Welkom Grutto

Dit tekst van dit verslag werd eerder gepubliceerd als officieel verslag van de excursie op 23 maart 2025 van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden. Om privacy-redenen zijn namen uit dit verslag verwijderd.

Om iets voor negenen kom ik bij de molen ‘Het Poeltje’ aan. Ik ben niet de eerste. Er staat nog een aantal collega-vogelaars te wachten op het startsein van onze excursieleider. Het is mooi weer met weinig wind en het zal een mooie zonnige dag worden.

Molen ‘Het Poeltje’

Het in 2007 aangelegde gebied bestaat uit twee plassen. We staan bij de molen aan de eerste plas, in feite de ondergelopen Klaas-Hennepoelpolder. Straks zullen we bij de tweede plas aankomen, het grotendeels ondergelopen Westelijke deel van de Veerpolder. Voor mij is dit een thuiswedstrijd. Als inwoner van de Merenwijk, tien minuten fietsen hiervandaan, komt alles mij bekend voor, zoals de grote hoeveelheden grauwe ganzen, grote Canadezen en verschillende meeuwensoorten, die zoals gewoonlijk voor een gezellige kakofonie zorgen. De excursieleider laat zijn didactische kwaliteiten weer een zien, ontwikkeld bij IVN-cursussen en andere gelegenheden waarbij hij een combinatie van kennis en enthousiasme effectief weet over te dragen. Wij leren van hem handige ezelsbruggetjes voor het herkennen van vogelgeluiden, zoals “de oude piepende kruiwagen die regelmatig stil staat”: de heggenmus. Heel veel bijzondere vogels zien wij niet bij deze plas, die iets te diep is voor grutto’s en andere laagwater-liefhebbers. Na iets meer dan een half uur lopen (en stil staan) komen we bij het bruggetje dat de twee plassen met elkaar verbindt.

De Polders Poelgeest is een naam voor het natuur- en recreatiegebied dat uit twee polders bestaat: in het Zuidwesten de Klaas Hennepoelpolder en meer naar het Noorden het deel van de Veerpolder dat ten Westen van de spoorlijn ligt. De Veerpolder ten Oosten van de spoorweg hoort er niet bij: daar vinden we het complex van Dekker met houthandel, sportfaciliteiten en jachthaven.    Eeuwenlang veranderde er niet zo veel in de twee polders aan de Westzijde van de spoorweg, totdat de bebouwing van Oegstgeest naar het Noorden oprukte en de wijk Poelgeest werd gebouwd. Als compensatie voor het verlies aan natuurwaarden werden twee polders in 2007 grotendeels onder water gezet en tot vogelrijk natuurgebied omgetoverd.



De polders in 1900 en 2023 (bron Topotijdreis.nl)

De verwachtingen uit 2007 zijn goed uitgekomen, met één uitzondering. In een folder van het Zuid-Hollands landschap uit die tijd lezen wij: “Bijzonder is het waterzuiveringsmoeras (helofytenfilter) van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarin wordt het regenwater van de nieuwbouwwijk gefilterd waarna het schoon wordt teruggevoerd naar de wijk”. Een onderdeel van dit systeem was een door een kunstenaar ontwikkeld en in 2006 gebouwd waterrad. Het filter bleek echter niet te werken en het waterrad dreigde daarom gesloopt te worden. Toen na actie van omwonenden het nutteloze waterrad toch gered, opgeknapt en in 2024 opnieuw onthuld werd, verzuchtte de kunstenaar:   “Welk kunstwerk maakt nou twee onthullingen mee?”.

Aan de rand van de Klaas Hennepoel-polder staat sinds 1787 de poldermolen ‘Het Poeltje’, die dienst heeft gedaan totdat die in 1924 door een door dieselkracht aangedreven pomp werd vervangen en nadien langzaam maar zeker aan het vervallen was. In 2006 is die weer helemaal hersteld. Helaas staat hij nu veel te dichtbij te hoge bebouwing van de wijk Poelgeest. 
Vogelaars op het bruggetje

Vanaf daar heb je een mooi uitzicht over de tweede plas. Een paar dagen eerder had ik daar driehonderd grutto’s zien staan. Nu valt het wat tegen, niet veel meer dan zestig. Wel zien we de hier meestal in grote aantallen aanwezige slobeenden en een enkele wintertaling. Wintertalingen hebben, zoals elke vogelaar weet, opvallende gele driehoekjes aan het achteruiteinde van hun lichaam. Als onze excursieleider een schoolklas dit kenmerk wil uitleggen, vertelt hij: “Moet je opletten, als een wintertaling achteruit zwemt, gaan die gele lichtjes branden.” Even later horen we veel groenlingen met het opvallend nasale wèèèè-geluid.

Hier bij deze plas kan je vaak watersnippen zien, maar je moet ze wel ontdekken, want ze zijn met hun schutkleuren in het riet bijna onzichtbaar. Maar als we één snip gezien hebben, volgen er meer. Door de mooie lentezon worden ze prachtig belicht, inclusief de mooie strepen op hun kop. Als we verder lopen zien we nog meer eendensoorten zoals kuifeend en krakeend, maar ook een paar pijlstaarten, die zich door hun staart verraden. Inmiddels is het aantal grutto’s toegenomen. Af en toe komen er een paar vrij hoog uit de lucht aan, waar we hun acrobatische toeren kunnen bewonderen: welkom grutto’s!

Grutto’s in de veerpolder

Niet alleen het aantal grutto’s neemt toe tot meer dan 70, maar ook het aantal vogelaars. Verschillende groepen zijn onderweg in dit piepkleine gebiedje en de eerste blauwborst-meldingen doen de ronde. Soms zijn ze gehoord en heel soms ook gezien. Als we helemaal rond zijn en weer bij het bruggetje, vliegen er tientallen slobeenden op terwijl op de achtergrond de groenlingen niet alleen hun nasale liedje maar ook hun andere riedeltjes laten horen. Een heggenmus laat zich zonder kijker goed bekijken op een tak dichtbij. Een torenvalk hangt biddend in de lucht.

Grutto in de Veerpolder

Na het bruggetje lopen we weer langs de voormalige Klaas Hennepoel-polder totdat we bij de prachtige Scheepstimmerwerf Klaas Hennepoel aankomen. We worden ontvangen door de eigenaar van de werf met een lekkere kop koffie of thee en een stroopwafel. We bewonderen de ambachtelijke bouw van mooie houten schepen uit eikenhout uit de directe omgeving. We maken onze excursieleider nu niet als natuurpedagoog maar als scheepsbouwdeskundige mee. Hij vertelt mooie verhalen over bouwtechnieken en zaken als het transporteren van hout uit Oud Poelgeest met een door paarden getrokken wagen. Ik hoor woorden waarvan ik het bestaan niet vermoedde zoals “slemphouten, kluisboorden, berentanden, brilijzers en kalefaatijzers”.  Buiten de werf wordt nog een zwarte roodstaart gezien. Zelf moet ik snel naar huis en loop alleen terug naar de molen. Onderweg kom ik een concurrerende excursiegroep tegen. De groep staat niet ver van de werf bij een wilgenbosje. Zij wijzen mij waar een blauwborst gehoord én gezien werd. Dat bewaar ik voor de volgende keer.

____

IJskoud in Noorwegen

De nieuwe Knausgård

Ik gebruik mijn blogsite regelmatig om op te scheppen over de duizenden pagina’s Noorse boeken die ik in het Noors gelezen heb en om mijn bewondering voor de schrijver Karl Ove Knausgård te laten blijken. Helaas kan ik dat nu niet doen. Ten eerste is het laatste boek van Knausgård maar 304 pagina’s dik. Ten tweede ben ik verre van enthousiast over dit werkje dat in sommige opzichten wel lijkt op de Morgenstjern-romans, maar toch wel een heel mager aftreksel daarvan.

Natuurlijk zien we ook hier de vreemde combinatie van superrealistische beschrijvingen (met een bijna irritante hoeveelheid details) met verwijzingen naar allerlei surrealistische gebeurtenissen en mystieke ervaringen (vaak niet duidelijk of het slechts hallucinaties zijn) op de achtergrond.

Een ijskoud verhaal

Het is in meerdere opzichten een ijskoud verhaal. De hoofdpersoon Syvert, de vader van de jongere Syvert, die we al uit de vorige romans kennen, heeft pech met zijn auto terwijl het 25 graden vriest. Er volgt een verhaal van omzwervingen (gedeeltelijk over het ijs) via een garage, een hotel, cafés en een eenzame kerk. Hij komt ook zijn oude jeugdvriendin Bodil tegen, bij wie hij tenslotte op bezoek gaat.

Het is niet de eerste keer dat ik een boek lees waarvan ik de hoofdpersoon onsympathiek vind. Maar na twintig pagina’s begon ik al danig de pest aan deze koude egoïst te krijgen. De relatie met zijn vrouw is heel knap beschreven. Je krijgt het er nog kouder van dan van de beschrijvingen van zijn wandelingen door de stad en zijn tocht over het ijs naar de kerk. De enige warmte lijkt nog in zijn liefde voor zijn kinderen te zitten. Syvert heeft van de buitenkant gezien een succesvol leven, goede baan, redelijk huwelijk, gezonde kinderen, maar hij voelt zich absoluut niet thuis in zijn leven.

Asja, alcohol en het dodenrijk

Zijn grote obsessie is zijn geheime relatie met Asja, een Russische vrouw, een relatie die geen enkel toekomstperspectief biedt. Ze hebben besloten er daarom een punt achter te zetten. Zijn beschrijvingen van deze zwaar neurotisch aandoende relatie – het boek is in de ik-persoon geschreven – zijn overdreven geïdealiseerd. Het lijken wel fantasieën van een achttienjarige, dacht ik toen ik het las. Terwijl wij over de bijna goddelijke kwaliteiten van Asja lezen, maken we steeds meer kennis met Syvert, een totaal onmogelijke, egoïstische kettingrokende zuiplap, die als het maar even kan een slok sterke drank neemt, ook als hij achter het stuur gaat zitten.

Regelmatig duiken in het boek weer de oude Morgenstjern-thema’s op. Het gaat dan met name om het schemergebied tussen onze wereld en het dodenrijk en het onverklaarbare verschijnsel dat mensen zich soms iets kunnen herinneren van iets dat nog niet gebeurd is en andere eigenaardige vervormingen van het menselijke tijdsperspectief. Syvert komt in een rare rituele bijeenkomst in het kerkje terecht waar mensen de zielen van hun gestorven familieleden en vrienden oproepen. Zelf gelooft hij eigenlijk niet in al die onzin en schrijft ergens dat ze in dat ritueel mensen hoop hebben gegeven waar geen hoop was (“Gitt dem håp der det ikke var håp.”). Toch probeert hij niet veel later in het boek zijn eigen doden op te roepen, wat niet lukt.

Der fliegende Holländer en een gezellig avondje

Op een slimme manier verbindt Knausgård de geschiedenis van Syvert met de reis van Wagner naar aanleiding waarvan hij de opera “Der fliegende Holländer” schreef. Ook hier zware thema’s van leven, dood en ware liefde.
Allemaal knap bedacht, maar ik denk in de eerste plaats aan halllucinaties van een alcoholist die zich weer eens klem gezopen heeft. Ik kan het allemaal niet serieus nemen.

Meesterlijk beschrijft Knausgård het gezellige avondje van Syvert en Evelyn die hun vrienden Kåre en Marit voor het avondeten hebben uitgenodigd. De leegte en kilte van de gesprekken doen niet onder voor topmomenten in Min Kamp, waar hij het sociale leven in Zweden genadeloos fileert. Tijdens dit avondje maakt Syvert zulke beledigende opmerkingen tegen zijn vrienden dat hij zich de volgende dag moet verontschuldigen. Zelf weet hij zich er niets meer van te herinneren.

Een telefoongesprek

Tenslotte komt Syvert terug op zijn besluit de relatie met Asja te beëindigen. Daarbij lijkt ook een opmerking van Bodil een rol te spelen: “Du må folge hjertet” (“Je moet je hart volgen”), luidt haar wel erg clichématige advies, gebaseerd op stoplappen zoals “je leeft maar één keer”. Hij belt Asja in Rusland op om zijn besluit mee te delen en dan eindigt het boek. Uit de eerdere boeken van Knausgård weten we twee dingen: ten eerste dat Asja van hem zwanger wordt en ten tweede dat Syvert later de rivier in rijdt en daar overlijdt. Ik had verwacht dat dat in dit boek zou gebeuren.

Samenvattend: zeker een boek met bekende Knausgård-kwaliteiten, maar over het geheel genomen niet overtuigend.

______________

Karl Ove Knausgård, Arendal, Forlaget Oktober 2024

Zie ook mijn andere stukjes over Knausgård:

https://blog2.rdeman.nl/de-morgenster-de-openbaring-van-knausgard/
https://blog2.rdeman.nl/de-ondergang-van-kristian-hadeland/
https://blog2.rdeman.nl/det-tredje-riket/
https://blog2.rdeman.nl/ulvene-fra-evighetens-skog/

_________

Texel 16

Niets nieuws

Wij houden van Texel. We houden ervan langs de zee bij de slufter, langs de waddendijk of door de duinen te lopen. Wij gaan niet naar Texel omdat we verwachten er veel nieuws tegen te komen. We gaan niet voor bijzondere waarnemingen van zeldzame vogels, wel voor de duizenden wulpen, rotganzen, rosse grutto’s, scholeksters en smienten die je er altijd wel ziet. Ik was er voor de zestiende (als je kortere vogelexcursies niet meerekent) en Petra pas voor de elfde keer .

Drie jaar later. Niet vrolijker.

Precies drie haar geleden, in februari 2022, hadden we hetzelfde huisje als nu gehuurd, de ‘houtsnip’ op het bungalowpark van Prins Hendrik. Ik schreef toe in mijn blog:

"Een stralende lage februarizon scheen recht de mooie woonkamer in. Prachtig weer, einde Coronabeperkingen. Toch geen reden tot uitbundige vrolijkheid. Rusland was de Oekraïne binnengevallen. In onze naïviteit hadden we het niet voor mogelijk gehouden."
Huisje ‘De Houtsnip’

Helaas was er deze keer nog minder reden tot vrolijkheid. In de Verenigde Staten was sinds een maand een president aan de macht die niet van plan is enig tegenwicht tegen Poetin te bieden.  Dat de Amerikanen zo’n volslagen onbetrouwbare oplichter voor de tweede keer tot president zouden kiezen, had ik alweer in mijn naïviteit niet echt voor mogelijk gehouden.

Je kan je niet de hele dag met dit soort onvoorstelbaarheden bezighouden. Je bereikt er niets mee. Dan maar genieten van het moois dat er ondanks alles gelukkig wel te beleven is. 

Huisje aan de vogelboulevard

Rotganzen (Wagejot)

Voor de vierde keer huurden wij een huisje bij Prins Hendrik, prachtig gelegen achter de waddendijk, vlakbij het mooie Utopia. Van daar naar het Zuiden rijdend kom je langs de prachtige binnendijkse vogelgebiedjes aan de zogenaamde vogelboulevard: Wagejot, de IJzeren kaap, Minkewaal, Zandkes, Dijkmanshuizen en Ottersaat niet ver van de havenplaats Oudeschild. Kom je wat later in het seizoen dan kan je hier genieten van grote sterns en lepelaars.

Kluten en wintertalingen bij Wagejot

Deze keer was het er relatief rustig. Het meeste was nog te zien bij Wagejot met honderden kluten en duizenden rotganzen. Maar overal zie je grote groepen scholeksters, erg veel smienten, af en toe een paar bonte strandlopers, brandganzen, grauwe ganzen, wilde eenden, kuifeenden en hier en daar wintertalingen, slobeenden en pijlstaarten. Overal hoorde je de vrolijke roep van tureluurs en hier en daar ook een paar wulpen. Aan de waddenkant zwommen regelmatig eidereenden. Het was niets nieuws, maar fijn om te zien en te horen dat ze er nog zijn. 

Als je op de dijk bij de vogelboulevard loopt, kom je regelmatig enthousiaste vogelaars tegen, de een nog zwaarder met telescopen en telelenzen bewapend dan de ander. Zij zijn vaak op zoek naar zeldzaamheden. Nu zou er iets zitten als de brileider.

Smienten bij Wagejot

Bij de IJzeren Zeekaap stopte een auto met een Pools nummerbord bij me en door het open raampje vroeg een man in het Engels of ik eidereenden had gezien. Dat had ik niet, dus ik schudde ontkennend mijn hoofd. Later begreep ik dat het om die brileider gegaan moet zijn. Hopelijk hebben ze hem toch nog gevonden, maar zeldzame vogels vind ik zelf niet zo interessant. 

Tienduizenden vogels

Geef mij maar de tienduizenden vogels die overdag op het wad foerageren en bij hoog water hun toevlucht zoeken bij een gebied als de Schorren, dat hooguit twintig minuten lopen van Prins Hendrik ligt. Op twee avonden viel hoogwater en zonsondergang vrijwel samen en zijn wij naar het uitkijkpunt over de schorren gelopen. Heen loop je langs Utopia. Daar was deze keer niet zo veel te zien. Ik herinner me van de vorige keer nog wilde zwanen,  kleine zilverreigers en meer pijlstaarten. Deze keer moesten we het doen met veel smienten, rotganzen en scholeksters. Maar op het moment dat je de dijk bij de schorren op loopt, verandert het beeld totaal. De slikken bij de Schorren zitten volgepakt met vlakbij duizenden wulpen en iets verderop waarschijnlijk meer dan tienduizend rosse grutto’s. Er zitten ook wat andere soorten tussen zoals kluten, tureluurs, bonte strandlopers, bergeenden, pijlstaarten en andere eenden. Maar het beeld is niet statisch.

Rosse grutto’s bij de Schorren

Voortdurend vliegen er duizenden vooral rosse grutto’s op en vliegen in steeds veranderende formaties over het wad: soms lijkt zo’n groep een dikke vis, dan rekt die uit tot een lange streep of trekt zich samen tot een grote bol. Veranderen ze plotseling van richting, dan hoor je het luide geruis van hun vleugels. Een onvoorstelbaar mooi schouwspel. Toen het te donker werd om nog veel te zien zijn we over de dijk met uitzicht op het wad teruggelopen. 

Vooral rosse grutto’s (de Schorren)
Rosse grutto's op de wadden

De rosse grutto broedt niet in Nederland, maar is uitsluitend wintergast en doortrekker. Het gaat daarbij om twee ondersoorten. De ondersoort lapponica broedt in Scandinavië en overwintert vooral op de wadden en een klein deel in het Deltagebied. 

In het voorjaar trekt een grote groep van de ondersoort taymyrensis door. Zij komen naar het Waddengebied om op te vetten op hun reis van West Afrika naar Siberië. In de winter bevinden er zich zo'n 65.000 rosse grutto's in Nederland, maar in het late voorjaar kunnen dat er meer dan 180.000 zijn. Wij zagen op de Schorren deze februari-vakantie toch zeker 10.000 exemplaren, een aanzienlijk deel van de Nederlandse winterpopulatie. De West-Afrikaanse exemplaren zullen zeker pas tussen maart en mei aankomen.  Het voedsel op de Waddenzee is onmisbaar als voorbereiding op de lange thuisreis naar de broedgebieden. Uit onderzoek blijkt dat in jaren wanneer het wad minder pieren bevat er minder vogels in de Siberische broedgebieden terugkeren dan in de vette jaren. Door de klimaatverandering zijn die wadpieren nog belangrijker geworden dan ze al waren. Siberië warmt sneller op dan de gematigde streken, waardoor de natuur daar eerder op gang komt, inclusief de ontwikkeling van insecten die een belangrijke voedselbron voor de net uitgebroede vogels vormen. De vogels vliegen daarom eerder naar Siberië terug en hebben iets minder tijd om op te vetten. 

Rosse grutto's kunnen onvoorstelbaar lange stukken vliegen. Een derde populatie (die niet door Nederland trekt) broedt in Alaska en overwintert bij Nieuw Zeeland en Australië (Tasmanië). Een rosse grutto vloog in 2002 in 11 dagen zonder onderbreking van Alaska naar Tasmanië, een afstand van 13.560 km!


meer informatie: Waddenzee sleutel tot succes rosse grutto, NIOZ 2018
De wereld door de ogen van de Rosse Grutto, National Geographic, 2022
Nieuw vliegrecord rosse grutto, Roots magazine 2022
Rosse grutto’s in het voorjaar op Texel (2021)

Vijf wandelingen

Elke keer maken wij op Texel vrijwel precies dezelfde wandelingen (voor een kaartje,  zie hier):

(1) Een wandeling bij de vuurtoren;

(2) Een rondwandeling vanaf Café-Restaurant de Slufter langs  de Slufter naar het strand en dan tot aan de Koog voor een consumptie bij een van de strandrestaurants daar (Bries 20 of Dikke Zeehond). Via de Nederlanden en de Muy terug naar de Slufter;

(3) Een wandeling vanaf de parkeerplaats Turfveld in het bos ten Zuiden van de Koog, door het bos en door de prachtige Bollekamer naar het strand bij Paal 9 (den Hoorn) en grotendeels langs het strand terug alvorens weer een stuk door duin en bos naar de parkeerplaats terug te lopen;

(4) Een wandeling langs de horsmeertjes en door de hoge en brede duinen naar het strand tot aan Paal 9 en dan weer terug naar de Horsmeertjes. Wij konden de weg terug niet goed vinden. Dat was maar goed ook, want onze geplande route bleek te nat en vrijwel onbegaanbaar, hoorden we van mensen die hem wel hadden geprobeerd;

(5) Wandelen bij de Hoge Berg tussen Den Burg en Oudeschild, inclusief de Georgische begraafplaats Loladse.

Muziek, foto’s en mosselen

Wij huren een huisje op Texel om van de actieve rust te genieten. Dat betekent in de praktijk vooral vogels kijken, wandelen en – in combinatie daarmee – fotograferen. Altijd nemen wij muziekinstrumenten mee. Soms spelen we samen, maar Petra gebruikt zo’n korte vakantie vooral om eens extra te kunnen studeren, terwijl ik nog wat naar vogels kijk en fotografeer.

Het is niet de belangrijkste attractie tijdens zo’n week, maar horeca-bezoek hoort er ook bij. De mosselmaaltijd bij Eetcafé De Rog smaakte uitstekend. Het is er gezellig en de bediening is vriendelijk. Natuurlijk bezoeken wij ook de strandtenten met  romantische namen als Paal 9 of Paal 19, waar we ons steeds weer verbazen over de hoge prijzen. Hebben we misschien nog de prijzen van 20 jaar geleden in ons hoofd? 

Brandganzen en de molen van Oost

Eerdere blogs over Texel

Texel, het vogeleiland (2022)

In de Texelse winterzon (2022)

Een mooie relatie (2021)

Zestig jaar vogelen – een korte terugblik (2017)

_____________________

De componist van bomenfoto’s

Bomenworkshop

Het is binnenkort drie jaar geleden dat ik een fotoworkshop bij Ellen Borggreve volgde. Samen met drie andere cursisten leerde ik mooie bomenfoto’s te maken in een schitterend bos op de Veluwe. Nu houd ik niet van de meeste landschapsfotografie – te veel bombastische romantiek en overdreven gevoelens vaak (zie ook hier) – maar de prachtige foto’s van Ellen Borggreve waren mij al jaren geleden opgevallen als een gunstige uitzondering: prachtige composities, gebruik makend van de bijzonderheden van kleuren, licht en vormen, met een nadruk op de relaties tussen de verschillende elementen binnen het frame. Nu is een bos geen studio waar je de bomen naar believen neer kunt zetten en de belichting aan je voorkeuren kunt aanpassen. Onder de bestaande licht- en weersomstandigheden kan je alleen je standpunt bepalen en dan de technische voorwaarden bepalen waaronder je vanuit dat standpunt een mooi beeld kunt vangen. Van haar heb ik het belang van de juiste brandpuntsafstand, hoogte van het statief, groot of klein diafragma, instelling van de witbalans en meer technische instellingen geleerd. Maar allereerst gaat het om het vinden van een standpunt van waaruit je unieke relaties tussen de verschillende elementen in je frame kunt ontdekken. 

Master of the Frame

Kennis opfrissen

Het laatste boek van Ellen Borggreve heet niet voor niets Master of the Frame. Het is de fotograaf die actief het frame kiest en bepaalt hoe hij omgaat met de elementen die hij daarin aantreft. Toen ik dit boek las, werd ik mij meteen bewust van hoe veel van de inhoud ervan ik al tijdens die ene korte workshop had geleerd. De hele benadering kwam mij bekend voor: niet klakkeloos regels volgen of goedkope trucs toepassen, maar heel precies uitvinden met welke middelen het verhaal van de foto het best verteld kan worden. 

Ik kon het boek goed gebruiken om mijn bestaande kennis weer op te frissen, zoals het bewust gebruik van verschillende brandpuntsafstanden om de relaties tussen elementen in de foto te structuren. 

Polarisatiefilters, witbalansen, ‘aspect ratio’ en meer

Maar ik ontdekte toch ook een aantal voor mij nieuwe zaken die echt iets kunnen bijdragen aan de kwaliteit van mijn foto’s, vooral foto’s in het bos. Zo ontdekte ik het gebruik van een circulair polarisatiefilter, niet alleen om de reflectie van water of bladeren te reduceren maar ook om de kleur van andere oppervlakken, zoals een grasveld, sterk te verbeteren. 

Het zijn van die dingen die je eerst een keer goed moet zien en dan zie je ze in het vervolg altijd. Van de mogelijkheden voor het bewust manipuleren van de witbalans was ik mij, voor het lezen van dit boek, niet zo bewust. Mijn eigen naïeve veronderstelling was dat het altijd goed is dichtbij de feitelijke samenstelling van het licht te blijven. Haar foto op pagina 57 van het boek met een naar blauwe tinten verschoven witbalans heeft mij overtuigd en ik kon meteen een van mijn eigen foto’s, genomen in de winter maar toch met een erg zonnige uitstraling, zo verbeteren dat het op de foto weer winter was (zie hieronder: alleen ter illustratie, geen geweldige foto).

Het hoofstuk over de ‘Aspect Ratio’ heeft mij aan het denken gezet. Ik heb vaak de neiging om sterk horizontale landschappen in een wijd frame (16:9) te plaatsen, maar er zijn ook goede argumenten om juist in de andere richting te werken tot en met vierkant (1:1). Ik had er nooit aan gedacht. Het hele boek gaat er eigenlijk over, maar één hoofdstuk in het bijzonder: ‘Composition – Arranging elements within the frame’. Het hoofdstuk laat zien hoe kleine zaken soms een groot verschil maken. Of ik ooit het geduld zal hebben zo consciëntieus en precies te werken, betwijfel ik.

Compositie, evenwicht en soorten licht

Heel leerzaam zijn de verhandelingen over evenwicht in de compositie en over de vraag wat nu eigenlijk een element – afgezien van zijn grootte – zwaar maakt.  De hoofdstukken ‘Depth’, ‘Viewpoint’, ‘Balance’ en ‘Motion’ bevatten behalve nuttige tekst heel goede voorbeelden van wat de auteur bedoelt.  Het hoofdstuk  ‘Light – beyond the ideal’ bevat behalve mooie foto’s veel tekst waarmee ik het roerend eens kan zijn. Het tweede deel van de titel is hier belangrijk. Het is de moeite waard om verder te gaan dan de stereotype voorstellingen over wat ‘mooi’ licht is en ook over wat ‘mooi’ fotografieweer is. Ik erger me zelf altijd aan die amateurfotografen die een foto-afspraak afzeggen als de zon niet schijnt of als het een beetje gaat regenen. 

Een heel eigen benadering

Samenvattend: het is een heel mooi boek met de best mogelijke adviezen van een van de beste landschapsfotografen over hoe je bomen en bossen zou kunnen fotograferen. Het is een heel eigen benadering:  heel puur en in zekere zin extreem. Op geen enkele foto in het boek staat, afgezien van ergens een paar vogels, iets anders dan bomen en wat andere vegetatie en op een paar foto’s ook een stukje strand. In ieder geval kom je er nooit mensen in tegen. Het is zelfs niet de bedoeling dat de kijker zin krijgt om het landschap in te lopen:

"I tend to photograph scenes that leave little or no room for the viewer to become a part of the scene. I like the subjects in the photograph to be like the main characters in a play. I would like to have a viewer to look at it rather than having the viewer imagine he can step into the frame. " Mastering the Frame, p. 71.
Iets voor mij?

Dit is zeker niet altijd mijn benadering. Als ik in het bos een wandelaar met een hond tegenkom, kan die zeker onderdeel van de foto worden. Waarom niet? Maar het geldt ook voor andere ‘vreemde’ elementen: een van bierblikjes overlopende vuilnisbak aan de rand van een bos vertelt ook een mooi (?) verhaal over het echte bos. De in het boek gekozen benadering is bijna overdreven gericht op compositie: een uur rond een paar bomen lopen om dan het juiste gezichtspunt, de juiste brandpuntsafstand en het juiste diafragma te vinden. Het is een benadering tegengesteld aan die van de reportage-fotograaf:  toeval en geluk spelen wel een erg ondergeschikte rol. Van volledig beheerste composities leer ik zeker veel, maar ik hoop dat ik die ervaring ook snel op totaal toevallige fotomomenten in praktijk kan brengen.  Bovendien ben ik niet alleen geïnteresseerd in schoonheid en evenwicht. Ik wil ook foto’s maken die lelijkheid communiceren. En soms mag er ook wel wat humor in zitten.

 

________

 

 

De kleurloze wereld

Een prachtige foto van Bill Brandt

Ik kijk altijd met heel veel plezier naar oude zwart-witfoto’s in de fotomusea van Amsterdam, Rotterdam en den Haag. Twee exposities in Amsterdam hebben diepe indruk op me gemaakt: die van Bill Brandt met vooral foto’s van vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en die van Saul Leiter met z’n schitterende foto’s (kleur en zwartwit) in het New York van de jaren vijftig. Zelf ben ik opgegroeid in een tijd waarin de zwart-witfoto de norm was: op de voorpagina van kranten en op prentbriefkaarten van onze vakantiebestemmingen stond een zwart-witte wereld. Op die prentbriefkaart van de Ginkelse heide bij Ede stond: “echte foto, nadruk verboden”. Zwart-wit leek het toen keurmerk van echtheid te zijn. Echt nieuws stond in de krant en die was zwart-wit, net zoals de vroegere televisie. Dat lijkt nu vreemd want wat is er nu onechter dan een beeld zonder kleuren?

 

Wat maakt zwart-witfoto’s soms zo boeiend? Een goede zwart-witfoto kan sterker en indrukwekkender zijn dan het zelfde beeld in kleuren  omdat het onnodige kleurinformatie weglaat en zich concentreert op een duidelijk beeld, een duidelijke vorm en een ondubbelzinnige boodschap. Fotografeer ik een bedelaar in een grote stad en achter de bedelaar staat een felrode auto, dan is het gevaar dat het een foto over een rode auto wordt. Het verhaal achter de foto wordt onduidelijk. In zwart-wit kan die foto het verhaal beter vertellen.

Bij Tongue in Noord Schotland in 1976 (Nikon FT2, 50 mm lens)

Tot het eind van de jaren 70 fotografeerde ik vooral in zwart-wit.  Hierboven een foto uit Schotland uit die tijd. Ik ontwikkelde de film zelf en drukte vaak zelf af.

Het probleem van zwart-wit is dat blauw licht en geel licht precies even licht worden op de uiteindelijke foto zodat de contrasten tussen gele wolken blauwe luchten onzichtbaar dreigen te worden. Bijna standaard zette ik, zoals veel mensen, een geelfilter voor de lens om het blauw van de lucht donkerder te maken. Als ik een roodfilter had gehad, was dat een optie geweest voor nog dramatischere effecten. 

Bij de huidige digitale camera’s kan je gewoon in kleuren fotograferen en dan in Lightroom of Photoshop de filters simuleren. Dan is er nog veel meer mogelijk dan vroeger met de analoge camera. Neem bijvoorbeeld de volgende kleurenfoto met op de voorgrond de felgele boeien, iets verderop een rode boei.  Op de achtergrond staat een molen, mooi verlicht door het winterse avondlicht en daarboven een mooie wolkenlucht.

Aan de Zijl. Nikon D610 (full frame), 44 mm, f/11

Hoe kan je hiervan een acceptabele zwart-witfoto maken? Natuurlijk wil je de mooie oplichtende gele boeien goed laten zien en de mooi verlichte molen. Maar dan zijn er nog veel keuzemogelijkheden. (Meer achtergronden op deze pagina https://blog2.rdeman.nl/zwart-witfotografie/)

 

Ik heb ervoor gekozen het geel behoorlijk op te lichten (+62) en het groene gras wat donkerder te maken. Het riet links licht mooi op als je naast geel ook oranje wat versterkt. Het water en de lucht zijn donker door blauw en aqua negatief in te stellen (-54; -17). Rood heb  ik niet al te hoog gezet (+8), want anders zou het verschil tussen de rode boei en de gele boei niet meer zichtbaar geweest zijn. Het resultaat is veel dramatischer dan de oorspronkelijke foto, maar dat is de vrijheid die je nu eenmaal hebt bij het omzetten naar zwart-wit. Zwart-wit staat vaak ver van de werkelijkheid af.

De volgende foto geeft de humor van de totale contactarmoede tussen schaap en reiger aan. Het is een mooie kleurenfoto, maar heeft ook mogelijkheden in zwart-wit. 

Contactarmoede. Nikon D7100 met 600 mm tele, f/6,3

Vooral het mooie tegenlicht geeft mooie contrasten, die misschien nog mooier uitkomen als je de kleur verwijdert. In de onderstaande versie heb ik dat gedaan. De mooi oplichtende gedeelten worden sprekender als je de kleur blauw donkerder maakt. Het water op de achtergrond is nu bijna zwart. 

Hieronder heb ik de foto nog een keer ontwikkeld met juist het blauw lichter en het groen donkerder. Het resultaat is niet aantrekkelijk. Bij de ontwikkeling van zwart-witfoto’s in Lightroom kan bijna alles, maar niet alles is mooi. Tussen de twee foto’s laat ik de Lightroom-instellingen zien.

Deze foto is goed gelukt: donker water en licht gras. Mooi tegenlichteffect.

 

Deze foto is minder aantrekkelijk met het lichte water en het donkere gras

Of deze foto wel een goede kandidaat voor zwart-wit is, is de vraag. In ieder geval heb ik door het maken en bewerken van dit soort foto’s veel geleerd van de kleuren in de natuur. Na deze experimenten kijk ik anders en beter naar de kleuren van gras, bomen en de lucht. 

Een paar recente foto’s

In zwart-wit is het mooie licht op de steiger van Koudenhoorn goed te zien en de mooie structuur van de taxus-bomen bij Huis te Warmont komt mooi uit.  De foto’s uit mistig Rotterdam laten de contrasten mooi zien.

____