Język polski – de Poolse taal

Toen ik in de jaren 70 naar Polen ging, heb ik de grondslagen van de Poolse taal geleerd. Een kennis smokkelde mij het talenlab van de Universiteit Leiden binnen en daar heb ik een aantal lessen doorgenomen. Later heb ik af en toe zelfs in het Pools gecorrespondeerd.

Moeilijke taal?

Ik heb wel eens beweerd dat Pools even moeilijk is als Grieks en Latijn samen. Maar eigenlijk is dat onzin. Alle talen zijn moeilijk al verschillen de moeilijkheden per taal. Pools heeft, net zoals andere Slavische talen, een vrij gecompliceerde grammatica. Het zelfstandig naamwoord heeft, inclusief de vocativus, zeven naamvallen. Ook het werkwoord heeft zo zijn eigenaardigheden, zoals een dubbele uitvoering van alle werkwoorden: naast de grondvorm (waarmee een nog niet voltooide handeling wordt aangeduid) is er het perfectivum voor voltooide of toekomstige handelingen. Er zijn geen regels om de ene vorm in de andere om te zetten. Er zit niets anders op dan al die dubbele vormen naast elkaar te leren. Maar dat is niet moeilijker dan bijvoorbeeld de meervouden in het Duits (voor elk woord apart te leren) of de honderden sterke werkwoorden in het Noors of het Engels. Werkwoorden in het Pools zijn over het algemeen wel regelmatig.

Puur mannelijke vormen

Pools is geen gender-neutrale taal. Integendeel. Natuurlijk zijn er, net als in het Frans, verschillende vormen voor het bijvoeglijk naamwoord voor mannelijke en vrouwelijke woorden: wielki człowiek (grote man), naast wielka kobieta (grote vrouw). Maar ook de verleden tijd van het werkwoord komt in mannelijke en vrouwelijke varianten: “Ik was” is voor een man “byłem” maar voor een vrouw “byłam”.

Voor het meervoud van woorden die personen aanduiden wordt er  een onderscheid gemaakt tussen groepen waarin zich  (ook) mannen bevinden en groepen waarin zich uitsluitend vrouwen, dieren of dingen bevinden. Alleen de groep met mannen krijgt de mannelijke vorm. Als “zij aten” op zo’n groep met mannen slaat, is het “jedli”: “mężczyźni jedli” (“de mannen aten”). Zijn het vrouwen of dieren, dan wordt de niet-mannelijke vorm “jadły” gebruikt: “dziewczyny jadły…, konie jadły” (“de meisjes aten, de paarden aten”). Er zijn speciale bijvoeglijke naamwoorden en telwoorden voor de groepen met mannen. Het normale telwoord voor “vijf” bijvoorbeeld is pięć: “pięć złych psów, pięć pięknych kobiet” (“vijf slechte honden, vijf mooie vrouwen”), maar voor voor mannen is er een ander woord “pięciu” : “pięciu inteligentnych ministrów” (vijf intelligente ministers). Voor telwoorden wordt het zelfs nog ingewikkelder. Voor gemengde groepen van kinderen of dieren is er een ‘collectieve vorm’: pięć  wordt pięćoro, bijv. “pięćoro studentów”, vijf studenten) als  er mannen en vrouwen tussen zitten. Het getal twee komt in de volgende smaken: mannelijke personen: dwóch męźczyzn of alternatief dwaj męźczyzni (twee mannen); mannelijke dingen: dwa stoły (twee tafels), vrouwelijke woorden: dwie sukienki (twee jurken); man/vrouw-paren: dwoje dzieci (twee kinderen). Maar daarmee zijn we nog niet klaar, want deze telwoorden kunnen nog in allerlei naamvallen gezet worden zodat we ook nog vormen aantreffen zoals dwójki, dwóm, dwoma, dwójką, dwojgiem, dwojce, ….

Het lijdend voorwerp is een hoofdstuk apart. Bij mannen staat het lijdend voorwerp steeds in de tweede naamval, bij mannelijke dingen in de regel in de eerste naamval. Mannelijke dieren gedragen zich in het enkelvoud als man, in het meervoud als dingen. Het woord pomidor (tomaat) wordt verbogen alsof het een dier is. Je moet het maar weten.

“Chrząszcz brzmi w trzcinie Szczebrzeszynie”.

Het Pools heeft geen gebrek aan medeklinkers. Naast de ons bekende medeklinkers zijn er nogal wat voor de Slavische talen karakteristieke klanken, waarvoor extra letters door Cyrillus voor het Russisch aan het oorspronkelijk Griekse alfabet zijn toegevoegd (zoals ц, ш, щ, ж, ч). In het Pools (en meer Slavische talen die het Latijnse alfabet gebruiken) worden de klanken door lettercombinaties en tekentjes boven de letters weergegeven. Zo zijn er sz, cz (vaak ik combinaties met andere letters: psz, wsz, wcz, pcz, szcz, pszcz, etc.), rz (ook als ż geschreven) en de gepalataliseerde (tegen het verhemelte uitgesproken) letters met het accentteken ń, ś, ć, ź. Karakteristiek voor het Pools zijn daarnaast de nasale klinkers ą en ę en bovendien de als vette w uitgesproken ł.

In een Poolse grammatica staat de geruststellende mededeling dat er in het Pools niet meer dan zes medeklinkers achter elkaar voorkomen en geeft daarbij de volgende “tongue twister”: “Chrząszcz brzmi w trzcinie Szczebrzeszynie”.
Nu is een opeenvolging van drie of vier medeklinkers voor veel mensen al afschrikwekkend, maar de truc is om ze langzaam een voor een uit te spreken zonder ervan uit te gaan dat er na elke medeklinker meteen een klinker volgt. Dan is het eigenlijk niet zo moeilijk als het lijkt.

 

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *