Een mooie relatie

Wij zijn net een weekje op Texel geweest. Mooi huisje, mooi weer, mooie duinen, stranden, wadden en natuurlijk veel vogels. Op de woensdagmiddag gingen de terrassen sinds maandenlange sluiting weer open, maar verder kwam het toeristisch vertier nog niet op gang.

Er zijn mensen die opscheppen met hun lijst van 80 vogelsoorten op één dag. Dat doe ik niet en ik mag het ook niet, want ik kom meestal niet ver boven de 50.  Die ene zwarte zeekoet, die zie ik wel weer veel mooier in Schotland of Noorwegen. Texel is voor mij vooral de combinatie van wind, water, zand en grote zwermen trekvogels: duizenden wulpen, rosse grutto’s, zilverplevieren en rotganzen. Het is de waddendijk: de eiders op de Waddenzee, plasjes met grote sterns en kluten achter de dijk, en op de dijk vooral dat ene kleine vogeltje dat van schaap naar schaap vliegt, de gele kwikstaart.

Vlakbij ons huisje op het terrein van Prins Hendrik liep ik in april regelmatig even de dijk op om die ongelooflijk gele beestjes te bekijken. Ik liep steeds meteen door naar de plek waar de boer de schapen voor die dag had neergezet, want eigenlijk waren ze bijna alleen maar daar, vrolijk vliegend en hippend tussen de wollige beesten.  Ik vroeg mij af waar toch die liefde tussen die twee wel heel verschillende dieren vandaan komt en ik vond al gauw het antwoord. Eenvoudig gezegd: schapen houden even weinig van kwikstaarten als kwikstaarten van schapen. De liefde werkt via veelvuldig aanwezige tussenpersonen, de strontvliegen. Schapen verspreiden stront. Vliegen komen op de stront af en kwikstaarten houden van vliegen. In het Duits heet de gele kwikstaart ‘Schafstelze’ en in Nederland schijnen de namen ‘koevinkje’ en ‘akkermannetje’ gebruikt te worden, wat er op duidt, dat strontvliegen op koemest net zo lekker zijn.

____________

Collega-vogelaar Arthur Staal was in dezelfde  periode op Texel als wij. Hier van hem een leuk verslag.

Voor een foto-album van ons laatste Texel-bezoek, zie deze pagina (wachtwoord vereist).

_____

Naar de Strengen – een vogelmiddag

Daar loop ik dan als leider van een mini-excursie naar de Strengen met in mijn kielzog Peet, Esther en Joop van de vogelwerkgroep. Even later zal zich Renée (plaatselijke vogel- en fotografie-enthousiasteling uit de Merenwijk) bij ons aansluiten. Ik heb wel enig recht van spreken hier, want ik woon hier sinds 1992, bijna 30 jaar.

De grootste verandering was hier rond 1995 toen het laatste restje Broek- en Simontjespolder aan de nieuwe golfbaan van Dekker werd opgeofferd, hetgeen onze toenmalige Buurman Bert tot de retorische vraag verleidde: “Ik weet niet wie stommer zijn, de koeien van nu of de golfers van straks?”. Nog stommer waren natuurlijk de bestuurders van toen die niet inzagen dat zo’n prachtig oud weidegebied had moeten worden behouden. Dan hadden we nu een andere wandeling gemaakt.

De laatste 25 jaar is er eigenlijk tot voor kort niet zo veel veranderd, totdat een groots plan voor herinrichting van het gebied ‘Kagerzoom’ (ik wist niet eens dat ik daar woonde) gelanceerd werd, inclusief rumoerige inspraakbijeenkomsten, waar bleek dat de steun voor de deels krankzinnige Teylingse plannen bij de Leidse Merenwijkbewoners onder het nulpunt was gedaald. Tenslotte ging er gelukkig heel veel niet door. Wel werden de Strengen en Tengnagel sterk onderhanden genomen. We gaan er vandaag eens een kijkje nemen.

Vanaf onze woning aan de Rivierforel lopen we linksom een stukje langs de golfbaan. Het is voorjaar en dat hoor je. Ter linkerzijde van het pad horen en zien we heel veel zwartkoppen, wellicht een tuinfluiter, heggemus, winterkoninkje, een paar puttertjes, fitissen en tjiftjaffen. Ter rechterzijde hoor je af en toe de scherpe tik van een golfbal die gelanceerd wordt.  Ettelijke zangvogels verder komen we bij de Groote Sloot, het water tussen de Merenwijk en Koudenhoorn. Er zwemmen wat futen en meerkoeten. Aan de overkant in Koudenhoorn horen en zien we ook van alles. Een bestemming voor de volgende excursie.

Tenslotte komen we bij de mooi Broekdijkmolen en iets verderop bij het bruggetje naar de Strengen. Hier zijn we getuige van de grote veranderingen die onlangs hebben plaatsgevonden. Wij slaan na de brug het pad links in. Niet zo lang geleden was er rechts van het pad een heerlijk wild bos van allerlei wilgen en struiken, totdat de bulldozers bijna alles met de grond gelijk maakten en er verschillende plasjes uitgroeven.

Als trotse kers op de natuuronwikkelingstaart prijkt hier nu een peperduur vogelkijkscherm dat op de plasjes uitkijkt. Niet ver daarvandaan staat een nieuw informatiebord dat de prachtige vogels vermeldt  die je hier kunt zien, inclusief blauwborstjes, spechten en eendensoorten. Tot voor kort waren die er allemaal, maar na het werk van de bulldozers is het even wachten totdat ze er weer zijn. Gelukkig hebben we nu een informatiebord waar ze op staan. Door de kijkgaten van het vogelkijkscherm hebben we voorlopig uitzicht op een woestijn met kleine meertjes. Eén grauwe gans dobbert er op het water. Het is een beginnetje.

Aan de linkerzijde van het pad kijk je op een klein baaitje (ongewijzigd in de plannen)  waar regelmatig ijsvogels en krooneenden te zien zijn. We hebben geen geluk. Misschien zitten ze op Koudenhoorn, een paar honderd meter verder. Wel wemelt het er van uitbundig zingend fitissen, zwartkoppen meer fraais. Joop wijst ons op een soort olievlek op het water. Het is geen olie, maar een natuurlijke verontreiniging van een bacterie die zich in ijzerhoudende bodem thuis voelt. Alweer iets geleerd. Op het volgende stuk horen we onmiskenbaar een Cetti’s zanger en we zien hem ook wegvliegen. Ik doe geen poging om hem te fotograferen.

Tenslotte komen we bij het strandje aan het Joppe. We moeten eerst door een hek, want hier mogen wél honden lopen. We wandelen een stukje langs de Joppe-kust, moeten nog een keer om een hek heen klimmen (we verlaten de honden-zone). Daar zou ergens een ijsvogelnest zitten. We zien geen ijsvogels. Misschien waait het gewoon te hard.

Toegang tot de Tengnagel, met het nieuwe verhoogde pad
Het nieuwe plasje op de Tengnagel

Niet veel verder bevindt zich het toegangshek van de Tengnagel een lange strook land die tussen het Joppe en de Zijl is blijven liggen bij het uitgraven  van de Zwanburger polder in de vroege jaren 1970. Deze strook is flink onderhanden genomen en waarschijnlijk met een positief resultaat. Het was altijd al een leuk gebiedje met mooie vogels als tapuiten en kwikstaarten op het land en andere vogels in het Joppe, zoals doodaarsjes en bijzondere eenden.

De grootste verandering is dat er nu plasjes zijn gegraven – mijn buurman op de Rivierforel noemde ze denigrerend muggenkwekerijen – waar heel veel steltlopers en rietvogels zich thuis zullen voelen. Maar het zal nog even duren.

Wij lopen een stukje de strook op. Eerst zien we een aantal witte kwikstaarten maar daarna ook gele. Wat zijn die beesten geel! In de buurt van de nieuwe plasjes zitten een paar kleine plevieren met duidelijk ringetjes om hun ogen.

Kleine plevier

Het zijn dus geen bontbekken. Niet minder mooi zijn de scholeksters. Helemaal vrolijk word ik van de visdiefjes, die ik voor het eerst dit jaar zie. Met die visdiefjes en de gele kwikstaarten lijkt het ineens echt voorjaar te zijn geworden. De tapuit – die er wel moet zitten – zien we deze keer niet. Esther vindt het te koud – er waait een frisse vrij harde wind uit het Noorden – en gaat naar huis. Renée zijn we onderweg kwijtgeraakt, maar zij had nog andere verplichtingen.

Visdiefjes bij de Tengnagel

Wij sluiten onze mooie tocht af met het pad ter rechterzijde van de Strengen, vrijwel onaangetast door het geweld van de natuurontwikkeling. Het is er prachtig. Aan de rechterzijde ligt een prachtig bos met veel water en omgevallen bomen. Ter linkerzijde (vol gegroeid met vooral groot hoefblad) ligt de Zijl. Terwijl de zangvogels ongedisciplineerd door elkaar heen zingen, gaat er af een toe een dagpauwoog op het pad zitten. Even zien we een bonte specht lang een tak omhoog klimmen.

We lopen naar (mijn) huis. Ik vond het leuk ‘mijn’ gebiedje te kunnen laten zien, dat gedeeltelijk ondanks en gedeeltelijk dankzij de nieuwe ontwikkelingen nog steeds erg leuk is.

____

Eerdere blogs/pagina’s van mijn hand die hier iets mee te maken hebben

Zwartkoppen, spechten en Cetti’s op Koudenhoorn

Alweer naar Koudenhoorn

Het is druk deze week. Gisteren ging de wekker om half zeven omdat ik naar de garage moest om zomerbanden te laten monteren. Wel wat voorbarig, want ik moest eerst het ijs van de voorruit wegkrabben voordat ik weg kon rijden. Vandaag gaat hij alweer om half zeven: op pad met Arthur Staal naar Koudenhoorn. Het is en blijft een van mijn lievelingsgebiedjes.

Bonte specht

Het is eigenlijk op een steenworp van de Merenwijk, maar ik moet even via Warmond erheen fietsen. Als ik via restaurant Coazy (nog steeds gesloten wegens Corona) naar de ingang van het stiltegebied fiets, zie ik al een man achter zijn Canon-telelens aan lopen. Goede morgen Arthur! Eerder gingen we hier op 9 november samen op stap, en daarna ben ik er nog talloze malen geweest, vooral om naar de ijsvogels te kijken. Na de korte vorstperiode van begin februari, zag ik ze niet vaak meer. Misschien hadden ze het niet allemaal overleefd. Maar nu is het een heel ander jaargetijde, wel koud voor de tijd van het jaar, maar de zon schijnt regelmatig volop en de vogels zijn druk in de weer hun territorium te verdedigen en nesten voor te bereiden. In het bos van het stiltegebied is het een feest van vogelzang.

Door het bos langs het water

Wij lopen het pad door het bos in. Vlakbij de ingang is hier het hele jaar nooit een gebrek aan bonte spechten. Nu in het voorjaar zijn de zangvogels weer in opmars, vooral de zwartkoppen, die uitbundig zingen, maar ook tjiftjaffen, fitissen, vinken en groenlingen.

Natuurlijk dragen de winterkoninkjes (klein vogeltje, groot geluid), merels, zanglijsters en roodborstjes hun steentje bij aan het concert. Dat kan ook wel gezegd worden van de grauwe ganzen, die fortissimo hun wanklanken erdoorheen toeteren, zodat je de andere vogels af en toe niet hoort. Waar de grauwe ganzen zwemmen, waren onlangs nog krooneenden te zien en zat de ijsvogel op een wilgentakje boven het water. Nu niet. We moeten tevreden zijn met paarsblauw in de zon oplichtende kuifeenden en een enkele brandgans.

Zanglijster

Dit is een prachtige tijd voor vogelfotografie: veel vogels en weinig bladeren! Nu blijft het toch moeilijk om de snaveltjes en niet de takjes scherp te krijgen, maar oefening baart kunst.

Cetti’s,  Fitetti’s en Fitjafs

Je hoeft geen heel goede vogelaar te zijn om een Cetti’s zanger aan zijn geluid te herkennen. Er zijn weinig vogeltjes die zo’n luide en duidelijke korte zang hebben. Het is moeilijker om ze te zien en nog moeilijker om ze te fotograferen.

Arthur Staal op jacht

Waar het bospad overgaat in het pad rond het rietveld, horen we en zien we een paartje Cetti’s. Ze vliegen steeds al zingend even boven het riet uit om dan al fladderend weer in relatief lage regionen te landen, een gedrag dat aan de rietzanger doet denken. We staan er meer dan een half uur en maken nogal wat foto’s, waar soms helemaal niets op komt te staan. Cetti-fotografie is een lastige specialisatie, die niet veel mensen beheersen. Tenslotte heeft Arthur er wel een paar mooi vastgelegd. Die van mij lijken nergens op. Wel fotografeer ik fitissen, die ook tjiftjafs  konden zijn. Ik noem ze maar Fitjafs. Vol trots presenteert Arthur zijn Cetti’s zanger op de natuur-appgroep. Hij wordt niet geaccepteerd, maar tot fitis gedegradeerd. Arthur heeft dus een Fitetti. Mijn waardeloze Cetti’s lijken wel echt.

Vanaf Koudenhoorn kan je zo naar De Strengen kijken. Daar in een klein baaitje is de ijsvogel vaak te zien. Nu zien we daar het paartje krooneenden. Blijkbaar verhuist dit paartje vaak van Koudenhoorn naar Strengen en vice versa. We lopen verder tot het eind, waar het pad rond het rietveld een kleine lus maakt. Hier staan een paar prachtige oude wilgen. Daar in de buurt horen we een kleine karekiet en Arthur herkent het geluid van een rietgors. Nog even en het wemelt hier van kleine karekieten, rietzanger, rietgorzen, en – wie weet – blauwborstjes.

___________

 

 

Van grutto’s tot grutto’s

Vogels kijken in het Corona-jaar

Van grutto’s tot grutto’s

Op zaterdag 21 maart 2020 stond ik grutto’s te fotograferen in de Polders Poelgeest. Voor het eerst stonden de fotografen op gepaste afstand van elkaar en keken niet in elkaars camera’s of kijkers. Het virus, dat al voor de nodige problemen in China had gezorgd, was bij ons aangekomen. Op 8 maart waren we nog met de vogelwerkgroep naar het Leersumse veld geweest, maar dat zou heel lang gaan duren voordat zo’n uitspatting van uitbundig sociaal contact weer zou mogen.

Op 17 maart 2021 sta ik op dezelfde plek weer te fotograferen. Misschien fotografeer ik wel een paar van dezelfde grutto’s, waarvan er ook dit jaar een aantal een tussenstop tussen de flats van Poelgeest hebben gemaakt om vervolgens naar IJsland door te vliegen. Een jaar geleden kende ik het verschil tussen onze inheemse grutto (limosa) en de IJslandse variant nog niet.  Nu geniet ik extra van hun donkerrode kleuren die oplichten in het licht aan het einde van de winter.

De gebiedjes

Dit was het jaar van de kleine gebiedjes dichtbij huis. Verre reizen en excursies met veel deelnemers waren dit jaar geen optie. Omdat ik dit jaar pas echt met pensioen ben gegaan gegaan, kreeg ik wel veel meer tijd voor hobby’s. Naast muziek zijn dat vooral fotograferen, talen leren en genieten van de natuur. Lange buitenlandse fietstochten staan even in de wacht. Zoals miljoenen andere Nederlanders ben ik mijn directe omgeving veel intensiever gaan verkennen

In het Noorden van Leiden, vlakbij Warmond en Oegstgeest, is er geen gebrek aan interessante kleine gebiedjes. Vlakbij huis zijn dat het Park Merenwijk, de Strengen, Polders Poelgeest, Koudenhoorn en Huis te Warmont.

Polders Poelgeest is een goed voorbeeld van natuur zoals die in de Randstad tussen de flatgebouwen wordt aangelegd. Met wilde natuur ver van de menselijke beschaving heeft deze niets te maken. Waar elke vijf minuten een trein langs raast, staan in de zomer de lepelaars in de ondiepe plas te vissen, zwemmen pijlstaarten, winter- en zelfs zomertalingen en zingen kleine karekieten, blauwborstjes en rietgorzen. Visdiefjes duiken voortdurend in het water, terwijl de flatbewoners hun ramen moeten sluiten tegen het oorverdovende gekrijs van kokmeeuwen.

De laatste overblijfselen van de Zwanburger polder (zie ook elders op deze site), de Strengen (en Tengnagel) en Koudenhoorn zijn mijn lievelingsgebiedjes waar je naast allerlei rietvogels regelmatig ijsvogels kunt aantreffen. Wat er nog echt van de oorspronkelijke Zwanburger polder over is, kan je pas weer bereiken als het bootje weer mag varen. Dan is het een schitterend gebied voor weidevogels als grutto, kievit en scholekster.

Bij het huis te Warmont is van alles te zien, niet alleen vogels. In het voorjaar de schitterende kleuren van de rododendrons, in de herfst de prachtige paddenstoelen en het hele jaar door allerlei vogels, inclusief koperwieken, vuurgoudhaantjes en allerlei mezen. Ik heb ze nog nooit gezien, maar de dode bomen schijnen een woonplaats te zijn voor bijzondere vleermuizen.

Relatief recent voegde ik nog twee gebiedjes aan mijn lijst toe: de Munnikenpolder (of wat daarvan over is) bij Leiderdorp en de Boterhuispolder bij de uitvalweg van Leiden Noord naar de snelweg. Vooral het eerste gebiedje is erg interessant, vooral voor eenden, ondanks de grote nabijheid van de A4.

Ik bezocht deze gebieden heel vaak alleen, maar ook regelmatig met enthousiaste collega-vogelaars en -fotografen. Ik maakte  mooie wandelingen over Koudenhoorn met Arthur Staal (Zie ook de mooie website van Arthur Staal). Met Renée Schermervoest ging ik op de Strengen op ijsvogeljacht. Met Stan v.d. Laan keken we naar goudhaantjes op Koudenhoorn en naar mooie paddenstoelen bij Huis te Warmont. Arthur liet mij ‘zijn’ gebiedje, Duivenvoorde, zien en we gingen ook nog eens naar het Heempark Leiden en het vlak daarbij gelegen Landgoed Oud Poelgeest, waar we zelfs vuurgoudhaantjes konden fotograferen.

De gebieden

Hoe mooi die gebiedjes ook zijn, ze gaan mij zo langzamerhand vervelen. Niet alleen ken ik ze nu te goed, maar ze zijn ook te druk geworden. Want ik ben niet de enige Coronawandelaar. En sommige wandelaars kom ik ook erg vaak tegen. Daarom voelt het als een bevrijding, om eens naar ‘echte’, grotere gebieden te gaan. Nog één keer was er een onofficiële excursie van de vogelwerkgroep naar Voorne. Zie hiervoor een apart verslag.

De reis naar Normandië in onze zomervakantie was heel mooi, maar leverde niet zoveel ‘natuur’ op. Zie hiervoor de verschillende blogs te beginnen met ons bezoek aan Bergues.

Onze geplande reis naar onze zoon in Noorwegen – altijd goed voor mooie zeearenden en andere zeevogels – hebben we al twee keer moeten afzeggen door het Coronabeleid van dat land. In plaats daarvan zijn we wél twee keer naar de bossen en één keer naar de zee gegaan.

In Epe huurden we in de herfstvakantie een heel klein huisje. We maakten prachtige wandelingen door de bossen en door de hei. Geen opzienbarende waarnemingen, wel prachtige paddenstoelen in mooie bossen, waar de zwarte spechten zich toch niet lieten zien. In de kerstvakantie bezochten wij één van mijn absolute lievelingsgebieden, het Dwingelderveld en omgeving. Een mooier en stiller bos- en heidegebied is er niet in Nederland. Ondanks het beestachtige hebben we weer erg genoten, ook van het bezoek van onze kinderen.

In de voorjaarsvakantie volgde een bezoek aan het andere topgebied in Nederland: Texel. Vanuit het huurhuisje achter de Waddendijk kon je zo naar de Schorren lopen en daar vele duizenden vogels zien, waaronder wulpen en rosse grutto’s. Niet ver daarvandaan zaten duizenden rotganzen en honderden kluten. In de zee zwommen de eidereenden.

De seizoenen

Voorjaar

Het Coronajaar begon aan het eind van de winter, bijna in het voorjaar. Net zoals nu genoot ik van de grutto’s in de Polders Poelgeest. Het hoogtepunt in april waren wel de krooneenden die bij de Strengen verschenen. Niet veel later zwom er in de Polder Poelgeest een prachtige zomertaling. Overal liepen al snel de ganzenkuikens rond. De eerste grote dagvlinders, zoals dagpauwoog, waren vanaf half april te bewonderen. Op de Strengen verschenen de tapuiten, terwijl de kikkers uit hun schuilplaatsen waren gekomen. Met Petra genoot ik van de rododendrons die bij Huis te Warmont eind april de rododendrons in volle bloei stonden. Grote groepen Lepelaars vertoefden vanaf eind mei  in de Polders Poelgeest en stonden daar naast de grutto’s in het ondiepe water. Het leven in ‘mijn’ gebiedjes werd steeds uitbundiger en kleurrijker: karekieten, rietzangers, fitissen, prachtige vlinders en steeds meer hommels en bijen.

Zomer

Mijn zomer begon met een grauwe vliegenvanger op de Strengen. Regelmatig ging ik nog eens kijken naar de lepelaars in de polders Poelgeest, die driftig achter hun visjes of kreeftjes aan liepen. Een grappige manier van vissen.

Steeds meer vlinders, zoals koolwitjes en dagpauwogen, libellen, hommels, bijen en zweefvliegen, waarvan ik de naam niet weet. Ik bekwaamde mij in het fotograferen van zangvogels in het riet, waarbij vaak helaas het riet scherp in beeld kwam en de vogel vrijwel onzichtbaar bleef. In Frankrijk genoten Petra en ik van de rustige stranden, maar zagen geen bijzondere vogels, wel leuke schelpen en zeeslakken (zoals muiltjes). Toen we in Nederland terug waren, zaten er op de Strengen ijsvogels en de eerste pogingen ze te fotograferen lukten redelijk. Veel plezier beleefde ik aan de grote libellen, die ik met een telelens – en veel geduld – vastlegde. Inmiddels waren er veel distelvlinders verschenen en werd het herfst.

Herfst

Mijn ijsvogeljacht ging onverminderd door. Zie hieronder. Inmiddels waren er bulldozers op de Strengen verschenen. Waar een heerlijk ruig natuurgebiedje was ontstaan, werd nu door de ambtenaren en ingenieurs iets nieuws aangelegd met veel water en zo. Misschien wordt het wel mooi. Zie hiervoor mijn andere blog. In de verschillende App-groepen verschenen opgewonden berichten over de sneeuwgors, die zich in de Polders Poelgeest zou bevinden. Die moest ik ook zien en fotograferen.

Mooier dan de fotootjes van de sneeuwgors werden mijn composities met aalscholvers.  Zie ook mijn blog over vogelfoto’s.  Herfst is misschien het mooiste jaargetijde voor fotografie, vooral van de bomen in herfstkleuren en paddenstoelen, die ik in het Merenwijkpark en bij Huis te Warmont meerdere malen fotografeerde.

Als ik geluk had, kwam ik ook nog eens een groepje staartmezen tegen. Helemaal mooi waren de herfstkleuren in Epe eind oktober. Gedurende deze herfst heb ik veel koperwieken gezien, soms heel dichtbij huis bij de Merenwijk, soms in de verschillende gebiedjes bij Warmond. Hetzelfde geldt voor Puttertjes, die op verschillende plekken in grote groepen te zien waren. Zoals gebruikelijk rond deze tijd, verschenen op veel plaatsen weer smienten in grote hoeveelheden. Wat een mooie vogel is dat toch!

Winter

Onze winter begon in Dwingeloo. Afgezien van de wilde zwanen en de rietganzen op het boerenland niet ver van het dorp, die ik daar elk jaar zie, waren er geen bijzonderheden als kuifmezen of appelvinken deze keer, maar daar was het weer ook te slecht voor.

In januari zag ik weer regelmatig de ijsvogel op Koudenhoorn. Eind januari en begin februari begon het flink te vriezen, wat mooi plaatjes opleverde van ijsschotsen, ijspegels en vogels in de sneeuw en op het ijs. Voor de ijsvogel was dit geen goede tijd, maar ze schijnen het overleefd te hebben.

En toen was het, hoewel nog lang geen voorjaar, wel voorjaarsvakantie op Texel. Over de vele duizenden vogels boven het wad en achter de dijk heb ik hierboven al geschreven. Biomassaliteit puur! Begin maart verschenen er in de Polders Poelgeest mooie pijlstaarten en die zwommen tussen de eerste grutto’s door. Het baltsen van de futen was een teken dat het voorjaar snel zou komen. Zo ook het verschijnen van een grote hoeveelheid, deels IJslandse, grutto’s. Het jaar – het Coronajaar – was rond.

Opnieuw voorjaar

De Corona-ellende is nog niet voorbij. Maar daar trekken de vogels zich niets van aan. Opnieuw zitten er schitterende grutto’s in de polders Poelgeest. Het wachten is op lepelaars, zomertalingen en nog veel meer. De ganzen zijn zich al op de voortplanting aan het voorbereiden en maken een hels kabaal. Prachtige slobeenden en wintertalingen zwemmen en vliegen in de koel voorjaarszon.

IJsvogeljacht

De combinatie vogels kijken en fotograferen leverde mij dit jaar veel plezier en een paar mooie plaatjes op. De ijsvogels, eerst op de Strengen en later vooral op Koudenhoorn, waren wel het hoogtepunt. Op de Strengen stond ik af en toe samen met Renée op het verschijnen van de blauwe flits te wachten. Op Koudenhoorn deed ik met Arthur hetzelfde. Eén probleem: deze kleine vogeltjes zitten vaak te ver weg om goed met een telelens van 600 mm vast te leggen (zie ook deze pagina). Maar op Koudenhoorn lukte het soms om hem bij mooi weer op een tak tegenover een van de bankjes in het stiltegebied in de lens te krijgen.

IJsvogel (Koudenhoorn)

En de lijst?

Een echte vogelaar heeft een lijst. Ik heb geen lijst. Ik ben dus geen echte vogelaar. Maar als ik zo’n lijst zou hebben, zou er in dit Coronajaar wel een roze spreeuw op staan, die ik toevallig in de duinen bij Wassenaar zag, toen ik mij afvroeg waar al die andere vogelaars naar stonden te turen. Verder staan er geen echte zeldzaamheden op die lijst, wel leuke vogels zoals tapuiten, krooneenden, wilde zwanen en zomertalingen. Maar ik ben eerder onder de indruk van duizend rosse grutto’s dan van één roze spreeuw.

Wupen, rosse grutto’s, scholeksters (De Schorren, Texel)

____

Een jaartje wel …

Corona

We leven al een jaar met Corona. Er is al veel over geschreven, over geklaagd, over gefilosofeerd, onzinnige betogen over geschreven, oppervlakkige diepzinnigheden te berde gebracht, gelogen en nodeloos interessant gedaan. Ik doe er maar niet aan mee.

CVA

Ook precies een jaar geleden, tijdens een korte wandeling naar de Albert Heijn in Warmond, deden mijn benen niet meer wat ik wilde en had ik moeite op het wandelpad te blijven. Toen ik ook niet meer goed kon typen, heb ik mij laten onderzoeken in het ziekenhuis. Ik kwam daar met een doos pillen en de diagnose CVA – in de volksmond een attaque – vandaan. Ik had pech gehad met die CVA en ongelooflijk geluk dat hij zo licht was. De problemen vielen mee. Ik kon een tijd niet meer autorijden en de strijkstok van mijn viool deed niet meer echt wat ik wilde.

Muziekles als fysiotherapie

Ook zonder die CVA was het een bijzonder jaar geworden, maar deze gebeurtenis versnelde het een en ander. Na mijn CVA besloot ik in plaats van fysiotherapie heel intensief vioolles te nemen. Ik was al spontaan begonnen de oude Cevcik-oefeningen voor streek en streekindeling uit de kast te halen. Via skype ging het verder met wekelijkse vioollessen van Mimi Mitchell. Voorlopig speelde de linkerhand daarbij geen rol van betekenis. Tenslotte deden wij zoveel aan elementaire strijkstokbeheersing dat mijn streek tenslotte beter werd dan voor de schade aan mijn hersenen. Veel meer dan een half uur les ging eigenlijk niet. Ik kon alles vrij goed, maar ik werd er doodmoe van, waarschijnlijk omdat ik met grote voortvarendheid nieuwe hersenverbindingen aan het leggen was.

Telemann, fantasia no. 3 in f-klein

Hobby-tijd

Zo werd voor mij de Coronatijd tegelijkertijd een periode van herstel en van omschakeling naar een nieuw leven. Ik had een tijd lang de energie niet om veel te werken. Bovendien leverde Corona steeds meer beperkingen op voor bijeenkomsten en reizen. Ik werd met grote kracht het gepensioneerdenbestaan in gezogen en ik bood, eigenlijk tot mijn eigen verbazing, weinig weerstand.

Mijn leven ging steeds meer uit vrije tijd bestaan, gevuld met een redelijk aantal tijdrovende hobby’s. In de eerste plaats was en is dat muziek. De Skype-vioollessen werden gelukkig weer echte vioollessen. Elke week rijd ik voor vioolles naar Amsterdam op een neer. Ik geniet met volle teugen van fantasieën van Telemann voor viool-solo zonder bas. Hier en daar bijna onspeelbaar moeilijk, maar ongelooflijk mooi. Elke keer als ik een stapje verder kom, voelt het als een overwinning.

Natuur en fotografie

Mijn internationale fietstochten zijn, vooral ook door Corona, in de wacht gezet. Er staat zeker nog een derde fietstocht in Polen op het programma. Ik studeer elke dag via twee apps de Poolse taal en lees Harry Potter in het Pools. Het blijft een onmogelijk moeilijke taal, maar heel goed als je je hersencellen niet wil laten afsterven.

Naast muziek en taal is er nog de veldbiologie. Helaas gaan de excursies van de vogelwerkgroep van de KNNV Leiden al een tijd niet door en beperken zich de excursies tot af en toe met z’n tweeën ijsvogels gaan kijken en ook heel vaak alleen naar de vele gebiedjes in de omgeving. Dat is heel goed te combineren met fotograferen, hobby nummer vier. Mijn kasten puilen uit van gewone objectieven, macro-, tele- en groothoekobjectiven, statieven, crop- en full-frame- camera’s en mijn harde schijf staat vol met tienduizenden foto’s. Af en toe lukt er wel eens één.

Uit de hand gelopen hobby

Tja, wat moeten we zeggen over dit jaar? Natuurlijk heb ik (net zoals bijna ieder ander) veel gemist, maar daar ga ik niet te veel over klagen. Ik ga ook niet beweren dat ik er veel aan gehad heb of veel van geleerd. Veel mensen schijnen er behoefte aan te hebben alle ellende die hun overkomt zin te geven. Ik niet: shit is en blijft shit. Als er straks weer iets meer kan, zal ik vooral blij zijn weer te kunnen reizen en zwerven door rare landen. Het werk mis ik, afgezien van reizen naar interessante plekken en ontmoetingen met bijzondere mensen, helemaal niet. Dat is voorbij.

 

____