De automatische vogelaar

Het grote 1-april-interview

Eindelijk is die er dan, de volautomatische vogelaar, die ook nog perfecte plaatjes schiet. Hier een interview met, Henk Jansen, directeur van het bedrijf dat nu al bijna de vraag naar het nieuwste natuurspeeltje al niet meer aan kan.

RdM: Vertel eens Henk, hoe heet dat nieuwe product, wat kan het en waarom is er zoveel vraag naar. Maar ook: hoe heb je het uitgevonden?

HJ: dat zijn wel heel veel vragen tegelijk. Mag ik met de laatste beginnen? Hoe vind je zoiets uit? Eigenlijk alleen door goed te kijken wat er in de wereld aan de hand is, waar de ontwikkelingen naar toe gaan, hoe de mens zich ontwikkelt, welke puzzelstukjes je voorbij ziet komen.

AI

Eén puzzelstukje zouden we AI (artificial intelligence) kunnen noemen. Het is niet eens zo lang geleden dat mensen wel eens wat uit hun hoofd leerden. Vroeg je, “wat voor vogel is dat?”, dan antwoordden mensen, als ze het wisten, “ja dat is een vink met die mooie vleugelstreep en dat typische liedje, de vinkenslag”. Als het een moeilijkere vogel was, dan torsten ze een lijvig boekwerk met zich mee en dan vonden ze op bladzijde 223 bijvoorbeeld de kleine plevier, waarbij de oogringetjes een duidelijk verschil lieten zien ten opzichte van de bontbekplevier. Wie werkt tegenwoordig nog zo? Je houdt je telefoon gewoon in de richting van een dier. De camera voedt het beeld in AI-netwerken die zowat het hele internet hebben bestudeerd en meteen kunnen zeggen welk dier er in de camera staat. Een externe microfoon hoort in het bos de hoogste tonen van goudhaantjes die de bejaarde eigenaar van de smartphone al decennia niet gehoord heeft. Op het schermpje verschijnt binnen tiende van een seconde ‘vuurgoudhaantje’.

GIS

Het tweede puzzelstukje kan je aanduiden met de afkorting GIS, geografische informatiesystemen. Er was een tijd dat je had horen zeggen dat er in het bos bij Renkum zwarte spechten zouden zitten. Maar dat is lang geleden. We horen niets meer zeggen. Het staat gewoon op exacte coördinaten van Google Maps of dergelijke software. We vinden onze zeldzaamheden gewoon op waarneming.nl. Wij typen onze wensvogel in en we weten waar we heen moeten, op de meter nauwkeurig. Een fluitje van een cent om een uiterst zeldzame Pallas Boszanger dichtbij huis te vinden, zie hieronder.

DRONE

GERBA: Giga Efficient Remote Birding Application

Hoe ik het derde puzzelstukje moet noemen, weet ik niet precies. Ik gebruik maar het woord DRONE, ons vermogen om met kleine apparaatjes heel flexibel naar alle mogelijke plekken te vliegen, apparaatjes die in opdracht van ons allerlei dingen doen, waarvan wij de resultaten ergens anders kunnen bekijken. Ze zijn ook veel te klein om in of op te gaan zitten. Het zijn vooral onze vliegende ogen en oren op afstand. In de moderne oorlogsvoering hebben de drones het al gewonnen van de tanks. Ook op andere gebieden rukt de drone op en vervangt auto en fiets.

RdM: ja dat klinkt allemaal erg leuk, maar waar heb je het eigenlijk over. Wat voor product ontstaat uit het samenvoegen van die drie puzzelstukjes?

AGD-technologieën

HJ: Heel eenvoudig AI + GIS + DRONE levert AGD-technologieën waarmee wij allerlei verbazingwekkende resultaten kunnen behalen, zonder zelf meer te hoeven kunnen dan de AGD-software te bedienen. Persoonlijke kennis is een begrip uit een ver verleden.  Je kan dit op heel veel manieren implementeren. Ik heb het voorlopig zo gedaan. Ik heb een AGD-implementatie voor sublieme vogelwaarnemingen en sublieme vogelfoto’s gemaakt. We noemen het de GERBA, Giga Efficient Remote Birding Application. Iedereen kan op de bank thuis heel gerieflijk vogels waarnemen en daarbij ook nog natuurfoto’s maken met een bijzonder hoge kans op publicatie in een van de topbladen voor natuurfotografie. De gebruiker hoeft niets van vogels te weten en hoeft ook niet te kunnen fotograferen.

RdM: hoe gaat dat in zijn werk, wat moet de ‘user’ dan precies doen?

Op excursie

HJ: hij of zij hoeft niet zo veel te doen. Eerst moet de gebruiker natuurlijk de software zo kalibreren dat de AI-algoritmes genoeg weten over de voorkeuren en afkeuren van de gebruiker. De technische term voor een vlucht met de drone naar een of ander natuurgebied is een ‘excursie‘. De gebruiker geeft een paar ideeën aan voor een excursie (lengte van de excursie, soorten of hoeveelheden vogels, etc. etc.) of geeft juist de software hierbij veel vrijheid. Hij zet de drone bijvoorbeeld op het balkon en klikt in de software op START. Stel dat de excursie een uur of twee duurt, dan kan de gebruiker rustig twee uur koffie gaan drinken of videospellen spelen. De drone gaat zijn gang wel. De drone vliegt naar een gebied waar de opbrengst hoog lijkt te zijn, bijvoorbeeld omdat er veel spechten tegen de bomen klimmen. De drone raadpleegt voortdurende sites als waarneming.nl en als hij zelf iets onverwachts tegen komt, zendt hij ook nieuwe gegevens naar de waarnemingssites. Hij gebruikt de beste GIS-gegevens die er bestaan en mochten er beperkingen zijn aan het vliegen met drones, dan kan hij besluiten een stukje  te rijden (ook dat kan ons type drone!), als de ondergrond dit toelaat.

Dan komt hij aan bij het eldorado van de bonte, zwarte of groene spechten en als een volleerd fotograaf begint hij plaatjes te schieten: van afzonderlijke spechten, van spechtenparen en spechtenjongen, maar ook van de omgeving, mooie foto’s van de bomen en van het mooie licht dat hier en daar tussen de takken door schijnt.

De GIS-database bevat ook een catalogus van miljoenen mooie bomen en de AI software weet precies hoe een boom bij heersende weersomstandigheden zo gefotografeerd kan worden dat de natuurbladen niet kunnen wachten hem  te publiceren.

Alle foto’s worden direct naar onze centrale computer gestuurd, die alle beoordelingscriteria van de belangrijkste natuurbladen kent: Journal of Wildlife Photography, Lens Magazine, Outdoor Photographer blog en honderden meer. Bovendien is de central computer volledig geïnformeerd over komende fotowedstrijden, de daarbij geldende criteria en de samenstelling van de jury. Niet alleen selecteert de computer dan de veelbelovende foto’s uit de stroom binnenkomend materiaal. Ook zendt hij meteen terugkoppelingsinformatie naar de camera met de opdracht de foto’s toch hier en daar een beetje anders te maken. Als de gebruiker dit op prijs stelt, werkt de computer meteen aan een mooi excursieverslag in de gewenste stijl (kort zakelijk, wetenschappelijk, oubollige verenigingsstijl, romantisch-sentimenteel, etc. etc.) met een selectie van daarbij passende foto’s. De beste foto’s worden ogenblikkelijk ingezonden naar de natuurbladen en de organisatoren van wedstrijden. De gebruiker hoeft niets te doen.

RdM: En zijn de gebruikers nu enthousiast over het resultaat?

HJ: Enthousiasme is een zwak woord. Ze worden bijna overrompeld door hun eigen succes. Een vogelaar uit Barneveld die nog geen keep van een vink weet te onderscheiden, heeft plotseling een waarnemingslijst met beflijsters, raven, kleine bonte spechten en kruisbekken. Een amateurfotograaf uit  Tilburg heeft een serie van 20 foto’s in een leidend internationaal natuurtijdschrift weten te plaatsen! En dit is nog maar het begin. De integratie van AI, GIS en DRONE gaat verder terwijl alle drie de elementen binnenkort tien tot honderd keer zo goed zijn als nu.

Echte mensen

RdM: Wilt u nu zeggen dat uw AGD-implementatie de meer traditionele manieren van vogelen overbodig maakt?

HJ: Natuurlijk! Van die geitenwollensokken-figuren door sterke verrekijkers turend tijdens lange boswandelingen met in hun hand lijvige vogelboeken – het zal niet lang duren of niemand begrijpt meer wat in zulke scènes aan de hand was. Het product dat wij op de markt brengen is voor echte mensen! Echte mensen houden niet van werken. Echte mensen houden niet van leren. Ze houden wel van succes, maar het gros van de mensen heeft daar geen persoonlijke inspanning voor over. Wij begrijpen dat. Onze software begrijpt dat.

Zo vogelden we vroeger: onaangenaam vermoeiend door het vele lopen met de zware apparatuur, vaak koud en winderig en verrassend inefficient. Ook vermoeiend door al het bewuste nadenken. Tegenwoordig laten we denken liever over aan machines die dat sneller en beter doen.

___

Wulpen tellen

Slaapplaatstelling

Op een avond op het eind van februari heb ik Petra verleid om een keer mee te gaan met wulpen tellen in de Munnikenpolder. We staan er ruim een half uur voor zonsondergang. Het is vervelend koud. Petra helpt me eerst even de grutto’s te tellen. Er staan er al honderd in het water. Bij het late middaglicht zonder telescoop kan ik de  IJslandse niet van de gewone soort onderscheiden. Ik probeer het ook maar niet. Er zitten hier en daar groepjes scholeksters en er vliegen af en toe wat kieviten. Eerst landen er een paar wulpen niet ver van de scholeksters en grutto’s. Een tijdje gebeurt er niet veel. Dan opeens wordt het menens. Iets voor zonsondergang vallen er groepen van honderd of meer wulpen uit de lucht.

Op een bepaald moment komt er al een tweede groep als ik de eerste nog niet genoteerd heb. Snel gaat de teller van 300 naar 600 naar 1000 en meer. Ik reken het niet eens meer uit. Ik kijk thuis wel naar mijn notities. Het blijft een bijzondere ervaring: gigantische hoeveelheden wulpen dwarrelen naar beneden. Een collega vogelaar helpt ons nog met de registratie van de aanvliegende wulpenwolken. In de plas neemt het vriendelijke wulpengeluid voortdurend toe in sterkte. Op de achtergrond maakt het verkeer voortdurend dezelfde geluiden: autobanden op beton, ronkende vrachtwagens, optrekkende motorfietsen en af en toe een sirene van hulpdiensten. De rode verlichting van het benzinestation wordt steeds beter zichtbaar tegen de steeds donkerdere lucht. Van de molens in de polder blijven tenslotte alleen silhouetten over, waar af en toe zwermen wulpen langs vliegen. Iets na zonsondergang – er zijn misschien 20 minuten voorbij sinds de eerste zwerm – wordt alles rustig met uitzondering van het verkeerslawaai van de A4.  Eindresultaat 100 grutto’s, 1650 wulpen (topresultaat), 160 scholeksters en 85 kieviten. Kemphanen waren er ook deze avond niet bij. Die komen misschien nog.

Twee groepen wulpen

Voordat ik vorig jaar met de slaapplaatstelling begon, kende ik grote troepen wulpen alleen van Texel. In de winter zag ik duizenden wulpen bij de Schorren en bij de verschillende plasjes achter de hoge waddendijk, bijvoorbeeld bij Dijkmanshuizen.

Tijdens de slaapplaatsentelling tellen we wulpen die een tussenlanding maken op hun reis van hun overwinteringsgebied (Zuidwest Europa, Engeland) naar hun broedgebied in Duitsland, Skandinavië en Rusland. Een enkele wulp gaat in Nederland broeden, maar dat zijn er helaas niet veel meer, totaal niet veel meer dan 4000 paren. Oorspronkelijk broedden de Nederlandse wulpen in heide- en duingebieden, maar daar zijn ze weggetrokken richting landbouwgronden, waar ze nu sterk bedreigd worden door de effecten van intensivering van de landbouw.

 

 

Een kleine terugblik: 1904

Samen met de andere weidevogels kievit, grutto, scholekster, tureluur, kluut en kemphaan vormt de wulp het zevental van de ‘gewone’ Nederlandse weidevogels.  In het ‘Vogeljaar’ (1904) schrijf de bekende Jac. P. Thijsse:

"De lucht is vol van leeuwerikenzang en 't riet weergalmt van rietzangers en karekieten. Maar boven alles uit klinkt het geroep en gejodel van de kleine steltloopers, van kievit en tureluur, grutto en scholekster.  Voeg hierbij nog de wulp, de kemphaan en de kluit, dan hebt ge een zevental vogels van den eersten rang, vogels, die ieder Nederlander behoort te kennen, want zij bevolken niet alleen onze weilanden in de polders, maar ook in de duinen en op de hooge hei moet gij ze ontmoeten: overal waar maar uitgestrekte, vochtige plekken in hun levensonderhoud kunnen voorzien."

Uit: Het Vogeljaar (1904)

Helaas klopt het door de oude Thijsse geschilderde beeld niet meer helemaal. Die uitgestrekte vochtige plekken zijn zeldzaam geworden en in veel  weilanden en polders klinkt het ‘gejodel’ niet meer. Dat is natuurlijk de trieste achtergrond van onze tel-expedities.  Eens was de wulp een uiterst algemene vogel en stond bij menigeen als lekker wild op het menu.

Een kleine terugblik: 1800

Het is in dit verband wel eens leuk om de eerste serieuze vogelgids van Nederland te raadplegen: de Nederlandsche Vogelen van honderd jaar vóór de uitgave van het Vogeljaar. De eerste pagina van de tekst van het verhaal over de wulp heb ik hieronder weergegeven. In dit rond de wisseling tussen de 18e en 19e eeuw uitgegeven werk wordt de wulp een ‘graeuwe wulp’ genoemd met de niet helemaal juiste naam Numerius major.  De juiste naam is Numerius arquata. Merkwaardig genoeg gebruikt een belangrijke bron van dit vogelboek, het in het Latijn geschreven De Avibus van Gesneri uit 1551 (!) wel de juiste naam. In de tweede alinea van het onderstaande verhaal maakt Nozeman het wel heel bont, als hij in een voetnoot bij de Kievitverwige Wulp naar de  zwarte Ibis verwijst in hetzelfde De Avibus. Een Ibis is nooit een wulp geweest, ook niet in 1800. Met de ‘kleinste der drie soorten’ bedoelt hij zeker de regenwulp, toen blijkbaar ook slijkwulp genoemd.

Noot: de tekening in het peperdure boek van Nozeman & Sepp is ronduit slecht. Een App als Obsidentify twijfelt tussen ‘grutto’en  ‘beflijster’. Beter gaat het bij die oude prent van Gesneri: daar geeft de App ‘wulp’ met een kans van 96%.

Op de volgende bladzijde, hieronder niet weergegeven, staat onder ‘AENTEKENINGEN’ nog het volgende vermeld:  “Van der Wulpen vleesch wordt by sommigen zeer veel werks gemaekt, en men moet het, zeker, onder het smakelykst wild gevogelte tellen, wanneer de vogels niet boven het jaer oud zyn”. Goed om te weten: geen oude wulpen serveren!

Eerste pagina van: GRAEUWE WULP in Nozeman en Sepp, Nederlandsche Vogelen (1770-1829)

Aen onze Riviermonden, op de slyken van 't Bergsche Veld; langs onze stranden, en op onze Eilanden, doch nergens, mynes weetens, meer dan op het Koegras (omstreeks de Helder,) op Wieringen, en aen de Wieringer waerdt, ontmoet men deeze Vogelen. lk kenne van dezelve drie onderscheidene soorten, waer van 'er twee in grootte elkanderen omtrent evenaeren, hoewel zy zeer aenmerklyk de eene van de andere in koleursel van gevederte verschillende zyn; en waer van de derde merklyk kleiner dan deeze twee van gestalte is, koomende anders deeze kleinste in koleuren nae genoeg over een met den gewoonen of Graeuwen Wulp, van welken de nevenstaende Plaet de afbeelding geeft.

De Kleinste der drie soorten van WULPEN is de SCOLOPAX, Phaeopus, van LINNÆUS ... , en de FALCATOR, Numenius minor van KLEIN. Sommigen geeven aen deeze soort den naem van Slykwulp, ofschoon zy niet meerder dan de twee grootere soorten aen de Slyken, Plaeten en Ondiepten gehecht is. De zeldzaemst voorkoomende van de drie is de Bruin-Groene of Kievitverwige Wulp; van den welken wy hierom, als van een' min bekenden Vogel, eene afzonderlyke Plaet en Beschryving zullen geeven; besluitende ik, dat hy, schoon een zeldzaemer, echter zoowel als de anderen een Vaderlandsch voorwerp is, omdat hy ter zelfder tyden, in het voorjaer, in den zomer, en in den herfst, met en onder de graeuwe Wulpen vliegende, en aen de slyken en stranden huishoudende, gevonden wordt.

Alle drie de soorten zyn naementlyk meest bepaeld aen deeze ondiepe plaetsen; als op en in dewelken zy gewoon zyn gereedelyk genoeg het leevens onderhoud te vinden. 
Zy aezen op de Pieren en andere zee-insekten, op kleine Wulken en Aliekruiken, en op allerleye dungeschelpte Mosseltjens en Schelpvisschen, van de welken de ZUIDER-ZEE, inzonderheid, eene zeer ruime voorraed oplevert.

Geraeken de Wulpen, by storm en hooge vloeden, meer binnenslands, dan lyden zy, aen de moerassen, dobben, en slootkanten geen gebrek; Want de Waterslekken, Bloedzuigers, Kikvorschen, en allerlye gewormte, welken zy aldaer aentreffen, strekken hun tot voedsel; waerop zy nogtans zoo niet verlekkerd worden , dat zy vergeeten, de buijen voor hun gunstiger bedaerende, wêer buiten af te trekken, om aen de slyken der riviermonden en by de zeekanten hun verblyf te gaen houden. Eens heb ik ze, by harden wind, in verbaezende menigte samengeschoold aengetroffen aen de schier nooit bezochte Dobben midden in dat breeduitgestrekte Duin achter Schorel; en zy koomen, in zulke zelfde ge!eegenheden, meermae!en in eenig aental op de landen van de Wieringerwaerdt en Zype. Ook vindt men hen, doch schaerscher , by ruuw weeder en in den herfst, tot in het hart' van Zuid-Holland. Hunne aftocht naer binnenslands heeft, misschien, de aenleiding gegeeven tot het houden van deeze Vogelen voor eene soort van Onwêer- of Storm-Wyzers; even gelyk ook de samenrchooling van de Zee-Meeuwen binnen in onze polderen voor een' voorbode wordt aengezien van harden Wind en sleght weeder.

Wonderlyk welgeschikt is het gestel der WULPEN naer hunnen verordenden Leevensstaet. Zy zyn niet alleenlyk eene soort van STELTLOOPERS, bekwaem om zonder hinder genoegzaem te kunnen waeden, ten einde van onder het water op kleine diepten hun aes te loopen ophae!en; maer hunne Nebben zyn ook sterk en zeer lang, en als eene zeissen voorwaerts over geboogen, opdat zy des te gemaklyker den door het water toegeslagen grond zouden kunnen openbreeken, en alzoo alle soort van aes, die kort onder des gronds oppervlakte zit opgeschoolen, van daer mogen haelen. Zij zun in dit geval by hetgeen de vermaerde en eveneens gebekte IBIS vogelen zijn in Egypten. Zeer vaerdig weeten zy , by versch-opgeworpen hoopjens, de Pieren, en de kleine, luchtbellen uitgeevende, ronde gaetjens op de Slyken en Banken, de schelpvischjens te betrappen. Dit uitgeeven naementlyk van luchtbelletjens weeten zy een teken te zyn, dat 'er leevend aes voor hun onder de oppervlakte schuilt, waerom zy 'er (blyven ze ongestoord) niet van daen zullen vliegen, voor en al eer zy tot in de verblyfkamer zelf van 't diertje doorgedrongen zyn, waer toe de sterkte en lengte hun' kromgeboogen bek hun wonder wel te stade komt.

Op de stranden ook blykt hunne vaerdigheid, by 't omhaelen van aengespoelde Wierhoopen en andere flabben; onder dewelken zeer dikwils eene menigte van Zeepissebedden gewoon is zig op te houden: Deezen zyn mede een geliefd aes voor onze Wulpen: Maer zoodrae worden die veelpotige insekten niet gestoord en ontbloot, of zy weeten, halfspringende en in bochten en draeijen voortspoedende, zig in zeer korten tyd t'zoek te maeken: Dan, de Wulpen weeten met genoegzaeme snelheid toetepikken, en 'er een goed gedeelte van te verslinden.

Een paar bronnen

Nederlandsche vogelen van Nozeman en Sepp, op https://www.kb.nl/ontdekken-bewonderen/topstukken/nederlandsche-vogelen#toc-bekijk-nederlandsche-vogelen-online

Conrad Gessner, Historiæ  animalium, rond 1551, hieruit Liber III – De Avibus: https://www.biodiversitylibrary.org/bibliography/125499

Jac. P. Thijsse. Het vogeljaar(1904)
Nederlandsche vogels in hun leven geschetst, de weidevogels op https://www.dbnl.org/tekst/thij015voge01_01/thij015voge01_01_0016.php

SOVON, Wulp – verspreiding en trends, https://stats.sovon.nl/stats/soort/5410

De wulp beter beschermen met geactualiseerde kennis, Vogelbescherming 20 juni 2021, https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/de-wulp-beter-beschermen-met-geactualiseerde-kennis

Factsheet Wulp, https://www.vogelbescherming.nl/docs/0423ffa4-3c01-4067-a261-408d46663187.pdf?_ga=2.8085746.1781668092.1623654047-491902239.1596535754

Curlew conservation, RSPB, https://www.rspb.org.uk/birds-and-wildlife/wildlife-guides/bird-a-z/curlew/conservation/

Eerdere blogs:

Campinghaan en wulpenslurf april 2022

Voor donker naar bed februari 2022

Vogelvrije duinen

Excursie naar Ganzenhoek (11 februari 2023)

Rond een uur of negen rijd ik het parkeerterreintje tegenover het Fletcher-hotel Duinoord op. Er staan zeker al 50 auto’s, voornamelijk voor hondentransport van het rijtjeshuis in Voorschoten of de villa in Wassenaar naar de Ganzenhoek. In deze waterleidingduinen kunnen de troeteldieren hun ontlasting kwijt en tot vervelens toe achter een balletje aan rennen dat de baasjes met speciaal gereedschap over het duinpad laten stuiteren. Terwijl nieuwe honden worden aangevoerd worden de honden van een uur geleden alweer ingeladen. Dan komen er twee auto’s aan helemaal volgeladen met vogelaars van de KNNV vogelwerkgroep Leiden,  hierheen gelokt met verhalen over kuifmezen, glanskopmezen, zeldzame vinken en bijzondere eenden.

Nauwelijks vogels

Met z’n elven lopen we het mooie gebied in. Regelmatig staan we stil om de zeldzaamheden een kans te geven zich aan ons te laten zien, maar dat doen ze niet. We moeten tevreden zijn met heel wat koolmezen, een paar pimpelmezen en vinken. Heel in de verte lijkt een troep kramsvogels langs te vliegen. In het water zien we naast meerkoeten, kuifeenden en een paar wilde eenden wel een dodaarsje, maar geen grote zaagbekken of bijzondere futensoorten. In het bos wordt wel een goudhaantje gezien, maar daar blijft het bij. Ver in de lucht vliegen de onvermijdelijke aalscholvers en blauwe reigers. Leuk is de buizerd die nog even in een boomtop gaat zitten. Daar moeten we dan mee doen.

Af en toe spreken we hondenbezitters aan op hun niet aangelijnde honden. Sommige reageren sympathiek. Anderen mompelen iets als: “Ja, dat weet ik dat het hier niet mag”, en lopen onverschillig door zonder verdere reactie, misschien maar goed ook, want je zou niet willen dat ze zo’n pitbull op je afsturen.

Het lijkt wel of de vogels uitgestorven zijn. Heel af en toe hoor je een vaag piepgeluid hoog in de boom. Niemand weet dan wat het is, behalve de app van Arthur die via een microfoon op zijn mobieltje naar vogelgeluiden luistert en dan op het schermpje toont wat hij hoort. Af en toe verschijnt er ‘goudhaantje’, maar vaker nog ‘zwarte kraai’ op zijn schermpje. Eigenlijk ook wel rustig. Ik  ben wel op vogelexcursies geweest waarbij de rust systematisch werd verstoord door spannende soorten, achtereenvolgens wordt er geroepen: “groenpootruiter”, “geoorde fuut”, “zomertaling”, “kleine zilverreiger”. Om gek van te worden. Dat is geen ontspanning. Dat is stress. Daar hadden we nu zeker geen last van.

Geen stress!

Ook geen stress tijdens de ingelaste koffiepauze in ‘Duinoord’. Niets was bijzonder. De iets te koude appeltaart stak in niets uit boven wat er in duizenden andere gelegenheden wordt geserveerd. En de koffie was niet te sterk en zeker niet te warm. 

Na nog een klein ommetje aan de andere kant van ‘Duinoord’ (waar we wel in de verte een ree ontwaren en leuke kleine mosjes en paddenstoeltjes op de grond zien, maar geen enkele vogel van betekenis), gaat ieder weer naar zijn vervoermiddel. Tegelijkertijd worden er veel Bello’s, Maxen, Bobby’s, Bonnies (en hoe al die beesten ook mogen heten) ingeladen op weg naar een rustige zaterdagmiddag thuis.

____

 

Eenzamer kan niet

Natuuraanleg

Er is in Nederland de laatste jaren zoveel mooie natuur aangelegd dat je er bijna niet aan toe komt alle nieuwe gebieden goed te bestuderen. Hier is weer een weiland onder water gezet, daar worden klimaatvriendelijke waterbuffers aangelegd en niet ver daarvandaan prijken nieuwe oeverzwaluwwanden, zwaluwenhotels en ijsvogeloevers. En dan komen de vogels in groten getale. Zo ook bij het duizend hectare grote plan Tureluur ontwikkeld in de jaren 1990 als compensatie voor de verloren gegane buitendijkse natuur bij de Oosterschelde (meer over de ontwikkelingen in het delta-gebied in deze blog).

Waarnemingskolonne

In een kolonneformatie die wel wat aan een rouwstoet doet denken, maar wel wat vrolijker, reden de leden van de vogelwerkgroep Leiden van de KNNV langs dit vogelparadijs: een paar honderd meter rijden, telescopen uit de auto, statieven uitschuiven, telescopen plaatsen, het gebied afzoeken naar bijzonderheden en dan enthousiast de bevindingen rondbazuinen: driehonderd wulpen! Zesentwintig lepelaars! Tweeduizend goudplevieren, tweeëndertig bontbekplevieren! Een zilverplevier! Wilde zwanen waar kleine zwanen tussen lijken te zitten! Vier strandleeuweriken! Toch wel tientallen grutto’s niet ver van de meer dan zestig kluten! Ik zie pijlstaarten tussen die grote mantelmeeuw en de smienten! En zo gaat het een tijdje door tot de volgende paar honderd meter rijden inclusief het ritueel van telescopen afbreken en later weer opbouwen.

Daar!!!!!!!!

Tijdens dit soort excursies met de voortdurende autoritjes en kortademige waarnemingshoogtepunten heb ik nooit het gevoel echt in de natuur de zijn. Heel ouderwets denk ik bij natuur aan buiten zijn, wandelen, van geuren en kleuren genieten, moe worden van fysieke inspanning en zintuigelijke indrukken. Maar voor wie veel soorten op een dag wil zien, is dit wel de aangewezen methode. We reden nog langs een punt waar de uiterst zeldzame grijze wouw te zien zou zijn. Er stonden nog meer vogelaars, vol verlangen naar de waarneming van hun leven, maar hij kwam niet.

Grijze zeldzaamheid

Ettelijk kleine zilverreigers, smienten, pijlstaarten, kieviten, kolganzen en zwarte ruiters later (en na een kop dikke snert van € 8,50 waar de lepel in bleef staan) reden we er nog maar eens langs de plek van de grijze zeldzaamheid.

En ja hoor, daar kwam hij aanvliegen, een prachtig getekende vrij kleine vogel die in niets op een wouw lijkt.  Hij vloog door een valleitje tussen de weg en de duinen heen en weer en ging nog even in een boom zitten, terwijl de lag winterzon zijn mooi getekende kop en vleugels helder verlichtte.

Grijze Wouw: door J.M.Garg – Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=6622707

Het was een schitterend gezicht, maar ik kon er niet blij van worden. Eerder bekroop mij een intens droevig gevoel. Deze vogel, die vooral in Azië thuis schijnt te horen en heel kleine gebiedjes in Spanje en Portugal bewoont, vliegt hier in zijn eentje heen en weer. De eerste soortgenoot zou best eens tweeduizend kilometer hiervandaan kunnen zitten. Eenzamer kan niet.  Als hij slim is, vindt hij de weg wel terug, maar hij is waarschijnlijk dom. Anders zat hij hier niet. Er is geen toekomst voor onze grijze zeldzaamheid. We horen hem helemaal niet hier te zien.

Goede reis!

Het mooie van natuur vind ik de samenhang tussen alle levensvormen, zoals de aanwezigheid van zwarte sterns op basis van de aanwezigheid van kranswieren, de vlinderpracht op bloemen, die alleen kunnen groeien waar de bodem bepaalde zout- of calciumgehaltes heeft, de samenhang tussen de ondergrondse netwerken van schimmels en het wel- en wee van het bos daarboven. Maar zo’n grijze wouw, is dat natuur? Natuurlijk niet, gewoon een zeldzaam misverstand. Zo’n dier heeft nog geen relaties met de dominante levensvormen bij ons. Pas als die zich (door klimaatverandering misschien) als exoot gaat uitbreiden, dan mogen we hem tot onze natuur rekenen. Ik hoop dat onze eenzame vogel toch genoeg verstand of instinct heeft de weg naar huis te vinden. Goede reis!

Bomen in november

Libellen, paddenstoelen, bomen

In september rende ik als een gek achter de libellen aan. In oktober lag ik languit op de grond om paddenstoelen te fotograferen, objecten die je meer tijd geven om de ideale positie te kiezen en om bij gebruik van een statief heel lange sluitertijden te kiezen. De ontwikkeling heeft zich nog even doorgezet. Het onderwerp is alleen veel groter geworden: bomen. Je hoeft daardoor minder dan bij paddenstoelen over de grond hoeft te kruipen. Ook bomen bewegen niet. Dat wil zeggen: ze blijven op dezelfde plaats staan, maar hun takken en bladeren kunnen wel onrustig in de wind heen en weer bewegen, zodat je toch wel moet oppassen met te lange sluitertijden als het waait.

Landschapsfotografie

In 2020 volgde ik een cursus digitale fotografie bij Harry Otto in Leiden. Eén van de eerste opdrachten luidde: maak een presentatie die laat zien wat voor soort fotografie je aanspreekt en illustreer het met het werk van goed fotografen. Ik ging op zoek naar landschapsfotografen. Het was vooral een grote teleurstelling. Wat een bombastische en sentimentele troep kwam ik tegen: eindeloze landschappen met sprookjesachtige sterrenluchten, brandende vuren, fotografisch bevroren watervallen en ergens in die landschappen magisch oplichtende mannen en vrouwen met hun blik op oneindig. Nee, dat wilde ik niet. Toch vond ik een paar fotografen door wie ik me wel graag zou laten inspireren: fotografen die natuurlijke schoonheid laten zien zonder hopeloos te overdrijven: mooie vormen, kleurcombinaties en lijnen. Op de eerste slide van mijn presentatie liet ik drie foto’s zien door drie heel verschillende fotografen: Charlie Waite, Guy Tal en Ellen Borggreve.

De eerste dia van mijn presentatie uit 2020

Ellen Borggreve: workshop ‘beyond the basics’

Ik volgde al een paar jaren de ‘news letter’ van Ellen Borggreve, die vooral sublieme foto’s van bomen en bossen maakt. In het kader van mijn blog over ‘mooi weer’ (de overmaat zon die niet alleen voor de natuur maar ook voor fotografen rampzalig is) had ik even contact met haar omdat ik  daarin haar ‘news letter’ wilde citeren. Van het een kwam het ander en ik gaf mij op voor de workshop voor gevorderden (‘beyond the basics’) op 10 november.

Oude taxusbomen bij Huys te Warmont

Vóór de workshop oefende ik al wat bij het Huys te Warmont, waar de grote taxusbomen mijn lievelingsobject werden.  Ik had wel mijn twijfels, niet alleen over de forse kosten van deze workshop maar ook vroeg ik mij af of gevorderd niet té gevorderd zou zijn. En ik vroeg mij af wat voor soort mensen dit soort workshops trekken, vooral hoogbejaarden met te veel geld of vooral romantische ‘tree huggers’? Het was een sprong in het duister.

Middelmatigheid op de Veluwe

In de middag van 9 november reed ik richting Amsterdam, Amersfoort en verder naar Garderen op de Veluwe. Behalve een koffertje met kleren had ik mijn full frame Nikon met een standaardzoom en een teleobjectief bij me en natuurlijk een goed statief en wat hulpmiddelen zoals circulaire polarisatiefilters en reservebatterijen.

Het Fletcherhotel vlakbij Garderen muntte uit door middelmatigheid. Niets was echt slecht, niets was ook bijzonder goed: behalve pils geen behoorlijk bier van de tap, een karakterloos driegangenmenu  en een ontbijt met de gebruikelijke veel te lang gebakken spekrepen bij het sponzige roerei. Er was toch een voordeel: door de gemiddelde leeftijd van de gasten kon ik mij weer even jong voelen.

Fotograferen in het Speulderbos

Iets na half acht was ik bij de afgesproken parkeerplaats, de start van de wandelroute ‘de Duintjes’. Al mijn twijfels over de deelnemers leken ongegrond. Er waren behalve mijzelf drie heel gemotiveerde deelnemers (twee mannen en één vrouw), die niet alleen over uitstekende dure camera’s beschikten maar ook over veel kennis en ervaring. Misschien was het niveau een beetje aan de hoge kant voor mij, maar in ieder geval ging er geen tijd verloren aan discussies over ISO-waarden, scherptediepte, lensopeningen en sluitertijden. Het ging in deze workshop bijna uitsluitend over compositie. Alle technische onderwerpen waren daarvan een afgeleide.

In het Speulderbos (1/25, f/14, 24 mm, ISO 400, full frame)

Het Speulderbos en de daar liggende ‘duinen’ zijn een eldorado voor boom- en bosfotografen. Het landschap is op veel plekken heuvelachtig. Er staan de prachtigste oude beuken met hun interessante kromgegroeide stammen en takken. Dan wordt het weer afgewisseld met een donker bos van kaarsrechte sequoia’s.

Compositieles

Het ging in de les vooral om het opbouwen van een mooie compositie zonder te veel verwarrende complexiteit. Vragen die aan de orde kwamen, waren bijvoorbeeld: Gaat het in jouw foto vooral om één boom of om een groep bomen in hun onderlinge samenhang? Welke boom beschouw jij als ‘hoofdpersoon’, welke bomen als ondersteunende ‘personages’? Welk standpunt moet je kiezen om te laten zien, wat je wilt laten zien: hoog of laag, dichtbij of veraf, etc. ? Ik merkte dat ik zulke vragen nog bijna nooit expliciet had gesteld, laat staan beantwoord.

les in het bos

Op het moment dat je er een duidelijk antwoord op kunt geven, komt de vraag naar de technische realisering: wat voor soort objectief (standaard, groothoek of tele?), welke oriëntatie (portret, landschap of eventueel zelfs vierkant) en een hele reeks parameters zoals kleurtemperatuur, sluitertijd, handmatige of automatische scherpstelling, diafragma en scherptediepte. Ik leerde vooral het belang van de objectiefkeuze: groothoek om elementen los te maken, tele om elementen te verbinden. Ik had het nog nooit zo gezien: telelenzen zijn niet alleen onmisbaar om wat ver is dichtbij te brengen (bijvoorbeeld in de vogelfotografie), maar ook om verder weg van een onderwerp te kunnen gaan staan om het perspectief aan de vereisten van je compositie aan te passen, ook als je er in principe wel heel dichtbij kan komen.

 

Dansende beuken en kaarsrechte sequoia’s

De suggesties van Ellen Borggreve waren uiterst concreet. Bij haar is fotograferen van bomen en bossen een vak dat ze technisch tot in de puntjes als geen ander beheerst, geen zweverig gedoe. Ik had ook niet anders verwacht.  Voorbij het beukenbos in de duinen kwamen we in het donkere sequoiabos. Door het woud van lange rechte stammen heen zag je weer de kromme lijnen van een ‘dansend’ beukenbos in het licht. Ik maakte een paar foto’s en vroeg om commentaar. Dat kreeg ik: ze adviseerde mij de hoogte van mijn camerapositie te veranderen. Ik liep weer terug naar dezelfde plek en maakte de foto’s opnieuw van een andere hoogte. Het zag er meteen veel beter uit.

Dansende beuken door de sequoia’s (1/5, f/18, ISO 400, 85 mm, full frame)

Zo maakte ieder van de deelnemers zijn eigen foto’s van bomen op heuvels, groepjes bomen langs een bospad, imposante wortelstelsels, kaarsrechte stammen en kronkelende takken.

Veel geleerd

Toen wij in de vroege middag weer op de parkeerplaats stonden, wist ik dat ik veel geleerd had. Veel tijd om met de andere deelnemers te praten, was er niet. Daarvoor waren we te hard aan het werk, want goede foto’s maken is hard werken. Ik ben wel benieuwd wat de resultaten van de andere deelnemers zijn, maar ik geloof niet dat er zo’n uitwisseling  gepland is. Jammer.

Niet veel later reed ik naar huis. De workshop had niet lang geduurd, maar ik had genoeg geleerd en genoeg inspiratie opgedaan voor maanden lang bomen, bossen en andere landschappen te fotograferen. Dat moet ik vaker doen, direct van een topfotograaf les nemen op een niveau net iets boven mijn macht. Het is dezelfde ervaring als in een te goed orkest spelen. Onmerkbaar stijg je dan boven je eigen normale niveau uit. Daar heb je wat aan.

____

 

Op deze pagina heb ik nog wat tips voor het maken van bomenfoto’s gezet.

 

_____