Terug in Cross

Tien jaar geleden maakten Petra en ik een prachtige tocht over de Hebriden. Die keer van Noord naar Zuid, niet met de fiets maar met het openbaar vervoer.  Van Inverness namen we de bus naar Ullapool en na een boottocht naar Stornoway, direct met de bus naar het Noorden van Lewis, waar we de B&B met de Spaanse naam Cabuzana hadden gereserveerd. Het echtpaar dat deze B&B runde, Annie en Donald, had een tijdje in Spanje gewoond. 

Tien jaar na het vorige bezoek bel ik op 31 mei 2024 weer aan bij Annie en Donald. Annie begroet mij hartelijk en dan zet ik mijn bagage op de wel heel schone kamer (met plastic overtrekken over de stoelen!). De fiets zal Donald later in de garage zetten. Ik ga even naar ‘Cross Stores’, de ‘winkel van Sinkel’ waar werkelijk alles te koop is van levensmiddelen tot haakjes voor op de badkamer. Als ik terug ben bij de B&B zie ik Donald weer.

Tot mijn verbazing laat hij mij op zijn iPad mijn eigen foto’s van tien jaar geleden zien, ook de foto die toen grote indruk op hun had gemaakt, waarop ik na een een struikeling in een verraderlijk gat languit op het hoogveen lig, zie hieronder Ze waren verbaasd dat Petra die foto nam en mij liet liggen, maar zo wilde ik dat toen. 

Tijdens dit verblijf in Cross heb ik niet nog eens geprobeerd deze zware wandeling te maken, door moeilijk hoogveen-land een afstand van bijna 23 km lopen, waarbij de weg wordt aangegeven met groen beschilderde palen: past goed in de natuur, maar oranje of geel was beter geweest. Wel ben ik even naar de vuurtoren gefietst, waar ik mooie Noordse stormvogels kon bewonderen. De Noordse stormvogel heeft een voorraad vet voedsel bij zich in de vorm van een soort naar rotte vis stinkende olie. Om andere dieren (of mensen) te verjagen kunnen ze die troep meters ver uitspugen. Krijg je het op je kleren, dan kan je die wel weggooien. Ik bleef op veilige afstand. Even ging ik naar het strand iets ten Zuiden van ‘Cabuzana’. Het was er weer prachtig. 

 

De infrastructuur was niet veel uitgebreider dan tien jaar geleden. Naast de Cross Stores voor inkopen is er een hotel-restaurant waarvan het restaurant meestal gesloten is. Je kan dan aan de achterkant in de pub wat eten. Toen ik dat de eerste avond deed (lang wachten, omdat ik moest reserveren), werd de pub bevolkt door te dikke zwaar getatoeëerde gorilla’s, die tegen mijn tafeltje aan stonden te rijden. Ik voel me nooit thuis bij de Britse onderklasse. Beter was het de volgende avond toen het echte restaurant eens open was. 

Alle stukjes over deze tocht

 

De wei in!

Een hele winter sta je stil in de stal en kauw je op droog hooi. Dan gaan op een dag de deuren van de stal open en ren je dol van blijdschap de sappige groene weide in. Je bent verbaasd over de snelheid en de kracht van je poten. Een wolk klonten vochtige weidegrond daalt vlak achter je neer. Heerlijk die snelheid, heerlijk die energie.

Ik ben geen koe, maar ik ken dit jaarlijkse gevoel maar al te goed als ik – na maanden vanuit mijn werkkamer naar de droefheid van regen, wind en donkerte staren – eindelijk op mijn oude toerfiets stap en de groene polder in rijd, waar de kieviten en grutto’s mij begroeten, of door de duinen bij de Noordzeekust fiets begeleid door de fantasierijke composities van een nachtegaal-koor.

Het pontje bij Nieuwe Wetering

Ook dit jaar klopte het spreekwoord: April doet wat hij wil. Eerst was het ongewoon nat en ongewoon koud. Toen hadden we zomerse temperaturen in de eerste week van April, om daarna weer terug te vallen in een soort herfstweer met de zon te hoog aan de hemel. Pas eind april werd het echt mooi en werd ik door dat soort koeienemoties bevangen als boven aangeduid.

Ik rijd naar Oud Ade en Rijpwetering. Het is er allemaal nog! Of eigenlijk weer, ontwaakt uit een sombere winterslaap. Ik neem het pontje bij Nieuwe Wetering om vervolgens via Rijnsaterwoude de Braassem rond te fietsen. Op weg naar de Wijde Aa moet je even helemaal naar Woubrugge om daar de Woudwetering over te steken. Je komt dan over de brug met de prachtige naam Woubrugse Brug.

Hier denk ik terug aan mijn tochtjes in de Corona-tijd, toen er bij de bakker aan het water maar drie mensen naar binnen mochten (zie deze blog uit 2020). Alweer vier jaar geleden.

Van Woubrugge gaat het weer even terug langs de Woudwetering en dan langs de prachtige wijde Aa. Ook hier veel herinneringen, onder meer aan de schaatstochten in de tachtiger jaren van de vorige eeuw, toen de wijde Aa een prachtige ijsvlakte was geworden, zoals we waarschijnlijk nooit meer zullen meemaken. Maar toch weer terug naar het mooie heden. Overal zwemmen eenden en meerkoeten, veel al met jongen. Hier en daar mooie bloemen in de wei. Langs de weg staan ook wilde hyacinten, niet zo veel als bij Ockenburg (waar we een paar dagen eerder waren), maar wel mooi en druk bezocht door kleurige dagpauwogen. Overal knarsen, piepen en fluiten de rietzangers. Hier en daar hoor ik fitissen, tjiftjaffen en vinken.

Vanaf Hoogmade blijf ik ten Zuiden van de Does fietsen, eerst door de prachtige Doespolder en dan tegenover de Munnikenpolder, waar ik in februari en maart nog actief wulpen en grutto’s heb mogen tellen  (zie ook hier). Ik kijk nu anders naar dit landschap dan toen ik er jaren geleden doorheen reed. Het is belangrijk dat de unieke slaapplaats voor soms meer dan 1500 wulpen en voor honderden grutto’s door goed beheer in stand gehouden wordt. Tussen de Doeshofmolen en de Munnikenmolen raast de hogesnelheidstrein onder de Does door. Een paar honderd meter verder vormt de A4 de grens tussen Leiderdorp en deze voor de vogels ingerichte Munnikenpolder.

Via Leiderdorp rijd ik terug naar de Merenwijk. Een tochtje van veertig kilometer. Ik mocht weer de wei in. Heerlijk.

 

________

 

 

 

Een zomerdag in april

April doet wat hij wil

Na gigantische regenbuien met harde wind, afgewisseld door prachtige momenten met zonneschijn bij zo’n graad of tien, zat vandaag de temperatuur behoorlijk in de lift. Het was al snel twintig graden en het zou bijna vijfentwintig graden worden. Wat onwennig stap ik zonder jas op de fiets, op mijn hoofd een petje en geen muts. Het lijkt wel zomer.

Ik fiets door Warmond over de weg die zo smal is dat auto’s geen fietsers kunnen passeren, maar ik ben altijd bang dat ze het toch een keer gaan proberen. Even later zet ik mijn fiets op de parkeerplaats van Huys te Warmond op slot en loop het park in. In het voorjaar van twee jaar geleden zag je en hoorde je heel veel boomklevers vlakbij de parkeerplaats, maar ze zijn er dit jaar niet of nog niet.

Geen appelvinken

Dan loop ik maar door naar de plek met de prachtige bijzondere bomen en het plasje waar in de zomer veel libellen zitten. De laatste weken worden hier veel appelvinken waargenomen. Een paar weken geleden heb ik met veel geduld een exemplaar (niet al te best) op de foto gekregen. Ik loop meer dan een half uur te zoeken of ik ze deze keer weer aantref. Dan realiseer ik me plotseling dat ik zo niet van de natuur wil genieten.

Ik zet die appelvinken maar even uit mijn hoofd. Die fixatie op wat je wil zien, gaat altijd ten koste van tijd die je veel beter kan gebruiken voor allerlei ongeplande ervaringen. In plaats van urenlang geen appelvinken te zien, ben ik eens goed gaan kijken en luisteren naar alles wat ik wel tegenkwam en dat was zeker niet weinig.

Puur genieten

In de eerste plaats geniet ik op deze plek van de prachtige bijzondere bomen met hun bijzondere vormen, zoals grote taxusbomen met krom gegroeide stammen, watercipressen en meer. In elk jaargetijde en bij elke weertype zien ze er anders uit. Het lijkt nu wel zomer, maar toch is het nog echt voorjaar. Heel veel bomen zijn nog nauwelijks uitgelopen en het prille groen dat je wel ziet, is nog heel licht.

Vogels in alle maten

Veel echte zomervogels moeten nog komen. Zo hoorde ik nog geen enkele zwartkop, maar je hoort heel veel tjiftjaffen, roodborstjes, vinken. koolmezen, pimpelmezen en overal luidruchtige grote bonte spechten.  Ergens in het park zie ik er meer dan tien rusteloos rondjes achter elkaar aan vliegen. Zoals gewoonlijk hoor ik af en toe een groene specht, maar zie hem niet.

Boven in de bomen zijn blauwe reigers in de weer met takken voor hun nesten. Natuurlijk dragen halsbandparkieten hun partij bij aan het vogelconcert. Altijd sta ik weer verbaasd over de hoeveelheid geluid die een van de kleinste vogeltjes van het bos, het winterkoninkje, kan voortbrengen. In het water zwemmen wilde eenden, meerkoeten en futen.

Futennest in het park

Vlinders

De insectenwereld komt gelukkig snel op gang. Hier en daar vliegen dikke hommels (de koninginnen wellicht) en er zijn overal vlinders: citroenvlinder, dagpauwoog en het bonte zandoogje. Wellicht ook nog andere insecten, maar ik heb er niet op gelet. Het duurt nog tot in mei voordat ik hier op libellenjacht kan.

Na een paar uur kijken, luisteren en af en toe een foto maken, kom ik thuis. Het was prachtig. Ik ga niet schrijven over wat ik niet gezien heb.

____

 

De ondergang van Kristian Hadeland

Karl Ove Knausgård, Nattskolen, Forlaget Oktober, 2023

Het moest er toch weer eens van komen. Laatst kocht ik op het vliegveld van Bergen (Noorwegen) het laatste boek van Knausgård. Met 485 pagina’s een van de dunste boeken die ik van hem gelezen heb. Het boek bestaat uit vier delen, waarvan het eerste het langste is. In dit deel zien we hoe de jonge fotografie-student  Kristian Hadeland (die Londen op een fotografie-opleiding zit) niet alleen worstelt met het vinden van vorm en inhoud van zijn fotografische ambities, maar ook van de manier waarop hij met zijn familie en vrienden omgaat. In die zin sluit het aan bij deel 5 van Min Kamp waar de jonge Knausgård na allerlei mislukkingen langzaam succes begint te krijgen als schrijver (zie ook hier).

Aan het begin van het boek is Kristian tijdens de kerstdagen voor de laatste keer bij zijn ouders in Noorwegen. We maken mee hoe zijn zus een zelfmoordpoging doet en hij besluit zijn ouders (omdat zij hem – niet ten onrechte – narcistisch genoemd hebben) nooit meer te willen zien. Terwijl zijn ouders nog in het ziekenhuis bij zijn zus zijn, reist hij zonder iets te zeggen terug naar Londen,  nadat hij nog een fotoserie van het lege huis (inclusief het zelfmoord-bed) heeft gemaakt.

Kristian heeft maar één ambitie, een topfotograaf worden. Tenslotte lukt hem dat door een combinatie van hard werken en een aantal toevalligheden. Voor zijn ambitie moet alles wijken. Het zou geen boek van Knausgård zijn als er niet ook heel duidelijke filosofische lijnen in zouden zitten.

Een van de belangrijkste lijnen wordt gegeven door de Faust-legende zoals uitgewerkt in het toneelstuk van Marlowe, een tijdsgenoot van Shakespeare. In het boek wordt dit toneelstuk uitgevoerd door een theatergroep, waarvan Kristian de regisseur en een aantal van haar naaste contacten leert kennen.  Dr. Faustus is een briljante individualistische wetenschapper, maar is niet tevreden met alle kennis die hij uit alle disciplines zoals logica, medicijnen en rechten kan vergaren. Om toegang te krijgen tot magische kennis en vaardigheden tekent hij in zijn eigen bloed een contract met Mephistopheles waarmee hij vierentwintig  jaar over onbeperkte kennis en succes zal beschikken in ruil voor zijn ziel. Als de vierentwintig jaar voorbij zijn, zal zijn ziel eeuwig in de hel branden. In het toneelstuk strijden duistere krachten tegen het goede en de duistere krachten winnen tenslotte.

Ook in dit laatste boek van Knausgård gaat het in de eerste plaats om die duistere krachten. In die zin is het een voortzetting van de Morgenstjern-triologie. Ook daar zagen we hoe duistere krachten het winnen, bijvoorbeeld in de verschrikkelijke passages over de rituele moord bij Svartediket, zonder dat wij precies begrijpen wat er aan de hand is. In het derde deel van deze trilogie denkt de detective Geir de duivel zelf te ontdekken op een video van de vermoorde leden van de hard-metal band. In het begin van Nattskolen gaat het over een van de eerste foto’s ter wereld, gemaakt door Daguerre met een extreem lange sluitertijd. De gebouwen staan er scherp op, maar alle bewegende mensen zijn verdwenen. Toch staat er minstens één persoon op. Kristians Nederlandse kennis (Hans) vraagt of hij weet wie dat is en geeft zelf meteen het antwoord: “En svart skygge. Hvem kan det være? … Det er djevelen” (“een zwarte schaduw. Wie kan dat zijn? … Dat is de duivel”). Ook hier is een direct verband met het toneelstuk van Marlowe. Tijdens één van eerste voorstellingen in Londen hebben mensen gezien, hoe de duivel zelf op het podium verscheen. Knausgård hield zich in de Morgenstern-trilogie uitgebreid bezig met duivel, hel en verdoemenis. Hier is dat niet anders. Knausgårds hel bevindt zich niet buiten de wereld. Maar onze wereld ís de hel.

Het leven van Kristian Hadeland heeft vanzelfsprekend paralellen met de ontwikkeling van Faustus. Kristians alchemie is de fotografie. In het eerste deel lukt het hem zijn hoge ambitie te verwezenlijken: hij ontwikkelt zich tot top-fotograaf. Daarvoor moet al het andere wijken. De manier waarop hij met zijn familie, vrienden, vriendinnen en andere contacten omgaat is bot en gevoelloos. Erg eerlijk en open is hij niet en de meeste van zijn problemen heeft hij zelf veroorzaakt. Hij lost ze niet op maar hij gaat ze uit de weg met halve waarheden en leugens tegen anderen en vooral tegen zichzelf.

Het boek bevat prachtige beschrijvingen van de ontwikkeling van Kristian en zijn foto-kunst. Als hij het idee opvat van een serie over ‘de steigers van het leven’, waarin skeletten centraal staan, steelt hij uit de afvalbak van een asiel een dode kat, die hij zo lang probeert te koken totdat alleen het skelet over blijft. Ondanks dagenlang ondragelijke stank in zijn appartement lukt het hem niet. Dan besluit hij de nog niet helemaal uit elkaar gevallen kat te fotograferen. Die foto’s betekenen een doorbraak in zijn carrière. Het is ook een doorbraak in de manier waarop hij tegen artistiek succes aan kijkt. Als je te veel je wil aan het kunstwerk wil opleggen, wordt het niks. Soms moet je uitgaan van wat toevallig ontstaat.

Een centrale rol in het verhaal speelt een incident wanneer hij een aansteker leent aan een dakloze. Deze probeert de aansteker te stelen en in de ruzie die daarop volgt, valt de dakloze tegen een muur en is dood. Als hij in de krant herkenbare beelden ziet van zichzelf, genomen door een bewakingscamera dichtbij de dakloze, meldt hij zich niet bij de politie, maar wordt een paar dagen later op school door de politie voor een verhoor gehaald en verblijft in een cel, totdat hij te horen krijgt niet meer verdacht te zijn. Kristians panische gedachten in de cel worden fantastisch goed beschreven. Zoals wel vaker in Knausgårds boeken, gebeurt er veel meer in de hoofden van de mensen dan in de werkelijkheid. En wat er in de werkelijkheid gebeurt, is niet altijd duidelijk.

De jaren tussen Kristians verblijf aan de foto-school in Londen en zijn doorbraak als een wereldberoemde fotograaf worden in het boek niet beschreven. Als het verhaal weer verder gaat, is hij in New York op een overzichtstentoonstelling van zijn verzamelde werk van meer dan 20 jaar, inclusief een schokkende serie van dode mensen die hij in de houding van levende mensen gefotografeerd heeft en zijn jeugdwerk zoals de het zelfmoord-bed van zijn zus en de gekookte kat.  Hier begint de eerste fase van zijn ondergang. Een belangrijk onderdeel van zijn werk is een indringende fotoserie over het leven van daklozen. Op de tentoonstelling laat hij een container aanstekers bij deze fotoserie plaatsen. Alleen hij kent de geschiedenis daarachter. Als hij inn een zaal van het tentoonstellingsgebouw voor een groot publiek over zijn werk geïnterviewd wordt, vertelt hij iets te duidelijk wat hem als twintigjarige  tijdens de ruzie met de dakloze overkomen is. Nog dezelfde dag staat het internet vol met verhalen over ‘moordenaar Kristian’ en het aantal tekst-meldingen op zijn telefoon is niet meer te tellen. Onhandig houdt hij vol dat hij iets anders heeft gezegd dan mensen gehoord hebben. Niet veel pagina’s verder in het boek zijn alle al afgesproken tentoonstellingen afgezegd en heeft hij met vrijwel iedereen in de kunstwereld alle contact verbroken.

In het laatste deel van het boek stort ook zijn persoonlijke leven volledig in elkaar en treft hem nog een grotere ramp dan het eind van zijn fotografie-carrière. Tot hier vond ik het een fantastisch boek met een enorme spanning en met een veel grotere vaart dan ik van Knausgård gewend was in zijn eerdere boeken: een echte page-turner. In zijn eerdere boeken leek er een tweedeling te bestaan tussen de vele gebeurtenissen en de essays met filosofische reflecties. Hier is het meer een voortdurend spannende en boeiende eenheid. Maar het lijkt alsof hij er zich in de laatste honderd pagina’s iets te gemakkelijk van af heeft gemaakt. De lezer verwacht natuurlijk een parallel met de Faustus-legende. Na 24 jaar zal Faustus branden in de hel. De volledige ineenstorting van Kristians leven is ook precies na 24 jaar, maar het verhaal is veel te recht-toe-recht-aan de diepe afgrond in zonder de dubbelzinnigheden en dubbele bodems die ik van Knausgård had verwacht.

De literatuurcriticus Manuel Emanuelsen beschrijft dit heel goed:

"Påfallende, da, at det først er når Knausgård begynner å få hastverk selv og vil gi sin Faust-variant en skikkelig avslutning, at det delvis går skeis. I den siste delen av romanen, der vi følger Kristian mot hans endelige dom, går det merkbart fort – for fort til at det fester seg hos leseren. Vi merker at forfatteren har bestemt seg for hvordan det skal gå til slutt, og har glemt å bry seg om vi – til tross for at vi alle er enige om at fortelleren er en kødd – vil være med ham til bunns. Denne siste delen forblir dessverre mer idé enn roman, den virker villet og svikter nettopp der resten av romanen lykkes, i å trekke oss inn, med og ned."

Emanuelsen refereert hier aan de artistieke ontwikkeling van Kristian, die moet leren dat een foto die een sterk idee wil uitdrukken geen sterke foto is. De foto zelf moet sterk zijn. En als de kunstenaar te veel zijn wil aan een kunstwerk wil opleggen, wordt het kunstwerk er niet beter van.

___

Marius Emmanuelsen: Nattskolen, Karl Ove Knausgårds London-roman om diabolsk kunst, tar hans morgenstjerne-prosjekt til nye høyder. https://www.vinduet.no/kritikk/kok-den-katta-nattskolen-av-karl-ove-knausgaard-anmeldt-av-marius-emanuelsen/ 

Naschrift

Het is een heel rijk verhaal, zoals gebruikelijk bij Knausgård, met heel veel verwijzingen naar bijvoorbeeld filosofie, religie, occulte stromingen, literatuur, alchemie en de geschiedenis van de fotografie. Daardoor bevat het veel meer dan ik als relatief ongeletterde lezer kan bevatten. In de bovengenoemde bespreking van de Noorse criticus worden allerlei verbanden gelegd, niet alleen met verschillende Faust-opvattingen, zowel het oude Duitse boek uit 1587 als de Faust bij Marlowe en later een heel andere Faust bij Goethe. Daarbij passeren ook een aantal theologische kwesties de revue, inclusief protestantse parodieën over de katholieke cultuur van wonderen en heiligen. Ook verwijst Emmanuelsen naar bijvoorbeeld de gebroeders Karamasov van Dostojevski. Omdat ik veel van die achtergronden niet goed ken, zal ik veel gemist hebben, maar een boek moet ook te lezen zijn zonder honderd andere boeken te moeten lezen. Dat heb ik gedaan en het viel – afgezien van het slot – zeker niet tegen.

___

 

 

 

Schaap en vogel

Het is heel moeilijk een interessante vogelfoto te maken (Zie ook deze blog). Toch lukt het me af en toe om er iets leuks van te maken, bijvoorbeeld vogels in combinatie met schapen.

De gele kwikstaart hierboven beschouw ik als één van mijn beste vogelfoto’s. Ook leuk zijn de eksters die op schapen gaan zitten of de reigers die tussen de schapen staan. Het leuke van de relatie vogel-schaap is dat er geen enkel echt direct contact bestaat afgezien van de interesse van vogels in de vliegen op schapenstront of in restjes van schapenvoer.

Het totale wederzijdse desinteresse is goed te zien in de twee onderstaande foto’s van reiger en schaap.