Ik ben blij dat ik geen hond heb

Onlangs liep ik aan de Oostkant van het kleine natuurgebiedje ‘De Strengen’, vlak ten Noorden van de Merenwijk. Vanaf het bruggetje dat vlakbij de molen de Strengen met de Kagerzoom verbindt, is dat rechtsaf.

Daar kwam ik een vrouw met een loslopende hond tegen. Honden zijn in dat gedeelte alleen aangelijnd toegestaan. Ik vraag rustig maar toch niet echt vriendelijk: “Dag mevrouw, weet u dat het in dit gedeelte van de Strengen verboden is honden los te laten lopen?”. Zonder aarzelen komt zij meteen met een krachtig antwoord: “Wilt u hier meteen mee ophouden? Zo, niet dan heeft u nu al, om tien uur ‘s ochtends, mijn hele dag verpest!”. Ik zeg nog iets als: “Nee ik houd hier niet mee op. Dan verpest ik uw dag maar”, of zoiets onverstandigs.

Even probeer ik het over een andere boeg te gooien. Op dat moment klinkt de luide roep van een Cetti’s zanger. Ik zeg: “Hoort u die vogel? Dat is de Cetti’s zanger.”Ja”, zegt ze, “dat weet ik, die zit hier altijd”. Ik: “Het voorjaar nadert en de vogels zijn nu hun territorium aan het afbakenen en zijn voorbereidingen aan het treffen voor het broedseizoen. Als er nu honden door het struikgewas razen, kan dat zeer nadelig werken. Daarvoor is die aanlijnplicht” “Ja”, zegt ze, “maar ze kunnen ook overdrijven. Ik wandel al vijfendertig jaar elke dag hier een rondje met mijn hond, en ik zie niet in, waarom dat opeens niet zo mogen!”. Zij loopt door. Ik heb haar dag verpest.

De zones op het informatiebord bij de Strengen

Als ik naar huis loop, denk ik: die vrouw had gelijk. Meer dan dertig jaar was er een regeling waar iedereen mee kon leven. De regels waren eenvoudig: tijdens het broedseizoen geen honden, anders wel. Dan komen er een paar ambtenaren, ingenieurs en mogelijk allerlei inspraakrondes. Die creëren dan een nodeloos ingewikkeld hondenregiem (en kilometers onzinnige hekken), waar de honden geen brood van lusten:

A. Westkant van het gebiedje verboden voor honden.
B. aan de linkerkant van het strand hondenuitlaatgebied met hondenzwemstrand.
C. aan de rechterkant van het strand zwemgebied voor mensen, verboden voor honden.
D. aan de Oostkant van de Strengen wandelgebied toegestaan met honden mits aangelijnd.

Ik ben blij dat ik geen hond heb. Anders zou ik dagelijks in overtreding zijn omdat ook ik me niet aan zulke geschifte regels zou willen houden.

Eerder schreef ik deze blog over het conflict natuurliefhebber en hondenbezitter. Dat honden en hun bezitters niet alleen irritant zijn, maar zelfs soms leuk, laat ik in deze fotopresentatie zien, die ik voor een fotocursus maakte [wachtwoord kiek_maar]

William Byrd en de piano

Tijdloze muziek

Wie wel eens, zoals ik, naar koorwerken uit de Renaissance luistert, kent dat gevoel. Je hebt een uur lang naar bijvoorbeeld een mis of een motet van William Byrd (1543-1623) geluisterd en je hebt het gevoel dat er ondanks de honderden spannende wendingen in de muziek niets gebeurd is. De muziek brengt een gevoel van eeuwigheid over, een gevoel van tijdloosheid (Luister bijvoorbeeld naar een opname van de Tallis Scholars.). Wat daar zeker aan bijdraagt is de strikt harmonische basis van de intervallen.

Natuurlijk horen wij naast aangenaam klinkende akkoorden ook scherpe dissonanten, maar zelfs die zijn gebaseerd op de reine boventoonreeks van een grondtoon: 2x, 3x, 4x, 5x etc. de frequentie van de grondtoon. Intervallen tussen de eerste boventonen zijn het octaaf, de kwint, de kwart en de grote terts. Hierop zijn weer andere intervallen gebaseerd zoals de kleine terts en de grote en kleine secunde. Binnen een systeem van reine intervallen is het maar beperkt mogelijk om van de ene toonsoort naar de andere te moduleren.

Harmonie der sferen

De Griekse wiskundige en filosoof Pythagoras heeft zich al uitgebreid met de vaste verhouding tussen tonen in de muziek bezig gehouden. Uit de Griekse oudheid stamt ook het in de Middeleeuwen populaire idee dat de zuivere harmonische verhoudingen in de muziek ook in de beweging van hemellichamen terug te vinden zouden zijn. In die tijd kreeg het begrip musica verschillende betekenissen: musica universalis (wereldmuziek), musica humana (de inwendige muziek van het menselijk lichaam) en tenslotte de musica instrumentalis (de muziek zoals wij die kennen). Men geloofde in de harmonie der sferen.

Kwadratuur van de cirkel

Wiskundig is die totale harmonie onmogelijk. Het is een soort kwadratuur van de cirkel. De trillingsverhoudingen van reine kwinten, reine tertsen en octaven zijn nooit met elkaar precies in overeenstemming te brengen. Twaalf gestapelde reine kwinten (trillingsverhouding 3:2) leveren een toon meer dan 129 keer zo hoog als de grondtoon. Zeven octaven 128. Ook kloppen reine kwinten niet met reine tertsen.

Vier gestapelde kwinten: van lage D tot hoge Fis. Getransponeerd een grote terts.

Vier reine kwinten leveren een noot op die net iets hoger is dan twee octaven boven de reine grote terts. Wat kan je doen? In eerste instantie zijn er allerlei stemmingen bedacht die reine tertsen probeerden te behouden. Later zijn in de piano (en in het oor van veel musici) ook de reine tertsen gesneuveld.

Bij Byrd is  grotendeels op reine intervallen gebaseerde muziek nog mogelijk, maar als in de 18e eeuw de barokmuziek zich ontwikkelt en later met de Bachzonen in de richting van de klassieke muziek van Haydn en Mozart gaat, zijn grote compromissen niet meer te vermijden.

De onvolmaakte kwint: de mens is God niet.
Aan het eind van de 17e eeuw begon er behoefte te ontstaan aan stemmingen die met een iets kleinere kwint werkten om daarmee in ieder geval de kwint en het octaaf met elkaar te verzoenen. Baanbrekend was het werk van de organist en componist Werckmeister, die vooral bekend is om zijn methoden om orgels en klavecimbels  te stemmen. De door hem ontwikkelde stemmingen zijn een minder radicale voorloper van de gelijkzwevende stemming, maar is toch flexibeler toe te passen dan verschillende middentoonstemmingen. Het belangrijkste gevolg van deze stemming is dat de kwinten toch iets kleiner zijn dan de reine 3:2-verhouding. Iets van de goddelijke harmonie moest ingeleverde worden om kwinten, tertsen en octaven met elkaar te verzoenen. Er was in die tijd kritiek uit de kerk die van mening was dat Werckmeister met zijn kleine kwint ingreep in Gods orde. Maar hij verdedigde zich op basis van opvattingen uit de reformatorische theologie. Door naar perfecte harmonie te streven, stelt de mens zich op de plaats van God en zondigt hij tegen het gebod van de nederigheid. In zijn Duitse tekst uit die tijd:
“Machet man etliche Tertias zurein / so werden die anderen Consonantien beleidigt / auch die Quinten: dass ist in der Bedeutung / wenn sich der Mensch in seiner Natur so rein halten / und ohne Gebrechen seyn will / so wird Christi Verdienst / in seiner Erniedrigung wieder geschmählert / und laediert: Denn der Mensch kann auf seine eigene Reinlichkeit sich nicht gründen. / Er muss auf Christi Verdienst / und Reinigkeit sehen.” (bron Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Andreas_Werckmeister).

 

Een van de grondvesten van de middeleeuwse harmonie, de kwint, oftewel de verhouding 3:2, gaat wankelen. Voor zangers is dat niet zo’n probleem. Die kunnen dezelfde noot als die op de ene plaats in een terts voorkomt en op de andere plaats in een kwint gewoon anders intoneren. Het zelfde geldt voor instrumenten waar een zekere vrijheid van intonatie bestaat, blaasinstrumenten en strijkinstrumenten, zolang het niet de losse snaren betreft of instrumenten met fretten.

In de gevangenis van de totale harmonie

Bij een instrument met vaste toonhoogten, zoals een klavecimbel of orgel kom je er niet omheen om de kwinten wat kleiner te stemmen. Vervolgens zijn er mogelijkheden om de tertsen wel zuiver te stemmen als je de kwinten erg klein kiest. Je krijgt dan wel een instrument waar in de ene toonaard de tertsen aangenaam rein klinken en in een andere toonaard niet om aan te horen. Het orgel van de Pieterskerk in Leiden bijvoorbeeld is in zo’n middentoonstemming gestemd: het klinkt prachtig in bepaalde toonaarden en verschrikkelijk in andere.

Ook in de muziek maakt de hang naar totale harmonie van de wereld een gevangenis waaruit ontsnappen bijna onmogelijk is.

De valse wereld

Het verlaten van de reine kwint gaf de musici enige vrijheid, maar niet genoeg. Ook de reine tertsen zouden er aan gaan.

De moderne piano is gelijkzwevend gestemd. Alle halve-toonafstanden zijn aan elkaar gelijk gemaakt. Daardoor zijn de kwinten maar een heel klein beetje te klein (en de kwarten een beetje te groot). De kwinten klinken zelf iets beter dan in een middentoonstemming.  De tertsen zijn daarentegen kraaienvals: de grote terts is veel te groot en de kleine terts is veel te klein. Ze lijken bijna niet meer op de mooie reine intervallen uit de middeleeuwen of de renaissance.

Met de piano hebben wij het concept van allesbeheersende harmonie achter ons gelaten. De muziek klinkt minder goddelijk, menselijker. De piano is één groot compromis van intervallen. Als ik een piano hoor, denk ik niet meer aan de harmonie der sferen, aan de overeenkomst tussen door de sterren zoemende musica universalis en de goddelijke mis van Byrd. De piano is meer een afspiegeling van mijn echte wereld, vaak redelijk geordend maar in alle opzichten een beetje vals.

Iets over reine intervallen heb ik op deze pagina geschreven.

Voor donker naar bed

Wulpen tellen bij windkracht 7

Overdag was het mooi weer, maar er werd wind en regen voorspeld. De wind begon al goed te waaien. De regen moest nog komen. Ik pak de auto maar. Ik heb geen zin om straks tegen windkracht zeven in te moeten fietsen en ook nog door de regen. Om vijf uur parkeer ik bij vlakbij de Munnikenpolder. Er is ruimte voor meer dan honderd auto’s. Er staan er al twee. Ik zet de mijne er maar naast en loop het pad richting Munnikenpolder.

Nepnatuur en molendump langs de snelweg

Eigenlijk is bijna alles aan dit gebied nep. Het is een tot nep-natuur verbouwde rest van een oude polder. Van die polder is niet veel meer over. Veel weidegrond is omgebouwd tot plasjes en vaarten (zie hier een korte presentatie van mijn hand).

Munnikenpolder in december 2020

Het is verder een soort dump voor molens die ergens anders weg moesten omdat er wegen werden gebouwd of zulke hoge flats dat ze geen wind meer kregen. Molens waren hier ooit een van de weinige energiebronnen  naast turf. Tegen de achtergrond van dit rare openluchtmuseum staan nu de symbolen van de moderne energiehuishouding, de hoge masten van de 380 kV elektriciteitsleidingen. Aan de Noordoostkant van het gebied staat aan de A4 een groot benzinestation. Vlakbij dit punt duiken de HSL-treinen de grond in en denderen vervolgens onder de Doeshofmolen door.

De HSL duikt onder de Does door (Google maps)

Langs dit Hollandse nep-landschap racen de auto’s over de A4 van Amsterdam naar Rotterdam en terug. De vogels trekken zich hier weinig van aan. Vogels hebben geen idyllische wildernis nodig, alleen land en water met voldoende voedsel en voldoende bescherming tegen allerlei vijanden. Kieviten, scholeksters en wulpen voelen zich hier prima tussen racebaan en hoogspanningsmasten.

Kieviten

Om tien over vijf sta ik samen met Ron (die mij uitgenodigd heeft) en twee enthousiaste tel-collega’s in de vliegende storm te kijken wat er zich op eerste grote plas afspeelt. Er zitten al een paar honderd kieviten, allemaal met de kop in onze richting gedraaid, tegen de storm in dus. Wij zelf kunnen achterover tegen de wind leunen. Ik verlies af en toe bijna mijn evenwicht als er zo’n uitschieter van een windvlaag komt. Tussen de kieviten zit ook een groep scholeksters. Dat is duidelijk te zien als af en toe de hele zwerm kieviten even opvliegt en na een rondje over de plas weer keurig gaat zitten. Het lijken een soort oefeningen voor brandalarm, zoals ze regelmatig op scholen moeten houden. Even kijken of het netjes met z’n allen wegvliegen nog goed werkt. Misschien is er ook een andere reden. Wij weten het niet. De scholeksters doen niet mee aan deze generale repetitie. Zo kan je ze mooi apart tellen. De zon gaat onder en het wordt steeds donkerder.

De kieviten vliegen even een rondje

We kijken over de plas richting het benzinestation aan de A4, waarvan de verlichting steeds duidelijker afsteekt tegen de donkere lucht. Een grote groep kieviten voegt zich bij de bestaande groep. Af en toe komt er een wat grotere vogel langs. De eerste keer is het een grote zilverreiger, dan nog een blauwe reiger en tenslotte een buizerd.

Een magisch moment

450 wulpen komen aan (deze foto heb ik pas op 23 februari gemaakt)

Geheel onverwachts komt er van achter ons een grote zwerm wulpen aanvliegen. We hadden ze niet zien aankomen. Wij keken de verkeerde kant op. Het is een indrukwekkende ervaring om die grote groep uit het niets te zien verschijnen in deze totaal verstedelijkte omgeving, gedomineerd door snelwegen, benzinestations en hoogspanningsmasten. Opeens komen ze met zijn honderden als uit een andere wereld. Wij staan erbij en kijken ernaar. De wulpen landen ver weg op hun slaapplaats achter de grote groep kieviten, maar zijn met een kijker nog wel te zien. Die dicht bij elkaar staande wulpen herinneren mij aan korte vakanties op Texel waar ze op plekken als de Schorren en Dijkmanshuizen vaak met honderden of duizenden op de slikken staan. Op de achtergrond daar alleen de Waddenzee en geen snelwegen.

Naar huis

Het is nu volledig donker, afgezien van de felle lichten van het tankstation ‘Total Energies’, de koplampen en achterlichten van de over de A4 razende auto’s en de lampen die bij de molens zijn aangegaan. Die zouden tegen het vandalisme moeten helpen. Sommige vandalen zouden graag eens zo’n molen in brand steken, hoor ik. Ron overlegt nog even met z’n telcollega’s over puntjes voor een of andere vergadering. Ik vang op dat één punt een uit de polder verdwenen bord “Verboden voor honden” zou zijn. Het is belangrijk dat mensen zich met zulke dingen bezig houden, denk ik nog.

Ik loop tegen de onaangename windstoten in naar de auto terug. Op dat moment voel ik de eerste regendruppels. Over kletsnatte wegen rijd ik door de storm naar huis. Ik heb genoten.

Toevoeging 1 maart 2024

Hierna heb ik nog twee stukjes geschreven over bijna het zelfde onderwerp:

campinghaan en wulpenslurf

wulpen tellen

____

 

Achter de parkieten aan

Een nieuwe hobby

fietstochtjes (zwart), parkietenroutes (rood)

Veel gepensioneerden raken in structurele tijdsnood, omdat ze denken in deze fase van hun leven overal tijd voor te hebben. Dat overkomt mij ook steeds vaker.

Nu is het opeens achter de halsbandparkieten (technische term: de HBP) aan rijden. Dat heb ik de laatste dagen uren gedaan en daarbij heb ik minstens 121 km afgelegd. Waarom? Ron Mes vroeg mij of ik  aan de nationale halsbandparkieten-slaapplaatsentelling van SOVON wilde meewerken. Ja, natuurlijk. Ik heb overal tijd voor en het is niet alleen interessant maar ook nog goed voor de nodige lichaamsbeweging. Het is ook een leuke manier om je eigen stad weer eens te verkennen. Ik heb genoten van de prachtige tochtjes langs de singel en door allerlei parken in de omgeving.

Slapen bij Pieter Both

Halsbandparkieten, een invasieve soort die zich met veel succes in de Randstad gevestigd heeft zijn nogal lawaaiige beesten en je kunt ze ‘s avonds gemakkelijk naar hun slaapplaatsen volgen door er gewoon achteraan te fietsen. Af en toe landen ze tijdelijk in een boom om daarna weer door te vliegen naar de eindbestemming.

de slaapbomen aan de Pieter Bothstraat (in de zomer, Google maps)

Een uit het verleden bekende slaapplaats bevindt zich aan de Pieter Bothstraat, bij het verzorgingshuis Overrhyn van Topaz. Ik ga daar op 23 november maar eens kijken en ja hoor, iets na zonsondergang zitten de drie platanen voor het huis vol met lawaaiige HBP. Naarmate het donkerder wordt, neemt het lawaai af: tijd om te gaan slapen. Er zitten er zeker een paar honderd.

Sketch voor drie heren

Een HBP op de Strengen deze herfst

De volgende dag fietsen drie al wat oudere heren langs de slaapplaats bij de Laan van Ouderzorg in Leiderdorp: Helias en Ron gerieflijk op electrisch versterkte fietsen en ik daar op mijn klassieke fiets achteraan. De zon is net onder en de avondspits is al goed op gang gekomen en daar in een rijtje bomen komen redelijk grote groepen parkieten aanvliegen. Ron leert ons een mogelijke telmethode: per groepje aankomers tellen en dan optellen. Het worden al gauw meer dan 250.

Achter de parkieten aan

Een dag later begin ik serieus ‘mijn’ parkieten bij het verzorgingstehuis te bestuderen. Misschien kan ik ze tellen door te flitsen. Ik bereken hoe ver ik met mijn flitser kan flitsen bij bijv. 1600 ISO of meer.  De afstand blijkt geen probleem (zie meer info hier). De boom zit behoorlijk vol als ik een paar foto’s maak. Als ik thuis de foto uitprint, zie ik er bijna 350 stuks op staan.

Geflitst op 27 november. Flitsen in het donker leverde geen merkbare verstoring op. Latere ervaringen waren minder positief. Daarom beperk ik me in de regel tot hooguit één flitsfoto als de vogels allemaal rustig zitten, of ik flits helemaal niet.

Het zullen er wel meer zijn.

Nu ik weet waar ze slapen, wil ik weten waar ze vandaan komen. Dat betekent veel achter de parkieten aan fietsen. Ik zie dat de parkieten rond de Leidse Hout en het Alrijne-ziekenhuis via de Maredijkmolen en dan na het spoor over te steken naar de Tuinvereniging Ons Buiten vliegen, vlakbij de eindbestemming Pieter Bothstraat. Ik vermoed dat ook de parkieten uit Warmond daar slapen. Ik zie ze naar Koudenhoorn vliegen en later kan ik parkieten van Koudenhoorn tot het verzorgingshuis volgen.

Calvarieberg en Hortus

Maar ze komen niet alleen van het Noorden en Westen. Ook komen ze uit het Zuiden aanvliegen. Op 3 december volg ik de parkieten die bij het katholieke kerkhof Calvarieberg zitten. Zij vliegen via de Kooilaan naar het Noorden om weer bij de bekende plek te komen. Niet iedereen, zoals een vrouw bij een woonboot aan de Singel, vertrouwt het niet wat ik sta te doen. Ik leg dan uit dat ik parkieten volg, een niet echt bekende hobby blijkbaar. Een man die op het kerkhof aan het werk is, vraagt wat ik zoek. Als er dan een gesprek ontstaat, blijkt hij er vrij veel van af te weten. Ja, ze broeden in de spechtenholen in de bomen op het kerkhof.

Iets meer moeite kost het om erachter te komen wat de parkieten uit de omgeving van de Hortus en de Sterrewacht doen. Ik doe hier twee keer onderzoek. Na de eerste keer denk ik dat ze richting Molen De Valk vliegen, maar ik weet het niet zeker. Samen met mijn collega’s Ron en Helias doen we het onderzoek nog eens over. We maken nog een praatje met een wandelaar die beweert dat ze allemaal naar rechts vliegen, maar wij zien ze toch in tegengestelde richting vliegen. Eerst lijkt het of we een nieuwe slaapplaats bij de Hortus hebben gevonden. Er zitten er tientallen in een boom en dan vliegen ze plotseling allemaal weg, inderdaad richting Molen De Valk ongeveer. Bij de Maresingel komen we ze weer tegen en dan zijn ze eenvoudig te volgen. Het is al vrij donker en er komen groepen vlak over onze hoofden richting de Willem de Zwijgerlaan vliegen. Eindpunt Pieter Bothstraat.

Eindpunt Piet Bothstraat

Ik ga ook een keer in Sassenheim kijken. In het park Rusthoff zitten ze en ze vliegen weg, maar ik zie niet waarheen. Op de terugweg is er mist en die wordt steeds dikker. Daardoor zie ik vlakbij ‘Dekker’ een stoeprand niet, waardoor mijn fiets tegen de vlakte gaat, maar zelf loop ik soepel naast mijn gevallen fiets door. Ik raap mijn fiets op en ga naar huis.

Slapen bij Total

Ik heb even genoeg van al die parkieten in het Noorden van Leiden en ga eens kijken waar de populatie uit Cronesteyn in het begin van de avond heen zal vliegen. Er zijn er best veel en op een bepaald moment beginnen ze over het Rijn-Schiekanaal te vliegen. Met de fiets maak ik een omweg via de professorenwijk, waar ik ook weer groepjes tegenkom. Die laatste groepjes vliegen naar de slaapplek aan de Lammenschansweg, rustiek gelegen niet ver van de rijbaan en vlakbij het benzinestation  van Total.

De rustieke slaapplaats bij Total (in de zomer, Google maps)

Daar staat Andrien, ook voor het tel-project, geconcentreerd de aanvliegende groepjes te tellen. Ik stoor haar maar niet. Niet onwaarschijnlijk dat de HBP uit Cronesteyn erbij zijn.

Feestvreugde?

18 december, de officiële teldatum van het project, zou de feestelijke afsluiting zijn. Ik ga extra vroeg naar de Pieter Bothstraat. Ik ben er al om half vier. Tot half vijf gebeurt er niets, afgezien van de honderden kauwtjes die lawaaiig in bomen bij het Noorderpark landen. Mijn drie bomen worden bevolkt door twee Turkse tortels. Dan begint het opeens. Om kwart voor vijf komen grote zwermen parkieten tussen de flats aanvliegen. Een aantal daarvan had al een tijd in het Noorderpark gezeten. Ik tel ongeveer 650 aanvliegende HBP. Dan maak ik waarschijnlijk een grote fout. Om tien voor vijf maak ik een paar flitsfoto’s. Om vijf over vijf zijn alle 650 parkieten ergens anders heen gevlogen. Heeft mijn flits voor de verstoring gezorgd? Of was het vuurwerk? Het was (nog) niet het feestelijke slot van het project.

Eind goed, al goed

Op zondag 19 december ga ik toch nog een keer kijken. Ik fiets tegen half vijf tot vlakbij de Pieter Bothstraat. Over de sportvelden zie ik gigantische zwermen kauwtjes vliegen,  die in de hoge bomen daar de nacht gaan doorbrengen. Om half vijf hoor ik en zie ik in de bomen van het Noorderpark groepjes halsbandparkieten.

wachtend in de bomen op weg naar Pieter Bothstraat

Niet ver van Topaz Overrhyn vliegen de HBP van West naar Oost van boom tot boom totdat ze in de buurt van hun slaapplek zijn. Om 16:40 vliegen er groep van 50 tot 100 stuks tegelijk de laatste bomen vóór de Pieter Bothstraat in. Vanaf 16:50 beginnen ze de bomen bij het verzorgingshuis te bevolken.

Ze vliegen over de verbindingsgang tussen de twee gebouwen van het huis de derde boom in (van links gerekend). Een paar minuten later verhuizen de meeste vogels naar de eerste en de tweede boom. Dan is het vijf uur. De hele operatie heeft een half uur geduurd. Ik tel ze niet precies, maar alles wijst erop dat het er net zoveel zijn als de dagen hiervoor. Ik schat 600.

Aangekomen bij boom 3

Nog eens tellen …

SOVON vroeg ons op zaterdag 15 januari 2022 nog eens te tellen. Op donderdag ging ik al eens kijken of mijn parkieten er nog waren. Ja, ze waren er nog, maar niet in overweldigende hoeveelheden. Weer vlogen ze aan via de bomen bij het Noorderpark en de sportvelden voordat ze op het laatste moment, rond tien over vijf, de oversteek naar de slaapboom maakten. Weer volgden ze hetzelfde patroon: eerst naar de boom aan de rechterkant en dan nog een boom opschuiven met zijn allen. Een kwartier later was het klaar. Het gebeurt zo’n 25 minuten later dan vlak voor kerst. Op 19 december ging de zon om 16:31 onder. Op 14 januari om 16:56: precies 25 minuten later. Zonsondergang zet het proces in beweging.

Op donderdag leken er wel wat minder dan wat ik in december gewend was. Ik schatte rond driehonderd exemplaren.

Op zaterdag sta ik vanaf zonsondergang bij het verzorgingshuis Topaz te wachten. Ik hoor in de verte wel wat parkieten maar ik moet nog een tijdje wachten voordat naar hun slaapplaats beginnen te vliegen. Ik ben blij als ze aan komen vliegen. Het was nooit een vogelsoort waar ik dol op was, maar deze telling heeft toch voor een soort band gezorgd. Ik voel me verbonden met die rare beesten die bij zonsondergang met z’n allen luidruchtig naar hun slaapboom vliegen. Het is raadselachtig hoe dit georganiseerd wordt. Wie neemt de leiding? Wat betekenen de verschillende geluiden? Ik probeer de vanaf tien over vijf aanvliegende groepjes zo precies mogelijk te tellen. Met pen en papier sta ik in de kou naar mijn boom te kijken en noteer alle aankomsten. Er komt niets vanaf de stad. Ze komen allemaal uit het Noorden: het Noorderpark en de sportvelden. De laatste vogel komt om half zes aan.  Het is inmiddels donker. Op het laatste moment, als ze allemaal zitten en het rustig wordt in de boom, neem ik nog één flitsfoto vanaf de ingang van het tehuis. Als ik later mijn getallen optel, kom ik op 298 stuks. Op de foto zie ik er 211 zitten, maar er kunnen er achter takken en andere parkieten verborgen zijn.

de slaapplaats op 15 januari

In december dachten we nog aan 500 of zelf 600 parkieten. Waar zijn de andere parkieten gebleven? Het bekende probleem van de postbode als een brief niet bezorgd kan worden: verhuisd of overleden? In dit geval zou er van verhuizingen sprake kunnen zijn. De parkieten uit de binnenstad zouden bijvoorbeeld naar de Lammenschansweg kunnen zijn gevlogen. Daar schijnen deze week ongebruikelijk veel exemplaren de nacht door te brengen. Maar Ron Mes trof in Leiderdorp een lege slaapplaats aan. Het ziet er naar uit dat we weer achter die beesten aan moeten fietsen om erachter te komen wat er aan de hand is.

 

____

Over de kaartjes

Mijn routes heb ik steeds geregistreerd met een Garmin etrix-30x GPS. De gegevens bewerkte ik met de Garmin BaseCamp-software. Eerst gebruikte ik Google Earth Pro voor verdere bewerking van routes etc. Maar Ron Mes wees mij op betere GIS-software: QGis 3.22. De kaartjes op deze pagina heb ik daarmee gemaakt (met als basis Open Street Maps via de Open Layers plugin). Heel handig als je erachter bent gekomen hoe het werkt.

het resultaat, gamaakt met Qgis

_____

Nous avons la démocratie

Op weg naar Abomey

In augustus 2005 was ik voor het eerst in Afrika. Samen met mijn collega Peter Ton onderzocht ik de mogelijkheden voor duurzame Afrikaanse katoen. Na een reeks gesprekken met mensen uit de katoenwereld en vertegenwoordigers van de plaatselijke overheid was het tijd voor een uitstapje. Ik charterde een chauffeur, die mij naar Abomey zou rijden. Onze Mercedes ging onderweg kapot. Auto’s van dit merk zijn in Benin erg goedkoop, omdat er geen onderdelen voor te krijgen zijn. Iedereen rijdt in Franse merken.

Na diverse bezoekjes aan garages (die meer op autosloperijen leken, gezien de kwaliteit auto’s die je daar aantrof), ging ik eerst naar het plaatselijke historische monument, het paleis van een koning, die de muren had laten metselen met specie aangelengd met bloed van zijn onderdanen. Dan zouden ze extra stevig worden. Blijkbaar hadden ze voor gruwelijke wreedheden de blanken nog niet nodig.

Mijn eerste chauffeur bij het paleis in Abomey

Terwijl ik het paleis bezichtigde, lag mijn chauffeur op een matje met zijn gezicht naar Mekka te bidden. Toen ik terugkwam, zei hij: “Ik heb tot God gebeden, om mij te helpen de auto te repareren”. Ik vroeg toen bot: “Wat heeft God dan teruggezegd?”. “Dieu, il n’a dit rien”, kwam er wat triest uit.

Chaos in Afrika

Hij regelde voor mij een collega in een roestige Peugeot, die mij terug zou rijden naar Cotonou. Hoe en wanneer mijn oorspronkelijke chauffeur weer thuis gekomen is, weet ik niet. Met mijn nieuwe chauffeur had ik leuke gesprekken. Ik vroeg geïnteresseerd welke dieren er nog in dat land voorkwamen. “Leeuwen en olifanten zijn hier niet meer”, zei hij, geloof ik. “Maar bij u zijn toch ijsberen? Ik heb ze op de televisie gezien!”. Ik moest hem teleurstellen.

Tanken met de Peugeot (illegale benzine)

Naarmate we Cotonou naderden, werd het verkeer drukker en chaotischer. Op de grote weg van Ouidah werd het onvoorstelbaar druk. Het is de doorgaande weg van Accra in Ghana via Lomé in Togo naar Lagos in Nigeria. Het was zo druk dat veel auto’s zich een weg baanden naast de weg, gedeeltelijk tussen de vele marktkraampjes door. Honderden stinkende motorfietsen, rokende vrachtwagens en krakkemikkige personenwagens deden uren over de laatste 30 kilometer naar de hoofdstad van Bénin. Op een bepaald moment zei ik tegen mijn chauffeur: “In Nederland zou zo’n chaos ondenkbaar zijn. Daar zouden veel chauffeurs van al die links rijdende en zich tussen de marktkramen een weg zoekende auto’s al een bekeuring gekregen hebben. Hij keek mij lachend aan en zei “Dat was vroeger hier ook zo! Toen hadden we nog een krachtige regering. Mais maintenant nous avons la démocratie! La démocratie, c’est comme-ça!”.

Corona in Nederland

De laatste tijd gaat het gesprek in Nederland tot vervelens toe over Corona, alsof er geen leukere dingen zijn om over te praten. Regelmatig komen de mensen met even radicale als eenvoudige oplossingen. Het gesprek zou zo kunnen gaan.

“Als ze nu gewoon vaccinatie verplicht stellen voor iedereen boven de 12 jaar en wettelijk regelen dat de verzekering niet uitkeert aan wie zich hier niet aan houdt en … “. Zestien jaar geleden leerde ik de enig juiste reactie: “Ja, dat zou best wel kunnen, maar we hebben hier een democratie!” Ik zal er wel aan toevoegen: “En daar ben ik meestal best blij om!”.

 

_______