In de Texelse winterzon

Alweer Texel

Voor de negende keer voeren Petra en ik de veerhaven van Het Horntje binnen. Voor mij persoonlijk was het de veertiende keer op Texel vanaf mijn eerste kennismaking met het eiland in 1959 (zie deze blog). Ons vorige bezoek was niet eens zo lang geleden, in april 2021 (zie deze blog).

Erwtensoep op de boot

Wij wilden er toen eigenlijk helemaal niet heen. We hadden een reis naar onze zoon in Noorwegen gepland, maar het strikte Corona-beleid van de Noren maakte dit onmogelijk. Dan maar naar Texel. Huisjes kon je huren in Coronatijd, maar verder was het er maar een dooie boel, afgezien van de honderdduizenden vogels op de Wadden, achter de dijk en in de duinen. Petra werd min of meer gedwongen ook maar vogelaar te worden. Wij liepen nu met twee verrekijkers over het eiland. Minder dan een jaar later kwamen wij er weer (nog steeds met twee kijkers), gelukkig niet tijdens de februaristormen met windkracht 10 maar een weekje later.

Texel door de jaren
In 1959 gingen we met het hele gezin naar Texel. De hele maand augustus hadden we een huis in De Cocksdorp gehuurd [blog in voorbereiding]. Het duurde tot de jaren 1970 voordat ik er met mijn biologen-vrienden uit Utrecht weer zou komen (Zie ook hier). Wij sliepen in de schuur van de boerderij Zeeburg bij temperaturen onder nul. Ik kwam er in 1975 ook nog eens met een vriendin uit Groningen, die gillend bij mij op de tandem zat die ik met grote snelheid vlak langs bomen stuurde. Petra en ik waren er voor het eerst in 1983, waar we in hotel Brinkzicht (de Koog) verbleven en wandelingen naar onder meer de Slufter maakten. Met ons gezin gingen we vier keer naar een huisje op Texel tussen 2001 en 2007. Afgezien van een excursie met de vogelwerkgroep in 2016 kwam ik er niet vaak meer tot we in 2020 een huisje op Midden Eierland huurden en vervolgens drie keer een huisje bij Prins Hendrik. Voor mei dit jaar staat er nog een weekend op Texel gepland. Dat wordt dan mijn vijftiende keer op Texel.
Met het gezin in december 2006

Geen uitbundige vrolijkheid

Vrijwel overal was de mondkapjesplicht opgeheven en we konden weer zonder QR-codes restaurants in. In het restaurant van de boot was het gezellig druk en we konden er weer erwtensoep eten.

Ons huis

Tijdens de storm was er één boot defect geraakt, maar de andere voer nog. Met een uurtje vertraging kwamen we in ons luxe huisje bij Prins Hendrik aan, hetzelfde huisje dat we een jaar eerder ook gehuurd hadden. Een stralende lage februarizon scheen recht de mooie woonkamer in. Prachtig weer, einde Coronabeperkingen. Toch geen reden tot uitbundige vrolijkheid. Rusland was de Oekraïne binnengevallen. In onze naïviteit hadden we het niet voor mogelijk gehouden.

Wandelen, wandelen …

Wat doe je op Texel? Onze belangrijkste bezigheid daar is altijd wandelen geweest, in combinatie met naar vogels kijken. Ook deze keer hebben de hele reeks voor de hand liggende wandelingen gemaakt, zie kaartje.

Een mooie wandeling is in de buurt van de vuurtoren langs de zogenaamde Tuintjes. Hier lagen vroeger de tuinen voor het voedsel voor het personeel van de vuurtoren. Het is nu een populair gebied voor vogelaars, vooral tijdens de vogeltrek. We zijn er ook deze keer door gewandeld.

Texel, Eierland en de Slufter
De Slufter is misschien wel een van de bijzonderste elementen van het Texelse landschap. Het is een overblijfsel van het zeegat tussen de eilanden Texel en Eierland. Ook de Roggesloot in De Cocksdorp is daar nog een deel van.

Eierland - nu het Noordelijke deel van Texel - was ooit een deel van Vlieland. In de dertiende eeuw ontstond het Eierlandse gat dat Eierland van Vlieland scheidde. Eierland werd een klein zelfstandig eiland. Er stond één huis, onder meer om schipbreukelingen op te vangen aan deze gevaarlijke kust. Er werden veel meeuweneieren geraapt ten behoeve van Amsterdamse bakkerijen. 

In 1629 is er tussen Texel en Eierland een zanddijk aangelegd, bestaande uit obstakels van riet en rijshout. Wind en zand deden de rest. In de grote strandvlakte tussen de zee en de zanddijk ontstonden twee grote kreken: de grote en de kleine slufter. Halverwege de 19e eeuw werd er ten Westen van de zanddijk een nieuwe stuifdijk aangelegd, de 'lange dam'. Diverse malen brak de zee door deze stuifdijk heen. Het Noordelijke deel van de stuifdijk stoof weer dicht, waardoor de grote slufter voorgoed verdween. Ondanks allerlei maatregelen is de kleine slufter tot de dag van vandaag blijven bestaan. Op een kaart van 1920 is de grote slufter nog te zien, maar daarna is die voorgoed verdwenen. Op oude kaarten (bijv. 1850 en 1900) is te zien hoe de kleine slufter bij strandpaal 25 bij zee uitmondt. Dat is meer dan 150 jaar later nog steeds het geval. De loop van het riviertje zelf is wel voortdurend aan verandering onderhevig. 

De kweldervlakte tussen Eierland en Texel werd in het begin van de 19e eeuw ingepolderd. Zo ontstond de Eierlandse polder met als belangrijkste plaats De Cocksdorp, gesticht in 1836 waar de Roggesloot in het Eierlandse gat uitmondde.

Andere wandelingen – die we ook deze keer gemaakt hebben – liggen aan beide zijden van de Slufter. Ten Noorden van de Slufter liggen mooie duinen, maar je komt daar de Sluftervlakte niet echt in. Dat kan wel weer ten Zuiden van de Slufter en daar deel je het genoegen met duizenden collega’s.

Ook hebben we ten Zuiden van De Koog en Den Hoorn gewandeld, zoals bijna tijdens elk bezoek aan het eiland. Vanaf het Turfveld niet ver van de Koog hebben we heerlijk door het bos gewandeld, ook wel eens leuk na al die duinen en polders. Na het bos kom je door een prachtig duinlandschap. Wij liepen een stuk door de duinen en na een bezoek aan ‘Paal 12’ met een boog terug naar het bos.

Volgelopen paden. Omweg door het duin.

Interessant was ook weer de wandeling bij de Horsmeertjes, het gebied ten Noorden van De Hors. We liepen het pad lang de meertjes, maar daar stond wel hier en daar een halve meter water in, zodat wij – net als de overige schaarse wandelaars – af en toe een etage hoger over het duin moesten lopen. Na de meertjes staken we naar het brede strand door, eerst langs stukken moerassig gebied (met natuurlijk de bruine kiekendief, maar ook leeuweriken) en dan door brede hoge duinen. Even later aten wij brood met zo min mogelijk zand in een zonnig duinpannetje.

Natuurlijk hebben we deze keer onze wandelingen regelmatig onderbroken bij de verschillende strandpaviljoens met mooie namen als Paal 18, Strandpaal 21 en Kaap Noord. Bij dit laatste paviljoen hebben we een oergezellige, uitgebreide, dure en vrij slechte maaltijd genuttigd ter gelegenheid van onze 32e trouwdag.

Vorig jaar zijn we in het voorjaar ook nog eens naar het oude land van Texel geweest bij de Hoge Berg en de Georgische begraafplaats Loladse, deze keer maar overgeslagen. Natuurlijk ben ik ook ettelijke malen langs de Waddendijk gereden en gelopen om de tienduizenden vogels daar te zien zowel aan de Waddenkant als in de plasjes aan de landkant (Utopia, Wagejot, Ottersaat, etc.) Ook dit jaar waren er heel veel rotganzen, smienten, scholeksters en wulpen. Vorig jaar waren er nog veel meer rosse grutto’s. Misschien moesten die nog komen.

De vuurtoren van Eierland
Als ik een fotoalbum met één van mijn Texel-vakanties open, dan staat hij daar, die mooie hoge rode vuurtoren van Eierland. Hij werd er in 1864 op initiatief van de Texelse notaris Kikkert gebouwd, bijna 30 jaar na de inpoldering van de Eierlandse kwelders. Dat was hard nodig, want op de uiterst gevaarlijke Eierlandse gronden leed het ene na het andere schip schipbreuk. Om de vuurtoren stond een aantal woningen voor 'opzichters' en 'lichtwachters'. Ze staan er nog steeds, als een klein dorpje op het hoge duin, zie ook een foto hierboven.

In de Tweede Wereldoorlog maakte de vuurtoren en omliggende bunkers deel uit van de Duitse Atlantikwall. Het werd bemand door Georgische krijgsgevangenen. Toen in april 1945 de Georgiërs in opstand kwamen en de geallieerden hielpen om Texel te bevrijden, grepen de Duitsers in. Getuige van deze opstand is nu nog het Georgische kerkhof Loladse op het oude deel van Texel. De vuurtoren had zwaar te lijden onder de beschietingen. Hij werd daarna niet afgebroken, maar er werd een nieuwe ronde muur omheen gebouwd. Sindsdien is de vuurtoren van Eierland een stuk dikker.

En wat nog meer?

En wat hebben we behalve wandelen en vogeltjes kijken nog gedaan? Eigenlijk niet zo veel. Vakantie is ook om niets te doen. We hadden verschillende instrumenten en muziek meegenomen.

kleine zilverreiger

Petra heeft ijverig Matthäus Passion gestudeerd, terwijl ik bij Utopia een kleine zilverreiger aan het fotograferen of in de polder naar honderden goudplevieren aan het kijken was. We hebben zelfs nog samen een stukje Corelli gespeeld, maar aan mijn eigen Bach-sonate ben ik nauwelijks toegekomen. Te druk. We hebben genoten van het Texelse bier, Skuumkoppe en dubbel, nog lekkerder met een portie bitterballen die ze bij de receptie van Prins Hendrik konden leveren als je daarvoor het geduld had.

____

Een paar bronnen

Nog steeds de beste bron voor de vroege geschiedenis van Texel en Eierland is het boek van J. Drijver, Texel – het Vogeleiland uit 1934, tweede druk 1957.

Heel veel informatie op Wikipedia lijkt rechtstreeks uit dit boek afkomstig.

Wikipedia bronnen, onder meer:
https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Slufter
https://nl.wikipedia.org/wiki/Eierland (vooral aan Drijver ontleend)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Eierland_(vuurtoren)

Oude kaarten op https://www.topotijdreis.nl/ 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *