Champassak

Vientiane

Wij wilden van Laos wel iets meer zien dan de mooie stad Luang Prabang. Wij besloten een aantal dagen naar het Zuiden, niet ver van Cambodja, te gaan, naar het langgerekte dorp Champassak, alweer aan de Mekong. Nu is Laos toch best een groot land. Champassak ligt zo’n duizend kilometer van Luang Prabang, even ver als de afstand Bordeaux-Leiden. Je zou daar met een auto over de vrij slechte wegen minstens 18 uur over rijden met een auto, nog langer met de bus. Dat leek mij een verschrikkelijk idee. In plaats daarvan namen we de supermoderne Chinese trein van het supermoderne twaalf kilometer buiten de stad gelegen station van Luang Prabang naar Vientiane, de hoofdstad van Laos, een rit van ongeveer 300 km. Vientiane ligt aan de Mekong. Aan de overkant van de rivier ligt Thailand. Het is een drukke rommelige stad met veel verkeer, handel, industrie en overheidsinstellingen.

We overnachtten daar in een prima hotel en brachten voor de avond nog een bezoek aan de interessante plaatselijke “Arc de Triomphe” (de Patuxai) die wel doet denken aan zijn Parijse voorbeeld. 

Na een overnachting in Vientiane namen we de volgende dat het vliegtuig van Vientiane naar Pakse, een stad waarvan ik tot voorkort nog nooit gehoord had.  

Champassak

Vanaf het vliegveld reden we per taxi meteen naar het langgerekte dorp Champassak, waar onze reisgenoot kamers had gereserveerd in het prachtig gelegen Souchitra Riverside Guesthouse, beheerd door een Fransman die er vooral een oord van rust en stilte van heeft willen maken.

Mobiele telefoons mogen er niet op luidspreker staan en kinderen worden niet toegelaten. Ik had niets tegen iets meer gezelligheid gehad, maar het was er schitterend. Dat er nu zo weinig mensen waren, had met de verontrustende waterstand van de Mekong te maken. Gelukkig hielden de heftige regens op en hoefden we niet voor overstromingen te vluchten. De uit voorzorg gesloten veerdiensten konden weer varen.

Het dorp

Champassak is een heel lang dorp gelegen tussen de kleine weg vlakbij de Mekong en de hoofdweg een paar honderd meter verder naar het Westen. Niet ver van het guesthouse aan de andere kant van de hoofdweg bevindt zich een groot tempelcomplex: Vat Thong.

Het lijkt niet meer in actief gebruik, maar daar schijnt wel de (goed onderhouden) koninklijke begraafplaats te liggen met stupa’s van koning  Yuttithamathon en zijn zoon koning Rasadanai (volgens deze website). Het ligt vlak naast een koninklijk paleis, Chao Bun Uum, dat nooit helemaal afgebouwd is.

Champassak was een van de drie koninkrijken van Laos: in het Noorden het koninkrijk Luang Prabang, in het midden het koninkrijk Vientiane en in het Zuiden het koninkrijk Champassak. Tot dit koninkrijk behoorden oorspronkelijk ook delen van Siam (Thailand) en Cambodja. Na een tijd deel uitgemaakt te hebben van het Koninkrijk Vientiane werd het in 1713 opnieuw onafhankelijk. In het Franse Indochina werd het in 1904 een prinsdom en sinds 1945 hoort het bij Laos. De geschiedenis met al zijn conflicten met de omringende landen, Frankrijk en andere mogendheden is te ingewikkeld om  hier samen te vatten. Zie vooral de bovengenoemde website.

Meer naar het Zuiden kwam ik nog meer tempels tegen, met op google maps namen als Wat Amath, Wat Phone Pang en Wat Muang Kang (in Lonely Planet als een van de meest interessant tempel van Zuid Laos genoemd). Erg veel duidelijkheid over de meeste namen heb ik niet kunnen krijgen, maar wat doet het er eigenlijk toe? 

Vat Phu
Een vijver onder Vat Phu

De top-bezienswaardigheid in deze vlakbij Cambodia gelegen streek is de Vat Phu tempel, waarvan de meeste gebouwen uit de 11e tot de 13e eeuw stammen, oorspronkelijk een Hindu-tempel, later omgezet in een Boeddhistische tempel. Ik schrijf hier weinig over omdat ik er zo goed als niets over weet met uitzondering van korte beschrijvingen in in de Lonely Planet reisgids, die ik hier niet ga kopiëren. 

Ik genoot vooral van het landschap, de sfeer bij de oude gebouwen en het uitzicht richting de Mekong. Mooi waren ook de lotus-bloemen in de vijvers aan de voet van de heuvel met de tempels. Op de terugweg van ons bezoek aan de oude tempel was het leuk één van de schaarse christelijke kerken te bezoeken de “Name of Jesus church”. 

Wandelen 

Een dag na het bezoek aan Vat Phu hadden wij een wandeling langs de Mekong en wegen door het land achter de rivier gepland. Maar met de zware regen die wegen in modderige kanalen had veranderd was er weinig te plannen. Toch maakten we een interessante tocht langs interessante huizen. Hier en daar lag den boot om vanaf de weg de voordeur te kunnen bereiken. Op een bordje langs de weg werd geadverteerd voor het verplaatsen, draaien en verhogen van huizen. Misschien wel  handig bij deze waterstand

 

Een dag later was het niet heel veel beter. We maakten twee gescheiden wandeltochten. Petra nam met onze reisgenoot een bootje naar het tegenover het dorp gelegen eiland Dong Daeng. Het bootje kon op het eiland niet aanleggen, maar een aan de overkant klaargezette tractor maakte het mogelijk vanaf de rivier over de ondergelopen weg naar het dorp aan de overkant te rijden.  Zelf had ik niet meer geluk. Ik probeerde een rondje om het achter het dorp gelegen wetland te lopen, maar bij de tempel Ban Vat Hai liep ik vast. De weg was een modderig kanaal geworden. Dus moest ik omkeren en dezelfde weg naar huis nemen. 

De terugreis naar Luang Prabang

Hoewel we hadden overwogen nog een andere stad te bezoeken, had een eenvoudige reis volgens dezelfde route als de heenweg onze voorkeur: Tuk-tuk naar Pakse airport, vlucht naar Vientiane, overnachting in Vientiane en de volgende dag weer met de snelle Chinese trein naar Luang Prabang. Geen nieuwe bestemmingen dus, maar Petra maakte van de gelegenheid gebruik om de tempel Wat Si Saket te bezoeken. Zie deze pagina voor ons tweede verblijf in Luang Prabang.

 

___________

 

 

Luang Prabang II

Luang Prabang
Tak Bat in Luang Prabang
Vat Sensoukharam

Terug in Luang Prabang genoten wij weer van de gezellige drukte op straat. Op één ochtend zijn we gaan kijken hoe een bus monniken aankwam die vervolgens op straat  hun door de bewoners aangeboden eten in ontvangst kwamen nemen, de zogenaamde Tak Bat. Hier was het gelukkig nog geen toeristische attractie. We bezochten nog één mooie tempel in de oude stad: Vat Sensoukharam op het schiereiland tussen de Mekong en de Nam Khan zijrivier.

Op één avond waren wij bij een maaltijd uitgenodigd, waarover ik in deze publieke blog niets zal schrijven. 

Een dag daarna maakten wij met een aantal bekenden een prachtige boottocht over de Mekong en bezochten daar eerst de ‘whiskey distillery’ van Chang Hai village en daarna de Pak Ou caves. Af en toe viel de tropische regen met bakken naar beneden, maar daar hadden wij in onze luxe boot geen last van. 

Bangkok

De volgende dag begonnen we aan de lang terugreis met één overnachting in Bangkok. Van Luang Prabang vlogen we weer naar het Don Mueang vliegveld en namen meteen de taxi naar ons hotel niet ver van het grote internationale vliegveld.

Ons bezoek aan Bangkok de volgende dag beperkte zich tot de grote Wat Pho tempel met onder meer de gigantische liggende Boeddha en de bloemenmarkt daar niet ver vandaan.

Op de weg naar de bloemenmarkt wandelden we door een klein park waar we schitterende varanen zagen. Zie ook deze pagina. 

Het verkeer in Bangkok bestond ook deze keer vooral uit file zodat wij die dag zeker meer dan drie en half uur in de taxi hebben gezeten. 

_____

Natuur in Laos

Waar ik ook op vakantie ga, de natuur is één van mijn vaste aandachtspunten. In Normandië fotografeer ik de strandplevieren, in Schotland grote jagers en noordse stormvogels, bij de Loire koereigers, kanaaljuffers en andere libellen. Onze reis naar Laos was niet in de eerste plaats een natuurreis en wat we aan natuur tegenkwamen, was op geen enkele manier gepland. Het viel wel wat tegen.

Ik kreeg de indruk dat de Mekong en zijn zijrivieren sterk vervuild zijn. Zichtbaar was vooral de schrikbarende plasticvervuiling, maar wellicht waren er ernstigere minder zichtbare bronnen van verontreiniging. Misschien hebben de verschillende dammen en stuwmeren een sterk negatieve invloed op de natuur en met name de visstand, maar ik heb mij er niet in kunnen verdiepen.  

Luang Prabang

We zagen bij de Boeddhistische tempels en bij andere parkjes in Luang Prabang een paar mooie vlinders (zoals de common tiger butterfly, Danuaus genutia) maar verder geen enkele vogel van betekenis. Wij moesten het doen met de overal in Zuidoost Azië algemene treurmaina (‘common myna’), een spreeuwachtige en met honderden mussen, die hier geen huismussen maar ringmussen bleken te zijn. 

Champassak

In het Zuiden, bij Champassak, was het niet veel beter. Ook hier vlogen vrij veel mooie grote vlinders zoals de prachtige Golden Birdwing (Troides aeacus, in 2003 al eens in Kuala Lumpur gezien) de limoenvlinder (Papilio demoleus) en (waarschijnlijk) de grote mormon (Papilio mormon). Maar ook hier geen bijzondere vogels. 

Grote mormon 

Wel ben ik bij de tempels van Champassak op libellenjacht gegaan. Bij het wetland achter de tempels en de door de hoge waterstand ondergelopen velden zag ik verschillende libellen die wel iets aan onze Nederlandse libellen doen denken, maar toch allemaal anders zijn. Het meest algemeen was daar de slanke oeverlibel (Orthetrum sabina), inderdaad veel slanker dan onze oeverlibel. Een libel die wat aan onze heidelibellen doet denken is swamp watcher (Potamarcha congener). Maar één keer zag ik een libel met prachtig rode vleugels, de Russet percher (neurothemis fulvia). Ik dacht eerst nog dat ik een vlinder had gefotografeerd. Heel mooi waren de vele exemplaren van de Ditch jewel (Brachythemis contaminata), die over het ondergelopen land bij een van de tempels vlogen. Ik zag maar één waterjuffer, die wel iets leek op een kanaaljuffer of een watersnuffel: de Eastern lillysquatter (Paracercion melanotum). En hier eindigde mijn korte kennismaking van de libellen van Zuidoost Azië. Een vervolg zit er niet echt in.

Met dank aan Erik Fleur die mij met de namen van de libellen heeft geholpen.

Een parkje in Bangkok

Op de terugweg naar Nederland waren we nog even in Bangkok. Daar nog een paar interessante waarnemingen in de stadsnatuur, een parkje vlakbij de grote Wat Pho tempel: Saranrom Park.  In het park zagen we twee grote Varanen (‘monitor lizzards’) , de een na grootste hagedissen ter wereld. Ik had ze 22 jaar geleden in Malakka in Maleisië gezien en was vergeten hoe groot die beesten zijn. In het parkje zagen we ook zwarte kraaien (dikbekkraaien), een iets andere soort dan we in Nederland zien en ook maina’s, in dit geval de kuifmaina (‘crested myna’), een andere soort dan die we in Laos hadden gezien.

Mooie libel! Mooie foto?

Het “Pretty Flower Syndrome”

Ik fotografeer al een aantal jaren mooie libellen. Ik denk dat andere mensen wel iets aan mijn positieve en negatieve ervaringen met mijn pogingen mooie libellenfoto’s te maken kunnen hebben. Ik heb er zelfs wel eens lezingen over gegeven. Ik begin zo’n lezing meestal met de uitspraak: “Een foto van een mooie libel is nog geen mooie foto.” Daarbij raak ik een kernprobleem van de natuurfotografie. De natuurfotograaf houdt vaak zo van de natuur dat hij (of zij) vergeet dat hij (of zij) aan het fotograferen en niet een libel aan het kopiëren is. Dat leidt er niet zelden toe dat de fotograaf denkt dat het uitsluitend erom gaat de libel (de vogel, de bloem of het hert) op de foto te krijgen en nauwelijks oog heeft voor de omgeving van dit centrale onderwerp.

In een uitstekend boek over macrofotografie noemt Rob Sheppard dit het “Pretty Flower” Syndrome: “When photographers start capturing images of flowers, they get excited  about the beauty of the flower and forget they are making a photograph, but unfortunately, a flower is not a photograph nor is a photograph a flower. … We cannot put a flower inside our camera; we can only create an image that interprets our experience with it.” (Sheppard 2015, p. 178). We kunnen evenmin mooie vogels of mooie libellen in onze camera stoppen. 

Bijzondere foto gemaakt?

Als ik door een natuurgebied loop, dan ben ik niet de enige met zware apparatuur bewapende fotograaf. Zoomobjectieven van 600 mm zijn allang geen uitzondering meer. Vaak komt zo’n collega-fotograaf of een andere natuurliefhebber naar mij toe en stelt mij de vraag: “Heb je nog iets bijzonders kunnen fotograferen?”. Ik antwoord meestal: “Ja en nee, ik geloof dat ik misschien wel een bijzondere foto heb gemaakt, maar het onderwerp is niets bijzonders. De bloedrode heidelibel heb ik mooi tegen een egaal donkere achtergrond kunnen fotograferen. Ik denk dat het een mooie foto geworden is, maar op zichzelf is een bloedrode heidelibel niets bijzonders. Het stikt er hier van op dit moment.”

Geen libellen kopiëren

Natuurlijk begrijp ik het heel goed als beginnende libellenfotografen trots zijn op hun eerste gelukte foto van een vliegende grote keizerlibel. Het is ook best moeilijk. Maar mij kan zo’n foto, die op duizenden plaatsen ontelbare keren wordt gemaakt, geen voldoening schenken. Ik wil geen libel kopiëren. Ik wil een foto maken. Los van noodzakelijke kennis over de bediening van de camera en het gedrag van de libel gaat het dan vooral om een mooie compositie die een eigen verhaal vertelt, waarbij heel veel zaken een rol kunnen spelen zoals keuze van standpunt, lichtval, schaduwen, spiegelingen, structuur van oppervlakken, egale of juist niet egale achtergronden, contrasterende of harmonische kleuren, relaties met andere dieren en planten, gebeurtenissen zoals paren, uitsluipen, eieren leggen of andere insecten verorberen. Op deze blogsite heb ik regelmatig iets laten zien van mijn worsteling met dit onderwerp.

Moeilijk te maken. Maar als foto niet bijzonder interessant.

Wat zegt het internet?

Maar ik ben natuurlijk niet de enige of de beste libellenfotograaf in Nederland. Om te zien wat ik van andere libellenfotografen kan leren, heb ik een groot aantal websites bestudeerd. De lijst staat hieronder. 

Zonder uitzondering geven deze sites nuttige tips over instellingen, gebruik van objectieven instellingen voor sluitertijden, ISO-waarden en diafragma’s. Ook staan er nuttige tips in over het voorzichtig benaderen van libellen. Veel nieuws leer ik daar niet van, maar ik kan me voorstellen dat veel mensen van deze informatie profiteren. Ook bevatten deze sites prachtige foto’s. Helaas geeft vrijwel bijna geen enkele site de overwegingen die tot die prachtige composities hebben geleid: het gebruik van achtergrondkleuren, patronen in de achtergrond, de verhoudingen van het frame en bijvoorbeeld de plaatsing van het onderwerp in het frame of het gebruik van meerdere onderwerpen in dezelfde foto.

Kortom: de meeste sites over libellenfotografie gaan in de eerste plaats over libellen, een klein beetje over de techniek van het fotograferen, en vrijwel nauwelijks over de compositie van de foto. 

Meer op deze blogsite

Zittende of hangende libellen fotograferen

Libellen op de foto

Libellen fotograferen

Geraadpleegde websites

https://www.derooijfotografie.nl/tips-voor-het-fotograferen-van-libellen/

 

https://www.natuurfotografie.nl/hoe-fotografeer-je-libellen-en-juffers/

 

https://www.rootsmagazine.nl/uitgelicht/mini-masterclass-van-edwin-giesbers-libellenfotografie

 

https://www.nandoonline.com/vliegende-libellen-fotograferen/

 

https://photounited.nl/product/libellen-en-juffers-fotograferen/

 

https://zoomacademy.nl/blog/5-tips-om-libellen-te-fotograferen

https://www.photofacts.nl/fotografie/rubriek/natuurfotografie/libellen-fotograferen-vergt-voorbereiding-precisie-en-geduld-deel-2.asp

 

https://www.jodyzweserijnphotography.nl/wat-ik-zoek-tijdens-het-fotograferen-van-juffers-libellen-en-vlinders/

 

https://kijkenziefotoschool.nl/libellen-juffers-fotografietips/

 

https://assets.vlinderstichting.nl/docs/bbc35065-c709-40f0-ad5b-f9b9a80e528f.pdf

 

 

Het geciteerde boek van Rob Sheppard:

Rob Sheppard, Macro Photography: From Snapshots to Great Shots, Peach Pit Press, 2015.

Van dit boek leer ik meer dan van alle bovengenoemde websites.

 

 

Fietsen door de leegte

Fietsen door Polen

Ik rijd met mijn 20 jaar oude Gazelle op een kleine weg door een Pools dorp. Aan de rechterkant staan betonnen palen voor elektriciteits- of telefoonleidingen. Boven op de meeste palen staat een ooievaarsnest. Ooievaars vliegen heen en weer tussen het boerenland grenzend aan dit dorp en de nesten om hun kroost van voedsel te voorzien.

Strontkarren rijden met te hoge snelheid door de vieze straat. Even later gaat de geasfalteerde weg in een half verharde weg over en verdwijnt in een groot bos. Ik geniet van het ritme van honderden kale dennenstammen in het middaglicht. Alleen boven aan de bomen zitten takken met groene naalden. Voortdurend hoor ik hoe de vinken zich uitsloven met hun eindeloos herhaalde liedje. Bonte spechten hoor ik ook, maar ik zie ze niet. Als ik, met enige moeite door de slechte kwaliteit van de weg, het bos uit kom, rijd ik langs mooie meertjes waar de grote karekieten luid vanaf hoge rietstengels zingen. Af en toe staan er niet alleen tientallen Mariabeelden langs de weg, maar soms ook een mooie oude kerk. Op de achtergrond hoor ik voortdurend de veldleeuweriken, een geluid dat in Nederland bijna uitgestorven is. Hier en daar zie ik op een paal een grauwe klauwier zitten en ik kom regelmatige kwikstaarten tegen, witte en gele.

Ik fiets hier door het voormalige Oost Pruisen. Veel plaatsnamen zullen wel Duits geweest zijn, maar na de Tweede Wereldoorlogen zijn de Duitsers hier verjaagd en zijn er Polen komen wonen, gedeeltelijk afkomstig van het deel van Polen dat de Russen hebben ingepikt. De bakstenen gebouwen doen erg Noord-Duits aan. Als ik een uur later door mooie weidegebieden fiets, zie ik een aantal kraanvogels in het veld. Wat zijn ze groot! Ze zijn groter dan ooievaars. Tijdens elke fietstocht in Polen heb ik er wel een paar gezien.

De slag bij Hoofe
 
In 2018 heb ik het Noordelijke deel van de Green Velo route gefietst. Na een paar dagen kwam ik in Dwórzno aan, een klein plaatsje niet ver van de Russische grens ten Zuiden van Kaliningrad. Ik overnachtte toen in een eenvoudige Agroturystyka. Dit jaar had ik de grote kamer met uitzicht op de tuin opnieuw gereserveerd. 
Toen ik door het dorpje fietste, zag ik op een huis een afbeelding van Napoleon en een verwijzing naar de slag bij Dwórzno, die op 6 februari 1807 plaatsgevonden had. Het was een bloedige strijd tussen Franse en Russische troepen bij dit dorpje, dat toen Hoofe heette. Twee dagen later, na de slag van Pruska Iławka, trokken de Russisch-Pruisische troepen zich terug. https://gorowo-ilaweckie.olsztyn.lasy.gov.pl/aktualnosci/-/asset_publisher/PlFP4IASpQaf/content/rekonstrukcja-bitwy-pod-hoofe

Genieten van de leegte

Voor de zesde keer maakte ik een tocht door Polen, nu een rondje rond de stad Olsztyn in het Noord Oosten. Sommige stukken had ik al eerder – in omgekeerde richting – gefietst, delen van de langste fietsroute van Polen: Green Velo of Oostelijke Fietsroute (Wschodni Szlak Rowerowy). Behalve lelijke boerendorpen, middelmatige provincieplaatsjes, uitgestrekte bossen, mooie meren en hier en daar een interessante kerk is hier vrijwel niets te zien. Dat is de voornaamste reden dat ik hier graag heen ga.

Het echte Polen (Sępopol)

Ik geniet van de leegte, van het niets. Er zijn vrijwel geen toeristen en als ik dan toch eens een kudde elektrisch versterkte dikke Duitse gepensioneerden tegenkom, dan lijkt dat een inbreuk op mijn vakantiegevoel. Als ik door dit rustgevende niets fiets, heb ik veel tijd om na te denken. Nu dacht ik na over de veranderingen in dit land, over de winst van anti-Europese krachten in een land dat ongelooflijk van Europa geprofiteerd heeft en over de gevaren van de politieke ontwikkelingen in Rusland en Amerika. Of het klopt, weet ik niet, maar ik dacht ook een schaalvergroting van de Poolse landbouw en een achteruitgang van de biodiversiteit waar te nemen.

 

Verschrikkingen in Mehlsack

In dit gedeelte van Polen fiets je door een licht glooiend vredig boerenland, vaak door mooie lanen met bomen aan beide kanten. Regelmatig zie je aan de horizon fraaie oude bakstenen kerken verschijnen. Als de stadjes waar je doorheen komt iets over hun geschiedenis konden vertellen, zou de vredige rust gauw verstoord worden. Je fietst hier door het voormalige Oost Pruisen, waar Duits de belangrijkste taal was. Bartoszyce was Bartenstein, Olsztyn Allenstein, Lidzbark Warmiński Heilsberg en Ostróda Osterode. Vanaf het eind van de tweede wereldoorlog zijn vrijwel alle Duitsers naar het Westen gevlucht en niet veel van de achterblijvers hebben het overleefd. Oost Pruisen werd verdeeld tussen Rusland en Polen. Het Poolse deel werd de provincie Ermland-Mazurië. Pools werd de officiële taal en het land werd vooral katholiek. De lege platgebombardeerde steden werden langzaam herbouwd en bevolkt door Polen. 

Elk dorp en elke stad hier heeft zijn eigen verschrikkelijke geschiedenis. Neem bijvoorbeeld de oude stad Mehlsack,  een in de klanken van de Duitse taal verbasterde oud-Pruisische naam Melzak. Na veel oorlogen en verwoestingen behoorde de stad in 1945 bij het Regierungsbezirk Königsberg van de Duitse provincie Ostpreußen. Niet veel later werd de stad vrijwel totaal verwoest door het Russische rode leger. Alle Duitsers werden uit de stad verdreven en vervangen door Polen. Stap voor stap werd de stad herbouwd. In 1947 kreeg de stad een nieuwe naam: Pieniężno, genoemd naar de Poolse vrijheidsstrijder Pieniężny, die in een concentratiekamp was omgekomen. In 2025 fietste ik door dit gezellige vredige Poolse stadje.

Op de Gazelle

Fietsen is voor mij een vast onderdeel van het voorjaar of de vroege zomer. Mijn eerste grote fietstocht, meer dan 2000 km maakte ik in 1979 op een tweedehands Peugeot in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. In de jaren daarna maakte ik lange tochten vanuit Nederland naar Frankrijk en Spanje (met de trein terug). Tussen 1985 en 1987 maakte ik drie lange fietstochten met Petra. Toen onze zoon Hans groot genoeg was, zette ik met hem de traditie voort met vijf jaarlijkse fietstochten tussen 2005 en 2009. In 2005 had Petra ons twee Gazelle-fietsen cadeau gegeven. Vanaf 2010 maak ik vrijwel elk jaar een fietstocht alleen. Op die twintig jaar oude fiets maakte ik ook de laatste fietstocht in Polen. Als ik de afstanden van alle lange fietstochten op deze fiets bij elkaar optel, kom ik op 17.000 km, een gemiddelde van 850 km per jaar, dagtochtjes niet meegerekend. Goed merk, Gazelle.

Fietspaden in Polen


Als je van goede fietspaden houdt, ga dan naar Nederland. In Polen zijn veel fietsroutes, maar alleen een heel beperkt aantal fietsroutes gaat over goed aangelegde fietspaden. Goede fietsroutes in Noord Oost Polen zijn bijvoorbeeld de genoemde Green Velo route, 2000 km) en de Mazurska Petla Rowerowa (om de grote Mazurische meren heen, 284 km). De paden bij andere fietsroutes zijn vaak zo slecht dat je beter naar geasfalteerde wegen kunt uitwijken. 

De allermooiste fietspaden lopen over het tracé van opgeheven spoorlijnen. 
 
Ook een deel van Green Velo, net ten Zuiden van de Russische enclave van Kaliningrad, loopt over zo’n spoorlijn: lijn 224 van Czerwonka (bij Biskupiec) naar Korniewo (Корнево), nu in Rusland, geopend in 1898-1899. Je fietst langs de vervallen stations van Górowo Iławeckie en Dzikowo Iławeckie (zie foto's hierboven).

Meer blogs over Polen

Fietsen in Polen

Mijn fietstochten in Polen

Door bossen en langs meren in Polen

Polen 2022 – fietsen in de lente

Fietsen langs de Oostzee

Fietsen in Polen … (2018)