Kernafval: getikte problemen – getikte oplossingen

Kernenergie: afval is het echte probleem

62145_4

Kernenergie is niet het succes geworden dat de optimistische technocraten ons in de jaren 50  beloofden. Van die droom staat alleen nog het Atomium in Brussel overeind.

Veiligheidsproblemen – met Tsjernobyl en Fukushima als bekendste dieptepunten – en decennia van heftig maatschappelijk verzet hebben de opmars van de kernenergie gestopt. Hier en daar is kernenergie al op de terugtocht.

ee

Het meest opmerkelijk is de Duitse Energiewende na Fukushima: alle kerncentrales in Duitsland worden stilgelegd.

Maar veiligheidsproblemen zijn niet het grootste probleem van kernenergie. Ook al zouden deze opgelost zijn, het echte probleem van kernenergie is radioactief afval, dat tot een miljoen jaar gevaarlijk blijft en al die tijd van de biosfeer gescheiden dient te blijven. Technologieën om de hoeveelheid afval drastisch terug te brengen – snelle kweekreactoren hadden hier een rol kunnen spelen – waren geen succes. Technologieën waarmee gevaarlijk radioactief afval kan worden omgezet in minder gevaarlijk afval (‘transmutatie’) zijn grotendeels nog science-fiction. Het is eigenlijk nauwelijks voor te stellen dat de uitbreiding van kernenergie in de afgelopen decennia heeft mogen plaatsvinden zonder dat dit probleem was opgelost.

In de late jaren 80 van de vorige eeuw heb ik mij al eens mogen bezighouden met dit krankzinnige probleem. De VVM (toen nog Vereniging voor Milieuwetenschappen) had het verzoek gekregen om een aanbeveling te doen voor de uitwerking van Actie 62 van het Nationaal Milieubeleidsplan. Ik heb toen in opdracht van de VVM een discussieproject geleid, waar we ons over de technisch-wetenschappelijke en ethische kant van het probleem hebben gebogen (de Man, 1991). Natuurlijk kwamen we tot de conclusie dat het een heel complex probleem was met de onmogelijke opgave om op basis van grote onzekerheden in huidige kennis beslissingen met gevolgen voor honderdduizenden jaren te onderbouwen.

Nederland doet niets – Duitsland komt in actie

In Nederland (toen de commissie OPLA) had een voorkeur voor geologische eindberging in bijvoorbeeld zout- of kleilagen. Een definitieve keuze zou op basis van nauwgezet geologisch onderzoek mogelijk zijn. Een voorkeur werd toen niet uitgesproken. Nu bijna 30 jaar hierna is de besluitvorming in Nederland eigenlijk minder ver dan toen. Over de definitieve berging is nog niets besloten. Wel is besloten het afval zeker 100 jaar bovengronds op te slaan bij COVRA en in de tussentijd de mogelijkheden verder te onderzoeken. Het gaat hierbij over heel weinig hoog-radioactief afval (tot 2130 ongeveer 401 m3 en een grotere hoeveelheid met lagere radioactiviteit (70.000 m3). Besluitvorming is niet voorzien tot rond 2033, het moment dat de kerncentrale in Borssele definitief uit bedrijf genomen wordt.

gor

Hoe anders is de situatie in Duitsland. Nu heeft men daar ook wel wat meer afval, ongeveer 75 keer zoveel als in Nederland. In Duitsland wil men snel werk maken van het zoeken naar locaties voor definitieve ondergrondse opslag. Eerdere pogingen in deze richting (‘Gorleben’) hebben tot gigantische conflicten geleid. De ‘Kommission Lagerung hoch radioaktiver Abfälle’ heeft recent een rapport gepubliceerd met voorstellen voor een proces voor de bepaling van geschikte locaties waarbij aan de ene kant technisch-wetenschappelijke informatie een belangrijke plaats krijgt en aan de andere kant een uitgebreid proces van participatie en inspraak zal worden gerealiseerd. Worden de voorstellen van de commissie aangenomen, dan zal dit resulteren in een wettelijke regeling, die ook in de opbouw van een nieuwe bestuurlijke structuur rond het management van het thema ‘opslag radioactief afval’ voorziet.

Een natte droom van nieuwe technocraten

Ik heb het (zonder bijlagen) 683 pagina’s tellende rapport proberen te lezen. Het is elke keer weer verbazingwekkend met wat voor gecompliceerde, abstracte, even geleerd klinkende als nietszeggende formuleringen de Duitsers zich blijkbaar laten afschepen. De grondtoon van het rapport is ronduit naïef. Het leest als een technocratisch sprookje: “We hebben het indertijd, toen de protesten over Gorleben uit de hand liepen, verkeerd aangepakt. Daardoor hebben we die mooie, veilige berging van radioactieve afvalstoffen in de zoutlagen niet kunnen realiseren. We hebben toen de maatschappelijke krachten verkeerd ingeschat en de verkeerde beslissingen genomen. Nu gaan we het beter doen. We gaan de bevolking er nauwer bij betrekken. We gaan nu het hele proces transparanter maken. Zo kan een herhaling van Gorleben worden voorkomen. Als de bevolking begrijpt dat we op basis van de beste informatie open en eerlijk de beste keuzes voorbereiden en die tijdig met alle betrokken bespreken, dan zal de besluitvorming op een brede consensus kunnen rekenen.”

xxx

Flauwekul natuurlijk. Door tientallen moderatoren in te zetten, een ‘Begleitgremium’ te installeren en ‘Regionalkonferenzen’ te organiseren, zal de bevolking zich niet laten belazeren. “De oplossing ligt al decennia klaar, nu moet de bevolking er nog achter komen te staan”, lijkt het naïeve geloof van een nieuwe generatie technocraten. Dat gaat niet lukken. Na de organisatie van het hele inspraakcircus, zal Duitsland weer terug bij af zijn. Zodra concrete locatiekeuzes aan de orde komen, zal het oude probleem weer boven komen. Dan zal blijken dat de bevolking een oplossing door de strot krijgt geduwd die nooit goed is doordacht.

Een curieuze denkfout

Waarom is ondergrondse berging verkozen tot de oplossing? Waarom zijn er geen alternatieven in discussie? Deze TINA-positie (“There is no Alternative!”) lijkt het gevolg van een curieuze denkfout. Terecht wordt vastgesteld dat het hoogradioactieve afval wel een miljoen jaar schadelijk blijft. Dan wordt daaruit geconcludeerd dat we snel een oplossing nodig hebben die het afval een miljoen jaar gescheiden houdt van de biosfeer. Waarom eigenlijk? Waarom hebben we opeens haast? We weten dat we die rotzooi een miljoen jaar uit het milieu moeten houden, maar  wie zegt dat we het probleem voor de komende miljoen jaar moeten oplossen? We dwingen onszelf om een project met een looptijd van een miljoen jaar te definiëren, iets wat nooit eerder gebeurd is in de geschiedenis. Het zou natuurlijk mooi zijn als we de oplossing voor een miljoen jaar met zekerheid zouden kunnen bieden. Die oplossing is er niet: er zijn nog heel grote onzekerheden en geen enkele zichzelf respecterende technicus kan een miljoen jaar veiligheid garanderen, ook niet voor opslag in diepe zoutformaties. Er zit niets anders op: we zullen oplossingen voor een goed gedefinieerde tijdsperiode moeten accepteren. Een mogelijkheid is de door Nederland besloten strategie voor een bovengrondse tussenopslag gedurende 100 jaar. Zo’n tijdelijke oplossing kan ook in zout- of rotsformaties, maar het blijft een tijdelijke oplossing.

Weg is niet weg!

De politiek wil het probleem van tafel, dat wil zeggen de radioactieve afvalstoffen de grond in, weg van de biosfeer, weg van beïnvloedingsmogelijkheden, weg van de politieke agenda. Daarbij postuleert zij dat er een definitieve oplossing bestaat. Zo’n oplossing is er nog niet. Door dit weg-is-weg-uitgangspunt wordt veel tijd, geld en deskundigheid aan het verkeerde probleem verspild. Prioriteit nu is het organiseren van acceptabele tussenoplossingen, voor 100 of 250 jaar bijvoorbeeld. Het Duitse inspraakcircus gaat over het verkeerde thema op het verkeerde moment. De onbegrijpelijke haast met het forceren van een definitieve oplossing wordt gelegitimeerd met een onzinnig ethisch argument: “we mogen toekomstige generaties niet opzadelen met onze problemen”. Mogen we toekomstige generaties dan wel opzadelen met een onbeheersbare situatie die ontstaat als onze mooie berekeningen van vandaag over 100, 1000 of 100.000 jaar niet blijken te kloppen?

 

Referenties

Kommission Lagerung hoch radioaktiver Abfallstoffe, Abschlussbericht, K-Drs. 268. https://www.bundestag.de/blob/434430/bb37b21b8e1e7e049ace5db6b2f949b2/drs_268-data.pdf

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Het nationale programma voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstoffen, juni 2016. http://www.autoriteitnvs.nl/binaries/anvs/documenten/publicatie/2016/6/24/nationale-progamma-radioactief-afval/het-nationale-programma-radioactief-afval.pdf

R. de Man, Ondergrondse berging van onverwerkbaar afval – Studie ter voorbereiding van een standpuntbepaling door de Vereniging voor Milieuwetenschappen ten aanzien van NMP-Actie 62, Publikatiereeks stralenbescherming nr. 1991/53, Ministerie van VROM, Leidschendam, december 1991.

Outsourcing Responsibility

A morning discussion at the sustainability department of a large textile retailer.

[fiction based on real cases]

  • Good morning. Did you look at the football match last night?
  • Yes, but it was a bit depressing to see how they lost against this second class club from Bremen …
  • I agree, but there is something else we should discuss: I just heard that there was a fire in a Bangladesh textile factory last night. Do you know more?
  • Yes, it seems that it was not as bad as the Rana Plaza accident in 2013 where more than 1000 people seem to have died. I heard some 10-15 women have died from smoke poisoning. The other 250 could leave the building safely. The building has not yet collapsed.
  • Are we somehow involved? Are we connected through one of our supply chains?
  • I did a quick scan of our supplier data. There does not seem to be a direct connection, although we suspect that one of our main suppliers is using (or has been using) the company that owns the production facility that just burnt down. Moreover, I checked on the website reprisk.com whether we should worry about any reputation risk now. It seems that we are not in the spotlight this time, but H&M and C&A should be worried more.
  • Yes, it seems very unlikely that NGOs like the Clean Clothes Campaign or similar NGOs will find out our third-tier-link to the accident spot. So we need not worry too much.
  • But we should follow this closely. In any case, we should have a good story ready before NGOs will try to damage our reputation. To build a good reputation and a strong brand takes years. It can be destroyed overnight.
  • What story do we need, just in case?
  • In any case, we should emphasize our strong commitment to BSCI, the Business Social Compliance Initiative, including our efforts to audit at least all our first-tier suppliers. Moreover, we should mention our participation in ACCORD, the Bangladesh Fire and Safety Accord and our policy with respect to the Living Wage issue. But I do not expect that we will be grilled by NGOs this time.
  • And what about our supply chains from Latin America? There appear to be some issues related to freedom of association and labour safety there.
  • Don’t worry too much. We are working with some companies to get things better, but public attention is not focussing on those countries. The issue has not yet been discovered by our stakeholders. We should not create an issue where it has not developed yet.
  • I will go for a cup of coffee. Can I get one for you, too?
  • Yes, strong coffee, no sugar, no milk please.

Rescuers search for survivors of Bangladesh building collapse

http://www.abc.net.au/news/2013-04-26/up-to-1,000-feared-dead-after-bangladesh-factory-collapse/4652206

What is wrong with this discussion? A virtual interview.

  • What do you think when hearing these CSR managers discuss the Bangladesh accident?
  • On one level, it is completely reasonable and understandable that they discuss the business risks as a result of this accident. On another level, it is almost depressing to hear that the death of 15 women is only discussed in terms of risks to the company. It seems that issues of responsibility and issues of business risks are not being distinguished at all.
  • I do not follow you. My understanding is that the company’s stakeholders act as watchdogs. These watchdogs then create business risks for the company. The business risks create a motivation for the company to act, to improve their own management and to create pressure on their suppliers or even on the suppliers of their suppliers to organize corrective action. In the end, the affected people only profit.
  • Yes, that is the theory. But I do see fundamental problems. The first problem is that the company’s ethical obligation to respect human rights (including worker safety such as fire protection) is virtually being replaced by purely commercially motivated risk management. The goal of reducing risks to people (violations of human rights) is being replaced by the goal of reducing risks to the company.
  • I do not see the problem. As I said: by reducing the company’s risks you are automatically reducing the risks to the people. Is not that great?
  • No, you are not doing this automatically. Therefore it is not great. The company is not acting on the basis of its own values, but on the basis of issues that come up. Issues are defined by stakeholders with their selective agendas and their selective capacity to observe and to report. Issues that are not on their agenda can be disregarded. Places where they are not present do not matter. This is a potentially dangerous tendency. Although companies like to call themselves proactive, they are increasingly becoming reactive, reactive to what selective stakeholders, those stakeholders that matter in terms of risk creation, define as issues. This is what I call: ‘outsourcing responsibility’.
  • What would you do differently then?
  • Companies should become more ‘proactive’ in the sense that they go beyond the agendas that their stakeholders define and commit themselves to solving problems that even their stakeholders have not yet defined. The best companies do already understand this.

___

Circulair Geleuter

Het verzoek

Ik werd onlangs opgebeld of ik een bijdrage wilde leveren aan een symposium over circulaire economie, georganiseerd door een niet nader te noemen bedrijf. Zo ging dit gesprek ongeveer.

Het gesprek

X:  Ja, wij kennen u van het artikel in Trouw, waarin u zich nogal kritisch uitlaat over ‘circulaire economie’

Ik: Wat wilt u van me?

X: Nou, wij zouden het aardig vinden als u uw mening zou kunnen inbrengen in een klein symposium van ons bedrijf waar we verschillende partijen met verschillende meningen uitnodigen om van gedachten te wisselen over ‘circulaire economie’. Onze strategie is helemaal op de implementatie van ‘circulaire economie’ gebaseerd. Het zou goed zijn dat ook uw geluid – toch wel heel anders dan wat de meesten laten horen – gehoord werd.

Ik: Ik weet niet of dat zinvol is. U kent, neem ik aan, mijn verhaal. Kort door de bocht: het concept ‘circulaire economie’ is op een leugen, of in ieder geval op een misverstand, gebaseerd. Het is fysisch onmogelijk om elk stofmengsel (product, afval …) weer tot nuttige componenten te recyclen, tenzij je eindeloos veel energie ter beschikking hebt. Vergeet je die energiecomponent dan lijkt die circulaire economie veel te mooi, te eenvoudig en te aantrekkelijk. Begrijp me niet verkeerd. Recyclen is vaak heel zinvol en ook in het rijksbrede programma staan veel zinvolle actiepunten. En wat uw bedrijf doet en nog van plan is, ook dat is heel mooi. Dit alles wordt alleen gelegitimeerd door een leugen …

X: Voor ons bedrijf is het een perspectief, een doel op lange termijn, iets waar we naar toe werken.

Ik: Dat is wel aardig, maar het is een utopie. Je kunt er wel naar toe werken, maar je zult er nooit komen. Bovendien is niet alles op de weg naar een ‘circulaire economie’ goed. Je zult het per geval moeten bekijken.

X: Wij zijn juist erg geïnteresseerd in uw mening.

Ik: Daar was ik al bang voor. Dat u denkt dat het om een mening gaat. Dat de basisfilosofie van de ‘circulaire economie’ in strijd is met elementaire fysische waarheden, in dit geval de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica, is niet mijn mening. Het is een waarheid, die ik best wel wil uitleggen, maar waarover verder niet te praten valt.

X: Maar uw mening – sorry dat mag ik geloof ik niet zeggen van u… –  uw standpunt is juist heel belangrijk voor ons symposium.

Ik: Ter vergelijking: er zijn nog steeds mensen die tegen alle feiten, tegen alle redelijke argumenten, tegen de beste theoretische kennis in beweren dat het klimaat niet door menselijke activiteiten aan het veranderen is. Je kunt zo een symposium organiseren met klimaatpessimisten en klimaatoptimisten die elkaar te lijf gaan, maar wat heb je daar aan? Feit is dat degenen die de klimaatverandering ontkennen gewoon uit hun nek lullen. Ook al nodig je een meerderheid tegenstanders uit, inhoudelijk hebben zij al lang verloren. Er valt hier niet te discussiëren. Er valt niet te onderhandelen. De waarheid ligt niet tussen twee meningen.

Hetzelfde geldt voor het probleem van de ‘circulaire economie’. Inhoudelijk klopt er niets van. Iedereen die een beetje verstand heeft van thermodynamica weet dat het niet deugt. Er is overigens nog een aantal problemen die ik gemakshalve nu maar even oversla. Ik begrijp dat het niet in het belang is van uw bedrijf om de theorie achter uw strategie onderuit te halen, maar dit is geen commerciële of politieke discussie. Dit is een inhoudelijke discussie die met wetenschappelijke, niet met commerciële of politieke argumenten beslist kan worden. Wat heb ik er aan om dan als enige tegenstander tussen al die mensen te gaan zitten die enthousiast hun circulaire kletskoek vanuit hun eigen belangen verdedigen?

X: Even voor de duidelijkheid. Bij dit symposium gaat het niet om onze commerciële doelen allen. Het doel is maatschappelijk …

Ik: Het vervelende is dat de grote denkfout achter circulaire economie, het ontkennen van de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica, en daarmee het bagatelliseren van de energetische consequenties van eindeloos recyclen, nooit serieus aan de orde komt. De ten onrechte bejubelde goeroe van ‘cradle to cradle’ (Braungart) ziet het allemaal niet zo somber en verwijst naar de oneindige beschikbaarheid van zonne-energie en verkondigt daarmee leuke maar onverantwoordelijke sprookjes.

X: Het zou toch goed zijn om zulke dingen in te brengen in ons symposium, zodat we van elkaar kunnen leren …

Ik: Daar geloof ik niet zo in. Het zal eerder een feestje worden waarin ongefundeerde meningen worden herhaald en bevestigd. Terwijl ik dit zeg, maak ik me weer kwaad. Nee, ik doe niet mee. Een goede middag nog.

Zie ook

mijn artikel met Friege
mijn artikel met Brezet

Lees ook Piers Sellers in The New Yorker over de ontkenning van klimaatwetenschap.

Natuurwetten democratisch afschaffen

Referendum om de zwaartekracht af te schaffen

De krant van afgelopen woensdag (NRC Handelsblad, 14 september 2016) bevatte weer heel veel humor. Op de pagina Binnenland las ik “De PVV gunt kiezer wel heel ruim mandaat. Referendum. De PVV wil vier keer per jaar referenda, bindend bovendien. Elk onderwerp is mogelijk, ook afschaffing van de zwaartekracht.” Blijkbaar ziet mijn krant dat als een probleem. Ik denk dat het best leuk kan zijn om zoiets democratisch te kunnen beslissen.

We schaffen de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica gewoon af!

De Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica

De Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica kan op vele manieren geformuleerd worden. Misschien wel de eenvoudigste formulering is: “warmte gaat spontaan altijd van een een plek met een hoge temperatuur naar een plek met een lagere temperatuur”. Wil je warmte de andere kant op laten gaan, dan zul je energie moeten toevoegen. Andere formuleringen maken gebruik van het begrip entropie en koppelen dat eventueel aan een statistische interpretatie: entropie is wanorde en spontaan neemt die wanorde steeds toe. De eerste hoofdwet geeft aan dat in een gesloten systeem de totale energie gelijk blijft. De tweede hoofdwet beperkt de richting van processen. Processen zijn meestal niet omkeerbaar. Zie ook mijn opstel hierover.

Die Tweede hoofdwet beperkt ons wel:

  • Een warm kopje koffie wordt gewoon koud en de kamer wordt daardoor (onmerkbaar)
    warmer. Een koud kopje wordt nooit spontaan warmer waarbij de kamer afkoelt.
  • Als we rode wijn en witte wijn bij elkaar doen, heeft het resultaat een rosé-kleur. Schudden versnelt het proces. Door schudden krijgen we nooit de twee helften weer gescheiden: boven wit en onder rood, bijvoorbeeld.
  • Als we, in de in de vorm van producten of – in een later stadium afval – allerlei stoffen mengen, is het heel moeilijk ze weer uit elkaar
    te halen. Als het lukt, kost het altijd energie.

Circulaire economie gaat dus heel veel energie kosten en zal nooit helemaal lukken. Tenzij we die rotwet afschaffen!

Circulaire Economie

Beleid om natuurwetten af te schaffen is niets nieuws. Het wordt volop ontwikkeld. Een goed voorbeeld geven de staatssecretaris van Milieu en de minister van Economische Zaken. Misschien iets minder radicaal dan het opheffen van de zwaartekracht maar minstens even revolutionair. Ik lees in dezelfde krant, een pagina later: “Kabinet: in 2050 geen afval meer.” Dat staat in het Rijksbrede programma Circulaire Economie.

Zeurpieten

Er zijn natuurlijk wetenschapsmensen, technici en andere zeurpieten die haarfijn kunnen uitleggen dat het volledig sluiten van stofkringlopen eindeloos veel energie en tijd kost omdat het aan de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica voorbij gaat. Zij zullen ook beweren dat het sluiten van kringlopen ook negatieve gevolgen kan hebben voor het milieu en het klimaat.

Referendum

Om de Circulaire Economie in te kunnen voeren moet de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica dan maar afgeschaft worden. Dat is natuurlijk moeilijk. Maar als we het nu eens met z’n allen echt willen, de neuzen dezelfde kant op, het verstand op nul, dan zouden we toch een eind moeten kunnen komen. Laten we een volgend referendum gebruiken om de zeurpieten de mond snoeren.

 

Zie ook mijn opstellen hierover op het andere deel van mijn website.

Unspoilt Ireland – a marketing myth

Irish Farmers – struggling for survival

In April this year (April 11-13, 2016), I actively participated in the SAI-Platform meeting in Dublin, which included field visits to Irish farmers. I decided to join the excursion to beef farms.

Irish beef is popular in many countries. We eat Irish steaks at home regularly. They are excellent, often even better than those from South America. Marketing of Irish beef is consistently conveying the romantic picture: the small farms, the friendly farmers, living in harmony with nature, and so on. Such marketing may be effective to attract consumers, but reality is a bit different from the romantic picture. After the Dublin meeting, I discussed this with several people, and sent the following e-mail.

DSC_9540_09.jpg

Irish Beef – fairy tales and reality

  1. The farmer’s contribution to ‘sustainability’. From profitability to sustainability.
    We all know that farming is tough. Profitable farming  on the basis of global commodity prices and in the context of national and EU policies is not easy and often hardly possible. Farming is a continuous struggle for survival. What the farmers in Ireland told us, was no surprise. We all know this. More responsible (‘sustainable’) farming cannot go significantly beyond ‘win-win’ practices that combine gains in the ecological and/or social pillar with contributing to profitability. Measures that lead to reduced profitability are hardly feasible. During the seminar, it was repeatedly said that ‘without profitability no sustainability’. This is correct, but some people apparently liked to believe that profitability directly contributes to (social and ecological) sustainability. Of course, there is no guarantee whatsoever. Just as an example, consider the on-farm biodiversity at Irish beef farms (which I had the pleasure to visit). What I saw was depressing: hardly any birds other than crows, starlings and a finch or sparrow here and there. The grassland itself was a monotonous monoculture without any herbs present. Evidently this is what you get when optimising beef production. This is what the farmer needs for his survival. His freedom to contribute to biodiversity is limited to leaving some less productive corners of his farm to a more natural development. On-farm biodiversity is severely restricted in the context of maintaining productivity. Does this make his farm unsustainable? Actually this is not a good question at all. See next point.DSC_9658_44.jpg
  2. Sustainable farms, sustainable agriculture, sustainable development
    If we define sustainability at the farm level, we will look at the possibility of running a profitable farm and at the same time protecting the environment (biodiversity, climate, etc.) and taking care of social standards. The majority of ‘sustainable farms’ in this view would most probably be low-input farms, extensive farming on semi-natural land, such as sheep farming on remote hills in mountain areas. Some organic farm systems could be ‘sustainable’  as well in this definition. It would, however, define most highly intensive agriculture as much less ‘sustainable’ or even ‘unsustainable’. By doing that, one can easily miss the point that intensive high-input agriculture can be a major contribution towards sustainable development at a wider scale, for example by saving land that can be reserved for conserving or developing nature. To make agriculture sustainable, there is a need for a mix of several strategies, allowing for low-input extensive farming, high-input intensive farming and excluding land from agriculture. In this sense, ‘farm level sustainability’ is a difficult concept that not always makes sense. It could be more appropriate to talk about ‘responsible farming’, where the farmer takes direct responsibility for those (few) factors that he/she can really control. In the end, sustainability can only be defined at a higher ‘landscape level’, regional or national level.
  3. Sustainability beyond marketing
    Bord Bia, on their website origingreen.ie conveys a picture of Ireland and farming in Ireland. The first sentence on the video (Saoirse Ronan for Origin Green Sustainability Programme – Bord Bia): “Ireland is an ancient and unspoilt land. There are few places to which nature has been so kind… “. The video conveys the overly romantic impression that Irish agriculture has a direct link with unspoilt nature.  Although it is certainly true that Irish agriculture is better in sustainability terms than agriculture in a number of other countries, it cannot be taken for granted that Irish farms are sustainable. Irish farmers have to work under the same gigantic commercial and policy pressures as their colleagues elsewhere. And the result is not too different from results elsewhere. Farmers as a group show an alarmingly high suicide rate. Life at Irish farms is not the fairy-tale that Bord Bia tells to the consumers. There is nothing against such marketing as long as it strengthens the farmers’ position on the market. But the marketing myth and reality are two different things.

 

_____