Nous avons la démocratie

Op weg naar Abomey

In augustus 2005 was ik voor het eerst in Afrika. Samen met mijn collega Peter Ton onderzocht ik de mogelijkheden voor duurzame Afrikaanse katoen. Na een reeks gesprekken met mensen uit de katoenwereld en vertegenwoordigers van de plaatselijke overheid was het tijd voor een uitstapje. Ik charterde een chauffeur, die mij naar Abomey zou rijden. Onze Mercedes ging onderweg kapot. Auto’s van dit merk zijn in Benin erg goedkoop, omdat er geen onderdelen voor te krijgen zijn. Iedereen rijdt in Franse merken.

Na diverse bezoekjes aan garages (die meer op autosloperijen leken, gezien de kwaliteit auto’s die je daar aantrof), ging ik eerst naar het plaatselijke historische monument, het paleis van een koning, die de muren had laten metselen met specie aangelengd met bloed van zijn onderdanen. Dan zouden ze extra stevig worden. Blijkbaar hadden ze voor gruwelijke wreedheden de blanken nog niet nodig.

Mijn eerste chauffeur bij het paleis in Abomey

Terwijl ik het paleis bezichtigde, lag mijn chauffeur op een matje met zijn gezicht naar Mekka te bidden. Toen ik terugkwam, zei hij: “Ik heb tot God gebeden, om mij te helpen de auto te repareren”. Ik vroeg toen bot: “Wat heeft God dan teruggezegd?”. “Dieu, il n’a dit rien”, kwam er wat triest uit.

Chaos in Afrika

Hij regelde voor mij een collega in een roestige Peugeot, die mij terug zou rijden naar Cotonou. Hoe en wanneer mijn oorspronkelijke chauffeur weer thuis gekomen is, weet ik niet. Met mijn nieuwe chauffeur had ik leuke gesprekken. Ik vroeg geïnteresseerd welke dieren er nog in dat land voorkwamen. “Leeuwen en olifanten zijn hier niet meer”, zei hij, geloof ik. “Maar bij u zijn toch ijsberen? Ik heb ze op de televisie gezien!”. Ik moest hem teleurstellen.

Tanken met de Peugeot (illegale benzine)

Naarmate we Cotonou naderden, werd het verkeer drukker en chaotischer. Op de grote weg van Ouidah werd het onvoorstelbaar druk. Het is de doorgaande weg van Accra in Ghana via Lomé in Togo naar Lagos in Nigeria. Het was zo druk dat veel auto’s zich een weg baanden naast de weg, gedeeltelijk tussen de vele marktkraampjes door. Honderden stinkende motorfietsen, rokende vrachtwagens en krakkemikkige personenwagens deden uren over de laatste 30 kilometer naar de hoofdstad van Bénin. Op een bepaald moment zei ik tegen mijn chauffeur: “In Nederland zou zo’n chaos ondenkbaar zijn. Daar zouden veel chauffeurs van al die links rijdende en zich tussen de marktkramen een weg zoekende auto’s al een bekeuring gekregen hebben. Hij keek mij lachend aan en zei “Dat was vroeger hier ook zo! Toen hadden we nog een krachtige regering. Mais maintenant nous avons la démocratie! La démocratie, c’est comme-ça!”.

Corona in Nederland

De laatste tijd gaat het gesprek in Nederland tot vervelens toe over Corona, alsof er geen leukere dingen zijn om over te praten. Regelmatig komen de mensen met even radicale als eenvoudige oplossingen. Het gesprek zou zo kunnen gaan.

“Als ze nu gewoon vaccinatie verplicht stellen voor iedereen boven de 12 jaar en wettelijk regelen dat de verzekering niet uitkeert aan wie zich hier niet aan houdt en … “. Zestien jaar geleden leerde ik de enig juiste reactie: “Ja, dat zou best wel kunnen, maar we hebben hier een democratie!” Ik zal er wel aan toevoegen: “En daar ben ik meestal best blij om!”.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *