In april 2012 begon na een lange winter het tere gras langzaam weer te groeien op die mooie dijk aan de overkant van de sloot bij ons huis aan de Rivierforel. Maar dat plezier duurde niet lang. De gemeente Leiden zette een zware kudde schapen en geiten in om met dat gras korte metten te maken. Al gauw was het een stuivende zandbak met stoffige dieren daar tegenover ons.
Ik schreef een boze brief aan de Wethouder, met onder meer de volgende tekst:
Geiten op de dijk: de woestijn rukt op
“Was het voorheen een plezier om naar de bloemenpracht op de dijk te kijken. Nu is hij overwegend grijs met hier en daar een distel die de vraatzucht van de geiten overleeft. Op de hierbij gevoegde foto’s is het grijs een bodem waar het gras vrijwel geheel verdwenen is.”
Woestijnvorming
De gemeente Leiden nam de zaak serieus en ik werd enige tijd later door een ambtenaar opgebeld. Zij zei deze zaak niet licht op te vatten en wees nog eens op de educatieve functie van de kinderboerderij, van wie deze dieren zijn. “Wij willen door de kinderboerderij bijdragen aan milieubewustzijn en liefde voor de natuur en dan kan het natuurlijk niet dat wij door slecht beheer de vegetatie op die dijk schade toebrengen.”
Ik kon me daar natuurlijk honderd procent bij aansluiten, maar toch kon ik het niet laten hier ook de humor van in te zien. “Ja, mevrouw, dat is heel goed dat u deze concrete voorbeelden ook in het onderwijs gebruikt. Misschien hoeft u wel helemaal niets te veranderen. U kunt die dijk tegenover ons huis gewoon voor de les ‘woestijnvorming’ gebruiken. De Sahel in het klein. Door geiten rukt de Sahara op.”
Zij vond het helemaal niet grappig. Gelukkig is het beheer is sindsdien wel iets beter geworden.
Negen jaar later
Maart 2021 kreeg ik de indruk dat de geschiedenis zich zou herhalen. Alweer werd er op een dijk waar de grassprietjes nog nauwelijks opgekomen waren een kudde geiten losgelaten, tien hongerige beesten die elk groen stukje gras voortvarend in hun bek lieten verdwijnen. Alweer vroeg ik mij af: hoe werkt zo'n planning eigenlijk bij gemeente Leiden of de kinderboerderij? Staat er gewoon in de agenda iets als 10 maart, geiten loslaten. Komt er niemand op het idee om eens te kijken of er wel gras groeit? Ambtenaren zijn geen boeren, bleek weer. Ik stond begin juni op het punt weer zo'n mooie brief te schrijven, ook omdat ik gezien had dat er een straat verder een weelderige dijk met gras van bijna 75 cm hoog voor het afgrazen lag. Blijkbaar hadden de ambtenaren dit ook door en had ik te weinig vertrouwen. De geiten lagen heerlijk in het dikke gras vandaag. Hierbij een paar foto's. Boven de dijk bij ons van 20 april tot en met 3 juni. Onder op 9 juni 2021 bij de Karpers.
De zeepok is een bijzonder interessant diertje. Het leven van de zeepok begint als het uit een bevrucht eitje komt. Het is dan een vrij zwemmend kreeftje, ook wel de nauplius genoemd. Het kreeftje zwemt zo’n zes maanden vrij rond en gaat dan op zoek naar een vaste verblijfplaats. Na een zoektocht van een paar dagen tot een week, hecht het zich met een soort lijm vast aan het oppervlak van een steen of een paal en dan is het met de beweeglijkheid gedaan. Daar zit hij dan op een vaste plek. Hij verandert in de cypris, de zeepok die we allemaal kennen. Hij kan zijn pootjes nog wel bewegen om eten naar binnen te trekken, maar van plaats kan hij niet meer veranderen.
Help, ik word een zeepok!
Hoewel ik in principe nog steeds vrij kan rondlopen, begin ik toch steeds meer eigenschappen van de zeepok in het tweede stadium te krijgen. Ik heb mij hier vastgelijmd aan het koophuis in de Merenwijk. Men dreigt nu onze directe omgeving door dwaze ontwikkelingsplannen te gaan verpesten. Zie daarvoor de vorige blog. Samen met de andere zeepokken in de straat kom ik in opstand. We roepen in koor: “een schandaal!” en blijven lekker aan onze basaltblokken vastkleven. Een ander uitzicht dan op de dijk met de populieren kunnen wij ons niet meer voorstellen. Over wegzwemmen denken we niet eens. Die gave hebben we allang verloren sinds wij ons hier als jonge nauplius hebben vastgezet.
Mijn eerste verhuizing in Utrecht: van de Croeselaan naar de IBB-laan (1969)
Dat is wel eens anders geweest! Wat heb ik toch heen en weer gezwommen als nauplius sinds het moment dat ik in Den Haag geboren werd in 1948. Een eerste inventarisatie levert 15 adressen op. Het kunnen er wel een of twee meer geweest zijn. De kortste verblijftijd is een paar maanden (in Groningen op de vlucht voor relatie-ellende). De langste verblijftijd is 26 jaar: aan de Rivierforel waar ik toch wel bijna het vastzittende zeepokstadium bereikt heb.
Toch maar het zwemmen niet verleren
Ik heb besloten dat ik maar weer eens leer bewegen. Wie weet blijf ik hier nog 15 jaar zitten, maar als het nodig is zwem ik weg. En als het niet nodig is, blijf ik lekker van deze plek genieten. Van een zeepokkenexistentie word je alleen maar depressief. Het gevoel niet meer weg te kunnen. Nergens voor nodig.
PS
Een echte zeepok ben ik nog niet geworden. Ik was dan niet alleen tweeslachtig geweest, maar ik had in de paartijd een piemel gehad van 7x mijn eigen lengte, meer dan 12 meter! Ik had dan vastgekleefd aan de bank en kijkend uit het raam met gemak de buurvrouw kunnen bevruchten, maar we hadden elkaar nooit kunnen zien. Toch geen echt leuk idee.
Iedereen die mij kent, weet dat ik onuitstaanbaar word als ik serieus probeer te zijn. Ik ben de laatste twee weken voortdurend onuitstaanbaar, maar dat is niet mijn eigen schuld. Het is de schuld van ongeremd hallunicerende beleidsambtenaren en hun leeghoofdige consultants. Wat is er gebeurd? Ik denk dat het ongeveer zo gegaan is.
De wethouder van Recreatie, Natuur en Andere Onbelangrijke zaken zit achter zijn bureau in Warmond. Hij heeft zijn dag niet en kijkt uit het raam. Op zijn bureau liggen stapels papier, onder meer van de Provincie. Die provincie heeft aan zijn mooie gemeente Teylingen het beheer over nogal wat stukken land gegeven en daarbij een smak geld om een en ander op te leuken, te ‘ontwikkelen’ zoals dat in beleidsjargon heet.
Kijkend uit het raam schiet hem niets zinvols te binnen. Tja, een fietspad misschien, nog een wandelroute en een vogelkijkscherm, maar veel verder reikt zijn fantasie niet. Dan maar een stelletje beroepsfantasten van een adviesbureau inhuren. Hij pakt zijn mobiel en belt zijn contact bij Arcadis.
-“Hallo, met de Wethouder. We moeten praten!”
-“Zeg het maar, wat is probleem?”
– “Een ernstig probleem! Ik heb een bak geld op mijn bureau liggen.”
– “Wij zien dat nooit als een probleem, dat weet je! We kennen elkaar al langer, toch?”.
– “Ik moet dat geld proberen op te maken aan veranderingen in natuur, landschap en recreatie. Hebben jullie een idee?”
– “Zodra er geld is, hebben we altijd een idee. Het leuke is dat ons bureau Arcadis is voortgekomen uit de Heidemij. De Heidemij was ooit kampioen vernielen van natuurgebieden. Woeste gronden heetten ze vroeger. We doen te weinig met dat verleden. Hebben jullie daar bij Warmond nog wat woeste gronden voor ons? Dan kunnen we die, bouwend op een rijke traditie, naar de donder helpen!”
– “Ik wist dat je een weer zo’n geniaal idee zou hebben, maar dat het zo goed zou zijn, daar had ik niet op gerekend!”
– “Laten we spijkers met koppen slaan. Ik heb hier toevallig een paar consultants lopen die werkelijk helemaal niets met rust, ruimte en natuur hebben. Ze kunnen daarom heel creatief met het landschap omgaan, ongehinderd ook door kennis. Tja, we hebben wel eens biologen in dienst gehad, maar die beginnen te zeuren bij elke bomenrij die je wilt rooien. Dat is niet bevorderlijk voor een creatieve cultuur in ons bedrijf.”
– “Kom morgen meteen even langs met die lui. Dan gaan we aan het werk. Ik kan je de contouren van de opdracht al even doorgeven. Maak voor ons een visie, waarin alles verandert en waarin we gegarandeerd dat provinciegeld over de balk kunnen gooien.”
– “Ik kom morgen om 10:00. Het hoeft niet lang te duren. We weten al waarom het gaat.”
– “Misschien goed om die consultants al vast een lijstje mee te geven met de minimumeisen aan het eindrapport. Je krijgt de opdracht als je de volgende woorden elk minimaal 50 maal gebruikt: rust, ruimte, kwaliteitsimpuls, samenwerking, harmonie, natuurbeleving, samenspel, betrokkenheid en nog een paar, maar die schieten me even niet te binnen.”
– “Uitstekend, tot morgen!”
Het resultaat is bekend. Een waanzinnig plan en een brochure waar de honden geen brood van lusten. Na een slapeloze nacht heb ik mij aangesloten bij het massale verzet tegen deze onzin. Mijn bijdrage is een akelig serieuze website.[toevoeging 2020: deze website heeft indertijd zijn nut gehad, maar wordt niet meer onderhouden. Het eigen internetdomein is in 2019 opgezegd. Een kopie van de laatste versie van die website staat alleen nog op mijn eigen server].
Mijn eerste Russische reis was toen ik in opdracht van een Duitse uitgever naar Nizhny Novgorod reisde om een mogelijke samenwerking met de Volga-papierfabriek te onderzoeken en om met een Russische NGO over dwangarbeid in de Russische bossen te praten.
Reizen in 2004
Tikhvin, maart 2004Bezbozhnik, mei 2004
Novgorod, september 2004Vlag halfstok na Beslan drama 6-9-2004
De tweede reis, naar Nizhny Novgorod en Bezbozhnik, heeft in termen van zaken NIETS opgeleverd, maar is een van de meest interessante reizen van mijn hele carrière.
Ik heb mijn ervaringen in deze blogs opgeschreven.
Op donderdag fiets ik met mijn telescoop over mijn schouder langs het golfterrein naar De Strengen, een prachtig stukje natuur bij Warmond. Om meerdere redenen moet ik even weg. Thuis zit Petra op de bank met een gebroken enkel in het gips. Ik heb huishoudelijke taken overgenomen waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Volgens mijn fysiotherapeut is het gevolg daarvan dat ik veel te veel moet bukken waardoor mijn rug- en beenklachten in plaats van te genezen juist erger worden. “Je mag hooguit één keer per dag bukken”, heeft ze me gezegd. “Zie maar waar je die ene ‘buk’ aan spendeert.” Ik moet even het huis uit, even de zware huishoudelijke taken ontvluchten. Laat op de middag besluit ik dan maar een stukje met die zware telescoop te gaan fietsen en lopen. Dat is wel goed voor mijn rug en ik krijg wat buitenlucht in mijn longen.
Ik fiets langs de golfbaan en ga het bruggetje naar de Strengen over. Op de golfbaan en in de sloten zie ik knobbelzwanen, meerkoeten, wilde eenden en krakeenden. Hier en daar laat een roodborst zich enthousiast zien en horen. Ik rijd door naar het hek van de Tengnagel waar ik mijn fiets parkeer. Met de telescoop over mijn schouder loop ik door de ganzen- en schapenstront. Op het rode scheepvaartbaken vlakbij het water zit een grote slechtvalk. Ik kan hem rustig bekijken voordat hij de Zijl overvliegt.
brandganzen
Op de Tengnagel en in het Joppe zie ik de gebruikelijke vogels zoals kokmeeuwen, brandganzen, grauwe ganzen, futen, heel veel meerkoeten en hier en daar een aalscholver.
Ik zet mijn telescoop op en als ik het water afzoek, voel ik iets tegen mijn been aan schuren. Een schaap heeft belangstelling voor mijn broekspijpen. Dan zie ik aan de andere kant, in de Zijl, een duiker. Ik denk meteen aan de ijsduiker die hier de vorige winter heeft gezeten. Ik bekijk hem in de telescoop. Ik twijfel tussen een roodkeelduiker en een ijsduiker. Omdat zijn snavel toch vrij fors lijkt, kies ik voor ‘ijsduiker’, die ik even later via mijn mobieltje aan de website waarneming.nl doorgeef, weliswaar als ‘onzekere’ waarneming. Even is hij vrij dichtbij en duikt weer onder water. Ik wacht tot hij weer boven is, maar hij komt niet meer boven. Zou die verdronken zijn, denk ik nog even.
Aalscholver
Op vrijdag neem ik mijn camera maar mee naar de Tengnagel, want ik moet proberen die duiker te identificeren en een bewijsfoto op de waarneming.nl-website te zetten. Het is voor de eerste week van november uitzonderlijk zacht weer. Nauwelijks wind, een graad of twaalf. Geen zon, geen regen. Ook (afgezien van de gebruikelijke meerkoeten en ganzen) nauwelijks vogels. Even heb ik een mooi puttertje in het vizier, maar verder valt het tegen. Ik besluit de Tengnagel verder af te lopen. Vanaf de punt van de landtong komt een collega-vogelaar mij tegemoet: verrekijker en camera met zware telelens bij zich. De collega stapt gedecideerd op mij af en stelt mij een vraag die als een constatering klinkt: “En bent u dan misschien Reinier de Man?”. Ik schrik hiervan en weet meteen waarom het gaat. Voordat hij iets zegt, schaam ik me al dood: ik heb zonder dat ik over de noodzakelijke informatie beschikte een waarneming van een zeldzame vogel op de website van waarneming.nl geplaatst. De collega kijkt mij streng aan en ik voel me alsof ik op het matje van de bovenmeester wordt geroepen. “Dus u dacht dat u een ijsduiker had gezien?”. Ik hoor minachting en afkeuring in zijn stem.
Een bewoner van de Tengnagel
“Ik heb die vogel gisteren ook heel duidelijk gezien. Het is onmiskenbaar een roodkeelduiker in winterkleed”. Om zijn argument kracht bij te zetten, laat hij een paar opnames op zijn Canon-camera zien: “Ziet u wel, heel duidelijk een roodkeelduiker.” Ik stamel nog: “ik heb hem gisteren wel op waarneming.nl geplaatst, maar uitdrukkelijk als ‘onzeker’, want ik twijfelde zelf ook nog.” Hij kijkt mij autoritair-vriendelijk aan en zegt: “Dat is heel goed dat u dat zo gedaan heeft.” Hij zegt nog dat hij de zaak al had doorgesproken met een bevriende vrouw die hier altijd komt vogelen.
Even later komt de vrouw in kwestie aanlopen en hij stapt meteen op haar af. Ik hoor hem in de verte zeggen: “Daar staat die Reinier de Man. Ik ben hem net tegen het lijf gelopen.” Leuk is het allemaal niet. Ik sta hier al bekend als de producent van schijnwaarnemingen. Ik loop ook naar die vrouw toe en er ontstaat ondanks alles nog een leuk gesprek. De vogelman loopt richting De Strengen en ik trek nog even op met de vogelvrouw. We kijken naar de honderden kramsvogels die in de bomen bij de Zijl zitten. En dan duikt de roodkeelduiker weer op. Hij zit vrijwel midden op het Joppe. Met de telescoop is hij goed te zien.
Het bewijs: roodkeelduiker!
Het lukt mij zelfs om een foto te maken die als bewijs kan dienen voor waarneming.nl. Hij heeft duidelijk een slanke iets naar boven gewipte snavel. Geen ijsduiker dus. Wel een roodkeelduiker. We zien ook nog een dodaarsje en dan houd ik het voor gezien. Als de vogelmevrouw over baardmannetjes begint, zeg ik voorzichtig dat ik nu iets anders ga doen en wens haar nog veel succes en plezier.
Dodaars op het Joppe
Zodra ik thuis ben, corrigeer ik snel mijn waarneming van donderdag op waarneming.nl en voeg er een verse waarneming – nu met foto – aan toe. Even later blijkt de laatste waarneming goedgekeurd op basis van mijn foto.
Het is inmiddels tijd om een bockbiertje te gaan drinken en eten te gaan koken en alles zonder bukken.