breder bed bij zouden kopen. Al gauw ontstond het idee het nu eens echt goed te doen, niet alleen een goed matras maar een super professioneel bed van meerdere duizend euro’s. Kortom, er ontstonden nu zoveel fantastische opties dat de besluitvorming heel ingewikkeld werd. We kochten uiteindelijk maar niets. Het probleem bleef op de agenda staan.

Inmiddels begon het bejaarde matras onvriendelijke trekjes te vertonen als licht uitstekende stalen veren waar je een beetje omheen moest gaan liggen. Tijd om de aankoop van een nieuw matras nu echt boven op de agenda te plaatsen.

Corona-tijden: de bestelling

Zo gezegd, zo gedaan, maar het waren nu ‘Corona-tijden’, geen mogelijkheid om even gezellig virussen te gaan in- en uitademen in de showroom van Ikea of een of andere beddengigant. Na wat internet-research vond Petra uit dat het door de Consumentenbond als best geteste matras een systematisch slechte beoordeling had bij consumenten, maar dat er een goed getest en bij de slapers in de smaak vallend alternatief was: een matras dat ontwikkeld was door een aantal slimme Delftse ingenieurs, dat heel veel mogelijkheden bezat om het harder en zachter te maken door het verwisselen en omkeren van de samenstellende schuimlagen, en dat je tot na 100 nachten proefslapen mocht terugsturen zonder extra kosten. Even naar de website van dit innovatieve bedrijfje, mobiele telefoon met ING-app bij de hand en gewoon een matras voor ons bestaande bed besteld. Het was niet goedkoop, maar er zaten toch geen risico’s aan.

Een minuut na de internetbestelling kwam er een e-mail, waaruit bleek dat het echt een leuk bedrijfje was dat door die slimme techneuten was opgezet. Er werd gevraagd om de bestelling en de factuur goed te bestuderen, met de waarschuwing daarbij dat het wel om slaapverwekkende materie ging. Haha! De levering zou wel tien dagen kunnen duren, werd ons medegedeeld.

Slapeloze nachten

Twee dagen later stond een vrachtauto van een ons onbekend transportbedrijf voor de deur en leverde een vrij kleine maar loodzware doos af. Met z’n twee sleepten we de doos naar de slaapkamer. Daarin zat onder hoge druk gecomprimeerd het opgerolde matras. Je moest alleen maar de plastic zak openknippen en toen begon het gevaarte zich vol te zuigen met lucht. Oude matras aan de kant, het nieuwe op het bed en beddengoed erop, klaar! Om half elf gingen we naar bed. Het matras voelde wel wat vreemd aan, maar het zou wel wennen. Na twintig minuten verliet ik het bed. Ik kon niet slapen, vooral door de productiechemicaliën die uit de schuimstoffen uitdampten. Ik ben in het logeerkamertjes gaan slapen. De volgende ochtend trof ik Petra naast het bed aan, op een oud matras aan met rood doorlopen ogen en geïrriteerde neus en keel. Zij had het een uur volgehouden. Ik was behoorlijk geïrriteerd. Waarom zeggen ze het er niet bij? Waarom zit er helemaal geen bijsluiter in het pak met instructies voor het in gebruik nemen?

Oeps!

Ik schreef aan het gezellige bedrijfje maar eens een e-mail met onze onaangename ervaringen en het verzoek om de ontbrekende bijsluiter. De volgende dag kwam er antwoord, persoonlijk gericht aan “Ha, Reinier…”. De tekst was van een Hollandse botheid, waar ik in andere landen wel eens naar terug verlang: “Ja, dat klopt. Er zitten nog chemicaliën in. Dat komt omdat de matras recht uit de fabriek komt. Is na twee dagen wel weer over.” Geen enkele poging tot excuses voor het ongemak. Wel zeiden ze de gebruiksaanwijzing bij te sluiten. Die zat er niet bij. Die zat in een tweede e-mail, met de vriendelijke tekst: “Oeps vergeten, Reinier. Hier is die dan.”

De uitwaseming van de kwalijke dampen duurde wel wat langer dan 48 uur. We hebben nog enige nachten naast ons bed geslapen, maar we zijn nu overgestapt. Misschien zou ik mijn fysiotherapeut een berichtje moeten sturen. Maar ik denk niet dat ze zich ons gesprek van tien jaar gelden nog herinnert.

 

(Ge)bed zonder end……

Hier zou het verhaal kunnen eindigen met een zin als: en ze sliepen nog lang en gelukkig. Nee dus. De dampen waren weg, maar ik vond het bed vooral te warm en ik vond het zich te goed aan mijn lichaam aanpassen. Soms leek het of ik in een kom met lauw brooddeeg lag. Ik wilde er weer vanaf. Petra vond het steeds prettiger liggen. Toch brachten we een bezoek aan Beter Bed, waar de eigenwijze verkoper beweerde dat matrassen helemaal niet te warm konden zijn en daarbij  gewoon de informatie van hun eigen website tegensprak. Wel was hij bereid ons het allerduurste matras aan te smeren. Geen ruilmogelijkheid. Dan maar een Ikea-matras kopen en thuis iotproberen. Daarna konden we één van de matrassen terugsturen.

 Proefliggen bij Ikea 2

Nederland zag er weer uit of Corona al uitgeroeid was. Duizenden mensen stroomden weer naar de meubelpleinen, tuincentra en Ikea. Daar lagen we dan weer op de verschillende pocketverenmatrassen met leuke Zweedse namen. Het werd de Hokkåsen, een matras met een extra laag stalen veren en uitgekiend schuim. Thuis bestelde ik het op de computer.  Het kon gebracht worden met een vrachtwagen, twee tarieven: tot de voordeur of in de slaapkamer. Omdat ook dit matras in een handige rol zou worden geleverd, koos ik voor de voordeur.

Een paar dagen later stond de vrachtwagen voor de deur. Het was even schrikken: geen handig rolletje maar een ontilbaar matras dat je zelfs met twee mensen moeilijk de trap op krijgt. Ik vroeg de twee vriendelijke Spaans sprekende transportmedewerkers of ze het toch niet even wilden doen. Nee, het stond niet op de opdrachtbrief. Toch wilden ze het tegen betaling wel even doen: “geef maar wat je hart je zegt”, zeiden ze. Ik zocht en vond een briefje van 20 euro. Matras 2 stond op de kamer, waar we het, wijs geworden van eerdere ervaringen, vier dagen lieten staan.

Slapeloze nacht 2

Daarna was het tijd om het uit te proberen. Petra ging eerst naar bed en hield het iets meer dan twee uur uit. Ze vond het verschrikkelijk hard en kon nauwelijks slapen. Zij vluchtte naar de logeerkamer. Toen ging ik naar bed, naar het nieuwe matras.  Bij Ikea dacht ik nog dat dit de juiste opvolger van ons vorige pocketverenmatras zou zijn, maar nu duurde het uren voor ik kon slapen. Het was of mijn botten door mijn huid staken. Overal deed het pijn. Nog vijf keer werd ik wakker. Gebroken stond ik de volgende ochtend op. Nee, dit onding moest weg. Zo snel mogelijk.

Lees de voorwaarden!

Dan maar de gezellige chatfunctie van de Ikea-website aangeklikt. Een computer vraagt vriendelijk: “wat kan ik voor je doen?”. Vele klikken later komt er een echte medewerkster, Cora, online, aan wie ik het probleem mocht uitleggen. Eerste reactie: “U kunt het terugsturen als het in de ongeopende verpakking zit.” Ik reageer verbijsterd. “Hoe kan ik een ongeopend matras dan uitproberen?”. Reactie: “U mag wel een ander matras kopen en dan nemen wij dit geopende exemplaar terug.” Wat een gezijk! Ik zoek op de Ikea-website het goedkoopste foam-matras. Dat zal ik dan bestellen, om het vervolgens op Marktplaats te zetten. “Zullen we dit meteen even regelen?”. “Nee ik moet even met mijn vrouw overleggen”.

Dat deed ik en een paar uur later ben ik weer gezellig aan het chatten met Freek aan wie ik alles opnieuw moest uitleggen, de vorige chat was onvindbaar. Dat was maar goed ook, want Freek kende de strenge voorwaarden niet en regelde een retourzending zonder dat ik een nieuw model moest kopen. De volgende dag stond er weer een vrachtwagen voor de deur. Nee, ze hadden geen opdracht om het van boven te halen. Een paar euro’s deden wonderen. Vijf minuten later reed matras 2 de straat uit. Wij slapen sindsdien met nog meer plezier op het -iets te warme – matras 1.

 

____