Een heerlijke ruïne

Jumièges is een dorp aan de Seine. Al in het jaar 654 werd er een abdij gesticht. Maar de Vikingen brandden het zaakje twee honderd jaar later plat. In 1067 werd er in aanwezigheid van Willem de Veroveraar een nieuwe kerk ingewijd. De Franse revolutie maakte een eind aan het kloosterleven. De kerk verviel tot ruïne en werd een soort steengroeve, maar grote stukken bleven staan en staan er nog steeds.

Jumièges

Wat ze in de tijd van de Franse revolutie niet hadden kunnen weten: in de eenentwintigste eeuw zou het een van de coronavriendelijkste religieuze gebouwen zijn. Het laatste wat je wil in Coronatijd is een dak op een kerk, want dan krijg al die enge luchtstromen met in waterdruppeltjes meegevoerde virussen.

Wij namen het pontje over de Seine en daar stond dan die prachtige verzameling van muren, zuilen, beelden maar – God zij dank ! – dakloos. Even een kapje op bij het kaartjes kopen dan dan weer af in de prachtige ruimtes. Het was heerlijk licht en precies warm genoeg.

Wat een prachtige ruïne! Alles straalt openheid uit. Geen gebrandschilderde ruiten die de hele kerk misschien wel geheimzinnig donker hadden gemaakt, maar heerlijk open vensters met een mooi uitzicht op bomen en lucht. Ook geen barrières voor vogelgeluiden. Bovendien vlogen de vinken gewoon naar binnen.Wij hebben geen regen meegemaakt, maar zo’n regenbuitje in de kerk zou toch wel een verfrissende ervaring kunnen zijn.

De verantwoordelijke instanties zullen deze blog wel niet lezen, maar zou het toch niet een goed idee zijn om de Notre Dame in Parijs gewoon te ontdoen van wat er van het dak over is?

In de voetsporen van Houellebecq

Tijdens onze vakantie las ik Sérotonine van Houellebecq. Het speelt voor een groot deel in Normandië. Op veel plaatsen die in het boek genoemd worden, zijn wij geweest. Zo kon je de Taverne du Parvis in Coutances waar de hoofdpersoon zijn Figaro leest (“… enfin, c’était visiblement the place to be à Coutances”)  bijna zien vanuit ons appartement daar. Tijdens één van onze strandwandelingen zijn we zeker langs de in het boek vermelde Hostellerie de la Baie gelopen, op weg van Regnéville naar Hauteville.

Landbouw in Normandië

Sérotonine is zoals de meeste boeken van dezelfde schrijver geen leuk boek, ondanks de zeker humoristische passages die er ook in voorkomen. Kort getypeerd: het is het verhaal van de verloedering van een door en door ongelukkige en onsympathieke hoofdpersoon Florent tegen de trieste achtergrond van een verloederend Frankrijk, in het bijzonder van Normandië, de Normandische boeren en het Normandische landschap. Zoals nog sterker in andere  boeken van Houellebecq (Plateforme, La carte et le territoire, etc.) wordt ook hier de schijnwereld van het toerisme gecontrasteerd met de troosteloze realiteit van het echte leven in de betreffende gebieden.

Toen ik vorig jaar in Polen was, werd mij soms met een schok duidelijk, wat voor land mijn goedkope fietsidylle eigenlijk was. Op borden langs de weg stonden de telefoonnummers die je moest bellen als je in Nederlandse kassen wilde werken tegen een minimumloon. Bijna uitgestorven dorpen zonder werk en voor de oude mensen te weinig pensioen om veel meer dan brood te kopen.

Het echte Normandië

Nu konden wij, met de hoofdpersoon van het boek, in het echte Normandië dezelfde trends zien als overal op het Europese platteland: troosteloze schaalvergroting en monoculturen van maïs, maïs en maïs, dorpen zonder winkels, geen openbaar vervoer, nauwelijks natuur.

Leerzaam was ons bezoek van het Ecomusée de la Pomme et du Cidre vlakbij onze gîte in Bretteville-du-Grand-Caux. In het traditionele gemengde bedrijf van Normandië graasden vroeger koeien on de schaduw van de hoge appelbomen. Dit gemengde bedrijf vormde de basis voor de belangrijke streekprodukten cider (inclusief pommeau en calvados) en kaas (de drieëenheid Camembert, Livarot, Pont-l’Éveque). Op een bepaald moment ging de cider hard achteruit en schakelden ook Normandiërs op bier over.

Écomusée de la Pomme et du Cidre – Pigeonnier

De EU bevorderde schaalvergroting en massale omschakeling op meer gangbare commodities zoals maïs. Met vele miljoenen Euro aan subsidie werden tienduizenden hectares appelboomgaarden gerooid. Daarbij verdwenen ook de karakteristieke Normandische houtwallen die om de boomgaarden stonden, het zogenaamde bocage-landschap en de daarbij horende hoge biodiversiteit. Zo’n Écomusée als in Bretteville is erin geslaagd een stukje traditie te behouden en op basis daarvan zelfs een winstgevende ciderproductie te organiseren, maar het blijft een uitzondering.

Appels voor cider

In het boek van Houellebecq gaat Florent, tegen de achtergrond van het verschralende landschap en de verarmde boerensamenleving zijn ondergang tegemoet. Centraal in het verhaal staat een boerenprotest tegen melkimporten via le Havre uit onder meer Brazilië. Aymeric, een oude studievriend van Florent, pleegt tijdens een massademonstratie tegen melkimporten en melkprijsverlagingen zelfmoord. Het boek is vooral een aanklacht tegen de kille wereld van de internationale neoliberale economie, tegen het verdwijnen van schoonheid en tegen de liefdeloosheid van een totaal geïndividualiseerde wereld. Daar kan ik me best iets bij voorstellen en soms ben ik het zelfs een beetje eens met de redeneringen in dit boek. Toch vraag ik me af of die wereld van onder appelbomen grazende koeien en ciderboeren echt zo mooi en liefdevol was. Ik denk het niet.

Natuurlijk waren wij in Normandië gewoon toeristen en we hebben als toeristen met volle teugen van de toeristische attracties genoten. Voor diepgravende maatschappijkritiek hadden we zeker geen tijd. Gelukkig maar.

 

__________

 

 

 

 

Een puinhoop van een ruïne

De leukste belevenissen tijdens de vakantie zijn meestal ongepland. Ze overkomen je. De vervelendste trouwens ook, maar daarover later in dit verhaal. Een goed uitgangspunt voor geslaagde vakanties: ga nooit naar bezienswaardigheden met meer dan één ster in de reisgids. Een paar jaar geleden dachten we even de Abdij van Sénanque in de Provence te bezoeken. Zoiets moet je niet willen. We konden toen niet eens een parkeerplaats vinden. Ga naar plaatsen die niet zo bekend zijn, dat is beter, zeker ook nu in Corona-tijd.

Wij waren in Montreuil en het leek een goed idee La Chartreuse de Neuville te bezoeken, een gigantisch kloostercomplex.  Het werd oorspronkelijk in 1325 gesticht, werd in 1584 door de Hugenoten verwoest en werd nog even een klooster voordat de Franse revolutie hier een einde aan maakte. Het werd vervolgens nog een keer verwoest en opnieuw opgebouwd aan het eind van de 19e eeuw, maar in 1901 werden alle kloosters wettelijk verboden. Vanaf 1905 werd het een ziekenhuis en werd in de Eerste Wereldoorlog een Belgisch hospitaal. Er was tot 1997 een ziekenhuis. Vanaf 2017 wordt het gigantische complex stap voor stap gerestaureerd.

Rondleiding

Omdat deze attractie vlakbij onze Chambre d’Hôtes lag, leek het geen slecht idee om er maar eens een kijkje te gaan nemen. Voordat we het wisten, bevonden wij ons in een groep van niet al te jonge Fransen met of zonder rollator maar allemaal met mondkapje.

Onze gids had een grote plastic kap voor haar gezicht. Het leek wel of ze meteen weer met laswerkzaamheden zou beginnen. Natuurlijk vroeg (ik noem haar maar) mevrouw Ruïne niet of iedereen wel Frans verstond. Wat een vraag! In Frankrijk spreekt men Frans. Al kijkende naar  de 19e-eeuwse sculpturen bij de ingang van het gebouw, werden we getrakteerd op een droge opsomming van alle verwoestingen en overige degradaties. Dat waren en nogal wat. Vervolgens liepen we gedwee achter mevrouw Ruïne door allerlei ruimtes en ze vertelde – ongeïnspireerd met veel herhalingen – over het leven van de verwende kluizenaars (die de godganse dag aan het bidden waren) en de leken die ervoor moesten zorgen dat de kluizenaars te eten, te drinken en te lezen hadden. Als mevrouw Ruïne voor de tiende keer had verteld hoe de strikte taakverdeling tussen geestelijken en leken was geregeld, meldde zich natuurlijk één van de medebezoekers met een vraag zoals: “En kookten die geestelijken dan ook zelf?”. Tot overmaat van ramp kregen we het zelfde verhaal dan nog een elfde keer te horen. Op een bepaald moment liep ik iets te ver voor de troepen en ging maar vast een leuk kamertje in, waar zo’n kluizenaar had gewoond. Totaal aangeslagen stormde mevrouw Ruïne achter mij aan. Ze had goede redenen. Wanneer zou voor het laatst een toerist door de vloer zijn gezakt hier? Erg zwaar hoef je daarvoor niet eens te zijn.

Inmiddels hoorden we al het vijftiende gelijkluidende verhaal. Ik wilde weg. Petra wilde weg. Ik vroeg aan mevrouw of we het gebouw mochten verlaten. Ze hield een ingewikkeld verhaal over dat de betreffende deuren niet open waren en bovendien gaf ze ons de indruk ons niet aan het protocol te houden. Samen uit, samen thuis – daar leek het wel op. Ettelijke kamertjes later kwamen we dan na anderhalf uur weer bij de uitgang. Er waren meer mensen aan het zuchten. Er hing een gedempte sfeer van ontevredenheid.

Voorlopig een puinhoop

Nog even liepen we door de tuin. Een laatste blik op de grote gebouwen liet wel zien dat het werk nog lang niet klaar is. Deze ruïne blijf nog wel even een ongezellige puinhoop.

Geen Ch’tis in Bergues

Bienvenue chez les Ch’tis is een van de leukste Franse films die we ooit gezien hebben. De film trok in Frankrijk meer dan 20 miljoen bezoekers. Het is het verhaal over postbode Philippe uit Zuid Frankrijk die voor straf naar Noord Frankrijk – naar Bergues – wordt verplaatst, nadat hij de zaak opgelicht heeft door foutief op een formulier te vermelden dat hij invalide zou zijn. Iedereen heeft medelijden met hem omdat hij naar het barbaarse Noorden moet waar de zogenaamde Ch’tis heel raar Frans spreken. In werkelijkheid heeft hij het heel erg naar zijn zin daar, maar dat vertelt hij niet aan zijn vrouw.

Op de heenweg naar Normandië maakten we van de gelegenheid gebruik om een kort bezoek aan Bergues te brengen. In 2015 hadden we ook al zoiets gedaan toen we in Engeland naar ‘Market Shipborough’ gingen waar de serie Kingdom (met Stephen Fry) was opgenomen. Het enige probleem toen was dat ‘Market Shipborough’ niet bestaat in werkelijkheid maar een combinatie is van Wells-Next-the-Sea en Swaffham. We moesten dus twee plaatsen bezoeken.

Bergues – St. Winoksbergen

Bergues heeft ook de Vlaamse naam St. Winoksbergen. Het ligt op precies 14 km van de Belgische grens. Het plaatselijk dialect is Vlaams. Hoe leuk het ook wordt gesproken in de film, in Bergues spreekt niemand dit Picardische Frans.  Het is een aardig stadje met leuke grachtjes, gezellige pleintjes en heel veel parkeerruimte. We liepen nog langs het postkantoor waar Philippe werkte maar verder was er niet zoveel te zien.

Een Vlaamse tekst (tentoonstelling in het oude slachthuis)

Pretpark Veluwe

Onbegaanbaar

Rond 1958. Het is warm. Onaangenaam warm zoals Nederlandse zomers kunnen zijn. We fietsen vanaf de Ginkelse heide naar Mossel. Voorop rijdt mijn vader. Hij fietst best hard. De punten van zijn schoenen staan naar buiten gedraaid. Ik ken niemand die zo raar fietst. Maar goed dat hier geen vriendjes van school komen. Ik zou me dood schamen voor die grote rare man op zijn grote rare fiets. Maar ik heb andere problemen. De zon heeft te lang op dit zandpad geschenen. Mijn fiets rijdt allerlei kanten op. Zelf heb ik niets meer te vertellen. Ik wil niet omvallen, dus stap ik maar af. Mijn vader heeft zoals gebruikelijk niets in de gaten.

Kröller-Müller in Coronatijd

Meer dan zestig jaar later zijn we weer in deze buurt. Ik ga nu niet schrijven dat het vroeger allemaal veel mooier en beter was, maar veel is er wel veranderd. Wel is het ook deze keer erg warm.

witte fietsen op de Hoge Veluwe

Het is in de kamer onder het dak van het matige hotel door de warmte niet uit te houden. Na het ‘Veluws’ ontbijt lopen we in tien minuten naar het hek van de Hoge Veluwe. Herinneringen, herinneringen ook aan onze bezoekjes aan de licht depressieve tekenleraar Mulder, die daar vlakbij woonde en uit geldnood tegen zijn zin kunstwerkjes produceerde om aan de domme toeristen te verkopen.

Vlakbij het hek staan honderden gratis witte fietsen geparkeerd. Het is nog steeds Corona-tijd, dus bijna alle fietspaden zijn éénrichtingsverkeer. In minder dan een kwartier rijden wij op onze witte fietsen naar het Kröller-Müllermuseum. We hebben een tijdslot gereserveerd en we gaan keurig langs de uitgezette eenrichtingsroutes langs de nog steeds prachtige collectie.

Safari op de Veluwe

Daarna gaan we het park in. Gezien alle eenrichtingsbeperkingen zijn er niet veel mogelijkheden. Samen met honderden andere toeristen bevolken wij de paar fietspaden die het park rijk is.

Wij genieten van de natuur. Nu is anno 2020 Nederlandse natuur iets heel bijzonders. Het referentiekader is de Afrikaanse safari. Dat is ook niet zo gek, want veel mensen hebben in Kenia en omstreken hun eerste kennismaking met natuur, dat wil zeggen met grote gevaarlijke wilde beesten bekeken vanuit hun comfortabele zitplaats bovenop een terreinwagen. In Kenia hebben ze de ‘big five’ (olifant, leeuw, luipaard, neushoorn, buffel). In de folders van de Hoge Veluwe hebben ze een plaatselijke variant bedacht, waarin dieren zoals edelhert, wild zwijn en vos voorkomen. Ook de wolf wordt de laatste tijd wel aan het rijtje toegevoegd. Er zijn safari’s per landrover te boeken. Op de zandverstuivingen van de Veluwe schijnt een grote oorwurm voor te komen, die in de folders maar wordt voorgesteld als een kleine plaatselijke zandschorpioen. Gevaarlijke dieren verkopen beter.

Grauwe klauwier

In de gezellige toeristenfile rijden wij het pretpark Hoge Veluwe door tot vlakbij Hoenderloo. Iets naast de hoofdroute eten we ons brood op. Even zijn we weer in de ouderwetse natuur.

Lunchpauze

Op de terugweg langs het Deelense zand zie ik een grauwe klauwier. Ik wijs iemand die vlakbij ons fietst erop. Ik moet het woord klauwier voor hem spellen. Hij had er nooit van gehoord. Ik neem aan dat hij vooral in de grote vijf geïnteresseerd was.

Mooi  Mossel

De volgende dag gaan we wandelen van Oud Reemst naar Mossel. Het is er nog steeds erg mooi. Het aantal toeristen blijft hier binnen aanvaardbare grenzen, maar is een veelvoud van toen ik als kind in die omgeving werd mishandeld op onbegaanbare zandpaden.

Ik heb, zoals iedereen wel weet, grondig de pest aan elektrische fietsen.  Natuurlijk gun ik mensen met spier- of gewrichtsproblemen hun elektrische ondersteuning, maar veel mensen zouden beter klassiek kunnen gaan fietsen. Bewegen is gezond, maar dan moet je het wel zelf doen. Bij Mossel zien we  nog meer varianten van elektrisch versterkte twee- en driewielers. Dit alles is een mooie bijdrage aan het pretparkgevoel dat bij de zomerse Veluwe hoort.

Mossel 2020

Vijftig jaar geleden was Mossel een functionerende boerderij in een open plek in bossen en heide. Nu is het een prachtig restaurant en je schijnt er zelfs te kunnen slapen. De vruchtentaart bij de cappuccino smaakt uitstekend. De wandeling terug naar Oud Reemst is prachtig. Het is wel iets drukker, maar zeker net zo mooi als vroeger.

Landschap bij Mossel

______