Naar Nizhny Novgorod

Na bijna  drieënhalf uur vliegen land ik op Moskou Sheremetyevo. Ik ben al een paar keer eerder in Rusland geweest, maar het blijft spannend. Eerder was ik met Florian Nehm bij Volga in Balakhna, niet ver van Nizhny Novgorod. Om een of andere reden kwam een project over arbeidsveiligheid in de Russische papierindustrie daar niet op gang. Toch zag ik nog mogelijkheden voor een vervolg. Met John Park, een in Duitsland wonende Schotse consultant die een tijd voor Volga had gewerkt, werkte ik aan een bescheiden project voor het management in Balakhna. Ik zou helpen een website over ‘corporate social responsibility’ op te zetten.  John regelde dat mijn reis werd betaald en ik kreeg ook nog een symbolische vergoeding voor het werk.

Station van Nizhny Novgorod (foto 2003)

We zouden van de gelegenheid gebruik maken om naar Maiskles, een  belangrijke houtleverancier voor Volga papier te reizen. Wellicht konden we daar in samenwerking met het World Resource Institute in Washington iets ondernemen. Van al die plannen is nooit iets terecht gekomen, maar ze leverden de leukste reizen van mijn hele carrière op.

John Park (tijdens ontmoeting in Washington)

 

Ik kom zonder problemen door alle paspoort- en visaprocedures en liep naar de bar in de aankomsthal van het vliegveld. Daar zit John al achter een klein bier, malinkoye pivo. Hij bestelt er ook een voor mij. We praten nog over onze plannen en dan nemen we een taxi naar het treinstation.  We rijden vrij laat met een mooie trein naar Nizhny Novgorod, zo’n 420 km van Moskou. Er is een mooie ouderwetse restauratiewagen, met een ouderwetse keuken waar het vlees en de aardappels gebakken worden. Heerlijk eten met een glas bier erbij. Heerlijk die treinreizen door Rusland!

[geschreven in 2017]

Vervolg

“Daaaas iest faantaastiesch!”

A Secret Meeting

In the beginning of the new millennium, stories about unacceptable violations of human rights in the Russian paper sector were rapidly spreading. One issue was dangerous forest work carried out by Russian prisoners under barbaric circumstances. My client, Ulrich Egger was responsible for corporate social responsibility in a German newspaper publisher company that regularly used paper from a paper mill in Nizhy Novgorod. He was afraid that German human rights activist would publish something like: “Russian slaves produce paper for Dortmunder Abendblatt”. Ulrich had invited me to join him on a trip to Nizhny Novgorod. We flew business class from Frankfurt: good food, reasonable white wine. Ulrich told me an anecdote about a professional pianist who lost her finger – and her profession – in a violent conflict with Russian border police. The message: Russia is a dangerous country. No problems with Nizhny Novgorod police, hardly any serious checks. We took a taxi to an address that was given to us by a Berlin based NGO. A Scottish forestry consultant, working for the Russian paper mill, joined us. At the address, in an old school, we were supposed to meet a representative of a Russian organization. He would be willing to give us more information about slavery in the forest. One of use would meet him at the railway station after giving a certain sign. Only one of us was allowed to be at the station to avoid unnecessary suspicion. When we arrived at the school building, his wife Olga (there are many Olgas in Russia) was already there. She had brought bread, sausages, cheese and wodka. Twenty minutes later, our friend Juri arrived, a short man, one head shorter than Olga. To our surprise Juri started to talk (rudimentary) German.He said his family were Volga Germans. His parents still talked German. He welcomed us and Olga took care of wodka and food. We switched to English, which was translated into Russia by one of the people present.

“Daaaas iest faantaastiesch!”: Stop that Bullshit

Ulrich gave a short introduction of the purpose of our visit. He told Juri the importance of human rights issues in Germany and how they could severely damage whole brands. Therefore the German publisher needed good information on the existence of the alleged ‘slavery’ practice in Russia forests and whether wood supplies to the paper mill were affected. Juri looked as if he did not believe a word and then switched to Volga German again. With long vowels he said slowly: “Daaaas iest faantaastiesch!” and then made clear what he meant. “I do not believe a word, Ulrich. That is all pure nonsense! Bullshit! Why would a German consumer be worried about a bunch of prisoners working in the Russian forest? Stop telling that nonsense! Nobody will believe you! They want to read the newspaper. That is all. Ulrich, be realistic and stop that bullshit!”. He concluded his short verbal eruption by proposing a new toast. Olga took care of new wodka and Juri again welcomed everybody.

We highly appreciate your initiative

After a short pause, Juri started to speak again. “Dear distinguished guests from Germany! You are extremely welcome! You have come here with a very important purpose! Representing one of the most powerful and sensitive consumer markets of the world, German companies can make a difference in the world, including Russia! Therefore, we highly appreciate you initiative and we will provide you with all the information you need.” Ten minutes later, the table was covered with detailed maps, indicating the prisoner camps and the work areas. After some food and some more wodka, we took a taxi to our hotel. We had the information we had been after. The issue ‘slavery in the forest’ was real and perhaps even more serious than many thought.

 

What are you talking about?

Three months later, Ulrich was travelling with representatives of a paper company in another part of Russia. on a road through the forest, their minibus had to wait for several minutes for a group of prisoners, who, chained to each other, were crossing the road. When the road was free again and the minibus continued its trip, Ulrich asked his hosts from the paper company: “Can you please tell me? Who were these people that crossed the road five minutes ago?”. The answer: “What are you talking about, Ulrich? We did not see anything!”.

Note

For privacy reasons, names and places have been modified in this story.

Dordrecht, Rotterdam, Leiden

DOR DORDRECHT

Wat dor was Dordrecht zonder Drecht!
het droge zand blies in de kerken
schorpioenen liepen om de zerken
van de oogst kwam nooit een bal terecht.

Nergens water, slechts ellende!
wat zou men van muziek nog weten?
alleen van de drankorgels de doffe scheten!
Niemand die Jan Bach nog kende.

Stroom Drecht, laat het lekker klotsen!
Laat de modder krachtig werken.
Spuit de duinen uit de kerken.
Heerlijk water. Om te kotsen!

(Reinier de Man, 2001)

ROTTERDAM

Zonder die dam wordt Rotterdam steeds rotter,
het is een waterland met gaten in de grond,
de ratten zwemmen grijnzend in het rond,
alleen de burgemeester is een otter.

Tot in de krochten van dit Shanghai van het Noorden
leven de underrats in trieste watersnood,
hun Rotters kroost sterft daar een wrede hongerdood,
en wie zijn jeugdjaar overleeft, komen de junks vermoorden.

En in de havens gaat het ook niet vlotter:
containers zakken slurpend in de klei,
de bulk verpapt meteen tot krentenbrij,
de Kunsthal exposeert de Rat van Paulus Potter.

(Ton Ceelen, 2001)

 

LEIDEN – Lijden

Zonder lijden is Leiden niets
dacht ik laatst nog op mijn fiets
brak het voorwiel plots in twee
op mijn hoofd een gore snee

lijdend voorwerp in de kou
ik ploeter voort voor dag en dauw
van Schiphol komt een vliegmachine
sproeit de lucht vol kerosine

Jezus’ kruis stond aan de Vliet
op Golgotha daar stond het niet
hier stak de spons met galazijn:
voor Lijden moet je in Leiden zijn!

LEIDEN – Leiden

Zonder leiden is Leiden niets,
dacht ik laatst nog op mijn fiets.
Ik neem de leiding, en wel globaal.
Gehoorzamen nu, en allemaal!

Leider op het wereldfront,
ik reis de hele wereld rond
vlieg, mooie KLM-machine,
tank maar vol met kerosine!

Churchills wieg stond aan de Vliet.
Uit Londen kwam hij zeker niet.
Daar ontstond zijn Leidersbrein.
Voor Leiden moet je in Leiden zijn!

(Reinier de Man, 2001)