Een puinhoop van een ruïne

De leukste belevenissen tijdens de vakantie zijn meestal ongepland. Ze overkomen je. De vervelendste trouwens ook, maar daarover later in dit verhaal. Een goed uitgangspunt voor geslaagde vakanties: ga nooit naar bezienswaardigheden met meer dan één ster in de reisgids. Een paar jaar geleden dachten we even de Abdij van Sénanque in de Provence te bezoeken. Zoiets moet je niet willen. We konden toen niet eens een parkeerplaats vinden. Ga naar plaatsen die niet zo bekend zijn, dat is beter, zeker ook nu in Corona-tijd.

Wij waren in Montreuil en het leek een goed idee La Chartreuse de Neuville te bezoeken, een gigantisch kloostercomplex.  Het werd oorspronkelijk in 1325 gesticht, werd in 1584 door de Hugenoten verwoest en werd nog even een klooster voordat de Franse revolutie hier een einde aan maakte. Het werd vervolgens nog een keer verwoest en opnieuw opgebouwd aan het eind van de 19e eeuw, maar in 1901 werden alle kloosters wettelijk verboden. Vanaf 1905 werd het een ziekenhuis en werd in de Eerste Wereldoorlog een Belgisch hospitaal. Er was tot 1997 een ziekenhuis. Vanaf 2017 wordt het gigantische complex stap voor stap gerestaureerd.

Rondleiding

Omdat deze attractie vlakbij onze Chambre d’Hôtes lag, leek het geen slecht idee om er maar eens een kijkje te gaan nemen. Voordat we het wisten, bevonden wij ons in een groep van niet al te jonge Fransen met of zonder rollator maar allemaal met mondkapje.

Onze gids had een grote plastic kap voor haar gezicht. Het leek wel of ze meteen weer met laswerkzaamheden zou beginnen. Natuurlijk vroeg (ik noem haar maar) mevrouw Ruïne niet of iedereen wel Frans verstond. Wat een vraag! In Frankrijk spreekt men Frans. Al kijkende naar  de 19e-eeuwse sculpturen bij de ingang van het gebouw, werden we getrakteerd op een droge opsomming van alle verwoestingen en overige degradaties. Dat waren en nogal wat. Vervolgens liepen we gedwee achter mevrouw Ruïne door allerlei ruimtes en ze vertelde – ongeïnspireerd met veel herhalingen – over het leven van de verwende kluizenaars (die de godganse dag aan het bidden waren) en de leken die ervoor moesten zorgen dat de kluizenaars te eten, te drinken en te lezen hadden. Als mevrouw Ruïne voor de tiende keer had verteld hoe de strikte taakverdeling tussen geestelijken en leken was geregeld, meldde zich natuurlijk één van de medebezoekers met een vraag zoals: “En kookten die geestelijken dan ook zelf?”. Tot overmaat van ramp kregen we het zelfde verhaal dan nog een elfde keer te horen. Op een bepaald moment liep ik iets te ver voor de troepen en ging maar vast een leuk kamertje in, waar zo’n kluizenaar had gewoond. Totaal aangeslagen stormde mevrouw Ruïne achter mij aan. Ze had goede redenen. Wanneer zou voor het laatst een toerist door de vloer zijn gezakt hier? Erg zwaar hoef je daarvoor niet eens te zijn.

Inmiddels hoorden we al het vijftiende gelijkluidende verhaal. Ik wilde weg. Petra wilde weg. Ik vroeg aan mevrouw of we het gebouw mochten verlaten. Ze hield een ingewikkeld verhaal over dat de betreffende deuren niet open waren en bovendien gaf ze ons de indruk ons niet aan het protocol te houden. Samen uit, samen thuis – daar leek het wel op. Ettelijke kamertjes later kwamen we dan na anderhalf uur weer bij de uitgang. Er waren meer mensen aan het zuchten. Er hing een gedempte sfeer van ontevredenheid.

Voorlopig een puinhoop

Nog even liepen we door de tuin. Een laatste blik op de grote gebouwen liet wel zien dat het werk nog lang niet klaar is. Deze ruïne blijf nog wel even een ongezellige puinhoop.

Geen Ch’tis in Bergues

Bienvenue chez les Ch’tis is een van de leukste Franse films die we ooit gezien hebben. De film trok in Frankrijk meer dan 20 miljoen bezoekers. Het is het verhaal over postbode Philippe uit Zuid Frankrijk die voor straf naar Noord Frankrijk – naar Bergues – wordt verplaatst, nadat hij de zaak opgelicht heeft door foutief op een formulier te vermelden dat hij invalide zou zijn. Iedereen heeft medelijden met hem omdat hij naar het barbaarse Noorden moet waar de zogenaamde Ch’tis heel raar Frans spreken. In werkelijkheid heeft hij het heel erg naar zijn zin daar, maar dat vertelt hij niet aan zijn vrouw.

Op de heenweg naar Normandië maakten we van de gelegenheid gebruik om een kort bezoek aan Bergues te brengen. In 2015 hadden we ook al zoiets gedaan toen we in Engeland naar ‘Market Shipborough’ gingen waar de serie Kingdom (met Stephen Fry) was opgenomen. Het enige probleem toen was dat ‘Market Shipborough’ niet bestaat in werkelijkheid maar een combinatie is van Wells-Next-the-Sea en Swaffham. We moesten dus twee plaatsen bezoeken.

Bergues – St. Winoksbergen

Bergues heeft ook de Vlaamse naam St. Winoksbergen. Het ligt op precies 14 km van de Belgische grens. Het plaatselijk dialect is Vlaams. Hoe leuk het ook wordt gesproken in de film, in Bergues spreekt niemand dit Picardische Frans.  Het is een aardig stadje met leuke grachtjes, gezellige pleintjes en heel veel parkeerruimte. We liepen nog langs het postkantoor waar Philippe werkte maar verder was er niet zoveel te zien.

Een Vlaamse tekst (tentoonstelling in het oude slachthuis)

Uit het leven van Frits

Waterleven bij de rivierforel (met circulair polarisatiefilter gefotografeerd)

Ik ben Frits. Tenminste dat denk ik nu, maar ik onthoud namen niet goed, ook niet mijn eigen. Ik sta hier aan de sloot tegenover de Rivierforel. Ik neem aan dat ik hier vaker sta, maar waarom zou ik me andere dagen herinneren? Het gaat mij om het hier en nu.

Wachten op een lekker visje

Meestal gebeurt er niks. Ik sta niet te ver van de kant en kijk met mijn uitstekende ogen naar het leven dat in en naast de sloot krioelt. Er zitten kikkers op de kant. Af en toe komt er een familie eend voorbij en ik meen me te herinneren dat ik wel eens help de ontbrekende gezinsplanning te corrigeren, maar dat moet lang geleden zijn, want ik weet er niets meer van. Ik staar in het water. Het barst er van de vis. Ik kijk er naar. Mijn ontzagwekkende snavel wijst naar ze. Dan zie ik er een die vet genoeg is, dichtbij me zwemt en plotseling gigantische hongergevoelens in mij doet ontwaken. Mijn grote vogellijf voelt als een te ver opgewonden stalen veer die op knappen staat. Ik weet niet wat ik doe. Misschien doe ik wel eens iets bewust, maar dit zeker niet.

Reiger vangt vis …

Terwijl mijn poten nog op de dijk staan, worden mijn kop en snavel richting vis gekatapulteerd. Mijn vleugels wapperen intussen vlak boven de waterlijn. Dan overmant een gelukzalig gevoel mij als ik die gladde vis hulpeloos in mijn snavel voel kronkelen. Nog even laat ik hem lijden.

Op zo’n moment voel ik diepe verachting voor dat soort saaie vegetariërs als knobbelzwanen, die niks beters te doen hebben dan de bodem van de sloot te stofzuigen, als ze geen weilandjes maaien met hun zielige snaveltjes. Hoe ik het doe, ik zou het niet weten, maar even later sta ik weer onderaan op die dijk en laat mijn vis nog even lekker spartelen.

 

Dan slik ik hem in een keer door, spreid mijn vleugels en laat nog even horen dat mijn familie beslist niet tot de zangvogels gerekend mag worden.

Op weg naar de volgende vis

____

 

 

Heerlijk lelijk Zuid-Holland

Stereotyp mooi

Stereotypen regeren de wereld. Als het weerbericht ‘mooi weer’ voorspelt, dan wil dat zeggen: de zon gaat  schijnen, de wind blijft onder kracht vier en de temperatuur wordt niet lager dan 18 graden. Niemand heeft mij gevraagd of ik dat weer mooi vind.

Uit de toeristenfolder

Nog erger zijn de folders van de toeristenindustrie. Zuid Holland is mooi. Dat wil zeggen dat je kunt genieten van prachtige windmolens op een dijkje, met daarnaast een vaart met waterlelies. De lammetjes op de dijk maken het plaatje af. En natuurlijk is het mooi weer, althans volgens RTL4 en buienradar.

Maar ik heb niet altijd behoefte aan mooi weer en de Zuid-Hollandse molen-idylles. Soms voel ik een onweerstaanbaar verlangen naar lelijkheid en slecht weer. En daarvan is er hier niet weinig! Wie zich wat meer specialiseert in lelijkheid, volgt nog meer dan de klassieke schoonheidsjager een toekomstbestendig scenario.

Het is 2020!

Afgelopen donderdag was het dan zo ver. Op naar lelijk Zuid Holland. Hoewel buienradar nog redelijk ‘mooi’ weer in het vooruitzicht had gesteld, zaten ze er gelukkig helemaal naast.

Na minder dan een kilometer rijden, moet ik mijn regenbroek aanhijsen en ik begin me al beter te voelen. Wel moet ik nog wat irritaties verwerken van stereotype landschapjes (molen, vaartje, huisje) bij Oud Ade en Rijpwetering. Maar het landschap tussen Rijpwetering en Nieuwe Wetering is effectief verpest door een prachtige nieuwe hoogspanningsleiding.

Het is 2020!

Ze hebben gewoon een enorme hoeveelheid stalen palen in het zeventiende-eeuwse landschap gepoot, uitroeptekens achter de zin: Let op, het is 2020 niet 1650! Onder de palen grazen schapen en in de verte zie je een molentje.

In de buurt van Nieuwe Wetering kon ik gelukkig linksaf de nog grotere lelijkheid in fietsen zonder nog door verdere sprookjes lastig gevallen te worden.

Geen toeristenfolder-gevoel

Langs de weg naar Buitenkaag langs de oerlelijke Ringvaart van de Haarlemmermeer is vrijwel niets te zien. Buitenkaag, met het pontje naar Kaageiland, had best een aardig plaatsje kunnen zijn, maar de grote hal van de ‘Van Lent Schipyard’ neemt elke gevoel van landelijkheid en elk uitzicht effectief weg. Het laatste toeristenfolder-gevoel verdwijnt als je even later via een slinger op het fietspad langs de A44 terecht komt. Je steekt de ringvaart over en dan ben je in de ‘Hellegatspolder’. De naam geeft de sfeer goed weer. Hier geen flauwekul van ijsboerderijen of historische molens. Hier raast de 21e eeuw langs het fietspad: vrachtauto’s vol met spullen voor supermarkten, thuiszorgwinkels en bouwmarkten. Ook het woon-werkverkeer is weer goed op gang gekomen. Niets wijst erop dat minder dan twee kilometer naar het Zuiden de Kaag ligt met eilanden vol rietvelden, nestelende grutto’s en kieviten.

Bij Sassenheim rijd je alleen nog door grijze woonwijken en onduidelijke industriegebieden. Als je even later de spoorlijn naar Haarlem bent overgestoken, komen daar ook steeds meer bloembollenbedrijven bij. De bloembollenvelden zijn inmiddels allemaal uitgebloeid of afgemaaid. Er resten kale bruine vlaktes, een rust voor het oog. De weg buigt vervolgens naar rechts richting Noordwijk. De weg loopt lands de Zuidwestkant van Voorhout en doorkruist daarna een totaal oninteressant landschap tot aan Noordwijk-Binnen. Er is hier werkelijk niets om naar huis te schrijven als je het tenminste niet over schoolgebouwen, advocatenbureaus en garagebedrijven wilt hebben. Op weg naar het strand neemt de hoteldichtheid allengs toe. Zo ook het aantal Duitse nummerborden.

Een gore hap

Na 30 km door de regen fietsen, heb ik toch een beetje honger. Ik heb geen zin om een duur restaurant in te gaan. Ik had beter iets anders kunnen kiezen, maar ik neem een broodje kroket in een iets van de boulevard af gelegen snackbar. De snackbar-eigenaar heeft zo te zien geen enkele maatregel tegen Corona genomen. Enigszins ongemakkelijk werk ik de calorieën naar binnen, maar eigenlijk past deze gelegenheid uitstekend in mijn zoektocht naar lelijkheid. Ook dit was redelijk goor. De tocht gaat met vrij hoge snelheid door de duinen naar Wassenaar. De wind komt uit het Noorden en de regen neemt iets af. In de duinen hoor en zie ik wel wat kleine vogeltjes. Graspiepers en misschien een enkele grasmus. Ik stap niet af. Bovendien zit mijn kijker, evenals mijn bril, vol water.

Couleur locale

In Katwijk volg ik de route van de folder. Meestal sla ik bij het Uitwateringskanaal al af, maar nu volg ik de kust nog een eindje. In het stuk door Katwijk en Rijnsburg raak ik wel drie keer de weg kwijt, wat het voordeel heeft dat ik de couleur locale eens goed in me op kan nemen. Die is grijs. Je zou hier maar wonen. Tussen Rijnsburg en Valkenburg blijkt er een pontje over de Oude Rijn te zijn. Gelukkig heb ik 50 cent bij me, die ik Corona-veilig in een mandje kan werpen.

Ergens in Zuid-Holland

Misschien volgt dan wel het lelijkste gedeelte van de route. Langs de ongezellige N206, de autoweg Leiden-Katwijk – de enige weg in Nederland waar betonnen bomen langs staan, voor zover ik weet – gaat het een stuk naar Leiden en dan, weer aan de overkant van de Oude Rijn en onder A44 door, richting Oegstgeest en tenslotte naar Warmond en de Merenwijk. De teller staat op 54 km. Zoveel lelijkheid op een dag, zelf meer dan ik had durven dromen.

___

Fietsen langs meren en polders

De Hel

Daar rijd ik dan over de rondweg van de Merenwijk. Het doel vandaag is fietsen. Als er af en toe een vogel in een boom of in de sloot zit is dat meegenomen. Maar ik ga er niet naar zoeken. Ze moeten zelf maar komen. Op weg naar Rijpwetering zie ik blauwe reigers, wilde eenden, veel kauwtjes en gelukkig zijn er ook veel boerenzwaluwen.

Familie soepeend

Café-terras ‘De Vergulde Vos’ is afgeplakt met rood-witte plastic linten. In dit gebouw is al veel gebeurd. In de zeventiende eeuw was het een ‘Regthuys’ en gevangenis, die door de mensen toen ‘De Hel’ werd genoemd. Langzaam werd ‘De Hel’ wat gezelliger en werd het een centrum van sociale activiteiten zoals repetities van de zang- en toneelvereniging ‘Door Oefening Beter’, voordat het zich tot een eetcafé voor fietstoeristen ontwikkelde.  Zo saai als nu was het nog nooit.

Contactloos overvaren

Ik fiets maar door naar Roelofarendsveen en Oude Wetering. Bij Oude Wetering vaart het pontje regelmatig heen en weer. Ik leg mijn bankpas op mijn bagagedrager. De veerman houdt zijn kaartlezer erboven en hij ontvangt op die manier € 1,30. Leve de contactloze samenleving. Ik geniet van het mooie uitzicht, de futen, meerkoeten, waterhoentjes en wilde eenden. Ik vind dat genoeg.

Pont bij Nieuwe Wetering
Pont bij Nieuwe Wetering

Ik kom dan aan de overkant van de Braassem. Dit waren tot in de vroege middeleeuwen veengebieden. Maar door vervening zijn steeds grotere plassen ontstaan. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat dit land vroeger boven de zeespiegel lag. Nu zie je diep onder de dijken gras- en bouwland liggen dat door verdergaande ontwatering en inklinking steeds verder inzakt. Eens gaat het niet meer lukken dit land te redden en dan ontstaan nog meer meren en mooie natuurgebieden. Een troostende gedachte. Nu ligt het veel te groene met stikstof verzadigde weideland morsdood onder de dijk. Hier en daar zie je een zwarte kraai, niet veel meer.

Geluk in Woubrugge

Ik rijd langzaam de Braassem om via Rijnsaterwoude. In het riet hoor ik veel rietzangers en karekieten, maar ik zie er niet veel. Ergens ruik ik heerlijke gebakken vis, maar het kwam uit een privé-keuken. Restaurants zijn gesloten. Maar dan eindelijk in Woubrugge (niet ver van de brug met de grappige naam ‘Woubrugsebrug’) serveert de plaatselijke bakker een heerlijke lunch.

Woubrugge
Woubrugge

De winkel is nog leeg, maar er mogen maximaal drie klanten in. Als ik mijn broodje kaas, kopje koffie en opgewarmd frikandelbroodje heb besteld, is de winkel is vol en staat de stoep vol met wachtende klanten op ruime onderlinge afstand. Ik bezet het bankje aan het water en ik hoef niet bang te zijn dat er iemand naast mij komt zitten.

Snel, gezellig en gevaarlijk

Ik vervolg mijn toch langs de Zuidkant van de Wijde Aa naar Hoogmade. Ik zie hier en daar een kievit, er vliegen meeuwen en ik hoor overal de rietzangers. Ik hoor de luide roep van vinken en overal vliegen boerenzwaluwen. Maar ook de medemens laat zich regelmatig zien.

Rietzanger

Het wordt druk. Op de veel te smalle fietspaden komen met de regelmaat van de klok bejaarde stellen naast elkaar elektrisch versterkt aanzeilen. Oudere Nederlanders houden van snelheid en gezelligheid. Goed fietsen kunnen ze niet. Daarom neemt zo’n turbo-formatie al snel de hele breedte van het fietspad in beslag. Bijna viel ik van mijn fiets en bijna lag ik in de sloot, toen ik zo’n geëlektrificeerd tweespan op Corona-afstand wilde ontwijken. Ik erger me aan bejaarden: mensen boven de 72. Ik word in september 72.

Als ik via Oud Ade weer naar huis toe fiets, denk ik er over om het pontje bij de Merenwijk te nemen. Maar als ik het aantal stadsfietsen (al of niet met kinderzitjes), racefietsen en elektrische fietsen zie, besluit ik het maar niet te doen. Ik rijd rustig door de Merenwijk naar huis. Score: 43 km en wel 15 soorten vogels.