Van grutto’s tot grutto’s

Vogels kijken in het Corona-jaar

Van grutto’s tot grutto’s

Op zaterdag 21 maart 2020 stond ik grutto’s te fotograferen in de Polders Poelgeest. Voor het eerst stonden de fotografen op gepaste afstand van elkaar en keken niet in elkaars camera’s of kijkers. Het virus, dat al voor de nodige problemen in China had gezorgd, was bij ons aangekomen. Op 8 maart waren we nog met de vogelwerkgroep naar het Leersumse veld geweest, maar dat zou heel lang gaan duren voordat zo’n uitspatting van uitbundig sociaal contact weer zou mogen.

Op 17 maart 2021 sta ik op dezelfde plek weer te fotograferen. Misschien fotografeer ik wel een paar van dezelfde grutto’s, waarvan er ook dit jaar een aantal een tussenstop tussen de flats van Poelgeest hebben gemaakt om vervolgens naar IJsland door te vliegen. Een jaar geleden kende ik het verschil tussen onze inheemse grutto (limosa) en de IJslandse variant nog niet.  Nu geniet ik extra van hun donkerrode kleuren die oplichten in het licht aan het einde van de winter.

De gebiedjes

Dit was het jaar van de kleine gebiedjes dichtbij huis. Verre reizen en excursies met veel deelnemers waren dit jaar geen optie. Omdat ik dit jaar pas echt met pensioen ben gegaan gegaan, kreeg ik wel veel meer tijd voor hobby’s. Naast muziek zijn dat vooral fotograferen, talen leren en genieten van de natuur. Lange buitenlandse fietstochten staan even in de wacht. Zoals miljoenen andere Nederlanders ben ik mijn directe omgeving veel intensiever gaan verkennen

In het Noorden van Leiden, vlakbij Warmond en Oegstgeest, is er geen gebrek aan interessante kleine gebiedjes. Vlakbij huis zijn dat het Park Merenwijk, de Strengen, Polders Poelgeest, Koudenhoorn en Huis te Warmont.

Polders Poelgeest is een goed voorbeeld van natuur zoals die in de Randstad tussen de flatgebouwen wordt aangelegd. Met wilde natuur ver van de menselijke beschaving heeft deze niets te maken. Waar elke vijf minuten een trein langs raast, staan in de zomer de lepelaars in de ondiepe plas te vissen, zwemmen pijlstaarten, winter- en zelfs zomertalingen en zingen kleine karekieten, blauwborstjes en rietgorzen. Visdiefjes duiken voortdurend in het water, terwijl de flatbewoners hun ramen moeten sluiten tegen het oorverdovende gekrijs van kokmeeuwen.

De laatste overblijfselen van de Zwanburger polder (zie ook elders op deze site), de Strengen (en Tengnagel) en Koudenhoorn zijn mijn lievelingsgebiedjes waar je naast allerlei rietvogels regelmatig ijsvogels kunt aantreffen. Wat er nog echt van de oorspronkelijke Zwanburger polder over is, kan je pas weer bereiken als het bootje weer mag varen. Dan is het een schitterend gebied voor weidevogels als grutto, kievit en scholekster.

Bij het huis te Warmont is van alles te zien, niet alleen vogels. In het voorjaar de schitterende kleuren van de rododendrons, in de herfst de prachtige paddenstoelen en het hele jaar door allerlei vogels, inclusief koperwieken, vuurgoudhaantjes en allerlei mezen. Ik heb ze nog nooit gezien, maar de dode bomen schijnen een woonplaats te zijn voor bijzondere vleermuizen.

Relatief recent voegde ik nog twee gebiedjes aan mijn lijst toe: de Munnikenpolder (of wat daarvan over is) bij Leiderdorp en de Boterhuispolder bij de uitvalweg van Leiden Noord naar de snelweg. Vooral het eerste gebiedje is erg interessant, vooral voor eenden, ondanks de grote nabijheid van de A4.

Ik bezocht deze gebieden heel vaak alleen, maar ook regelmatig met enthousiaste collega-vogelaars en -fotografen. Ik maakte  mooie wandelingen over Koudenhoorn met Arthur Staal (Zie ook de mooie website van Arthur Staal). Met Renée Schermervoest ging ik op de Strengen op ijsvogeljacht. Met Stan v.d. Laan keken we naar goudhaantjes op Koudenhoorn en naar mooie paddenstoelen bij Huis te Warmont. Arthur liet mij ‘zijn’ gebiedje, Duivenvoorde, zien en we gingen ook nog eens naar het Heempark Leiden en het vlak daarbij gelegen Landgoed Oud Poelgeest, waar we zelfs vuurgoudhaantjes konden fotograferen.

De gebieden

Hoe mooi die gebiedjes ook zijn, ze gaan mij zo langzamerhand vervelen. Niet alleen ken ik ze nu te goed, maar ze zijn ook te druk geworden. Want ik ben niet de enige Coronawandelaar. En sommige wandelaars kom ik ook erg vaak tegen. Daarom voelt het als een bevrijding, om eens naar ‘echte’, grotere gebieden te gaan. Nog één keer was er een onofficiële excursie van de vogelwerkgroep naar Voorne. Zie hiervoor een apart verslag.

De reis naar Normandië in onze zomervakantie was heel mooi, maar leverde niet zoveel ‘natuur’ op. Zie hiervoor de verschillende blogs te beginnen met ons bezoek aan Bergues.

Onze geplande reis naar onze zoon in Noorwegen – altijd goed voor mooie zeearenden en andere zeevogels – hebben we al twee keer moeten afzeggen door het Coronabeleid van dat land. In plaats daarvan zijn we wél twee keer naar de bossen en één keer naar de zee gegaan.

In Epe huurden we in de herfstvakantie een heel klein huisje. We maakten prachtige wandelingen door de bossen en door de hei. Geen opzienbarende waarnemingen, wel prachtige paddenstoelen in mooie bossen, waar de zwarte spechten zich toch niet lieten zien. In de kerstvakantie bezochten wij één van mijn absolute lievelingsgebieden, het Dwingelderveld en omgeving. Een mooier en stiller bos- en heidegebied is er niet in Nederland. Ondanks het beestachtige hebben we weer erg genoten, ook van het bezoek van onze kinderen.

In de voorjaarsvakantie volgde een bezoek aan het andere topgebied in Nederland: Texel. Vanuit het huurhuisje achter de Waddendijk kon je zo naar de Schorren lopen en daar vele duizenden vogels zien, waaronder wulpen en rosse grutto’s. Niet ver daarvandaan zaten duizenden rotganzen en honderden kluten. In de zee zwommen de eidereenden.

De seizoenen

Voorjaar

Het Coronajaar begon aan het eind van de winter, bijna in het voorjaar. Net zoals nu genoot ik van de grutto’s in de Polders Poelgeest. Het hoogtepunt in april waren wel de krooneenden die bij de Strengen verschenen. Niet veel later zwom er in de Polder Poelgeest een prachtige zomertaling. Overal liepen al snel de ganzenkuikens rond. De eerste grote dagvlinders, zoals dagpauwoog, waren vanaf half april te bewonderen. Op de Strengen verschenen de tapuiten, terwijl de kikkers uit hun schuilplaatsen waren gekomen. Met Petra genoot ik van de rododendrons die bij Huis te Warmont eind april de rododendrons in volle bloei stonden. Grote groepen Lepelaars vertoefden vanaf eind mei  in de Polders Poelgeest en stonden daar naast de grutto’s in het ondiepe water. Het leven in ‘mijn’ gebiedjes werd steeds uitbundiger en kleurrijker: karekieten, rietzangers, fitissen, prachtige vlinders en steeds meer hommels en bijen.

Zomer

Mijn zomer begon met een grauwe vliegenvanger op de Strengen. Regelmatig ging ik nog eens kijken naar de lepelaars in de polders Poelgeest, die driftig achter hun visjes of kreeftjes aan liepen. Een grappige manier van vissen.

Steeds meer vlinders, zoals koolwitjes en dagpauwogen, libellen, hommels, bijen en zweefvliegen, waarvan ik de naam niet weet. Ik bekwaamde mij in het fotograferen van zangvogels in het riet, waarbij vaak helaas het riet scherp in beeld kwam en de vogel vrijwel onzichtbaar bleef. In Frankrijk genoten Petra en ik van de rustige stranden, maar zagen geen bijzondere vogels, wel leuke schelpen en zeeslakken (zoals muiltjes). Toen we in Nederland terug waren, zaten er op de Strengen ijsvogels en de eerste pogingen ze te fotograferen lukten redelijk. Veel plezier beleefde ik aan de grote libellen, die ik met een telelens – en veel geduld – vastlegde. Inmiddels waren er veel distelvlinders verschenen en werd het herfst.

Herfst

Mijn ijsvogeljacht ging onverminderd door. Zie hieronder. Inmiddels waren er bulldozers op de Strengen verschenen. Waar een heerlijk ruig natuurgebiedje was ontstaan, werd nu door de ambtenaren en ingenieurs iets nieuws aangelegd met veel water en zo. Misschien wordt het wel mooi. Zie hiervoor mijn andere blog. In de verschillende App-groepen verschenen opgewonden berichten over de sneeuwgors, die zich in de Polders Poelgeest zou bevinden. Die moest ik ook zien en fotograferen.

Mooier dan de fotootjes van de sneeuwgors werden mijn composities met aalscholvers.  Zie ook mijn blog over vogelfoto’s.  Herfst is misschien het mooiste jaargetijde voor fotografie, vooral van de bomen in herfstkleuren en paddenstoelen, die ik in het Merenwijkpark en bij Huis te Warmont meerdere malen fotografeerde.

Als ik geluk had, kwam ik ook nog eens een groepje staartmezen tegen. Helemaal mooi waren de herfstkleuren in Epe eind oktober. Gedurende deze herfst heb ik veel koperwieken gezien, soms heel dichtbij huis bij de Merenwijk, soms in de verschillende gebiedjes bij Warmond. Hetzelfde geldt voor Puttertjes, die op verschillende plekken in grote groepen te zien waren. Zoals gebruikelijk rond deze tijd, verschenen op veel plaatsen weer smienten in grote hoeveelheden. Wat een mooie vogel is dat toch!

Winter

Onze winter begon in Dwingeloo. Afgezien van de wilde zwanen en de rietganzen op het boerenland niet ver van het dorp, die ik daar elk jaar zie, waren er geen bijzonderheden als kuifmezen of appelvinken deze keer, maar daar was het weer ook te slecht voor.

In januari zag ik weer regelmatig de ijsvogel op Koudenhoorn. Eind januari en begin februari begon het flink te vriezen, wat mooi plaatjes opleverde van ijsschotsen, ijspegels en vogels in de sneeuw en op het ijs. Voor de ijsvogel was dit geen goede tijd, maar ze schijnen het overleefd te hebben.

En toen was het, hoewel nog lang geen voorjaar, wel voorjaarsvakantie op Texel. Over de vele duizenden vogels boven het wad en achter de dijk heb ik hierboven al geschreven. Biomassaliteit puur! Begin maart verschenen er in de Polders Poelgeest mooie pijlstaarten en die zwommen tussen de eerste grutto’s door. Het baltsen van de futen was een teken dat het voorjaar snel zou komen. Zo ook het verschijnen van een grote hoeveelheid, deels IJslandse, grutto’s. Het jaar – het Coronajaar – was rond.

Opnieuw voorjaar

De Corona-ellende is nog niet voorbij. Maar daar trekken de vogels zich niets van aan. Opnieuw zitten er schitterende grutto’s in de polders Poelgeest. Het wachten is op lepelaars, zomertalingen en nog veel meer. De ganzen zijn zich al op de voortplanting aan het voorbereiden en maken een hels kabaal. Prachtige slobeenden en wintertalingen zwemmen en vliegen in de koel voorjaarszon.

IJsvogeljacht

De combinatie vogels kijken en fotograferen leverde mij dit jaar veel plezier en een paar mooie plaatjes op. De ijsvogels, eerst op de Strengen en later vooral op Koudenhoorn, waren wel het hoogtepunt. Op de Strengen stond ik af en toe samen met Renée op het verschijnen van de blauwe flits te wachten. Op Koudenhoorn deed ik met Arthur hetzelfde. Eén probleem: deze kleine vogeltjes zitten vaak te ver weg om goed met een telelens van 600 mm vast te leggen (zie ook deze pagina). Maar op Koudenhoorn lukte het soms om hem bij mooi weer op een tak tegenover een van de bankjes in het stiltegebied in de lens te krijgen.

IJsvogel (Koudenhoorn)

En de lijst?

Een echte vogelaar heeft een lijst. Ik heb geen lijst. Ik ben dus geen echte vogelaar. Maar als ik zo’n lijst zou hebben, zou er in dit Coronajaar wel een roze spreeuw op staan, die ik toevallig in de duinen bij Wassenaar zag, toen ik mij afvroeg waar al die andere vogelaars naar stonden te turen. Verder staan er geen echte zeldzaamheden op die lijst, wel leuke vogels zoals tapuiten, krooneenden, wilde zwanen en zomertalingen. Maar ik ben eerder onder de indruk van duizend rosse grutto’s dan van één roze spreeuw.

Wupen, rosse grutto’s, scholeksters (De Schorren, Texel)

____

Een jaartje wel …

Corona

We leven al een jaar met Corona. Er is al veel over geschreven, over geklaagd, over gefilosofeerd, onzinnige betogen over geschreven, oppervlakkige diepzinnigheden te berde gebracht, gelogen en nodeloos interessant gedaan. Ik doe er maar niet aan mee.

CVA

Ook precies een jaar geleden, tijdens een korte wandeling naar de Albert Heijn in Warmond, deden mijn benen niet meer wat ik wilde en had ik moeite op het wandelpad te blijven. Toen ik ook niet meer goed kon typen, heb ik mij laten onderzoeken in het ziekenhuis. Ik kwam daar met een doos pillen en de diagnose CVA – in de volksmond een attaque – vandaan. Ik had pech gehad met die CVA en ongelooflijk geluk dat hij zo licht was. De problemen vielen mee. Ik kon een tijd niet meer autorijden en de strijkstok van mijn viool deed niet meer echt wat ik wilde.

Muziekles als fysiotherapie

Ook zonder die CVA was het een bijzonder jaar geworden, maar deze gebeurtenis versnelde het een en ander. Na mijn CVA besloot ik in plaats van fysiotherapie heel intensief vioolles te nemen. Ik was al spontaan begonnen de oude Cevcik-oefeningen voor streek en streekindeling uit de kast te halen. Via skype ging het verder met wekelijkse vioollessen van Mimi Mitchell. Voorlopig speelde de linkerhand daarbij geen rol van betekenis. Tenslotte deden wij zoveel aan elementaire strijkstokbeheersing dat mijn streek tenslotte beter werd dan voor de schade aan mijn hersenen. Veel meer dan een half uur les ging eigenlijk niet. Ik kon alles vrij goed, maar ik werd er doodmoe van, waarschijnlijk omdat ik met grote voortvarendheid nieuwe hersenverbindingen aan het leggen was.

Telemann, fantasia no. 3 in f-klein

Hobby-tijd

Zo werd voor mij de Coronatijd tegelijkertijd een periode van herstel en van omschakeling naar een nieuw leven. Ik had een tijd lang de energie niet om veel te werken. Bovendien leverde Corona steeds meer beperkingen op voor bijeenkomsten en reizen. Ik werd met grote kracht het gepensioneerdenbestaan in gezogen en ik bood, eigenlijk tot mijn eigen verbazing, weinig weerstand.

Mijn leven ging steeds meer uit vrije tijd bestaan, gevuld met een redelijk aantal tijdrovende hobby’s. In de eerste plaats was en is dat muziek. De Skype-vioollessen werden gelukkig weer echte vioollessen. Elke week rijd ik voor vioolles naar Amsterdam op een neer. Ik geniet met volle teugen van fantasieën van Telemann voor viool-solo zonder bas. Hier en daar bijna onspeelbaar moeilijk, maar ongelooflijk mooi. Elke keer als ik een stapje verder kom, voelt het als een overwinning.

Natuur en fotografie

Mijn internationale fietstochten zijn, vooral ook door Corona, in de wacht gezet. Er staat zeker nog een derde fietstocht in Polen op het programma. Ik studeer elke dag via twee apps de Poolse taal en lees Harry Potter in het Pools. Het blijft een onmogelijk moeilijke taal, maar heel goed als je je hersencellen niet wil laten afsterven.

Naast muziek en taal is er nog de veldbiologie. Helaas gaan de excursies van de vogelwerkgroep van de KNNV Leiden al een tijd niet door en beperken zich de excursies tot af en toe met z’n tweeën ijsvogels gaan kijken en ook heel vaak alleen naar de vele gebiedjes in de omgeving. Dat is heel goed te combineren met fotograferen, hobby nummer vier. Mijn kasten puilen uit van gewone objectieven, macro-, tele- en groothoekobjectiven, statieven, crop- en full-frame- camera’s en mijn harde schijf staat vol met tienduizenden foto’s. Af en toe lukt er wel eens één.

Uit de hand gelopen hobby

Tja, wat moeten we zeggen over dit jaar? Natuurlijk heb ik (net zoals bijna ieder ander) veel gemist, maar daar ga ik niet te veel over klagen. Ik ga ook niet beweren dat ik er veel aan gehad heb of veel van geleerd. Veel mensen schijnen er behoefte aan te hebben alle ellende die hun overkomt zin te geven. Ik niet: shit is en blijft shit. Als er straks weer iets meer kan, zal ik vooral blij zijn weer te kunnen reizen en zwerven door rare landen. Het werk mis ik, afgezien van reizen naar interessante plekken en ontmoetingen met bijzondere mensen, helemaal niet. Dat is voorbij.

 

____

Aalscholvers fotograferen

De dirigent van het Joppe

Aalscholvers op Koudenhoorn

Niet ver van de ingang naar het stiltegebied op Koudenhoorn zitten er altijd een aantal aalscholvers op palen en op boeien, die daar een drijvende afzetting op het water van het Joppe vormen. De aalscholver is een merkwaardige vogel, die, nadat hij achter de vissen aan is gedoken, zijn vleugels moet laten drogen. Dat levert fotogenieke plaatjes op. De onderstaande foto uit 2020 vond ik erg geslaagd.

De dirigent van het Joppe (dank aan Renée voor deze naam)

Spelen met compositie

Ik ben de laatste tijd heel bewust bezig met compositie van foto’s: met verschillende beeldverhoudingen, kleuren, lijnen en figuren. Ik ben maar weer eens naar de aalscholverplek gegaan om met verschillende mogelijkheden te spelen, want ik had het gevoel dat er meer te doen was met deze drie elementen: aalscholver(s), boei(en) en paal/palen.  Hierbij (voor wie het leuk vindt) een verslagje van het spelen en een paar resultaten.

Met de rug naar elkaar

Ik begon maar eens mer foto’s van twee aalscholvers. Mijn eerste idee was dat ik extra spanning aan het beeld te kunnen geven door ze naar buiten te laten kijken, zoals op de volgende prent. Je kunt er van alles bij denken, bijvoorbeeld aan een echtelijke ruzie. Maar je kunt je ook afvragen wat zij buiten het beeld voor interessants zien.

Huwelijksproblemen?

Heel anders wordt het als je er één uit het beeld laat zwemmen en de andere in het midden op de paal zet. Er ontstaat een leuk beeld, waarin de zwemmer links in evenwicht wordt gehouden door de boei rechts.

Evenwichtig plaatje
Vogels kijken dezelfde kant op

Nog heel anders wordt het als je ze in dezelfde richting te laat kijken. Dit soort fotografie lijkt op fotograferen van mensen in de studio, met het verschil dat je gewoon moet wachten totdat ze de kant op kijken die jij in gedachte had. In de volgende foto is dat het geval. De rechter boei heb ik in eerste instantie leeg gelaten, zoals in de vorige foto. Omdat er een vrij zware  vogel op de linkerboei zit, is het evenwicht een beetje zoek. Erg?

De derde vogel schittert door afwezigheid

Ik heb maar eens geprobeerd de rechter boei te verwijderen, zoals hieronder. Ik vindt dat geen verbetering, want in bovenstaande foto is de rechter boei juist zo interessant omdat er géén vogel op zit. Als er wel een op had gezeten, had hij ook naar links gekeken. Een busje met drie zitplaatsen, lege achterbank. Onderstaande foto vind ik daarom minder.

Evenwichtig. Te saai?

De volgende foto – ook met twee vogels – vind ik veel beter, omdat er iets gebeurt. De paalzitter (nu links) is met zijn vleugels aan het wapperen en steekt zijn kop de lucht, terwijl het rechter exemplaar rustig met wat verenonderhoud bezig is.

Onrust en rust
Eén of twee vogels?

Maar, dacht ik, misschien is de linker vogel interessant genoeg en wordt de foto sterker met één vogel minder.  Ik maakte een verticale uitsnede (in een 3:2 verhouding, om het verticale element te benadrukken) en je krijgt een dramatischer beeld van die ene vogel. Ik vind beide foto’s goed, maar wel heel anders.

De wapperende vogel staat centraal. Niets anders.

En zo kan je uren doorgaan met experimenteren. Ik vind dat leuk.

Alle foto's maakte ik met een Nikon D7100 en een Tamron 150-600 mm lens. Croppen en kleurcorrectie met Adobe Lightroom.

 

Twaalf gedachten over Corona

  1. Ooit gebruikte ik in mijn vroegere academische onderzoek een simpel modelletje (ontleend aan de toenmalige bedrijfskundige De Leeuw) dat het besturen van een organisatie (of een land) vrijwel gelijk stelt aan het besturen van een auto of een andere ingewikkelde machine. Wil je dit goed doen, dan moet je weten waar je heen wilt (of wat je met een machine wilt maken), je moet over voldoende mogelijkheden voor ingrepen beschikken en je moet een betrouwbaar model hebben van het gedrag van je auto of machine, hoe het op verschillende ingrepen reageert. Tijdens het sturen moet je op tijd informatie hebben over hoe het ding echt reageert en dan kan je bijsturen.
  2. Bij de Corona-situatie is aan geen enkele voorwaarde voor effectieve besturing voldaan. Ten eerste hebben we geen goed model: je zou moeten weten hoe de besmettingen werkelijk plaatsvinden onder welke omstandigheden en waar door welke mensen, etc. Natuurlijk is er wel contactonderzoek en weten we meer dan een jaar geleden maar het beeld blijft onvolledig. Ook moet je een goed beeld hebben van de invloed van vaccinatie van verschillende bevolkingsgroepen en het tempo daarvan. Ten tweede is er een gebrek aan echt effectieve maatregelen.  De beschikbare maatregelen werken niet echt goed en de echt effectieve maatregelen kunnen principieel of praktisch niet.
  3. Er is een scala van maatregelen die ingezet kunnen worden: van het sluiten van cafés, winkels en musea tot het stimuleren van thuiswerken en – nog niet ingezet in Nederland – het verbieden van wandelingetjes. De maatregel, die tenslotte de andere maatregelen overbodig moet maken, is vaccinatie. De beste maatregelen zijn preventief. Ze verhinderen de verspreiding van het virus. Het vervelende van dit soort maatregelen is dat je beter kunt zien wat het gevolg is als je ze niet neemt (maar dan is het te laat) dan als je ze wel neemt.
  4. De meeste maatregelen worden al een tijd ingezet en leiden tot onvoldoende resultaten. Er wordt bijgestuurd. De winkels waar toch al niet meer dan tien gemondkapte burgers naar binnen mochten, worden gesloten. Scholen gaan nog verder dicht etc.
  5. Als een maatregel niet werkt, zijn er drie mogelijke oorzaken.
    • Het is een slechte maatregel, die niet werkt hoe intensief je hem ook inzet.
    • Het is in principe een goede maatregel, maar hij moet sterker worden ingezet, bijvoorbeeld meer winkels dicht, ook afhaalrestaurants sluiten, etc.
    • Het is een goede maatregel, maar de mensen volgen hem niet op. Mondkapjes zijn verplicht maar de mensen doen hem niet of verkeerd op in de supermarkt of de trein. Anderhalve meter is de norm, maar als het druk is, trekken veel mensen zich er niets van aan.
  6. Er wordt nu vooral gekozen voor de tweede mogelijkheid: het nog rigoureuzer inzetten van dezelfde maatregelenbundel. Dat is politiek begrijpelijk, want zoveel mogelijkheden zijn er niet. Dus avondklok, nog meer winkels dicht, ook al zou het beter handhaven van bestaande maatregelen, de derde mogelijkheid, misschien meer opleveren.
  7. Het is wel triest dat op die manier alleen Amazon nog winst maakt en voor heel veel kleinere winkels binnenkort een faillissement dreigt. Maar ik krijg de indruk dat niemand een goed idee heeft van de echte besmettingskansen in kleine winkels die zich wel keurig aan de regels hebben gehouden. Het is niet ondenkbaar dat het virus zich ook bij maximale inzet van alle nu beschikbare maatregelen nog verder zal verspreiden. Het is politiek niet aantrekkelijk om dit toe te geven.
  8. Het is niet ondenkbaar dat sommige maatregelen averechts zullen werken, zeker als ze er toe zullen leiden dat steeds meer mensen binnen zitten. Er zijn veel aanwijzingen dat de meeste besmettingen eerder binnen plaatsvinden dan in het park. Ook lijken musea en concerten van klassieke muziek (met een uitgedunde zaal) geen zwaartepunten. Toch staan museumbezoek en concerten weer op de zwarte lijst.
  9. Zou je echt invloed willen hebben op het verloop van de pandemie, dan moet je weten wat er zoal thuis bij de mensen gebeurt en je zou hun gedrag tot in detail moeten kunnen beïnvloeden. Dat kan in Nederland niet. In China kan het iets beter en in landen als Spanje en Frankrijk gaat men als iets verder dan in Nederland, zonder veel succes overigens.
  10. In het naïeve De Leeuw-model van besturing staat dat de bestuurder een doel moet hebben. Pas dan kan die bijsturen. Maar dat is hier wel erg lastig. Ook al zou je een perfect model hebben van hoe Corona zich verspreidt en over een effectieve maatregelenbundel beschikken, dan nog is het nog niet duidelijk, wat er gedaan zou moeten worden. Het huidige beleid gaat van een slordige stapel deels tegenstrijdige doelstellingen uit. Zou je het wel helder formuleren, dan heb je de keus uit tenminste de volgende mogelijkheden:
    • Bezettingsgraad IC-plaatsen door Coronapatiënten
      Ervoor zorgen dat de bezetting van de ziekenhuizen, met name de IC-afdelingen, niet uit de hand loopt op een manier dat er een keuze gemaakt moet worden tussen wie wel en wie niet opnemen en dat de reguliere gezondheidszorg sterk in het gedrang komt. Dit leek de oorspronkelijke doelstelling: flattening the curve.
    • Het aantal Coronadoden per week
      Het aantal slachtoffers naar het minimum terugbrengen. Dit lijkt op de eerste mogelijkheid, maar is het niet. Het begrip Corona-dode is problematisch. Er lijkt wel te worden vergeten dat iedereen eens dood gaat, meestal tenslotte aan iets als een longontsteking en nu vaker door Corona. Toen mijn vader overleed, wilde ik weten aan welke ziekte precies. Het verpleeghuis gaf mij een duidelijk antwoord: “aan ouderdom”.
    • Aantal verloren levensjaren per week
      Nog niet duidelijk in discussie, maar zeker een mogelijkheid: het aantal door Coronadoden verloren levensjaren tot het minimum terugbrengen. Een dode van 85 jaar (5 of 10 jaar verloren) telt dan een stuk minder dan een dode van 30 (60 tot 65 jaar verloren). In Noorwegen zijn er in een verpleegtehuis veel stokoude mensen overleden na vaccinatie, maar het waren al terminale patiënten. Wie komt er op het krankzinnige idee terminale patiënten te vaccineren?
    • Aantal besmettingen per week Ervoor zorgen dat de overdracht minimaal is. Dit heeft vooral gevolgen voor de vaccinatiestrategie: relatief jonge mensen met veel contacten in het werk en privé zouden vóór de bejaarden aan de beurt moeten komen. Doelgroepen zijn bijvoorbeeld: leraren, winkelpersoneel, postbezorgers.
    • Overige schade aan de samenleving. Hier bevinden we ons op glad ijs. In ieder geval is het slecht verdedigbaar alleen economische schade op de korte termijn te rekenen en daarmee het virus vrij baan te geven. Toch is het gerechtvaardigd de (sociaal-)economische schade door de Corona-maatregelen mee te rekenen, niet alleen bijvoorbeeld de schade aan hele sectoren (zoals de cultuursector), maar ook de economische gevolgen voor mensen die hun geld met straathandel (vooral in de derde wereld) verdienen. Hoeveel indirecte doden vallen er door Corona-bestrijding? Zouden we het willen weten?
  11. Het is duidelijk dat de politiek niet in staat is om duidelijk voor één van deze doelstellingen te kiezen. Het huidige beleid is een onduidelijk mengsel. Dat kan ook nauwelijks anders. Welke doelstelling domineert, is de uitkomst van een belangenstrijd op de achtergrond.
  12. Het is nog even wachten totdat iedereen (die dan nog leeft) antistoffen heeft ontwikkeld, gedeeltelijk door de ziekte gewoon te krijgen en gedeeltelijk door vaccinatie. En dan weten we waarschijnlijk nog steeds niet heel goed welke maatregelen gewerkt hebben.
De gemakkelijk uitvoerbare maatregelen hebben waarschijnlijk weinig effect. Echt effectieve maatregelen zijn praktisch onmogelijk.
P.S. Ter verduidelijking: al heb ik veel vragen over het beleid van onze overheid en dat van de WHO, ik kan geen enkele sympathie opbrengen voor domme en gevaarlijke pandemie-ontkenners, aanhangers van vreemde samenzweringstheorieën of tegenstanders van vaccinatie.

Eendgezind de natuur in …

Gezellige overdracht

Zal ik maar eens gaan klagen over het belachelijke leven dat we nu leiden (lijden?)? Dan zou ik gaan zeuren over een wereld zonder concerten, zonder musea, zonder restaurants en ook zonder scholen. Ik zou gaan mekkeren over onze medemens die thuis het virus met veel plezier (en bier) zit over te dragen. Ik zou misschien beweren dat het een illusie is dat de overheid dit kan oplossen zolang de mensen zich zo stom gedragen en dat COVID in de eerste plaats geen beleidsprobleem van de overheid is maar een gedragsprobleem van burgers. Ik zou wellicht nog eens benadrukken dat alleen in een totalitaire staat die twee min of meer samenvallen.

Ik doe het maar niet.

Eenden kijken

Vogeltjes of beter vogels, daar wil ik het over hebben. Rond 1964 werd ik lid van de NJN, afdeling Wageningen. Wij waren in alles geïnteresseerd van korstmossen en langpootmuggen tot wilde zwijnen, maar het hoofdgerecht van het natuurmenu bestond uit vogels, vooral ook watervogels. Regelmatig waren er vogeltellingen waarbij wij verantwoordelijk waren voor een tiental kilometers Rijn.  Flevoland, toen volop in aanleg, was een vast doel van onze excursies. Met laarzen aan fietsten we naar Harderwijk en vervolgens fietsten we langs de knardijk naar Lelystad dat uitsluitend bestond uit huisvesting van polderwerkers en een eenvoudige kantine (zie ook hier).

Een impressie van de Blauwe Kamer aan de Rijn (1965)

Onder leiding van ervaren vogelaars als Aart Noordam, Eric Gerding en Frits Boerwinkel leerde ik al gauw de belangrijkste vogels onderscheiden. Fietsend naar Lelystad zagen we aan de linkerkant heel veel eenden, die ik voor tijd nog helemaal niet kende. Natuurlijk kende ik de wilde eend wel, maar kuifeenden, tafeleenden, smienten, wintertalingen en bergeenden waren helemaal nieuw voor me. Zo ook prachtige nonnetjes, brilduikers, pijlstaarten en middelste zaagbekken. Af en toe zagen we ook krakeenden, die toen veel minder algemeen waren dan nu.

Aan de rechterkant, waar Flevoland zou komen, lagen voorlopig nog uitgestrekte rietvelden. Baardmannetjes waren er zo algemeen als huismussen, herinner ik mij.

Vogelaarvriendelijke vogels

pijstaart

Ik zag toen al dat eenden een ideaal onderwerp voor vogelaars vormden: lekker groot en niet hoog in de bomen tussen allerlei takken heen en weer vliegend zoals meesjes, goudhaantjes en vinken. Bovendien kijk je vooral in het winterseizoen naar die beesten, wanneer er gelukkig geen bladeren aan de bomen meer zitten.

Ik ben nooit een echt goede vogelaar geworden. Zeker bij de zangvogels bak ik er weinig van. Ik ken de fitis, de tjiftjaf en de zwartkop en ook een zanglijster kan ik goed herkennen, maar veel verder komt ik niet. Bij de steltlopers gaat het goed met grutto, wulp, kluut en zelfs watersnip, maar ga mij niet vragen hoe al die ruiters eruit zien. Maar mijn eendenkennis is nog op peil en zelfs iets beter geworden de laatste jaren. Het zijn ook dankbare beesten om te fotograferen, wat me nu ik een 600 mm teleobjectief bezit, ook af en toe redelijk lukt.

Een een(d)zaam werkje

Typisch een werkje in Coronatijd: ik heb een klein boekje met eendenfoto’s gemaakt van mijn bestaande foto’s. Sommige foto’s zijn erg mooi. Voor sommige eenden moet ik nog eens een betere foto maken. Hier staat het (voorlopige) resultaat.

wintertalingen