Naar Westenschouwen

Naar het eiland

Het was augustus 1958. Met het hele gezin gingen wij naar Westenschouwen op het eiland Schouwen-Duiveland. Vanaf Ede, waar wij toen woonden, was het een hele reis.  Waarom mijn ouders die bestemming hadden gekozen, kan ik niet meer achterhalen, maar ver was het! Waarschijnlijk was er al een hele kist met strandspullen en misschien waren ook de fietsen per Van Gend en Loos vooruit gestuurd. De reis ging eerst naar Rotterdam. Dat zal zeker iets meer dan anderhalf uur gekost hebben. Hoe we vandaar in Numansdorp Haven kwamen, weet ik niet meer. De tram was al in 1957 opgeheven. Er zal een bus van de RTM zijn geweest die er ook wel een uur over gedaan moet hebben.

Met de stoomboot

Vanaf Numansdorp namen wij de boot naar Zijpe op Duiveland, niet ver ten Zuiden van Bruinisse.

Minister C. Lely

Ik herinner mij de schitterende stoomboot nog heel goed. Ook voor die tijd was het een heel ouderwetse boot. Je kon ergens op de boot recht naar beneden kijken en zien hoe de zuigers van de stoommachine de assen van de schroef aandreven.  Het was de ‘Minister C. Lely’. Heel lang zou die boot niet meer in gebruik zijn, want de afsluiting van het Haringvliet naderde. In 1964 ging de Haringvlietbrug open en deed de boot geen dienst meer als veerpont. Hij was nog even een toeristische attractie  voordat hij in 1966 voor de sloop verkocht werd. Maar wij hebben er nog op gevaren. Hij werd 1900 gebouwd. In hetzelfde jaar werd de Veerhaven in Numansdorp aangelegd. De boot werd deel van het uitgebreide netwerk van veerponten en stoomtrams dat Zeeland aan het begin van de twintigste eeuw steeds verder ontsloot voor zakelijk en toeristisch verkeer.

Het lijnennet van de RTM (1956). Bron: https://www.nicospilt.com/index_RTM.htm

Een bijzondere bus

De overtocht duurde ongeveer één uur en drie kwartier. Door de watersnood van 1953 was de infrastructuur van het tramnetwerk van Schouwen-Duiveland zodanig beschadigd dat een herstel te veel geld en tijd zou kosten. Daarom stonden bij de haven van Zijpe nu geen trams maar  bussen van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, de RTM. Ik herinner me nog goed hoe mooi ik die bussen vond.

RTM dienstregeling 1956. Bron: https://piershil.com/rtm/dienstregelingen-en-kaartjes/

Aan de zijkant waren alle bussen beschilderd met een plaatje van een dier. Vaag herinner ik mij een panter, maar het kan ook een ander beest geweest zijn. Wat ik ook erg interessant vond, waren de aanhangwagens die de capaciteit van de bus verhoogden. Wat dat betreft leken de bussen nog een beetje op de oorspronkelijke tram, zie het plaatje van de dienstregeling van 1956 hiernaast.  Hoe lang die bus er over deed, weet ik niet meer, maar het zal zeker bijna twee uur geduurd hebben. Toen wij in de bus van Zijpe naar Burgh (Haamstede) zaten, waren een paar jongeren in het aanhangbusje keet aan het trappen. De chauffeur hield de bus stil en liep naar achteren om de jeugd tot rust te manen. Ook in 1958 waren jongeren soms niet in toom te houden.

Bus met aanhanger en dier aan de zijkant (haas). Bron http://www.busbrief.nl/Busbrief%20088/busbrief88.htm

Misschien hebben wij van de eindhalte (waarschijnlijk Burgh) naar Westenschouwen een taxi genomen of misschien ging de bus wel helemaal naar onze bestemming. De reis zal in totaal bijna 7 uur geduurd hebben.

 

Mijn vader was er toen nog niet bij maar schijnt (vanaf Rotterdam?) later per fiets gekomen te zijn.

Zonder zorgen in Westenschouwen

De locatie van het huis ‘Sorrefrij’ op een kaart uit 1958 (van topotijdreis.nl)

In Westenschouwen hadden wij een oud huis gehuurd. In mijn herinnering stond er op het huis de naam ‘Sorrefrij’. Die naam had mijn moeder ook bij een foto in haar fotoalbum geschreven. Inderdaad vind ik deze naam in een advertentie in de Zierikzeesche Nieuwbod van 1920, waar het “Landhuisje SORREFRIJ (met vijf kamers)” te huur wordt aangeboden door Rotterdamse verhuurders. In een werkje over de geschiedenis van Westenschouwen wordt vermeld dat er in in 1919 een zomerwoning ‘Zorgvrij’ werd gebouwd door Rotterdammers. Het is zonder twijfel het zelfde huis. Het werd in 2011 afgebroken en nu staat er op dezelfde locatie, Lageweg 36, een andere woning.

Op het strand van Westenschouwen

Aan Westenschouwen heb ik vooral goede herinneringen. Het huis was niet ver van het strand waar wij de nodige zandkastelen gebouwd hebben. Ook speelden we wel in de bunkers, die door de Duitsers op het strand niet eens zo lang geleden waren achtergelaten, zie de foto hier beneden.

Maar het huis zelf was ook fantastisch. In de totaal verwilderde tuin, dichtgegroeid met akkerwinde en brandnetels, kon je echte oerwoudexpedities houden.

Bij ons huis ‘Sorrefrij’

In het huis stond een ouderwetse met leer beklede rolstoel. August, Huibert en ik speelden graag uren met dat ding. De rolstoel was heel wendbaar. We hadden zelfs een speciale baan door de kamer gemaakt en hielden daar wedstrijden. Huibert en ik wilden vaak niet eens mee naar het strand. We reden liever met de rolstoel door de tuin en door het huis.

We schijnen een keer met de fiets naar Haamstede te zijn gereden om naar de zweefvliegtuigen te gaan kijken. Het vliegveld bevindt zich ook nu nog vlakbij de vuurtoren in Nieuw Haamstede. Dat is de reden dat de vuurtoren zo opvallend geschilderd is: de toren moest beter zichtbaar zijn voor de vliegtuigen. De oorspronkelijk grijze vuurtoren  werd in 1953 van de rode spiraal voorzien, die ook jarenlang (in de verkeerde kleur!) op onze  f250-biljetten te zien was. Zie ook mijn volgend blog.

Het vliegveld Haamstede

In 1958 was de vliegclub daar nog maar net van start gegaan. Op de vergadering van 12 juni 1956 van de Vereniging Zeeuwse Aero Club in Hotel Haamstede, bijgewoond door de burgemeester, werd besloten het vliegveld weer in gebruik te nemen. De eerste vluchten vonden plaats op 30 juni in 1 juli van dat jaar. Vanaf dat moment bleef het een veld uitsluitend voor zweefvliegen. Dat was wel eens anders geweest. Vanaf 1930 werden door de KLM lijnvluchten gevlogen naar het Rotterdamse vliegveld Waalhaven. De Tweede Wereldoorlog maakte hier een eind aan. Op 13 mei 1940 verlieten de Nederlanders het vliegveld na de banen onklaar gemaakt te hebben. De Duitsers herstelde ze weer en gebruikten het vliegveld voor hun Messerschmidt-toestellen. Eind 1943 gingen gingen ook de Duitsers weg, na het terrein onbruikbaar gemaakt te hebben. Pas tijdens de watersnoodramp in 1953 werd het weer door Nederland gebruikt. Een paar jaar later vond de bovengenoemde vergadering plaats. En in 1958 stonden wij naar de vliegtuigjes te kijken.

bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegveld_Haamstede

We zullen zeker ook door de duinen hebben gewandeld. Ik weet het niet. Wat ik in ieder geval erg leuk vond, waren de zeeanemonen  die onderaan de Oosterscheldedijk te vinden waren. Ik dacht ze nog mee naar huis te kunnen nemen in een potje met wat zout water. Dat is natuurlijk niet gelukt en ik heb de stinkende inhoud thuis weg moeten gooien.

Op één middag was het feest in het dorp. De  harmonie (ik neem aan ‘De Witte van Haamstede’) liep door het dorp. Veel kinderen liepen met de muziek mee en zongen uit volle borst iets als “taradie-boemtiee”. Het was waarschijnlijk een van de zeldzame feestelijkheden in dit saaie Zeeuwse dorp.

Opnieuw naar Westenschouwen

In 1959 huurden mijn ouders een groot huis aan de vuurtorenweg op Texel (meer hierover op deze pagina). Dat was de laatste vakantie waar mijn vader aan deelnam. In 1960 had mijn moeder weer een vakantie in Westenschouwen georganiseerd. We hadden een klein huisje bij een boerderij, waar wij van een hooizolder naar beneden konden springen.

Prentbriefkaart uit de jaren zestig

Natuurlijk hebben wij ook die vakantie in de duinen gewandeld. Of het díe vakantie was, weet ik niet, maar ik herinner mij een wandeltocht over verboden paden door de zilvermeeuwenkolonie bij Haamstede. Daar hield mijn moeder van: door voor het publiek afgesloten terreinen wandelen. Ze zei dan zoiets als: “Die bordjes zijn er alleen voor de gewone mensen, maar gelden niet voor ons.” Gewone mensen zijn we nooit geworden.

De reis naar Westenschouwen zal nog steeds lang geduurd hebben, want op de brug over het Haringvliet moesten we nog vier jaar wachten.

Snel even met de auto naar Schouwen

Jaren ben ik daarna niet meer in Westenschouwen geweest. Voor het eerst gingen Petra en ik bijna 51 jaar na mijn vorige bezoek, in maart 2011, naar Schouwen, naar het eenvoudige hotel ‘de Torenhoeve’ onder de vuurtoren in Nieuw Haamstede.   In december 2012 huurden we een mooi huisje in Westenschouwen.  Toen we In maart 2017 op Goeree verbleven, zijn we ook nog op Schouwen gaan wandelen.  Nog twee keer verbleven wij in ‘de Torenhoeve’: in 2015 en onlangs nog in oktober 2021. Het is een aantrekkelijke bestemming die we binnen anderhalf uur rijden kunnen bereiken. Er is wel iets veranderd sinds 1958.

 

P.S.

Mijn herinneringen van 63 (!) jaar geleden zijn niet zo betrouwbaar meer. Ik heb ze hier en daar aangevuld met herinneringen van Hanneke, August en Huibert. Het kan zijn dat mijn herinneringen van boot- en bustocht van 1960 waren en niet van 1958. Maar wat doet dat ertoe?

R.

——-

Internetverwijzingen

Veerdiensten vanaf Numansdorp https://www.wikiwand.com/nl/Numansdorp

Informatie over de Minister C. Lely, bijv. https://www.binnenvaart.eu/veerpont/36860-minister-c-lely.html

Over de tramlijn naar Numansdorp https://nl.wikipedia.org/wiki/Tramlijn_Rotterdam_-_Zuid-Beijerland

Over de tramlijn over Schouwen-Duiveland https://nl.wikipedia.org/wiki/Tramlijn_Zijpe_-_Burgh

De geschiedenis van Westenschouwen, hfst. 7: Zomerhuizen 1918-1943. https://westenschouwen.jimdofree.com/ 
Een citaat: “In het jaar 1919 kwam in Westenschouwen op initiatief van twee Rotterdammers een nieuw zomerhuis tot stand. In mei van dat jaar verkreeg men vergunning om een zomerwoning te bouwen. Dit was het huis “Zorgvrij”, later in 1924 bewoond door fam. De Raaff toen “Scouden” geheten, gelegen aan de Lageweg 36 naast de weide van de Meypacht. Het werd in 2011 afgebroken en onlangs vervangen door een nieuw zomerhuis in een heel andere bouwstijl.”

Een korte samenvatting van deze blog mocht ik op die site publiceren: https://westenschouwen.jimdofree.com/47-droomhuis-uit-mijn-jeugd/

In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 8 maart 1920 vond ik de volgende advertentie (in Krantenbank Zeeland).

Dat de geïnteresseerden contact op moesten nemen met een Rotterdams adres klopt met bovenstaand citaat.

Een jaar hiervoor (4 juli 1919) vermeldde dezelfde krant dat het huis volgens een heel nieuwe methode – met het gebruik van betonplaten – “als een paddestoel uit den grond was verrezen” (hierop attent gemaakt door Corneel, de auteur van de Westenschouwense geschiedenis-website).
De naam van het huis stond er toen nog niet bij.

 

Paddenstoelen in het Bentwoud

In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstond het plan om van een weidegebied In Zuid Holland een groot bos te maken. Bossen zijn hier te weinig, was het idee. Het oorspronkelijke plan was een bos van 1300 ha. Onder meer door geldgebrek gingen heel wat jaren voorbij tot de uiteindelijk uitvoering. In 2016 was het klaar. Het werd iets kleiner, maar het is met 800 ha toch het grootste aaneengesloten bosgebied in de Randstand. Het ligt tussen Hazerswoude, Zoetermeer en Boskoop.

In het Bentwoud

Wij – Marianne, Erik en ik – reden er via Zoeterwoude-Dorp naar toe. We zouden eigenlijk libellen gaan fotograferen, maar daarvoor was het weer niet gunstig. Harde wind en mogelijk felle regenbuien, was de verwachting. We hadden geluk. De laatste regenbui viel op de heenweg en het begon weer te regenen toen we op de parkeerplaats stonden voor de terugreis.

Ik was er nog nooit geweest en in eerste instantie vond ik het gebied met de lange rechte fietspaden en sloten en de wel erg jonge bomen er niet echt aantrekkelijk uitzien. De aanwezigheid van vrij veel water maakt het wel weer interessant.  Het is niet een puur natuurgebied maar meer een recreatiegebied met natuurwaarden, ingericht voor wandelaars, (al of niet electrische) fietsen, joggers en honden. Door de slechte weersverwachting zaten de recreanten vooral thuis.

Die ochtend stond er een harde wind. Veel bijzondere vogels zagen we niet, maar de buizerds en de torenvalken die we zagen, werden verlicht door het voortdurend veranderende licht van de prachtige herfstluchten. Erik maakte van die roofvogels prachtige foto’s met zijn telelens. Ik had de mijne helaas thuis gelaten uit zorg om het slechte weer, dat niet kwam. Ook zagen we naast de gebruikelijke mezen en roodborstjes af en toe een groepje puttertjes vliegen.

Het hoofdonderwerp van de ochtend – paddenstoelen –  vloog niet door lucht. Zo hard was de wind ook weer niet. Het bos bleek een mooie vindplaats voor allerlei paddenstoelen te zijn. Wij vonden ze niet alleen op de mooie wandelpaden door het bos en maar ook naast de wat grotere doorgaande wegen en fietspaden.

Met name zagen we heel veel inktzwammen, vooral geschubde inktzwammen in allerlei stadia: vanaf de witte ronde kokervormige paddenstoelen op een korte steel, via de typische klokvormige hoed op een lange steel naar het eindstadium, een verschrompelde grotendeels zwarte hoed op een vrij dunne steel.

 

Ik ben nog niet van plan een paddenstoelenspecialist te worden. Dus van de meeste andere paddenstoelen en paddenstoeltjes ken ik de namen niet. Ik weet alleen dat ik ze mooi vind om te fotograferen. Hierbij een paar plaatjes. Het is interessant dat hier zoveel paddenstoelen waren. Een paar dagen eerder was ik bij het Huis te Warmont gaan kijken, maar daar was bijna nog niets te zien. Ook in de bossen bij Westenschouwen in Zeeland waren er nauwelijks paddenstoelen deze week.

schubbige bundelzwam

 

Informatie op Internet:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bentwoud

https://www.staatsbosbeheer.nl/Natuurgebieden/bentwoud

____

Strengen en Tengnagel op hun mooist

Niet alleen vogels

Arthur Staal en Lex Haemers (Tengnagel)

Goed initiatief van Arthur Staal en Lex Haemers. Zij stonden al vlakbij de fietsenstalling van de Strengen toen ik eraan kwam rijden. Het was bedekt weer maar niet koud. Ik maakte kennis met Lex, die over een ongelooflijk brede en diepe kennis van de natuur in dit gebiedje bleek te beschikken. We liepen een stukje het pad langs de Zijl met het grote hoefblad en gingen ergens het struikgewas in en lieten ons allerlei bijzonders over planten, paddenstoelen en galwespen vertellen. Hij wees ons onder meer op moerasorchis, wilde bertram en koraalzwam.

Midden in het bos stond een schitterende kroontjesknotszwam. We beloofden de locatie met niemand te delen. Langs een pad aan de Oostzijde van de Strengen stonden tientallen paddenstoelen die met de houtsnippers schijnen te zijn meegekomen: hazenpootjes, verwant aan de inktzwam. Het gesprek ging over veel meer dan vogels, bijvoorbeeld over de problemen met de springbalsemien, over jongeren die vuren stoken, over lage waterstanden en botulisme.

Mooie Tengnagel

Tengnagel na de herinrichting

Met een omweg kwamen we tenslotte op de Tengnagel. Het is spannend wat hier na de herinrichting – met name het graven van de  plasjes – gebeurt en staat te gebeuren. Geen verrassing maar altijd leuk waren de vele witte kwikstaarten die in de regel op de grens van land en water opereren. Gele kwikstaarten waren er niet en ook tapuiten leken weggetrokken te zijn.

Grote Canadezen

Brandganzen, grote Canadezen, krakeenden, kuifeendjes, futen, aalscholvers, meerkoeten en waterhoentjes waren er zoals altijd.

Toen we een oeverlopertje dachten te zien, bleek het toch een strandloper te zijn. We noemden hem eerst een krombekstrandloper maar bij nader inzien was het een juveniele bonte strandloper. Zelf ben ik niet zo’n soortenjager en het kan mij ook niet zo veel schelen. Het was een mooi vogeltje, hoe het ook heette.

Strandloper

Leuk waren een paar puttertjes op het einde van de Tengnagel. Hierna liepen we langs het strand – er waren sportieve zwemmers actief in het ijskoude water! – voorbij de plek waar de ijsvogelnesten waren naar het nieuw ontwikkelde gebied van de Strengen, waar een aantal plasjes zijn gegraven en waar het riet inmiddels behoorlijk hoog staat.

Goede ontwikkeling

Mijn scepsis over deze natuurontwikkeling neemt wel geleidelijk af, nu ik zie hoe de zaak zich ontwikkelt. De troosteloze vlakte wordt geleidelijk toch een mooi natuurgebied. Alleen het rare vogelkijkscherm staat er wat verloren bij. Daar is echt minder te zien dan op andere plekken. We keken naar plantjes, paddenstoelen en vogels. Af en toe liet de Cetti-zanger zich met zijn korte luidruchtige liedje horen. Eén keer zagen we hem tussen het riet wegvliegen.

Plotseling verscheen er een prachtige roofvogel. Nee, het is geen valk: mooie afgeronde vleugels en een lange staart, een sperwer. We liepen een stukje door en komen dan bij de ‘bak’. Volgens Lex heet dit stukje water vlakbij de molen zo. Ik ken het maar al te goed van mijn krooneenden en ijsvogels.  We hebben geluk. Toen kwam er een ijsvogel laag over het water aanvliegen. Hij ging maar heel even zitten, maar toen stond hij toch op de foto bij mij. Maar alsof dit niet genoeg is, kwam er een paar minuten later een grote  bruine gedrongen reiger over.

Het was een roerdomp. Daar had ik er nog nooit een gezien, maar nu zagen we hem van dichtbij. Hij maakte nog één rondje bij ons in de buurt en dan verdween hij richting Boterhuispolder. We maakten onze wandeling over de Strengen af en zagen nog een mooie gehakkelde Aurelia. Het pad langs het broekbos aan de Zijl blijft een van de mooiste stukjes van dit piepkleine natuurgebiedje. Ter hoogte van het nestkastje zeiden we tegen elkaar: daar zat de grauwe vliegenvanger een paar zomers lang. Misschien de komende zomer weer.

Vergelijk dit verslag (en de foto's) met het verslag uit april van dit jaar: https://blog2.rdeman.nl/naar-de-strengen-een-vogelmiddag/ 
Het gebied heeft zich echt positief ontwikkeld.

Ook Arthur Staal heeft op zijn website aandacht aan deze excursie geschonken, zie https://www.arthurstaal.com/index.php/strengenhoorn/25-strandlopertje-maar-welke.

_________

Fietsen langs de Oostzee

De reis en de fiets

Toch maar een weekje fietsen in Polen dit jaar, nu niet in juni maar in september. Om gezeur met fietsvervoer te vermijden had ik een fiets gehuurd in Międzyzdroje aan de Oostzee niet ver van Duitsland. Voor de treinreis op 15 september vond ik maar een nieuw woord uit: dagmerrie. Niet alleen uitgevallen treinen, gemiste overstappen, in één minuut naar een ander perron rennen, maar ook Duitse conducteurs die je in de restauratiewagen toeblaften dat je tussen twee slokken bier “die medizinische Mund-Nase-Bedeckung” weer moest aanbrengen. Het verontrustende was dat niemand lachte (behalve ik) als zo’n idioot zo tekeer ging.

Ik haalde op het nippertje mijn bestemming in Polen, waar het er allemaal veel relaxter aan toeging. De volgende dag stond mijn ‘rower trekkingowy’ voor me klaar, die ik per Facebook had gereserveerd voor €4,40 per dag. Een stevige fiets met brede banden, niet erg soepel schakelend, maar goed voor de niet altijd even goed verharde fietspaden.

Fietsen langs de haffenkust

De route was steeds Oost of Noordoost. Pas de laatste dag zou ik weer wat naar het Zuiden reizen. Helaas was na iets meer dan een dag fietsen de wind naar het Noordoosten gedraaid, waardoor ik vooral met tegenwind heb gefietst, wel goed voor mijn conditie.

Het begin was meteen schitterend door het Woliński Park Narodowy, een nationaal park op een eiland omringd door zee en binnenmeren, bekend om de grote concentratie zeearenden en de bizons die er gefokt worden. De zeearenden zag ik en ook een groep rode wouwen.

Na dit nationale park gaat het lange tijd langs de Oostzeekust. Het fietspad loopt kilometers lang een paar honderd meter van de zee door uitgestrekte bossen, die vooral uit grote dennen bestaan. Hier en daar is een overgang naar het niet al te brede strand dat meteen achter het bos begint. De ritten door het bos worden regelmatig afgewisseld door het bezoek aan talloze badplaatsen. Die bestaan uit eindeloze restaurants voor gebakken vis en pizza afgewisseld door pensions, appartementen en huisjesterreinen, niet bijzonder aantrekkelijk, wel handig als je wat wilt eten of drinken.

Op de landtong bij het Kopań-meer

Na iets meer dan twee dagen fietsen kwamen de leukste trajecten over de landtongen tussen de zee en de grote binnenmeren van deze ‘haffenkust’, zoals het Jamno-meer bij Mielno en het Kopań-meer voorbij Darłowo. Schitterend zoals je daar over een smalle strook land fietst met links uitzicht over de Oostzee en rechts uitzicht op het meer.  Bij niet alle meren is die landtong goed befietsbaar. In dat geval reed ik om het meer heen. Op het moment dat ik een paar kilometer van de kust het binnenland in fietste, kwam ik een heel andere wereld tegen, een wereld die ik kende van mijn andere Poolse avonturen, een wereld waar vrijwel niets is, alleen kleine winkeltjes, bijna geen restaurants, wel hier en daar een Agroturystyka, een boerderij die kamers verhuurt of hele huisjes voor minder €20 per nacht. De tweede en derde nacht sliep ik bij zo’n boerderij.

Erg veel contact met de Polen had ik niet deze vakantie. Het beperkte zich tot een praatje wanneer ik bij een hotel of een Agroturystyka aankwam (waar ik geen maaltijden heb gebruikt) en tot bestellen en afrekenen in restaurants en winkels. Dat ik Pools praatte, vonden de mensen nogal bijzonder.

Slowiński Park Narodowy

Aan het eind van de vierde dag kwam ik bij het prachtige Slowiński Park Narodowy aan, een van de mooiste natuurgebieden van Polen, bekend van zijn wandelende duinen, maar er is veel meer moois, zoals uitgebreide moerassen en meren met alle bijzondere vogels en planten die erbij horen. Het park is genoemd naar een volk dat hier vroeger woonde. Ik overnachtte in Kluki, dat eigenlijk één groot openluchtmuseum is van vakwerkhuizen van dat Slowiński-volk, in een klein huisje naast een boerderij.

Door modder en over oude spoorwegen

Het was goed dat ik niet verder was gefietst die avond, want wat ik de volgende ochtend tegenkwam, had met fietspaden niets te maken. De  ‘weg’ naar Skórzyno loopt door een moerasgebied. Ik las op een bordje dat ze het gebied natter aan het maken waren voor de bevers. Dat was te merken. Het pad bestond uit modderige graspollen en plassen.

Hier en daar waren houten vlonders neergelegd, maar die sloten nergens aan het begin en het eind op de modderige grond aan. Mijn gemiddelde snelheid daalde ver onder de 8 km/u. De rest van de dag was minder moeilijk. Ik fietste ten Zuiden van het Łebsko-meer naar Łeba en verder. In 2003 waren we er met het gezin geweest om naar de wonderlijke duinen te kijken. Na Łeba fietste ik ten Zuiden van het volgende meer  (Sarbsko) en vandaar weer naar de kust. Voordat ik bij mijn eindbestemming Białogóra aankwam, ging de tocht door een prachtig bos. De lage avondzon scheen door de dennenbomen. Overal kwamen de paddenstoelen uit de grond. Het was herfst geworden.

Fietsen als een trein

De laatste fietsdag ging alleen het eerste stukje nog door het bos. Daarna beheersten uitgestrekte stukken bouwland het beeld. Een mooie verrassing was het prachtige fietspad over de oude spoorlijn Krokowo-Swarzewo. Aan het eind hiervan kwam ik bij de baai van Gdańsk uit. Aan de horizon was de grote landtong naar Hel tegenover Gdynia te zien. Vanaf hier ging de route niet meer naar het Oosten, maar naar het Zuiden, eerst naar Puck en dan naar Gdynia. Puck is een aardig provinciestadje met marktplein (Rynek) zoals veel Poolse plaatsen.

Einde van de fietstocht

Vanaf hier fietste ik naar Gdynia. Het was even schrikken toen ik de flatgebouwen, havens, spooremplacementen en fabrieken naderde. Door een navigatiefout kwam ik nog bij een opslagplaats voor containers terecht. Toen een soort heftruck met zo’n container in mijn richting begon te rijden, maakte ik rechtsomkeert en vond een goede route naar het station van Gdynia, waar ik op de trein naar Gdańsk stapte.

Na een bezoek aan Gdańsk nam ik de trein terug, niet naar Leiden, maar naar het beginpunt van de fietstocht, Międzyzdroje, om mijn fiets in te leveren. Toen de jonge vrouw van de fietsenwinkel mij aan zag komen, moest ze hard lachen en zei in het Engels: “You made it, you are back, you are still alive!”, alsof ze het niet kon geloven.

Pas de volgende dag reisde ik terug naar Leiden, zonder fiets. Alweer grote vertragingen en andere ergernissen, maar om 23:15 was ik thuis.

Meer over fietsen in Polen op de volgende pagina.
Fotoalbum op deze pagina (wachtwoord vereist)

____

 

 

Sam en Moos en Corona

1965

Sam loopt door Amsterdam. Op een bepaald moment komt hij bij het Centraal Station, waar al die tramhaltes zijn. Dan zie hij plotseling Moos gebukt lopen, vlakbij de halte van de tram naar het Leidse Plein. “Dag Moos”, zegt hij, “Wat ben jij hier aan het doen?”. “Ik zoek mijn horloge, het was een hele dure. Ik heb hem nog van mijn vader gekregen. Zonde dat ik hem kwijt ben”, zegt Moos. Sam: “waar ben je hem dan verloren?”. “Niet hier”, antwoordt Moos meteen, “ik ben hem midden in de Jordaan kwijtgeraakt, niet eens zo ver van mijn huis.” Sam begrijpt er niets van en vraagt: “waarom zoek je daar dan niet?”. Moos antwoordt meteen: “Hier is veel beter licht. Bij mij in de buurt is de verlichting veel te slecht. Daar kan je geen hand voor ogen zien!”.

2024

Sam heeft het geschopt tot premier van Nederland. Hij leidt een vreemde coalitie van VVD, Christenunie en een paar linkse partijen. Moos is Minister van Corona en verantwoordelijk voor het beheersen van de zesde Coronagolf. De ziekenhuizen puilen uit van de patiënten en er worden nieuwe maatregelen verwacht. Sam roept Moos bij zich: “Wat heb je voor nieuwe maatregelen gevonden?”. “Tja”, zegt Moos zonder enig enthousiasme, “we gaan een betere kwaliteit mondkapjes voorschrijven, het maximaal aantal deelnemers bij concerten tot 20 verminderen, alle winkels tot een klein maximum aantal klanten per uur verplichten en de minimale veilige afstand wordt 3 meter 25”. “Zo, zo, en je denkt dat dat echt werkt?”.  “Nee, natuurlijk niet. Onder ons gezegd, het maakt geen fuck uit. Maar het klinkt wel goed”. Sam is niet echt tevreden met dit antwoord: “Kan je niet beter zorgen dat mensen, die zich vrijwillig niet inenten, een hogere verzekeringspremie moeten betalen, bijvoorbeeld?”. Moos: “Natuurlijk. Dat zou het probleem binnen een maand oplossen, maar binnen de Nederlandse verhoudingen is dat een duistere oplossing, die niemand wil zien en dus ook niemand ziet. En je moet alleen maar zoeken naar wat je kunt zien, weet ik uit jarenlange ervaring.”