De jaren 70

Terugblik

Tijdens mij fietstochten moet ik regelmatig aan mijn ervaringen van 40 en 41 (!) jaar geleden denken. In 1977 ben ik met Hanneke van der Tak op verschillende plekken in Polen geweest en een jaar later was ik er met Ton Ceelen.

Dorota

Op 21 juli 1978 zit ik met Ton Ceelen in de trein van Tczew naar Malbork (Marienburg). In mijn dagboekje van toen staat:

“Gdańsk-Makowo via Tczew, Malbork, Iława. Half zeven opgestaan, kwart over zeven de camping verlaten en gelijk in een bijna lege tram kunnen stappen. Door gebrek aan drukte schoot deze veel te snel op, zodat we een uur te vroeg op het station waren. In de restauracja uitstekend ontbeten. In de trein van Tczew naar Malbork ontmoetten we Dorota, haar moeder en haar hond. Zeer goed gesprek in het Duits (ook in het Pools. Mijn Pools werd geprezen) tot aan Iława alwaar ze ons nog op de juiste bus hebben gewezen. Het was toen ca. 12 uur en de bus zou om 13:20 vertrekken. Om de tijd te doden in de derde klas restauratie van Iława gegeten: flaki, boord, worst, ham, bier en bier. De bus vertrok om 13:25. Oud vrouwtje bij de bushalte ontmoet dat erg goed Duits sprak. Uitgestapt en over een bosweg naar de camping gelopen. Tent opgezet. Ansichten geschreven tijdens regenbui. Het bleek geen camping te zijn waar je je kon aanmelden. Betalen is er ook niet bij. Geen voorzieningen, wel een Restauracja en twee winkels. …. …. .”

Meisjes van de camping
Ton met de meisjes van de camping (1978)

Het vervolg van dit verslag vermeldt hoe wij uitgenodigd werden door de meisjes van het hotel, die bij veel sterke drank tenslotte in hun nachtkleren verschenen en met ons op de foto wilden. Ton zat met een zekere Ella te flikflooien en Bożena had het op mij gemunt. Wij hebben ons toch van deze dames los weten te rukken. Ik zelf ontwikkelde in de weken en maanden hierna een intensief contact met Dorota van de trein. Zij is in Leiden geweest en ik heb eind 1979 nog kerst in Gdańsk gevierd. Dorota zocht waarschijnlijk een manier om het land te verlaten en had mij daarvoor nodig. Ik zal het nooit precies weten.

Een kapot land

Als ik veertig jaar later aan deze tijd terugdenk, ontstaat er een gevoel van schaamte. Het is alsof ik nu pas begrijp wat er aan de hand was. Voor Ton en mij, pas afgestudeerde studenten uit Nederland, was Polen een avontuur. Het was een soort tijdreis. Je kon er in stoomtreinen van smerige stad naar smerige stad reizen. Het eten was bijna gratis en je kon onbeperkt bier drinken en thee met taart bestellen. Maar eigenlijk was het natuurlijk diep treurig. Polen was in korte tijd twee keer bezet, twee keer kapot gemaakt. Eerst hebben de Duitsers alles kort en klein geslagen en toen werden de Polen ‘bevrijd’ door de Russen. Weliswaar werden de Duitsers eruit gegooid (en niet weinig hardhandig), maar in plaats daarvan bepaalde Stalin de verdere ontwikkeling van Polen.

Een droevig bezet land

Wij realiseerden ons in 1978 niet dat we op bezoek gingen in een bezet land. Er liepen dan wel geen Russen op straat, maar de vrijheid was sterk in geperkt en er was nauwelijks economische ontwikkeling. Ton en ik reisden in een vervallen vooroorlogs Polen, in kapotte vooroorlogse treinen met vooroorlogse locomotieven. De steden stonken naar slechte steenkool. Lucht en water waren vervuild. De industrie – vooral die in het Zuiden bij Katowice, waar ik met Hanneke nog ben geweest – was totaal verouderd en smerig.

Scheve machtsverhoudingen
Dorota in Gdańsk, december 1979

Ik realiseerde me de scheve machtsverhoudingen in mijn relatie met Poolse meisjes nauwelijks. De relatie met Dorota, ook al kwam elk initiatief toen van haar, was onjuist. Ik had hier nooit aan mogen toegeven en die niet pas moeten beëindigen na wederzijdse bezoeken in Leiden en Gdańsk. Maar ja, dat zag ik toen niet.

Wat een verbetering!

Wat een ander land zie ik 40 jaar later. Sinds de val van de muur, sinds de bevrijding van Polen uit het Oostblok en de opname in de Europese unie is hier vrede en ontwikkeling. Zo veel rust heeft dit land nog nooit gekend. Het is triest dat er zich antidemocratische krachten ontwikkelen in dit land die zich tegen liberalisering en een open samenleving verzetten, maar op de lange termijn zullen die niet winnen, want Polen is deel van de internationale markteconomie geworden en zal dat blijven.

Als ik problemen heb in de communicatie met Polen bij een Agroturystyka, roepen zij de achtjarige zoon van de eigenaar, die mij in keurig Engels te woord staat: “Sorry, my father is in the woods. He will be back in half an hour.” Deze zoon leeft al lang niet meer in het oude Polen. Hij kan niet snel genoeg stemrecht krijgen om een tegenwicht tegen de oude conservatieve generatie te bieden.

 

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Gedachten in de Biesbosch

Leuk is anders

Leuk is anders. Om kwart voor zes gaat de wekker en even later sta ik vloekend onder douche. Rugzak met brood, koffie en water. Telescoop, statief, camera, reservelenzen, batterij: het feest kan beginnen. Ik ben lid van de KNNV-vogelwerkgroep Leiden, wat betekent dat ik meer dan tien keer per jaar ’s morgens vroeg bij het zwembad De Vliet sta om te vertrekken naar een of andere bestemming met vogels. Soms is het echte natuur. Soms zijn het stukjes land tussen fabrieken en autosnelwegen waar de vogels zich blijkbaar thuis voelen. Niet alle vogels zijn natuurliefhebbers. Tegen de oorspronkelijke plannen in gaan we met mijn auto naar de Biesbosch.

Met z’n drieën rijden we een stuk over de A4 en dan via andere snelwegen tot bij Dordrecht naar het eerste verzamelpunt. Natuurlijk waren wij met z’n allen 10 jaar geleden allemaal tegen de aanleg van de verlengde A4, maar we hebben er niets op tegen dat deze weg ons snel naar het beginpunt brengt.

De echte vogelaar

Onderweg stel ik mijn reisgenoot een paar vragen over zijn leven als vogelaar. Ook nu ben ik weer verbaasd over de tijd en energie die mensen hier blijkbaar in stoppen. Hij zegt zoiets ongelooflijks als: “Als je verantwoordelijk bent voor het tellen van vogels in een bepaald geografisch gebied, dan moet je daar regelmatig rond zonsopgang aanwezig zijn. Ik sta dus regelmatig vóór vijf uur ’s ochtends op.” We hebben het ook nog over het leren van alle vogelgeluiden waarbij ik af en toe grappig uit de hoek probeer te komen met opmerkingen als: “Ik ken vijf vogelgeluiden. De koolmees, de pimpelmees, de merel, het roodborstje en de groene specht.” Maar zo grappig is het helemaal niet. Het is waar. Dat ik met al die experts nog mee mag, is een wonder, misschien alleen omdat ik handig ben met het opmaken van teksten en het inplakken van plaatjes voor het verslag.

Vogelaars in actie

Niet ver van Dordrecht staan we dan bij de Biesbosch en de vogelgeluiden komen op ons af. Er zijn van die mensen bij die met een kopje koffie in de ene en een boterham in de andere hand meteen beginnen op te sommen: “tuinfluiter, zwartkop, …, ja ook nog een Cetti’s zanger, en de merel niet te vergeten. Leuk, die gekraagde roodstaart, daar.” Inmiddels heb ik ongeveer begrepen hoe die Cetti’s zanger klinkt. Hard en kort in ieder geval.

De spotvogel

Dan is er plotseling enige opwinding in de groep. Er is een spotvogel gesignaleerd. Mijn medevogelaars weten wel dat ik nooit iets zomaar zie en dan staan er minstens acht vingers speciaal voor mij naar de boom te wijzen, waarin ik nog steeds niets zie. Tenslotte zie ik een geel vogeltje de boom uit vliegen. Dat zal hem dus wel geweest zijn.

Voorjaar in de Biesbosch

Zou ik de energie kunnen opbrengen om ook al die vogelgeluiden te leren en om meerdere malen per week voor dag en dauw de natuur in te trekken. Rare vraag, want het antwoord is natuurlijk nee. Ik heb zoveel  andere dingen te doen en ik wacht wel weer tot er duidelijke grote vogels langskomen. Ik ben een groot liefhebber van forse zeevogels. Geen last van bomen. Geen al te klein grut. Mijn voorkeur gaat uit naar zeearenden en grote jagers. Kluten en wulpen mogen ook nog, maar bij Temmincks strandloper en groenpootruiter wordt het voor mij al te moeilijk.

Een ongevaarlijke sekte

Twee jaar geleden ben ik lid geworden van de vogelwerkgroep KNNV Leiden. Ik ben toen tot een sekte toegetreden. Ik geloof een ongevaarlijke sekte, maar wel een gesloten groep mensen met opvattingen en emoties die buiten de sekte nauwelijks voor mogelijk worden gehouden. De fixatie op de ‘lijst van waarnemingen’, in het bijzonder de ‘persoonlijke jaarlijst’ begrijp ik nog steeds niet helemaal. Is het vogelen een soort sublimatie van oude jachtinstincten (en zijn er daarom relatief zo weinig vrouwen actief als vogelaar)? Is de ‘lijst’ de buit die je als holbewoner voor donker moet zien binnen te halen?

Sekteleden met hun instrumenten

Ik heb een onbedwingbare neiging om tegen de dogma’s van het vogelaarsgeloof in opstand te komen, zoals ik overal tegen elk geloof in opstand kom. Tijdens de Biesbosch-excursie zeg ik bijvoorbeeld op schertsende toon: “Ik houd eigenlijk veel meer van wat Helias ‘biomassaliteit’ noemt dan van ‘biodiversiteit’. Geef mij maar een vlucht van duizend grutto’s of een minstens even grote zwerm smienten in de winter. Dan kan die rare roerdomp mij gestolen worden. Eindeloos turen in het riet tot dat je even een bruine vogel op 500 meter afstand roerloos ziet staan tussen de rietstengels, nee die roerdomp hoeft voor mij niet. Geef mij die grutto’s of smienten maar.” Ik zie de gezichten van mijn medevogelaars enigszins betrekken en vraag: “Heb ik nu een grens gepasseerd, die ik beter niet had kunnen passeren?”. “Ja, dat heb je zeker”, luidt streng het prompte antwoord.

Misschien verzin ik gewoon een goede reden om niet zoveel te hoeven zien als de anderen, een mooie manier om mijn eigen luiheid te vergoelijken en zelfs mijn gebrekkige oogcoördinatie als een bijzondere gave te kunnen verkopen.

Terug naar 1970

Terwijl ik kijk naar de vogels en de vogelaars dwalen mijn gedachten af naar mijn eerste kennismaking met de Biesbosch. Of ik er nu twee of drie keer ben geweest, weet ik niet, maar ik herinner me de romantiek van het woeste getijdenlandschap. Ik studeerde in Utrecht.

Biesbosch 1970

Samen met een paar biologiestudenten reisden wij in april 1970 naar de Brabantse Biesbosch. In Drimmelen huurden wij eenvoudige roeiboten. De Amer was de eerste barrière die we over moesten steken. Er was nogal wat zware scheepvaart en het was zaak om op tijd aan de overkant aan te komen. Natuurlijk hadden wij geen zwemvesten bij ons. Wij leverden ons ongeremd over aan het avontuur en onze ouders mochten blij zijn als ze ons ongedeerd terug zagen. Van de Amer ging het dan verder de Spijkerboor en verder allerlei minder brede wateren op. Op een bepaald moment werd het eb en dan moesten we op vloed wachten om verder te kunnen. Zie de vergeelde foto’s uit die tijd.

De boot zit muurvast – wachten op vloed (Ik probeer nog beweging in de boot te krijgen … )

Eén keer sliepen we in een oude rietwerkerskeet. Wij waren gewaarschuwd dat daar soms ratten zaten en dat ratten gewoon aan je oor gingen knabbelen als je sliep. Die avond sliepen we allemaal met een dikke stok naast onze slaapzak om ratten te kunnen doodslaan. Midden in de nacht probeerde ik zo’n rat met mijn stok te verjagen, waarna mijn reisgenoot Hein ongenuanceerd liet weten dat ik hem geraakt had.

Op sleeptouw (april 1970)

Wij hadden verrekijkers bij ons en keken zeker naar vogels, maar veel daarvan weet ik mij niet te herinneren. Wat ik mij herinner is de tocht door het woeste getijdenlandschap. Een van de leden van ons reisgezelschap, biologiestudent Meine, had een mooie theorie over de reinigende werking van wilgenwortels. Je kon het water dat daar vanaf stroomde zo drinken. Een dag later liep ik kotsend door de gang van de studentenflat, terwijl even later ook mijn bacterieel bedorven darmsysteem totaal leegliep. Mooie theorie.

Pretpark Biesbosch

De Biesbosch ziet er nu wel wat anders uit dan 49 jaar geleden. Het is in de eerste plaats een intensief gebruikt recreatiegebied. Natuur is misschien een te mooie benaming voor dit pretpark van nette waterwegen, jachthavens, fietspaden breed genoeg dat de elektrisch aangedreven ‘power-grannies’ er niet uit de bocht vliegen, uitkijkpunten, vogelhutten, frietkramen en restaurants.

Pretpark Biesbosch: op de pont

Toch is er ook vandaag veel te zien. In het riet zien en horen we blauwborstjes, rietgorzen, rietzangers, een snor en natuurlijk Cetti’s zanger met zijn luide roep. Verderop zijn er verschillende steltlopers te zien, maar wel op heel grote afstand en ongunstig licht. Ik wacht op de conclusies van mijn medevogelaars, want van dit soort vogels heb ik absoluut geen verstand. Er wordt ‘groenpootruiter’, ‘zwarte ruiter’ en ‘kemphaan’ geroepen. Ik neem het voor kennisgeving aan. De kemphanen kan ik wel goed herkennen. Ik meen ook een groenpootruiter te kunnen onderscheiden, maar veel bak ik nog niet van het vogelen.

Vogelen voor de sfeer. Mag dat?

Terwijl ik tussen een woud van telescopen sta, waarbij ook mijn eigen telescoop, cirkelen mijn gedachten rond vragen als: “waarom doen we dit eigenlijk, wat is het belang van die lijsten met vogelsoorten?”. Voor mij is het antwoord in eerste instantie eenvoudig. Ik kom voor de ‘sfeer’ in de natuur, de mooie rietzomen, de vogelgeluiden, het gevoel van de wind door wat er van mijn haren over is gebleven en de grappige sfeer in een groepje vogelaars.

Sfeer in de natuur

Voor een echte gelovige geldt ‘sfeer’ nooit als argument. Lang geleden was ik op bezoek bij een Engelse vriendin die ik in mijn studententijd in Groningen had leren kennen. Zij en haar echtgenoot hoorden bij een vrij eng soort religieuze groepering, iets in de richting van de Pinkstergemeente. Uit vriendelijkheid ging ik op zondag mee naar de kerk. Ik liet mij positief uit over de vrome ‘sfeer’ die ik in de kerk ervoer: het orgelspel, de mensen met hun mooie kleren, de zondagse rust. Dat was natuurlijk helemaal fout. Echtgenoot Geoff wees mij er op dat het daar nooit om kan en mag gaan. Je gaat naar de kerk om je geloof te belijden, niet om je met goedkope oppervlakkige sfeer vol te zuigen. Nou, dat wist ik dan ook weer. Hoe had ik zoiets doms kunnen zeggen.

Ik denk dat mijn motivatie als vogelaar ook helemaal fout is. Het gaat wellicht om veel meer dan die oppervlakkige ‘sfeer’. Maar om wat dan eigenlijk? Wat is de kern van het vogelaarsgeloof?

De mooie visarend

Even later staan we op vrij grote afstand naar een uniek visarendnest te kijken. Er zit één visarend op het nest. Door de telescoop zie je niet veel meer dan een rug en af en toe een stukje staart of vleugel. Tenslotte laat de vogel zijn of haar kop zien. Een indrukwekkend beest. Na lang wachten komt de tweede vogel, waarschijnlijk het mannetje, terug met een mooie vis en dan wordt in het visarendengezin een maaltijd genuttigd. Het is een prachtig gezicht.

Ik kan het niet laten om nog verder te denken over die knagende waaromvraag. Is er meer dan de mooie sfeer? Gaat het ons, behalve om onze spannende privé-waarnemingen van zeldzame beesten om nog iets belangrijkers?

Absurde woorden

Het zou om natuurbescherming kunnen gaan, maar als je er over nadenkt, is natuurbescherming een absurd woord. Per definitie kan de natuur (en hoeft de natuur) niet beschermd te worden. Ook al sterft 98% van alle dieren en planten uit, dan is er nog steeds natuur. We hebben dan een andere natuur. Bepaalde soorten zullen heel succesvol kunnen worden, waaronder ratten en kakkerlakken. Is het erg als de olifanten, leeuwen, tijgers en giraffen uitsterven? Ja, het zou wel jammer zijn als we die dieren niet meer zouden kunnen zien, maar is het een ramp? Ik denk het niet. Als de Siberische tijger uitsterft, dan hebben we altijd nog de huiskat en als op een bepaald moment de mensen uitsterven, dan gaat er wel wat tijd overheen maar, zodra er weer ruimte is voor zo’n gigantische kat, dan evolueert ons huisdier wel in die richting. Daar hoeven we ons helemaal geen zorgen over te maken. Daarmee naderen we wel de kern van het probleem: de hoeveelheid ruimte die de mens opeist en de ruimte die de mens voor andere organismen over laat. Naarmate de mens meer domineert, is er minder ruimte. De enige zinvolle vorm van natuurbescherming is het creëren van ruimte waarin de natuur zich, relatief ongestoord door menselijke invloeden, kan ontwikkelen.

Visarend als samenloop van omstandigheden

Kijkend naar die mooie visarenden denk ik na over dat getikte woord ‘natuur’. Wat bedoelen we daar toch mee? Ik denk dat ons taalgebruik nog op vele gebieden zwaar vervuild is door onzinnige romantische beelden. Het begrip ‘natuur’ is een belangrijk element in de geaccepteerde romantische verbale diarree: natuur als een plek van harmonie en rust, natuurvolkeren als de ‘gelukkige wilden’ en meer van dat soort dwaasheid. Daarbij torsen we ook nog eens de ballast van het christelijke scheppingsverhaal met ons mee. De natuur als schepping. Een mooi maar misleidend beeld. De natuur is een samenloop van omstandigheden. De natuur is ontstaan, niet geschapen. De natuur is daarom niet goed en niet slecht. Natuur zal er altijd zijn. Zij kan nooit verdwijnen. Oude natuur verdwijnt. Nieuwe natuur ontstaat. Ad infinitum. De visarend is een geslaagde samenloop van omstandigheden. Wat daar, als deze soort is uitgestorven, over 20.000 jaar voor in de plaats komt, we weten het niet.

Teller op 74

Als we niet veel later aan een pilsje of een frisdrankje zitten, staat de soortenteller van Aalscholver tot Zwartkop op 74. Een mooi resultaat voor een dagje langs rietvelden en waterwegen lopen. Ik heb er weer een nieuwe soort bij: de spotvogel. De visarend had ik vooral buiten Nederland vaker gezien. Samen met honderdduizenden andere leden van het geslacht homo sapiens rijden we richting Gorinchem, Dordrecht, Rotterdam en Leiden. Bij het zwembad nemen we afscheid. Kilometerstand 190: 2,6 km rijden per waargenomen vogelsoort. Een koopje.

_____

Als wij versleten zijn, halen ze een nieuw team – de heerlijke wereld van Coolblue

Miele – er is geen betere

Na negentien jaar was het dan zo ver. Negentien jaar had de stevige machine met de bekende Duitse degelijkheid van Miele hard voor ons gewerkt. Miele, er is geen betere. Geconstrueerd in Duitse fabrieken met Duitse onderdelen met Duitse discipline. Gekocht in 1999, toen Hans nog net geen negen was en Saskia net zeven. Heel wat shirts en broeken met tomatensaus, bekers chocolademelk en fritessaus zijn door deze machine weer toonbaar gemaakt, om maar te zwijgen van geurende remsporen in onderbroeken en het gefermenteerde zweet in sporthemden. Zo’n wasmachine is een huisgenoot. Je weet dat hij er is en je bent dankbaar voor zijn werk als je op de achtergrond de trommel langzaam heen en weer hoort draaien, een draaiing die af en toe plotseling in centrifugegeweld kan overgaan.

Toch was onze huisgenoot de laatste tijd zichzelf niet meer. Hij besloot onder invloed van slecht verdeelde hoeslakens, met daarin kluwens onderbroeken en hemden, gewoon door de zolder te gaan wandelen. Stampend bewoog hij zich langzaam maar zeker over de grond, om dan door een of ander veiligheidsmechanisme weer tot de orde geroepen te worden. Ook begonnen er sporen van lekwater te verschijnen. Hij begon op een oude man met urineerproblemen te lijken. Waar het vocht vandaan kwam, willen we eigenlijk liever niet weten. Dankbaar voor achttien jaar trouwe dienst hebben we zijn vervanger besteld. Met één muisklik en een bevestiging op de ING-app werd hij op dinsdag rond negen uur ’s avonds besteld.

Alles voor een glimlach

Nog eerder dan de aangekondigde tijd gaat de telefoon van de Coolblue-bezorger. “Wij komen er over tien minuten aan. Op welke etage moeten we zijn? Moet er een oude machine mee?”. Ik zeg “derde etage”, maar bedoel “tweede etage”. Ja, het oude lijk moet naar het kerkhof. Even later stopt de auto voor onze deur. Ik zie één jonge vent uitstappen. Ik zeg “Ik hoop dat je niet alleen bent, want dit kun je alleen zeker niet tillen”. “Klopt, dat kan ik niet. Daarom helpt u mee. Anders gaat het niet.” Ik begin uit te leggen dat hiervan geen sprake van kan zijn en dat volgens het contract de levering tot aan de zolder moet plaatsvinden. Hij begint hard te lachen: “Grapje!”. De collega komt achter de auto tevoorschijn. “Moet ik u even wijzen waar het is?” Daar hebben ze geen tijd voor.

COOLBLUE: Alles voor een glimlach

Meteen met het zware gevaarte naar boven lopen, aansluiten en met de nog veel zwaardere oude machine naar beneden. Meer dan zes minuten mogen ze er niet over doen. Ik maak me zorgen over de ruggenwervels van deze jonge kerels en vraag eerst: “Krijgen jullie daar nog een training in, hoe je moet tillen en lopen?”. De vraag wordt ontkennend beantwoord.

Als wij versleten zijn …

Ik grap nog: “Jullie hebben geen sport meer nodig”, waarop ogenblikkelijk een ontkenning volgt: “Dat hebben we wel nodig om onze kromme botten weer recht te krijgen!”. Voorzichtig vraag ik of er wel eens collega’s aan het werk bezwijken. Eerst krijg ik geen duidelijk antwoord. Even later: “Ja, wij doen dit werk een paar jaar en dan zijn we versleten. Als er een ploeg versleten is, dan komt er een verse ploeg.” Ik ben bang dat er op zijn minst een kern van waarheid in zit.

Als de mooie Coolblue-auto de straat uit rijdt, op weg naar de volgende 30 of 40 adressen, staat de energiezuinige en milieuverantwoorde machine fluisterstil een proefwasje te draaien. Mijn geld is nog niet op. Ik heb wel zin om nog iets te bestellen. Maar ik heb nog tot elf uur ’s avonds de tijd. Als ik de bestelling dan aangeklikt heb, kunnen de inpakmedewerkers, terwijl ik lekker slaap, de spullen klaar gaan zetten. Mooie wereld.

Suggestie om verder te lezen:

James Bloodworth, Hired: Six Months Undercover in Low-Wage Britain, Kindle-editie, maart 2018

Als je dit boek hebt gelezen, schaam je je voortaan voor elke bestelling bij Amazon of soortgelijke webwinkels. Overigens heb ik het boek gekocht bij …. Amazon.

P.S. Wij denken nog veel te veel in termen van onze ontwikkelde wereld versus de misstanden in ontwikkelingslanden, maar wie goed kijkt wat er aan de hand is, ziet dat arbeidsomstandigheden bij ons (zoals bij Amazon in de UK) slechter zijn dat wat wij ons zelfs bij veel minder ontwikkelde landen kunnen voorstellen. Inmiddels zijn er textielfabrieken in Bangladesh (bijvoorbeeld in de Korean Export Production Zone) die meer respect tonen voor hun werknemers dan onze gewetenloze internethandelaars. Economieën in ontwikkelde landen en in zogenaamde ontwikkelingslanden groeien naar elkaar toe en wel in beide richtingen.

Corruption and Transparency: my stories

Fighting Corruption: a project with Russian wood suppliers

Traveling along supply chains

Much of my work since the early 1990s has been travelling along supply chains: from cotton field to T-shirt, from platinum mine to automobile, from palm tree to margarine, or from tree to newspaper. Actually I enjoyed very much walking through African villages in cotton producing regions, visiting Indonesian palm oil plantations or working on ecologically responsible sourcing for a Norwegian paper mill.

The responsible sourcing agenda has been continuously changing over time. In the beginning, it was all about ecological impacts, but gradually labour safety and human rights issues were moving to the foreground.

Including social  issues, labour safety and …. corruption

After doing some ground breaking work for Axel Springer and Norske Skog on responsible forestry and supply chain traceability in Norway, my next contributions were much more related to social issues, including labour safety. Axel Springer took the lead here, not on the basis of huge complex projects but through strategically important small and quick projects –Axel Springer’s sustainability officer, called them “fast horses” – to communicate a simple message and to invite others to follow in the same direction.

Interviewing forest operators in Tikhvin: “Is this wood legal and corruption-free?” (from Florian Nehm’s presentation at IACC Athens 2008)

We made some attempts to work on labour safety with the Volga paper mill near Nizhniy Novgorod, but for some reasons we then increasingly concentrated on anti-corruption issues in close cooperation with the Finnish-Swedish paper company Stora Enso and their wood suppliers in Tikhvin. The leading global anti-corruption organisation Transparency International eventually joined as a critical and independent project partner.

 

The Tikhvin project: from Russia with Transparency

Kick-off meeting

On March 4, 2004, we met in the St. Petersburg office of Stora Enso: the Russian director, Axel Springer’s sustainability officer, three ladies from Helsinki, some other managers and experts and myself. In close cooperation with the participants, I had prepared the agenda and a presentation.

After agreeing on a project outline and a basic idea of the project budget, we had dinner together. The following morning we drove to Tikhvin, a small town (60.000 inhabitants) somewhat more than 200 km East of St. Petersburg.

On the road to Tikhvin

We arrived at the forest company’s office (Lespromkhoz) around 10 am.

Unfortunately I had to go to the toilet and what I saw there I did not like at all. Apparently, the water flow was blocked and the toilet was filled to the brim with an indescribable brown stinking substance, to which I delivered my modest contribution. Welcome to Russia![1]

After the meeting with the forest people, and the representatives from Stora Enso and Axel Springer, we did some interesting sight-seeing.

Marian Tikhvin Assumption Monastery

We walked through the snow to the beautiful Marian Tikhvin Assumption Monastery and later on we paid a short visit to the house where the composer Rimskiy Korsakov was born in 1844, now a museum. After a visit to the local wood processing company, we concluded the day with a copious meal in a good Russian restaurant. From that moment on, the project was called “From Russia with Transparency”, a variation of the 1963 James Bond film title (from Russia with Love with Sean Connery).

A good restaurant

The next day we drove back to St. Petersburg. After these kick-off meetings, I was not very much involved until I facilitated a meeting at the IACC conference in 2008 in which the results were discussed (see below).

More on the project.

Corruption as a solution: a bribe at the airport

Smelly chairman

In September of the same year, I was participating in a study trip to the Russian forests near Novgorod, 195 km South of St. Petersburg. It was organised by the German Publishers Association VDZ. Representatives of paper companies and environmental NGOs (including WWF and Greenpeace) were among the participants. Before the trip to Novgorod, there was a meeting in St. Petersburg, which I had agreed to chair. I arrived five minutes before the meeting was scheduled to start. Actually, I should have arrived the evening before, but I had terrible problems in Moscow. First I lost my luggage, which had been deposited in a large lost-and-found storage hall (because I did not know that I was responsible myself to take the luggage to the airport where my flight to St. Petersburg would take off) and then the flight to St. Petersburg was cancelled.

Chairing the St. Petersburg meeting

I spent the entire night in the closed airport restaurant together with some Chinese travellers. Later on I discovered that there had been an announcement in Russian only in which a free night in a hotel near the airport was offered. But I don’t understand Russian. Neither did the Chinese. So when I finally arrived at our meeting venue, I had not had a shower, I had not brushed my teeth and I had not had an opportunity to shave. I was so happy that the little table, reserved for the chairman, was at least 2 meters away from the first person in the audience. Most probably, nobody in the audience could smell their chairman, I hoped.

Russian realities
Meeting with forest workers (1-9-2004)

After this memorable opening session, we left for Novgorod. It was a highly interesting trip, not only showing problems and solutions for environmentally responsible forest management, but also the absurdities of Russian forest law and its implementation.

Publishers in the forest (2-9-2004)

I wrote an earlier blog about this subject (Stories from Russia).

After visiting the Novgorod forest, we were invited by an Austrian company that had started some operations in the wood processing industry in the region.

 

Meeting at the Austrian company

We learned a lot about doing business in Russia and about the unavoidable risks. Our Austrian friend told us that there are many factories that employ far more people for security than for production.

 

He then asked whether anybody of us knew why the shops are all open day and night. Nobody knew. The answer was simple: unattended shops will be robbed immediately. As there should be somebody in the shop at all times, why not keep it open?

The next day I had an appointment in Moscow. My colleague from the World Resources Institute in Washington, his assistant and I would meet with Greenpeace people there.

I went to the St. Petersburg airport, but when I tried to check in, I was told that the flight was fully booked and that I had to wait for another flight several hours later. I did not like it at all. I was desperate to meet my Washington and Moscow friends for discussing a very interesting project on ecologically responsible forest management in the Kirov region and FSC certification.

Socialising in Russia: a bribe at the airport
Finally: a flight to Moscow

So I went to the check-in counter again and I only saw only one option to get on the reserved Moscow flight. I folded two € 20 banknotes into my passport and asked the guy in the check-in office whether he could organise a place for me. He did not look at me, but saw the Euro notes, which he immediately took from my passport. Two minutes later I had a boarding pass. I was well aware that someone else who had booked on this flight had now lost his or her place. So be it. After receiving my precious boarding pass, I quickly looked into the check-in office again. Behind the check-in guy’s computer, I saw a huge pile of banknotes. I suddenly realised how quickly I was socialising in Russian society. A little bribe here and there makes life bearable.

In the Greenpeace Moscow office

Almost two hours later, I arrived at the Greenpeace office in Moscow. I told my Greenpeace contact my story. He seemed to have mixed feelings. On the one hand, he was not surprised. This is the way it works in Russia. On the other hand, he did not entirely agree. The only thing he said was: “You should not have paid € 40. The current rate is € 20.” So even in bribery, there are transparent markets and fixed prices.

Corruption: an expression of intelligence

As mentioned, in the beginning of 2004, I played a role during the kick-off meetings of the Tikhvin project. Initially the project included many aspects of responsible sourcing. Gradually, especially after agreeing with Transparency International on their critical role, the emphasis shifted towards corruption and the private sector’s role in fighting it. Axel Springer’s sustainability officer started to frame the project in terms of ‘corruption free paper’. In 2008, Transparency International was planning their big international conference on Transparency and Corruption, which was going to take place in November of that year. The title was: “Global Transparency – Fighting corruption for a sustainable future.” In April, Transparency International’s EU Liaison office, with strong input from some German people, organised a discussion in Brussels to provide inputs into the November event.

I was invited as an expert on supply chains, private sector and sustainability. Half an hour before the meeting, I was asked to prepare a presentation about ‘sustainability’ and its potential links with Transparency International’s work, which perfectly made sense given the theme of the November conference.

The discussion at TI Brussels

At hindsight, I can say that I gave a pretty good presentation in which I stressed the utopian nature of the sustainability concept and made clear that there is no simple and obvious link between ‘sustainability’ and ‘anti-corruption’. The only linking pin I saw (and still see) is ‘good governance’. I don’t know how useful my contribution actually was at the time. I myself was deeply impressed by Albena Azmanova’s contribution. Professor Azmanova was (and still is) a professor in political science. She was strongly involved in the political transition in her home country (Bulgaria) and published her work, originally refused in Bulgaria, in the US and Europe.

The discussion at TI Brussels

Her presentation and her discussion contributions during our Brussels meeting were real eye-openers for me. In discussion the nature of corruption, she emphasised its intelligent nature. Corruption is of course a problem, but it only exists because it provides intelligent solutions to problems inherent to non-functioning social and political systems. My own translation: if you don’t know the problems for which corruption provides a solution, you won’t be able to effectively fight it. At least, my act of bribery had corrected my problem that was caused by the bad Russian booking and check-in system.

The need for transparency: the Athens conference

Athens

The International Anti Corruption Conference (IACC) is generally being held every two years. The 2008 conference, held in Athens, emphasised the need for good governance and building institutions that can be trusted. It explicitly formulated expectations to the private sector’s role.

“To restore peoples’ trust and rebuild the credibility of institutions, governments must move beyond expressions of political will to concrete action; private sector must put a check on bribery and fulfil their obligations as corporate citizens and civil society must demand accountability.” (from http://13iacc.org/ , my underlining).

During the conference, several workshops addressed the private sector’s responsibilities for fighting corruption. I happened to chair workshop 4.4: “The Private Sector’s Role in Fighting Corruption in the Wood Supply Chain: An Example from Russia”, which was entirely built around the experiences of the so-called Tikhvin project as mentioned above. After my introduction, Florian Nehm (Axel Springer) and Pirjetta Soikkeli (Stora Enso) were on the speakers list, followed by some critical remarks by Elena Panfilova from Transparancy International Moscow. In my introductory remarks, I stressed the business risk of weak governance in supply chains and optimistically said “fighting corruption is becoming part of supply chain management.”

From my presentation

Practical limits to transparency: getting things done in Athens

After my presentation, Florian Nehm wanted to show a video that was made in the context of the Tikhvin project. During our preparatory discussions, the conference management made clear that they were not in favour of showing the Tikhvin film. They thought it would not fit into the character of the conference. Maybe they suspected it to be too commercial or too superficial. In any case, the video proposal was declined and Florian Nehm was kindly asked to show a classical PowerPoint instead. In the morning before the presentation, the PowerPoint was delivered to the central conference desk, as agreed. However, one hour before the start of the workshop, Florian Nehm and I sneaked into the workshop room where we met the technical staff responsible for projecting slides and videos. We gave them a memory stick with the video and the instruction to disregard the material coming from the central conference desk.

After my introduction, Florian Nehm, much to the surprise of the conference management, showed his film. It proved to be a very good introduction into the subject, which was then further elaborated by the Stora Enso and Transparency International people. That particular day in 2008, we again discovered something everybody already knows. Sometimes, you cannot be too transparent about what you are doing or what you are planning to do. Even at the Transparency International Meeting, there were practical limits to transparency.

 

[1] I am not sure whether this experience was in the Tikhvin Lespromkhoz building or in Kovernino (Koverninskiy Leskoz, March 2003). Wherever it was, it was pretty awful.

De woestijn rukt op bij de Merenwijk

Overbegrazing

Klik op de figuur voor de brief (PDF)

 

In april 2012 begon na een lange winter het tere gras langzaam weer te groeien op die mooie dijk aan de overkant van de sloot bij ons huis aan de Rivierforel. Maar dat plezier duurde niet lang. De gemeente Leiden zette een zware kudde schapen en geiten in om met dat gras korte metten te maken. Al gauw was het een stuivende zandbak met stoffige dieren daar tegenover ons.

Ik schreef een boze brief aan de Wethouder, met onder meer de volgende tekst:

Geiten op de dijk: de woestijn rukt op

“Was het voorheen een plezier om naar de bloemenpracht op de dijk te kijken. Nu is hij overwegend grijs met hier en daar een distel die de vraatzucht van de geiten overleeft. Op de hierbij gevoegde foto’s is het grijs een bodem waar het gras vrijwel geheel verdwenen is.”

 

Woestijnvorming

De gemeente Leiden nam de zaak serieus en ik werd enige tijd later door een ambtenaar opgebeld. Zij zei deze zaak niet licht op te vatten en wees nog eens op de educatieve functie van de kinderboerderij, van wie deze dieren zijn. “Wij willen door de kinderboerderij bijdragen aan milieubewustzijn en liefde voor de natuur en dan kan het natuurlijk niet dat wij door slecht beheer de vegetatie op die dijk schade toebrengen.”

Ik kon me daar natuurlijk honderd procent bij aansluiten, maar toch kon ik het niet laten hier ook de humor van in te zien. “Ja, mevrouw, dat is heel goed dat u deze concrete voorbeelden ook in het onderwijs gebruikt. Misschien hoeft u wel helemaal niets te veranderen. U kunt die dijk tegenover ons huis gewoon voor de les ‘woestijnvorming’ gebruiken. De Sahel in het klein. Door geiten rukt de Sahara op.”

Zij vond het helemaal niet grappig. Gelukkig is het beheer is sindsdien wel iets beter geworden.

Negen jaar later

Maart 2021 kreeg ik de indruk dat de geschiedenis zich zou herhalen. Alweer werd er op een dijk waar de grassprietjes nog nauwelijks opgekomen waren een kudde geiten losgelaten, tien hongerige beesten die elk groen stukje gras voortvarend in hun bek lieten verdwijnen. Alweer vroeg ik mij af: hoe werkt zo'n planning eigenlijk bij gemeente Leiden of de kinderboerderij? Staat er gewoon in de agenda iets als 10 maart, geiten loslaten. Komt er niemand op het idee om eens te kijken of er wel gras groeit? Ambtenaren zijn geen boeren, bleek weer. Ik stond begin juni op het punt weer zo'n mooie brief te schrijven, ook omdat ik gezien had dat er een straat verder een weelderige dijk met gras van bijna 75 cm hoog voor het afgrazen lag. Blijkbaar hadden de ambtenaren dit ook door en had ik te weinig vertrouwen. De geiten lagen heerlijk in het dikke gras vandaag. Hierbij een paar foto's.  Boven de dijk bij ons van 20 april tot en met 3 juni. Onder op 9 juni 2021 bij de Karpers.