Het langste concert

Iers Gaelic

Gaeltacht bij Teelin

In Ierland wonen vijf miljoen mensen. In de Ierse grondwet staat dat Iers (het Ierse Gaelic) de eerste officiële taal is. Ook in de Europese Unie is Iers een van de erkende talen.  Jammer alleen dat hooguit 25.000 mensen, een half procent, deze taal goed kunnen spreken. Deze mensen wonen in de officieel erkende Iers sprekende gebieden, Gaeltacht, die zich vooral in het uiterste Westen bevinden, zoals Donegal, Mayo, Galway en Kerry. Een gebiedje met nog relatief veel Iers sprekende mensen bevindt zich bij Teelin aan de Donegal Bay. Ook het plaatsje Kilcar maakt deel uit van deze Gaeltacht. Volgens Wikipedia wonen in deze plaats met vier kroegen, een katholieke kerk en twee textielfabrieken 258 mensen.

Festival

 

Als wij in het Derrylehan-hostel verblijven, is het in Kilcar, een paar kilometer daarvandaan, feest. Het is daar vaak feest, het ene festival na het andere met muziek- en dansworkshops, concerten, ‘crossroad dance’ en een speciale ‘heritage day’. Op vrijdag 10 augustus vallen wij met de neus in de boter. Voor en in het gebouw van de openbare bibliotheek (onderdeel van de Áislann Chill Charta – Kilcar cultural centre) zijn er allerlei spullen te koop en worden verschillende ambachten gedemonstreerd zoals het maken van touw van rietstengels of iets dergelijks. Een paar jonge fiddelaars spelen buiten een van die eentonige Ierse deuntjes. In het door vrijwilligers gerunde café is er koffie en taart. Het hele dorp zit hier. Wij zijn de enige toeristen. Na lang wachten krijgen we onze taart en maken een praatje met vriendelijke ‘locals’.  We kopen ook nog een CD met opnamen van een lokale muzikant, die we later in de vuilnisbak gooien, zo vals klonk de viool. Daarna doen we inkopen in de supermarkt en gaan terug naar ons hostel.

Closing Concert

Wij zijn al bekend
RM3_9203.jpg
Kilcar

Op zaterdag wordt het festival met een groots concert afgesloten. Om kwart over zeven wandelen wij van het hostel naar de ‘parish hall’. Als we daar om acht uur aankomen, is het al behoorlijk druk aan het worden. Wij worden begroet door bekenden uit het cultureel café van de vorige dag. Wij zijn hier al bekend. Wij zijn die toeristen die op vrijdag taart gegeten hebben. We veroveren een mooie plek, niet te dichtbij maar ook niet te ver van het podium. Veel aanwezigen behoren duidelijk tot de artiesten. Dat zie je aan hun mooie jurken, dure schoenen en blote ruggen.

Commemorating Cunningham

Het is een heel bijzonder concert: “Closing Concert – Commemorating  the Music of Peter and Teresa Cunningham”. Deze inmiddels overleden Peter en Teresa waren belangrijk voor het culturele en vooral muzikale leven van het dorp Kilcar en plaatselijk waren zij beroemdheden. Het hele concert draait om mooie herinneringen aan deze inspirerende mensen en er zijn optredens door familie van de Cunninghams, vrienden van de familie en familie van vrienden.

Indrukwekkende ballades, aangrijpende fiddle-muziek

Het programma wordt geïntroduceerd door een Iers (en gelukkig ook Engels) pratende ceremoniemeester die op het laatst ook nog iets mag spelen. Het wordt een bonte aaneenschakeling van allerlei soorten muziek. Interessant zijn vooral de in het Ierse Gaelic  gezongen onbegeleide ballades. Geen woord van te verstaan, maar wel indrukwekkend. Dan is er nog een heel lang verhaal, een ‘optelverhaal’ waarbij in elke herhaling een zin werd toegevoegd. Waar het over gaat, begrijpen we niet, want het is in het Iers. De zaal moet wel heel hard lachen. Heel mooi is dan een langzaam duo van twee fiddlers, een droevig lied over een schipbreuk. Aangrijpende melodie, heel zuiver en beheerst gespeeld. Maar dan volgen er weer vals gezongen en slecht begeleide country-melodieën. Eén familielid van de Cunnigham clan speelt zelfs een Chopin-sonate op een elektrische piano. Je maakt wat mee in Ierland.

Kauwgompianiste

Na de pauze gaat het nog meer dan een uur door met  af en toe een mooie ballade, dan weer een vreselijk country- of popnummer. Dan is er een band van meisjes (met de blote ruggen). Opvallend in de schijnwerpers is het meisje dat uitgebreid kauwgom kauwt terwijl ze ongeïnspireerd haar pianopartij afraffelt. Een virtuoze mondharmonicaspeler maakt daarna weer veel goed. Het om half negen begonnen concert is vlak voor twaalven achter de rug. We lopen nog even naar een van de vier kroegen. Daar staan aan de bar en aan de tafels vlakbij ons de Gaelic zingende dames, de virtuoze  mondharmonicaspeler en de kauwgompianiste. Terwijl we nog aan onze Guinness zitten, bestel ik een taxi. Die is er veel te snel. Niet veel later zijn we terug in ons hostel.

Voor meer indrukwekkende muziekervaringen tijdens de vakantie zie ook Wanklanken in de Provence.

Meer blogs over onze Ierse vakantie 2018

Zeventig!

Jarig

Vandaag, 12 september 2018, ben ik 70 geworden. Nu is 70 ook maar een getal en betekent niet zo gek veel behalve dat ik alweer iets ouder ben dan 60 of 65.

Geleidelijk gepensioneerd

Tussen mijn 65e en nu ben ik stap voor stap iets meer het leven van een gepensioneerde gaan leiden. Eigenlijk was ik dat niet van echt plan, want in mijn werk deed bijna nooit iets wat ik niet leuk vond. Ik dacht: waarom zou ik nu onbetaald vrijwilligerswerk gaan doen, terwijl ik nog steeds goed betaald plezier maak in mijn advieswerk? Toch nam het geleidelijk af: klanten werden ouder, thema’s werden minder actueel en tenslotte werd ik minder financieel afhankelijk: huis afbetaald, vrouw met een baan, bescheiden pensioen en wat spaargeld.

Deze blog: voortaan mijn enige website

Ik ben nog steeds in voor een adviesklus en vooral voor meedenken met anderen om dingen op te zetten. De grote projecten met eigen management-verantwoordelijkheid zijn nu wel voorbij. Om die reden sloot ik 5 jaar geleden mijn kantoor in de binnenstad van Leiden. Op 12 september heb ik mijn zakelijke website gesloten. Hij blijft beschikbaar als archief, maar hij wordt nooit meer geactualiseerd.

Vanaf heden is deze blogsite mijn website. Daar schrijf  ik over alles wat mij interesseert. Er is geen scheiding meer tussen werk en vrije tijd, tussen ernst en satire en ook niet altijd meer tussen fantasie en werkelijkheid.

Leiden, 12 september 2018

 

Naar (Noord) Ierland

Eerste poging mislukt

Oorspronkelijk zouden wij op maandag 16 juli naar Dublin vliegen en dan een rondreis maken via Donegal, Connemara en County Clare met een paar nachten in Dublin als besluit. Het heeft niet zo mogen zijn. Petra brak haar pols op de donderdag voor de vakantie en werd geopereerd op de dinsdag daarna. Door dit ongeluk en door familieomstandigheden moesten wij de geplande vakantie afzeggen.

Toch naar Ierland

Begin augustus zijn we dan toch nog naar Ierland gegaan. Twee weken naar uitsluitend het Noorden, zowel naar de Republiek (Donegal) als naar het Britse Noord Ierland. Ik had rustige plekken geboekt (B&B’s en hostels) die ik grotendeels al kende. Geen enkele verrassing. Ik wist wat we konden verwachten: vriendelijk mensen, mooie uitzichten over de zee en genoeg pubs voor een pint Guinness of fish & chips. We hadden een auto gehuurd. Ik was de enige chauffeur, want Petra’s pols moest nog herstellen. We zijn een heel aantal dagen in hostels verbleven, waar we zelf konden koken. Ik was de enige kok. Zelfde verhaal.

Voor foto’s zie mijn foto-site.

Een paar verhaaltjes

Een paar anekdotes die de sfeer van de vakantie goed samenvatten.

  • Shaun en Frank
    Een blog over twee heel verschillende hostels en hun heel verschillende bazen.
  • Twee  keer zeeziek [in voorbereiding]
    Over mooie boottochtjes op een zee die ook als het niet waait nogal onrustig kan zijn.
  • Het langste concert
    Over een heel bijzonder concert ter nagedachtenis aan plaatselijk wereldberoemde musici.
  • Weerzien [in voorbereiding]
    Vijf jaar na onze avonturen op de Orkneys
  • Derry en Belfast [in voorbereiding]
    Ellende uit een recent verleden.

 

Shaun en Frank

Hostels

Wij houden van hostels. Dat wil niet zeggen dat hostels alleen maar leuk of aangenaam zijn. Je moet ook tegen onvermijdelijke verschrikkingen opgewassen zijn. Om met dat laatste maar te beginnen: stel je voor een slecht onderhouden badkamer (lekkende leidingen, rottende plinten, bij de douche een slecht werkend elektrisch boilertje) met in de hoek een WC en voor de WC een matje van een ondefinieerbare textielsoort, totaal versleten en goor. Welkom in Berneray hostel, een van de meest idyllische hostels van Schotland, gelegen op de Outer Hebrides.

IMG_6494.JPG
Berneray hostel

Het bestaat uit twee eeuwenoude traditionele gebouwtjes: een meter dikke muren van natuursteen met mooie rieten daken. Het wordt beheerd door de Gatliff Foundation. Dat beheren bestaat vooral uit het ophangen van briefjes waarop staat dat alle gasten alles zelf moeten doen, inclusief het schoonmaken, wat dus meestal niet gebeurt. Ik ben er twee keer geweest: in 2014 met Petra, reizend met openbaar vervoer over de Hebriden; in 2017 op de fiets tijdens een grote rondrit door Noord en West Schotland. Het is niet alleen een fantastische plek, maar je komt hier allerlei interessante mensen tegen. Ik heb goede herinneringen aan lekker koken in de herbergkeuken, gesprekken bij de open haard (waarboven de kleren te drogen hingen) en groepsspelletjes met alle gasten. Om een mogelijk misverstand uit de weg te ruimen: zulke herbergen zijn geen jeugdherbergen, ook al worden ze soms nog wel zo genoemd. Ik ben er wandelaars van 80 tegengekomen, fietsers tussen de 20 en de 75 en hele gezinnen. Ik sprak er met een manager die zich tot toneelspeler had laten omscholen, met een gespecialiseerde Engelse doedelzakbouwer, met een vrijwel onverstaanbare Franse leraar Engels en met vage jongeren, die zelf nog niet zo goed wisten wat ze deden. Als je over voldoende weerstand tegen badkamer-bacteriën beschikt, is het hier echt de moeite waard.

Ierse hostels

Maar ik heb het hier niet over Schotland, maar over Ierland. Ik had goede herinneringen aan hostels die ik tijdens eerdere tochten door Ierland had bezocht. Het lukt gelukkig om op korte termijn hier ook dit jaar nog een aantal overnachtingen in privé-kamers te boeken. Beide hostels bevinden zich in het Zuidwesten van de provincie Donegal en bevinden zich hemelsbreed maar op 11 km van elkaar. Toch lijken deze hostels (en vooral hun eigenaren Shaun en Frank) in niets op elkaar.

Shaun

2013: A Pot of Tea

Ik ontmoette Shaun McCloskey voor het eerst op 11 juli 2013. Ik kwam die dag met de fiets uit Dungloe via Ardara, 71 km door de heuvels. In Ardara ging ik nog even naar Nancy’s pub, waar ik al tijdens mijn eerste Ierse reis in 1975 was geweest.

Shaun McCloskey
Shaun McCloskey (https://helpstay.com/stays/farm-hand#overview)

In Nancy’s sloeg ik twee cola achterover en praatte nog even met de barman, de zoon van Margaret, die in 1975 achter de bar stond. Ik schreef in mijn dagboekje: “De weg naar Derrylehan is pittig: Glengesh-pas . Alleen maar lopen. Het is heet, zo’n 27°C. Na de pas gaat het voornamelijk naar beneden. Om 19:15 bij het hostel. Vriendelijke man (Shaun) zet een pot thee voor me. In tijden niet zo van thee genoten.”

2018

Wij komen dit jaar van Arranmore. Vanaf Dungloe is het precies dezelfde route als in 2013, maar nu comfortabel met een Honda Jazz over de Glengesh-pas. Af en toe terugschakelen en gas geven, dat is alles. Als we bij het hostel aankomen, herken ik het vriendelijke gezicht van Shaun en ik geloof dat hij zich ook mij herinnert. Shaun is (nog steeds) een energieke en vriendelijke man met gevoel voor humor. Hij maakt meestal een vrolijke indruk en moet vaak hard lachen, ook om wat hij zelf zegt.

Ongedwongen chaos

Hij wijst ons een prachtige kamer met eigen badkamer. Dan gaan we naar de keuken en koken een eenvoudige maaltijd. Het was mij de vorige keer niet zo opgevallen, maar wat is het een chaos! Er staan drie grote gasfornuizen, waarvan de helft van de pitten nauwelijks werkt. Er zijn grote hoeveelheden slechte pannen met kromgetrokken bodems.

RM3_9201.jpg

Er is ook een grote verzameling broodroosters en waterkokers.   Maar ook een wasmachine, wasdroger en een elektrische frietpan ontbreken niet. Voor de gasten staan tientallen messen, vorken, lepels, blikopeners, borden, kopjes en kommetjes ter beschikking. Er is een hele kast vol theepotten en zeker vier soorten koffiezetapparaten. Zoals gebruikelijk in zulke hostels, kan je ook je eigen spullen in kasten en koelkasten opbergen. Om de eigenaar van spullen aan te geven zijn er merkstiften, die het natuurlijk geen van alle echt doen. En dan is er een aantal kastjes waarop “private” staat, de eigen kastjes van de eigenaar, die we niet mogen gebruiken. Op verschillende kastjes staan grappige teksten zoals “wie ontbijt op bed wil hebben, moet in de keuken gaan slapen”. Ergens in een hoek liggen grote stapels folders over toeristische attracties, concerten en dergelijke. Er zijn zoveel exemplaren van dezelfde (waarschijnlijk gedeeltelijk verouderde) folders dat de dikke stapels half omgevallen over diverse stoelen en tafels verspreid liggen. Dit alles straalt in ieder geval een ongedwongen sfeer uit.

Dansen tussen de fornuizen

Op maandag kook ik wat uitgebreider dan meestal in dit soort hostels. Er zijn in principe pannen en pitten genoeg. Het wordt rundvlees met champignons en broccoli met kaassaus. Normaal gesproken is dat geen probleem, maar wie tijdens mijn kookpogingen in de keuken was geweest, had mij horen vloeken, zuchten en heen en weer springen tussen een drietal fornuizen, terwijl dan weer de vlammen te warm waren, dan weer uitgingen, terwijl pannen omvielen waarbij olie in de vlam verbrandde, enzovoort. Het resultaat kon er nog wel mee door.

Wonen in je eigen hostel

Als we ‘s ochtends in de keuken zijn om te ontbijten, komt daar opeens Shaun in zijn kamerjas uit de badkamer. Blijkbaar woont Shaun in zijn eigen hostel. Zoiets heb ik nog niet eerder meegemaakt: een hostel-eigenaar die in zijn eigen hostel woont. Vandaar ook die kastjes met “private” erop. Het is ons niet helemaal duidelijk hoe de verhoudingen liggen, maar Shaun ontbijt en dineert elke dag met een Duitse vrouw die ook in het hostel verblijft samen met een jongere Duitse vrouw (haar dochter?) die af en toe in het kantoortje werkt en de keuken schoonmaakt. Op een bepaald moment vertrekt de Duitse vrouw weer, waarschijnlijk naar Duitsland. We komen er niet achter hoe het zit. Later horen we van Frank, de eigenaar van het volgende hostel, dat Shaun bezig is een huis te verbouwen. Dat zou kunnen verklaren dat hij tijdelijk in zijn eigen hostel woonde.

 

Frank

RM3_9211.jpg
Slieve League

Na vijf nachten in het hostel van Derrylehan verhuisden wij naar Malinbeg. Derrylehan ligt iets ten Zuiden van de gigantische cliffs van Slieve League, Malinbeg net iets ten Noorden.

2016: There is more to life than Facebook

Marketingmythe Ierland

In 2016 nam ik deel aan een bijeenkomst voor managers over duurzame landbouw in Dublin en een excursie naar een Ierse vleesboer. Het bezoek aan deze boer was voor mij een teleurstelling. Erg duurzaam leek het allemaal niet. Het idyllische Ierse platteland – gelukkige boeren met gelukkige koeien in de ongerepte natuur – leek een mooie marketingmythe te zijn (zie ook mijn blog uit 2016). Het werd mij ook tijdens deze excursie weer duidelijk dat managers nog niet over de meest elementaire kennis beschikken om te kunnen begrijpen wat ze zien. Geen enkele manager zag dat er bij de boerderij geen andere vogels dan een paar spreeuwen en kraaien te zien waren. De leuterverhalen over ‘duurzame ontwikkeling’ gingen erin als koek. Ik was blij dat ik nog een paar dagen voor mezelf had.

Aan het einde van de wereld

De volgende dag reed ik, via een tussenstop in Monaghan, met een huurautootje naar Donegal, waar ik een kamer had gereserveerd in het hostel van Malinbeg, niet ver van Glencolmcille. Ik kwam daar in de vroege middag van 14 april aan en moest nog even wachten totdat ik naar binnen mocht.

DSC_9814_47.jpg
Malinbeg hostel

Ik wandelde vlakbij het schitterend gelegen hostel langs de kust door weiden vol schapen, met uitzicht op de zee waar Jan van Genten vlogen. Ik was meteen verliefd op deze plek aan het einde van de wereld. Toen ik weer bij het hostel was, wees de eigenaar, Frank, mij mijn eenvoudige kamer en liet de keuken en de gerieflijke lounge zien: mooie banken, een open haardvuur en op de schoorsteenmantel de spreuk “There is more to life than Facebook”.

Dat was niet zomaar een spreuk, maar een uiting van Franks diepe afkeer van de dominante internet- en wifi-cultuur. In Malinbeg hostel is er daarom geen Wifi en het bevindt zich buiten het bereik van mobiele telefoon. Ik had het er helemaal naar mijn zin. Dit was een plek waar je eindelijk onbereikbaar kon zijn. Waar kan dat nog?

Depressing countryside
RM3_9398.jpg
“Beautiful? … I don’t see it.”

De volgende dag maakte ik een autotochtje in de omgeving. Ik kon moeilijk lopen, omdat ik in Dublin met grote vaart tegen een lantaarnpaal was gelopen toen ik naar een taxi probeerde te wuiven. Ik ben toen hard gevallen met als gevolg een pijnlijk  been en een gescheurd pak. Gelukkig kon ik nog wel autorijden. Ik heb een grote voorliefde voor plaatsen aan het einde van de wereld zoals het hostel in Malinbeg of het verlaten dorpje An Port ten Noordoosten van Glencolmcille. Ik reed naar het einde van de weg. Een klein haventje, een woeste rotskust met schuimende golven, een kiezelstrand, wind en meeuwen. Ik was enthousiast dat ik deze idiote plek aan mijn verzameling van onmogelijke plekken kon toevoegen. Enthousiast vertelde ik mijn ontdekking aan Frank. Maar Frank werd er niet warm of koud van. “Do you think Port is beautiful? I don’t see it. I rather find it a depressing place. I do not like it at all.” Ik vroeg mij af of hij het meende of dat het een soort humor was die ik nog niet helemaal begreep.

2018: Hotel People

RM2_0075_15.jpg
Malinbeg – de zitkamer

Iets meer dan twee jaar later komen Petra en ik weer in Malinbeg aan. Het is er nog steeds even mooi. Frank leidt ons naar een schitterende tweepersoonskamer met eigen WC en douche. “The bridal suite”, zegt hij. Na de overweldigende chaos van Derrylehan, is de lounge van Malinbeg een verademing. Hier heersen orde en vooral rust. Het bordje “There is more to life than facebook” staat nog op de schoorsteenmantel. Iets later maakt Frank het vuur aan. Af en toe krijg je de indruk dat Frank een oude zeurpiet geworden is, maar dat valt allemaal wel mee. Achter zijn gemopper zit een fijn gevoel voor humor. Er komen nieuwe gasten binnen. Zij vragen aan Frank waarom er geen handdoeken op de kamers hangen. Frank begint te klagen over de grote toeloop van “hotel people”, mensen die gewend zijn aan bed & breakfasts en hotels. “These hotel people don’t know anymore what a hostel is and more or less try to force us to become a hotel.  They expect us to provide towels or even to make breakfast, but they hardly use the hostel kitchen anymore, …. …Terrible, terrible, these hotel people”. Als de nieuwe gasten nog een keer zeuren, zorgt Frank toch voor handdoeken. Gratis. In de mooie lounge praten we over van alles, niet alleen met andere gasten en Frank, maar ook met een van zijn schoondochters, die hier op vakantie is. Frank vertelt over zijn reizen naar het buitenland. Hij gaat graag naar New York. Als ik vraag of hij het daar naar zijn zin heeft, zegt hij: “I like it very much in New York. It has one great advantage: there are no sheep! No sheep: fantastic!”.

DSC_9804_45.jpg
Not in New York!

 

 

 

 

 

Fietsen in Polen

Rust

Toen ik op 12 juni 2018 in de trein van Amsterdam naar Leiden zat, vroeg een oudere dame met enige bezorgdheid in haar stem: “Is het niet eenzaam zo alleen op de fiets door Polen?”.

P1000523.jpg

Ik gaf een eerlijk antwoord. “Ja, ik ben wel veel alleen geweest, maar zoveel aanleg voor eenzaamheid heb ik niet. Het is vooral erg rustig. Dagen lang gebeurt er bijna niets. Je ziet alleen het boerenland, de ooievaars, de bossen, de kerken en hier en daar een winkeltje, voordat je dan na zeven of acht uur fietsen in de late middag of vroege avond bij je gereserveerde ‘Agroturystyczna’ (Bed & Breakfast bij een boerderij) of hotel aankomt en dan, als je geluk hebt vijf minuten met de gastvrouw of -heer een praatje maakt over het weer of zoiets.

P1000658.jpg

Tijdens de rit word ik rustig. Elke dag gaat mijn mentale tempo omlaag. Ik denk en voel langzamer. Sommige mensen geven heel veel geld uit om naar een klooster in Frankrijk te gaan waar je niet mag praten. Voor bijna geen geld fiets ik in Polen, waar ik alleen maar in mezelf kan praten, maar dat verveelt gauw.”

Een lange tocht

Op 26 mei kwam ik per trein in Bydgoszcz aan en begon de volgende dag aan mijn fietstocht. De eerste dagen langs de rivier de Wisła naar het Noordoosten en vervolgens langs de noordgrens van Polen vlak onder Kaliningrad en Litouwen naar het Oosten totdat ik vlakbij Wit-Rusland was.

Polen2018.png

Vandaar naar het Zuiden en het Zuidwesten naar Warschau. Alles bij elkaar 1111 km met een gemiddelde snelheid van niet meer dan 12,5 km per uur, zo’n acht uur per dag fietsen.

Mooi weer, vogels en af en toe mensen

Een letterlijk verslag zou heel saai zijn, zoals de meeste vakantieverslagen van de meeste mensen onleesbaar saai zijn, honderden regels achter elkaar zoals:

P1000311.jpg

“En toen ging ik proviand kopen in winkeltje X, zag ooievaars in dorp Y, reed langs rivier Z om tenslotte bij hotel H aan te komen.”

Ik kan volstaan met de volgende feiten.

Het weer was elke dag uitstekend, vrij warm zelfs. De zon scheen van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. De fietspaden waren uitstekend tot onbegaanbaar. Er was nauwelijks verkeer. Er waren veel zangvogels in de bomen en struiken, waarvan ik echter de namen niet weet. Dan waren er overal ooievaars, hier en daar een kraanvogel, een rode wouw of een kiekendief.

P1000316.jpg

Ik sprak behalve met de mensen van de overnachtingsgelegenheden en de mensen in de winkels bijna met niemand, af en toe een beetje elementair Pools en vaak in eenvoudig Engels of Duits.

Verbonden met de wereld

Alles was overal goedkoop. Voor meer dan zeventien Euro heb ik nooit gegeten en de hotels waren niet duurder dan €32 per nacht. Overal was goed mobiel internet zodat ik het Wereldnieuws kon blijven volgen.

P1000292.jpg
Podwiesk – een Pools dorp

Op mijn telefoon las ik het interessante boek van Steven Pinker (The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined) dat mij nog eens overtuigde van de onzin van romantische ideeën over de terugkeer naar het beschermde leven in de beperkte kring van familie en dorp, dit tegen de achtergrond van Poolse dorpen waarin het leven zeker geen pretje moet zijn.

Ik heb een paar verhaaltjes opgeschreven over ervaringen en gedachten tijdens deze tocht.

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70