Pools praten in de praktijk …

Mówimy po polsku

In de zomer van 1977 ging ik met mijn toenmalig vriendin Hanneke van der Tak voor het eerst naar Polen. Rond die tijd begon ik ook de beginselen van de Poolse taal te leren uit het goed opgebouwde leerboek Mówimy po polsku (wij spreken Pools). Een kennis smokkelde mij het talenlab van de Leidse universiteit binnen waar ik verschillende lesjes met bandrecorder en koptelefoon doornam. Dat ik bij het hardop herhalen van de Poolse zinnetjes zoals Moja siostra ma miłego psa – mijn zus heeft een aardige hond – ook het geluid van de hond nadeed, zal niet iedereen gewaardeerd hebben. Later in de jaren zeventig was ik regelmatig in Polen, ook om een Poolse vriendin op te zoeken. Een beetje Pools kon ik wel spreken, maar veel is het nooit geworden. Die taal is gewoon te moeilijk. Afgezien van de complexe grammatica met zeven naamvallen en eigenlijk vier geslachten (gezien het onderscheid tussen mannelijke personen en mannelijke voorwerpen), heel ingewikkelde werkwoordsvormen en een volledig ander gebruik van werkwoordstijden dan in het Nederlands, Engels of Frans, is de moeilijkheid in de eerste plaats dat bijna geen enkel woord op onze woorden lijkt. Je moet weten dat  ‘niedźwiedź’ een beer is en betalen ‘zapłacić’. Pas als je de meest voorkomende woordstammen, voor- en achtervoegsels kent, begint de taal iets vertrouwds te krijgen, eerder niet. Kortom, hoewel ik de grammatica al redelijk begreep, is mijn spreekvaardigheid meer dan dertig jaar op een absoluut beginnersniveau blijven hangen. Ik kende te weinig woorden.

Duolingo

Dit jaar dacht ik: nu of nooit. Als ik nu niet een stap verder kom, kan ik dat Pools wel vergeten. Op aanraden van een kennis die, omdat hij naar Hongarije verhuisde, snel Hongaars had geleerd via de app Duolingo, ben ik maar eens met Duolingo begonnen. De methode biedt een grote hoeveelheid lesjes aan die voor een deel gestructureerd zijn op basis van typische taalproblemen (enkelvoud-meervoud, tegenwoordige-verleden -toekomstige tijd, etc.) en voor een deel op praktische situaties (in huis, reizen, cultuur, eten en drinken, etc.).

Een van de duizenden opdrachten in Duolingo

Elk onderwerp bevat een reeks lesjes op vijf niveaus die je in die volgorde moet doorlopen. Onderwerpen onderin de lijst zijn pas toegankelijk als je onderwerpen boven in de lijst hebt afgerond. Ik heb tot dit moment (juli) 150 dagen lang elke dag minimaal vijf lesjes, vaak ook meer, gedaan en ik ben nu ongeveer op 80%. Door de eindeloze herhaling van steeds dezelfde en op elkaar lijkende zinnetjes, wordt de vergaarde kennis diep in je zenuwstelsel opgeslagen. Ik heb in deze vijf maanden zeker veel geleerd, maar ik ben nog steeds een beginner, vooral omdat ik nog veel te weinig woorden ken. Met de Poolse grammatica heb ik nauwelijks een probleem, maar ik vraag  me af hoe ver ik alleen op basis van duolingo gekomen zou zijn. Als je niets begrijpt van de verschillende verbuigingen van de verschillende geslachten en van het verschil tussen woorden met stammen op een harde dan wel op een zachte medeklinker, dan moet het wel erg moeilijk zijn om te weten dat het meervoud van ‘niedźwiedź’ (beer) ‘niedźwiedzie’ (beren) is, terwijl het correcte meervoud van ‘kot’ (kat) ‘psy’ (katten) is.

Pools praten

Ik heb met heel veel plezier met veel Polen gepraat, vooral met gastheren en gastvrouwen in de Poolse ‘agroturystyka’. Met mijn kennis van de telwoorden kon ik goed opscheppen niet alleen over het aantal kilometers dat ik gefietst had (‘osiemdziesiąt pięć kilometrów na rowerze’, 85 kilometer op de fiets), maar ook over mijn gevorderde leeftijd (‘mam siedemdziesiąt lat’, ik ben 70 jaar), waarop de gastvrouw vol ongeloof kon uitroepen dat ik dat zeker niet was, hooguit ‘pięćdziesiąt pięć lat!’ (55 jaar).  Van mijn kant kon ik de verhalen van de Poolse meneer en mevrouw goed volgen als de foto’s van de kleinkinderen in hun mooie kleren voor de eerste communie werden getoond op hun i-pad. We konden praten. Belangrijk was vooral mijn woordenkennis, niet of ik het juiste meervoud van ‘niedźwiedź’ wist. Op mijn vraag of er in de omgeving veel ‘niedźwiedz…..’ waren, kreeg ik als antwoord dat er vooral ‘wilki’ (wolven) waren. Natuurlijk maakte ik de ene grammaticale fout na de andere, maar dat was geen probleem. Als ik verder wil komen, moet ik drie tot viermaal zoveel woorden kennen.

Taal leren in drie weken. Bedrog.

Net zo min als je in drie maanden viool kunt leren spelen – reken 30 jaar – is het mogelijk om binnen een aantal weken een taal te leren. Op internet adverteren sites als ‘Babbel’ met het etaleren van overdreven verwachtingen: “Na slechts drie weken met Babbel konden deze gewone mensen gesprekken voeren in het Spaans”. Onzin natuurlijk. Na drie weken heb je het allerlaagste leerniveau bereikt waarbij je een aantal woorden en een beperkt aantal standaardzinnetjes kent. Eigen zinnen maken, kan je wel vergeten. De site ‘Fast Phrases’ maakt het nog bonter:  “… zal u de basiskennis van de taal naar keuze beheersen op ongeveer 10 dagen tijd …, … na nog eens twee weken zal u de taal beheersen op een gemiddeld gevorderd niveau”. Nog grotere nonsens.

Ik ben nu met duolingo opgeklommen van absolute beginner tot één niveau hoger. Met heel veel moeite kan ik zelf zinnetjes maken, maar ik ken nog steeds veel te weinig woorden. Ik maak eerst duolingo af en ga dan aan mijn woordenschat werken.

 

  1. Fietsen in Polen
  2. Orthodoxe kerken in het Oosten
  3. Verdacht aan de buitengrens van de EU
  4. De Poolse taal in de praktijk
  5. Vogels onderweg
  6. Weerzien na 42 jaar
  7. De periferie van Europa

Voor mijn verhalen uit 2018 zie deze pagina.

 

Verdacht aan de grens

Op 6 juni 2019, precies om 13:59 uur, fietste er een oudere man op een al wat oudere Nederlandse fiets op een wel heel vreemde plek in Polen. Hij reed in Zuidelijke richting door het gehucht Klukowicze, een paar honderd meter van de Wit-Russische grens. Wat deed die man op zo’n rare plek?

Het bewuste kruispunt bij Klukowicze. Linksaf gaat de weg naar Wyczolki aan de Wit-Russiche grens

Dat vroegen de leden van het team van de Poolse grenspolitie (Straż Graniczna) zich ook af toen zij hem op het kruispunt van het weggetje naar het aan de grens gelegen Wyczolki tegenkwamen. De man wilde de auto nog netjes doorlaten en ging vriendelijk aan de kant rijden, maar de auto van de grenspolitie hield in en ging naast hem rijden.

Het raampje aan de rechterkant werd opengedraaid. De man zag dat er aan die kant een niet onaantrekkelijke jonge vrouw zat. Hij moest toegeven dat hij wel hield van mooie jonge vrouwen in uniform.

Vlak na Wyczolki begint Wit Rusland

De  politieman achter het stuur zei niets, maar de vrouw gaf aan dat de man beter maar van zijn fiets kon afstappen: controle. Ze vroeg om ‘dokumenty’. De man groef diep uit zijn fiettas een mooi Nederlands paspoort op. De politievrouw gaf het aan de politieman, die er in keek, gegevens noteerde en begon te bellen met het hoofdkantoor. Gaat u maar even in de schaduw staan, zei de vrouw. Blijkbaar kon het even gaan duren.

De mooie uniformvrouw wilde precies weten wat die rare man hier  deed. “Ben u alleen? Waarom dan? Wat doet u hier.” De man antwoordde de meeste vragen in het Pools en gooide er af en toe een Engels zinnetje tussendoor. Toen hij merkte dat de vrouw dit minder goed begreep schakelde hij weer terug naar het Pools. “Lubię oglądać ptaki” (ik houd van vogels kijken), “Na tej drodze jest bardzo piękna przyroda” (op deze route is heel mooie natuur) en “Jadę na rowerze szlakiem rowerowym turystycznym” (ik fiets de toeristische fietsroute). Nu leek dit de grenspolitie niet helemaal gerust te stellen. “Dlaczego pan mówi po polsku? Czy pan pracuje w Polsce?” (Waarom praat u Pools? Werkt u in Polen?) Blijkbaar is kennis van de Poolse taal niet alleen een voordeel hier, dacht hij. Meer dan “Język polski to tylko moje hobby” (De Poolse taal is alleen maar mijn hobby) wist hij niet uit te brengen. De man werd een beetje zenuwachtig en liet de uitgeprinte facebook-discussie maar zien waarin hij zijn volgende agroturystyka had gereserveerd. De vrouw gaf aan dat dit nuttige informatie voor haar was. Inmiddels was de grenspolitieman achter het stuur druk aan het telefoneren. Uit Warszawa was geen belastende informatie gekomen. Het was natuurlijk wel een rare man die hier fietste, maar niets wees erop dat hij gevaarlijk was. Het paspoort werd teruggegeven. De politieman zei nog iets als “Dziękuję bardzo, pan może jechać dalej” (dank u wel, u kunt verder gaan). Om 14:16 uur vervolgde de man zijn tocht naar het Zuiden.

  1. Fietsen in Polen
  2. Orthodoxe kerken in het Oosten
  3. Verdacht aan de buitengrens van de EU
  4. De Poolse taal in de praktijk
  5. Vogels onderweg
  6. Weerzien na 42 jaar
  7. De periferie van Europa

Voor mijn verhalen uit 2018 zie deze pagina.

 

Het einde van een nieuw begin

Fietsziekte

RM4_0321.jpg
Fietsen in Ierland (1979)

In 1979 werd ik besmet met de fietsziekte. Die is nooit meer overgegaan. Met een in Londen gekochte tweedehands Peugeot fietste ik door Engeland en Ierland, een tocht van bijna 2500 km. Een goed begin is het halve werk.

 

RM4_0370.jpg
Met de fiets in Barcelona (1980)

In 1980 had ik een weddenschap afgesloten dat ik op een bepaalde dag in augustus met mijn fiets op de Ramblas van Barcelona zou staan. En zo geschiedde. Na een levensgevaarlijke tocht over bergen en door onverlichte tunnels stond ik daar.

Vertrek uit Eaux-Bonnes richting Spanje (1982)

Twee jaar later fietste ik nog eens 2000 km naar Spanje. Petra en ik zetten deze traditie voort met fietstochten naar Frankrijk, Engeland en Ierland, totdat onze zoon geboren werd. Ik moest 15 jaar (tot ik bijna 57 was) wachten voordat deze zoon het van Petra wilde overnemen.

Vader en zoon

film1_0028.JPG
fietsen in Frankrijk (2005)

Mijn zoon en ik maakten tussen 2005 en 2009 vijf mooie fietstochten door Frankrijk, Noorwegen en Zwitserland. Tijdens de laatste tocht had mijn zoon veel meer energie dan ik. Verveeld stond hij regelmatig boven op een helling op zijn hijgende en puffende vader te wachten totdat die eindelijk boven was. Toen wij aan het eind van de fietstocht in de binnenstad van Basel vlak voor het vertrek van de nachttrein aan de fondue zaten, wisten we dat ook deze periode afgesloten was.

Een nieuwe start

Eenzaamheid

IMG_7381.JPG
Eenzaam

Wat nu? Na lang aarzelen besluit ik in 2010, het jaar dat ik 62 zou worden, de oude eenzame fietstraditie weer op te pakken. Ik neem de boot van IJmuiden naar Newcastle en begin daar door Noord Engeland richting Schotland te fietsen. Ik vind het heel vreemd zo alleen. De eerste dagen ben ik bang dat ik ga hallucineren. Ik ben helemaal niet gewend aan die eenzaamheid, maar elke dag voel ik me een stukje beter. Ik ontdek dat het toch heel ontspannend kan zijn een hele dag alleen naar de wind, het landschap en de regen te kijken en te luisteren.

Kamperen voor 60-plussers

Ik heb een minuscuul tentje gekocht, waar ik alleen languit liggend in pas. Zelfs om in te zitten is het te laag. Als ik tussen de caravans en een enkele bungalowtent sta met deze overdekte slaapzak voel ik me een oude gek van over de zestig, maar ik slaap uitstekend. Wel word ik een keer midden in de nacht wakker van een enorme explosie niet ver van mijn tent. Een paar vandalen hebben in Innerleithen een leegstaande caravan in brand gestoken, waarvan de gasflessen luid explodeerden. Steekvlammen van 20 meter hoog komen uit het al bijna uitgebrande dakloze karkas.

IMG_7483.JPG
Overblijfselen van mijnbouw

Ik maak een prachtige tocht richting Holy Island. Ik let goed op het bord “Holy Island Causeway Safe Crossing Times” zodat ik op de terugweg van het eiland niet door een meter water hoef te fietsen. Ik geniet van de mooie landweggetjes met bloeiende meidoorns. Ik repareer het lek dat een doorn van zo’n struik in mijn dikke fietsband had weten te priemen. Ik geniet van tea and scones in zaaltjes met vooral oude dames, kom tot mijn verbazing een Tibetaanse tempel tegen in Eskedalemuir. In rijd tientallen kilometers door kale ruige veenlandschappen met hier en daar een overblijfsel van oude mijnindustrie totdat ik weer in de buurt van Newcastle kom.

Schoenen in de regen

IMG_7509.JPG
Mijn tentje bij Wellhouse Farm

Na een eindeloze tocht door de stromende regen kom ik bij Wellhouse Farm aan, een camping 20 km ten Westen van Newcastle. Ik ben de enige kampeerder. In de motregen warm ik mijn chili con carne op. Het gekke is dat ik er met volle teugen van geniet, dit eenzame kamperen in de regen. Ik kan nog even droog zitten in een gemeenschappelijke ruimte maar dan ga ik maar slapen. Het wordt een zware nacht. Het waait hard en het regent voortdurend. De tent begint te lekken. Alles wordt vochtig. Mijn slaapzak wordt zwaar van het water maar is van binnen nog droog. Om een uur of vier ga ik even naar de WC. Dan zie ik dat ik mijn schoenen buiten heb laten staan. Ze staan vol water. Om zeven uur sta ik op. Dat wil zeggen: liggend in de tent trek ik een droge broek en droge trui aan. Dat zijn voor een 60-plusser best acrobatische toeren. Ik doe de kletsnatte slaapzak in een plastic zak en trek mijn kletsnatte schoenen aan. Alles ingepakt, inclusief natte tent. Na betaling van £5 voor deze verschrikkelijke nacht fiets ik richting Ferry Newcastle-IJmuiden.

IMG_7511.JPG
Breakfast!

In een buitenwijk van Newcastle bestel ik een heerlijk vet ontbijt van eieren, spek en worstjes met toast en fiets verder naar de boot, waar ik al mijn natte spullen in mijn hut te drogen leg. Ik trek mijn sandalen maar aan in plaats van mijn doorweekte schoenen.

Geen val maar een schuiver …

Ferry uit Newcastle

De volgende dag had het definitieve einde van mijn fietscarrière kunnen zijn. Ik ontbijt op de boot en ga even naar een winkeltje om iets voor Petra te kopen. Dan loop ik over de verschillende dekken. Met het cadeautje voor Petra in mijn hand loop ik zo’n typische trap met een stalen wafelpatroon op de treden af. Blijkbaar zijn mijn sandalen glad. Voordat ik het weet lig ik onderaan de trap, misschien wel 6 meter lager. Tijdens de val had ik het cadeautje in de lucht gehouden. Bezorgde mensen lopen naar me toe en vragen of ik hulp nodig heb, of ik niets gebroken heb. Nog verdoofd door de schrik zeg ik in keurig Engels: “Actually I did not fall, I only made a long slide.” Dat was correct. Ik had alleen boem-boem-boem-boem alle treden langs mijn rug voelen schuiven. Ik had niets gebroken. Ik had zelfs geen blauwe plekken. Alleen in het cadeautje – een blikken doosje met snoepjes – zat een grote deuk.

Weg met die tent

De volgende dag fiets ik door het mooie Noord Holland van IJmuiden naar Leiden en lever de snoepjes af. Ik ben nog heel. Ik heb sinds deze vakantie nog elk jaar een lange fietstocht gemaakt, maar het tentje heb ik voor heel weinig geld verkocht. Het was ook niets waard.

P.S.
Ik ben ook nooit meer met een tentje gaan fietsen, maar heb steeds in B&B’s en hostels overnacht. Met het fietsen ben ik vrolijk doorgegaan met lange tochten door Engeland/Schotland, Ierland, Duitsland/Frankrijk en Polen.

Naar (Noord) Ierland

Eerste poging mislukt

Oorspronkelijk zouden wij op maandag 16 juli naar Dublin vliegen en dan een rondreis maken via Donegal, Connemara en County Clare met een paar nachten in Dublin als besluit. Het heeft niet zo mogen zijn. Petra brak haar pols op de donderdag voor de vakantie en werd geopereerd op de dinsdag daarna. Door dit ongeluk en door familieomstandigheden moesten wij de geplande vakantie afzeggen.

Toch naar Ierland

Begin augustus zijn we dan toch nog naar Ierland gegaan. Twee weken naar uitsluitend het Noorden, zowel naar de Republiek (Donegal) als naar het Britse Noord Ierland. Ik had rustige plekken geboekt (B&B’s en hostels) die ik grotendeels al kende. Geen enkele verrassing. Ik wist wat we konden verwachten: vriendelijk mensen, mooie uitzichten over de zee en genoeg pubs voor een pint Guinness of fish & chips. We hadden een auto gehuurd. Ik was de enige chauffeur, want Petra’s pols moest nog herstellen. We zijn een heel aantal dagen in hostels verbleven, waar we zelf konden koken. Ik was de enige kok. Zelfde verhaal.

RM3_9126.jpg
Het kiezelstrand bij Scraig (Arranmore)

Voor foto’s zie mijn foto-site.

Blogs over onze Ierse vakantie 2018

Hier geen letterlijk verslag van onze vakantie, maar een viertal verhaaltjes die de sfeer goed weergeven.

 

Golven zonder wind – zeeziek in Ierland

Boottochtjes

Petra op weg naar Inishbofin (1988)

Geen vakantie zonder speciale uitjes. Zo’n uitje is het bezoek aan een museum, het beklimmen van een berg (al dan niet gecombineerd met het overnachten in een berghut), meerijden met een stoomtrein die langzamer rijdt dan een fiets of natuurlijk een boottochtje. Nu hebben we al heel wat boottochtjes meegemaakt vooral ook omdat wij van kust, zee en eilanden houden inclusief de natuur die daarbij hoort. Een van de eerste gezamenlijke tochtjes (en de eerste keer dat ik meemaakte dat Petra zeeziek werd) die ik mij herinner was aan de Ierse Westkust (1988) naar Inishbofin.

Nu zijn dat soort boottochtjes niet alleen maar leuk, soms zijn ze ronduit vervelend, zoals die keer (1996)  dat we over een wilde zee naar de Lofoten voeren. Misselijker dan toen ben ik nooit geweest. Mijn evenwichtsorgaan wist het verschil tussen boven, onder, links en rechts niet meer en mijn maaginhoud kon ik niet meer binnenhouden.  Een paar jaar later, ook in Noorwegen, ging het iets beter tijdens een walvis-safari omdat we pillen hadden genomen, waarvan we wel voortdurend in slaap vielen.

IMG_6714.JPG
Bij Mingulay (2014)

In het meer recente verleden maakten we een prachtige boottocht van Castlebay op Barra (Outer Hebrides, Schotland) naar het verlaten eiland Mingulay. Er was een behoorlijke deining en na een prachtige tocht vlak langs hoge rotswanden met nestelende zeevogels trok Petra toch behoorlijk wit weg. Op het verlaten eiland konden we even bijkomen voordat we weer terugvoeren.

Twee jaar later maakten we een mooie boottocht op de Shetlands naar het vogeleiland Noss. Voorzover ik me kan herinneren een fantastische tocht met veel vogels en verder geen problemen (zie https://rdeman.nl/photos/picture.php?/10801/category/shetork2016 en verder, inloggen vereist).

RM2_4290_20.jpg
Op de ‘Ruby May’ bij Noss (2016)

Arranmore

Op deze vakantie in Donegal  gaan we er optimistisch vanuit dat problemen in het verleden geen enkele garantie zijn voor problemen in de toekomst. Alweer zijn we op een eiland aan de Westkust van Ierland: Arranmore. De eigenaar van onze Bed & Breakfast, Jim Muldowney, heeft een boot en biedt verschillende tochtjes aan. Voordat we die avond (9 augustus) het eiland verlaten, gaan we mee op zo’n tocht. Van de haven aan de Oostkant van het eiland varen we naar Burtonport op het vaste land. Na lang wachten op een medepassagier die eerst bij de verkeerde haven stond, maken we een tocht langs de eilandjes tussen Arranmore en Burtonport (zie https://rdeman.nl/photos/picture.php?/15066/category/Ierland-2018 en verder, inloggen vereist).

RM3_9146.jpg
Ooit was hier industrie en handel

Er was hier indertijd een bloeiende visindustrie en de eilandjes zoals Inishcoo en Rutland waren belangrijk voor de handel. Op Inishcoo woonden in 1861 47 mensen. Tegenwoordig zijn er een paar vakantiehuizen. Jim vertelt in groot detail over het leven op deze eilandjes en geeft toelichting bij de huizen en ruïnes waar we  langs varen. Dan varen we met hogere snelheid weer naar Arranmore en volgen een groot stuk de Oostkust tot aan het uiterste Noorden en nog een stukje richting vuurtoren. We zien nu van de zeekant het kiezelstrand bij Scraig, waar ik de dag daarvoor nog was (zie deze pagina voor een foto). Als de golven het strand op rollen, maakt het strand een ratelend geluid van de rollende kiezelstenen. Naarmate we dichterbij de Noordpunt komen, wordt de deining heftiger. We varen langs hoge ‘cliffs’ en zien de Noordse stormvogels op de rotsen zitten en langs de rotsen vliegen.

RM3_9185.jpg
Tussen de rotsen door …

We varen tenslotte tussen twee rotsen door en de boot begint nu behoorlijk te rollen. Petra wordt zeeziek en gaat, zoals zij het zelf uitdrukt, met haar hoofd over de reling “de vissen voeren”.  Er is niets tegen te doen behalve wachten tot het weer over is. Als we weer een stuk naar het Zuiden zijn gevaren, wordt de boot weer rustiger. Petra is blij dat het voorbij is.  Ik zeg dat we de volgende keer pilletjes moeten nemen tegen zeeziekte.

Slieve League

Vier dagen later neem ik het initiatief voor boottochtje nr. 2: onderlangs de ‘cliffs’ van Slieve League. De folders en de websites lokken ons met foto’s en video’s van dolfijnen die met de boot meezwemmen.  Misschien toch leuk om eens mee te maken. We reserveren een tochtje vanaf de haven van Teelin. Ik zeg dat het misschien goed is om pilletjes tegen zeeziekte te kopen, maar dat lijkt niet nodig, want het is windstil. We varen van de haven een stuk langs de Zuidkust van Donegal en dan in Noordwestelijke richting naar Slieve League. Er is inderdaad geen wind, maar de deining is aanzienlijk. Die deining (‘swell’) wordt niet door de plaatselijke wind veroorzaakt maar komt van honderden kilometers ver over de oceaan aanzetten. Ook nu heeft Petra weinig plezier meer. De zeeziekte slaat weer toe.

RM3_9267.jpg
Slieve League met wachttoren

Eigenlijk is er behalve uitzicht op de rotsen en de Mortello towers (torens gebouwd door de Britten tegen een mogelijke aanval van de Fransen in het begin van de 19e eeuw) niets te zien. De dolfijnen blijven weg. Veel heeft deze boottocht niet opgeleverd afgezien van het inzicht dat er geen wind nodig is voor hoge golven op de oceaan.

Meer blogs over onze Ierse vakantie 2018