Natuurlijk vanzelfsprekend

De theezakjes-vraag

Onlangs zette ik weer eens een kopje Pickwick-thee. Ongevraagd wordt je dan lastig gevallen met allerlei vragen over kwesties waarin ik absoluut niet geïnteresseerd ben. “Met welke beroemdheid zou je eens een dag willen optrekken?”. Met geen enkele natuurlijk. Beroemdheden lijken mij vervelende lui. Toch stelde het kopje thee mij laatst een vraag waar ik wel even over na moest denken. “Naar welke dag in je leven zou je een keer in de tijd willen terugreizen?”. Het kan natuurlijk niet, maar het is toch een leuk idee.

Ik wil een dag naar 1958.

Arnhemseweg 53 in 1954

Een woensdagochtend in 1958

Naar school

Ik reis naar 11 juni 1958. Het was woensdag en we hadden school. Ik zat in de vierde klas van de Christelijke Groen van Prinstererschool in Ede aan de Wulplaan 7. De school stond toen bijna aan de rand van Ede. Wij fietsten erheen vanaf de Arnhemseweg . Eerst moesten we het laatste stukje van de berg afzakken tot het kruispunt van de Arnhemseweg en de Grote Straat.

Ede 1958 – van topotijdreis.nl

Die staken we over om via Station Ede-Centrum naar de Waterloweg te komen. Toen was dat een niet al te best verharde verwaarloosde straat met een wegdek van kolengruis. Ergens aan die weg was een fabriek die blikken producten maakte en daarbij als afval ronde stukjes uitgeponst blik produceerde. Scholieren namen dat afval vaak mee naar school en strooiden dan grote hoeveelheden op het schoolplein. Het was dan een kunst om zoveel mogelijk van die leuke metalen schijfjes te bemachtigen.

Vanaf de Waterloweg ging het dan een stukje over de Schaapsweg naar de Nachtegaallaan langs de gasfabriek. Aan het eind van die weg kwam je bij de school aan de Wulplaan, een laag gebouw met één lokaal voor elke klas. In het laatste lokaal gaf de ‘bovenmeester’ les, meester van Asselt, die zo dik was dat hij bijna niet kon lopen, maar dat deed hij dan ook niet. Als hij bij de tweede klas op bezoek ging, startte hij aan het eind van de school zijn brommertje en tufte dan vier lokalen verder. Erg lang heeft hij niet geleefd. Op een bepaald moment hoorden wij op school dat hij overleden was. Het verhaal ging dat hij midden in het gebed aan het ontbijt de laatste adem had uitgeblazen. Maar daar gaat dit opstel niet over.

De kuifleeuwerik

Op die woensdag in juni vertelde meester Stel over zijn grootste hobby, de vogels. Hij vertelde over de bonte spechten in het bos, over het ophangen van nestkasten en over zijn zeldzame ontmoetingen met draaihalzen in het Edese Bos.

Kuifleeuwerik – Foto door chris clark via Pexels

Voor meester Stel was die prachtige natuur in de eerste plaats Schepping, waarin de Here God zijn grootheid liet zien en waarvoor de mens ontzag voor moest hebben. Maar het ging niet alleen om draaihalzen. Het ging ook om heel gewone vogels. Als je daar op de Wulplaan of de Nachtegaallaan op straat keek, dan hipten daar leuke bruine vogeltjes. Ze vielen niet op door felle kleuren. Het leukste aan die vogels was hun vrolijke kuif. Kuifleeuweriken, zei meester Stel. Je zag ze heel vaak.

Naar het bos op een woensdagmiddag in 1958

de Sysselt – in 2019

Die middag hoefden we niet naar school. Het was immers woensdag. Het leukste bos in de omgeving was de Sysselt. Daar kon je leuk fietsen en spelen.

zwarte specht – Foto door Daniil Komov via Pexels

Vooral het ‘Paradijs’ was een leuke plek, met veel grote bomen en kale boomstammen. In het bos kwam je allerlei vogels tegen. Veel vogels kenden we al uit de eigen tuin aan de Arnhemse weg, inclusief alle soorten mezen, goudvinken en gekraagde roodstaarten. In het bos zag je daarnaast niet alleen bonte en groene spechten. Niet al te ver van dat Paradijs was een klein bos met veel oude beukenbomen en daar zaten de zwarte spechten.  Je hoefde er maar heen te gaan en dan waren ze er.

Natuur – geen toeristenattractie

Ik wil nog eens een dag naar 1958 terug om te beleven hoe natuur nog geen toeristenattractie was. Terug naar een tijd waar het bos niet vol stond met informatieborden en kijkhutten. Een tijd waarin nog geen vogelaars met hun 600 mm telelenzen achter de zwarte specht aan holden. Gewoon een bos waar je af en toe een zwarte specht tegenkomt en dan doorloopt of er niets aan de hand is. Terug naar een tijd waar je een kuifleeuwerik op het schoolplein tegenkwam alsof het de normaalste zaak van de wereld was (en dat was het ook).

Vanzelfsprekende natuur

Vanzelfsprekend in 1958

Die natuur in 1958 was niets bijzonders en eigenlijk is natuur nooit iets bijzonders. Het woord ‘natuurlijk’ betekent ‘vanzelfsprekend’. Het woord ‘natuur’ zou  ‘vanzelfsprekendheid’ moeten betekenen. Eigenlijk is dat ook juist. Wat je ook doet, er ontstaat altijd natuur. Onder bepaalde omstandigheden ontstaan er soortenrijke biotopen. Veranderen we de omstandigheden, dan ontstaat er iets anders. Zo verdween de kuifleeuwerik, maar de natuur verdween niet.

In de geest van Spinoza kunnen we zeggen dat de natuur niets anders is dan het geheel van natuurwetten en dat die natuurwetten gelijk zijn aan God. Natuurwetten kunnen wij niet beïnvloeden. In die zin is natuurbescherming ook onzin. Evenmin kan natuur vernietigd worden [zie ook voetnoot].

Terug naar 2022
ontwikkeling kuifleeuwerik (bon SOVON)

In 1958 was die kuifleeuwerik puur natuur. Het was niets bijzonders. Het vogeltje dat zich ooit aan steppeachtige biotopen had aangepast, deed het bijzonder goed in onze moderne stadssteppes, in pas aangelegde wijken met slecht onderhouden straatjes. Daar bij de Wulplaan was de natuur ideaal. Het bestond gelukkig nog niet, maar was er toen waarneming.nl geweest, dan was niemand op het idee gekomen om dat gewone kuifleeuwerikje te melden. Die had je immers overal in dit soort wijken. Dat is  nu wel anders: optimistische schattingen voor de huidige situatie hebben het over minder dan vijf paar Kuifleeuweriken voor heel Nederland.

Ik ben blij dat er niet zo’n beestje bij ons in de straat rondhipt, want dan zouden we ook duizend met telekanonnen bewapende vogelaars kunnen verwachten. Die willen hem dan voor de ‘lijst’ hebben. Met natuur heeft dit allemaal niets te maken. Vroeger behoorde hij tot onze natuur, tot onze vanzelfsprekendheid, nu is het een uitzondering, een herinnering aan vervlogen tijden.

Vanzelfsprekend in 2022
ontwikkeling halsbandparkiet (bron: SOVON)

In  2022 hebben we een heel andere natuur, of je het leuk vindt of niet. Loop maar eens door een willekeurig park in de Randstad en je hoort de natuur in de vorm van de vanzelfsprekende zwermen lawaaiige halsbandparkieten, nog afwezig in 1990 en nu met meer dan 10000 exemplaren. Dat is echte natuur! En wat te denken van de toegenomen aantallen slechtvalken in de grote stad. Puur natuur!

Natuur begint daar, waar het niet meer interessant is waarnemingen door te geven.

Slaapboom voor halsbandparkieten (2021)

__________

Voetnoot

In dit stuk gebruik ik het woord 'natuur' losjes in twee betekenissen. Natuur als het geheel van natuurwetten (de eerste betekenis) is de onveranderlijke eeuwige basis van onze wereld en van het heelal. Er zal in die zin altijd natuur zijn. De natuur zoals wij die kennen is de wereld die op basis van die natuurwetten ontstaan is en steeds verder evolueert. Onze natuur (in die tweede betekenis) is per definitie een momentopname van een veranderende wereld. Als die veranderingen te snel gaan of in de 'verkeerde' richting, kunnen wij bijsturen. Daarvoor hebben we mooie woorden ontwikkeld zoals natuurbescherming, natuurontwikkeling en dikke boeken vol bureaucratisch en semiwetenschappelijk jargon. Over wat 'verkeerd' is, kan je lang discussiëren, maar dat ga ik hier niet doen.

Hellegatsplaten

God schiep de aarde, behalve Nederland ….

Toen ik gisteren met zes andere leden van de Vogelwerkgroep Leiden van de KNNV gewapend met krachtige telescopen op de Hellegatsplaten langs de verschillende vogelhutten liep, moest ik hier aan denken. Tja, natuurexcursie, maar is dit natuur? Aan de grote verscheidenheid aan mooie vogels te oordelen wel, maar deze natuur is wel door de mens geschapen: “God schiep de aarde, behalve Nederland, want dat deden de Nederlanders zelf” (zie hiervoor ook de website van het museum Boerhaave). De ‘natuur’ waar we gisteren doorheen liepen is een prachtig nevenproduct van het Deltaplan. Ik kende de plek alleen door erover heen te razen op weg naar Zeeland. Dan kom je over een van de merkwaardigste verkeerspleinen ter wereld, het Hellegatsplein, dat Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Noord Brabant met elkaar verbindt. Hier komen het Haringvliet, het Hollands Diep en het Volkerak samen.

Vóór de Deltawerken

Voordat de Deltawerken het landschap hier grondig veranderden, was er natuurlijk ook natuur, maar wel heel anders. Hieronder de situatie in 1920 en 1950. Bij het Hellegat vond een menging van zout en zoet water plaats. Het was een gebied van verraderlijke stromingen en gevaarlijke zandbanken.

Haven aan het Hellegat

Aan de punt van Overflakkee lag toen, en ligt nog steeds, het plaatsje Ooltgensplaat.

Op de kaart van 1920 zie je de route van de veerboten naar de Brabantse overkant naar Dinteloord en Willemstad. Blijkbaar werd toen de oude veerhaven bij het Fort Prins Frederik nog gebruikt. In latere jaren voer het veer van de ‘Galatheese haven’, ook wel Sluishaven genoemd, iets meer naar het Zuiden. Deze dienst werd geopend rond 1935.

Drukke veerdienst
Veerpont Ooltgensplaat-Dintelsas op een oude prentbriefkaart

In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 11 oktober 1933 lezen we:
“Uit West Noord-Brabant wordt medegedeeld, dat steeds spoedig een veerdienst wordt geopend van Dintelsas op Ooltgensplaat met een stoomboot, die ook gelegenheid heeft voor autovervoer, …… waardoor men zich van Goeree-Overflakkee op minder kostbare wijze in de richting N.-Brabant, Zeeland en België zal kunnen begeven …”.

kaart uit 1940: Galatheese Haven

Het werd best een drukke verbinding. De zomerdienstregeling van 1956 vermeldt 10 verbindingen per dag in beide richtingen.

Het was een belangrijke haven voor het vervoer van suikerbieten naar de fabrieken aan de overkant in Noord Brabant.  Daar bij de Sluishaven werd door de veermaatschappij v.d. Schuyt een wachtlokaal neergezet, dat later een echt koffiehuis en zelfs restaurant zou worden.

De jaren 60
In de extreem koude winter van 1963 (de koudste winter van de eeuw, waarin Reinier Paping de elfstedentocht won) werd de veerdienst toch in bedrijf gehouden, geholpen door drie krachtige sleepboten, die een weg door het ijs baanden, maar lang zou deze veerdienst niet meer bestaan.
De veerdienst werd na het gereedkomen van de vaste oeververbindingen in 1965 opgeheven,
Appeltaart met slagroom

Het koffiehuis werd restaurant. Het oude gebouw staat er niet meer, maar in 2022 hebben wij met prachtig uitzicht over het water in de opvolger van dit restaurant genoten van koffie en appeltaart met slagroom.

De Deltawerken
Hellegat in 1968 en 1980

Hierboven staan kaarten van het gebied in 1968 en 1980. Op het Hellegatsplein, een kunstmatig eiland in het Hellegat, komen drie wegen samen: uit de richting Rotterdam de weg over de Haringvlietbrug (1964), uit de richting Goeree-Overflakkee de Hellegatsdam (1960), en uit de richting Noord Brabant de Volkerakdam (1969). Elke verbindingsweg heeft zijn eigen doorlaatbaarheid voor water: het zoete water van de rivieren stroomt vrij onder de Haringvlietbrug door. De Hellegatsdam is potdicht en de Volkerakdam laat wel schepen maar weinig water door. Door de Deltawerken is het Haringvliet van brak zoet geworden. Het water van het Volkerak en  de in het verlengde daarvan liggende Krammer zijn door de Deltawerken eerst brak geworden, maar na de sluiting van de Philipsdam in 1987 werd het helemaal zoet.  Het Westelijk daarvan liggende Grevelingenmeer daarentegen wordt zout gehouden door inlaat van zeewater bij de Brouwersdam. Er zijn plannen ook het Volkerak weer zout te maken, vooral om de algenbloei tegen te gaan, en het getij weer iets te herstellen, maar er is nog geen brede steun voor dit plan, ook niet bij milieuorganisaties.

Twee verschillende gebieden
De huidige situatie

De Hellegatsdam heeft het slikkengebied in twee heel verschillende helften opgeknipt. Ten Noorden van de dam bevinden zich de Ventjagersplaten aan het Haringvliet . Ten Zuiden van de dam bevinden zich de Hellegatsplaten aan het Volkerak. Door het aangepaste waterpeil van het Volkerak staan meer platen boven water dan anders het geval geweest zou zijn.

 Een excursie in april 2022
Uitzicht uit de toren

Nu beheert Staatsbosbeheer dit gebied, waarbij een grote kudde heckrunderen en een groep fjordpaarden worden ingezet om het landschap halfopen te houden.

De beheerder heeft er een pretpark van vogelkijkhutten van gemaakt. Er staan 4 vogelkijkhutten en één hoge uitkijktoren. De moderne vogelaar wordt in de watten gelegd. Alleen de hoogte van de kijkgaten houdt slecht rekening met de manier waarop telescopen gebruikt worden.

Kijkhutten en toren bij de Hellegatsplaten.

Wij liepen en reden van vogelhut naar vogelhut op 9 april. Wij zagen niet alleen een mooie zeearend (vlak nadat alle vogels in de omgeving waren opgevlogen), maar ook prachtige pijlstaarten, geoorde futen, kluten, brilduikers en middelste zaagbekken. Maar ook de zangvogels lieten zich horen en zien: naast de luidruchtige tjiftjaffen de eerste fitissen en een zwartkop. En nog veel meer, teveel om op te noemen.

De schepping blijft ons verwonderen, ook al hebben we die niet helemaal aan God overgelaten.

Beninger Slikken

Over een excursie niet lang hierna schreef ik dit stuk: Naar de Beninger Slikken. Hier nog meer informatie over de gevolgen van de Deltawerken voor dit gebied.

Verwijzingen

wikipedia over Hellegatsplaten

Vogels kijken op Ventjagers- en Hellegatsplaten

Brabantse Milieufederatie – Volkerak zoet of zout moet geen overhaaste beslissing zijn, 2019

Over de geschiedenis van een Zeeuws eiland heb ik in een eerdere blog geschreven. Daarbij ook ruim aandacht voor de interessante veer- en tramverbindingen: Naar Westenschouwen.

Campinghaan en wulpenslurf

Watervogeltelling

April doet wat-ie wil. Dit jaar op 2 april temperaturen rond het vriespunt en ijskoude wind uit het Noorden. Daar staan we dan weer, bibberend van kou in de Hollandse natuur naast de snelweg vogels te tellen, Ron, Ellen en ik. De tijd dat honderden wulpen hier komen slapen is voorbij. Wel zijn er behoorlijk veel grutto’s, scholeksters en tureluurs. Er blijken behoorlijk veel kemphanen tussen de tureluurs te zitten. De vogels in de grote plas zijn vrij snel geteld en we gaan een stukje verder bij de molen tellen. Daar ziet Ron een groep kemphanen, maar als hij nog een keer kijkt, zijn ze bijna allemaal weg. Ze zitten waarschijnlijk onzichtbaar achter een rietkraag verscholen. We blijven even wachten om te zien of ze terugkomen.

grutto’s, tureluurs, kemphanen (Munnikenpolder 2-4-2022)
Campinghanen
kemphaan en tureluur

Dan komen er twee pubermeisjes aan fietsen. Onze statieven met telescoop en camera staan op het fietspad. Zij lijken oppervlakkig geïnteresseerd in onze activiteiten:  “Zijn jullie naar vogels aan het kijken? Wat zien jullie dan?”.  Ron gaat er serieus op in: “wij kijken hier naar allerlei watervogels zoals grutto’s, scholeksters en kemphanen.” Ik krijg niet de indruk dat ze echt luisteren naar wat Ron zegt. Toch komt één van de meisjes terug op wat Ron zegt: “Waar zitten die campinghanen dan precies?”. Wij corrigeren: “geen campinghanen, maar kemphanen!”. Ze horen het niet. Het andere meisje vraagt iets als “hoe zien die campinghanen er dan uit?”. Wij corrigeren nog eens, maar het helpt niet.

Wulpenslurf

De aandachtsspanne van dit soort kinderen is in de regel niet langer dan 15 seconden. Plotseling zijn ze meer geïnteresseerd in mijn camera met telelens. Ik wil best iets laten zien en kies een foto van een wulp, die ik net geschoten heb. Ik denk het didactisch verantwoord aan te pakken en vraag “Wat voor bijzonders zie je aan deze vogel?”. Eén van de meisjes kijkt toch wel goed. Dit blijkt uit haar originele antwoord: “Ja, ik zie het, die vogel heeft een hele lange slurf!”. “Goed gezien, maar ik zou het een snavel noemen”. Ik zeg nog iets over de naar beneden gebogen vorm van die wulpenslurf en Ron mompelt iets als “Een wulp wijst  naar zijn gulp”, maar de dames staan alweer op punt weg te rijden. Ze roepen “een fijne avond nog!” en even later horen we ze een paar honderd meter verderop luid lachen. Het zal wel niet over vogels gegaan zijn.

wulpen en grutto’s bij de Munnikenpolder (2-4-2022)

____

Over een eerdere slaapplaatsentelling in de Munnikenpolder, zie deze blog.

Mooi saai – vogelfoto’s

Na 15000 clicks

Ik heb mijn 600 mm Tamron telelens nu iets meer dan twee jaar en ik heb 15000 keer afgedrukt met dat objectief in de camera. Ik heb er vooral heel veel vogels mee gefotografeerd. Hieronder een paar plaatjes, die ik best wel mooi vind. Dat wil zeggen: het zijn mooie vogels en dat kan je zien. Sommige zouden in een vogelgids niet misstaan.

Meestal saai

Toch ben ik niet echt tevreden. Het zijn brave plaatjes, geen spannende foto’s. Dat  ligt ook een beetje aan het onderwerp. De gemiddelde vogelfoto ziet er ongeveer zo uit: in het midden van het beeld zit, zwemt of vliegt een vogel. Daaromheen is weinig te zien, blauwe lucht, water, groen gras of een paar takken. Door het gebruikte tele-perspectief heeft de foto nauwelijks diepte. Alles wat zich niet in het zelfde vlak als de vogel bevindt is wazig. Foto’s van één vogel moeten het vooral hebben van de kleuren en de lijnen op de vogel zelf. Daarnaast kunnen kleuren en patronen in de omgeving iets moois toevoegen, maar het lukt me maar zelden om van dit soort platte beelden iets te maken.

Soms best mooi

Soms  maak ik een typische vogelfoto, zo’n foto met een vogel in het midden, die ik toch wel bijzonder fraai vind. In de eerste foto hieronder is het de bijzondere symmetrie, die me aanspreekt. De kleine zilverreiger is mooi belicht en laat de kleur van zijn tenen zien. In de foto van het eerste roodborstje is het vooral de sneeuw die het doet. Bij het tweede roodborstje is het juist leuk dat het niet helemaal zichtbaar is en mooi geïntegreerd in de takken van de taxus. Het draadje speeksel in zijn bek vind ik een grappig detail.

De twee foto’s hieronder vind ik ook wel leuk. Hier heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de uitgespreide vleugels van de fazant en de aalscholver. Ze hebben allebei iets van een dirigent. Ik ben vooral bij met de foto van de aalscholver. Zie ook deze blog.

Twee voor de prijs van één

Soms maak ik wel handig gebruik van spiegelingen in het water.

De dubbele beelden vind ik best mooi, maar ik begin er genoeg van te krijgen. Het is gewoon niet origineel, niet verrassend meer als je het voor de zoveelste maal doet.

Relaties en verhalen

Als grootste beperking van dit soort foto’s (ook als ze esthetisch wel verantwoord zijn) ervaar ik het gebrek aan relaties: de relatie tussen de vogel en zijn omgeving, tussen de vogels onderling of tussen vogels en andere dieren of planten. Ik maak veel leukere foto’s als er meer dan een eenzaam vogeltje op staat. Het vogeltje hoeft niet eens het grootste onderwerp op de foto te zijn.

Ik nam onderstaande foto van de kleine gele kwikstaart en het grote schaap om daarmee het verhaal van de liefde tussen deze dieren te vertellen, een indirecte liefde die via de vliegen op de schapenstront loopt (zie deze blog). Leuke foto’s heb ik ook gemaakt van reigers of ijsvogels die vissen vangen en verorberen (zie deze blog). De relaties tussen vogels en hun jongen (bijvoorbeeld op hun nest) en van roofvogels en hun prooi zijn ook aantrekkelijke onderwerpen. Ik denk dat de jonge lepelaar in de foto hieronder iets van de moeder krijgt en wat er precies in de andere foto van een oude en jonge lepelaar gebeurt, weet ik niet.

De foto van de kuifeenden vind ik leuk door de beweging. Die van de grondelende eenden straalt meer humor uit dan de mooie eenden bovenaan deze pagina. Het gevecht tussen de meerkoeten zou nog wel mooier kunnen, maar er gebeurt tenminste wat. De vogel hoeft helemaal niet groot te zijn, zoals de eenzame koperwiek linksonder of het roodborstje op de bank in het park. Op de foto van de eenzame kluut in het tegenlicht bij zonsondergang is het licht het hoofdonderwerp. De kluut was zo vriendelijk precies in het goede licht te gaan staan.

Groepen en zwermen

Een foto wordt vaak al veel leuker als er meer vogels of heel veel vogels op staan. Hier twee voorbeelden, niet alleen van interessante groepen vogels (kemphanen en andere steltlopers in de Munnikenpolder bij Leiderdorp, grote zwermen rosse grutto’s op Texel), maar vooral ook van mooie pasteltinten bij zonsondergang.

Niet al deze foto’s zijn helemaal geslaagd, maar het is wel de richting waar ik naar toe wil. Die mooie vogeltjes in het midden van het beeld, die  heb ik nu wel gezien.

Zeldzaamheden
De sneeuwgors die in december 2020 in de Polders Poelgeest te vinden was. Bijzondere vogel, ja. Bijzondere foto, nee.

Veel vogelaars vinden het leuk om een zeldzaam vogeltje vast te leggen. Dat is een tak van sport waar ik zelf niet voor warm loop. Integendeel. Als het aantal tele-objectieven groter is dan het aantal vogels, dan loop ik verder. Ik heb ook wel eens bijzondere vogels gefotografeerd, maar het resultaat is meestal geen mooie foto (zie voorbeeld). En daar gaat het mij juist om.

Maar soms wil je helemaal geen foto’s. Er zijn mooie momenten die je nooit zult vergeten. Momenten waarvan je nog meer geniet als je niet zo’n apparaat meesleept, maar gewoon verwonderd om je heen kijkt. Dat was het geval toen er een roerdomp op een paar meter afstand uit het riet opvloog, zie deze blog.

Alle foto's op deze pagina zijn met een Tamron 150-600 lens op een Nikon D7100 gemaakt. Alle foto's in RAW genomen en bewerkt met Lightroom 6.8.

Over de beperkingen van telelenzen schreef ik deze blog over 'dure blikvernauwers'.

Over de techniek van vogels fotograferen heb ik iets van mijn eigen kennis en ervaringen op deze pagina samengevat.

Niet iedereen fotografeert vogels om mooie foto's te maken. Soms kan een foto helpen bij het determineren of tellen van vogels. Vogelaars scheppen met hun foto's op over hun 'waarnemingen'. Foto's worden als bewijsmateriaal aan waarneming.nl gestuurd. Die hoeven niet mooi te zijn, alleen duidelijk. 

Goede vogelfoto's vind je op de website van Adri de Groot: vogeldagboek.nl
Toch mis ik ook hier creativiteit en vooral humor. Ik zie vooral mooie vogels en vrij weinig fotografisch interessante beelden. Wel zijn de foto's technisch van hoog niveau en vaak in de belichting ook mooi. 

Wil je ook eens lekker saaie vogelfoto's maken. Als je je aan een paar regels houdt, worden ze zeker niet te interessant. Zie deze pagina.

 

Texel – het Vogeleiland

Een hele maand naar Texel (1959)

Een heel duur boek

In 1958 waren wij met z’n allen naar Westenschouwen geweest. Ik heb daarover al deze blog geschreven. In het jaar 1957-58 zat ik in de vierde klas van de Groen van Prinstererschool bij Meester Stel, die voortdurend over de vogels in de mooie natuur praatte en daarin het werk van onze Schepper zag. Ik ben geen belijdend Christen geworden, maar wel heeft hij mijn belangstelling voor de natuur gewekt.

Texel 1959 (bron topotijdreis.nl)

Toen ik in 1958 aan mijn blinde darm geopereerd was, bracht mijn vader een boekje voor me mee naar het ziekenhuis: ‘In Sloot en Plas’ van Heimans en Thijsse. Toen het plan ontstond om naar Texel te gaan en ik bij boekhandel Pel het boek ‘Texel, het Vogeleiland’ zag liggen, haalde ik mijn spaarbankboekje leeg en betaalde de ongelooflijke som van f 17,50, wat nu iets als € 50 zou zijn! Ik was trots als een pauw. Nu bezat ik, afgezien van kinderboeken, twee echte boeken: allebei over natuur.

Een heel duur huis

Niet alleen ik gaf veel geld uit, maar ook de huur van het huis aan de Vuurtorenweg 97 in De Cocksdorp voor een hele maand kostte een fortuin: f 700 (ongeveer € 2500 nu). Wij huurden het van de familie Boon, die een maandje in een bollenschuur ging wonen. Het huis staat er nog steeds, nu nummer 119.

Een lange reis

Een auto hebben wij nooit gehad. We zijn zeker per trein via Amsterdam naar Den Helder gereisd en daar met de boot naar Texel. De boot ging toen nog naar de haven van Oudeschild (zie tekst hieronder) en deed er iets meer dan een uur over: de boot die om 14:00 uur uit Den Helder vertrok, voer weer terug van Texel om 15:20, bijvoorbeeld. De treinreis naar Den Helder zal  wel meer dan drie uur geduurd hebben en dan nog een half uurtje in de bus. Samen misschien 5 uur, een stuk minder dan het jaar daarvoor naar Zeeland.

 

De boot naar Texel

De schepen
In de jaren 1920 en 1930 werd de veerverbinding verzorgd door 'Marsdiep' (uit 1926) en de 'Dr. Wagemaker' (uit 1934). Ook de 'Voorwaarts' (uit 1940) voer na de Tweede Wereldoorlog nog regelmatig. De reis ging vanaf Den Helder naar Oudeschild. In de vijftiger jaren liet de TESO op een werf in Arnhem een nieuwe boot bouwen, de 'Dageraad'. De opdracht werd gegeven in juni 1954 en de eerste vaart vanaf Den Helder vond in oktober 1955 plaats. Het schip was een ouderwetse zijlader, want andere mogelijkheden waren er niet in de haven van Oudeschild.

Wij zullen de reis wel met de 'Dageraad' gemaakt hebben, maar het kan ook een van de andere boten geweest zijn, misschien de 'Voorwaarts'. De Dageraad werd in 1965 alweer verkocht en voer vanaf 1974 in Angola, waar het verroest in de haven van Luanda zonk. 

Toen de 'Dageraad' werd afgeleverd, waren er al plannen voor een nieuwe haven bij Het Horntje. De aanbesteding voor de nieuwe haven vond plaats in 1961 en vanaf 1964 kon er met een modernere koplader worden gevaren, de Marsdiep, en vanaf 1966 de Texelstroom. De reis werd bekort tot een half uurtje. Beide schepen voeren tot het begin van de jaren 1990 en werden later op Malta gesloopt. 

Inmiddels begon de tijd van de moderne dubbeldekker-veerponten Molengat en Schulpengat (1980 en 1990). Beide schepen zijn inmiddels gesloopt. Tegenwoordig vaart de tweede generatie dubbeldekkers naar Texel: 'Dr. Wagemaker' en 'Texelstroom' (2005 en 2015). 

Auto's op Texel
Texel is steeds populairder geworden bij toeristen die in steeds grotere getale per auto het eiland bezoeken. Leuk is om de autocapaciteiten van de verschillende boten te vergelijken. 

Toen wij in 1959 met waarschijnlijk de 'Dageraad' naar Texel voeren, kon die 25 tot 30 auto's vervoeren. De boot van Den Helder ging vijf keer per dag, een maximum vervoerscapaciteit van 150 auto's dus. Men vond dat best veel toen. Ik citeer uit een artikel uit de Texelse Courant van 14 september 1957:
      
"... blijkens het laatste jaarverslag van de N.V. T.E.S.O. werden in 1956 niet minder dan 43.477 auto's vervoerd... . In 1932 werden totaal 3.779 auto's overgezet. Tegenwoordig dus..... v e e r t i e n maal zoveel. In die dagen beschikte TESO trouwens niet over het nodige materiaal, want de goeie Marsdiep had een voordek, dat plaats bood aan 3-4 auto's. Dat noemden ze in die tijd (1925) een ruim voordek. ... Hoe druk het op Texel kan zijn, bewijst bijgaande foto, die op de Tweede Pinksterdag aan de haven van Oudeschild is gemaakt. Wij vinden Texel door het toenemend autoverkeer druk genoeg geworden, maar zij, die de drukte van de overkant gewend zijn, komen hier in een 'oase van rust' ..... ."

Toen wij met de biologen in 1972 met de 'Marsdiep' naar Texel gingen waren het al 70 auto's per overtocht, en nu bij de 'Texelstroom' zijn dat er 380. Inmiddels is het aantal overtochten ook drastisch gestegen van 5 per dag tot wel 23, een stijging van vervoerscapaciteit met een factor 58 sinds 1959. En nog steeds is Texel in onze ogen en oren "een oase van rust".

Losse flarden

Het is nu bijna 63 jaar geleden en mijn herinneringen bestaan vooral uit losse flarden. Ik herinner me wel dat we inderdaad van de natuur hebben genoten, bijvoorbeeld van een wandeling bij de slufter en van een excursie met een klein bootje door de Schorren. Op foto’s zie ik dat we ook een keer naar Vlieland zijn overgestoken, maar ik herinner me er niets van. Het huis was niet ver van de Waddenzee en we hebben ook over de waddendijk bij De Cocksdorp gelopen, waar ook mooie zeeanemonen gezeten zouden hebben. Ook waren we regelmatig in de buurt van de vuurtoren, maar de zee was daar te gevaarlijk om te zwemmen.

Dat hebben we vast meer naar het Zuiden gedaan. In de duinen plukten we heerlijke bramen en August legde een mooie schelpenverzameling aan.

Natuurlijk hadden we de fietsen per Van Gend en Loos laten opsturen, zodat wij alle plaatsen op het eiland eenvoudig konden bereiken. Ik herinner me nog de vreemde naam ‘Fonteinsnol’ van een duin niet ver van Den Burg aan de weg naar de Westerslag. We zijn zeker op de uitkijktoren geklommen daar. Van mijn vader herinner ik me vrijwel niets. Het slechte huwelijk van mijn ouders liep op zijn einde. Mijn vader ging na allerlei ruzies, waar ik als kind weinig van begreep, eerder naar huis. Het was de laatste vakantie van ons als gezin. Wel herinner ik me dat onze oom Guus, een broer van mijn moeder, gezellig langs kwam samen met onze nicht Mads.

Uit de Texelse Courant
Op zoek naar informatie over het leven op Texel in die tijd las ik de Texelse Courant uit die tijd door. Behalve de dienstregeling van de boot, verhalen over de gemeentepolitiek en adviezen aan boeren, las ik eigenlijk niet veel over Texel. Veel interessanter vond ik het tijdsbeeld 'Nederland' dat uit de vergeelde pagina's naar voren komt: een land dat na de Tweede Wereldoorlog langzaam uit het dal opkrabbelt, waar het leven ongelooflijk duur is, de auto langzaam de straten verovert en waar steeds meer mensen een platenspeler of een TV in huis halen en (zelfs met flitslampjes!) gaan fotograferen. 

Bij ELECTROHUIS BAKKER koop je voor f 865 een Philips 53 cm TV, omgerekend in geld van nu misschien wel € 3000. Een flatscreen TV met een beeldscherm van 140 cm kost nu vier keer zo weinig. Belangrijk nieuws op Texel in 1959: het eerste DAFje is in bezit van Het Witte Kruis.

Tja, het is lang geleden....

Zieke inbreker

uit het fotoalbum van mijn moeder

Na een dag of tien kreeg ik vreselijke buikpijn waardoor ik niet kon slapen. Ik ben de trap af gelopen naar de donkere woonkamer, die wel elke 5 seconden kort verlicht werd door de een brede lichtbundel van de vuurtoren die maar een paar honderd meter verderop stond. Terwijl ik daar aan het rommelen was, ging mijn moeder op onderzoek uit, omdat zijn verdachte geluiden dacht te horen. Ze keek de woonkamer in. Toen de lichtbundel door de kamer zwiepte, zag zij plotseling een inbreker staan. Haar hart stond stil. Toen de volgende lichtbundel door de kamer gleed zag ze dat ik het was.  De volgende dag hebben we meteen de dokter erbij gehaald. Hij constateerde een gevaarlijke uitdroging van de nieren. Omdat we op Texel gekookte melk moesten drinken (die ik vies vond) en er ijzerhoudend water uit de kraan kwam (dat ik vies vond), had ik gewoon niet gedronken. De dokter zei dat hij volwassenen in dit geval een krat bier liet leegdrinken. Ik moest aan de ranja, liters per dag. Mijn zusje was jaloers. Mijn nieren zijn hersteld en doen het nog steeds goed.

En het boek van J. Drijver ligt nog altijd op mijn kamer. Het is niet alleen ook nu nog een goed boek over vogels. Over de vroege geschiedenis van Texel en Eierland is nooit een beter boek geschreven.

Over onze vakantie op Texel in februari 2022 schreef ik deze blog.

Verschillende bronnen

J. Drijver, Texel – het Vogeleiland, Tweede druk, L.J. Veen, Amsterdam 1957 (oorspronkelijk 1934)

Over de verschillende veerboten en de havens informatie op https://www.schulpengat.nl/

Oude edities van de Texelse Courant op https://kranten.archiefalkmaar.nl/periodicals/TC

Bijvoorbeeld:

De nieuwe boot van NV TESO
https://kranten.archiefalkmaar.nl/issue/TC/1955-07-13/edition/0/page/1

50 jaar geleden arriveerde de eerste auto op Texel ○ https://kranten.archiefalkmaar.nl/issue/TC/1957-09-14/edition/0/page/1 

De bouw van de nieuwe haven en het gebruik van boot met koplading
https://kranten.archiefalkmaar.nl/issue/TC/1959-09-26/edition/0/page/1

Regelmatig vind je in deze krant ook de vaartijden van de boot en de rijtijden van de bussen. Heel informatief over de tijdgeest van de jaren 1950 zijn de advertenties.

Oude kaarten van Nederland van 1815 tot heden op https://www.topotijdreis.nl/