Het “Pretty Flower Syndrome”
Ik fotografeer al een aantal jaren mooie libellen. Ik denk dat andere mensen wel iets aan mijn positieve en negatieve ervaringen met mijn pogingen mooie libellenfoto’s te maken kunnen hebben. Ik heb er zelfs wel eens lezingen over gegeven. Ik begin zo’n lezing meestal met de uitspraak: “Een foto van een mooie libel is nog geen mooie foto.” Daarbij raak ik een kernprobleem van de natuurfotografie. De natuurfotograaf houdt vaak zo van de natuur dat hij (of zij) vergeet dat hij (of zij) aan het fotograferen en niet een libel aan het kopiëren is. Dat leidt er niet zelden toe dat de fotograaf denkt dat het uitsluitend erom gaat de libel (de vogel, de bloem of het hert) op de foto te krijgen en nauwelijks oog heeft voor de omgeving van dit centrale onderwerp.
In een uitstekend boek over macrofotografie noemt Rob Sheppard dit het “Pretty Flower” Syndrome: “When photographers start capturing images of flowers, they get excited about the beauty of the flower and forget they are making a photograph, but unfortunately, a flower is not a photograph nor is a photograph a flower. … We cannot put a flower inside our camera; we can only create an image that interprets our experience with it.” (Sheppard 2015, p. 178). We kunnen evenmin mooie vogels of mooie libellen in onze camera stoppen.
Bijzondere foto gemaakt?

Als ik door een natuurgebied loop, dan ben ik niet de enige met zware apparatuur bewapende fotograaf. Zoomobjectieven van 600 mm zijn allang geen uitzondering meer. Vaak komt zo’n collega-fotograaf of een andere natuurliefhebber naar mij toe en stelt mij de vraag: “Heb je nog iets bijzonders kunnen fotograferen?”. Ik antwoord meestal: “Ja en nee, ik geloof dat ik misschien wel een bijzondere foto heb gemaakt, maar het onderwerp is niets bijzonders. De bloedrode heidelibel heb ik mooi tegen een egaal donkere achtergrond kunnen fotograferen. Ik denk dat het een mooie foto geworden is, maar op zichzelf is een bloedrode heidelibel niets bijzonders. Het stikt er hier van op dit moment.”
Geen libellen kopiëren
Natuurlijk begrijp ik het heel goed als beginnende libellenfotografen trots zijn op hun eerste gelukte foto van een vliegende grote keizerlibel. Het is ook best moeilijk. Maar mij kan zo’n foto, die op duizenden plaatsen ontelbare keren wordt gemaakt, geen voldoening schenken. Ik wil geen libel kopiëren. Ik wil een foto maken. Los van noodzakelijke kennis over de bediening van de camera en het gedrag van de libel gaat het dan vooral om een mooie compositie die een eigen verhaal vertelt, waarbij heel veel zaken een rol kunnen spelen zoals keuze van standpunt, lichtval, schaduwen, spiegelingen, structuur van oppervlakken, egale of juist niet egale achtergronden, contrasterende of harmonische kleuren, relaties met andere dieren en planten, gebeurtenissen zoals paren, uitsluipen, eieren leggen of andere insecten verorberen. Op deze blogsite heb ik regelmatig iets laten zien van mijn worsteling met dit onderwerp.

Wat zegt het internet?
Maar ik ben natuurlijk niet de enige of de beste libellenfotograaf in Nederland. Om te zien wat ik van andere libellenfotografen kan leren, heb ik een groot aantal websites bestudeerd. De lijst staat hieronder.
Zonder uitzondering geven deze sites nuttige tips over instellingen, gebruik van objectieven instellingen voor sluitertijden, ISO-waarden en diafragma’s. Ook staan er nuttige tips in over het voorzichtig benaderen van libellen. Veel nieuws leer ik daar niet van, maar ik kan me voorstellen dat veel mensen van deze informatie profiteren. Ook bevatten deze sites prachtige foto’s. Helaas geeft vrijwel bijna geen enkele site de overwegingen die tot die prachtige composities hebben geleid: het gebruik van achtergrondkleuren, patronen in de achtergrond, de verhoudingen van het frame en bijvoorbeeld de plaatsing van het onderwerp in het frame of het gebruik van meerdere onderwerpen in dezelfde foto.
Kortom: de meeste sites over libellenfotografie gaan in de eerste plaats over libellen, een klein beetje over de techniek van het fotograferen, en vrijwel nauwelijks over de compositie van de foto.

Meer op deze blogsite
Zittende of hangende libellen fotograferen
Geraadpleegde websites
https://www.derooijfotografie.nl/tips-voor-het-fotograferen-van-libellen/
https://www.natuurfotografie.nl/hoe-fotografeer-je-libellen-en-juffers/
https://www.rootsmagazine.nl/uitgelicht/mini-masterclass-van-edwin-giesbers-libellenfotografie
https://www.nandoonline.com/vliegende-libellen-fotograferen/
https://photounited.nl/product/libellen-en-juffers-fotograferen/
https://zoomacademy.nl/blog/5-tips-om-libellen-te-fotograferen
https://kijkenziefotoschool.nl/libellen-juffers-fotografietips/
https://assets.vlinderstichting.nl/docs/bbc35065-c709-40f0-ad5b-f9b9a80e528f.pdf
Het geciteerde boek van Rob Sheppard:
Rob Sheppard, Macro Photography: From Snapshots to Great Shots, Peach Pit Press, 2015.
Van dit boek leer ik meer dan van alle bovengenoemde websites.
Ik rijd met mijn 20 jaar oude Gazelle op een kleine weg door een Pools dorp. Aan de rechterkant staan betonnen palen voor elektriciteits- of telefoonleidingen. Boven op de meeste palen staat een ooievaarsnest. Ooievaars vliegen heen en weer tussen het boerenland grenzend aan dit dorp en de nesten om hun kroost van voedsel te voorzien.
Ik geniet van het ritme van honderden kale dennenstammen in het middaglicht. Alleen boven aan de bomen zitten takken met groene naalden. Voortdurend hoor ik hoe de vinken zich uitsloven met hun eindeloos herhaalde liedje. Bonte spechten hoor ik ook, maar ik zie ze niet. Als ik, met enige moeite door de slechte kwaliteit van de weg, het bos uit kom, rijd ik langs mooie meertjes waar de grote karekieten luid vanaf hoge rietstengels zingen. Af en toe staan er niet alleen tientallen Mariabeelden langs de weg, maar soms ook een mooie oude kerk. Op de achtergrond hoor ik voortdurend de veldleeuweriken, een geluid dat in Nederland bijna uitgestorven is. Hier en daar zie ik op een paal een grauwe klauwier zitten en ik kom regelmatige kwikstaarten tegen, witte en gele.

Toen ik door het dorpje fietste, zag ik op een huis een afbeelding van Napoleon en een verwijzing naar de slag bij Dwórzno, die op 6 februari 1807 plaatsgevonden had. Het was een bloedige strijd tussen Franse en Russische troepen bij dit dorpje, dat toen Hoofe heette. Twee dagen later, na de slag van Pruska Iławka, trokken de Russisch-Pruisische troepen zich terug.




Als je van goede fietspaden houdt, ga dan naar Nederland. In Polen zijn veel fietsroutes, maar alleen een heel beperkt aantal fietsroutes gaat over goed aangelegde fietspaden. Goede fietsroutes in Noord Oost Polen zijn bijvoorbeeld de genoemde Green Velo route, 2000 km) en de Mazurska Petla Rowerowa (om de grote Mazurische meren heen, 284 km). De paden bij andere fietsroutes zijn vaak zo slecht dat je beter naar geasfalteerde wegen kunt uitwijken.
De allermooiste fietspaden lopen over het tracé van opgeheven spoorlijnen.
Ook een deel van Green Velo, net ten Zuiden van de Russische enclave van Kaliningrad, loopt over zo’n spoorlijn: lijn 224 van Czerwonka (bij Biskupiec) naar Korniewo (Корнево), nu in Rusland, geopend in 1898-1899. Je fietst langs de vervallen stations van Górowo Iławeckie en Dzikowo Iławeckie (zie foto's hierboven).
De polders in 1900 en 2023 (bron Topotijdreis.nl)
De verwachtingen uit 2007 zijn goed uitgekomen, met één uitzondering. In een folder van het Zuid-Hollands landschap uit die tijd lezen wij: “Bijzonder is het waterzuiveringsmoeras (helofytenfilter) van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarin wordt het regenwater van de nieuwbouwwijk gefilterd waarna het schoon wordt teruggevoerd naar de wijk”. Een onderdeel van dit systeem was een door een kunstenaar ontwikkeld en in 2006 gebouwd waterrad. Het filter bleek echter niet te werken en het waterrad dreigde daarom gesloopt te worden. Toen na actie van omwonenden het nutteloze waterrad toch gered, opgeknapt en in 2024 opnieuw onthuld werd, verzuchtte de kunstenaar: “Welk kunstwerk maakt nou twee onthullingen mee?”.
Aan de rand van de Klaas Hennepoel-polder staat sinds 1787 de poldermolen ‘Het Poeltje’, die dienst heeft gedaan totdat die in 1924 door een door dieselkracht aangedreven pomp werd vervangen en nadien langzaam maar zeker aan het vervallen was. In 2006 is die weer helemaal hersteld. Helaas staat hij nu veel te dichtbij te hoge bebouwing van de wijk Poelgeest. 










In het voorjaar trekt een grote groep van de ondersoort taymyrensis door. Zij komen naar het Waddengebied om op te vetten op hun reis van West Afrika naar Siberië. In de winter bevinden er zich zo'n 65.000 rosse grutto's in Nederland, maar in het late voorjaar kunnen dat er meer dan 180.000 zijn. Wij zagen op de Schorren deze februari-vakantie toch zeker 10.000 exemplaren, een aanzienlijk deel van de Nederlandse winterpopulatie. De West-Afrikaanse exemplaren zullen zeker pas tussen maart en mei aankomen. Het voedsel op de Waddenzee is onmisbaar als voorbereiding op de lange thuisreis naar de broedgebieden. Uit onderzoek blijkt dat in jaren wanneer het wad minder pieren bevat er minder vogels in de Siberische broedgebieden terugkeren dan in de vette jaren. Door de klimaatverandering zijn die wadpieren nog belangrijker geworden dan ze al waren. Siberië warmt sneller op dan de gematigde streken, waardoor de natuur daar eerder op gang komt, inclusief de ontwikkeling van insecten die een belangrijke voedselbron voor de net uitgebroede vogels vormen. De vogels vliegen daarom eerder naar Siberië terug en hebben iets minder tijd om op te vetten.
Rosse grutto's kunnen onvoorstelbaar lange stukken vliegen. Een derde populatie (die niet door Nederland trekt) broedt in Alaska en overwintert bij Nieuw Zeeland en Australië (Tasmanië). Een rosse grutto vloog in 2002 in 11 dagen zonder onderbreking van Alaska naar Tasmanië, een afstand van 13.560 km!
meer informatie: 








