In de voetsporen van Houellebecq

Tijdens onze vakantie las ik Sérotonine van Houellebecq. Het speelt voor een groot deel in Normandië. Op veel plaatsen die in het boek genoemd worden, zijn wij geweest. Zo kon je de Taverne du Parvis in Coutances waar de hoofdpersoon zijn Figaro leest (“… enfin, c’était visiblement the place to be à Coutances”)  bijna zien vanuit ons appartement daar. Tijdens één van onze strandwandelingen zijn we zeker langs de in het boek vermelde Hostellerie de la Baie gelopen, op weg van Regnéville naar Hauteville.

Landbouw in Normandië

Sérotonine is zoals de meeste boeken van dezelfde schrijver geen leuk boek, ondanks de zeker humoristische passages die er ook in voorkomen. Kort getypeerd: het is het verhaal van de verloedering van een door en door ongelukkige en onsympathieke hoofdpersoon Florent tegen de trieste achtergrond van een verloederend Frankrijk, in het bijzonder van Normandië, de Normandische boeren en het Normandische landschap. Zoals nog sterker in andere  boeken van Houellebecq (Plateforme, La carte et le territoire, etc.) wordt ook hier de schijnwereld van het toerisme gecontrasteerd met de troosteloze realiteit van het echte leven in de betreffende gebieden.

Toen ik vorig jaar in Polen was, werd mij soms met een schok duidelijk, wat voor land mijn goedkope fietsidylle eigenlijk was. Op borden langs de weg stonden de telefoonnummers die je moest bellen als je in Nederlandse kassen wilde werken tegen een minimumloon. Bijna uitgestorven dorpen zonder werk en voor de oude mensen te weinig pensioen om veel meer dan brood te kopen.

Het echte Normandië

Nu konden wij, met de hoofdpersoon van het boek, in het echte Normandië dezelfde trends zien als overal op het Europese platteland: troosteloze schaalvergroting en monoculturen van maïs, maïs en maïs, dorpen zonder winkels, geen openbaar vervoer, nauwelijks natuur.

Leerzaam was ons bezoek van het Ecomusée de la Pomme et du Cidre vlakbij onze gîte in Bretteville-du-Grand-Caux. In het traditionele gemengde bedrijf van Normandië graasden vroeger koeien on de schaduw van de hoge appelbomen. Dit gemengde bedrijf vormde de basis voor de belangrijke streekprodukten cider (inclusief pommeau en calvados) en kaas (de drieëenheid Camembert, Livarot, Pont-l’Éveque). Op een bepaald moment ging de cider hard achteruit en schakelden ook Normandiërs op bier over.

Écomusée de la Pomme et du Cidre – Pigeonnier

De EU bevorderde schaalvergroting en massale omschakeling op meer gangbare commodities zoals maïs. Met vele miljoenen Euro aan subsidie werden tienduizenden hectares appelboomgaarden gerooid. Daarbij verdwenen ook de karakteristieke Normandische houtwallen die om de boomgaarden stonden, het zogenaamde bocage-landschap en de daarbij horende hoge biodiversiteit. Zo’n Écomusée als in Bretteville is erin geslaagd een stukje traditie te behouden en op basis daarvan zelfs een winstgevende ciderproductie te organiseren, maar het blijft een uitzondering.

Appels voor cider

In het boek van Houellebecq gaat Florent, tegen de achtergrond van het verschralende landschap en de verarmde boerensamenleving zijn ondergang tegemoet. Centraal in het verhaal staat een boerenprotest tegen melkimporten via le Havre uit onder meer Brazilië. Aymeric, een oude studievriend van Florent, pleegt tijdens een massademonstratie tegen melkimporten en melkprijsverlagingen zelfmoord. Het boek is vooral een aanklacht tegen de kille wereld van de internationale neoliberale economie, tegen het verdwijnen van schoonheid en tegen de liefdeloosheid van een totaal geïndividualiseerde wereld. Daar kan ik me best iets bij voorstellen en soms ben ik het zelfs een beetje eens met de redeneringen in dit boek. Toch vraag ik me af of die wereld van onder appelbomen grazende koeien en ciderboeren echt zo mooi en liefdevol was. Ik denk het niet.

Natuurlijk waren wij in Normandië gewoon toeristen en we hebben als toeristen met volle teugen van de toeristische attracties genoten. Voor diepgravende maatschappijkritiek hadden we zeker geen tijd. Gelukkig maar.

 

__________

 

 

 

 

De woestijn rukt op bij de Merenwijk

Overbegrazing

Klik op de figuur voor de brief (PDF)

 

In april 2012 begon na een lange winter het tere gras langzaam weer te groeien op die mooie dijk aan de overkant van de sloot bij ons huis aan de Rivierforel. Maar dat plezier duurde niet lang. De gemeente Leiden zette een zware kudde schapen en geiten in om met dat gras korte metten te maken. Al gauw was het een stuivende zandbak met stoffige dieren daar tegenover ons.

Ik schreef een boze brief aan de Wethouder, met onder meer de volgende tekst:

Geiten op de dijk: de woestijn rukt op

“Was het voorheen een plezier om naar de bloemenpracht op de dijk te kijken. Nu is hij overwegend grijs met hier en daar een distel die de vraatzucht van de geiten overleeft. Op de hierbij gevoegde foto’s is het grijs een bodem waar het gras vrijwel geheel verdwenen is.”

 

Woestijnvorming

De gemeente Leiden nam de zaak serieus en ik werd enige tijd later door een ambtenaar opgebeld. Zij zei deze zaak niet licht op te vatten en wees nog eens op de educatieve functie van de kinderboerderij, van wie deze dieren zijn. “Wij willen door de kinderboerderij bijdragen aan milieubewustzijn en liefde voor de natuur en dan kan het natuurlijk niet dat wij door slecht beheer de vegetatie op die dijk schade toebrengen.”

Ik kon me daar natuurlijk honderd procent bij aansluiten, maar toch kon ik het niet laten hier ook de humor van in te zien. “Ja, mevrouw, dat is heel goed dat u deze concrete voorbeelden ook in het onderwijs gebruikt. Misschien hoeft u wel helemaal niets te veranderen. U kunt die dijk tegenover ons huis gewoon voor de les ‘woestijnvorming’ gebruiken. De Sahel in het klein. Door geiten rukt de Sahara op.”

Zij vond het helemaal niet grappig. Gelukkig is het beheer is sindsdien wel iets beter geworden.

 

Moorschutz vernichtet Moore

Hintergrund

Bei einer Veranstaltung letzte Woche in Hamburg (sog. Hamburger Gespräche der Michael Otto Stiftung) kam das Thema “Moorschutz” kurz zur Sprache (in der Stellungnahme des MdB Steffi Lemke, Die Grünen). Obwohl selbstverständlich Moore (in Deutschland, international) effektiv geschützt werden müssen, führt leider die von Frau Lemke vorgeschlagene Politik eher zur Vernichtung als zur Erhaltung der Moore. Teile meiner E-Mail an Frau Lemke finden Sie hier auf dieser Seite.

Schutz der degradierten Moorböden führt zu Vernichtung der wertvollen Moore

Aus meiner E-Mail

“Sie fordern die Einstellung des industriellen Torfabbaus (in Deutschland). Leider führt diese Politik kaum zum Schutz der Moore. Im Gegenteil: eine solche Politik trägt (ungewollt) zur Vernichtung sowohl intakter Moorgebiete (v.a. im Baltikum) als auch degradierter Moorböden (in Deutschland bei). Dabei ist zu beachten:

  • dass alle intakten Moorgebiete in Deutschland bereits unter Naturschutz stehen. Torfabbau ist dort kategorisch ausgeschlossen. Torfabbau findet nicht in Mooren sondern auf degradierten Moorböden statt.
  • dass die degradierten landwirtschaftlich genutzten Moorböden in Deutschland (durch Senkung des Wasserspiegels) unvermeidbar durch Oxydation als CO2 in die Luft gehen.
  • dass Torfabbau in Deutschland nur genehmigt wird wenn gute Wiedervernässung garantiert ist: nach dem Torfabbau entsteht eine Landschaft, die zwar nicht die Qualität der längst verloren gegangenen Moorgebiete besitzt, aber einen viel höheren Naturwert als die heutigen landwirtschaftlichen Flächen.
  • dass durch ein Verbot des Torfabbaus die Böden alles andere als geschützt werden. Im Gegenteil, sie fallen der intensiven Landwirtschaft zum Opfer. Torfböden werden durch „Kuhlung“ völlig vernichtet. CO2 geht verloren, so wie die gesamte Bodenstruktur. Die Option Wiedervernässung ist für die Ewigkeit verloren.
  • dass ein Verbot des Torfabbaus in Deutschland zur Abwanderung des industriellen Torfabbaus vor allem in die baltischen Staaten führt, wo, im Gegensatz zu Deutschland, für die Torfproduktion wertvolle Naturgebiete zerstört werden, ohne Garantie, dass Wiedervernässung stattfindet.

Langfristig ist die industrielle Torfproduktion nicht mehr akzeptabel. Torf soll durch alternative Substrate ersetzt werden. Kurz- bis mittelfristig gibt es aber gute Grunde, den Torfabbau auf degradierten landwirtschaftlich genutzten Moorböden, wie man die in Niedersachsen noch vorfindet, zu konzentrieren. Damit schlägt man zwei Fliegen in einer Klappe: erstens vermeidet man die unwiderrufliche Zerstörung von degradierten Moorböden in Deutschland durch die Landwirtschaft (und erhöht sogar den Naturwert); zweitens verhindert man die Zerstörung intakter Moorgebiete in Ländern wie Estland.

Es gibt zur Zeit gute Gründe für pragmatische Bündnisse zwischen Naturschutzorganisationen und der Torfindustrie. Ich hatte die Ehre, sowohl auf der internationalen Ebene als auch auf er regionalen Ebene in Niedersachsen solche Bündnisse zu moderieren. Dabei konnten die Teilnehmer mit sehr unterschiedlichen Interessen sich schnell über pragmatische Lösungen einigen.  Ich hoffe, diese Informationen sind für Sie hilfreich bei der Entwicklung effektiver Strategien, Böden und Natur zu schützen.”

Zum gleichen Thema:

Mein Kommentar zu den Hamburger Gesprächen 2015

Das Thema Moore/Torf auf meiner Website

Responsibly Produced Peat

IPS – Wise Use of Peatlands

Greifswald Moor Centrum

Unspoilt Ireland – a marketing myth

Irish Farmers – struggling for survival

In April this year (April 11-13, 2016), I actively participated in the SAI-Platform meeting in Dublin, which included field visits to Irish farmers. I decided to join the excursion to beef farms.

Irish beef is popular in many countries. We eat Irish steaks at home regularly. They are excellent, often even better than those from South America. Marketing of Irish beef is consistently conveying the romantic picture: the small farms, the friendly farmers, living in harmony with nature, and so on. Such marketing may be effective to attract consumers, but reality is a bit different from the romantic picture. After the Dublin meeting, I discussed this with several people, and sent the following e-mail.

DSC_9540_09.jpg

Irish Beef – fairy tales and reality

  1. The farmer’s contribution to ‘sustainability’. From profitability to sustainability.
    We all know that farming is tough. Profitable farming  on the basis of global commodity prices and in the context of national and EU policies is not easy and often hardly possible. Farming is a continuous struggle for survival. What the farmers in Ireland told us, was no surprise. We all know this. More responsible (‘sustainable’) farming cannot go significantly beyond ‘win-win’ practices that combine gains in the ecological and/or social pillar with contributing to profitability. Measures that lead to reduced profitability are hardly feasible. During the seminar, it was repeatedly said that ‘without profitability no sustainability’. This is correct, but some people apparently liked to believe that profitability directly contributes to (social and ecological) sustainability. Of course, there is no guarantee whatsoever. Just as an example, consider the on-farm biodiversity at Irish beef farms (which I had the pleasure to visit). What I saw was depressing: hardly any birds other than crows, starlings and a finch or sparrow here and there. The grassland itself was a monotonous monoculture without any herbs present. Evidently this is what you get when optimising beef production. This is what the farmer needs for his survival. His freedom to contribute to biodiversity is limited to leaving some less productive corners of his farm to a more natural development. On-farm biodiversity is severely restricted in the context of maintaining productivity. Does this make his farm unsustainable? Actually this is not a good question at all. See next point.DSC_9658_44.jpg
  2. Sustainable farms, sustainable agriculture, sustainable development
    If we define sustainability at the farm level, we will look at the possibility of running a profitable farm and at the same time protecting the environment (biodiversity, climate, etc.) and taking care of social standards. The majority of ‘sustainable farms’ in this view would most probably be low-input farms, extensive farming on semi-natural land, such as sheep farming on remote hills in mountain areas. Some organic farm systems could be ‘sustainable’  as well in this definition. It would, however, define most highly intensive agriculture as much less ‘sustainable’ or even ‘unsustainable’. By doing that, one can easily miss the point that intensive high-input agriculture can be a major contribution towards sustainable development at a wider scale, for example by saving land that can be reserved for conserving or developing nature. To make agriculture sustainable, there is a need for a mix of several strategies, allowing for low-input extensive farming, high-input intensive farming and excluding land from agriculture. In this sense, ‘farm level sustainability’ is a difficult concept that not always makes sense. It could be more appropriate to talk about ‘responsible farming’, where the farmer takes direct responsibility for those (few) factors that he/she can really control. In the end, sustainability can only be defined at a higher ‘landscape level’, regional or national level.
  3. Sustainability beyond marketing
    Bord Bia, on their website origingreen.ie conveys a picture of Ireland and farming in Ireland. The first sentence on the video (Saoirse Ronan for Origin Green Sustainability Programme – Bord Bia): “Ireland is an ancient and unspoilt land. There are few places to which nature has been so kind… “. The video conveys the overly romantic impression that Irish agriculture has a direct link with unspoilt nature.  Although it is certainly true that Irish agriculture is better in sustainability terms than agriculture in a number of other countries, it cannot be taken for granted that Irish farms are sustainable. Irish farmers have to work under the same gigantic commercial and policy pressures as their colleagues elsewhere. And the result is not too different from results elsewhere. Farmers as a group show an alarmingly high suicide rate. Life at Irish farms is not the fairy-tale that Bord Bia tells to the consumers. There is nothing against such marketing as long as it strengthens the farmers’ position on the market. But the marketing myth and reality are two different things.

 

_____