De morgenster – de Openbaring van Knausgård

Van Fossum naar Knausgård

Lezen in de regen
de 55 Noorse boeken die ik vóór Knausgård las

Tijdens regenachtige vakanties in het Noorden van Noorwegen verslond ik jaren geleden al de ene na de andere detective van onder meer Karin Fossum en Jo Nesbø. Ik vond het leuk om Noors te lezen, een taal met een simpele grammatica en woorden die je bijna altijd wel kent uit het Nederlands, Engels of Duits. Ik wist toen nog niet dan mijn zoon jaren later in Noorwegen zou gaan wonen. Nog leuker dan de detectives vond ik de boeken van Lars Saabye Christensen. Die stugge Skandinaviërs bleken wel degelijk een gevoel voor humor te hebben, ontdekte ik.

Min Kamp
zes dikke delen …

De grootste ontdekking daarna was het boek met de provocerende titel ‘Min Kamp’ van Karl-Ove Knausgård. Dat wil zeggen de serie van zes dikke boeken met die naam, waarvan het dunste deel 500 pagina’s telde en het dikste, het laatste, deel meer dan 1000. Het boek bevat een uiterst gedetailleerde weergave van zijn eigen leven. Het eerste deel bijvoorbeeld beschrijft alleen maar hoe hij de begrafenis van zijn vader voorbereidt, maar aan de begrafenis komt hij in dit deel niet toe. Toch worden de boeken nergens saai. Hij heeft zijn ervaringen met familie en vrienden zo gedetailleerd beschreven dat hij er wel een aantal rechtszaken aan over heeft gehouden. Zijn ervaringen als hulpleraar ergens in het Noorden van Noorwegen zijn uiterst vermakelijk. Als hij later in zijn leven naar Zweden verhuist, schetst hij een vernietigend beeld van het oppervlakkige en onoprechte gedrag van de mensen in allerlei omstandigheden . Als lezer erger je je aan (en lach je je dood om) de domheid van die sociaal en politiek hyper-correcte gesprekken. Maar het is onmogelijk om die rond vierduizend pagina’s samen te vatten.

Morgenstjernen

Een nieuwe Knausgård!

Voor mijn 72e verjaardag kreeg ik van mijn zoon, die inmiddels veel beter Noors spreekt dan ik ooit zal kunnen, het toen nieuwste boek van Knausgård, die nog na ‘Min Kamp’ had beloofd nooit meer een boek te schrijven. Hij deed het gelukkig wel en het boek ‘Morgenstjernen’ (De morgenster) is zeker niet minder boeiend dan ‘Min Kamp’. Het bestaat weer uit een groot aantal verhalen in de ik-persoon, maar nu vanuit het gezichtspunt van een groot aantal mensen in de stad Bergen. Tussen aantal mensen bestaan onderlinge relaties: getrouwde stellen, exen, vrienden of via een derde persoon. Alle verhalen zijn weer even boeiend, humoristisch of beklemmend als de verhalen in ‘Min Kamp’. Met microscopische precisie ontleedt Knausgård gedachten, emoties, handelingen, leugens, misverstanden en blunders. Als later een historicus zou willen weten hoe wij rond het jaar 2020 leefden, hoeft hij alleen maar deze verhalen te lezen. Dan zal hij niet alleen zien hoe wij voortdurend via tekstberichten op onze telefoon communiceren, maar ook hoe afwasmachines werken, hoe wij koffie zetten, hoe we per app een taxi bestellen, hoe gescheiden mensen met elkaar en hun kinderen omgaan, en hoe het er in de horeca aan toe gaat. Alleen al deze verzameling verhalen in de ik-persoon maakt het een ijzersterk boek, maar er is meer.

De dood die wegvlucht

Het verbindende element tussen alle verhalen is het verschijnen van een nieuwe ster, een heel heldere ster. Het boek beschrijft allerlei vreemde gebeurtenissen in de eerste twee dagen nadat deze ster verschenen is vanuit het gezichtspunt van verschillende mensen. Niet alleen is het ongewoon heet in de stad Bergen, ook maken de mensen de meest vreemde dingen mee: gestorven mensen lopen weer rond, een hersendode man ontwaakt, bij een uiterst ernstig busongeluk met veel zeer zwaar gewonden komt niemand om het leven. Deze gebeurtenissen lijken te refereren aan de Bijbeltekst die voorin het boek is afgedrukt: “En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken maar die niet vinden. En zij zullen ernaar verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.” (Openbaring 9: 6). De verschrikkingen in de Openbaring van Johannes zijn zo afgrijselijk dat zelfs de dood wegvlucht. Er is geen enkele uitweg meer uit het lijden meer.

Hallucinaties?

Wat precies de achtergrond is van die visioenen van Johannes, weten we niet, maar het ligt voor de hand om aan een reeks hallucinaties te denken. Ook de absurde belevenissen van de personen in dit boek hebben veel weg van hallucinaties. Er komen nogal wat ontmoetingen met vreemde dieren met mensenkoppen of mensen met dierenkoppen voor. Ook zijn er plagen van vogels, vissen, schaaldieren en insecten die in de Openbaring niet zouden misstaan, evenals de vuren die op veel plaatsen onverklaarbaar branden en de angstaanjagende geluiden van kraaien en andere vogels. Af en toe waan je je in een schilderij van Jeroen Bosch. Maar gebeurt het werkelijk of zijn het hallucinaties? De mensen in het boek twijfelen er zelf ook aan. Soms denken ze: “ik was gewoon overspannen”, “het is mijn lage bloeddruk” of “ik heb het gedroomd”.

Het onverklaarbare verklaren

Twee hoofdpersonen in dit boek, Arne en Egil vertegenwoordigen tegenpolen hier. Arne probeert het te begrijpen: de morgenster is een wetenschappelijk verklaarbare super nova; Egil duikt in Bijbelteksten, Oudgriekse literatuur, Egyptische opvattingen over de dood en zelfs prehistorische voorwerpen.  Arne probeert rationele verklaringen te vinden voor alles wat er gebeurt, maar lijkt toch te moeten accepteren dat er onverklaarbare dingen aan de hand zijn. Zijn psychotische vrouw Tove blijkt een schilderij van de nieuwe ster gemaakt te hebben een aantal dagen voordat die verscheen. Of heeft hij te veel in dat schilderij willen zien?

Een interessante persoon in het boek is Helge, die niets ziet in natuurwetenschappelijke verklaringen omdat hij niet in natuurwetten gelooft: “De zwaartekracht. … Die is nooit gegeven geweest. Het is een manier geweest waarop de materie zich begon te gedragen. Toen werd het een gewoonte en na miljarden jaren is die gewoonte zo moeilijk om te keren dat we denken dat het een eeuwige wet is.”

Teken van God of de Duivel

Maar wat is nu die morgenster? Egil, een vriend van Arne, laat allerlei mogelijke interpretaties vanuit onder meer de Bijbel zien. Die morgenster is dubbelzinnig. In het oude testament bij Jesaja (Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! / U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! / En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten / ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste./ Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil! Jesaja 14: 12-15) is het een teken van de duivel, maar in het nieuwe testament komen we die ster weer tegen als een teken van God: “Ik, Jezus, … …. ben … de blinkende Morgenster” (Openbaring 22: 16).

In het hele boek komen wij er niet achter wat die morgenster precies is. Alle verklaringen blijven mogelijk. Wij weten niet wat echt gebeurd is, wat fantasieën zijn en wat hallucinaties. Hij hangt echter als een dreiging boven alle verhalen. Wij zijn dus geneigd hem eerder als een teken van de duivel dan van God te zien. Omdat het zo ongewoon warm is die dagen, kan je denken aan de ondergang van de wereld door een klimaatramp, maar dat dat staat nergens. Het boek zou even goed kunnen gaan over de ondergang van de mens, die steeds meer geneigd lijkt rationele verklaringen in te ruilen voor bijgeloof.

Een gruwelijke moordzaak

Er is behalve die vreemde ster toch nog een tweede verbindend element tussen verschillende personen en verschillende verhalen, een belangrijke moordzaak. Drie leden van een extreemrechtse hard-metal band, “Satanisten”, worden op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Nummer 4, de drummer Jesper is zoek. Hier komen verschillende hoofdpersonen van het boek samen, die elk hun eigen relaties met deze jongeren hebben gehad in het verleden. Het lijkt wel of het boek zich in de richting van een detective ontwikkelt. Jesper komen we, duidelijk op de vlucht, tegen in drie verhalen. Egil, die in het verleden eens een film heeft gemaakt over deze ‘Satanisten’, probeert met Jesper contact op te nemen, wat niet lukt. De ervaren misdaadjournalist Jostein, die bij de plaatselijk krant na een schandaal veroordeeld is tot het vullen van een kunstrubriek, ziet zijn kans schoon om de ‘zaak van de eeuw’ te verslaan.

Geen oplossing, wel een visioen

Josteins plannen worden ruw doorkruist door de zelfmoord van zijn zoon en als hij op weg is naar zijn vrouw raakt hij ook nog in coma. In coma krijgt hij visioenen (waarin hij ook zijn zoon ontmoet), die zo uit de Openbaring van Johannes lijken te komen en wellicht ook op concrete passages daaruit gebaseerd zijn. Als hij twee weken later daaruit ontwaakt, wil hij meteen door met zijn ‘zaak van de eeuw’, maar, zeggen de mensen tegen hem: “Er is deze twee weken zoveel gebeurd dat er bijna niemand meer is die zich om deze zaak druk maakt.” Aan het eind van het boek weten we vrijwel niets over de moordzaak. En wat er die twee weken is gebeurd, weten we ook niet.

Toch een echte Knausgård

De filosofische basis van het boek wordt het meest uitgebreid beschreven in het essay van Egil, het slothoofdstuk van het boek. Toch houdt Knausgård nog een gezonde afstand tot die ideeën. Als Arne in één van de laatste hoofdstukken op zoek is naar Egil en zijn zoon, maar alleen een leeg huis aantreft, vindt hij daar het manuscript van Egils essay. Hij leest een paar regels en denkt dan: “Hier zat dan het rijkeluiszoontje in zijn eentje in zijn hut en dacht dat hij een filosoof was!”. Toen ik dit las, was ik opgelucht. Het boek had kunnen ontaarden in een moralistisch betoog over de ondergang van de wereld of in een platvloerse detective. Geen van beide is gebeurd. Het bleef een echte Knausgård.

En nu?

Op mijn bureau ligt, als laatste verjaarscadeau van mijn zoon, het volgende boek van Knausgård: Ulvene fra Evighetens Skog (de wolven uit het bos der eeuwigheid). Ik ben benieuwd.

Literatuurverwijzingen

het besproken boek:
Karl Ove Knausgård, Morgenstjernen, Forlaget Oktober, 2021

Bovendien:

Karl Ove Knausgård, Min Kamp, Bøker 1-6, Forlaget Oktober, 2010-2011

Lars Saabye Christensen, Beatles, Capellens Forlag 1984
Lars Saabye Christensen, Halvbroren , Capellens Forlag 2001
Lars Saabye Christensen, Bisettelsen, Capellens Forlag 2008
Lars Saabye Christensen, Sluk, Capellen Damm, 2012

De Nederlandse Bijbelteksten

De herziene statenvertaling op https://herzienestatenvertaling.nl/ en de Nieuwe Bijbelvertaling op https://debijbel.nl/

_____

 

 

Paddenstoelen in oktober

Ik laad mijn fietstassen vol met dure en zware foto-apparatuur. Twee digitale spiegelreflexen, een standaardzoom, een teleobjectief, een macrolens en een zwaar statief. Mijn telefoon doet dienst als infrarood-afstandsbediening. Ik fiets langs de gebouwen van Dekker in de richting van Warmond. Ik fiets de dorpsstraat van Warmond door tot het bruggetje bij de kleine zijingang van Huys te Warmont.

Daar komt net Benjamin Teensma aanfietsen, een krasse 90-jarige oud-hoogleraar Portugees en auteur van interessante boeken onder meer over de geschiedenis van Nederland en Portugal in Brazilië. Ik kom Benjamin vaak tegen op Koudenhoorn als hij daar zijn wandelingetje maakt. Nu is hij op zoek naar de groene knolamaniet, die zich hier ergens zou bevinden. Het is één van de giftigste paddenstoelen ter wereld, ‘death angel’ in het Engels. Ik spreek mijn waardering voor het wandelend publiek hier uit: niemand lijkt hier de paddenstoelen te vernielen. Dan citeert Benjamin een gedichtje dat zijn vader nog persoonlijk van de oude Thijsse heeft geleerd. Het gaat erover dat iedereen van de natuur mag genieten, maar dat niemand die bezit. Ik citeer dan ook maar  “Laat niet als dank voor ‘t aangenaam verpoozen, den eigenaar van ‘t bosch de schillen en de doozen.”.  Dan loop ik linksaf door het bos terwijl hij zijn reis naar de doodsengel voortzet. Zijn tekst ben ik alweer vergeten. Ik moet er nog eens naar vragen.

Ik ga paddenstoelen fotograferen. Het voordeel van paddenstoelen is dat zij niet wegvliegen. Je kan een foto stap voor stap voorbereiden. Er is geen haast. De enige onrust zit in mezelf, waardoor ik toch vaak slordige foto’s maak, waar niet alles op staat wat er op moet staan en, erger nog, er heel veel op staat wat ik er niet op wil hebben. Ik wil vandaag eens rustig de tijd nemen.

Niet ver van de vijver bij het ‘Huys’ ligt een mooie boomstam helemaal vol gegroeid met verse, glimmende porseleinzwammen. Ik zet mijn statief op, niet te hoog zodat ze er mooi op komen te staan. Op de achtergrond staan de nog erg groene bomen van het park. Ik maak met een standaardzoom  een aantal plaatjes met meerdere groepjes porseleinzwammen erop, maar dan probeer ik er met een telelens wat details uit te halen. Ik ben niet ontevreden, maar ook niet echt tevreden. Ik worstel met te veel contrast in nietszeggende achtergronden. De zorgen van een fotograaf.

Het loopt alweer tegen half vier wanneer ik een heel klein paddenstoeltje onder de donkere bomen zie staan. Er staan er nog twee vlak naast. Het is echt erg donker. Hier moet iets van te maken zijn, denk ik, maar het kan alleen maar met de camera bijna op de grond en een belichtingstijd van meerdere secondes. Ik haal de stang met de statiefkop uit mijn statief en stop hem er ondersteboven van onderen weer in. Ik heb dat nog nooit gedaan, dus het is wel een gepruts.

camera onder het statief met gedraaide statiefring aan de lens

De camera hangt nu ondersteboven aan het statief en dat is onhandig voor de bediening, maar dat probleem is snel opgelost. Ik gebruik mijn 180 mm Sigma macrolens, waaraan een draaibare statiefaansluiting zit. Ik kan de camera dus weer terugdraaien. Mijn camera hangt nu zo laag op de grond dat ik alleen door plat op de grond te liggen door de zoeker kan kijken. Gebruik van ‘live view’ op het schermpje van de camera is uitgesloten. Daarvoor is het veel te donker. Ik werk met een handmatige scherpstelling en dan gebruik ik mijn telefoon als afstandsbediening, maar die was ik kwijt. Ik vond de telefoon terug onder een dikke laag bladeren en na twintig minuten voorbereiden kan ik de foto nemen. Belichtingstijd 5 seconden.

het resultaat

Ik lig vlakbij een wat breder wandelpad. Regelmatig werpen wandelaars een wat ongeruste blik op me. Gaat het wel goed met die bejaarde? Af en toe vraagt er iemand: “Ziet u daar iets bijzonders?”. Ik antwoord in dat soort gevallen altijd: “Geen bijzondere soort, maar misschien een bijzondere foto.”. Ik denk niet dat ze het altijd begrijpen. Dan stapt er een wat oudere dame tussen de bomen door naar mij toe. Zelfde vraag, zelfde antwoord. Ik zeg ook nog: “ik heb deze vreemde opstelling nodig omdat hier zo weinig licht is en ik toch een goede foto wil maken.” Dan zegt ze: “Ik wil u graag even bijlichten met mijn telefoon.” Dat lijkt me geen goed idee en ik zeg iets ondiplomatieks als “alstublieft niet”, waarop zij volkomen terecht reageert met: “Sorry hoor, het was alleen maar een aanbod om u te helpen.”

Met een broek vol bruine vlekken van de half vergane humuslaag onder de bomen richt ik mij met enige moeite weer op en loop verder in de richting van de parkeerplaats.

Daar liggen een paar dode bomen die al jaren een eldorado voor paddenstoeljagers zijn. Vorig jaar zat het vol met bundelzwammen, nu zijn het vooral naast de porseleinzwammen de grote bloedsteelmycena’s, prachtige lichtpaarse parasolletjes, en zwavelkoppen. Met onmogelijke opstellingen van mijn statief tussen de dode boomstammen maak ik een heel aantal foto’s. Ik ben best tevreden.

Dan loop ik maar door. Ik word weer aangesproken door een vriendelijke vrouw: “mist u geen lensdop?” Er staat Nikon op. Ja, die mis ik, zie ik. “Hij ligt nog bij het bankje bij een veld niet ver van ‘Huys te Warmont’, we hebben hem daar maar laten liggen.” Ik ben blij dat er zulke behulpzame mensen rondlopen. Die ik heb ik wel vaak nodig helaas. Ik loop terug naar mijn eerste boomstam met porseleinzwammen én een mooie lensdop. Ik fiets naar huis, best tevreden over natuur en medemens.

Een eerder verslag over het zelfde onderwerp: Paddenstoelen in het Bentwoud.

Meer over het fotograferen van paddenstoelen: Paddenstoelen fotograferen

Noot

Ook hierna kwam ik Benjamin Teensma regelmatig tegen. Hij citeerde nog eens het rijmpje dat in deze blog genoemd wordt en ik schreef het maar snel op. Meer informatie daarover in deze blog.

____

 

Liegen voor de gezelligheid – bij mijn laatste publicatie

Liegen voor de gezelligheid

Hoe oud mijn zoon was, weet ik niet meer. Maar op een zeker moment in zijn opvoeding moesten wij hem uitleggen dat het uiten van de ongefilterde waarheid niet altijd wenselijk is. Soms zeg je bepaalde dingen gewoon niet en soms maak je ze een beetje mooier dan ze eigenlijk zijn. Soms geef je mensen een blijk van waardering voor dingen die je zelf nooit zo gedaan zou hebben. Hans moest hier even over nadenken, maar toen snapte hij het heel goed. Hij vatte onze adviezen samen als “Soms moet je liegen voor de gezelligheid”. Nu is liegen misschien niet wat je meteen zou aanbevelen, maar de waarheid voorzichtig doseren en vervelende zaken niet te veel benoemen, dat zijn principes die een stuk minder ellende veroorzaken dan alles recht voor zijn raap uitspreken. Dat snapte hij erg goed.

Gezelligheid in de politiek

De politiek kan niet zonder het principe van de gezellige leugen. Anders zou het een zootje worden. Veel feiten verdwijnen onder de tafel of zijn onzichtbaar tussen de regels van beleidsteksten. Grove leugens zijn natuurlijk niet aan te bevelen, maar redeneringen op basis van selectief of verouderd feitenmateriaal en sterk vereenvoudigde theorieën en argumentaties, daar kom je in de politiek natuurlijk niet omheen.

Hans Rosling liet in zijn lezingen en in zijn boek ‘Factfulness’ zien hoe volksstammen politici en beleidsmakers (vaak niet eens bewust) systematisch van volkomen verkeerde, vaak totaal verouderde feiten uitgaan. Vooroordelen worden niet zelden als feiten gepresenteerd. Dan wordt het soms toch nodig om tegen de gezelligheid in te gaan en vraagtekens bij feiten en redeneringen te gaan zetten.

Toolbox voor leugenconstructie

Politici en hun adviseurs willen graag aantrekkelijke perspectieven ontwikkelen. Een van de mooie mogelijkheden hiertoe biedt het verkeerd gebruik van simpele fysica, die toch niet zo simpel is als mensen denken. De thermodynamica, de leer van warmte, energie  en arbeid, is, mits fout toegepast, een perfecte ‘toolbox’ voor het construeren van aantrekkelijke leugens. De wet van behoud van energie zegt dat energie in een gesloten systeem niet verloren kan gaan. Niet veel anders is de wet van behoud van materie: in een gesloten systeem gaat geen materie verloren. Oppervlakkig gezien gaat er dus niets verloren, maar wie dat denkt, vergeet de tweede hoofdwet van de thermodynamica, die op allerlei manieren geformuleerd kan worden.

De eenvoudigste formulering van de tweede hoofdwet is dat warmte spontaan altijd van warm naar koud en nooit omgekeerd stroomt. Als ik twee gelijke vaten met verschillende temperaturen met elkaar verbind, dan ontstaat er een gecombineerd vat met de gemiddelde temperatuur. Een andere consequentie van die zelfde wet: als ik een fles rode wijn en een fles witte wijn bij elkaar gooi, dan houd ik een roze wijn over. Spontaan zal het vat van de gemiddelde temperatuur nooit in de uitgangstoestand terugkomen, spontaan zal de wijn zich niet meer scheiden en rood en wit. De thermodynamica heeft het over de entropie die in een gesloten systeem wel kan toenemen, maar nooit kan afnemen. Wil je de entropie weer laten afnemen, dan moet er aan het systeem energie worden toegevoegd. Hoe meer verschillende stoffen gemengd zijn, hoe meer energie heb ik nodig om de stoffen weer zuiver  te krijgen.

Recycling uit afval is een energie-intensieve  business, waarbij de thermodynamisch berekende energie altijd een theoretische ondergrens is. In de praktijk kan recycling nog veel meer energie kosten en het is maar de vraag of er voldoende duurzaam opgewekte energie beschikbaar is.

Circulaire kletskoek

Wie echter een aantrekkelijk verhaal voor politici wil presenteren, vergeet even dit moeilijke verhaal en doet, volkomen ten onrechte, alsof afvalstromen gemakkelijke grondstoffen zijn. Een ingewikkeld mengsel van organische stoffen en allerlei soorten metalen: gewoon even recyclen dan hebben we al die stoffen weer. Je hoeft niet meer dan middelbare-schoolkennis van scheikunde en natuurkunde te hebben om in te zien dat dit onzin is. Maar het is zo’n aantrekkelijk verhaal! Grondleggers van de ‘circulaire economie’ kletsen de politiek omver met kreten als ‘waste is food’ en de politiek slikt het. De leugen is te gezellig om door te prikken, maar ooit zullen we er achter komen dat het een leugen is.

Toen ik in de jaren 1980 samen met een gepensioneerd medewerker van het Centraal Bureau voor de Statistiek een eenvoudig verhaaltje hierover wilde schrijven in een economisch tijdschrift werd dit geweigerd. Het ging te zeer in tegen de ideeën van toentertijd belangrijke economieprofessoren. Toen we het dan maar in het Chemisch Weekblad plaatsten, zeiden de mensen: “maar dit is toch niets nieuws, dit weet iedere tweedejaars student scheikunde al!”

Nog eens doorprikken na 50 jaar

Toen mij iets meer dan een jaar geleden gevraagd werd iets over de ‘onmogelijkheid van de circulaire economie’ in een boek te schrijven, was ik niet meteen enthousiast. Waarom weer gewichtig doen met kennis onder het niveau van een bachelor-chemiestudie? Ik had nog een wat langer verhaal liggen, dat ik niet gepubliceerd had omdat het thema me begon te vervelen.  Ik stuurde dit maar naar de verantwoordelijke redacteur, die enthousiast reageerde: “Dit is precies wat we nodig hebben!” Ik heb me laten ompraten en na een paar dagen werk stuurde ik een verkorte versie van mijn zes jaar oude verhaal in. Het duurde nog anderhalf jaar voordat het als eerste hoofdstuk in dit nieuwe boek gepubliceerd werd . Ik geloof dat het een goed verhaal is, maar het zou overbodig moeten zijn.  Het artikel begint met citaten uit de jaren 1970. De belangrijkste referentie is het boek van Georgescu-Roegen uit 1971, The Entropy Law and the Economic Process. Met dat boek was alles eigenlijk al gezegd. Hieraan is niets toe te voegen. Het is triest dat ik meer dan vijftig jaar later weer een ongezellig hoofdstuk heb moeten schrijven om gezellige fantasieën als circulaire economie naar het rijk der fabelen te verwijzen.

Het is hier te downloaden

Meer over dit onderwerp

Circulair geleuter (2016)

Natuurwetten democratisch afschaffen (2016)

Energie en Entropie (2022)

____

Literatuur

J.H.C. Lisman, R. de Man, Oneigenlijk gebruik van het woord entropie , Chemisch Magazine, September 1981.

R. de Man, The Forbidden Question, ongepubliceerd essay, te downloaden van mijn website, September 2015.

R. de Man, Circularity Dreams – Denying Physical Realities, in: The Impossibilities of the Circular Economy,  Routledge, November 2022, te downloaden van deze site

Hans Rosling, Factfulness: ten reasons we’re wrong about the world – and why things are better than you think, Stockholm 2018.

Mooi weer

 

Aan het begin van de zomer realiseerde ik me nog eens op wat voor fantastische plek wij wonen. Je hoeft alleen maar een paar honderd meter te lopen of te fietsen en je bent midden in prachtige natuurgebiedjes, zoals de Strengen en de aangrenzende Tengnagel. Niet eens zo lang geleden zijn daar interessante ondiepe plasjes aangelegd.

Tengnagel in de winter

De plasjes  trokken al snel interessante vogels zoals de kleine plevier en de bonte strandloper. Het duurde niet lang voordat er prachtige libellen hun eieren dropten. Naast de oeverlibellen waren dat in het voorjaar vooral vroege glazenmakers.

Toen wij de tweede helft van juli in Frankrijk vakantie hielden, werd klimaatverandering al lang niets abstracts meer. Elke dag scheen de zon van ‘s morgens vroeg tot laat in de avond. Op een dag werd het 41 graden in de schaduw en hebben we de dag binnen doorgebracht, met de airconditioning aan.  Gelukkig was het niet altijd zo heet en konden we prachtige wandelingen maken. Bij riviertjes ten Zuiden van de Loire zagen we ijsvogels en de mooiste beekjuffers, maar regenen deed het niet. Van anderen hoorden we verhalen over onweersbuien met hagelstenen van 15 cm, maar dit bleef gelukkig ons bespaard.

Eind juli kwamen we terug en ook in Nederland viel geen spatje regen. Begin augustus deelde de Minister de kamer mee de verdeling van water bij het MTW, managementteam watertekorten te leggen. Daarbij ging het in de eerste plaats om de bescherming van dijken, veengebieden en kwetsbare natuur en in tweede instantie om drinkwatervoorziening en water voor landbouw en industrie. Het was wel duidelijk geworden dat regionaal grote problemen zouden ontstaan in de landbouw, met name in Zeeland.

Op 3 augustus kwam er een verklaring van de Europese Commissie, waarin de vrees voor opbrengstdaling van Europese landbouwoogsten werd uitgesproken: “In tijden van ongekende temperatuurpieken moeten we stoppen met het verspillen van water en deze hulpbron efficiënter gebruiken om ons aan te passen aan het veranderende klimaat”. Natuurmonumenten benadrukte nog eens dat we in Nederland meer aandacht hebben besteed aan het afvoeren van water dan het vasthouden ervan, met rampzalige gevolgen voor het milieu: “Er valt in een jaar meer regen dan vroeger, maar dit water voeren we bliksemsnel af naar zee. Als we dit water beter vasthouden hebben we in de toekomst geen last meer van tekorten.”

Toen ik zelf na terugkomst uit Frankrijk mijn lievelingsgebiedjes weer eens opzocht, schrok ik wel even. De plasjes op de Strengen en de Tengnagel waren verdwenen. Alleen een bodem met diepe barsten was zichtbaar. Waar de libellen tot voor kort hun eieren afzetten, was niets meer. Een hele generatie libellenlarven was verdroogd, dood. Het kan lang duren voordat zich dit weer herstelt. In de eerste week van september ging ik met Erik libellen bestuderen in een prachtig gebiedje bij Hoek van Holland. Zoals ik al eerder schreef, was dit gebiedje totaal verdroogd. Er was bijna niets meer over van de rijke natuur in de duinvallei. Daar bedroeg het neerslagtekort inmiddels 330 mm, dat is 330 liter per vierkante meter!

Strengen: uitgedroogd

Regen was er nodig en liefst heel veel regen. Op 5 september, twee dagen later dan oorspronkelijk verwacht, kwam hij dan. Ik liep de tuin in zonder jas en ving met open handen de regen op. Het voelde als een wonder, dat water uit de lucht. Daarna heeft het nog twee keer ‘s nachts geregend. Het was een goed begin: stukken van het gras op de dijk bij onze sloot verkleurden van donkerbruin naar licht groen. Maar het was te weinig. Toen na de laatste regenbui de zon weer doorkwam, voelde dit helemaal niet goed.

Toch maar even het weerbericht geraadpleegd. Buienradar schrijft vandaag:

 "In de loop van het weekend staat een mooie weersverbetering op het programma. Voor het zover is, vallen vandaag in het zuiden en zuidoosten stevige buien. Morgen belooft het een fijne najaarsdag te worden."

Misschien moeten we dat tegen de mensen in Afrika, van wie de oogst nu volledig mislukt ook maar zeggen: “Ook bij jullie gaat het voorlopig niet regenen. Het blijft mooi weer!”

 

_____

 

PS 1: Een hardnekkig misverstand

In de weerberichten zal de misvatting dat zon goed weer is en regen slecht wel een tijdje blijven bestaan. Ondanks de rampzalige watertekorten in het hele land zegt buienradar op 13 september:  “(een koufront) zorgt … vannacht en morgen voor veel regen, waarbij in Zuid-Limburg 25 mm kan vallen. Het beste weer vinden we steeds terug in het Noorden van het land.” Daarmee wordt bedoeld dat het daar niet gaat regenen: “geen regen is altijd mooi”.

PS 2: De goede regen

Het hoort natuurlijk bij ons van de natuur (en de landbouw) vervreemde leven dat we zon als goed en regen als slecht beschouwen. Het weerbericht is gemaakt voor barbecueënde middle-class burgers in mooie buitenwijken die voor hun levensmiddelen niet verder denken dan de schappen van de supermarkt. In de werkelijkheid van deze mensen is de regen somber en lelijk. Hoe aangenaam regen kan zijn (nog los van het feit dat we zonder regen helemaal geen voedsel zouden hebben), wordt volledig uit ons bewustzijn verdrongen. In de vroege jaren 1970 werd dit mooi geformuleerd in een Antwerps lied van Wannes v.d. Velde: “Ik kan nog altijd niet begrijpen, hoe in meer dan één chanson de goede regen wordt verweten dat hij treurig en grijs is …”. In de verschillende coupletten van dit lied bezingt Wannes de mooie kanten van de regen. Zie hier de tekst.

PS3: Mooi weer – slecht licht

Door het domme dogma van “zon = mooi weer” wordt ook vaak vergeten dat zon meestal esthetisch minder aantrekkelijk is dan heel veel andere weertypes. Voor een fotograaf is een stralend blauwe lucht één van de lastigste omstandigheden om onder te fotograferen. Wolken, mist en zelfs regen leveren veel betere kansen op een mooie foto. Zo klaagt een fotograaf van mooie landschappen, Ellen Borggreve, in haar News Letter van deze september: “I am now photographing two days per week… rain or shine …. Which unfortunately has been a lot of “shine” these past few months. I have had to resort to photographing in harsh light conditions, but all practice is practice .” Beter in slecht weer fotograferen dan helemaal niet, lijkt haar boodschap. Maar, kan ik haar geruststellen, er komt mooi weer aan: regen, mist, storm en donkere bewolking!

mooi weer!

 

___

Beautiful weather

[translated from Dutch original]

At the beginning of this summer, I realized what a fantastic place we live in. After only walking or cycling a few hundred meters, we are in the middle of small but beautiful nature reserves, such as ‘Strengen’ and the adjacent ‘Tengnagel’. Recently, interesting shallow pools were created there.

Tengnagel in winter

They soon attracted interesting birds such as the lesser plover and the sandpiper. It didn’t take long before beautiful dragonflies dropped their eggs. In Spring these were mainly black-tailed skimmers and green-eyed hawkers.

Climate change was no longer an abstract concept when we went on holiday in France in the second half of July. Every day the sun was shining from early in the morning until late in the evening. One day, the temperature reached 41 degrees in the shade and, with the air conditioning on, we could only stay indoors. Fortunately it wasn’t always that hot. So we could make beautiful walks. At rivers South of the river Loire, we saw kingfishers and the most beautiful damselflies. But there was no drop of rain.

When we returned to the Netherlands by the end of July, the weather remained completely dry. In early August, the Minister informed the Parliament that he had assigned the task of water distribution  to a special administrative body, the MTW, the water shortages management team: in the first place the protection of dikes, peatlands and vulnerable nature, in the second place drinking water supply and water for agriculture and industry. Major regional problems were arising in agriculture, particularly in the Zeeland province.

On 3 August, the European Commission issued a statement expressing fears of declining yields from European agricultural crops: “In times of unprecedented temperature spikes, we must stop wasting water and use this resource more efficiently to adapt to the changing climate.”. The Dutch nature conservation organization Natuurmonumenten emphasized once more that the Netherlands has paid more attention to the drainage of water than to its retention, with disastrous environmental consequences: “Annual rainfall is more than before, but we drain this water into the sea at lightning speed. Only if we retain this water better, will we no longer suffer from shortages in the future.”

Back from France, I visited my favourite nature areas again. I was shocked. The water areas on Strengen and Tengnagel were completely gone. Only a dry soil with deep cracks remained. Where, not long ago, dragonflies laid their eggs, nothing was left. An entire generation of dragonfly larvae was dried up, dead. Recovery will take a long time. In the first week of September, Erik and I went to a beautiful area near Hoek van Holland to study dragonflies. As I have written elsewhere (in Dutch), the area was completely dried up. Almost nothing had remained of the rich dune valley nature. The precipitation deficit was 330 mm, which means 330 litres per square meter!

Strengen: uitgedroogd / dried up

We needed rain, lots of rain. Finally, on September 5, two days later than originally expected, it arrived. I walked into the garden without a coat and caught the rain with open hands. It felt like a miracle, that water from the sky. After that, it rained again during two nights.

It was a good start: patches of grass near our home, dark brown because of the drought, gradually turned to light green. But it was not enough. When, after the last rain shower, the sun came back, it didn’t feel right at all.

Today I consulted the weather App ‘Buienradar’ on my mobile, where I read the following text:

 "A nice improvement in the weather is expected during the weekend. Before that, heavy showers will fall in the South and Southeast today. Tomorrow it promises to be a nice autumn day."

Should not we say that to the people in Africa, whose harvest is now being completely ruined?: “For the time being, it won’t rain in your region either. The weather will remain beautiful!”

 

_____