‘Layered Distance’
Fotograferen is steeds het projecteren van de driedimensionale werkelijkheid op het tweedimensionale platte vlak. Diepte in de foto is niet altijd eenvoudig te creëren. Het blijft altijd een suggestie, want de foto is zo plat als een dubbeltje. Telefoto’s zijn vaak vreselijk vlak. Beter zijn dan vaak groothoekopnames waar alles wat dichtbij is heel groot is in verhouding tot de achtergrond. Maar wat nog meer helpt is een minder doorzichtige atmosfeer, waardoor alles wat veraf staat niet alleen kleiner wordt maar ook minder duidelijk: het contrast neemt af evenals de verzadiging van de kleuren en de kleuren zelf, die naar blauwige tinten verschuiven. Wordt de atmosfeer erg ondoorzichtig, zoals bij dikke mist, dan worden voorwerpen veraf bijna niet meer goed zichtbaar en onscherp. Mist verstrooit het licht zodanig dat er tenslotte helemaal geen schaduwen meer zichtbaar zijn. Michael Freeman, in zijn boek Capturing Light onderscheidt ‘mist’ (dunner) en ‘fog’ (dikker), maar het gaat om een continuüm van steeds grotere onzichtbaarheid in de verte. In de terminologie van Freeman is mist een instrument om ‘layered distance’ mee te creëren. Hij werkt zelf graag met een groothoek, waarbij het voorwerp dichtbij totaal helder en contrastrijk is en waarbij de ‘layers’ verder weg steeds vager worden.
Groothoek
In de twee volgende foto’s maak ik ook gebruik van een (gematigde) groothoek (24 mm full frame). De biezen op het linker plaatje en de stenen op het rechter plaatje zijn nog scherp maar naar achteren toe is er weinig helderheid en contrast over.
Normaal en tele
De foto’s hieronder zijn rond hetzelfde moment genomen met respectievelijk een standaard-brandpuntsafstand en een telelens. De mist in het bos scheidt mooi de voorste van de middelste en de achterste bomen. De mist zorgt voor diepte. Door het gebruik van de telelens op vrij grote afstand van de molen is de molen op de foto rechts nog maar net zichtbaar: zoveel mist zit er tussen de camera en de molen. Iets minder mist zit er tussen de camera en de bomen en nog minder tussen de oeverbegroeiing en de camera. Hier worden duidelijk drie lagen gescheiden
Bij dichte mist is een teleobjectief meestal niet bruikbaar. Er zijn dan nauwelijks voorwerpen die, ongehinderd door de mist, scherp naar voren komen. Bij dichte mist werkt vooral een groothoeklens. Alles wat niet dichtbij is, wordt mooi vaag.
Bovenstaande foto met een 24 mm groothoek op full frame bij vrij dichte mist (ISO 200, 1/15 seconde, f/11). Had ik een langere lens gebruikt dan had ik zo ver van de boom gestaan dat ook die vaag was geworden.
Niet alleen mist
Ook verschillende soorten rook en stof zorgen voor de gewenste vervaging en kleurverandering van de achtergrond. Nog extremer (en een risico voor de apparatuur als je niet voorzichtig bent) is opwaaiend zand, zoals bij onderstaande foto (Scheveningen 2024).

Literatuur
Michael Freeman, Capturing Light – the heart of photography, Ilex, Lewes, 2013.



