Hellegatsplaten

God schiep de aarde, behalve Nederland ….

Toen ik gisteren met zes andere leden van de Vogelwerkgroep Leiden van de KNNV gewapend met krachtige telescopen op de Hellegatsplaten langs de verschillende vogelhutten liep, moest ik hier aan denken. Tja, natuurexcursie, maar is dit natuur? Aan de grote verscheidenheid aan mooie vogels te oordelen wel, maar deze natuur is wel door de mens geschapen: “God schiep de aarde, behalve Nederland, want dat deden de Nederlanders zelf” (zie hiervoor ook de website van het museum Boerhaave). De ‘natuur’ waar we gisteren doorheen liepen is een prachtig nevenproduct van het Deltaplan. Ik kende de plek alleen door erover heen te razen op weg naar Zeeland. Dan kom je over een van de merkwaardigste verkeerspleinen ter wereld, het Hellegatsplein, dat Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Noord Brabant met elkaar verbindt. Hier komen het Haringvliet, het Hollands Diep en het Volkerak samen.

Vóór de Deltawerken

Voordat de Deltawerken het landschap hier grondig veranderden, was er natuurlijk ook natuur, maar wel heel anders. Hieronder de situatie in 1920 en 1950. Bij het Hellegat vond een menging van zout en zoet water plaats. Het was een gebied van verraderlijke stromingen en gevaarlijke zandbanken.

Haven aan het Hellegat

Aan de punt van Overflakkee lag toen, en ligt nog steeds, het plaatsje Ooltgensplaat.

Op de kaart van 1920 zie je de route van de veerboten naar de Brabantse overkant naar Dinteloord en Willemstad. Blijkbaar werd toen de oude veerhaven bij het Fort Prins Frederik nog gebruikt. In latere jaren voer het veer van de ‘Galatheese haven’, ook wel Sluishaven genoemd, iets meer naar het Zuiden. Deze dienst werd geopend rond 1935.

Drukke veerdienst
Veerpont Ooltgensplaat-Dintelsas op een oude prentbriefkaart

In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 11 oktober 1933 lezen we:
“Uit West Noord-Brabant wordt medegedeeld, dat steeds spoedig een veerdienst wordt geopend van Dintelsas op Ooltgensplaat met een stoomboot, die ook gelegenheid heeft voor autovervoer, …… waardoor men zich van Goeree-Overflakkee op minder kostbare wijze in de richting N.-Brabant, Zeeland en België zal kunnen begeven …”.

kaart uit 1940: Galatheese Haven

Het werd best een drukke verbinding. De zomerdienstregeling van 1956 vermeldt 10 verbindingen per dag in beide richtingen.

Het was een belangrijke haven voor het vervoer van suikerbieten naar de fabrieken aan de overkant in Noord Brabant.  Daar bij de Sluishaven werd door de veermaatschappij v.d. Schuyt een wachtlokaal neergezet, dat later een echt koffiehuis en zelfs restaurant zou worden.

De jaren 60
In de extreem koude winter van 1963 (de koudste winter van de eeuw, waarin Reinier Paping de elfstedentocht won) werd de veerdienst toch in bedrijf gehouden, geholpen door drie krachtige sleepboten, die een weg door het ijs baanden, maar lang zou deze veerdienst niet meer bestaan.
De veerdienst werd na het gereedkomen van de vaste oeververbindingen in 1965 opgeheven,
Appeltaart met slagroom

Het koffiehuis werd restaurant. Het oude gebouw staat er niet meer, maar in 2022 hebben wij met prachtig uitzicht over het water in de opvolger van dit restaurant genoten van koffie en appeltaart met slagroom.

De Deltawerken
Hellegat in 1968 en 1980

Hierboven staan kaarten van het gebied in 1968 en 1980. Op het Hellegatsplein, een kunstmatig eiland in het Hellegat, komen drie wegen samen: uit de richting Rotterdam de weg over de Haringvlietbrug (1964), uit de richting Goeree-Overflakkee de Hellegatsdam (1960), en uit de richting Noord Brabant de Volkerakdam (1969). Elke verbindingsweg heeft zijn eigen doorlaatbaarheid voor water: het zoete water van de rivieren stroomt vrij onder de Haringvlietbrug door. De Hellegatsdam is potdicht en de Volkerakdam laat wel schepen maar weinig water door. Door de Deltawerken is het Haringvliet van brak zoet geworden. Het water van het Volkerak en  de in het verlengde daarvan liggende Krammer zijn door de Deltawerken eerst brak geworden, maar na de sluiting van de Philipsdam in 1987 werd het helemaal zoet.  Het Westelijk daarvan liggende Grevelingenmeer daarentegen wordt zout gehouden door inlaat van zeewater bij de Brouwersdam. Er zijn plannen ook het Volkerak weer zout te maken, vooral om de algenbloei tegen te gaan, en het getij weer iets te herstellen, maar er is nog geen brede steun voor dit plan, ook niet bij milieuorganisaties.

Twee verschillende gebieden
De huidige situatie

De Hellegatsdam heeft het slikkengebied in twee heel verschillende helften opgeknipt. Ten Noorden van de dam bevinden zich de Ventjagersplaten aan het Haringvliet . Ten Zuiden van de dam bevinden zich de Hellegatsplaten aan het Volkerak. Door het aangepaste waterpeil van het Volkerak staan meer platen boven water dan anders het geval geweest zou zijn.

 Een excursie in april 2022
Uitzicht uit de toren

Nu beheert Staatsbosbeheer dit gebied, waarbij een grote kudde heckrunderen en een groep fjordpaarden worden ingezet om het landschap halfopen te houden.

De beheerder heeft er een pretpark van vogelkijkhutten van gemaakt. Er staan 4 vogelkijkhutten en één hoge uitkijktoren. De moderne vogelaar wordt in de watten gelegd. Alleen de hoogte van de kijkgaten houdt slecht rekening met de manier waarop telescopen gebruikt worden.

Kijkhutten en toren bij de Hellegatsplaten.

Wij liepen en reden van vogelhut naar vogelhut op 9 april. Wij zagen niet alleen een mooie zeearend (vlak nadat alle vogels in de omgeving waren opgevlogen), maar ook prachtige pijlstaarten, geoorde futen, kluten, brilduikers en middelste zaagbekken. Maar ook de zangvogels lieten zich horen en zien: naast de luidruchtige tjiftjaffen de eerste fitissen en een zwartkop. En nog veel meer, teveel om op te noemen.

De schepping blijft ons verwonderen, ook al hebben we die niet helemaal aan God overgelaten.

Beninger Slikken

Over een excursie niet lang hierna schreef ik dit stuk: Naar de Beninger Slikken. Hier nog meer informatie over de gevolgen van de Deltawerken voor dit gebied.

Verwijzingen

wikipedia over Hellegatsplaten

Vogels kijken op Ventjagers- en Hellegatsplaten

Brabantse Milieufederatie – Volkerak zoet of zout moet geen overhaaste beslissing zijn, 2019

Over de geschiedenis van een Zeeuws eiland heb ik in een eerdere blog geschreven. Daarbij ook ruim aandacht voor de interessante veer- en tramverbindingen: Naar Westenschouwen.

Campinghaan en wulpenslurf

Watervogeltelling

April doet wat-ie wil. Dit jaar op 2 april temperaturen rond het vriespunt en ijskoude wind uit het Noorden. Daar staan we dan weer, bibberend van kou in de Hollandse natuur naast de snelweg vogels te tellen, Ron, Ellen en ik. De tijd dat honderden wulpen hier komen slapen is voorbij. Wel zijn er behoorlijk veel grutto’s, scholeksters en tureluurs. Er blijken behoorlijk veel kemphanen tussen de tureluurs te zitten. De vogels in de grote plas zijn vrij snel geteld en we gaan een stukje verder bij de molen tellen. Daar ziet Ron een groep kemphanen, maar als hij nog een keer kijkt, zijn ze bijna allemaal weg. Ze zitten waarschijnlijk onzichtbaar achter een rietkraag verscholen. We blijven even wachten om te zien of ze terugkomen.

grutto’s, tureluurs, kemphanen (Munnikenpolder 2-4-2022)
Campinghanen
kemphaan en tureluur

Dan komen er twee pubermeisjes aan fietsen. Onze statieven met telescoop en camera staan op het fietspad. Zij lijken oppervlakkig geïnteresseerd in onze activiteiten:  “Zijn jullie naar vogels aan het kijken? Wat zien jullie dan?”.  Ron gaat er serieus op in: “wij kijken hier naar allerlei watervogels zoals grutto’s, scholeksters en kemphanen.” Ik krijg niet de indruk dat ze echt luisteren naar wat Ron zegt. Toch komt één van de meisjes terug op wat Ron zegt: “Waar zitten die campinghanen dan precies?”. Wij corrigeren: “geen campinghanen, maar kemphanen!”. Ze horen het niet. Het andere meisje vraagt iets als “hoe zien die campinghanen er dan uit?”. Wij corrigeren nog eens, maar het helpt niet.

Wulpenslurf

De aandachtsspanne van dit soort kinderen is in de regel niet langer dan 15 seconden. Plotseling zijn ze meer geïnteresseerd in mijn camera met telelens. Ik wil best iets laten zien en kies een foto van een wulp, die ik net geschoten heb. Ik denk het didactisch verantwoord aan te pakken en vraag “Wat voor bijzonders zie je aan deze vogel?”. Eén van de meisjes kijkt toch wel goed. Dit blijkt uit haar originele antwoord: “Ja, ik zie het, die vogel heeft een hele lange slurf!”. “Goed gezien, maar ik zou het een snavel noemen”. Ik zeg nog iets over de naar beneden gebogen vorm van die wulpenslurf en Ron mompelt iets als “Een wulp wijst  naar zijn gulp”, maar de dames staan alweer op punt weg te rijden. Ze roepen “een fijne avond nog!” en even later horen we ze een paar honderd meter verderop luid lachen. Het zal wel niet over vogels gegaan zijn.

wulpen en grutto’s bij de Munnikenpolder (2-4-2022)

____

Over een eerdere slaapplaatsentelling in de Munnikenpolder, zie deze blog.

Mooi saai – vogelfoto’s

Na 15000 clicks

Ik heb mijn 600 mm Tamron telelens nu iets meer dan twee jaar en ik heb 15000 keer afgedrukt met dat objectief in de camera. Ik heb er vooral heel veel vogels mee gefotografeerd. Hieronder een paar plaatjes, die ik best wel mooi vind. Dat wil zeggen: het zijn mooie vogels en dat kan je zien. Sommige zouden in een vogelgids niet misstaan.

Meestal saai

Toch ben ik niet echt tevreden. Het zijn brave plaatjes, geen spannende foto’s. Dat  ligt ook een beetje aan het onderwerp. De gemiddelde vogelfoto ziet er ongeveer zo uit: in het midden van het beeld zit, zwemt of vliegt een vogel. Daaromheen is weinig te zien, blauwe lucht, water, groen gras of een paar takken. Door het gebruikte tele-perspectief heeft de foto nauwelijks diepte. Alles wat zich niet in het zelfde vlak als de vogel bevindt is wazig. Foto’s van één vogel moeten het vooral hebben van de kleuren en de lijnen op de vogel zelf. Daarnaast kunnen kleuren en patronen in de omgeving iets moois toevoegen, maar het lukt me maar zelden om van dit soort platte beelden iets te maken.

Soms best mooi

Soms  maak ik een typische vogelfoto, zo’n foto met een vogel in het midden, die ik toch wel bijzonder fraai vind. In de eerste foto hieronder is het de bijzondere symmetrie, die me aanspreekt. De kleine zilverreiger is mooi belicht en laat de kleur van zijn tenen zien. In de foto van het eerste roodborstje is het vooral de sneeuw die het doet. Bij het tweede roodborstje is het juist leuk dat het niet helemaal zichtbaar is en mooi geïntegreerd in de takken van de taxus. Het draadje speeksel in zijn bek vind ik een grappig detail.

De twee foto’s hieronder vind ik ook wel leuk. Hier heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de uitgespreide vleugels van de fazant en de aalscholver. Ze hebben allebei iets van een dirigent. Ik ben vooral bij met de foto van de aalscholver. Zie ook deze blog.

Twee voor de prijs van één

Soms maak ik wel handig gebruik van spiegelingen in het water.

De dubbele beelden vind ik best mooi, maar ik begin er genoeg van te krijgen. Het is gewoon niet origineel, niet verrassend meer als je het voor de zoveelste maal doet.

Relaties en verhalen

Als grootste beperking van dit soort foto’s (ook als ze esthetisch wel verantwoord zijn) ervaar ik het gebrek aan relaties: de relatie tussen de vogel en zijn omgeving, tussen de vogels onderling of tussen vogels en andere dieren of planten. Ik maak veel leukere foto’s als er meer dan een eenzaam vogeltje op staat. Het vogeltje hoeft niet eens het grootste onderwerp op de foto te zijn.

Ik nam onderstaande foto van de kleine gele kwikstaart en het grote schaap om daarmee het verhaal van de liefde tussen deze dieren te vertellen, een indirecte liefde die via de vliegen op de schapenstront loopt (zie deze blog). Leuke foto’s heb ik ook gemaakt van reigers of ijsvogels die vissen vangen en verorberen (zie deze blog). De relaties tussen vogels en hun jongen (bijvoorbeeld op hun nest) en van roofvogels en hun prooi zijn ook aantrekkelijke onderwerpen. Ik denk dat de jonge lepelaar in de foto hieronder iets van de moeder krijgt en wat er precies in de andere foto van een oude en jonge lepelaar gebeurt, weet ik niet.

De foto van de kuifeenden vind ik leuk door de beweging. Die van de grondelende eenden straalt meer humor uit dan de mooie eenden bovenaan deze pagina. Het gevecht tussen de meerkoeten zou nog wel mooier kunnen, maar er gebeurt tenminste wat. De vogel hoeft helemaal niet groot te zijn, zoals de eenzame koperwiek linksonder of het roodborstje op de bank in het park. Op de foto van de eenzame kluut in het tegenlicht bij zonsondergang is het licht het hoofdonderwerp. De kluut was zo vriendelijk precies in het goede licht te gaan staan.

Groepen en zwermen

Een foto wordt vaak al veel leuker als er meer vogels of heel veel vogels op staan. Hier twee voorbeelden, niet alleen van interessante groepen vogels (kemphanen en andere steltlopers in de Munnikenpolder bij Leiderdorp, grote zwermen rosse grutto’s op Texel), maar vooral ook van mooie pasteltinten bij zonsondergang.

Niet al deze foto’s zijn helemaal geslaagd, maar het is wel de richting waar ik naar toe wil. Die mooie vogeltjes in het midden van het beeld, die  heb ik nu wel gezien.

Zeldzaamheden
De sneeuwgors die in december 2020 in de Polders Poelgeest te vinden was. Bijzondere vogel, ja. Bijzondere foto, nee.

Veel vogelaars vinden het leuk om een zeldzaam vogeltje vast te leggen. Dat is een tak van sport waar ik zelf niet voor warm loop. Integendeel. Als het aantal tele-objectieven groter is dan het aantal vogels, dan loop ik verder. Ik heb ook wel eens bijzondere vogels gefotografeerd, maar het resultaat is meestal geen mooie foto (zie voorbeeld). En daar gaat het mij juist om.

Maar soms wil je helemaal geen foto’s. Er zijn mooie momenten die je nooit zult vergeten. Momenten waarvan je nog meer geniet als je niet zo’n apparaat meesleept, maar gewoon verwonderd om je heen kijkt. Dat was het geval toen er een roerdomp op een paar meter afstand uit het riet opvloog, zie deze blog.

Alle foto's op deze pagina zijn met een Tamron 150-600 lens op een Nikon D7100 gemaakt. Alle foto's in RAW genomen en bewerkt met Lightroom 6.8.

Over de beperkingen van telelenzen schreef ik deze blog over 'dure blikvernauwers'.

Over de techniek van vogels fotograferen heb ik iets van mijn eigen kennis en ervaringen op deze pagina samengevat.

Niet iedereen fotografeert vogels om mooie foto's te maken. Soms kan een foto helpen bij het determineren of tellen van vogels. Vogelaars scheppen met hun foto's op over hun 'waarnemingen'. Foto's worden als bewijsmateriaal aan waarneming.nl gestuurd. Die hoeven niet mooi te zijn, alleen duidelijk. 

Goede vogelfoto's vind je op de website van Adri de Groot: vogeldagboek.nl
Toch mis ik ook hier creativiteit en vooral humor. Ik zie vooral mooie vogels en vrij weinig fotografisch interessante beelden. Wel zijn de foto's technisch van hoog niveau en vaak in de belichting ook mooi. 

Wil je ook eens lekker saaie vogelfoto's maken. Als je je aan een paar regels houdt, worden ze zeker niet te interessant. Zie deze pagina.

 

Texel – het Vogeleiland

Een hele maand naar Texel (1959)

Een heel duur boek

In 1958 waren wij met z’n allen naar Westenschouwen geweest. Ik heb daarover al deze blog geschreven. In het jaar 1957-58 zat ik in de vierde klas van de Groen van Prinstererschool bij Meester Stel, die voortdurend over de vogels in de mooie natuur praatte en daarin het werk van onze Schepper zag. Ik ben geen belijdend Christen geworden, maar wel heeft hij mijn belangstelling voor de natuur gewekt.

Texel 1959 (bron topotijdreis.nl)

Toen ik in 1958 aan mijn blinde darm geopereerd was, bracht mijn vader een boekje voor me mee naar het ziekenhuis: ‘In Sloot en Plas’ van Heimans en Thijsse. Toen het plan ontstond om naar Texel te gaan en ik bij boekhandel Pel het boek ‘Texel, het Vogeleiland’ zag liggen, haalde ik mijn spaarbankboekje leeg en betaalde de ongelooflijke som van f 17,50, wat nu iets als € 50 zou zijn! Ik was trots als een pauw. Nu bezat ik, afgezien van kinderboeken, twee echte boeken: allebei over natuur.

Een heel duur huis

Niet alleen ik gaf veel geld uit, maar ook de huur van het huis aan de Vuurtorenweg 97 in De Cocksdorp voor een hele maand kostte een fortuin: f 700 (ongeveer € 2500 nu). Wij huurden het van de familie Boon, die een maandje in een bollenschuur ging wonen. Het huis staat er nog steeds, nu nummer 119.

Een lange reis

Een auto hebben wij nooit gehad. We zijn zeker per trein via Amsterdam naar Den Helder gereisd en daar met de boot naar Texel. De boot ging toen nog naar de haven van Oudeschild (zie tekst hieronder) en deed er iets meer dan een uur over: de boot die om 14:00 uur uit Den Helder vertrok, voer weer terug van Texel om 15:20, bijvoorbeeld. De treinreis naar Den Helder zal  wel meer dan drie uur geduurd hebben en dan nog een half uurtje in de bus. Samen misschien 5 uur, een stuk minder dan het jaar daarvoor naar Zeeland.

 

De boot naar Texel

De schepen
In de jaren 1920 en 1930 werd de veerverbinding verzorgd door 'Marsdiep' (uit 1926) en de 'Dr. Wagemaker' (uit 1934). Ook de 'Voorwaarts' (uit 1940) voer na de Tweede Wereldoorlog nog regelmatig. De reis ging vanaf Den Helder naar Oudeschild. In de vijftiger jaren liet de TESO op een werf in Arnhem een nieuwe boot bouwen, de 'Dageraad'. De opdracht werd gegeven in juni 1954 en de eerste vaart vanaf Den Helder vond in oktober 1955 plaats. Het schip was een ouderwetse zijlader, want andere mogelijkheden waren er niet in de haven van Oudeschild.

Wij zullen de reis wel met de 'Dageraad' gemaakt hebben, maar het kan ook een van de andere boten geweest zijn, misschien de 'Voorwaarts'. De Dageraad werd in 1965 alweer verkocht en voer vanaf 1974 in Angola, waar het verroest in de haven van Luanda zonk. 

Toen de 'Dageraad' werd afgeleverd, waren er al plannen voor een nieuwe haven bij Het Horntje. De aanbesteding voor de nieuwe haven vond plaats in 1961 en vanaf 1964 kon er met een modernere koplader worden gevaren, de Marsdiep, en vanaf 1966 de Texelstroom. De reis werd bekort tot een half uurtje. Beide schepen voeren tot het begin van de jaren 1990 en werden later op Malta gesloopt. 

Inmiddels begon de tijd van de moderne dubbeldekker-veerponten Molengat en Schulpengat (1980 en 1990). Beide schepen zijn inmiddels gesloopt. Tegenwoordig vaart de tweede generatie dubbeldekkers naar Texel: 'Dr. Wagemaker' en 'Texelstroom' (2005 en 2015). 

Auto's op Texel
Texel is steeds populairder geworden bij toeristen die in steeds grotere getale per auto het eiland bezoeken. Leuk is om de autocapaciteiten van de verschillende boten te vergelijken. 

Toen wij in 1959 met waarschijnlijk de 'Dageraad' naar Texel voeren, kon die 25 tot 30 auto's vervoeren. De boot van Den Helder ging vijf keer per dag, een maximum vervoerscapaciteit van 150 auto's dus. Men vond dat best veel toen. Ik citeer uit een artikel uit de Texelse Courant van 14 september 1957:
      
"... blijkens het laatste jaarverslag van de N.V. T.E.S.O. werden in 1956 niet minder dan 43.477 auto's vervoerd... . In 1932 werden totaal 3.779 auto's overgezet. Tegenwoordig dus..... v e e r t i e n maal zoveel. In die dagen beschikte TESO trouwens niet over het nodige materiaal, want de goeie Marsdiep had een voordek, dat plaats bood aan 3-4 auto's. Dat noemden ze in die tijd (1925) een ruim voordek. ... Hoe druk het op Texel kan zijn, bewijst bijgaande foto, die op de Tweede Pinksterdag aan de haven van Oudeschild is gemaakt. Wij vinden Texel door het toenemend autoverkeer druk genoeg geworden, maar zij, die de drukte van de overkant gewend zijn, komen hier in een 'oase van rust' ..... ."

Toen wij met de biologen in 1972 met de 'Marsdiep' naar Texel gingen waren het al 70 auto's per overtocht, en nu bij de 'Texelstroom' zijn dat er 380. Inmiddels is het aantal overtochten ook drastisch gestegen van 5 per dag tot wel 23, een stijging van vervoerscapaciteit met een factor 58 sinds 1959. En nog steeds is Texel in onze ogen en oren "een oase van rust".

Losse flarden

Het is nu bijna 63 jaar geleden en mijn herinneringen bestaan vooral uit losse flarden. Ik herinner me wel dat we inderdaad van de natuur hebben genoten, bijvoorbeeld van een wandeling bij de slufter en van een excursie met een klein bootje door de Schorren. Op foto’s zie ik dat we ook een keer naar Vlieland zijn overgestoken, maar ik herinner me er niets van. Het huis was niet ver van de Waddenzee en we hebben ook over de waddendijk bij De Cocksdorp gelopen, waar ook mooie zeeanemonen gezeten zouden hebben. Ook waren we regelmatig in de buurt van de vuurtoren, maar de zee was daar te gevaarlijk om te zwemmen.

Dat hebben we vast meer naar het Zuiden gedaan. In de duinen plukten we heerlijke bramen en August legde een mooie schelpenverzameling aan.

Natuurlijk hadden we de fietsen per Van Gend en Loos laten opsturen, zodat wij alle plaatsen op het eiland eenvoudig konden bereiken. Ik herinner me nog de vreemde naam ‘Fonteinsnol’ van een duin niet ver van Den Burg aan de weg naar de Westerslag. We zijn zeker op de uitkijktoren geklommen daar. Van mijn vader herinner ik me vrijwel niets. Het slechte huwelijk van mijn ouders liep op zijn einde. Mijn vader ging na allerlei ruzies, waar ik als kind weinig van begreep, eerder naar huis. Het was de laatste vakantie van ons als gezin. Wel herinner ik me dat onze oom Guus, een broer van mijn moeder, gezellig langs kwam samen met onze nicht Mads.

Uit de Texelse Courant
Op zoek naar informatie over het leven op Texel in die tijd las ik de Texelse Courant uit die tijd door. Behalve de dienstregeling van de boot, verhalen over de gemeentepolitiek en adviezen aan boeren, las ik eigenlijk niet veel over Texel. Veel interessanter vond ik het tijdsbeeld 'Nederland' dat uit de vergeelde pagina's naar voren komt: een land dat na de Tweede Wereldoorlog langzaam uit het dal opkrabbelt, waar het leven ongelooflijk duur is, de auto langzaam de straten verovert en waar steeds meer mensen een platenspeler of een TV in huis halen en (zelfs met flitslampjes!) gaan fotograferen. 

Bij ELECTROHUIS BAKKER koop je voor f 865 een Philips 53 cm TV, omgerekend in geld van nu misschien wel € 3000. Een flatscreen TV met een beeldscherm van 140 cm kost nu vier keer zo weinig. Belangrijk nieuws op Texel in 1959: het eerste DAFje is in bezit van Het Witte Kruis.

Tja, het is lang geleden....

Zieke inbreker

uit het fotoalbum van mijn moeder

Na een dag of tien kreeg ik vreselijke buikpijn waardoor ik niet kon slapen. Ik ben de trap af gelopen naar de donkere woonkamer, die wel elke 5 seconden kort verlicht werd door de een brede lichtbundel van de vuurtoren die maar een paar honderd meter verderop stond. Terwijl ik daar aan het rommelen was, ging mijn moeder op onderzoek uit, omdat zijn verdachte geluiden dacht te horen. Ze keek de woonkamer in. Toen de lichtbundel door de kamer zwiepte, zag zij plotseling een inbreker staan. Haar hart stond stil. Toen de volgende lichtbundel door de kamer gleed zag ze dat ik het was.  De volgende dag hebben we meteen de dokter erbij gehaald. Hij constateerde een gevaarlijke uitdroging van de nieren. Omdat we op Texel gekookte melk moesten drinken (die ik vies vond) en er ijzerhoudend water uit de kraan kwam (dat ik vies vond), had ik gewoon niet gedronken. De dokter zei dat hij volwassenen in dit geval een krat bier liet leegdrinken. Ik moest aan de ranja, liters per dag. Mijn zusje was jaloers. Mijn nieren zijn hersteld en doen het nog steeds goed.

En het boek van J. Drijver ligt nog altijd op mijn kamer. Het is niet alleen ook nu nog een goed boek over vogels. Over de vroege geschiedenis van Texel en Eierland is nooit een beter boek geschreven.

Over onze vakantie op Texel in februari 2022 schreef ik deze blog.

Verschillende bronnen

J. Drijver, Texel – het Vogeleiland, Tweede druk, L.J. Veen, Amsterdam 1957 (oorspronkelijk 1934)

Over de verschillende veerboten en de havens informatie op https://www.schulpengat.nl/

Oude edities van de Texelse Courant op https://kranten.archiefalkmaar.nl/periodicals/TC

Bijvoorbeeld:

De nieuwe boot van NV TESO
https://kranten.archiefalkmaar.nl/issue/TC/1955-07-13/edition/0/page/1

50 jaar geleden arriveerde de eerste auto op Texel ○ https://kranten.archiefalkmaar.nl/issue/TC/1957-09-14/edition/0/page/1 

De bouw van de nieuwe haven en het gebruik van boot met koplading
https://kranten.archiefalkmaar.nl/issue/TC/1959-09-26/edition/0/page/1

Regelmatig vind je in deze krant ook de vaartijden van de boot en de rijtijden van de bussen. Heel informatief over de tijdgeest van de jaren 1950 zijn de advertenties.

Oude kaarten van Nederland van 1815 tot heden op https://www.topotijdreis.nl/

In de Texelse winterzon

Alweer Texel

Voor de negende keer voeren Petra en ik de veerhaven van Het Horntje binnen. Voor mij persoonlijk was het de veertiende keer op Texel vanaf mijn eerste kennismaking met het eiland in 1959 (zie deze blog). Ons vorige bezoek was niet eens zo lang geleden, in april 2021 (zie deze blog).

Erwtensoep op de boot

Wij wilden er toen eigenlijk helemaal niet heen. We hadden een reis naar onze zoon in Noorwegen gepland, maar het strikte Corona-beleid van de Noren maakte dit onmogelijk. Dan maar naar Texel. Huisjes kon je huren in Coronatijd, maar verder was het er maar een dooie boel, afgezien van de honderdduizenden vogels op de Wadden, achter de dijk en in de duinen. Petra werd min of meer gedwongen ook maar vogelaar te worden. Wij liepen nu met twee verrekijkers over het eiland. Minder dan een jaar later kwamen wij er weer (nog steeds met twee kijkers), gelukkig niet tijdens de februaristormen met windkracht 10 maar een weekje later.

Texel door de jaren
In 1959 gingen we met het hele gezin naar Texel. De hele maand augustus hadden we een huis in De Cocksdorp gehuurd [blog in voorbereiding]. Het duurde tot de jaren 1970 voordat ik er met mijn biologen-vrienden uit Utrecht weer zou komen (Zie ook hier). Wij sliepen in de schuur van de boerderij Zeeburg bij temperaturen onder nul. Ik kwam er in 1975 ook nog eens met een vriendin uit Groningen, die gillend bij mij op de tandem zat die ik met grote snelheid vlak langs bomen stuurde. Petra en ik waren er voor het eerst in 1983, waar we in hotel Brinkzicht (de Koog) verbleven en wandelingen naar onder meer de Slufter maakten. Met ons gezin gingen we vier keer naar een huisje op Texel tussen 2001 en 2007. Afgezien van een excursie met de vogelwerkgroep in 2016 kwam ik er niet vaak meer tot we in 2020 een huisje op Midden Eierland huurden en vervolgens drie keer een huisje bij Prins Hendrik. Voor mei dit jaar staat er nog een weekend op Texel gepland. Dat wordt dan mijn vijftiende keer op Texel.
Met het gezin in december 2006

Geen uitbundige vrolijkheid

Vrijwel overal was de mondkapjesplicht opgeheven en we konden weer zonder QR-codes restaurants in. In het restaurant van de boot was het gezellig druk en we konden er weer erwtensoep eten.

Ons huis

Tijdens de storm was er één boot defect geraakt, maar de andere voer nog. Met een uurtje vertraging kwamen we in ons luxe huisje bij Prins Hendrik aan, hetzelfde huisje dat we een jaar eerder ook gehuurd hadden. Een stralende lage februarizon scheen recht de mooie woonkamer in. Prachtig weer, einde Coronabeperkingen. Toch geen reden tot uitbundige vrolijkheid. Rusland was de Oekraïne binnengevallen. In onze naïviteit hadden we het niet voor mogelijk gehouden.

Wandelen, wandelen …

Wat doe je op Texel? Onze belangrijkste bezigheid daar is altijd wandelen geweest, in combinatie met naar vogels kijken. Ook deze keer hebben de hele reeks voor de hand liggende wandelingen gemaakt, zie kaartje.

Een mooie wandeling is in de buurt van de vuurtoren langs de zogenaamde Tuintjes. Hier lagen vroeger de tuinen voor het voedsel voor het personeel van de vuurtoren. Het is nu een populair gebied voor vogelaars, vooral tijdens de vogeltrek. We zijn er ook deze keer door gewandeld.

Texel, Eierland en de Slufter
De Slufter is misschien wel een van de bijzonderste elementen van het Texelse landschap. Het is een overblijfsel van het zeegat tussen de eilanden Texel en Eierland. Ook de Roggesloot in De Cocksdorp is daar nog een deel van.

Eierland - nu het Noordelijke deel van Texel - was ooit een deel van Vlieland. In de dertiende eeuw ontstond het Eierlandse gat dat Eierland van Vlieland scheidde. Eierland werd een klein zelfstandig eiland. Er stond één huis, onder meer om schipbreukelingen op te vangen aan deze gevaarlijke kust. Er werden veel meeuweneieren geraapt ten behoeve van Amsterdamse bakkerijen. 

In 1629 is er tussen Texel en Eierland een zanddijk aangelegd, bestaande uit obstakels van riet en rijshout. Wind en zand deden de rest. In de grote strandvlakte tussen de zee en de zanddijk ontstonden twee grote kreken: de grote en de kleine slufter. Halverwege de 19e eeuw werd er ten Westen van de zanddijk een nieuwe stuifdijk aangelegd, de 'lange dam'. Diverse malen brak de zee door deze stuifdijk heen. Het Noordelijke deel van de stuifdijk stoof weer dicht, waardoor de grote slufter voorgoed verdween. Ondanks allerlei maatregelen is de kleine slufter tot de dag van vandaag blijven bestaan. Op een kaart van 1920 is de grote slufter nog te zien, maar daarna is die voorgoed verdwenen. Op oude kaarten (bijv. 1850 en 1900) is te zien hoe de kleine slufter bij strandpaal 25 bij zee uitmondt. Dat is meer dan 150 jaar later nog steeds het geval. De loop van het riviertje zelf is wel voortdurend aan verandering onderhevig. 

De kweldervlakte tussen Eierland en Texel werd in het begin van de 19e eeuw ingepolderd. Zo ontstond de Eierlandse polder met als belangrijkste plaats De Cocksdorp, gesticht in 1836 waar de Roggesloot in het Eierlandse gat uitmondde.

Andere wandelingen – die we ook deze keer gemaakt hebben – liggen aan beide zijden van de Slufter. Ten Noorden van de Slufter liggen mooie duinen, maar je komt daar de Sluftervlakte niet echt in. Dat kan wel weer ten Zuiden van de Slufter en daar deel je het genoegen met duizenden collega’s.

Ook hebben we ten Zuiden van De Koog en Den Hoorn gewandeld, zoals bijna tijdens elk bezoek aan het eiland. Vanaf het Turfveld niet ver van de Koog hebben we heerlijk door het bos gewandeld, ook wel eens leuk na al die duinen en polders. Na het bos kom je door een prachtig duinlandschap. Wij liepen een stuk door de duinen en na een bezoek aan ‘Paal 12’ met een boog terug naar het bos.

Volgelopen paden. Omweg door het duin.

Interessant was ook weer de wandeling bij de Horsmeertjes, het gebied ten Noorden van De Hors. We liepen het pad lang de meertjes, maar daar stond wel hier en daar een halve meter water in, zodat wij – net als de overige schaarse wandelaars – af en toe een etage hoger over het duin moesten lopen. Na de meertjes staken we naar het brede strand door, eerst langs stukken moerassig gebied (met natuurlijk de bruine kiekendief, maar ook leeuweriken) en dan door brede hoge duinen. Even later aten wij brood met zo min mogelijk zand in een zonnig duinpannetje.

Natuurlijk hebben we deze keer onze wandelingen regelmatig onderbroken bij de verschillende strandpaviljoens met mooie namen als Paal 18, Strandpaal 21 en Kaap Noord. Bij dit laatste paviljoen hebben we een oergezellige, uitgebreide, dure en vrij slechte maaltijd genuttigd ter gelegenheid van onze 32e trouwdag.

Vorig jaar zijn we in het voorjaar ook nog eens naar het oude land van Texel geweest bij de Hoge Berg en de Georgische begraafplaats Loladse, deze keer maar overgeslagen. Natuurlijk ben ik ook ettelijke malen langs de Waddendijk gereden en gelopen om de tienduizenden vogels daar te zien zowel aan de Waddenkant als in de plasjes aan de landkant (Utopia, Wagejot, Ottersaat, etc.) Ook dit jaar waren er heel veel rotganzen, smienten, scholeksters en wulpen. Vorig jaar waren er nog veel meer rosse grutto’s. Misschien moesten die nog komen.

De vuurtoren van Eierland
Als ik een fotoalbum met één van mijn Texel-vakanties open, dan staat hij daar, die mooie hoge rode vuurtoren van Eierland. Hij werd er in 1864 op initiatief van de Texelse notaris Kikkert gebouwd, bijna 30 jaar na de inpoldering van de Eierlandse kwelders. Dat was hard nodig, want op de uiterst gevaarlijke Eierlandse gronden leed het ene na het andere schip schipbreuk. Om de vuurtoren stond een aantal woningen voor 'opzichters' en 'lichtwachters'. Ze staan er nog steeds, als een klein dorpje op het hoge duin, zie ook een foto hierboven.

In de Tweede Wereldoorlog maakte de vuurtoren en omliggende bunkers deel uit van de Duitse Atlantikwall. Het werd bemand door Georgische krijgsgevangenen. Toen in april 1945 de Georgiërs in opstand kwamen en de geallieerden hielpen om Texel te bevrijden, grepen de Duitsers in. Getuige van deze opstand is nu nog het Georgische kerkhof Loladse op het oude deel van Texel. De vuurtoren had zwaar te lijden onder de beschietingen. Hij werd daarna niet afgebroken, maar er werd een nieuwe ronde muur omheen gebouwd. Sindsdien is de vuurtoren van Eierland een stuk dikker.

En wat nog meer?

En wat hebben we behalve wandelen en vogeltjes kijken nog gedaan? Eigenlijk niet zo veel. Vakantie is ook om niets te doen. We hadden verschillende instrumenten en muziek meegenomen.

kleine zilverreiger

Petra heeft ijverig Matthäus Passion gestudeerd, terwijl ik bij Utopia een kleine zilverreiger aan het fotograferen of in de polder naar honderden goudplevieren aan het kijken was. We hebben zelfs nog samen een stukje Corelli gespeeld, maar aan mijn eigen Bach-sonate ben ik nauwelijks toegekomen. Te druk. We hebben genoten van het Texelse bier, Skuumkoppe en dubbel, nog lekkerder met een portie bitterballen die ze bij de receptie van Prins Hendrik konden leveren als je daarvoor het geduld had.

____

Een paar bronnen

Nog steeds de beste bron voor de vroege geschiedenis van Texel en Eierland is het boek van J. Drijver, Texel – het Vogeleiland uit 1934, tweede druk 1957.

Heel veel informatie op Wikipedia lijkt rechtstreeks uit dit boek afkomstig.

Wikipedia bronnen, onder meer:
https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Slufter
https://nl.wikipedia.org/wiki/Eierland (vooral aan Drijver ontleend)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Eierland_(vuurtoren)

Oude kaarten op https://www.topotijdreis.nl/