Vientiane
Wij wilden van Laos wel iets meer zien dan de mooie stad Luang Prabang. Wij besloten een aantal dagen naar het Zuiden, niet ver van Cambodja, te gaan, naar het langgerekte dorp Champassak, alweer aan de Mekong. Nu is Laos toch best een groot land. Champassak ligt zo’n duizend kilometer van Luang Prabang, even ver als de afstand Bordeaux-Leiden. Je zou daar met een auto over de vrij slechte wegen minstens 18 uur over rijden met een auto, nog langer met de bus. Dat leek mij een verschrikkelijk idee. In plaats daarvan namen we de supermoderne Chinese trein van het supermoderne twaalf kilometer buiten de stad gelegen station van Luang Prabang naar Vientiane, de hoofdstad van Laos, een rit van ongeveer 300 km. Vientiane ligt aan de Mekong. Aan de overkant van de rivier ligt Thailand. Het is een drukke rommelige stad met veel verkeer, handel, industrie en overheidsinstellingen.
We overnachtten daar in een prima hotel en brachten voor de avond nog een bezoek aan de interessante plaatselijke “Arc de Triomphe” (de Patuxai) die wel doet denken aan zijn Parijse voorbeeld.
Na een overnachting in Vientiane namen we de volgende dat het vliegtuig van Vientiane naar Pakse, een stad waarvan ik tot voorkort nog nooit gehoord had.
Champassak
Vanaf het vliegveld reden we per taxi meteen naar het langgerekte dorp Champassak, waar onze reisgenoot kamers had gereserveerd in het prachtig gelegen Souchitra Riverside Guesthouse, beheerd door een Fransman die er vooral een oord van rust en stilte van heeft willen maken.
Mobiele telefoons mogen er niet op luidspreker staan en kinderen worden niet toegelaten. Ik had niets tegen iets meer gezelligheid gehad, maar het was er schitterend. Dat er nu zo weinig mensen waren, had met de verontrustende waterstand van de Mekong te maken. Gelukkig hielden de heftige regens op en hoefden we niet voor overstromingen te vluchten. De uit voorzorg gesloten veerdiensten konden weer varen.
Het dorp
Champassak is een heel lang dorp gelegen tussen de kleine weg vlakbij de Mekong en de hoofdweg een paar honderd meter verder naar het Westen. Niet ver van het guesthouse aan de andere kant van de hoofdweg bevindt zich een groot tempelcomplex: Vat Thong.
Het lijkt niet meer in actief gebruik, maar daar schijnt wel de (goed onderhouden) koninklijke begraafplaats te liggen met stupa’s van koning Yuttithamathon en zijn zoon koning Rasadanai (volgens deze website). Het ligt vlak naast een koninklijk paleis, Chao Bun Uum, dat nooit helemaal afgebouwd is.
Champassak was een van de drie koninkrijken van Laos: in het Noorden het koninkrijk Luang Prabang, in het midden het koninkrijk Vientiane en in het Zuiden het koninkrijk Champassak. Tot dit koninkrijk behoorden oorspronkelijk ook delen van Siam (Thailand) en Cambodja. Na een tijd deel uitgemaakt te hebben van het Koninkrijk Vientiane werd het in 1713 opnieuw onafhankelijk. In het Franse Indochina werd het in 1904 een prinsdom en sinds 1945 hoort het bij Laos. De geschiedenis met al zijn conflicten met de omringende landen, Frankrijk en andere mogendheden is te ingewikkeld om hier samen te vatten. Zie vooral de bovengenoemde website.
Meer naar het Zuiden kwam ik nog meer tempels tegen, met op google maps namen als Wat Amath, Wat Phone Pang en Wat Muang Kang (in Lonely Planet als een van de meest interessant tempel van Zuid Laos genoemd). Erg veel duidelijkheid over de meeste namen heb ik niet kunnen krijgen, maar wat doet het er eigenlijk toe?
Vat Phu

De top-bezienswaardigheid in deze vlakbij Cambodia gelegen streek is de Vat Phu tempel, waarvan de meeste gebouwen uit de 11e tot de 13e eeuw stammen, oorspronkelijk een Hindu-tempel, later omgezet in een Boeddhistische tempel. Ik schrijf hier weinig over omdat ik er zo goed als niets over weet met uitzondering van korte beschrijvingen in in de Lonely Planet reisgids, die ik hier niet ga kopiëren.
Ik genoot vooral van het landschap, de sfeer bij de oude gebouwen en het uitzicht richting de Mekong. Mooi waren ook de lotus-bloemen in de vijvers aan de voet van de heuvel met de tempels. Op de terugweg van ons bezoek aan de oude tempel was het leuk één van de schaarse christelijke kerken te bezoeken de “Name of Jesus church”.
Wandelen
Een dag na het bezoek aan Vat Phu hadden wij een wandeling langs de Mekong en wegen door het land achter de rivier gepland. Maar met de zware regen die wegen in modderige kanalen had veranderd was er weinig te plannen. Toch maakten we een interessante tocht langs interessante huizen. Hier en daar lag den boot om vanaf de weg de voordeur te kunnen bereiken. Op een bordje langs de weg werd geadverteerd voor het verplaatsen, draaien en verhogen van huizen. Misschien wel handig bij deze waterstand
Een dag later was het niet heel veel beter. We maakten twee gescheiden wandeltochten. Petra nam met onze reisgenoot een bootje naar het tegenover het dorp gelegen eiland Dong Daeng. Het bootje kon op het eiland niet aanleggen, maar een aan de overkant klaargezette tractor maakte het mogelijk vanaf de rivier over de ondergelopen weg naar het dorp aan de overkant te rijden. Zelf had ik niet meer geluk. Ik probeerde een rondje om het achter het dorp gelegen wetland te lopen, maar bij de tempel Ban Vat Hai liep ik vast. De weg was een modderig kanaal geworden. Dus moest ik omkeren en dezelfde weg naar huis nemen.
De terugreis naar Luang Prabang
Hoewel we hadden overwogen nog een andere stad te bezoeken, had een eenvoudige reis volgens dezelfde route als de heenweg onze voorkeur: Tuk-tuk naar Pakse airport, vlucht naar Vientiane, overnachting in Vientiane en de volgende dag weer met de snelle Chinese trein naar Luang Prabang. Geen nieuwe bestemmingen dus, maar Petra maakte van de gelegenheid gebruik om de tempel Wat Si Saket te bezoeken. Zie deze pagina voor ons tweede verblijf in Luang Prabang.
___________













































Natuurlijk begrijp ik het heel goed als beginnende libellenfotografen trots zijn op hun eerste gelukte foto van een vliegende grote keizerlibel. Het is ook best moeilijk. Maar mij kan zo’n foto, die op duizenden plaatsen ontelbare keren wordt gemaakt, geen voldoening schenken. Ik wil geen libel kopiëren. Ik wil een foto maken. Los van noodzakelijke kennis over de bediening van de camera en het gedrag van de libel gaat het dan vooral om een mooie compositie die een eigen verhaal vertelt, waarbij heel veel zaken een rol kunnen spelen zoals keuze van standpunt, lichtval, schaduwen, spiegelingen, structuur van oppervlakken, egale of juist niet egale achtergronden, contrasterende of harmonische kleuren, relaties met andere dieren en planten, gebeurtenissen zoals paren, uitsluipen, eieren leggen of andere insecten verorberen. Op deze blogsite heb ik regelmatig iets laten zien van mijn worsteling met dit onderwerp.

Ik rijd met mijn 20 jaar oude Gazelle op een kleine weg door een Pools dorp. Aan de rechterkant staan betonnen palen voor elektriciteits- of telefoonleidingen. Boven op de meeste palen staat een ooievaarsnest. Ooievaars vliegen heen en weer tussen het boerenland grenzend aan dit dorp en de nesten om hun kroost van voedsel te voorzien.
Ik geniet van het ritme van honderden kale dennenstammen in het middaglicht. Alleen boven aan de bomen zitten takken met groene naalden. Voortdurend hoor ik hoe de vinken zich uitsloven met hun eindeloos herhaalde liedje. Bonte spechten hoor ik ook, maar ik zie ze niet. Als ik, met enige moeite door de slechte kwaliteit van de weg, het bos uit kom, rijd ik langs mooie meertjes waar de grote karekieten luid vanaf hoge rietstengels zingen. Af en toe staan er niet alleen tientallen Mariabeelden langs de weg, maar soms ook een mooie oude kerk. Op de achtergrond hoor ik voortdurend de veldleeuweriken, een geluid dat in Nederland bijna uitgestorven is. Hier en daar zie ik op een paal een grauwe klauwier zitten en ik kom regelmatige kwikstaarten tegen, witte en gele.

Toen ik door het dorpje fietste, zag ik op een huis een afbeelding van Napoleon en een verwijzing naar de slag bij Dwórzno, die op 6 februari 1807 plaatsgevonden had. Het was een bloedige strijd tussen Franse en Russische troepen bij dit dorpje, dat toen Hoofe heette. Twee dagen later, na de slag van Pruska Iławka, trokken de Russisch-Pruisische troepen zich terug.




Als je van goede fietspaden houdt, ga dan naar Nederland. In Polen zijn veel fietsroutes, maar alleen een heel beperkt aantal fietsroutes gaat over goed aangelegde fietspaden. Goede fietsroutes in Noord Oost Polen zijn bijvoorbeeld de genoemde Green Velo route, 2000 km) en de Mazurska Petla Rowerowa (om de grote Mazurische meren heen, 284 km). De paden bij andere fietsroutes zijn vaak zo slecht dat je beter naar geasfalteerde wegen kunt uitwijken.
De allermooiste fietspaden lopen over het tracé van opgeheven spoorlijnen.
Ook een deel van Green Velo, net ten Zuiden van de Russische enclave van Kaliningrad, loopt over zo’n spoorlijn: lijn 224 van Czerwonka (bij Biskupiec) naar Korniewo (Корнево), nu in Rusland, geopend in 1898-1899. Je fietst langs de vervallen stations van Górowo Iławeckie en Dzikowo Iławeckie (zie foto's hierboven).