Betoverend Berneray

Tien jaar geleden (2014) was dit eilandje een van de mooiste plekken op onze tocht over de Outer Hebrides.  Ook toen overnachtten we in het prachtige hostel in twee gerestaureerde ‘black houses’ met een schitterend uitzicht over de Sound of Harris. Voor de tweede keer overnachtte ik daar in 2017. Nu was ik hier voor de derde keer en werd weer overweldigd door de enorme schoonheid, de prachtige kleuren en de prachtige natuur. In 2014 waren wij er in juli en konden nog meer genieten van de bloemenpracht op de strook achter de duinen vlak aan de kust, de zogenaamde ‘machair’, waar eeuwenlang een rotatie-landbouw werd bedreven waarbij de belangrijkste meststof werd verkregen uit zoutwaterplanten. Dit jaar bloeiden daar nog niet zo veel bloemen. De zee, vooral bij ‘West Beach’, was weer betoverend mooi.

kleurencirkel: rood tegenover blauwgroen

Waar de zeebodem vooral uit helder wit zand bestaat, krijgt de zee een turquoise (groen-blauwe) kleur. De zee filtert vooral het rode licht uit het opvallende zonlicht en  reflecteert de overblijvende kleuren weer naar boven. Je krijgt dan de complementaire kleur van rood, een kleur die uit een mengsel van groen en blauw bestaat (zie ook hier). Wat ook de fysische verklaring is, het verleent de prachtige zandstranden een bijzonder karakter: witte zandstranden, een vooral turquoise zee en door de vaak  iets mistige of regenachtige luchten zijn de verder weg gelegen heuvels vrij onduidelijk en geheimzinnig. 

 

In 2014 maakten wij een lange wandeling langs het mooie strand van Berneray. Het waaide toen hard en er viel veel regen. Ondanks dit weer genoten wij van het bijzondere landschap. Terug in het hostel hadden niet alleen wij kletsnatte kleren. Ook de andere gasten hadden hun natte jassen en broeken aan een speciaal rek gehangen dat via een handige constructie boven de kachel kon worden gehesen. Iemand zamelde toen geld in voor de noodzakelijke brandstof. De kleren werden droog en het was erg gezellig. Niet minder gezellig was het er drie jaar later toen ik daar tijdens een fietstocht verbleef. Met de hostel-gasten met leeftijden tussen 25 en 80 hebben we toen heel leuke gezelschapsspelletjes gespeeld. Er waren heel interessante mensen bij, onder anderen een van de weinige Engelse doedelzakbouwers en iemand anders was op zijn laptop muziek aan het componeren. Ook dit jaar waren er veel interessante en sympathieke mensen van alle leeftijdscategorieën en veel verschillende nationaliteiten.

Sinds 1999 kan je met de auto of de fiets eenvoudig van North Uist over de ’causeway’ naar Berneray rijden. Tot die tijd was het een echt eilandje, dat door zijn isolement zijn karakter goed bewaard heeft. Het ligt nu vast aan het Zuidelijk gelegen North Uist, maar het heeft historisch en cultureel meer bindingen met het Noordelijk gelegen Harris, dat met de veerboot over de Sound of Harris (Berneray – Leverburgh) te bereiken is. 

Het merendeel van de bevolking (138 inwoners in 2011) spreekt nog Gaelic. Het Schotse Gaelic lijkt sterk op de Ierse variant. Dat is niet toevallig, want in de vierde en vijfde eeuw hebben de Ieren die zich in Schotland vestigden hun taal meegebracht, waaruit het Schotse Gaelic ontstaan is.  

Alle stukjes over deze tocht

______

 

 

 

 

 

 

De wei in!

Een hele winter sta je stil in de stal en kauw je op droog hooi. Dan gaan op een dag de deuren van de stal open en ren je dol van blijdschap de sappige groene weide in. Je bent verbaasd over de snelheid en de kracht van je poten. Een wolk klonten vochtige weidegrond daalt vlak achter je neer. Heerlijk die snelheid, heerlijk die energie.

Ik ben geen koe, maar ik ken dit jaarlijkse gevoel maar al te goed als ik – na maanden vanuit mijn werkkamer naar de droefheid van regen, wind en donkerte staren – eindelijk op mijn oude toerfiets stap en de groene polder in rijd, waar de kieviten en grutto’s mij begroeten, of door de duinen bij de Noordzeekust fiets begeleid door de fantasierijke composities van een nachtegaal-koor.

Het pontje bij Nieuwe Wetering

Ook dit jaar klopte het spreekwoord: April doet wat hij wil. Eerst was het ongewoon nat en ongewoon koud. Toen hadden we zomerse temperaturen in de eerste week van April, om daarna weer terug te vallen in een soort herfstweer met de zon te hoog aan de hemel. Pas eind april werd het echt mooi en werd ik door dat soort koeienemoties bevangen als boven aangeduid.

Ik rijd naar Oud Ade en Rijpwetering. Het is er allemaal nog! Of eigenlijk weer, ontwaakt uit een sombere winterslaap. Ik neem het pontje bij Nieuwe Wetering om vervolgens via Rijnsaterwoude de Braassem rond te fietsen. Op weg naar de Wijde Aa moet je even helemaal naar Woubrugge om daar de Woudwetering over te steken. Je komt dan over de brug met de prachtige naam Woubrugse Brug.

Hier denk ik terug aan mijn tochtjes in de Corona-tijd, toen er bij de bakker aan het water maar drie mensen naar binnen mochten (zie deze blog uit 2020). Alweer vier jaar geleden.

Van Woubrugge gaat het weer even terug langs de Woudwetering en dan langs de prachtige wijde Aa. Ook hier veel herinneringen, onder meer aan de schaatstochten in de tachtiger jaren van de vorige eeuw, toen de wijde Aa een prachtige ijsvlakte was geworden, zoals we waarschijnlijk nooit meer zullen meemaken. Maar toch weer terug naar het mooie heden. Overal zwemmen eenden en meerkoeten, veel al met jongen. Hier en daar mooie bloemen in de wei. Langs de weg staan ook wilde hyacinten, niet zo veel als bij Ockenburg (waar we een paar dagen eerder waren), maar wel mooi en druk bezocht door kleurige dagpauwogen. Overal knarsen, piepen en fluiten de rietzangers. Hier en daar hoor ik fitissen, tjiftjaffen en vinken.

Vanaf Hoogmade blijf ik ten Zuiden van de Does fietsen, eerst door de prachtige Doespolder en dan tegenover de Munnikenpolder, waar ik in februari en maart nog actief wulpen en grutto’s heb mogen tellen  (zie ook hier). Ik kijk nu anders naar dit landschap dan toen ik er jaren geleden doorheen reed. Het is belangrijk dat de unieke slaapplaats voor soms meer dan 1500 wulpen en voor honderden grutto’s door goed beheer in stand gehouden wordt. Tussen de Doeshofmolen en de Munnikenmolen raast de hogesnelheidstrein onder de Does door. Een paar honderd meter verder vormt de A4 de grens tussen Leiderdorp en deze voor de vogels ingerichte Munnikenpolder.

Via Leiderdorp rijd ik terug naar de Merenwijk. Een tochtje van veertig kilometer. Ik mocht weer de wei in. Heerlijk.

 

________

 

 

 

Door bossen en langs meren in Polen

 

Polen 5

Ik was dit jaar al begonnen een tocht door Schotland te organiseren, maar ik durfde het met de steile bergen daar nog niet aan. Ik besloot nog een keer – de vijfde keer! – door Polen te gaan fietsen. Het liefst was ik naar het Oosten gegaan, maar sinds Rusland de Oekraïne had aangevallen, leek me dit geen goede bestemming, misschien wel nooit meer in mijn leven. Ik ontdekte een interessante fietsroute in het Noordwesten van Polen, route 20 door mooie bossen en langs mooie meren. Op internet zag ik mooie foto’s van prachtige met Europees geld aangelegde fietspaden over de tracés van opgeheven spoorlijntjes. Dus ik verzon een leuke route, eerst nog een stukje vanuit Duitsland langs de Oostzeekust en dan door het binnenland langs de route 20 terug naar Duitsland.

Tijdreisje

31 mei – 1 juni

Op de laatste dag van mei nam ik de trein naar Berlijn en van daar met de lokale trein naar Anklam, gelegen aan een groot met de Oostzee in verbinding staand binnenmeer (haf) dat in Polen de Zalew Szczeciński heet. Na een wat onwennige eerste avond in Duitsland waar alles net iets anders is dan in Nederland (mensen stoppen voor zebra’s en accepteren vaak geen plastic geld bijvoorbeeld) fietste ik naar het zeer ecologisch verantwoorde maar peperdure elektrische  pontje naar Usedom.

het pontje naar Usedom

Na een niet al te lange fietstocht over het eiland, waar ik ook mooie rode wouwen zag vliegen, kwam ik dan bij mijn gereserveerde hotel aan. De man bij de incheck was bijzonder onvriendelijk en snauwde mij toe dat de toeristenbelasting alleen contant betaald mocht worden. Even later werd mijn betaalkaart geweigerd op een terras voor een betaling onder tien euro. Naast mijn bed stond zo’n prachtige ouderwetse telefoon, met daarbij de mededeling dat het tarief 20 cent per tik was. Zo ging dat vroeger. Zo werd het ook een beetje een reis in de tijd.

Mooie en lelijke Oostzeekust

2 – 3 juni

De volgende dag bereikte ik na maar een paar kilometer fietsen de Poolse grens. Waar je vroeger een visum nodig had, rijd je gewoon door alsof er niets aan de hand is. Wel opeens veel Polen, voor wie Duitsland onbetaalbaar moet zijn. In Polen begon een route die ik minder dan twee jaar geleden op de huurfiets van Międzyzdroje naar Gdańsk had gereden. Zelfs de eerste twee overnachtingsplekken waren gelijk aan die van de vorige keer. Langs het fietspad naar het Oosten weer dezelfde mengeling van positieve en negatieve indrukken als de vorige keer.

Dan weer rijd je door prachtige dennenbossen vlak bij zee, dan weer heb je mooi uitzicht op de rustige Oostzee en dan rijd je tussen de honderden goedkope visrestaurants, appartementenblokken en campings door. Honderden nieuwe appartementengebouwen staan nog in de steigers om binnenkort het goedkope toerisme te kunnen verwelkomen. Maar soms rijd je ook langs mooi met riet omzoomde plasjes waar de grote karekieten uit alle macht hun aanwezigheid betonen, zoals aan het grote Jamno-meer ten Noorden van Koszalin.

Bossen, meren, vogels en libellen

4 – 7  juni

Voorbij Koszalin maakte ik een bocht naar het Zuiden om door te steken naar route 20 waarvan ik (te) hoge verwachtingen had. Mijn eerste overnachting daar was bij een soort Youth Hostel voor paardrijvakanties bij Polanów. Ik had wel een prima kamer en hoefde niet in een zaal met slaapzakken tussen de paardrijmeisjes te slapen. Ik had ontbijt geboekt.

śniadanko – ontbijtje

Toen ik het ontbijtzaaltje binnenkwam, wist ik niet wat ik zag: voor mij stonden klaar drie (!) spiegeleieren, een bord met kaas, twee soorten worst, warme knakworstjes, tomaat en komkommer, drie soorten brood, koffie en eventueel thee. Ik heb één spiegelei op brood, nog een boterham met kaas gegeten en een kop koffie daarbij.

Vogels in Polen

Vogelen op de fiets doe ik graag. Het past bij mijn luie filosofie dat vogels maar naar mij toe moeten komen en dat ik er niet achteraan ga met allerlei apps en GPS-apparaatjes. Als je een paar honderd kilometer door een land fietst waar interessante vogels te zien zijn, kom je altijd wel iets leuks tegen. Je komt vogels tegen zonder op zoek te zijn. Eén vogel is hier absoluut niet zeldzaam maar in onze ogen en oren toch heel bijzonder: de veldleeuwerik. Waar je ook fietst, je hoort er wel één hoog in de lucht. Een vanzelfsprekendheid die we in Nederland kwijt zijn geraakt. Ik ben nog nooit in Polen geweest zonder grauwe klauwieren te zien. Dit jaar zag ik ze iets minder, maar zeldzaam zijn deze mooie vogeltjes hier niet. Van het kleine spul noem ik vooral de luidruchtige vinken, de groenlingen, geelgorzen, witte kwikstaarten, heel veel huismussen en ook af en toe een grijze gors. Langs de rietvelden van de vele meren leek de grote karekiet algemener dan bij onze de kleine. Boven de velden zweefden niet alleen buizerds, maar ook af en toe een rode wouw. Een keer of vier zag ik kraanvogels in kleine groepjes over het veld stappen, prachtige vogels. Maar het absolute toppunt was mijn ontmoeting met de wielewaal die vlakbij een meer ongelooflijk geel in de top van een boom zijn prachtige tonen voortbracht. Het is wel mooier dan 'tudeljooo'. Ik ga hier niet schrijven over wat ik niet gezien heb.


Van hier ging het, grotendeels over route 20, naar de iets grotere plaats Szczecinek, in het Duits vroeger Neu Stettin geheten. De route ging door prachtige bossen en over vrij primitieve, maar meestal nog net berijdbare, fietspaden. Hier en daar ging de weg langs meertjes en daar kon ik weer enthousiast aan de libellenstudie beginnen. Het leuke is dat in dit soort biotopen toch heel andere libellen voorkomen dan in West Nederland. Naast de mij al bekende viervlek zag ik hier voor het eerst prachtige bruine korenbouten, mannetje, vrouwtjes en paringwielen. Wonderlijke beesten toch.

Af en toe werden de door tractoren verwoeste bospaden zo slecht dat fietsen uitgesloten was.

Libellen in Polen

Natuurlijk hoef je niet naar Polen voor libellen, maar als je er toch bent, zijn er best leuke mogelijkheden om die rare beesten te bestuderen. Het uitgebreide merengebied waar ik door fietste, was een mooi libellengebied, ook juist voor soorten die je in Zuid Holland minder zal aantreffen, soorten die van relatief zuur water houden in meren, vennen en beken. Ik zag vooral grote hoeveelheden bruine korenbouten, waarvan de mannetjes overigens helemaal niet bruin zijn. Daarnaast de gewone soorten als oeverlibel, variabele waterjuffer en viervlek. Niets bijzonders, wel leuk om te fotograferen, wat me met een onhandig klein cameraatje nog best lukte.

Die avond sliep ik in een vervallen hotel in Szczecinek, waarvan de bovenste etage toch best in orde bleek. ‘s Ochtends kreeg ik zelfs een redelijk ontbijt, wel met oploskoffie. Het was inmiddels 6 juni geworden en vanaf dat moment reed ik voornamelijk naar het Westen en Zuidwesten. Op weg naar Sulinowo zag ik weer de prachtigste kraanvogels. Wat zijn ze mooi en wat zijn ze groot! Ik was nu op weg naar mijn belangrijkste bestemming: Stare Drawsko, midden in het Drawski nationale park, een prachtig beschermd landschap vol met meren en bossen, een landschap gevormd in en na de ijstijden. In Sulinowo zag ik voor het eerst een officieel bordje van de route 20 en even later zoefde ik over een oude spoorweg, een grote uitzondering op deze route die toch vooral uit half verharde on onverharde wegen bleek te bestaan. Op weg naar het hotel zag ik weer zoveel libellen dat ik af en toe afstapte om er een paar te fotograferen met mijn kleine onhandige cameraatje. Het waren weer vooral bruine korenbouten.

In Stare Drawsko had ik een rustdag gepland, dus twee overnachtingen in een middelmatig hotel dat zichzelf drie sterren had toebedeeld. Stare Drawsko ligt prachtig tussen twee grote meren en omgeven door bossen en heuvels. Je zou hier zo twee weken kunnen doorbrengen zonder je te vervelen. Ik at bij mijn eigen hotel. Tot mijn grote verbazing liet ik mij overtuigen dat ik de heerlijk Flaki-soep moet nemen. Flaki zijn ingewanden: ingewandensoep. Toch smaakte hij best goed.

Het Drawsko nationale landschapspark

Ten Zuiden van Połczyn Zdrój en ten Noordwesten van Czaplinek ligt het Drawski Park Krajobrazowy, een landschapspark van meer dan 38,000 hectare, gesticht in 1979, waarin zich zeven natuurreservaten bevinden. Het bestaat vooral uit heuvels van niet veel hoger dan 200 meter, dichte bossen, grote meren met glashelder water en mooie riviertjes. Het is het resultaat van de werking van ijs en water tijdens en na de ijstijden: het ijs zorgde voor uitgebreide zandafzettingen en diepe meren en het water sleep mooie dalen uit. Veel bijzondere planten en dieren zijn er te vinden. Niet voor niets staat het grootste deel van het park onder bescherming van Natura 2000. Naast de gewonere vogelsoorten als futen, aalscholvers, zwanen en gewone ooievaars zijn hier ook zeearenden en zwarte ooievaars te zien. Ik heb ze helaas niet gezien.

Het is zeker een gebied om nog eens goed te verkennen vanuit goed per trein bereikbare plaatsen als Czaplinek.

bronnen
https://www.zpkwz.pl/index.php/parki-krajobrazowe/drawski-park-krajobrazowy

http://www.pojezierzedrawskie.info/drawski-park-krajobrazowy/ https://witkinawalizkach.pl/drawski-park-krajobrazowy/

Wat kan je op een rustdag dan anders doen dan fietsen? Ik had gelezen dat het Jezioro Prosinko ornithologisch heel bijzonder was, maar hier zag ik weinig. Meer zag ik bij het Jezioro Komorze. Natuurlijk zag ik weer veel libellen en ook nog voor mij een nieuwe soort (de vuurjuffer), maar dat was niet zo bijzonder als de ongelooflijk gele wielewaal die daar in het topje van een boom zat te zingen. Een onvergetelijk moment.

Daarna fietste ik het Jezioro Żerdno om en keerde terug naar mijn hotel. Die avond at ik in het even verderop gelegen restaurant Podzamcze visjes uit een van de meren in de buurt: Sielawa, in het Nederlands kleine Marene.

De laatste loodjes in Polen

8 – 10  juni

Op 8 juni begon ik serieus aan het laatste gedeelte van de tocht. Het eerste gedeelte ging door prachtige bossen met af en toe uitzicht op mooie meren en soms helder stromend water waar de prachtige bosbeeklibellen in de schaduw vlogen.

De wegen werden slecht tot ronduit onberijdbaar. Vlak voor Drawsko Pomorskie gaf een officieel routebord van de route 20 weer hoop op verbetering, maar niet veel later was fietsen volledig uitgesloten op de wegen met hopen los zand bij Brzeźniak. Na nog twee uur doorploeteren over keienwegen en door zandhopen kwam ik aan bij de prachtige Agroturystyka van Węgorzyno. De sympathieke eigenaar begroette mij en ik kreeg zelfs nog een gebraden kippenpoot van de barbecue. Overal spelende kinderen en honden. Een gezellige plek.

De volgende dag had ik geen zin om weer de hele dag in de Poolse zandbak te spelen dus ik besloot de geasfalteerde weg, de 151,  te nemen, vooral om dat ik een lange etappe gepland had. De route was best mooi. Onderweg zag ik nog kraanvogels en mooie weidebeekjuffers naast de bekende kleine vogeltjes zoals geelgorzen, vinken en (waarschijnlijk) grijze gorzen.  De route ging door Choszczno. Als er een verkiezing zou zijn voor het lelijkste dorp van Europa, dan maakt deze plaats best een kansje. Bij het station wees de thermometer 28 graden aan.

Niet lang na Choszczno ging het fietspad weer gerieflijk over een oude spoorbaan. Het pad passeerde vroegere stations, ging over spoorviaducten en door korte tunnels. Tenslotte bereikte het fietspad Barlinek – Berlinchen in het Duits. Na meer dan 82 km rijden kwam ik nog redelijk vroeg bij mijn hotel aan. Ik  had nu een goede nachtrust verdiend, maar die kreeg ik helaas niet. Er was een trouwfeest met luide muziek, schreeuwende mensen en meer. Om vier uur was het feest voorbij en even later viel ik in slaap. Ik ben erg boos geworden (in het Pools!) op het hotelmanagement de volgende ochtend. Gelukkig had ik de volgende dag geen lange etappe op het programma.

Ik kon de volgende dag grotendeels over de fietsenracebaan over het oude spoortracé rijden. Ik genoot van het gemakkelijke fietsen, de vogels (zoals kraanvogels) en de vogeltjes (zoals geelgorzen) die ik tegenkwam en af en toe fotografeerde ik nog maar eens een libelle. Bij het fietspad stond een waarschuwingsbord dat op het gevaar van Barszcz Sosnowskiego wees, een soort reuzenbereklauw, maar misschien nog gevaarlijker. Als je foto’s op internet van afgrijselijke verbrandingen door die plant hebt gezien, begrijp je waar ze het over hebben. Na een stuk racebaan ben ik even eraf gegaan om naar een klein meertje te gaan kijken.

Vergane glorie

Het was een ervaring die me aan Frankrijk deed denken als je even de Autoroute verlaat om een uurtje het echte Frankrijk in te duiken. Het was een mooi meertje en in de directe omgeving stonden half ingestorte gebouwen. Op één gebouw kon je het woord ‘HOTEL’ nog lezen. Zou het nog van voor de Tweede Wereldoorlog geweest zijn, toen ze hier allemaal Duits praatten? Misschien is dat uit te vinden, maar ik hoef het niet te weten.

Ik kom ruim op tijd aan bij de luxe Agroturystyka van Listomie bij Myślibórz, dat die naam eigenlijk niet verdient. Prachtige kamer in een prachtig huisje aan een prachtig meer, waar de grote karekieten hun keel schor schreeuwen. Maar toch niet echt gezellig. Veel iets te rijke mensen met een eigen waterscooter op de aanhangwagen achter de auto.

 

Over oude spoorlijnen

Een klein deel van deze fietstocht fietste ik over fietspaden aangelegd op de de tracés van gesloten oude spoorlijnen.

Een zo'n tot fietspad omgebouwde spoorlijn, gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw, loopt van Choszczno (Arnswalde) naar Barlinek (Berlinchen). Bij één van de voormalige stationnetjes (Lubiana) staan nog oude locomotieven en een mooie seinpaal.

Een andere lijn was het vanaf 1880 ontwikkelde lijntje van Pyrzyce (Pyritz) naar Godków via Trzcińsko Zdrój en verder naar de brug over de Oder bij Siekierki. Trzcińsko Zdrój heette in het Duits Bad Schönfließ, vanaf 1898 een kuuroord dat tot ontwikkeling kwam nadat in 1895 belangrijke modderafzettingen werden gevonden. Veel verkeer over het lijntje naar het kuuroord kwam uit Duitsland toen de Duitse spoorwegen een directe verbinding met Berlijn hadden gerealiseerd. In 1945 werd het treinverkeer op de lijn stil gezet toen het Rode Leger oprukte naar de Oder. Het station van Trzcińsko Zdrój kreeg een militaire functie onder het nieuwe Sovjet-bestuur. Na de tweede wereldoorlog namen de Poolse spoorwegen de lijn over. In 1992 werd de lijn voor goed gesloten.

Naar Duitsland en Nederland

11 – 12  juni

Ik realiseerde me te laat dat ik in Listomie geen ontbijt zou krijgen. Daarom eerst naar een klein winkeltje in de buurt gefietst, dat helaas op zondag niet open was. In een iets grotere plaats verderop was de winkel gelukkig wel open. Ik kocht broodjes, beleg en vruchtensap voor een ontbijt op een bankje bij de kerk. Niet lang daarna kwam ik weer op de mooie fietsroute over de oude spoorbaan langs onder meer het oude station van Trzcińsko Zdrój, ooit in het Duits Bad Schönfließ geheten [zie hierboven].

Het laatste stuk voor de Oder ging door het prachtige Cedyński nationale landschapspark., waar ik onder meer prachtige rode wouwen zag vliegen. Over de mooi gerestaureerde spoorbrug – nu een fietsbrug – een mooie uiterwaard en daarna de Oder zelf overgestoken en dan in een rechte lijn in Zuidwestelijke richting naar het plaatsje Wriezen, het einddoel van de fietstocht.

De Oder, de grens tussen Polen en Duitsland

Ik had een kamer bij Pension zur Feldklause, een vrij groot eenvoudig hotel gerund door een wat oudere dame. Het ademde nog iets van de sfeer van Oost Duitsland. Naast het pension goed Italiaans gegeten, de beste maaltijd in meer dan tien dagen. Eten in Duitsland is wel veel duurder maar ook veel beter dan in Polen. Een korte blik op de website van de Duitse spoorwegen leerde dat er geen treinen zouden rijden op de geplande route Eberswalde-Berlijn. Ik moest dus helemaal over Frankfurt aan de Oder omrijden. Voor de zekerheid besloot ik met de trein van acht uur te gaan zodat ik niet zoals afgesproken om 8 uur kon ontbijten. Toch kreeg ik van de vriendelijke pensionmevrouw een soort ontbijt van muesli, vruchtjes, melk en twee koppen koffie. De reis naar Berlijn liep probleemloos. Ik was er alleen drie uur te vroeg. Omdat de trein naar Amsterdam met  een uur vertraging vertrok, heb ik totaal vier uur gewacht op Berlin Gesundbrunnen. Om kwart voor elf was ik in Leiden en een kwartier later thuis, waar ik door Petra werd begroet. Fijn weer thuis te zijn na 740 km fietsen.

___

 

Treinvervangend fietsvervoer

Reizen met het openbaar vervoer is niet altijd een pretje. Internationaal reizen kan nog vervelender zijn en als je ook nog een fiets bij je hebt is het soms zenuwslopend. Ik was dus internationaal met de fiets onderweg van Nederland naar Polen en terug. Het is allemaal gelukt, maar vraag niet hoe. Soms vallen er treinen uit en als je geluk hebt, zorgen ze voor treinvervangend busvervoer, maar daar heb je als fietser helemaal niets aan. Hier een paar enerverende ervaringen.

Over de Duits-Poolse grens (23 mei 2022)

Het leek allemaal zo goed te gaan. Ik had een fietsplaats in de internationale trein naar Berlijn en een kaartje voor regionaal vervoer naar Frankfurt aan de Oder. Daar kwam ik ruim op tijd aan om de stoptrein naar Zielona Góra te halen. Maar die reed pas vanaf Rzepin in Polen. Er was een bus, maar niet voor mij. Dan maar fietsen! Op de GPS van mijn telefoon had ik het station van Rzepin ingetypt. Met grote snelheid rijd ik lang files voor stoplichten wachtende auto’s, race de brug over de Oder over en ben ik Polen. Dan gaat het over niet ongevaarlijke regionale wegen en het is nog heuvelachtig ook. Ik heb uitgerekend dat ik bijna een gemiddelde van 20 moet halen, de snelheid waar Google maps van uitgaat, maar die ik nooit haal. Hijgend van de inspanning rijd ik de heuvels naar Rzepin over. In Rzepin rijd ik een rare woonwijk door en ben toch gelukkig dichtbij het station. Ik ben te laat, maar de trein staat er nog! Ik sleep mijn fiets de trein in en het duurt nog meer dan vijf minuten voor die vertrekt. In Zielona Góra fiets ik naar mijn appartement, maar kan de ingang niet vinden en ik snap niet hoe de sleutelcodes werken. Ik bel mevrouw de verhuurder op. Inmiddels heb ik minder dan 5% stroom op mijn telefoon. Die is leeggelopen door de navigatie over de grens. Na nog twee telefoontjes snap ik waar het is en hoe ik binnen moet komen. Mijn telefoon is nu helemaal leeg. Eerst maar eens douchen en dan een goed glas bier!

Naar het begin van de Wisła (24 mei)

De tweede dag gaat een stuk beter. Zonder problemen heb ik de trein naar Katowice, waar ik ruim tijd heb het stoptreintje naar Wisła te nemen. Maar dat ging alleen naar Skoczów, 15 km voor Wisła. Daar was treinvervangend busvervoer. Maar niet voor mij. Het was geen verrassing. Dus ik was al voorbereid op een 15 km lange fietstocht stroomopwaarts langs de rivier om het beginpunt van mijn fietstocht te bereiken. De volgende ochtend doe ik die fietstocht nog eens in omgekeerde richting, bijna twee keer zo snel.

Overstappen in Łódź (3 juni)

Op 3 juni ging dan de grote terugreis beginnen. Ruim op tijd stond ik op het station van Końskie. Op de aangegeven vertrektijd kwam er een werkelijk piepklein treintje aan om mij naar Łódź Widzew te brengen voor mijn aansluitende trein naar Kutno. Alles leek goed te gaan. Het kleine treintje werd steeds voller en mevrouw de conducteur had het druk met kaartjes verkopen aan de mensen die op die stationnetjes instapten. De trein reed al weg van het station Bedoń, niet ver van Łódź, maar kwam plotseling tot stilstand. Met onze trein was niets mis, maar het spoor voor ons bleek door een defecte trein geblokkeerd te zijn. Iedereen uitstappen! Ik maakte een paar snelle berekeningen.

Bij het uitgevallen treintje

Het beste was alweer treinvervangend fietsvervoer. De route op de telefoon ingetypt en daar ging ik weer. Onderweg crashte mijn telefoon en bij het opnieuw opstarten had ik het foute station ingetypt. Ik corrigeerde nog eens, maar weer verkeerd: plotseling stond ik bij een stadion in plaats van een station. Die woorden lijken op elkaar. Ik was te ver gefietst. Met een rotgang terug over slechte wegen. Ik kon mij de luxe niet veroorloven om kuilen heen te rijden. Om drie minuten voordat de trein van Łódź Widzew zou vertrekken stond ik onder aan een betonnen trap naar het perron. Geen lift. Hoe ik het deed weet ik niet, maar ik tilde die zware fiets met bagage en al de trap op. Daar kwam de trein aan en ik zette mijn fiets op de gereserveerde fietsplaats. Alweer goed gegaan, maar leuk is anders. De aansluiting in Kutno naar Rzepin haalde ik en ik was blij toen ik daar in de tuin van een restaurant een goede maaltijd met lekker bier naar binnen kon werken.

Toch nog naar Berlijn (4 juni)

Normaal is de reis van Rzepin naar Berlijn een korte rit. De Eurocity doet er anderhalf uur over, maar er was geen plaats meer in die trein dus ik zou weer met regionaal verkeer gaan reizen. In Rzepin zat ik op tijd in het kleine treintje naar Frankfurt aan de Oder. Dat reed nu zonder problemen. In Frankfurt kreeg ik te horen dan alle treinen op het regionale lijntje naar Berlijn door bussen waren vervangen. Die zouden naar Fürstenwalde rijden. Daar kon ik onmogelijk op tijd zijn: 40 km fietsen, dus uitgesloten. Dan maar naar de service van het Reisezentrum. Eerst dacht de vriendelijk dame aldaar niet dat er een oplossing zou zijn. Ik hield al rekening met het missen van mijn trein in Berlijn, maar plotseling kwam ze toch met een oplossing: met een uiterst langzaam regionaal treintje van Frankfurt naar Königs Wustenhausen en vandaar met S-Bahnen naar Berlin Gesundbrunnen, waar mijn trein naar Amsterdam zou vertrekken. Ik zou nog op tijd aankomen! De reis duurde ongeveer anderhalf uur langer dan mijn geplande reis. Er was één probleem. Het treintje naar Königs W. had geen toilet en ik moest nodig naar de WC. Op het eindstation sprintte ik even het station uit om het daar maar tegen een hek te doen, alvorens met de S-Bahn verder te reizen.