Naar de Zuiderzee

Verslag der Vogelwerkgroep Leiden van de Koninklijke Natuurhistorische Vereeniging K.N.N.V. van de excursie op Zondag 23 April 1922.

Leiden

Vanmorgen liepen twee dames en drie heeren door de mooie Leidsche binnenstad naar het spoorwegstation van Leiden. De locomotief van den trein naar Utrecht stond al te stomen. De excursie was georganiseerd door Mej. Dra. A.M.M. Burgers, tot niet zo heel lang geleden leerares biologie aan een Hoogere Burgerschool te Leiden. Met onbluschbaren ijver organiseert zij de eene excursie na de andere. Zij stond als eerste, uitgedoscht met een fraaie plunjezak op het eerste perron. waarna even later zich de heer Drs. A. Staal, nog steeds werkzaam in het onderwijs, maar dan aan een Lagere School met den Bijbel, en de heer Drs. S. van der Laan, sinds kort werkzaam voor de plantsoenendienst der Stad Leiden, en de heer Drs. Th. Bijvoet, door de week verantwoordelijk voor de Nederlandsche Cultuurpolitiek in ’s-Gravenhage, bij het groepje enthousiaste vogelliefhebbers voegden. Toen ook Mej. M. Stahlie – in onze kringen zeer gewaardeerd om haar inzet voor het overbrengen van natuurkennis en natuurliefde aan de o zoo belangrijke jongere generatie  – het perron op kwam loopen, was het om 7:04 uur hooge tijd voor het vertrek richting Utrecht en verder. Ondergeteekende, Dr. R. de Man (gepensioneerd adviseur van groote Nederlandsche en buitenlandsche ondernemingen), stapte op het stationnetje Lammenschans den trein in.

De treinen van de Nederlandsche Spoorwegen zijn rap tegenwoordig. In iets meer dan een uur naar Utrecht geboemeld. Na overstappen in Utrecht en Amersfoort in den trein richting Zwolle. In Putten, aankomst 9:56 uur, stond onze vriend Professor Dr. Harkema, een goede vrind van Drs. Staal, klaar om ons met zijn eigen automobiel van het station af te halen. We zouden vogels gaan kijken bij de Zuiderzee. Over vijf jaar wordt begonnen met de aanleg van de ‘afsluitdijk’. Zuiderzee wordt IJsselmeer. Hoe zal het met de vogels gaan? Onze grote voorvechter van het behoud van de Nederlandse natuur, Jac. P. Thijsse, heeft daar onlangs in het blad ‘De Levende Natuur’ over geschreven, waaarbij hij  de noodzaak van natuurstudie benadrukt: “Hoe beter wij de vogelwereld van de Zuiderzee kennen, des te meer kans bestaat er, dat we de perikelen van de droogmaking tot een minimum beperken. Ik weet, dat de Directie der Zuiderzeewerken in dit opzicht tot de allerwelwillendste medewerking bereid is.” Maar gelukkig is het nog niet zo ver.

Het is maar een klein eindje rijden naar de kust. Dat is maar goed, want de Professor moest twee keer rijden. Zoo groot is die auto ook weer niet. Bij een klein haventje aan den Zuiderzeekust lag de kleine visschersboot van de heer Harm Dekkers, een Harderwijker visscher, een type van een vent, wel wat los in zijn mond, maar vol leuke opmerkingen, die vaak iemand karakteriseerden. Zo noemde hij Mej. Burgers, wier naam hij niet kende, Prinses Kiekema, en dat was zo teekenend, ook volgens de dame in kwestie, dat het zelfs door haar niet kwalijk genomen werd. Mej. Burgers had een heel mooi kiektoestel meegetorscht en maakte tijdens de geheele excursie de mooiste prenten.

Harderwijk

De dames en heeren, met uitzondering van den Professor, gingen aan boord van de kleine visschersboot en het avontuur kon beginnen. Wij zeilden een stukje evenwijdig aan de kust richting Harderwijk en vervolgens vlak langs de haven van Harderwijk zonder daar aan te leggen. Drs. Bijvoet was de gelukkige eigenaar van een Carl-Zeiss-binoculair, een staaltje van grootsche techniek, niet minder kostbaar dan vernuftig. Als wij beloofden, de nodige voorzichtigheid in acht nemen, mochten wij er even door loeren.

Aalscholver

Vol enthousiasme riep Mej. Stahlie: “drie aalscholvers, een groep smienten, en kijk daar eens even, daar staan kluiten met hun lange pooten in het zoute water”. “Mocht er een Schepper bestaan”, verzuchtte onze schoolmeester van de School met den Bijbel, “dan heeft hij het niet slecht gedaan! Wat een mooie ranke vorm, wat een mooi minimaal kleurenpalet”. Mej. Burgers voegde daaraan toe, dat deze vogel ideaal was om te kieken: een “zwart-wit-vogel” grapte deze, anders zoo serieuze, biologe.

De heer Dekker stuurde zijn scheepje bij Harderwijk verder het ruime sop op, verder van den kust. De deining nam iets toe, maar zonder onaangenaam te worden. De Zeiss ging van hand tot hand (en van oog tot oog), waarbij Drs. Bijvoet niet steeds gelukkig keek, alsof hij vreesde dat zijn zoo kostbare bezit op de bodem van het scheepje zou eindigen. Dat gebeurde niet. Onze plantsoenambtenaar, die over de beste oogen van ons allen beschikt, riep plotseling: “meneer Dekker, graag de boot hier stilhouden. Leg hem even tegen de wind”, commandeerde hij den armen bootsman wel heel erg direct en bijna onbehoorlijk. Maar niet zonder reden! Wat zag Drs. Van der Laan? “Beste menschen, kijk nu eens aan, daar drijft zowaar een groote groep Middelste Zaagbekken”.

Brilduiker

Zij waren nog ver weg, maar de Zeiss van Drs. Bijvoet haalde ze dichtbij. Wat waren ze mooi! Maar dit was nog zeker niet het einde van het verhaal. Vlak in de buurt van de Zaagbekken zwommen een paar Nonnetjes. “Gek”, zei Dr. de Man, “dat we een mannetje van het nonnetje geen patertje noemen”. Niemand lachte, maar zelf vond hij het een leuke grap.

De heer Staal had van zijn echtgenoote een heele verzameling koeken meegekregen. Die koek ging erin als koek. Een perfecte dag, een frische wind, het geluid van allerlei vogels, een mooi zonnetje en een allergezelligst gezelschap.

We voeren niet heelemaal naar Enkhuizen maar we draaiden naar links richting het Gooi. De deelnemers aan deze prachtige excursie werden hierna nog getracteerd op brilduikers, heel veel futen, een paar dodaarsjes en natuurlijk de gebruikelijke meeuwen. Mej. Burgers kiekte, dat het een lieve lust was, alsof ze haar bijnaam “Prinses Kiekema” moest bewijzen.

Niet ver van Spakenburg kwamen we weer dichtbij het vaste land. Daar werden we nog even verrast door een heele groote groep grutto’s, wel zeker 250 tot 300 stuks. Prachtig, zooals die roodachtige tinten schitterden in den laten middagzon.

Grutto’s

Vervolgens zagen wij de fraaie bosschen van de Noord Veluwe in de verte, maar daarheen gaan wij zeker een andere keer. Het zat er bijna op. Toen wij tegen zevenen bij het haventje bij Putten aankwamen, stond professor Harkema, geleund tegen zijn voertuig, al op ons te wachten. Hij reed ons in twee ritten naar het spoorwegstation van Putten, waar we om 7:53 in den avond vertrokken. Het was nu eenvoudiger om via Amsterdam naar Leiden te reizen, waar we om 12:03, net na middernacht aankwamen. Op het Centraalstation van Leiden namen de deelnemers afscheid. Dr. de Man had nog zeker drie kwartier te loopen, want een trein naar Lammenschans zou pas den volgenden ochtend vertrekken.

 

Waarnemingen
1.      Aalscholver

2.      Blauwe Reiger

3.      Brandgans

4.      Brilduiker

5.      Buizerd

6.      Dodaars

7.      Fuut

8.      Groote Mantelmeeuw

9.      Grutto

10.  Kievit

 

11.  Kluit

12.  Knobbelzwaan

13.  Kokmeeuw

14.  Kuifeend

15.  Meerkoet

16.  Middelste Zaagbek

17.  Nonnetje

18.  Scholekster

19.  Smient

20.  Tafeleend

21.  Tureluur

22.  Waterhoen

23.  Wilde Eend

24.  Wintertaling

25.  Wulp

26.  Zilvermeeuw

 

 

Eenige Achtergronden

Voor degenen, die zich interesseeren voor achtergronden van dit curieuze verslag, heeft Dr. de Man nog een speciale pagina gemaakt.

Jantje in zijn eentje

1951

Ergens in de jaren 50 van de vorige eeuw (onduidelijk of er 1951 of 1957 voor in het boekje staat), meer dan 65 jaar geleden kreeg ik van mijn vader en moeder het boekje Jantje in zijn eentje. Ik vond het een eng boekje. Jantje wordt wakker in een totaal lege wereld. Hij kan doen waar hij zin in heeft. Als hij duizend gulden uit de bank haalt, realiseert hij zich dat hij helemaal geen geld nodig heeft. Hij kan alles zo wel uit de winkels pakken. Als hij in een lege tram stapt en ermee wegrijdt, vindt hij het nog best leuk. Maar hij vindt er steeds minder aan.

Jantje vindt het wát fijn, dat hij alleen op de wereld is. Nu kan hij precies doen wat hij prettig vindt.
Jantje rijdt in zijn tram naar het Leidseplein, verder kan hij niet, want er staat een andere tram op zijn spoor.
Jantje kan niet remmen, daarom rijdt hij regelrecht op die andere wagen in.
Beng!

Na nog een ritje met een brandweerauto en een mislukte poging om in een hotel havermout te gaan koken, eindigt het drama in een tochtje met een “prachtig verkeersvliegtuig”. Hij vliegt tegen de maan, stort neer en … wordt wakker in zijn bed. Dan komt zijn moeder binnen. “O, Moeder, ik droomde dat ik alleen op de wereld was, en ik kon alles doen wat ik maar wilde. Maar toen ging ik het toch zo vervelend vinden dat ik helemaal alleen was. – Gelukkig is het alleen maar iets, dat ik gedroomd heb.”

2020

Vandaag had ik vioolles in Amsterdam. Langs de anders zo drukke straten bij de scholen van Watergraafsmeer liepen geen kinderen met hun ouders. Op de terugweg passeerde  een tram  mij op de Middenweg. De tram was leeg. Even later reed ik langs Schiphol. Er stegen geen vliegtuigen op. Ik trok nog eens krachtig aan mijn neus, gaf mezelf een klap op mijn hoofd, maar ik bleek niet te dromen.

Coronaland, maart 2020. Daar was ik.

_____

 

 

noot: Jantje in zijn eentje was een vertaling uit het Deens: Jens Sisgaard, Palle allene i Verden, 1942. Mijn ouders kochten de Nederlandse vertaling in 1951 of 1957 (1951 is waarschijnlijker omdat dit geen boek lijkt voor iemand van 9 jaar oud) voor Hfl 2,90 – omgerekend naar nu ongeveer €17,50.

Corona Bullshit

Zet een paar willekeurige punten op papier en de meeste mensen zien er iets in. Je hersenen verbinden die punten op een manier dat er een figuur ontstaat, een gezicht, een landschap, een boom of een huis. Mensen houden niet van chaos. Mensen houden niet van het toeval. Voor veel mensen geldt zelfs: “Toeval bestaat niet”.

De mens heeft een pak slaag nodig!

Er was een tijd dat elke overstroming, extreme storm of akelige ziekte werd toegeschreven aan slecht gedrag van mensen en, als reactie daarop, een straffende God. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was elke weersverandering of elke epidemie een gevolg van de Russische of Amerikaanse atoomproeven. Wij worden gestraft voor onze overmoed, is vaak het idee.

 

De vier paarden van de apocalyps

Natuurlijk zien ouderwetse Christenen ook het Corona-Virus als een waarschuwing of een straf van God. Het Reformatorisch Dagblad vergeleek onlangs het virus met ‘de plagen in Egypte, om de mens tot inkeer te brengen’. Door sommigen wordt zelfs gerefereerd aan Openbaring 6, vers 8: het Coronavirus zou het ‘vierde paard’ zijn: “En ik zag een grauw paard komen. De ruiter op dat paard heette ‘Dood’, en het dodenrijk kwam achter hem aan. Ze kregen de macht over een vierde deel van de mensen op aarde, om hen te doden door oorlog, honger, ziekte en wilde dieren.”

Maar bijgeloof beperkt zich niet tot interpretaties van Bijbelteksten. We horen de laatste weken de meest wilde interpretaties van wat er nu aan de hand zou zijn.

De natuur slaat terug en meer onzin…

Voor sommige mensen treedt nu opeens Moeder Natuur als een soort boze God op. Zo las ik dat de crisis een straf zou zijn voor het vernietigen van biodiversiteit. Alweer is de mens hoogmoedig geworden. Maar, zo is de redenering, de Natuur slaat terug! De Natuur is, in deze zienswijze, plotseling een wezen met een wil geworden. Moeder Aarde, de Natuur, of Gaia laat ons pijnlijk zien dat we te ver zijn gegaan, ook bijvoorbeeld met de aanleg van 5-G-netwerken!

Anderen geven het ongebreidelde Neoliberalisme de schuld. We worden gestraft en we krijgen les voorgeschoteld. Nu zou je zien wat het betekent, als de winst van de enkeling vóór het algemene belang gaat. De Corona-crisis zou ons zien, waar het echt om gaat: om solidariteit met de medemens, het zelfsturend vermogen van het maatschappelijk middenveld. De crisis zou aangeven, dat we niet op Regeringen boven de mensen noch op privébedrijven mogen vertrouwen. De mens moet zichzelf weer leren redden. De Corona-crisis levert zo een nuttig leermoment. En les in solidariteit en burgerzin! Het zal niet zo lang duren voordat iemand zal schrijven: “Corona-virus: het giftige gevolg van giftige mannelijkheid! Het miskende gender-probleem“.

Alles met alles verbinden …

Coronagekte: alles met alles verbinden …

Je kunt het (zoals ik) grondig eens zijn met veel kritiek op neoliberalisme. Ook is het ieder weldenkend mens wel duidelijk dat we te ver zijn gegaan met het vernietigen van biodiversiteit. En er zitten onmiskenbaar risico’s aan het vervuilen van de ether met hoogfrequente hoogenergetische radiogolven. Natuurlijk is klimaatverandering een van de ernstigste problemen van de tijd. Heel waarschijnlijk is de vernietiging van biodiversiteit een (onzekere) factor in het ontstaan van gevaarlijke virussen, evenals de massale bio-industrie waar miljarden kippen in  veel te kleine ruimtes worden gehouden.

Maar om meteen de willekeurige punten tussen coronacrisis, biodiversiteit, klimaat, 5G-zenders, politieke systemen en neoliberalisme met elkaar te verbinden (zie figuur), dat is net zo menselijk als stompzinnig. In werkelijkheid bevinden wij ons in een nauwelijks te begrijpen situatie, waarin oplossing van onbegrepen problemen op de oude manier waarschijnlijk alleen maar nieuwe problemen zullen veroorzaken.

Dikke pech!

Mensen hebben een onbedwingbare neiging te geloven dat zo’n crisis nuttig (of misschien wel onmisbaar) is omdat we ervan zullen leren. We zouden nu leren tevreden te zijn met essentiële zaken. We zouden leren dat we ook zonder vakantie in vreemde landen gelukkig kunnen zijn. Mensen willen kunnen zeggen: hij was er niet voor niets, wij hebben veel geleerd en wij komen er rijker uit dat we erin gekomen zijn. Bullshit! Zo’n crisis heeft natuurlijk helemaal geen zin. Hij is gewoon dikke pech, verloren tijd, onnodig verlies van mensenlevens en nog veel meer zinloosheid.

___

Vreemde Vogels

Brilduiker – Starrevaart, jan. 2020

Ik ben in een fase van mijn leven beland waar mijn ooit zo serieuze werk stapje voor stapje wordt weggeconcurreerd door mijn nog veel serieuzere hobby’s. Schreef ik vroeger ontzagwekkende dikke rapporten over ecologisch ketenbeheer, mensenrechten en biodiversiteit, nu gaat het vooral om viool spelen, onmogelijke talen leren, fietstochten maken in rare landen, de natuur bestuderen, ironische stukjes schrijven en tenslotte fotograferen met een uit de hand gelopen verzameling camera’s en objectieven.

De omgedraaide vogelaar

Dat leidt ook tot leuke combinaties zoals fotograferen in de natuur: macrofoto’s van vliegende bijen en telefoto’s van zeldzame eenden of ganzen. Maar misschien nog leuker dan al die vogels en insecten zijn de vogelaars.

Vogelaars

Als je je standpunt als vogelfotograaf gewoon 180 graden draait, weet je soms niet wat je ziet.

Beelden zeggen hier meer dan woorden. Zie daarvoor de slide-show op deze pagina.