Corona Bullshit

Zet een paar willekeurige punten op papier en de meeste mensen zien er iets in. Je hersenen verbinden die punten op een manier dat er een figuur ontstaat, een gezicht, een landschap, een boom of een huis. Mensen houden niet van chaos. Mensen houden niet van het toeval. Voor veel mensen geldt zelfs: “Toeval bestaat niet”.

De mens heeft een pak slaag nodig!

Er was een tijd dat elke overstroming, extreme storm of akelige ziekte werd toegeschreven aan slecht gedrag van mensen en, als reactie daarop, een straffende God. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was elke weersverandering of elke epidemie een gevolg van de Russische of Amerikaanse atoomproeven. Wij worden gestraft voor onze overmoed, is vaak het idee.

 

De vier paarden van de apocalyps

Natuurlijk zien ouderwetse Christenen ook het Corona-Virus als een waarschuwing of een straf van God. Het Reformatorisch Dagblad vergeleek onlangs het virus met ‘de plagen in Egypte, om de mens tot inkeer te brengen’. Door sommigen wordt zelfs gerefereerd aan Openbaring 6, vers 8: het Coronavirus zou het ‘vierde paard’ zijn: “En ik zag een grauw paard komen. De ruiter op dat paard heette ‘Dood’, en het dodenrijk kwam achter hem aan. Ze kregen de macht over een vierde deel van de mensen op aarde, om hen te doden door oorlog, honger, ziekte en wilde dieren.”

Maar bijgeloof beperkt zich niet tot interpretaties van Bijbelteksten. We horen de laatste weken de meest wilde interpretaties van wat er nu aan de hand zou zijn.

De natuur slaat terug en meer onzin…

Voor sommige mensen treedt nu opeens Moeder Natuur als een soort boze God op. Zo las ik dat de crisis een straf zou zijn voor het vernietigen van biodiversiteit. Alweer is de mens hoogmoedig geworden. Maar, zo is de redenering, de Natuur slaat terug! De Natuur is, in deze zienswijze, plotseling een wezen met een wil geworden. Moeder Aarde, de Natuur, of Gaia laat ons pijnlijk zien dat we te ver zijn gegaan, ook bijvoorbeeld met de aanleg van 5-G-netwerken!

Anderen geven het ongebreidelde Neoliberalisme de schuld. We worden gestraft en we krijgen les voorgeschoteld. Nu zou je zien wat het betekent, als de winst van de enkeling vóór het algemene belang gaat. De Corona-crisis zou ons zien, waar het echt om gaat: om solidariteit met de medemens, het zelfsturend vermogen van het maatschappelijk middenveld. De crisis zou aangeven, dat we niet op Regeringen boven de mensen noch op privébedrijven mogen vertrouwen. De mens moet zichzelf weer leren redden. De Corona-crisis levert zo een nuttig leermoment. En les in solidariteit en burgerzin! Het zal niet zo lang duren voordat iemand zal schrijven: “Corona-virus: het giftige gevolg van giftige mannelijkheid! Het miskende gender-probleem“.

Alles met alles verbinden …

Coronagekte: alles met alles verbinden …

Je kunt het (zoals ik) grondig eens zijn met veel kritiek op neoliberalisme. Ook is het ieder weldenkend mens wel duidelijk dat we te ver zijn gegaan met het vernietigen van biodiversiteit. En er zitten onmiskenbaar risico’s aan het vervuilen van de ether met hoogfrequente hoogenergetische radiogolven. Natuurlijk is klimaatverandering een van de ernstigste problemen van de tijd. Heel waarschijnlijk is de vernietiging van biodiversiteit een (onzekere) factor in het ontstaan van gevaarlijke virussen, evenals de massale bio-industrie waar miljarden kippen in  veel te kleine ruimtes worden gehouden.

Maar om meteen de willekeurige punten tussen coronacrisis, biodiversiteit, klimaat, 5G-zenders, politieke systemen en neoliberalisme met elkaar te verbinden (zie figuur), dat is net zo menselijk als stompzinnig. In werkelijkheid bevinden wij ons in een nauwelijks te begrijpen situatie, waarin oplossing van onbegrepen problemen op de oude manier waarschijnlijk alleen maar nieuwe problemen zullen veroorzaken.

Dikke pech!

Mensen hebben een onbedwingbare neiging te geloven dat zo’n crisis nuttig (of misschien wel onmisbaar) is omdat we ervan zullen leren. We zouden nu leren tevreden te zijn met essentiële zaken. We zouden leren dat we ook zonder vakantie in vreemde landen gelukkig kunnen zijn. Mensen willen kunnen zeggen: hij was er niet voor niets, wij hebben veel geleerd en wij komen er rijker uit dat we erin gekomen zijn. Bullshit! Zo’n crisis heeft natuurlijk helemaal geen zin. Hij is gewoon dikke pech, verloren tijd, onnodig verlies van mensenlevens en nog veel meer zinloosheid.

___

Vreemde Vogels

Brilduiker – Starrevaart, jan. 2020

Ik ben in een fase van mijn leven beland waar mijn ooit zo serieuze werk stapje voor stapje wordt weggeconcurreerd door mijn nog veel serieuzere hobby’s. Schreef ik vroeger ontzagwekkende dikke rapporten over ecologisch ketenbeheer, mensenrechten en biodiversiteit, nu gaat het vooral om viool spelen, onmogelijke talen leren, fietstochten maken in rare landen, de natuur bestuderen, ironische stukjes schrijven en tenslotte fotograferen met een uit de hand gelopen verzameling camera’s en objectieven.

De omgedraaide vogelaar

Dat leidt ook tot leuke combinaties zoals fotograferen in de natuur: macrofoto’s van vliegende bijen en telefoto’s van zeldzame eenden of ganzen. Maar misschien nog leuker dan al die vogels en insecten zijn de vogelaars.

Vogelaars

Als je je standpunt als vogelfotograaf gewoon 180 graden draait, weet je soms niet wat je ziet.

Beelden zeggen hier meer dan woorden. Zie daarvoor de slide-show op deze pagina.

Afscheid van het biopakket – een droevig win-win-verhaal

Jarenlang stond er elke week zo’n mooie verantwoord papieren zak voor de deur met daarin verantwoorde, biologisch verbouwde groentes. Voordat ik hier iets negatiefs over schrijf, laat ik voorop stellen dan het leuk was. We hebben de meest vreemde met uitsterven bedreigde groentes leren klaarmaken en eten. Dan weer stonden er schorseneren op het programma, koolrabi’s of andere vreemde knollen en wortels. Dan waren er de heerlijkste biologische tomaten waarbij de standaardtomaat letterlijk en figuurlijk verbleekt. Wortels met bonte kleuren en malse sla waren mijn favorieten.

Toch ging er iets grondig mis. Elke week stond er weer zo’n pakket met de meest onmogelijke samenstelling met spullen waar je helemaal geen behoefte aan had. Dat had wel het voordeel dat we minstens vier soorten pompoensoep en drie soorten bietensoep hebben leren maken. Soms gebruikte ik tegen beter weten in de groentes in gerechten waar ze echt niet in thuis hoorden. Ik zal het vieze gezicht van Petra nooit vergeten toen ik een forse hoeveelheid paksoi door de spaghetti had gedonderd. Dat dus nooit meer. Inmiddels had ik de bloemkool en spruitjes op de zwarte lijst gezet maar kreeg daarvoor dan alternatieven waar ik niet altijd blij van werd.

Het resultaat laat zich raden. Elke week belandde 40 tot 50% van de zorgvuldig verbouwde groentes in de biobak. Wij leverden steeds meer mooie biologisch verbouwde grondstoffen aan de compostindustrie. Tijd voor een simpele ecobalans, waarbij ik er voor het gemak van uitging dat gemiddeld 45% van de biologische groenten in de afvalbak belandde, dat de milieubelasting van bio-groente 80% is van normale groente (ja, bio heeft niet alleen maar voordelen) en dat biogroente 20% duurder is dan niet-bio. Als je ons biopakket-scenario vergelijkt met regelmatig naar Albert Heijn gaan om daar afgemeten hoeveelheden te kopen (waarvan 40% biologisch, want daar is voldoende van te krijgen), dan kom je op de volgende getallen uit: milieubelasting zonder groentepakket daalt met 20% en de totale kosten dalen met 30%. Een droevig win-win-verhaal, maar eigenlijk wel logisch. Weggooien is nooit goed voor het milieu en nooit goed voor de portemonnee.

Ik ga nu meerdere malen per week naar Albert Heijn en profiteer met mijn bonuskaart van mooie aanbiedingen. Mijn inkoopgedrag draagt bij aan duurzaamheid zolang ik me maar niet laat verleiden door ‘twee-voor-de-prijs-van-één’-aanbiedingen. Zulke aanbiedingen stimuleren weggooigedrag en meer kopen dan je nodig hebt. Supermarkten willen je graag laten geloven dat ongeremd consumeren duurzaam kan zijn. Trap daar niet in.

_____

Zo’n bio-pakket kan ook leuk zijn, zie bijvoorbeeld mijn verhaal over de Etrog.

Noch jemand zugestiegen?

In de Duitse trein

Ik zit in de trein van Berlijn naar Amsterdam via Hannover en Osnabrück op weg  naar huis. Mevrouw conducteur komt langs en vraagt: “noch jemand zugestiegen?”. Ik ben net ingestapt en laat dus braaf mijn ticket zien. Een paar maanden geleden zei ik tegen een Duitse collega met wie ik een stuk meereisde: “het is toch heel eenvoudig. Als je geen kaartje hebt, houd je gewoon je mond en dan is er een grote kans dat ze je niet controleren.” Zijn ogenblikkelijke reactie was: “Aber Reinier, das ist doch nicht ehrlich!”. Wat een flauwekul, dacht ik. Een mooie fantasie, die wereld van eerlijke mensen.

Moderation einer Sitzung

Ik houd van dit rare land. Ik haat dit rare land. Hoe het ook zij, ik wen er nooit echt aan.  Niet lang geleden werd ik opgebeld of ik bereid zou zijn een vergadering van een brancheorganisatie van de Duitse industrie voor te zitten waar het erom ging voorstellen te formuleren voor onderhandelingen met de Duitse overheid. Waar het hier precies om ging, mag ik hier niet schrijven. Wel kan ik iets zeggen over de sfeer en de gang van zaken gedurende zo’n bijeenkomst.

Ik had eigenlijk al spijt dat ik toegezegd had. Hoe zou ik het voor elkaar krijgen meer dan vijfenveertig mensen met elkaar te laten discussiëren? Ik had een kleine berekening gemaakt wat er zou gebeuren als iedereen vijf minuten het woord zou nemen: 45×5 minuten = 225 minuten = 3 uur en drie kwartier! Daarmee was de hele discussietijd al op zonder enige garantie van een resultaat. Zou ik de energie hebben om als 71-jarige moderator de wilde beesten in toom te houden?

Voordelen van Duitse discipline

Mijn zorgen waren volstrekt misplaatst. Ik was vergeten dat de vergadering in Duitsland plaatsvond. In Duitsland mag je ervan uitgaan dat iedereen op zijn beurt wacht. Als er in de zaal vijf vingers omhoog gaan, hoef je als voorzitter alleen maar te zeggen: “Sie, Sie, Sie, Sie und Sie stehen auf der Rednerliste.  Keine weiteren Wortmeldungen, bitte.“ Het leuke is dat iedereen zich er gewoon aan houdt. De wilde anarchistische taferelen die je in Nederland zou verwachten, ontstaan hier in de regel niet. Wel lopen sommige mensen rood aan van woede als ze niet aan het woord komen, maar het lukt hun bijna fysiek niet om iets te zeggen zonder het woord van de voorzitter gekregen te hebben. Zolang je als voorzitter op een overzichtelijke en eerlijk manier de mensen het woord geeft en zolang je mensen niet te veel onderbreekt, is het heel gemakkelijk. Ook een wat oudere voorzitter houdt dit best lang vol. De vergadering leidde tot een heel bevredigend resultaat en over mijn rol konden zij niet echt klagen en dat hebben zij, voor zover ik weet, ook niet gedaan.  

Saai en humorloos

Maar was het ook leuk? Nee, ik  vond er niets aan. Ik was weliswaar niet uitgeput door het in het gareel houden van het discussievolk, maar ik had na afloop een zwaar geïrriteerd gevoel over de fantasieloze, brave, autoriteitsgevoelige houding van de deelnemers. Waarom dit totale gebrek aan humor en relativering? Halverwege de vergadering kwamen wij op een punt waarop de deelnemers zich positief moesten uitspreken over een principieel besluit. Was dit besluit negatief geweest, dan had iedereen naar huis gekund, inclusief mijzelf. Ik sprak ironisch tot de deelnemers: “Über dieses Ergebnis bin ich doch einigermaßen enttäuscht. Hätten Sie nicht zugestimmt, dann wäre es nicht nur für Sie sondern auch für mich Feierabend gewesen. Schade, ich kann leider noch nicht nach Hause!“ Natuurlijk kwamen hierop meteen reacties. Een deelnemer liet mij nog weten dat een negatief resultaat heel onbevredigend was geweest en dat we maar blij moesten zijn dat het geen “Feierabend” was. Alsof ik dat niet wist! Zat ik fout met mijn ironie? Was dit een cultureel probleem of overschatte ik de intelligentie van de deelnemers? Aan mijn Duits kan het niet gelegen hebben, want dat is beter dan van veel dialect pratende middenstanders in die kringen.

Zware kost

Ik  bleef nog een nachtje in de Duitse stad. Ik vond een aardige kroeg annex restaurant in een van de weinige straatjes die de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd. De ober was vriendelijk. Ik mocht zijn droge Nedersaksische humor wel. Een beetje alsof je in Groningen bent. Ik dronk drie kleine glaasje uitstekend bier en at er een “Lammshaxe mit Bratkartoffeln” bij.

Naast mij zat een Chinese vrouw een “deftig” plattelandsgerecht met gebakken aardappels, een of andere varkenspoot, worsten en zuurkool te eten. Mooie combinatie: dat fijn getekende Aziatische gezicht bij die onbehoorlijke berg ongenuanceerd Duits voedsel.

Blij in irritant Nederland

Langzaam “schalte ich ab.” Ik denk terug aan mijn vele Duitse projecten, de vele vergaderingen  die ik heb voorgezeten en de honderden nachten die ik in Duitse hotels heb doorgebracht. Ik heb leuk werk gedaan, aardige mensen ontmoet, maar ik ben blij dat ik nu snel weer naar Nederland mag, het land waar iedereen altijd op alles commentaar heeft, niemand zich de mond laat snoeren. Het land waar mensen initiatief nemen ook al krijgen ze geen opdracht van boven, waar mensen creatief zijn en oplossingen verzinnen die niet in de handboeken en wetsteksten staan. Ik denk aan dat bezoek van Helmut Kohl heel veel jaren geleden. Er was een gesprek met Nederlandse schoolkinderen georganiseerd. Toen Kohl de kinderen  iets wilde bijbrengen, was de eerste reactie van één van die kinderen iets als: “Dat is toch onzin wat u zegt. Dat gelooft u  toch zelf niet?”. Hoe irritant ik ze ook vind, ik ben trots op zulke kinderen.

Ik nader de Nederlandse grens. Nog een keer komt er Duitse conducteur langs. “Noch jemand zugestiegen?”. Het blijft stil in onze coupé.