Voorjaarslied

Gewoon een paar plaatjes van het voorjaar 2022. De ontwikkelingen in de wereld zijn niet echt om vrolijk van te worden, maar de vogels zingen er vrolijk op los, alsof er niets aan de hand is. Hieronder heel gewone vogeltjes als de merel, de roodborst en de vink.

Maar ook het winterkoninkje kan er wat van. Ongelooflijk wat zo’n klein vogeltje aan stemgeluid kan produceren. Daaronder een tjiftjaf en een groenling.

En nog een groenling en een van de schaarse gele kwikstaarten dit jaar op Texel. Van de nachtegaal heb ik geen foto. Die laat zich niet zo gemakkelijk fotograferen, maar als hij er is, hoor je hem wel heel goed.

 

 

Nachtegaalconcert op een hyacintentapijt

Natuurexcursie van de KNNV Vogelwerkgroep Leiden naar Hyacintenbos en Solleveld op 1 mei 2022

Tekst eerder gepubliceerd als officieel verslag van de Werkgroep

Hyacinten

Om acht uur startte bij het landgoed Ockenburg een mooie natuurexcursie onder leiding van Ron (Ousen) en Marianne met verdere deelnemers Jan, Marian, Anita (introducee), Roelien, Rob en Reinier. Het was nog redelijk fris, maar de zon kwam al snel door. Het was een natuurexcursie met aandacht voor veel meer dan alleen vogels. Bij Ockenburg bloeiden voorzichtig al de eerste rododendrons. Al snel bereikten wij het prachtige hyacintenbos. Wat een schitterende kleuren: hyacintenblauw gemengd met het frisse groen van ontluikende varens en lelietjes van dalen onder een dak van net uitgekomen eikenbladeren.

Natuurlijk hoorden wij de eerste zwartkoppen, winterkoninkjes en merels, maar het gesprek (er werd druk gepraat op deze gezellige excursie!) ging aan het begin van de wandeling vooral over planten, waarbij onder meer eenstijlige en tweestijlige meidoorns, salomonszegel en daslook de revue passeerden. Even vroeg een overvliegende buizerd onze aandacht maar al snel was onze blik weer op de bomen dichtbij gericht, eigenlijk op het werk van een insect. Tussen de prille eikenbladeren hing een prachtige galappel, volgens mijn app veroorzaakt door de aardappelgalwesp. Interessant aan dit insect is de wisseling tussen twee generaties, die achtereenvolgens ‘aardappelgallen’ en ‘wortelgallen’ maken, te ingewikkeld om hier verder op in te gaan.

Hyacinten

Onze zintuigen werden verwend deze ochtend, niet alleen door de overweldigende geuren en kleuren, maar door het prachtige lenteconcert. Natuurlijk zongen er roodborstjes, winterkoninkjes, zwartkoppen, fitissen en tjiftjaffen, maar er was maar één solist, die alle andere zangers genadeloos uit de top tien verdreef: de nachtegaal (zie ook tekst uit 1903 hieronder). Ongelooflijk wat een repertoire! Hij beheerst het hele strijkorkest plus de meeste hout- en koperblazers. Alleen de tuba niet, die moet hij aan de roerdomp overlaten. Af en toe dachten wij even een zanglijster of een boomklever te horen. Mis! Alweer zo’n nachtegaal. Er zijn ergere teleurstellingen.

Thijsse over de nachtegaal in 1903

De nachtegaal heeft door de eeuwen de mens geïnspireerd tot liederen, gedichten en verhalen. Onze oude leermeester Jac. P. Thijsse schreef in 1903 de eerste versie van Het Vogeljaar, waarin beschrijvingen van de meeste bekende vogels te vinden zijn. Aan de nachtegaal besteedt hij bijzonder veel aandacht. Hier een klein fragment van zijn mooie verhaal. Meer dan honderd jaar geleden geschreven, maar volledig herkenbaar.

Wat enkel virtuositeit aangaat, overtreft de nachtegaal alle andere vogels. Hij kan hooger zingen dan een sijsje, lager dan een merel, sneller dan een goudhaantje en tonen voortbrengen die langer dan twee seconden aanhouden, nu eens in ’t allerfijnste pianissimo, dan weer met een forto, waar je van opschrikt. Alleen kan hij niet zooals leeuwerik en tuinfluiter een stuk leveren van langen duur. Wel kan hij uren onafgebroken achtereen zingen, maar dan bestaat zijn lied uit een aantal duidelijk te onderscheiden tiraden van korter of langer duur. Een geoefend oor kan echter bij den leeuwerik dit verschijnsel ook opmerken, bij den tuinfluiter heb ik er nog niets van bespeurd. Veelal, maar 't is geen regel, begint een tirade met tonen, die gelijken op den lokroep ‘wiet’ of de waarschuwingskreet ‘korrr’, dan volgen eenige tonen, die in hoogte weinig verschillen, soms gelijk blijven in tijdsduur en intensiteit, in andere gevallen zeer mooi rekken en zwellen en dan eindigt de strofe meestal met een krachtige figuur, een ‘forschen tjingel’. Ik moet even mijn verontschuldiging aanbieden over de ontoereikendheid en onwaardigheid van mijn beschrijvingen, gij moet echter in 't oog houden, dat ik mij nimmer vermeten zal, te probeeren het nachtegaallied weer te geven, of het geluksgevoel bij het aanhooren ervan te vertolken.

Jac. P. Thijsse, Het vogeljaar. Nederlandsche vogels in hun leven geschetst. W. Versluys, Amsterdam 1913 (tweede druk), p. 216-223. Te downloaden van https://www.dbnl.org/tekst/thij015voge01_01/index.php

We liepen verder door de Van Leydenhof, voortdurend begeleid door het nachtegaal-belcanto, terwijl het ook hier onmogelijk was geen wilde hyacinten te zien.

hindernis

Als snel kwamen we het Solleveld-gebied in door hekjes die niet alleen koeien en herten tegenhouden maar ook voor de obese mens een niet te nemen hindernis moeten zijn. Wij kwamen hierna ook geen dikke mensen meer tegen. We kwamen snel bij de rand van een plek waar de natuur hard bezig is zichzelf te vernietigen. Hier verft de aalscholverstront vanuit de tientallen goed bezette nesten de takken eronder wit. Aan sommige takken van die mooie dennen zit nog een enkele naald, maar hoe lang nog? Wij mochten van dit spektakel genieten: nu geen belcanto maar aalscholver –gerasp, een doordringende lucht van rotte vis en ammoniak en tegen deze achtergrond levendig heen en weer vliegende aalscholvers, soms met een snavel vol nestmateriaal.

 

Na de aalscholverplas duikt het Solleveld-pad weer even het bos in. In dat bos vind je de prachtigste eiken, prachtige eeuwenoude exemplaren die niet alleen omhoog maar vooral ook in de breedte groeien.

Onder de mooie eik

Even zagen we op een uítstekende eikentak een stel parende grote bonte spechten, maar die zochten toch meer privacy. Op de grond zagen wij veel mieren: je zou hier natuurlijk groene spechten verwachten, maar we zagen ze niet. Als je weer het bos uitkomt, het open Solleveld op, is er veel water. Hier hoorden en zagen we niet alleen rietzangers en een grasmus. Ook de waterral en de snor lieten daar van zich horen. Iets voor elven hielden wij een late koffie- of vroege lunchpauze, niet ver van een water met mooie rietvelden.

Hoewel de mist hier al zeker vier uur opgetrokken was, klonk hij dan toch eindelijk, de misthoorn, het enige instrument dat onze nachtegaal niet beheerst. Waar die het vandaan haalt, die roerdomp? Uit zijn tenen? Er zijn allerlei mythes over dat beest. Er zijn zelfs mensen die beweren dat hij dit absurde geluid onder water maakt. Leuk bedacht.

Het ging verder over het prachtige Solleveld. Er waren nogal wat discussie-vogels, vogels met een vraagteken, zoals gekraagde roodstaart?, boompieper? Over twee vogels was geen discussie mogelijk, de Cetti en de koekoek. Wel over de tuinfluiter, waarover dit gesprek plaatsvond. A: “Dit is zo duidelijk een tuinfluiter en geen zwartkop”. B: “Waaraan hoor je dat dan? Ik heb er altijd moeite mee!” A: “De tuinfluiter is sneller en slordiger, terwijl je de zwartkop aan het gave glasheldere liedje herkent”. Even later C: “Ik heb hem in de scoop! Duidelijk een zwartkop!”. A: “….”, zegt niets meer.

We liepen het pad verder en kwamen tenslotte weer aan de overkant van de aalscholverplas, waar we nog een kijkhut met ons bezoek vereerden en daar de ‘fuut’ als waarneming mochten noteren. Op de terugweg naar het Hyacintenbos kwamen we langs een bos met vrijwel uitsluitend dode bomen en we vroegen ons af, of dat ook het werk van onze aalscholvers geweest was. In bos luisterden we naar een tweede uitvoering van het zelfde concert in dezelfde prachtige zaal.
Op het zonnige terras van Kas Ockenburg genoten wij van warme dranken en gebak. We keken nog even naar de planten in de fraaie tuin daarnaast. Het was mooi geweest.

____

Beninger Slikken

Natuur aan het Haringvliet

Ik zou hier ongeveer hetzelfde verhaal kunnen schrijven als veertien dagen geleden: over de door de mens geschapen natuur in  Nederland. Maar dat zou een herhaling van zetten zijn. Toen gingen we met de Vogelwerkgroep naar de Hellegatsplaten, een stuk nieuwe natuur vlakbij het Hellegatsplein aan het Volkerak. Nu gingen we naar de Beninger Slikken aan het Haringvliet. Beide ‘natuurgebieden’ zijn ontstaan op de drooggevallen slikken in de afgedamde inmiddels zoet geworden wateren van de Delta. De verschillen tussen beide gebieden zijn toch groter dan je zou vermoeden. Hier een eerste indruk.

Getijden en zout in de afgesloten delta

De natuur van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse wateren is grotendeels ontstaan als gevolg van de grote veranderingen door de Deltawerken na de watersnoodramp van 1953. Die werken vonden tussen 1954 en 1997 plaats. Voor de natuur zijn de belangrijkste veranderingen natuurlijk het grotendeels verdwijnen van de getijdebeweging en het verdwijnen van zoute en brakke wateren. De natuur is nog lang niet op alle plekken in evenwicht gekomen.

Terwijl vroeger het zoute Noordzeewater vrij de delta in en uitstroomde en zich vermengde met het water van de grote rivieren, is er nu een situatie met heel verschillende regimes ontstaan, met betrekking tot zowel het getijde als het zoutgehalte.

Verschillende Combinaties   

Het Hollandsch Diep en het Haringvliet hebben een heel licht getijde van minder dan 40 cm en zijn volledig zoet. Het Volkerak heeft geen enkel getijde en is sinds de aanleg van de Philipsdam volledig zoet geworden. Een wereld van verschil is de Grevelingen, waar het water zo zout is als op de Noordzee, maar zonder enkel getijde. Op de Oosterschelde zijn zowel zoutgehalte als getij op ouderwets niveau. 
De figuur en de tabel zijn gebaseerd op informatie van Rijkswaterstaat: https://waterinfo.rws.nl/#!/nav/publiek/  Waterhoogte in cm boven of onder NAP. Twee getallen geven 'eb' en 'vloed' aan. 

 

De excursie

rietzanger
Beninger Slikken

Met dertien vogelaars reden wij naar het parkeerterreintje bij dit natuurgebied. Veel details over de vogels zal ik hier niet geven. Een lijst van vogels staat wel in het officiële verslag van de Werkgroep. Zo interessant is zo’n lijst ook weer niet. In zo’n gebied kan je verwachten dat de lijst met Aalscholver begint en, als je geluk hebt, eindigt die niet met Zwarte kraai maar met Zwartkopmeeuw. We hadden geluk.

Het is een mooi open land met brede kreken en daarin mooie droogvallende gedeelten. Het is toch geheel anders dan bij de Hellegatsplaten waar een leger van gevaarlijke heckrunderen de zaak open moet houden. Blijkbaar is hier het beetje getijdebeweging van zo’n 40 cm gecombineerd met variaties in de aanvoer van rivierwater (en de nodige aanvullende beheersmaatregelen) genoeg om hier nog voldoende dynamiek te behouden. Natuurlijk vind je hier de vogels, de planten en de vlinders die bij het landschap horen. Het zou vreemd zijn als je hier geen bruine kiekendieven zag vliegen en nog vreemder als er geen rietzangers en rietgorzen waren.

een kreek in de Beninger Slikken

Dat we nauwelijks blauwborstjes hebben gezien, kwam door de harde wind, maar ze waren er in grote hoeveelheid.  Het was leuk om nog eens goed naar de groenpootruiters op de slikken te kunnen kijken. Ik kende die vogels eigenlijk nog niet goed. We wandelden door een Nederlands ‘natuurgebied’: alles vrijwel perfect in orde, inclusief het handbediende pontje en het mooi aangelegde wandelpad. Maar dat de bouwers van vogelhutten nog steeds niet begrijpen op welke hoogte er kijkgaten voor een telescoop moeten zitten, konden we ook hier weer zien.

Land, water en slikken aan het Haringvliet

Aan de Zuidkant van Voorne en de Hoekse Waard liggen, gescheiden door de rivierarm het Spui (ontstaan toen bij de stormvloed van 2 november 1532 een dijk bij de oude Maas het begaf), twee natuurgebieden op de slikken van het Haringvliet, de Beninger Slikken en de Korendijker Slikken. Het Spui is de scheiding tussen Voorne-Putten en de Hoeksche Waard. Er liggen geen bruggen overheen. Even van de Beninger naar de Korendijker Slikken overwippen kan niet als je geen boot hebt.

Met het Spui is iets geks aan de hand: het is de enige rivier waarvan de loop door de Deltawerken omgekeerd is. Voerde het vroeger rivierwater aan naar het Haringvliet. Nu stroomt er het zoet water door vanaf het Haringvliet naar Oude Maas en Nieuwe Waterweg. 

Een zijrivier van het Spui is de Bernisse, de grens tussen de eilanden Voorne en Putten (hiernaast op een kaart uit 1645 zijn Haringvliet, Bernisse met 't Suydland, Spui en Oude Maas zichtbaar). In de Middeleeuwen was het een belangrijke verbinding tussen de Brielse Maas en het Haringvliet, maar na de Sint-Elizabethvloed van 1421 verzandde de Bernisse en uiteindelijk was scheepsvaart niet meer mogelijk op een ondiepe sloot van een paar meter breed. Maar tussen 1976 en 1979 werd de Bernisse weer uitgegraven en verbreed. Het werd een honderden hectare groot recreatiegebied.

Na de Deltawerken stroomt er door de kreken en over de Slikken aan het Haringvliet zoet water en is er een heel beperkt getijde. Dat kan in de toekomst nog wel iets veranderen. In 2000, nam de toenmalige regering het zogenaamde Kierbesluit, het besluit om de Haringvlietsluizen in beperkte mate open te stellen en zodoende iets meer eb- en vloedbeweging en iets meer zout in het Haringvliet toe te laten. Vanzelfsprekend waren en zijn hier allerlei belangen mee gemoeid, van scheepsvaart, landbouw en zoetwatervoorziening tot natuurbescherming zodat de het bijna 20 jaar duurde voordat voorzichtig aan de uitvoering begonnen werd. Af en toe staat de kier nu open. Het motto is “Lerend Implementeren”. Misschien dat het tenslotte iets voor het getijde in de Beninger en Korendijker Slikken zal betekenen. Maar omdat er afgesproken is dat het Haringvliet ten Oosten van de Spuimonding niet zouter mag worden, kunnen we met zoetwater bij de Slikken blijven rekenen.

Naar Zuidland

Hier was in de 14e eeuw de haven

Na de excursie reden we naar het mooie plaatsje Zuidland, waar we in het mooie historische oude centrum warme dranken en appeltaart met slagroom nuttigden. Wij zaten op een prachtig terras bij een uitspanning  aan de Ring. Waar nu de vijver in de Ring is, lag al in de 14e eeuw de haven aan een vertakking van de Bernisse. Bij de haven ontstond de plaats Zuytland. Het werd een belangrijke handelsplaats, maar heeft nooit stadsrechten gekregen. Als haven aan de verzande Bernisse verloor de plaats zijn betekenis, maar toch bleef het tot de Tweede Wereldoorlog groter dan Spijkenisse dat pas vanaf de jaren vijftig Zuidland snel zou inhalen.

aan de Ring (2016)

____

Natuurlijk vanzelfsprekend

De theezakjes-vraag

Onlangs zette ik weer eens een kopje Pickwick-thee. Ongevraagd wordt je dan lastig gevallen met allerlei vragen over kwesties waarin ik absoluut niet geïnteresseerd ben. “Met welke beroemdheid zou je eens een dag willen optrekken?”. Met geen enkele natuurlijk. Beroemdheden lijken mij vervelende lui. Toch stelde het kopje thee mij laatst een vraag waar ik wel even over na moest denken. “Naar welke dag in je leven zou je een keer in de tijd willen terugreizen?”. Het kan natuurlijk niet, maar het is toch een leuk idee.

Ik wil een dag naar 1958.

Een woensdagochtend in 1958

Naar school

Ik reis naar 11 juni 1958. Het was woensdag en we hadden school. Ik zat in de vierde klas van de Christelijke Groen van Prinstererschool in Ede aan de Wulplaan 7. De school stond toen bijna aan de rand van Ede. Wij fietsten erheen vanaf de Arnhemseweg . Eerst moesten we het laatste stukje van de berg afzakken tot het kruispunt van de Arnhemseweg en de Grote Straat.

Ede 1958 – van topotijdreis.nl

Die staken we over om via Station Ede-Centrum naar de Waterloweg te komen. Toen was dat een niet al te best verharde verwaarloosde straat met een wegdek van kolengruis. Ergens aan die weg was een fabriek die blikken producten maakte en daarbij als afval ronde stukjes uitgeponst blik produceerde. Scholieren namen dat afval vaak mee naar school en strooiden dan grote hoeveelheden op het schoolplein. Het was dan een kunst om zoveel mogelijk van die leuke metalen schijfjes te bemachtigen.

Vanaf de Waterloweg ging het dan een stukje over de Schaapsweg naar de Nachtegaallaan langs de gasfabriek. Aan het eind van die weg kwam je bij de school aan de Wulplaan, een laag gebouw met één lokaal voor elke klas. In het laatste lokaal gaf de ‘bovenmeester’ les, meester van Asselt, die zo dik was dat hij bijna niet kon lopen, maar dat deed hij dan ook niet. Als hij bij de tweede klas op bezoek ging, startte hij aan het eind van de school zijn brommertje en tufte dan vier lokalen verder. Erg lang heeft hij niet geleefd. Op een bepaald moment hoorden wij op school dat hij overleden was. Het verhaal ging dat hij midden in het gebed aan het ontbijt de laatste adem had uitgeblazen. Maar daar gaat dit opstel niet over.

De kuifleeuwerik

Op die woensdag in juni vertelde meester Stel over zijn grootste hobby, de vogels. Hij vertelde over de bonte spechten in het bos, over het ophangen van nestkasten en over zijn zeldzame ontmoetingen met draaihalzen in het Edese Bos.

Kuifleeuwerik – Foto door chris clark via Pexels

Voor meester Stel was die prachtige natuur in de eerste plaats Schepping, waarin de Here God zijn grootheid liet zien en waarvoor de mens ontzag voor moest hebben. Maar het ging niet alleen om draaihalzen. Het ging ook om heel gewone vogels. Als je daar op de Wulplaan of de Nachtegaallaan op straat keek, dan hipten daar leuke bruine vogeltjes. Ze vielen niet op door felle kleuren. Het leukste aan die vogels was hun vrolijke kuif. Kuifleeuweriken, zei meester Stel. Je zag ze heel vaak.

Naar het bos op een woensdagmiddag in 1958

de Sysselt – in 2019

Die middag hoefden we niet naar school. Het was immers woensdag. Het leukste bos in de omgeving was de Sysselt. Daar kon je leuk fietsen en spelen.

zwarte specht – Foto door Daniil Komov via Pexels

Vooral het ‘Paradijs’ was een leuke plek, met veel grote bomen en kale boomstammen. In het bos kwam je allerlei vogels tegen. Veel vogels kenden we al uit de eigen tuin aan de Arnhemse weg, inclusief alle soorten mezen, goudvinken en gekraagde roodstaarten. In het bos zag je daarnaast niet alleen bonte en groene spechten. Niet al te ver van dat Paradijs was een klein bos met veel oude beukenbomen en daar zaten de zwarte spechten.  Je hoefde er maar heen te gaan en dan waren ze er.

Natuur – geen toeristenattractie

Ik wil nog eens een dag naar 1958 terug om te beleven hoe natuur nog geen toeristenattractie was. Terug naar een tijd waar het bos niet vol stond met informatieborden en kijkhutten. Een tijd waarin nog geen vogelaars met hun 600 mm telelenzen achter de zwarte specht aan holden. Gewoon een bos waar je af en toe een zwarte specht tegenkomt en dan doorloopt of er niets aan de hand is. Terug naar een tijd waar je een kuifleeuwerik op het schoolplein tegenkwam alsof het de normaalste zaak van de wereld was (en dat was het ook).

Vanzelfsprekende natuur

Vanzelfsprekend in 1958

Die natuur in 1958 was niets bijzonders en eigenlijk is natuur nooit iets bijzonders. Het woord ‘natuurlijk’ betekent ‘vanzelfsprekend’. Het woord ‘natuur’ zou  ‘vanzelfsprekendheid’ moeten betekenen. Eigenlijk is dat ook juist. Wat je ook doet, er ontstaat altijd natuur. Onder bepaalde omstandigheden ontstaan er soortenrijke biotopen. Veranderen we de omstandigheden, dan ontstaat er iets anders. Zo verdween de kuifleeuwerik, maar de natuur verdween niet.

In de geest van Spinoza kunnen we zeggen dat de natuur niets anders is dan het geheel van natuurwetten en dat die natuurwetten gelijk zijn aan God. Natuurwetten kunnen wij niet beïnvloeden. In die zin is natuurbescherming ook onzin. Evenmin kan natuur vernietigd worden [zie ook voetnoot].

Terug naar 2022
ontwikkeling kuifleeuwerik (bon SOVON)

In 1958 was die kuifleeuwerik puur natuur. Het was niets bijzonders. Het vogeltje dat zich ooit aan steppeachtige biotopen had aangepast, deed het bijzonder goed in onze moderne stadssteppes, in pas aangelegde wijken met slecht onderhouden straatjes. Daar bij de Wulplaan was de natuur ideaal. Het bestond gelukkig nog niet, maar was er toen waarneming.nl geweest, dan was niemand op het idee gekomen om dat gewone kuifleeuwerikje te melden. Die had je immers overal in dit soort wijken. Dat is  nu wel anders: optimistische schattingen voor de huidige situatie hebben het over minder dan vijf paar Kuifleeuweriken voor heel Nederland.

Ik ben blij dat er niet zo’n beestje bij ons in de straat rondhipt, want dan zouden we ook duizend met telekanonnen bewapende vogelaars kunnen verwachten. Die willen hem dan voor de ‘lijst’ hebben. Met natuur heeft dit allemaal niets te maken. Vroeger behoorde hij tot onze natuur, tot onze vanzelfsprekendheid, nu is het een uitzondering, een herinnering aan vervlogen tijden.

Vanzelfsprekend in 2022
ontwikkeling halsbandparkiet (bron: SOVON)

In  2022 hebben we een heel andere natuur, of je het leuk vindt of niet. Loop maar eens door een willekeurig park in de Randstad en je hoort de natuur in de vorm van de vanzelfsprekende zwermen lawaaiige halsbandparkieten, nog afwezig in 1990 en nu met meer dan 10000 exemplaren. Dat is echte natuur! En wat te denken van de toegenomen aantallen slechtvalken in de grote stad. Puur natuur!

Natuur begint daar, waar het niet meer interessant is waarnemingen door te geven.

Slaapboom voor halsbandparkieten (2021)

__________

Voetnoot

In dit stuk gebruik ik het woord 'natuur' losjes in twee betekenissen. Natuur als het geheel van natuurwetten (de eerste betekenis) is de onveranderlijke eeuwige basis van onze wereld en van het heelal. Er zal in die zin altijd natuur zijn. De natuur zoals wij die kennen is de wereld die op basis van die natuurwetten ontstaan is en steeds verder evolueert. Onze natuur (in die tweede betekenis) is per definitie een momentopname van een veranderende wereld. Als die veranderingen te snel gaan of in de 'verkeerde' richting, kunnen wij bijsturen. Daarvoor hebben we mooie woorden ontwikkeld zoals natuurbescherming, natuurontwikkeling en dikke boeken vol bureaucratisch en semiwetenschappelijk jargon. Over wat 'verkeerd' is, kan je lang discussiëren, maar dat ga ik hier niet doen.

Hellegatsplaten

God schiep de aarde, behalve Nederland ….

Toen ik gisteren met zes andere leden van de Vogelwerkgroep Leiden van de KNNV gewapend met krachtige telescopen op de Hellegatsplaten langs de verschillende vogelhutten liep, moest ik hier aan denken. Tja, natuurexcursie, maar is dit natuur? Aan de grote verscheidenheid aan mooie vogels te oordelen wel, maar deze natuur is wel door de mens geschapen: “God schiep de aarde, behalve Nederland, want dat deden de Nederlanders zelf” (zie hiervoor ook de website van het museum Boerhaave). De ‘natuur’ waar we gisteren doorheen liepen is een prachtig nevenproduct van het Deltaplan. Ik kende de plek alleen door erover heen te razen op weg naar Zeeland. Dan kom je over een van de merkwaardigste verkeerspleinen ter wereld, het Hellegatsplein, dat Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Noord Brabant met elkaar verbindt. Hier komen het Haringvliet, het Hollands Diep en het Volkerak samen.

Vóór de Deltawerken

Voordat de Deltawerken het landschap hier grondig veranderden, was er natuurlijk ook natuur, maar wel heel anders. Hieronder de situatie in 1920 en 1950. Bij het Hellegat vond een menging van zout en zoet water plaats. Het was een gebied van verraderlijke stromingen en gevaarlijke zandbanken.

Haven aan het Hellegat

Aan de punt van Overflakkee lag toen, en ligt nog steeds, het plaatsje Ooltgensplaat.

Op de kaart van 1920 zie je de route van de veerboten naar de Brabantse overkant naar Dinteloord en Willemstad. Blijkbaar werd toen de oude veerhaven bij het Fort Prins Frederik nog gebruikt. In latere jaren voer het veer van de ‘Galatheese haven’, ook wel Sluishaven genoemd, iets meer naar het Zuiden. Deze dienst werd geopend rond 1935.

Drukke veerdienst
Veerpont Ooltgensplaat-Dintelsas op een oude prentbriefkaart

In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 11 oktober 1933 lezen we:
“Uit West Noord-Brabant wordt medegedeeld, dat steeds spoedig een veerdienst wordt geopend van Dintelsas op Ooltgensplaat met een stoomboot, die ook gelegenheid heeft voor autovervoer, …… waardoor men zich van Goeree-Overflakkee op minder kostbare wijze in de richting N.-Brabant, Zeeland en België zal kunnen begeven …”.

kaart uit 1940: Galatheese Haven

Het werd best een drukke verbinding. De zomerdienstregeling van 1956 vermeldt 10 verbindingen per dag in beide richtingen.

Het was een belangrijke haven voor het vervoer van suikerbieten naar de fabrieken aan de overkant in Noord Brabant.  Daar bij de Sluishaven werd door de veermaatschappij v.d. Schuyt een wachtlokaal neergezet, dat later een echt koffiehuis en zelfs restaurant zou worden.

De jaren 60
In de extreem koude winter van 1963 (de koudste winter van de eeuw, waarin Reinier Paping de elfstedentocht won) werd de veerdienst toch in bedrijf gehouden, geholpen door drie krachtige sleepboten, die een weg door het ijs baanden, maar lang zou deze veerdienst niet meer bestaan.
De veerdienst werd na het gereedkomen van de vaste oeververbindingen in 1965 opgeheven,
Appeltaart met slagroom

Het koffiehuis werd restaurant. Het oude gebouw staat er niet meer, maar in 2022 hebben wij met prachtig uitzicht over het water in de opvolger van dit restaurant genoten van koffie en appeltaart met slagroom.

De Deltawerken
Hellegat in 1968 en 1980

Hierboven staan kaarten van het gebied in 1968 en 1980. Op het Hellegatsplein, een kunstmatig eiland in het Hellegat, komen drie wegen samen: uit de richting Rotterdam de weg over de Haringvlietbrug (1964), uit de richting Goeree-Overflakkee de Hellegatsdam (1960), en uit de richting Noord Brabant de Volkerakdam (1969). Elke verbindingsweg heeft zijn eigen doorlaatbaarheid voor water: het zoete water van de rivieren stroomt vrij onder de Haringvlietbrug door. De Hellegatsdam is potdicht en de Volkerakdam laat wel schepen maar weinig water door. Door de Deltawerken is het Haringvliet van brak zoet geworden. Het water van het Volkerak en  de in het verlengde daarvan liggende Krammer zijn door de Deltawerken eerst brak geworden, maar na de sluiting van de Philipsdam in 1987 werd het helemaal zoet.  Het Westelijk daarvan liggende Grevelingenmeer daarentegen wordt zout gehouden door inlaat van zeewater bij de Brouwersdam. Er zijn plannen ook het Volkerak weer zout te maken, vooral om de algenbloei tegen te gaan, en het getij weer iets te herstellen, maar er is nog geen brede steun voor dit plan, ook niet bij milieuorganisaties.

Twee verschillende gebieden
De huidige situatie

De Hellegatsdam heeft het slikkengebied in twee heel verschillende helften opgeknipt. Ten Noorden van de dam bevinden zich de Ventjagersplaten aan het Haringvliet . Ten Zuiden van de dam bevinden zich de Hellegatsplaten aan het Volkerak. Door het aangepaste waterpeil van het Volkerak staan meer platen boven water dan anders het geval geweest zou zijn.

 Een excursie in april 2022
Uitzicht uit de toren

Nu beheert Staatsbosbeheer dit gebied, waarbij een grote kudde heckrunderen en een groep fjordpaarden worden ingezet om het landschap halfopen te houden.

De beheerder heeft er een pretpark van vogelkijkhutten van gemaakt. Er staan 4 vogelkijkhutten en één hoge uitkijktoren. De moderne vogelaar wordt in de watten gelegd. Alleen de hoogte van de kijkgaten houdt slecht rekening met de manier waarop telescopen gebruikt worden.

Kijkhutten en toren bij de Hellegatsplaten.

Wij liepen en reden van vogelhut naar vogelhut op 9 april. Wij zagen niet alleen een mooie zeearend (vlak nadat alle vogels in de omgeving waren opgevlogen), maar ook prachtige pijlstaarten, geoorde futen, kluten, brilduikers en middelste zaagbekken. Maar ook de zangvogels lieten zich horen en zien: naast de luidruchtige tjiftjaffen de eerste fitissen en een zwartkop. En nog veel meer, teveel om op te noemen.

De schepping blijft ons verwonderen, ook al hebben we die niet helemaal aan God overgelaten.

 

Verwijzingen

wikipedia over Hellegatsplaten

Vogels kijken op Ventjagers- en Hellegatsplaten

Brabantse Milieufederatie – Volkerak zoet of zout moet geen overhaaste beslissing zijn, 2019

Over de geschiedenis van een Zeeuws eiland heb ik in een eerdere blog geschreven. Daarbij ook ruim aandacht voor de interessante veer- en tramverbindingen: Naar Westenschouwen.