Natuur in Laos

Waar ik ook op vakantie ga, de natuur is één van mijn vaste aandachtspunten. In Normandië fotografeer ik de strandplevieren, in Schotland grote jagers en noordse stormvogels, bij de Loire koereigers, kanaaljuffers en andere libellen. Onze reis naar Laos was niet in de eerste plaats een natuurreis en wat we aan natuur tegenkwamen, was op geen enkele manier gepland. Het viel wel wat tegen.

Ik kreeg de indruk dat de Mekong en zijn zijrivieren sterk vervuild zijn. Zichtbaar was vooral de schrikbarende plasticvervuiling, maar wellicht waren er ernstigere minder zichtbare bronnen van verontreiniging. Misschien hebben de verschillende dammen en stuwmeren een sterk negatieve invloed op de natuur en met name de visstand, maar ik heb mij er niet in kunnen verdiepen.  

Luang Prabang

We zagen bij de Boeddhistische tempels en bij andere parkjes in Luang Prabang een paar mooie vlinders (zoals de common tiger butterfly, Danuaus genutia) maar verder geen enkele vogel van betekenis. Wij moesten het doen met de overal in Zuidoost Azië algemene treurmaina (‘common myna’), een spreeuwachtige en met honderden mussen, die hier geen huismussen maar ringmussen bleken te zijn. 

Champassak

In het Zuiden, bij Champassak, was het niet veel beter. Ook hier vlogen vrij veel mooie grote vlinders zoals de prachtige Golden Birdwing (Troides aeacus, in 2003 al eens in Kuala Lumpur gezien) de limoenvlinder (Papilio demoleus) en (waarschijnlijk) de grote mormon (Papilio mormon). Maar ook hier geen bijzondere vogels. 

Grote mormon 

Wel ben ik bij de tempels van Champassak op libellenjacht gegaan. Bij het wetland achter de tempels en de door de hoge waterstand ondergelopen velden zag ik verschillende libellen die wel iets aan onze Nederlandse libellen doen denken, maar toch allemaal anders zijn. Het meest algemeen was daar de slanke oeverlibel (Orthetrum sabina), inderdaad veel slanker dan onze oeverlibel. Een libel die wat aan onze heidelibellen doet denken is swamp watcher (Potamarcha congener). Maar één keer zag ik een libel met prachtig rode vleugels, de Russet percher (neurothemis fulvia). Ik dacht eerst nog dat ik een vlinder had gefotografeerd. Heel mooi waren de vele exemplaren van de Ditch jewel (Brachythemis contaminata), die over het ondergelopen land bij een van de tempels vlogen. Ik zag maar één waterjuffer, die wel iets leek op een kanaaljuffer of een watersnuffel: de Eastern lillysquatter (Paracercion melanotum). En hier eindigde mijn korte kennismaking van de libellen van Zuidoost Azië. Een vervolg zit er niet echt in.

Met dank aan Erik Fleur die mij met de namen van de libellen heeft geholpen.

Een parkje in Bangkok

Op de terugweg naar Nederland waren we nog even in Bangkok. Daar nog een paar interessante waarnemingen in de stadsnatuur, een parkje vlakbij de grote Wat Pho tempel: Saranrom Park.  In het park zagen we twee grote Varanen (‘monitor lizzards’) , de een na grootste hagedissen ter wereld. Ik had ze 22 jaar geleden in Malakka in Maleisië gezien en was vergeten hoe groot die beesten zijn. In het parkje zagen we ook zwarte kraaien (dikbekkraaien), een iets andere soort dan we in Nederland zien en ook maina’s, in dit geval de kuifmaina (‘crested myna’), een andere soort dan die we in Laos hadden gezien.

Mooie libel! Mooie foto?

Het “Pretty Flower Syndrome”

Ik fotografeer al een aantal jaren mooie libellen. Ik denk dat andere mensen wel iets aan mijn positieve en negatieve ervaringen met mijn pogingen mooie libellenfoto’s te maken kunnen hebben. Ik heb er zelfs wel eens lezingen over gegeven. Ik begin zo’n lezing meestal met de uitspraak: “Een foto van een mooie libel is nog geen mooie foto.” Daarbij raak ik een kernprobleem van de natuurfotografie. De natuurfotograaf houdt vaak zo van de natuur dat hij (of zij) vergeet dat hij (of zij) aan het fotograferen en niet een libel aan het kopiëren is. Dat leidt er niet zelden toe dat de fotograaf denkt dat het uitsluitend erom gaat de libel (de vogel, de bloem of het hert) op de foto te krijgen en nauwelijks oog heeft voor de omgeving van dit centrale onderwerp.

In een uitstekend boek over macrofotografie noemt Rob Sheppard dit het “Pretty Flower” Syndrome: “When photographers start capturing images of flowers, they get excited  about the beauty of the flower and forget they are making a photograph, but unfortunately, a flower is not a photograph nor is a photograph a flower. … We cannot put a flower inside our camera; we can only create an image that interprets our experience with it.” (Sheppard 2015, p. 178). We kunnen evenmin mooie vogels of mooie libellen in onze camera stoppen. 

Bijzondere foto gemaakt?

Als ik door een natuurgebied loop, dan ben ik niet de enige met zware apparatuur bewapende fotograaf. Zoomobjectieven van 600 mm zijn allang geen uitzondering meer. Vaak komt zo’n collega-fotograaf of een andere natuurliefhebber naar mij toe en stelt mij de vraag: “Heb je nog iets bijzonders kunnen fotograferen?”. Ik antwoord meestal: “Ja en nee, ik geloof dat ik misschien wel een bijzondere foto heb gemaakt, maar het onderwerp is niets bijzonders. De bloedrode heidelibel heb ik mooi tegen een egaal donkere achtergrond kunnen fotograferen. Ik denk dat het een mooie foto geworden is, maar op zichzelf is een bloedrode heidelibel niets bijzonders. Het stikt er hier van op dit moment.”

Geen libellen kopiëren

Natuurlijk begrijp ik het heel goed als beginnende libellenfotografen trots zijn op hun eerste gelukte foto van een vliegende grote keizerlibel. Het is ook best moeilijk. Maar mij kan zo’n foto, die op duizenden plaatsen ontelbare keren wordt gemaakt, geen voldoening schenken. Ik wil geen libel kopiëren. Ik wil een foto maken. Los van noodzakelijke kennis over de bediening van de camera en het gedrag van de libel gaat het dan vooral om een mooie compositie die een eigen verhaal vertelt, waarbij heel veel zaken een rol kunnen spelen zoals keuze van standpunt, lichtval, schaduwen, spiegelingen, structuur van oppervlakken, egale of juist niet egale achtergronden, contrasterende of harmonische kleuren, relaties met andere dieren en planten, gebeurtenissen zoals paren, uitsluipen, eieren leggen of andere insecten verorberen. Op deze blogsite heb ik regelmatig iets laten zien van mijn worsteling met dit onderwerp.

Moeilijk te maken. Maar als foto niet bijzonder interessant.

Wat zegt het internet?

Maar ik ben natuurlijk niet de enige of de beste libellenfotograaf in Nederland. Om te zien wat ik van andere libellenfotografen kan leren, heb ik een groot aantal websites bestudeerd. De lijst staat hieronder. 

Zonder uitzondering geven deze sites nuttige tips over instellingen, gebruik van objectieven instellingen voor sluitertijden, ISO-waarden en diafragma’s. Ook staan er nuttige tips in over het voorzichtig benaderen van libellen. Veel nieuws leer ik daar niet van, maar ik kan me voorstellen dat veel mensen van deze informatie profiteren. Ook bevatten deze sites prachtige foto’s. Helaas geeft vrijwel bijna geen enkele site de overwegingen die tot die prachtige composities hebben geleid: het gebruik van achtergrondkleuren, patronen in de achtergrond, de verhoudingen van het frame en bijvoorbeeld de plaatsing van het onderwerp in het frame of het gebruik van meerdere onderwerpen in dezelfde foto.

Kortom: de meeste sites over libellenfotografie gaan in de eerste plaats over libellen, een klein beetje over de techniek van het fotograferen, en vrijwel nauwelijks over de compositie van de foto. 

Meer op deze blogsite

Zittende of hangende libellen fotograferen

Libellen op de foto

Libellen fotograferen

Geraadpleegde websites

https://www.derooijfotografie.nl/tips-voor-het-fotograferen-van-libellen/

 

https://www.natuurfotografie.nl/hoe-fotografeer-je-libellen-en-juffers/

 

https://www.rootsmagazine.nl/uitgelicht/mini-masterclass-van-edwin-giesbers-libellenfotografie

 

https://www.nandoonline.com/vliegende-libellen-fotograferen/

 

https://photounited.nl/product/libellen-en-juffers-fotograferen/

 

https://zoomacademy.nl/blog/5-tips-om-libellen-te-fotograferen

https://www.photofacts.nl/fotografie/rubriek/natuurfotografie/libellen-fotograferen-vergt-voorbereiding-precisie-en-geduld-deel-2.asp

 

https://www.jodyzweserijnphotography.nl/wat-ik-zoek-tijdens-het-fotograferen-van-juffers-libellen-en-vlinders/

 

https://kijkenziefotoschool.nl/libellen-juffers-fotografietips/

 

https://assets.vlinderstichting.nl/docs/bbc35065-c709-40f0-ad5b-f9b9a80e528f.pdf

 

 

Het geciteerde boek van Rob Sheppard:

Rob Sheppard, Macro Photography: From Snapshots to Great Shots, Peach Pit Press, 2015.

Van dit boek leer ik meer dan van alle bovengenoemde websites.

 

 

Fietsen door de leegte

Fietsen door Polen

Ik rijd met mijn 20 jaar oude Gazelle op een kleine weg door een Pools dorp. Aan de rechterkant staan betonnen palen voor elektriciteits- of telefoonleidingen. Boven op de meeste palen staat een ooievaarsnest. Ooievaars vliegen heen en weer tussen het boerenland grenzend aan dit dorp en de nesten om hun kroost van voedsel te voorzien.

Strontkarren rijden met te hoge snelheid door de vieze straat. Even later gaat de geasfalteerde weg in een half verharde weg over en verdwijnt in een groot bos. Ik geniet van het ritme van honderden kale dennenstammen in het middaglicht. Alleen boven aan de bomen zitten takken met groene naalden. Voortdurend hoor ik hoe de vinken zich uitsloven met hun eindeloos herhaalde liedje. Bonte spechten hoor ik ook, maar ik zie ze niet. Als ik, met enige moeite door de slechte kwaliteit van de weg, het bos uit kom, rijd ik langs mooie meertjes waar de grote karekieten luid vanaf hoge rietstengels zingen. Af en toe staan er niet alleen tientallen Mariabeelden langs de weg, maar soms ook een mooie oude kerk. Op de achtergrond hoor ik voortdurend de veldleeuweriken, een geluid dat in Nederland bijna uitgestorven is. Hier en daar zie ik op een paal een grauwe klauwier zitten en ik kom regelmatige kwikstaarten tegen, witte en gele.

Ik fiets hier door het voormalige Oost Pruisen. Veel plaatsnamen zullen wel Duits geweest zijn, maar na de Tweede Wereldoorlogen zijn de Duitsers hier verjaagd en zijn er Polen komen wonen, gedeeltelijk afkomstig van het deel van Polen dat de Russen hebben ingepikt. De bakstenen gebouwen doen erg Noord-Duits aan. Als ik een uur later door mooie weidegebieden fiets, zie ik een aantal kraanvogels in het veld. Wat zijn ze groot! Ze zijn groter dan ooievaars. Tijdens elke fietstocht in Polen heb ik er wel een paar gezien.

De slag bij Hoofe
 
In 2018 heb ik het Noordelijke deel van de Green Velo route gefietst. Na een paar dagen kwam ik in Dwórzno aan, een klein plaatsje niet ver van de Russische grens ten Zuiden van Kaliningrad. Ik overnachtte toen in een eenvoudige Agroturystyka. Dit jaar had ik de grote kamer met uitzicht op de tuin opnieuw gereserveerd. 
Toen ik door het dorpje fietste, zag ik op een huis een afbeelding van Napoleon en een verwijzing naar de slag bij Dwórzno, die op 6 februari 1807 plaatsgevonden had. Het was een bloedige strijd tussen Franse en Russische troepen bij dit dorpje, dat toen Hoofe heette. Twee dagen later, na de slag van Pruska Iławka, trokken de Russisch-Pruisische troepen zich terug. https://gorowo-ilaweckie.olsztyn.lasy.gov.pl/aktualnosci/-/asset_publisher/PlFP4IASpQaf/content/rekonstrukcja-bitwy-pod-hoofe

Genieten van de leegte

Voor de zesde keer maakte ik een tocht door Polen, nu een rondje rond de stad Olsztyn in het Noord Oosten. Sommige stukken had ik al eerder – in omgekeerde richting – gefietst, delen van de langste fietsroute van Polen: Green Velo of Oostelijke Fietsroute (Wschodni Szlak Rowerowy). Behalve lelijke boerendorpen, middelmatige provincieplaatsjes, uitgestrekte bossen, mooie meren en hier en daar een interessante kerk is hier vrijwel niets te zien. Dat is de voornaamste reden dat ik hier graag heen ga.

Het echte Polen (Sępopol)

Ik geniet van de leegte, van het niets. Er zijn vrijwel geen toeristen en als ik dan toch eens een kudde elektrisch versterkte dikke Duitse gepensioneerden tegenkom, dan lijkt dat een inbreuk op mijn vakantiegevoel. Als ik door dit rustgevende niets fiets, heb ik veel tijd om na te denken. Nu dacht ik na over de veranderingen in dit land, over de winst van anti-Europese krachten in een land dat ongelooflijk van Europa geprofiteerd heeft en over de gevaren van de politieke ontwikkelingen in Rusland en Amerika. Of het klopt, weet ik niet, maar ik dacht ook een schaalvergroting van de Poolse landbouw en een achteruitgang van de biodiversiteit waar te nemen.

 

Verschrikkingen in Mehlsack

In dit gedeelte van Polen fiets je door een licht glooiend vredig boerenland, vaak door mooie lanen met bomen aan beide kanten. Regelmatig zie je aan de horizon fraaie oude bakstenen kerken verschijnen. Als de stadjes waar je doorheen komt iets over hun geschiedenis konden vertellen, zou de vredige rust gauw verstoord worden. Je fietst hier door het voormalige Oost Pruisen, waar Duits de belangrijkste taal was. Bartoszyce was Bartenstein, Olsztyn Allenstein, Lidzbark Warmiński Heilsberg en Ostróda Osterode. Vanaf het eind van de tweede wereldoorlog zijn vrijwel alle Duitsers naar het Westen gevlucht en niet veel van de achterblijvers hebben het overleefd. Oost Pruisen werd verdeeld tussen Rusland en Polen. Het Poolse deel werd de provincie Ermland-Mazurië. Pools werd de officiële taal en het land werd vooral katholiek. De lege platgebombardeerde steden werden langzaam herbouwd en bevolkt door Polen. 

Elk dorp en elke stad hier heeft zijn eigen verschrikkelijke geschiedenis. Neem bijvoorbeeld de oude stad Mehlsack,  een in de klanken van de Duitse taal verbasterde oud-Pruisische naam Melzak. Na veel oorlogen en verwoestingen behoorde de stad in 1945 bij het Regierungsbezirk Königsberg van de Duitse provincie Ostpreußen. Niet veel later werd de stad vrijwel totaal verwoest door het Russische rode leger. Alle Duitsers werden uit de stad verdreven en vervangen door Polen. Stap voor stap werd de stad herbouwd. In 1947 kreeg de stad een nieuwe naam: Pieniężno, genoemd naar de Poolse vrijheidsstrijder Pieniężny, die in een concentratiekamp was omgekomen. In 2025 fietste ik door dit gezellige vredige Poolse stadje.

Op de Gazelle

Fietsen is voor mij een vast onderdeel van het voorjaar of de vroege zomer. Mijn eerste grote fietstocht, meer dan 2000 km maakte ik in 1979 op een tweedehands Peugeot in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. In de jaren daarna maakte ik lange tochten vanuit Nederland naar Frankrijk en Spanje (met de trein terug). Tussen 1985 en 1987 maakte ik drie lange fietstochten met Petra. Toen onze zoon Hans groot genoeg was, zette ik met hem de traditie voort met vijf jaarlijkse fietstochten tussen 2005 en 2009. In 2005 had Petra ons twee Gazelle-fietsen cadeau gegeven. Vanaf 2010 maak ik vrijwel elk jaar een fietstocht alleen. Op die twintig jaar oude fiets maakte ik ook de laatste fietstocht in Polen. Als ik de afstanden van alle lange fietstochten op deze fiets bij elkaar optel, kom ik op 17.000 km, een gemiddelde van 850 km per jaar, dagtochtjes niet meegerekend. Goed merk, Gazelle.

Fietspaden in Polen


Als je van goede fietspaden houdt, ga dan naar Nederland. In Polen zijn veel fietsroutes, maar alleen een heel beperkt aantal fietsroutes gaat over goed aangelegde fietspaden. Goede fietsroutes in Noord Oost Polen zijn bijvoorbeeld de genoemde Green Velo route, 2000 km) en de Mazurska Petla Rowerowa (om de grote Mazurische meren heen, 284 km). De paden bij andere fietsroutes zijn vaak zo slecht dat je beter naar geasfalteerde wegen kunt uitwijken. 

De allermooiste fietspaden lopen over het tracé van opgeheven spoorlijnen. 
 
Ook een deel van Green Velo, net ten Zuiden van de Russische enclave van Kaliningrad, loopt over zo’n spoorlijn: lijn 224 van Czerwonka (bij Biskupiec) naar Korniewo (Корнево), nu in Rusland, geopend in 1898-1899. Je fietst langs de vervallen stations van Górowo Iławeckie en Dzikowo Iławeckie (zie foto's hierboven).

Meer blogs over Polen

Fietsen in Polen

Mijn fietstochten in Polen

Door bossen en langs meren in Polen

Polen 2022 – fietsen in de lente

Fietsen langs de Oostzee

Fietsen in Polen … (2018)

Welkom Grutto

Dit tekst van dit verslag werd eerder gepubliceerd als officieel verslag van de excursie op 23 maart 2025 van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden. Om privacy-redenen zijn namen uit dit verslag verwijderd.

Om iets voor negenen kom ik bij de molen ‘Het Poeltje’ aan. Ik ben niet de eerste. Er staat nog een aantal collega-vogelaars te wachten op het startsein van onze excursieleider. Het is mooi weer met weinig wind en het zal een mooie zonnige dag worden.

Molen ‘Het Poeltje’

Het in 2007 aangelegde gebied bestaat uit twee plassen. We staan bij de molen aan de eerste plas, in feite de ondergelopen Klaas-Hennepoelpolder. Straks zullen we bij de tweede plas aankomen, het grotendeels ondergelopen Westelijke deel van de Veerpolder. Voor mij is dit een thuiswedstrijd. Als inwoner van de Merenwijk, tien minuten fietsen hiervandaan, komt alles mij bekend voor, zoals de grote hoeveelheden grauwe ganzen, grote Canadezen en verschillende meeuwensoorten, die zoals gewoonlijk voor een gezellige kakofonie zorgen. De excursieleider laat zijn didactische kwaliteiten weer een zien, ontwikkeld bij IVN-cursussen en andere gelegenheden waarbij hij een combinatie van kennis en enthousiasme effectief weet over te dragen. Wij leren van hem handige ezelsbruggetjes voor het herkennen van vogelgeluiden, zoals “de oude piepende kruiwagen die regelmatig stil staat”: de heggenmus. Heel veel bijzondere vogels zien wij niet bij deze plas, die iets te diep is voor grutto’s en andere laagwater-liefhebbers. Na iets meer dan een half uur lopen (en stil staan) komen we bij het bruggetje dat de twee plassen met elkaar verbindt.

De Polders Poelgeest is een naam voor het natuur- en recreatiegebied dat uit twee polders bestaat: in het Zuidwesten de Klaas Hennepoelpolder en meer naar het Noorden het deel van de Veerpolder dat ten Westen van de spoorlijn ligt. De Veerpolder ten Oosten van de spoorweg hoort er niet bij: daar vinden we het complex van Dekker met houthandel, sportfaciliteiten en jachthaven.    Eeuwenlang veranderde er niet zo veel in de twee polders aan de Westzijde van de spoorweg, totdat de bebouwing van Oegstgeest naar het Noorden oprukte en de wijk Poelgeest werd gebouwd. Als compensatie voor het verlies aan natuurwaarden werden twee polders in 2007 grotendeels onder water gezet en tot vogelrijk natuurgebied omgetoverd.



De polders in 1900 en 2023 (bron Topotijdreis.nl)

De verwachtingen uit 2007 zijn goed uitgekomen, met één uitzondering. In een folder van het Zuid-Hollands landschap uit die tijd lezen wij: “Bijzonder is het waterzuiveringsmoeras (helofytenfilter) van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarin wordt het regenwater van de nieuwbouwwijk gefilterd waarna het schoon wordt teruggevoerd naar de wijk”. Een onderdeel van dit systeem was een door een kunstenaar ontwikkeld en in 2006 gebouwd waterrad. Het filter bleek echter niet te werken en het waterrad dreigde daarom gesloopt te worden. Toen na actie van omwonenden het nutteloze waterrad toch gered, opgeknapt en in 2024 opnieuw onthuld werd, verzuchtte de kunstenaar:   “Welk kunstwerk maakt nou twee onthullingen mee?”.

Aan de rand van de Klaas Hennepoel-polder staat sinds 1787 de poldermolen ‘Het Poeltje’, die dienst heeft gedaan totdat die in 1924 door een door dieselkracht aangedreven pomp werd vervangen en nadien langzaam maar zeker aan het vervallen was. In 2006 is die weer helemaal hersteld. Helaas staat hij nu veel te dichtbij te hoge bebouwing van de wijk Poelgeest. 
Vogelaars op het bruggetje

Vanaf daar heb je een mooi uitzicht over de tweede plas. Een paar dagen eerder had ik daar driehonderd grutto’s zien staan. Nu valt het wat tegen, niet veel meer dan zestig. Wel zien we de hier meestal in grote aantallen aanwezige slobeenden en een enkele wintertaling. Wintertalingen hebben, zoals elke vogelaar weet, opvallende gele driehoekjes aan het achteruiteinde van hun lichaam. Als onze excursieleider een schoolklas dit kenmerk wil uitleggen, vertelt hij: “Moet je opletten, als een wintertaling achteruit zwemt, gaan die gele lichtjes branden.” Even later horen we veel groenlingen met het opvallend nasale wèèèè-geluid.

Hier bij deze plas kan je vaak watersnippen zien, maar je moet ze wel ontdekken, want ze zijn met hun schutkleuren in het riet bijna onzichtbaar. Maar als we één snip gezien hebben, volgen er meer. Door de mooie lentezon worden ze prachtig belicht, inclusief de mooie strepen op hun kop. Als we verder lopen zien we nog meer eendensoorten zoals kuifeend en krakeend, maar ook een paar pijlstaarten, die zich door hun staart verraden. Inmiddels is het aantal grutto’s toegenomen. Af en toe komen er een paar vrij hoog uit de lucht aan, waar we hun acrobatische toeren kunnen bewonderen: welkom grutto’s!

Grutto’s in de veerpolder

Niet alleen het aantal grutto’s neemt toe tot meer dan 70, maar ook het aantal vogelaars. Verschillende groepen zijn onderweg in dit piepkleine gebiedje en de eerste blauwborst-meldingen doen de ronde. Soms zijn ze gehoord en heel soms ook gezien. Als we helemaal rond zijn en weer bij het bruggetje, vliegen er tientallen slobeenden op terwijl op de achtergrond de groenlingen niet alleen hun nasale liedje maar ook hun andere riedeltjes laten horen. Een heggenmus laat zich zonder kijker goed bekijken op een tak dichtbij. Een torenvalk hangt biddend in de lucht.

Grutto in de Veerpolder

Na het bruggetje lopen we weer langs de voormalige Klaas Hennepoel-polder totdat we bij de prachtige Scheepstimmerwerf Klaas Hennepoel aankomen. We worden ontvangen door de eigenaar van de werf met een lekkere kop koffie of thee en een stroopwafel. We bewonderen de ambachtelijke bouw van mooie houten schepen uit eikenhout uit de directe omgeving. We maken onze excursieleider nu niet als natuurpedagoog maar als scheepsbouwdeskundige mee. Hij vertelt mooie verhalen over bouwtechnieken en zaken als het transporteren van hout uit Oud Poelgeest met een door paarden getrokken wagen. Ik hoor woorden waarvan ik het bestaan niet vermoedde zoals “slemphouten, kluisboorden, berentanden, brilijzers en kalefaatijzers”.  Buiten de werf wordt nog een zwarte roodstaart gezien. Zelf moet ik snel naar huis en loop alleen terug naar de molen. Onderweg kom ik een concurrerende excursiegroep tegen. De groep staat niet ver van de werf bij een wilgenbosje. Zij wijzen mij waar een blauwborst gehoord én gezien werd. Dat bewaar ik voor de volgende keer.

____

IJskoud in Noorwegen

De nieuwe Knausgård

Ik gebruik mijn blogsite regelmatig om op te scheppen over de duizenden pagina’s Noorse boeken die ik in het Noors gelezen heb en om mijn bewondering voor de schrijver Karl Ove Knausgård te laten blijken. Helaas kan ik dat nu niet doen. Ten eerste is het laatste boek van Knausgård maar 304 pagina’s dik. Ten tweede ben ik verre van enthousiast over dit werkje dat in sommige opzichten wel lijkt op de Morgenstjern-romans, maar toch wel een heel mager aftreksel daarvan.

Natuurlijk zien we ook hier de vreemde combinatie van superrealistische beschrijvingen (met een bijna irritante hoeveelheid details) met verwijzingen naar allerlei surrealistische gebeurtenissen en mystieke ervaringen (vaak niet duidelijk of het slechts hallucinaties zijn) op de achtergrond.

Een ijskoud verhaal

Het is in meerdere opzichten een ijskoud verhaal. De hoofdpersoon Syvert, de vader van de jongere Syvert, die we al uit de vorige romans kennen, heeft pech met zijn auto terwijl het 25 graden vriest. Er volgt een verhaal van omzwervingen (gedeeltelijk over het ijs) via een garage, een hotel, cafés en een eenzame kerk. Hij komt ook zijn oude jeugdvriendin Bodil tegen, bij wie hij tenslotte op bezoek gaat.

Het is niet de eerste keer dat ik een boek lees waarvan ik de hoofdpersoon onsympathiek vind. Maar na twintig pagina’s begon ik al danig de pest aan deze koude egoïst te krijgen. De relatie met zijn vrouw is heel knap beschreven. Je krijgt het er nog kouder van dan van de beschrijvingen van zijn wandelingen door de stad en zijn tocht over het ijs naar de kerk. De enige warmte lijkt nog in zijn liefde voor zijn kinderen te zitten. Syvert heeft van de buitenkant gezien een succesvol leven, goede baan, redelijk huwelijk, gezonde kinderen, maar hij voelt zich absoluut niet thuis in zijn leven.

Asja, alcohol en het dodenrijk

Zijn grote obsessie is zijn geheime relatie met Asja, een Russische vrouw, een relatie die geen enkel toekomstperspectief biedt. Ze hebben besloten er daarom een punt achter te zetten. Zijn beschrijvingen van deze zwaar neurotisch aandoende relatie – het boek is in de ik-persoon geschreven – zijn overdreven geïdealiseerd. Het lijken wel fantasieën van een achttienjarige, dacht ik toen ik het las. Terwijl wij over de bijna goddelijke kwaliteiten van Asja lezen, maken we steeds meer kennis met Syvert, een totaal onmogelijke, egoïstische kettingrokende zuiplap, die als het maar even kan een slok sterke drank neemt, ook als hij achter het stuur gaat zitten.

Regelmatig duiken in het boek weer de oude Morgenstjern-thema’s op. Het gaat dan met name om het schemergebied tussen onze wereld en het dodenrijk en het onverklaarbare verschijnsel dat mensen zich soms iets kunnen herinneren van iets dat nog niet gebeurd is en andere eigenaardige vervormingen van het menselijke tijdsperspectief. Syvert komt in een rare rituele bijeenkomst in het kerkje terecht waar mensen de zielen van hun gestorven familieleden en vrienden oproepen. Zelf gelooft hij eigenlijk niet in al die onzin en schrijft ergens dat ze in dat ritueel mensen hoop hebben gegeven waar geen hoop was (“Gitt dem håp der det ikke var håp.”). Toch probeert hij niet veel later in het boek zijn eigen doden op te roepen, wat niet lukt.

Der fliegende Holländer en een gezellig avondje

Op een slimme manier verbindt Knausgård de geschiedenis van Syvert met de reis van Wagner naar aanleiding waarvan hij de opera “Der fliegende Holländer” schreef. Ook hier zware thema’s van leven, dood en ware liefde.
Allemaal knap bedacht, maar ik denk in de eerste plaats aan halllucinaties van een alcoholist die zich weer eens klem gezopen heeft. Ik kan het allemaal niet serieus nemen.

Meesterlijk beschrijft Knausgård het gezellige avondje van Syvert en Evelyn die hun vrienden Kåre en Marit voor het avondeten hebben uitgenodigd. De leegte en kilte van de gesprekken doen niet onder voor topmomenten in Min Kamp, waar hij het sociale leven in Zweden genadeloos fileert. Tijdens dit avondje maakt Syvert zulke beledigende opmerkingen tegen zijn vrienden dat hij zich de volgende dag moet verontschuldigen. Zelf weet hij zich er niets meer van te herinneren.

Een telefoongesprek

Tenslotte komt Syvert terug op zijn besluit de relatie met Asja te beëindigen. Daarbij lijkt ook een opmerking van Bodil een rol te spelen: “Du må folge hjertet” (“Je moet je hart volgen”), luidt haar wel erg clichématige advies, gebaseerd op stoplappen zoals “je leeft maar één keer”. Hij belt Asja in Rusland op om zijn besluit mee te delen en dan eindigt het boek. Uit de eerdere boeken van Knausgård weten we twee dingen: ten eerste dat Asja van hem zwanger wordt en ten tweede dat Syvert later de rivier in rijdt en daar overlijdt. Ik had verwacht dat dat in dit boek zou gebeuren.

Samenvattend: zeker een boek met bekende Knausgård-kwaliteiten, maar over het geheel genomen niet overtuigend.

______________

Karl Ove Knausgård, Arendal, Forlaget Oktober 2024

Zie ook mijn andere stukjes over Knausgård:

https://blog2.rdeman.nl/de-morgenster-de-openbaring-van-knausgard/
https://blog2.rdeman.nl/de-ondergang-van-kristian-hadeland/
https://blog2.rdeman.nl/det-tredje-riket/
https://blog2.rdeman.nl/ulvene-fra-evighetens-skog/

_________