Een jaartje wel …

Corona

We leven al een jaar met Corona. Er is al veel over geschreven, over geklaagd, over gefilosofeerd, onzinnige betogen over geschreven, oppervlakkige diepzinnigheden te berde gebracht, gelogen en nodeloos interessant gedaan. Ik doe er maar niet aan mee.

CVA

Ook precies een jaar geleden, tijdens een korte wandeling naar de Albert Heijn in Warmond, deden mijn benen niet meer wat ik wilde en had ik moeite op het wandelpad te blijven. Toen ik ook niet meer goed kon typen, heb ik mij laten onderzoeken in het ziekenhuis. Ik kwam daar met een doos pillen en de diagnose CVA – in de volksmond een attaque – vandaan. Ik had pech gehad met die CVA en ongelooflijk geluk dat hij zo licht was. De problemen vielen mee. Ik kon een tijd niet meer autorijden en de strijkstok van mijn viool deed niet meer echt wat ik wilde.

Muziekles als fysiotherapie

Ook zonder die CVA was het een bijzonder jaar geworden, maar deze gebeurtenis versnelde het een en ander. Na mijn CVA besloot ik in plaats van fysiotherapie heel intensief vioolles te nemen. Ik was al spontaan begonnen de oude Ševčík-oefeningen voor streek en streekindeling uit de kast te halen. Via skype ging het verder met wekelijkse vioollessen van Mimi Mitchell. Voorlopig speelde de linkerhand daarbij geen rol van betekenis. Tenslotte deden wij zoveel aan elementaire strijkstokbeheersing dat mijn streek tenslotte beter werd dan voor de schade aan mijn hersenen. Veel meer dan een half uur les ging eigenlijk niet. Ik kon alles vrij goed, maar ik werd er doodmoe van, waarschijnlijk omdat ik met grote voortvarendheid nieuwe hersenverbindingen aan het leggen was.

Telemann, fantasia no. 3 in f-klein

Hobby-tijd

Zo werd voor mij de Coronatijd tegelijkertijd een periode van herstel en van omschakeling naar een nieuw leven. Ik had een tijd lang de energie niet om veel te werken. Bovendien leverde Corona steeds meer beperkingen op voor bijeenkomsten en reizen. Ik werd met grote kracht het gepensioneerdenbestaan in gezogen en ik bood, eigenlijk tot mijn eigen verbazing, weinig weerstand.

Mijn leven ging steeds meer uit vrije tijd bestaan, gevuld met een redelijk aantal tijdrovende hobby’s. In de eerste plaats was en is dat muziek. De Skype-vioollessen werden gelukkig weer echte vioollessen. Elke week rijd ik voor vioolles naar Amsterdam op een neer. Ik geniet met volle teugen van fantasieën van Telemann voor viool-solo zonder bas. Hier en daar bijna onspeelbaar moeilijk, maar ongelooflijk mooi. Elke keer als ik een stapje verder kom, voelt het als een overwinning.

Natuur en fotografie

Mijn internationale fietstochten zijn, vooral ook door Corona, in de wacht gezet. Er staat zeker nog een derde fietstocht in Polen op het programma. Ik studeer elke dag via twee apps de Poolse taal en lees Harry Potter in het Pools. Het blijft een onmogelijk moeilijke taal, maar heel goed als je je hersencellen niet wil laten afsterven.

Naast muziek en taal is er nog de veldbiologie. Helaas gaan de excursies van de vogelwerkgroep van de KNNV Leiden al een tijd niet door en beperken zich de excursies tot af en toe met z’n tweeën ijsvogels gaan kijken en ook heel vaak alleen naar de vele gebiedjes in de omgeving. Dat is heel goed te combineren met fotograferen, hobby nummer vier. Mijn kasten puilen uit van gewone objectieven, macro-, tele- en groothoekobjectiven, statieven, crop- en full-frame- camera’s en mijn harde schijf staat vol met tienduizenden foto’s. Af en toe lukt er wel eens één.

Uit de hand gelopen hobby

Tja, wat moeten we zeggen over dit jaar? Natuurlijk heb ik (net zoals bijna ieder ander) veel gemist, maar daar ga ik niet te veel over klagen. Ik ga ook niet beweren dat ik er veel aan gehad heb of veel van geleerd. Veel mensen schijnen er behoefte aan te hebben alle ellende die hun overkomt zin te geven. Ik niet: shit is en blijft shit. Als er straks weer iets meer kan, zal ik vooral blij zijn weer te kunnen reizen en zwerven door rare landen. Het werk mis ik, afgezien van reizen naar interessante plekken en ontmoetingen met bijzondere mensen, helemaal niet. Dat is voorbij.

 

____

Aalscholvers fotograferen

De dirigent van het Joppe

Aalscholvers op Koudenhoorn

Niet ver van de ingang naar het stiltegebied op Koudenhoorn zitten er altijd een aantal aalscholvers op palen en op boeien, die daar een drijvende afzetting op het water van het Joppe vormen. De aalscholver is een merkwaardige vogel, die, nadat hij achter de vissen aan is gedoken, zijn vleugels moet laten drogen. Dat levert fotogenieke plaatjes op. De onderstaande foto uit 2020 vond ik erg geslaagd.

De dirigent van het Joppe (dank aan Renée voor deze naam)

Spelen met compositie

Ik ben de laatste tijd heel bewust bezig met compositie van foto’s: met verschillende beeldverhoudingen, kleuren, lijnen en figuren. Ik ben maar weer eens naar de aalscholverplek gegaan om met verschillende mogelijkheden te spelen, want ik had het gevoel dat er meer te doen was met deze drie elementen: aalscholver(s), boei(en) en paal/palen.  Hierbij (voor wie het leuk vindt) een verslagje van het spelen en een paar resultaten.

Met de rug naar elkaar

Ik begon maar eens mer foto’s van twee aalscholvers. Mijn eerste idee was dat ik extra spanning aan het beeld te kunnen geven door ze naar buiten te laten kijken, zoals op de volgende prent. Je kunt er van alles bij denken, bijvoorbeeld aan een echtelijke ruzie. Maar je kunt je ook afvragen wat zij buiten het beeld voor interessants zien.

Huwelijksproblemen?

Heel anders wordt het als je er één uit het beeld laat zwemmen en de andere in het midden op de paal zet. Er ontstaat een leuk beeld, waarin de zwemmer links in evenwicht wordt gehouden door de boei rechts.

Evenwichtig plaatje
Vogels kijken dezelfde kant op

Nog heel anders wordt het als je ze in dezelfde richting te laat kijken. Dit soort fotografie lijkt op fotograferen van mensen in de studio, met het verschil dat je gewoon moet wachten totdat ze de kant op kijken die jij in gedachte had. In de volgende foto is dat het geval. De rechter boei heb ik in eerste instantie leeg gelaten, zoals in de vorige foto. Omdat er een vrij zware  vogel op de linkerboei zit, is het evenwicht een beetje zoek. Erg?

De derde vogel schittert door afwezigheid

Ik heb maar eens geprobeerd de rechter boei te verwijderen, zoals hieronder. Ik vindt dat geen verbetering, want in bovenstaande foto is de rechter boei juist zo interessant omdat er géén vogel op zit. Als er wel een op had gezeten, had hij ook naar links gekeken. Een busje met drie zitplaatsen, lege achterbank. Onderstaande foto vind ik daarom minder.

Evenwichtig. Te saai?

De volgende foto – ook met twee vogels – vind ik veel beter, omdat er iets gebeurt. De paalzitter (nu links) is met zijn vleugels aan het wapperen en steekt zijn kop de lucht, terwijl het rechter exemplaar rustig met wat verenonderhoud bezig is.

Onrust en rust
Eén of twee vogels?

Maar, dacht ik, misschien is de linker vogel interessant genoeg en wordt de foto sterker met één vogel minder.  Ik maakte een verticale uitsnede (in een 3:2 verhouding, om het verticale element te benadrukken) en je krijgt een dramatischer beeld van die ene vogel. Ik vind beide foto’s goed, maar wel heel anders.

De wapperende vogel staat centraal. Niets anders.

En zo kan je uren doorgaan met experimenteren. Ik vind dat leuk.

Alle foto's maakte ik met een Nikon D7100 en een Tamron 150-600 mm lens. Croppen en kleurcorrectie met Adobe Lightroom.

 

Twaalf gedachten over Corona

  1. Ooit gebruikte ik in mijn vroegere academische onderzoek een simpel modelletje (ontleend aan de toenmalige bedrijfskundige De Leeuw) dat het besturen van een organisatie (of een land) vrijwel gelijk stelt aan het besturen van een auto of een andere ingewikkelde machine. Wil je dit goed doen, dan moet je weten waar je heen wilt (of wat je met een machine wilt maken), je moet over voldoende mogelijkheden voor ingrepen beschikken en je moet een betrouwbaar model hebben van het gedrag van je auto of machine, hoe het op verschillende ingrepen reageert. Tijdens het sturen moet je op tijd informatie hebben over hoe het ding echt reageert en dan kan je bijsturen.
  2. Bij de Corona-situatie is aan geen enkele voorwaarde voor effectieve besturing voldaan. Ten eerste hebben we geen goed model: je zou moeten weten hoe de besmettingen werkelijk plaatsvinden onder welke omstandigheden en waar door welke mensen, etc. Natuurlijk is er wel contactonderzoek en weten we meer dan een jaar geleden maar het beeld blijft onvolledig. Ook moet je een goed beeld hebben van de invloed van vaccinatie van verschillende bevolkingsgroepen en het tempo daarvan. Ten tweede is er een gebrek aan echt effectieve maatregelen.  De beschikbare maatregelen werken niet echt goed en de echt effectieve maatregelen kunnen principieel of praktisch niet.
  3. Er is een scala van maatregelen die ingezet kunnen worden: van het sluiten van cafés, winkels en musea tot het stimuleren van thuiswerken en – nog niet ingezet in Nederland – het verbieden van wandelingetjes. De maatregel, die tenslotte de andere maatregelen overbodig moet maken, is vaccinatie. De beste maatregelen zijn preventief. Ze verhinderen de verspreiding van het virus. Het vervelende van dit soort maatregelen is dat je beter kunt zien wat het gevolg is als je ze niet neemt (maar dan is het te laat) dan als je ze wel neemt.
  4. De meeste maatregelen worden al een tijd ingezet en leiden tot onvoldoende resultaten. Er wordt bijgestuurd. De winkels waar toch al niet meer dan tien gemondkapte burgers naar binnen mochten, worden gesloten. Scholen gaan nog verder dicht etc.
  5. Als een maatregel niet werkt, zijn er drie mogelijke oorzaken.
    • Het is een slechte maatregel, die niet werkt hoe intensief je hem ook inzet.
    • Het is in principe een goede maatregel, maar hij moet sterker worden ingezet, bijvoorbeeld meer winkels dicht, ook afhaalrestaurants sluiten, etc.
    • Het is een goede maatregel, maar de mensen volgen hem niet op. Mondkapjes zijn verplicht maar de mensen doen hem niet of verkeerd op in de supermarkt of de trein. Anderhalve meter is de norm, maar als het druk is, trekken veel mensen zich er niets van aan.
  6. Er wordt nu vooral gekozen voor de tweede mogelijkheid: het nog rigoureuzer inzetten van dezelfde maatregelenbundel. Dat is politiek begrijpelijk, want zoveel mogelijkheden zijn er niet. Dus avondklok, nog meer winkels dicht, ook al zou het beter handhaven van bestaande maatregelen, de derde mogelijkheid, misschien meer opleveren.
  7. Het is wel triest dat op die manier alleen Amazon nog winst maakt en voor heel veel kleinere winkels binnenkort een faillissement dreigt. Maar ik krijg de indruk dat niemand een goed idee heeft van de echte besmettingskansen in kleine winkels die zich wel keurig aan de regels hebben gehouden. Het is niet ondenkbaar dat het virus zich ook bij maximale inzet van alle nu beschikbare maatregelen nog verder zal verspreiden. Het is politiek niet aantrekkelijk om dit toe te geven.
  8. Het is niet ondenkbaar dat sommige maatregelen averechts zullen werken, zeker als ze er toe zullen leiden dat steeds meer mensen binnen zitten. Er zijn veel aanwijzingen dat de meeste besmettingen eerder binnen plaatsvinden dan in het park. Ook lijken musea en concerten van klassieke muziek (met een uitgedunde zaal) geen zwaartepunten. Toch staan museumbezoek en concerten weer op de zwarte lijst.
  9. Zou je echt invloed willen hebben op het verloop van de pandemie, dan moet je weten wat er zoal thuis bij de mensen gebeurt en je zou hun gedrag tot in detail moeten kunnen beïnvloeden. Dat kan in Nederland niet. In China kan het iets beter en in landen als Spanje en Frankrijk gaat men als iets verder dan in Nederland, zonder veel succes overigens.
  10. In het naïeve De Leeuw-model van besturing staat dat de bestuurder een doel moet hebben. Pas dan kan die bijsturen. Maar dat is hier wel erg lastig. Ook al zou je een perfect model hebben van hoe Corona zich verspreidt en over een effectieve maatregelenbundel beschikken, dan nog is het nog niet duidelijk, wat er gedaan zou moeten worden. Het huidige beleid gaat van een slordige stapel deels tegenstrijdige doelstellingen uit. Zou je het wel helder formuleren, dan heb je de keus uit tenminste de volgende mogelijkheden:
    • Bezettingsgraad IC-plaatsen door Coronapatiënten
      Ervoor zorgen dat de bezetting van de ziekenhuizen, met name de IC-afdelingen, niet uit de hand loopt op een manier dat er een keuze gemaakt moet worden tussen wie wel en wie niet opnemen en dat de reguliere gezondheidszorg sterk in het gedrang komt. Dit leek de oorspronkelijke doelstelling: flattening the curve.
    • Het aantal Coronadoden per week
      Het aantal slachtoffers naar het minimum terugbrengen. Dit lijkt op de eerste mogelijkheid, maar is het niet. Het begrip Corona-dode is problematisch. Er lijkt wel te worden vergeten dat iedereen eens dood gaat, meestal tenslotte aan iets als een longontsteking en nu vaker door Corona. Toen mijn vader overleed, wilde ik weten aan welke ziekte precies. Het verpleeghuis gaf mij een duidelijk antwoord: “aan ouderdom”.
    • Aantal verloren levensjaren per week
      Nog niet duidelijk in discussie, maar zeker een mogelijkheid: het aantal door Coronadoden verloren levensjaren tot het minimum terugbrengen. Een dode van 85 jaar (5 of 10 jaar verloren) telt dan een stuk minder dan een dode van 30 (60 tot 65 jaar verloren). In Noorwegen zijn er in een verpleegtehuis veel stokoude mensen overleden na vaccinatie, maar het waren al terminale patiënten. Wie komt er op het krankzinnige idee terminale patiënten te vaccineren?
    • Aantal besmettingen per week Ervoor zorgen dat de overdracht minimaal is. Dit heeft vooral gevolgen voor de vaccinatiestrategie: relatief jonge mensen met veel contacten in het werk en privé zouden vóór de bejaarden aan de beurt moeten komen. Doelgroepen zijn bijvoorbeeld: leraren, winkelpersoneel, postbezorgers.
    • Overige schade aan de samenleving. Hier bevinden we ons op glad ijs. In ieder geval is het slecht verdedigbaar alleen economische schade op de korte termijn te rekenen en daarmee het virus vrij baan te geven. Toch is het gerechtvaardigd de (sociaal-)economische schade door de Corona-maatregelen mee te rekenen, niet alleen bijvoorbeeld de schade aan hele sectoren (zoals de cultuursector), maar ook de economische gevolgen voor mensen die hun geld met straathandel (vooral in de derde wereld) verdienen. Hoeveel indirecte doden vallen er door Corona-bestrijding? Zouden we het willen weten?
  11. Het is duidelijk dat de politiek niet in staat is om duidelijk voor één van deze doelstellingen te kiezen. Het huidige beleid is een onduidelijk mengsel. Dat kan ook nauwelijks anders. Welke doelstelling domineert, is de uitkomst van een belangenstrijd op de achtergrond.
  12. Het is nog even wachten totdat iedereen (die dan nog leeft) antistoffen heeft ontwikkeld, gedeeltelijk door de ziekte gewoon te krijgen en gedeeltelijk door vaccinatie. En dan weten we waarschijnlijk nog steeds niet heel goed welke maatregelen gewerkt hebben.
De gemakkelijk uitvoerbare maatregelen hebben waarschijnlijk weinig effect. Echt effectieve maatregelen zijn praktisch onmogelijk.
Naschrift april 2021
  1. De beslissing om het gebruik van vaccins met bijwerkingen te pauzeren is onzinnig en onverantwoordelijk. Hoe droevig de slachtoffers van de bijwerkingen ook zijn, niet vaccineren heeft zeker veel meer doden als gevolg.
  2. Het doel van elke strategie zou op zijn minst moeten zijn de pandemie te verkorten. Korter wordt hij uitsluitend als er meer mensen immuun worden. Immuun kan je op twee manieren worden:
    • door de ziekte te krijgen
    • of door gevaccineerd te worden.
  3. Zijn er geen of te weinig vaccins beschikbaar, dan moet het doel van het beleid helaas zijn, zo veel mogelijk mensen binnen de draagkracht van de gezondheidszorg te besmetten, niet zo weinig mogelijk. Het lijkt erop of dit ook daadwerkelijk het geval was in de eerste maanden van 2021.
  4. Natuurlijk is het veel beter als iedereen zo snel mogelijk gevaccineerd is. Maar het blijft een keuze: óf vaccineren, óf mensen het laten krijgen. Het moet duidelijk zijn dat snel veel vaccineren de absolute voorkeur moet hebben, zonder te grote reserves over zeldzame bijwerkingen.
  5. Lock-downs zonder snelle vaccinatie  zijn de basis van een horror-scenario.
Naschrift juli 2021
  1. Er zijn genoeg vaccins beschikbaar. Er moet gewoon snel geprikt worden. Er is geen reden om nodeloos mensen te besmetten in deze situatie.
  2. De beslissing om grote slecht geventileerde disco’s te openen en te vertrouwen op volkomen onbetrouwbare toegangscontroles is een fout zonder weerga. Dit is een uitlokken van een totaal onnodige onbeheersbare besmettingsgolf die zeker te voorzien was.  De kreet “dansen met Janssen” laat totale incompetentie zien. Nadat het fout is gegaan geen fouten toegeven getuigt van ongelooflijke arrogantie.
  3. Hoe stuur je een demissionair kabinet naar huis?
Naschrift november 2021
  1. Het laatste punt van juli 2021 blijft actueel. Hoe stuur je zo’n stel klunzen naar huis? Terwijl iedereen weet dat de dominante factor het te hoge aantal ongevaccineerden is, wordt de oplossing gezocht in mondkapjes en zelfs in een derde prik. Er wordt gedaan alsof je het probleem dat mensen een eerste prik weigeren kunt oplossen door een derde prik aan te bieden.
  2. De ontwikkeling op dit moment is toch vooral gunstig te noemen. Een gigantische golf van besmettingen betekent ook een gigantische toename van de resistentie tegen het virus in het Nederlandse volk.
  3. Vervelend is alleen dat de ziekenhuizen de nieuwe golf IC-patiënten niet aan kunnen. Maar die golf is in de allereerste plaats het gevolg van te veel ongevaccineerden. De keus is duidelijk: vaccinatie versnellen (door een verplichting bij voorkeur) of capaciteit uitbreiden. Een andere mogelijkheid is er niet.
  4. Wat ik in mijn oorspronkelijke blog nog niet kon bespreken, is het aantal besmettingen van gevaccineerden (die soms wel corona krijgen, maar in de regel minder gevaarlijk). Veel gevaccineerden dragen het bij zich en zijn zo vooral een risico voor ongevaccineerden. De belangrijkste reden om aan contactbeperking en het dragen van mondkapjes te doen, is het beschermen van ongevaccineerden. Dus een groot deel van het mondkapjescircus is bedoeld om de mensen die het probleem veroorzaken (en de samenleving miljarden euro’s kosten) te beschermen!
  5. Het is amusant (eigenlijk om je dood te ergeren) hoe de politiek met een exponentiële groei, die tenslotte bij de nadering van een plafond uitdooft,
    De politiek greep in rond 21 november. Logisch was het geweest het begin oktober te doen of helemaal niet.

    niet kan omgaan. Wanneer de groei op een laag niveau maar met een hoge groeisnelheid begint, wordt er nog niet ingegrepen. Dan gaat het opeens razend snel. En als de maximale groei al achter de rug is, grijpt de politiek in op het moment dat het plafond bereikt wordt. Politiek gunstig is natuurlijk dat daarna in ieder geval de curve weer naar beneden gaat. De beleidsmakers kunnen dan de afname zien als hun bewijs dat hun stompzinnige beleid werkt, maar die afname was zonder beleid even sterk geweest.

Naschrift januari 2022
  1. De kerst-lockdown was waarschijnlijk niet echt nodig geweest. Die golf ging vanzelf weer over,  ook zonder maatregelen.
  2. Interessant in de reactie van Nederland op de o-micron variant. Nu neemt Nederland eens maatregelen die verder gaan dan van welk land ter wereld ook. Er zijn heel veel vraagtekens bij te plaatsen. In het Verenigd Koninkrijk nam men bijna geen maatregelen en rezen de besmettingen  de pan uit, maar ze zijn nu weer op de terugweg. Ik heb geen argumenten gehoord, waarom dit in Nederland niet precies zo zou gebeuren. Ik voorspel nu (op basis van de grafieken hieronder) dat het ook bij ons binnen 10 dagen gaat afnemen. De Nederlandse maatregelen hebben waarschijnlijk nauwelijks effect. De schade aan de samenleving is groot. Maar ook dit houden we nog wel een paar weken vol.
  3. Nederland heeft een interessant politiek systeem. In onze traditie van polderen gaat het in de eerste plaats om het vinden van oplossing waar iedere belangengroep een beetje voordeel uit kan halen. Belangengroepen die ondervertegenwoordigd zijn, zoals de kunstensector, hebben geen invloed. Wij lossen op die manier een aantal gekoppelde problemen van een aantal geselecteerde belangengroepen op. Dit is natuurlijk iets anders dan het oplossen van een gemeenschappelijk probleem. Dat wordt pijnlijk zichtbaar in ons Coronabeleid.
  4. Het modelletje van De Leeuw, dat ik in mijn oorspronkelijke blog gebruikte, veronderstelt een gemeenschappelijk doel, maar in de Nederlandse situatie is dat er vaak niet eenduidig.  Dan wordt de vraag naar voorwaarden voor effectieve besturing wel erg academisch. De vraag is dan minder naar hoe wij kunnen sturen en meer naar waar wij eigenlijk heen willen.

 

P.S. Even voor alle duidelijkheid: ik kan geen enkele sympathie opbrengen voor domme en gevaarlijke pandemie-ontkenners, aanhangers van vreemde samenzweringstheorieën of tegenstanders van vaccinatie.

Eendgezind de natuur in …

Gezellige overdracht

Zal ik maar eens gaan klagen over het belachelijke leven dat we nu leiden (lijden?)? Dan zou ik gaan zeuren over een wereld zonder concerten, zonder musea, zonder restaurants en ook zonder scholen. Ik zou gaan mekkeren over onze medemens die thuis het virus met veel plezier (en bier) zit over te dragen. Ik zou misschien beweren dat het een illusie is dat de overheid dit kan oplossen zolang de mensen zich zo stom gedragen en dat COVID in de eerste plaats geen beleidsprobleem van de overheid is maar een gedragsprobleem van burgers. Ik zou wellicht nog eens benadrukken dat alleen in een totalitaire staat die twee min of meer samenvallen.

Ik doe het maar niet.

Eenden kijken

Vogeltjes of beter vogels, daar wil ik het over hebben. Rond 1964 werd ik lid van de NJN, afdeling Wageningen. Wij waren in alles geïnteresseerd van korstmossen en langpootmuggen tot wilde zwijnen, maar het hoofdgerecht van het natuurmenu bestond uit vogels, vooral ook watervogels. Regelmatig waren er vogeltellingen waarbij wij verantwoordelijk waren voor een tiental kilometers Rijn.  Flevoland, toen volop in aanleg, was een vast doel van onze excursies. Met laarzen aan fietsten we naar Harderwijk en vervolgens fietsten we langs de knardijk naar Lelystad dat uitsluitend bestond uit huisvesting van polderwerkers en een eenvoudige kantine (zie ook hier).

Mijn eigen impressie van de Blauwe Kamer aan de Rijn (1965)

Onder leiding van ervaren vogelaars als Aart Noordam, Eric Gerding en Frits Boerwinkel leerde ik al gauw de belangrijkste vogels onderscheiden. Fietsend naar Lelystad zagen we aan de linkerkant heel veel eenden, die ik voor tijd nog helemaal niet kende. Natuurlijk kende ik de wilde eend wel, maar kuifeenden, tafeleenden, smienten, wintertalingen en bergeenden waren helemaal nieuw voor me. Zo ook prachtige nonnetjes, brilduikers, pijlstaarten en middelste zaagbekken. Af en toe zagen we ook krakeenden, die toen veel minder algemeen waren dan nu.

Aan de rechterkant, waar Flevoland zou komen, lagen voorlopig nog uitgestrekte rietvelden. Baardmannetjes waren er zo algemeen als huismussen, herinner ik mij.

Vogelaarvriendelijke vogels

pijstaart

Ik zag toen al dat eenden een ideaal onderwerp voor vogelaars vormden: lekker groot en niet hoog in de bomen tussen allerlei takken heen en weer vliegend zoals meesjes, goudhaantjes en vinken. Bovendien kijk je vooral in het winterseizoen naar die beesten, wanneer er gelukkig geen bladeren aan de bomen meer zitten.

Ik ben nooit een echt goede vogelaar geworden. Zeker bij de zangvogels bak ik er weinig van. Ik ken de fitis, de tjiftjaf en de zwartkop en ook een zanglijster kan ik goed herkennen, maar veel verder komt ik niet. Bij de steltlopers gaat het goed met grutto, wulp, kluut en zelfs watersnip, maar ga mij niet vragen hoe al die ruiters eruit zien. Maar mijn eendenkennis is nog op peil en zelfs iets beter geworden de laatste jaren. Het zijn ook dankbare beesten om te fotograferen, wat me nu ik een 600 mm teleobjectief bezit, ook af en toe redelijk lukt.

Een een(d)zaam werkje

Typisch een werkje in Coronatijd: ik heb een klein boekje met eendenfoto’s gemaakt van mijn bestaande foto’s. Sommige foto’s zijn erg mooi. Voor sommige eenden moet ik nog eens een betere foto maken. Hier staat het (voorlopige) resultaat (op mobiele telefoon in de breedte bekijken, beter op PC).

wintertalingen

 

Aardsterren, eekhoorns en vogels op Voorne

Op de vijfde dag van de schepping had God best veel te doen:
“God liet het water wemelen van levende wezens, en boven de aarde liet Hij vogels vliegen. En God zegende hen, opdat de vogels en de vissen talrijk zouden worden.”

Dat is hem best goed gelukt, zeker als je bedenkt dat hij het allemaal op één dag voor elkaar moest krijgen. Toch is het ene vogeltje beter gelukt dan het andere, esthetisch gezien tenminste. Volgens mij verdienen de volgende (niet al te zeldzame) vogeltjes wat kleuren betreft een plaats in de top vier: het ijsvogeltje, de roodborsttapuit, het puttertje en het baardmannetje. Jammer voor de meerkoet. Die is talrijk, maar mooi? Op Voorne hebben wij  ze gezien, die kleurrijke top vier!

Met zwaar geschut

Op deze mooie zonnige zondag hebben we met twee groepen van vier mensen, allen leden van de Vogelwerkgroep Leiden, door de duinen en over de slikken van Voorne  gewandeld en daarbij hebben we genoten van de resultaten van die vijfde dag.

Bij het Quakjeswater

Daar stonden we dan met zijn twee maal vieren op de parkeerplaats bij het Quakjeswater op het Zuidwesten van Voorne. Wij liepen naar het observatiepunt aan het water. Een mooie grote grote zilverreiger (niet kleine, want die kenmerken had hij niet) zat fotografievriendelijk in de zon. Niet ver daarvandaan zwommen zwarte zwanen. Er werd geopperd dat zij een nest zouden hebben in november. Het leek mij sterk, maar het zou het gevolg kunnen zijn van een genetisch ingebouwde jetlag van 6 maanden. Dat kan je wel hebben met dieren van het Zuidelijk halfrond, werd er gezegd. Er was niet zoveel te zien, maar één vogelaar uit een der groepen (Stan?) ontwaarde op een halve kilometer afstand een dodaarsje. Je moet het maar kunnen.

Judasoren

We wandelden een rondje om het Quakjeswater en door de omliggende bosjes. Ergens zagen we leuke staartmeesjes.  Waar we puttertjes zagen, kan ik mij niet meer herinneren, maar we hebben er wel een gezien.

We zagen niet alleen vogels. Af en toe raakten we gevaarlijk ver van onze centrale missie als vogelwerkgroep, maar leuk was het wel. Interessant waren de Judasoren, leuke (eetbare) paddenstoelen, die als oren aan de boomstam hangen. De naam verwijst naar Judas, die zich na het verraad van Jezus aan een vlier ophangen zou hebben. Zo komt in dit verslag naast het Oude ook het Nieuwe Testament aan bod.

Niet lang hierna zagen we een mooie rode eekhoorn boven in een boom. Hij had het druk met het eten van rozenbottels. Daar blijken ze dus van te houden.  Het zijn dan misschien geen vogels, maar een beetje vliegen kunnen ze wel, van boom tot boom. De discussie in de twee groepen concentreerde zich nog even op vliegende zoogdieren, inclusief het vliegend hert, wat echter een kever bleek te zijn.

Aardster

Even later zagen we een prachtige aardster. Marianne liet zien hoe een grote hoeveelheid sporen uit het bolvormige reservoirtje bovenop deze rare paddenstoel gelanceerd wordt als je er even op drukt. Ik kreeg een paar duizend sporen in mijn neus door het experiment.

Zieke buizerd

Niet lang voordat we weer bij onze parkeerplaats kwamen, zagen we een buizerd van heel dichtbij. Hij zat in het bos en had niet echt de energie om ver weg te vliegen. Het beest was niet gezond, zo te zien. Vogelgriep?

Even later verlieten wij de Zuidkant van dit eiland en reden met een groot aantal auto’s naar Oostvoorne en verder naar het groene strand.

Baardmannetje

Prachtige rietvelden overal. In de zomer moet het hier wemelen van karekieten, rietzangers en rietgorzen, maar ook nu was het er de moeite waard.

Vanaf het mooie pad door dit gebied zagen wij schitterende baardmannetjes. Alleen dit al was de reis waard geweest. Ook zagen we ergens de roodborsttapuit.

Het laatste gebied dat wij met een bezoek vereerden, was het voormalige autostrand vlakbij de Slikken van Voorne. Ik kwam hier al in de vroege jaren tachtig regelmatig, maar wat is het er veranderd!

Natura 2000-gebied Slikken van Voorne

De slikken raken steeds meer begroeid. Hier en daar zie je duinvorming. Omdat de slikken zelf verboden terrein zijn, staan en zwemmen de vogels vrij ver weg. Gelukkig had ik een telescoop bij me. Je hoorde de wulpen en als je goed keek, zag je ze ook, samen met scholeksters, tureluurs, zilverplevieren en een enkele bonte strandloper en  drieteen. In het water zwommen veel wintertalingen maar ook prachtige pijlstaarten, helaas wel vrij ver weg. Heel ver weg zat een ijsvogeltje. Je moest wel heel goede ogen hebben om hem te ontdekken, maar Ron Ousen heeft die blijkbaar. Daarmee konden we de top vier in ieder geval noteren voor deze dag.

De laatste badgasten?

De zon kwam steeds dichter bij de horizon, zoals dat in november rond een uur of vier wel vaker gebeurt. We liepen nog even een heel klein stukje de duinen in en kwamen bij een mooi uitzichtpunt. Mooie gekleurde luchten, prachtige slikken en waterplassen waarin de nog blauwe lucht en verlichte wolken reflecteerden. Het was mooi geweest. Naar huis.

Herfstlucht boven de slikken van Voorne

 

_______

Route rond Quakjeswater
Groene strand (rechtsboven) en Slikken van Voorne (linksonder)

We waren hier wel eerder met de vogelwerkgroep. Zie het verslag uit 2017.

P.S.


Ik heb niet naar volledigheid gestreefd. Ik heb ook geen lijst van waarnemingen gemaakt. Er ontbreekt best wel wat, zoals hier en daar een lepelaar, mantelmeeuw of een torenvalk. Ik heb opgeschreven wat ik mij herinnerde.

P.S. 2

In werkelijkheid duurde het ontstaan van de vogelsoorten wel iets langer dan die ene dag uit het mooie scheppingsverhaal. Het is tegenwoordig onomstreden dat vogels tot een brede groep van dinosauriërs behoren. In 1861 werd een fossiel van een archaeopteryx ontdekt, één van de eerste vogels die 150 miljoen haar geleden, in de periode van het Krijt, leefden, naast allerlei andere dieren uit de dinosauriër-families. Aan het eind van het Krijt stierven de meeste van deze dieren uit. Vogels en krokodillen bleven bestaan. Al onze vogels behoren tot de zogenaamde Neornithes, die rond 120 miljoen jaar geleden ontstonden dus nog ruim voor het grote uitsterven van 65 miljoen jaar geleden. Een aantal soorten heeft die ramp blijkbaar overleefd. De 'vijfde scheppingsdag' (als we ons tot de vogels beperken) heeft tientallen miljoenen jaren geduurd vanaf het moment dat de eerste dinosauriër een vogel werd. 

R.