Michael Freeman over fotografie

Vijf boeken lezen

Niet iedereen zou het zo doen, maar in de kerstvakantie las ik achter elkaar vijf (!) prachtige boeken van Michael Freeman over fotografie. Zelf heeft hij als fotograaf van vooraanstaande tijdschriften zoals Time-Life prachtige foto’s voor zijn indrukwekkende reisverslagen gemaakt. Hij kan niet alleen goed fotograferen, maar ook duidelijk maken waarop hij let en welke keuzes hij maakt.

The Photographer’s Eye

Lang vóór deze vakantie las ik al The Photographer’s Eye. De titel benadrukt nog eens dat het om het oog van de fotograaf gaat en niet om mooie camera’s of gadgets. Dit boek behandelt basale zaken als frame-verhoudingen, elementaire opbouw van het beeld uit de samenstellende elementen, plaatsing van het onderwerp, het gebruik van rechte en kromme lijnen en het gebruik van licht en kleur.

Na het behandelen van al deze relatief technische zaken gaat hij in het vijfde hoofdstuk (‘Intent’) op de belangrijke vraag in wat je nu eigenlijk met een foto wilt laten zien en onderscheidt daarbij een aantal uiteenlopende stijlen, waarbij hij nog eens benadrukt dat je van alle door fotografen gebruikte ‘regels’, bijvoorbeeld voor de geometrie van een compositie of de combinatie van kleuren, kunt afwijken als je daar de gewenste resultaten mee behaalt.

Alle in dit boek genoemde thema’s komen in zijn andere boeken weer ter sprake.

Capturing Light

Ik was blij dat ik een mooie tweedehands kopie van het boek Capturing Light op de kop kon tikken. Veel van wat hij daar schrijft was voor mij een eye-opener of een bevestiging van wat ik al vaag aanvoelde maar niet duidelijk kon formuleren. Veel (amateur-)fotografen zijn ervan overtuigd dat je het beste vooral bij laag licht niet te lang voor zonsondergang en niet te lang na zonsopgang kunt fotograferen en dat de zon wel moet schijnen. Het ‘golden hour’ is het eldorado voor de fotograaf. Veel minder geschikt voor de fotografie lijken de volgende situaties: een felle zon hoog in de blauwe lucht, grijs weer en regen. Freeman laat zien dat zulke weertypes misschien wel moeilijker zijn maar toch erg veel mogelijkheden bieden. De hoofdstukken dark grey light, wet grey light en hard light bevatten de mooiste foto’s. Veel aandacht besteedt hij aan licht dat de structuur van oppervlakken zichtbaar maakt (raking light). Natuurlijk komen reflecties en schaduwen aan bod en nog veel meer. Een prachtig inspirerend boek.

Light & Shadow – Color & Tone – Black & White

Licht en schaduw

Onlangs ontdekte ik dat veel van zijn boeken nu voor een schijntje als kindle-uitgave verkrijgbaar zijn, niet zo mooi als de gedrukte uitgaven maar goed te lezen op een kleurenscherm van PC en tablet. De boeken over licht en schaduw en over kleur en toon zijn een welkome verdieping van wat hij al in het eerste en tweede boek iets minder uitvoerig heeft behandeld.

In het boek over licht en schaduw gaat hij uitgebreid op de verschillende gradaties van schaduw in. Hij geeft een verdere uitwerking van het oorspronkelijke voor de zwart-witfotografie rond 1940 door Ansel Adams ontwikkelde systeem van 10 zones. Hij onderscheidt 10 soorten schaduw. Na behandeling van allerlei soorten belichting onderscheidt hij een zevental stijlen. Het leuke is dat hij, anders dan de meeste auteurs over fotografie, regelmatig refereert aan stijlen in de schilderkunst. Zo noemt hij de stijl met een zwarte achtergrond en grote contrasten de Caravaggio-stijl.

Dit boek bevat weer goede argumenten om de camera of Lightroom niet te veel te laten beslissen. Bij automatische instellingen is in regel de gemiddelde belichting alle foto’s een gemiddelde toon (mid-tone), terwijl veel foto’s gemiddeld juist witter of zwarter zouden moeten zijn. Ook leiden die instellingen vaak tot het automatisch oplichten van schaduwen waar dat niets positiefs aan de foto bijdraagt. Als ik vanuit een donkere tunnel fotografeer, dan moet die pikzwart zijn, liever zonder details in het zwart zichtbaar gemaakt. Zo ook met hooglichten: als door een raam fel licht schijnt, dan hoef ik de hooglichten niet zo sterk te reduceren dat ik de bomen achter het raam zie, als ik alleen het licht wil laten zien. Ook automatisch herstel van uitgeknipte hooglichten en schaduwen is niet wat we altijd willen. Maximaal behoud van informatie levert niet altijd de beste foto op.

Kleur en toon

Het boek over kleur en toon benadrukt dat kleuren geen fysische grootheid zijn maar constructies van onze hersenen. Het boek bevat veel informatie die ik zelf de laatste jaren heb verzameld (bijvoorbeeld in het hoofdstuk Color Science) en veel kennis die ook in andere boeken te vinden is, bijvoorbeeld over kleurcontrasten of het gebruik van verwante kleuren. Hij gaat daarbij wel verder dan de meeste anderen. In het hoofdstuk Tangential Pairs gaat hij in op het gebruik van kleurencombinaties die niet tegenover elkaar en ook niet naast elkaar in het kleurenwiel liggen: tamelijk gewaagde combinaties, zoals ook de vierkleurencombinaties die hij behandelt (‘tetraden’).

Zwartwit

Door het boek over zwart-witfotografie heb ik, merkwaardig genoeg, vooral veel over kleuren geleerd. Omdat kleuren als element van de compositie wegvallen, moeten we in een zwart-witfoto de kleurcontrasten vervangen door iets anders. Fysisch even lichte kleuren nemen onze hersenen niet even licht waar: geel lijkt lichter dan paars maar is het niet. In de klassieke zwartwitfotografie kunnen we kleurverschillen met kleurfilters benadrukken. In de digitale zwartwitfotografie kan dat nog veel handiger: de omzetting naar zwart-wit gebeurt nu niet in de camera maar doen we in Lightroom of andere software.  Hierover bevat het boek heel nuttige informatie.

Composition, The Photographer’s Mind

Het boek over compositie bevat veel nuttige informatie over zaken die ook al in de eerste twee boeken aan de orde kwamen

Het is voor een masterclass geschreven en bevat daarom nuttige challenges met voorbeelden van hoe zijn leerlingen die hebben ingevuld.

Het laatste boek in mijn leeslijst is eigenlijk een logische voortzetting van het eerste boek en werd ook in hetzelfde jaar geschreven: the photographer’s mind. Zoals het eerste boek benadrukt dat het in de eerste plaats om het oog van de fotograaf gaat en niet om zijn mooie dure camera, laat Freeman hier zien dat ook het oog nog niet voldoende is. Een goede foto ontstaat in het voorstellingsvermogen (in de ‘mind‘)  van de fotograaf. Nog voor hij afdrukt, ontstaat er in zijn hersenen een beeld van wat hij op de foto wil zien.

Dit boek gaat heel expliciet in op verschillende stijlen. Het eerste hoofdstuk heet hier weer Intent. Wat wil je laten zien, is de belangrijke vraag hier. Dan vraagt Freeman zich in het hoofdstuk Looking Good af, wat is eigenlijk mooi? En moet een foto mooi zijn? Daarbij gaat hij in op wat mensen (in verschillende culturen) mooi vinden en op de klassieke en romantische tradities in de schilderkunst die nog steeds een grote invloed op schoonheidsidealen in de fotografie hebben. Hij bespreekt de traditie van de landschapsschilders in de 18e en de 19e eeuw en laat bijvoorbeeld de technieken zien die toen ontwikkeld werden om het oog vanaf een donkere voorgrond naar details in lichtere gedeelten op de achtergrond te leiden.

Crossing the Brook 1815 Turner http://www.tate.org.uk/art/work/N00497

Hij noemt dit ‘separating the planes by lighting and composition’ en illustreert dit aan de hand van een schilderij van Turner uit 1815. Veel landschapsfotografen bouwen nog direct op deze negentiende-eeuwse traditie voort.

Vervolgens laat hij de ‘schoonheid’ van verwoeste landschappen, ruïnes en sloperijen de revue passeren om te besluiten met schokkende foto’s van honderden schedels van de slachtoffers van de genocide in Cambodia.

Dan vraagt hij zich af wat we met clichés moeten doen, het feit dat iedereen dezelfde foto op dezelfde plek wil maken en de alternatieven daarvoor. Dan gaat hij, uitgebreider dan in het eerste boek, op heel verschillend stijlen in. Onder meer bespreekt hij klassiek evenwicht (classical balance, bouwende op de idealen van de klassieke schilderkunst), rustige stijl (quiet style), minimalisme (minimalism), dramatische stijl (dramatic style) en ontworpen wanorde (engineered disorder) in. Zie het boek voor meer informatie en prachtige foto’s.

En wat heb ik er aan?

Door die boeken te lezen, ben ik niet meteen een topfotograaf geworden. Wel heb ik er wat van geleerd en ben op bepaalde zaken gaan letten waarvan ik me eerder niet zo bewust was. Het is net zoiets als het leren van een muziekinstrument. Ik zal nooit zo goed leren spelen als een topviolist, maar door goed naar goede violisten te luisteren en te kijken (en dan veel te oefenen!), leer ik er nog steeds  iets bij. Elke kleine verbetering is het resultaat van heel hard werken. Dat geldt precies zo voor fotografie. Fantastische foto’s zijn in de regel niet het resultaat van een puur geluk, inspiratie of alleen maar aanleg.

De boeken die ik gelezen heb

1. The Photographer’s Eye, oorspronkelijk 2007 (op papier)
2. Capturing Light – the heart of photography, 2013 (op papier)
3. Michael Freeman’s Photo School: Composition, oorspronkelijk 2012 (kindle)
4. Michael Freeman on Light & Shadow, the ultimate photography masterclass, Ilex 2022 (kindle)
5. Michael Freeman on: Color & Tone – the ultimate photography masterclass, Ilex 2023 (kindle)
6. Black & White Photography, Ilex 2017 (kindle)
7. The Photographer’s Mind – creative thinking for better photos, oorspronkelijk Ilex 2007 (kindle)

 

Aanvullingen 17, 23 januari, 13 februari 2024: boek 8, 9, 10 en 11
The Photographer’s Vision

Na de kerstvakantie las ik nog een boek van Michael Freeman:
The Photographer’s Vision – Understanding and appreciating great photography, oorspronkelijk 2011 (kindle-versie)

Dit boek geeft een goed inzicht in de ontwikkeling van de fotografie, vooral in de twintigste eeuw. Het laat vooral zien hoe fotografie het werk is van fotografen die hun geld moeten verdienen in bepaalde markten voor bepaalde toepassingen. Maar een heel klein segment van de fotografie is fotografie als kunstvorm. Fotografen verdienen hun geld met het maken van portretten, het fotograferen van mode of culinaire thema’s en natuurlijk met reportages over verre landen of oorlogen. Hij laat zien hoe die relatie tussen fotograaf en opdrachtgever niet alleen tussen deze sectoren verschilt maar ook sterk verandert in de tijd. Zeker in de tijd dat kleurentelevisie nog niet bestond of onbetaalbaar duur was, zorgden bladen als Time-Life of Paris Match voor prachtige (of verschrikkelijke) reportages in kleur die je via andere media niet kon zien. De belangrijkste soorten fotografie passeren de revue: landschap, architectuur, portret, journalistiek, natuur, sport, stilleven en mode. Hij behandelt de historische ontwikkeling van de verschillende stijlen in samenhang met de voorkeuren  van de verschillende markten voor foto’s. Hij laat heel indrukwekkende foto’s zien in heel uiteenlopende stijlen.

Het is daarmee ook een boek over de grote veranderingen in de samenleving. Boeiend en aangrijpend zijn de verhalen over fotoreportages op D-day in de Tweede Wereldoorlog en  tijdens gevechten in de Vietnam-oorlog. In het laatste deel van het boek gaat hij in op de vaardigheden van de fotograaf en op compositiestijlen. Ook laat hij zien hoe nog lang voor de uitvinding van Photoshop foto’s vervalst werden: hoe beelden van veldslagen in scène werden gezet, natuurfoto’s in dierentuinen werden gemaakt en hoe afdrukken van handig gecombineerde negatieven werden gemaakt. Het boek is te oud om aandacht te besteden aan AI, maar dat is een voortzetting van een al lange geschiedenis. In de literatuurlijst achterin het boek staan veel boeken die ik nog wel eens in zou willen kijken.

Perfect Exposure

Ook nog maar even het al wat oudere boek Perfect Exposure (2015) voor bijna geen geld gedownload van Amazon. Helaas wel in een heel onhandig niet goed doorzoekbaar digitaal formaat. Het belangrijkste begrip van het boek is key tones: de tinten van de belangrijkste gedeelten van de foto. De belichting moet zo worden gekozen dat deze tinten in orde zijn, in de regel niet te donker en niet te licht. Vaak voldoet een gemiddelde (50%) of, afhankelijk van  het onderwerp, juist iets lichter of donkerder. De kunst is deze key tones goed te hebben zonder dat daardoor hooglichten of schaduwen uitgeknipt worden. Ik leer veel van de voorbeeldfoto’s en de case-studies in het boek. De verhandelingen over het dynamisch bereik van de sensor en de verschillende situaties wanneer het bereik van het beeld kleiner of groter is dan dat van de sensor had ik wel een paar jaar eerder willen lezen, want ik heb al die kennis nu zelf uit verschillende bronnen verzameld. Een belangrijke boodschap van dit boek is dat het belang van een goede belichting tijdens de opname niet mag worden onderschat. Natuurlijk kan er nog veel gecorrigeerd worden in Lightroom, maar een goed begin is ook hier het halve werk. Nog een belangrijke boodschap (niet echt nieuw voor mij, maar wel belangrijk) is dat we niet blindelings moeten vertrouwen op automatische instellingen van camera en software. Ze dwingen ons soms tot gemiddelde instellingen waar we die niet willen.

Get the Photos others Can’t

Dit boek uit 2020 (nu goedkoop op Kindle) is weer een heel ander boek. Het gaat minder over de technische details van het fotograferen en meer over je gedrag als fotograaf, bijvoorbeeld als straatfotograaf. Hoe ga je om met de mensen die je op de foto wilt hebben? Hoe zorg je ervoor dat mensen je niet zien of hoe je relaties ontwikkelt met je ‘slachtoffers’. Ook leuk ideeën over de ontwikkeling van een eigen stijl. Een heel praktisch boek, maar je hebt er weinig aan als je niet al kunt fotograferen. Hij benadert het vak ‘fotograferen’ als een serieuze activiteit waarvoor veel training en geduld nodig is. Een titel van een van de hoofdstukken geeft zijn houding goed weer: “Inspiration is for amateurs.” Een fotograaf moet zoals elke artiest het vak beheersen, niet van toevallige inspiratie afhankelijk zijn.

Fifty Paths to Creative Photography

Hiervoor geldt nog sterker dan voor het vorige boek dat je wel moet kunnen fotograferen voordat je er iets aan hebt. Het boek, oorspronkelijk uit 2016, is als een Kindle-uitgave te lezen, alleen in een niet echt voor dat medium geschikt formaat. Het bevat een schat aan ideeën over hoe je je eigen creatieve stijlen kunt ontwikkelen, natuurlijk geïllustreerd met veel foto’s, gedeeltelijk zijn eigen foto’s en gedeeltelijk foto’s van andere fotografen. Hoe kan je onderwerpen verzinnen die niet al honderd maal door anderen geprobeerd zijn? Hoe kan je je wel door bestaande fotografen laten inspireren? Hoe maak je gebruik van humor, van onverwachte of absurde combinaties. Hoe bouw je verrassingen of raadsels in de foto? Hoe maak je licht of kleur het onderwerp van de foto? En nog veel meer.  Hij laat vooral ook zien hoe je tegen bekrompen regeltjes (‘rule of thirds’, conventionele kleuren, omgang met extreem licht, etc.) kunt ingaan. Tenslotte geeft hij tips voor het ontwikkelen van een eigen stijl. Meerdere malen benadrukt hij dat je, voor het wiel zelf uit te vinden, goed op de hoogte moet zijn over wat anderen vóór jou al bereikt hebben.  De honderden goede ideeën kan ik niet snel onthouden. Ik zou verschillende hoofdstukken nog eens moeten lezen en in de praktijk uit moeten testen.

 

 

______

 

 

 

_____

Het fotojaar 2023

13000 foto’s

Vorig jaar schreef ik een soort jaarverslag van mijn beste foto’s van 2022 en ik vroeg me toen af wat ik geleerd had van de meer dan 12000 foto’s op mijn spiegelreflexen. Dit jaar heb ik bijna het zelfde aantal foto’s gemaakt en er zijn best een paar van gelukt.

Landschappen, libellen en meer

Vorig jaar concludeerde ik dat mijn meeste vogelfoto’s niet echt interessant waren. Die conclusie kan ik dit jaar herhalen. Vogelfotografie is niet een tak van sport waar ik aan verslaafd raak. Ik heb dit jaar dan ook geen enkele interessante vogelfoto gemaakt. Ik ben veel meer geïnteresseerd in de moeilijke kunst van landschapsfotografie en daarnaast houden hebben vooral libellen en paddenstoelen mij beziggehouden. Compleet nieuwe dingen heb ik dit jaar niet geleerd, maar ik ben wel steeds betere (en preciezere) foto’s gaan maken met meer oog voor compositie. Ik heb mij vooral bezig gehouden met perspectief (en daarbij de keuze van de juiste brandpuntsafstand), kleur en met de keuze van de juiste achtergrond.

Stadsfotografie

Ik ben daar jammer genoeg niet vaak aan toe gekomen. Leuke foto’s maakte ik in het begin van het jaar  in Rotterdam. De fotogenieke Erasmusbrug doet het vaak het best in zwart-wit. In de andere foto is het contrast tussen oude pakhuizen op de voorgrond en moderne architectuur op de mistige achtergrond ook een contrast tussen kleur en (bijna) zwart-wit.

Landschappen

De landschappen die we dit jaar tijdens onze vakantie in Denemarken zagen, waren niet spectaculair, maar leverden toch en paar mooie plaatjes op. Hierboven een beeld van de rust bij onze saaie verblijfplaats.

Spectaculairder waren de beelden aan het strand en in de duinen van Schouwen. Prachtig woest herfstweer in november. Hieronder twee plaatjes.

Molens

Ik laat hier twee van mijn molenfoto’s zien. De rechterfoto is best mooi, maar ook een tikkeltje stereotiep. Dit is het soort plaatjes dat mensen mooi vinden, maar ik weet niet zeker of ik het mooi vind.

Bomen

Ook dit jaar ging mijn belangstelling vooral naar bossen en bomen uit.  Mijn foto’s onder mistige omstandigheden werden vaak best wel mooi, maar nog niet perfect. Ik heb veel geëxperimenteerd met fotograferen vanuit het donker naar het licht, soms direct tegen de zon in. Hier een paar voorbeelden. De foto van de zonnestralen door de bomen bij Warmond is op de grens van kitsch, maar toch wel mooi.

Op de ochtend van 30 november bij Huys te Warmont

 

Herfstkleuren leveren altijd goede mogelijkheden op, maar het is niet eenvoudig daar iets van te maken. Hieronder een foto uit november.

Koudenhoorn op 22 november
Mist

Ik ben wat aan het spelen geweest met (extreme) mistfoto’s. Iets om eens op door te gaan. De volgende foto heeft een extreem histogram naar rechts, maar zonder uitgeknipte hooglichten.

Paddenstoelen

Bomenfotografie in het najaar is goed te combineren met paddenstoelen.

De paddenstoelen kwamen dit jaar wat laat op gang, pas vanaf de derde week van oktober met de gebruikelijke bloedsteelmycena’s, zwavelkoppen, amanieten en boleten. Het was regelmatig gaan regenen. Ik ontdekte hoe mooi verzadigd de kleuren zijn in de vochtige natuur. Dit jaar was een voortzetting van waar ik vorig jaar mee was begonnen: vooral opnames vanaf een laag standpunt bij weinig licht, dit jaar iets meer opnames van heel dichtbij.

Libellen

Ik was al langer bezig met libellen. Vanuit fotografisch oogpunt waren de foto’s niet bijzonder, ook al was het een hele kunst om ze vliegend voor de lens te krijgen. Dit jaar heb ik wel mooie libellenfoto’s gemaakt, niet alleen door betere scherpstelling en andere technische zaken, maar vooral door de bewustere keuze van achtergronden.

Patronen in de natuur

Twee foto’s geven een paar interessante details in de natuur weer. De waterdruppeltjes op het spinnenweb vormen bijna abstracte kunst. Ook de verzameling paddenstoelen vormt een mooi patroon. Eén paddenstoeltje lijkt zich uit de groep los te maken.

Wat nu?

Als ik weer eens naar mijn foto’s uit 2023 kijk, dan valt mij op dat de sterke punten vooral in de geometrische compositie (rechte en kromme lijnen, verbinding tussen onderwerpen, etc.) en in het gebruik van licht en kleuren liggen. In de meeste foto’s mis ik de verbinding met markante onderwerpen. Er schijnt wel een mooie lichtplek door de bladeren in het bos, maar in de lichtplek staat meestal niets bijzonders. Het onderwerp is dan het licht, terwijl dat licht juist gebruikt zou kunnen worden om de aandacht te richten op een bijzonder onderwerp. Dat kan een mens, een dier, een paddenstoel of iets  heel anders zijn. Het bootje in Denemarken is van een prachtige eenvoud, maar toch blijft zo’n foto wat kaal. In 2024 zal ik proberen de foto’s iets spannender te maken. In 2023 is het mij gelukt onnodige complexiteit uit te bannen. Die eenvoud is goed, maar er mag wel een verhaal in een foto zitten. Dat ga ik maar eens proberen.

_____

Herfstbeelden

Het was een beetje rare herfst. Eerst leek die helemaal niet op gang te komen met zomerse temperaturen aan het einde van september.

In de duinen bij den Haag op 30 september

In mijn verslag van een natuurexcursie op 30 september schreef ik :”We genoten van de mooie sfeer op deze zomeravond in de herfst.” In oktober was de zomer definitief voorbij en viel er zo veel regen dat ik vaak dagen lang bijna niet buiten kwam.

Oud Poelgeest – nog erg groen op 14 oktober

Maar als het kon, zocht ik ‘mijn’ gebiedjes zoals Huys te Warmont, het landgoed Oud Poelgeest, Koudenhoorn en de Strengen weer op. Naar de eerste twee gebieden ging ik vooral voor de paddenstoelen, maar begin oktober waren ze er nog nauwelijks. Het duurde tot eind oktober voordat de anders zo talrijke porseleinzwammen op de (half-)dode beukenstammen verschenen. In november kwamen er steeds meer paddenstoelen inclusief mooie rode vliegenzwammen en paarse amethistzwammen. Zie ook hier.

In november werden de herfstkleuren van de bomen steeds mooier totdat na een aantal stormen de bladeren vooral op de grond lagen.

Stiltegebied Koudenhoorn op 23 november

Een korte vakantie in Zeeland leverde door de donkere herfstluchten en woeste zee mooie plaatjes op.

Het duurde vrij lang voordat er weer eens mooie mist in de parken hing. Bij Huys te Warmont kon ik deze keer mooie foto’s maken van de zonnestralen die door de mist tussen de bomen schenen.

Huys te Warmont op 30 november

Straks bestaat u niet meer

Neen, dit is geen blog met een waarschuwing voor de menselijke sterfelijkheid. Het klopt dat we allemaal vroeger of later het veld moeten ruimen. Dat weten we eigenlijk al sinds onze vroege jeugd. Het is een gegeven met veel consequenties, zowel slechte als goede, maar daar ga ik geen blog over schrijven.

Als een al iets oudere Nederlander moet ik soms wennen aan bepaalde veranderingen in de taal en in de omgangsvormen tussen mensen. Nog niet zo lang geleden was ik licht geïrriteerd als een meisje van rond de twintig ons in een restaurant vroeg: “kan ik alvast iets voor jullie inschenken?”. In mijn verouderde wereldbeeld werd het woord ‘jullie’ gebruikt voor vrienden en bekenden en zeker niet voor mensen van wie je de naam niet kent. Ik geloof dat ik er inmiddels aan gewend ben.

Wel heb ik nog steeds een beetje moeite als ik op een chat-pagina van een of ander bedrijf door junior-medewerker Dennis word toegesproken met “Dag Reinier, wat kan ik voor je doen?”. Meestal bezoek ik zulke sites niet voor de gezelligheid en daarom stel ik een beetje meer afstand wel op prijs. ‘Je en jij’ lijken de regel te worden en of ‘u’ nog een lang leven beschoren is, vraag ik me af. Ik heb maar een beetje onderzoek gedaan in mijn e-mail van de laatste jaren. Uit dat onderzoek blijkt dat ‘u’ nog lang niet helemaal uitgestorven is. Stelselmatig word ik met ‘u’ aangesproken door de tandarts, de gemeente Leiden, de garage, KPN, de KLM en ook nog in schriftelijke communicatie van de fysiotherapie-praktijk, hoewel daar niemand mij met ‘u’ zou aanspreken.

Voorlopers in de transitie naar ‘je en jij’ zijn vanzelfsprekend Amerikaanse bedrijven. Amazon heeft mij nooit anders toegesproken. Het Nederlandse bol.com hanteerde tot 2014 de u-vorm en ging daarna op ‘je en jij’ over in combinatie met het gebruik van voornamen: “Beste Reinier, we hebben beloofd …. “. Huisjesverhuurder en campingorganisatie RCN gebruikte tot rond 2013 nog de stijve u-vorm maar vanaf 2016 is alles ‘je en jij’ geworden. En de museumkaart krijg ik toegestuurd met een vrolijke jij-brief.

Een beetje verbaasd was ik over de brief van Nationale Nederlanden, die niet alleen zo brutaal waren mijn levensverzekeringsuitkering van de ABN-Amro over te nemen, maar ook mij een brief te sturen met de aanhef: "Beste meneer De Man, Je krijgt deze brief omdat je een lijfrente- en/of pensioenuitkering .... .... krijgt."  

Het wachten is nu op een brief bij mijn volgende verkeersovertreding. Die zou zo kunnen luiden: Beste Reinier, we moeten je toch even een briefje sturen. Je reed met ruim 60 km per uur over de Kooilaan. Dat mag natuurlijk niet. Als je nu even het bedrag van EUR 525,65 overmaakt aan onderstaand banknummer, dan hebben we het er niet meer over. Zo niet, dan zien we elkaar bij de rechtbank. Groetjes van het bureau snelheidsovertredingen."

Is dit belangrijk? Natuurlijk niet. Persoonlijk vind ik het best handig om verschillende vormen te hebben die meer of minder nabijheid aangeven. Je kunt door het gebruik van het woord ‘u’ bewust afstand scheppen, maar dat kan zonder dat woord natuurlijk even goed. De Engelsen hebben uitsluitend ‘you’ en hebben geen ‘thou’ of nog iets formelers nodig om een autoritaire klassensamenleving in stand te houden. Erg  is het verdwijnen van het woord ‘u’ niet. Ik zal het niet echt missen. Wat ik wel zal missen is de oorspronkelijke betekenis van de woorden ‘jij’ en ‘jullie’.

Tja, straks bestaat u niet meer.

_______

 

Echt herfst

Door de natte storm

We hadden toch nog een keer het ouderwetse hotel de Torenhoeve in Nieuw Haamstede geboekt. Het weerbericht zag er zo slecht uit dat we de reis bijna hadden afgezegd, maar dat kon niet meer zonder twee honderd euro te verliezen. Vlak voordat we van huis vertrokken viel er nog een hoosbui en er stond een harde wind. Eind november: zelfs overdag is het niet echt licht en toen wij om vier uur richting snelweg reden, begon het donker te worden. Snel was de snelweg niet: om de twee of drie kilometers files en langzaam rijdend verkeer. Na ruim een uur waren wij Rotterdam voorbij en het weer werd steeds woester. Echt leuk was de rit over de haringvlietdam en de brouwersdam niet. Petra moest  het stuur goed vasthouden om tussen de lijnen te blijven.

Torenhoeve

Nog op tijd kwamen wij bij het vertrouwde hotel aan, waar we in 2011 voor het eerst waren geweest en daarna nog twee keer in 2015 en 2021. Een vriendelijke jonge vrouw uit de Oekraïne checkte ons in. Het was niet nodig geweest een tafel in het restaurant te reserveren, want behalve onze tafel waren er maar twee in gebruik. De Torenhoeve is nog niet echt aan een Michelin-ster toe, maar de middelmatige wild- en visgerechten smaakten ons na deze onaangename rit door de donkere storm toch best goed.

de iconische vuurtoren

Het leuke van een korte vakantie in Nieuw Haamstede is dat je van te voren de wandelroute al precies kent. Er is maar één route mogelijk: door de duinen en het bos naar Westenschouwen en dan terug langs het strand. In principe zou je hem ook omgekeerd kunnen doen, maar dat hebben we nog nooit geprobeerd. Natuurlijk gingen we weer wandelen, maar eerst even ontbijten.

Luide privé-emoties

Het ontbijt was prima: goede koffie, prima brood en beleg. Er was maar één storende factor. Aan een lange tafel zat een groep dames, deelnemers aan een of andere psychologische groepstraining. Stuntelig geformuleerde privé-emoties werden met veel decibels de ruimte in geslingerd, wat weer op overdreven positieve reacties van de lotgenoten kon rekenen. Het zal over iets als rouwverwerking gegaan zijn: psychobabbels waar ik bij mijn koffie met een croissantje nooit behoefte aan heb.

Na het ontbijt zagen wij uit het raam van onze slaapkamer een prachtige regenboog. In de verte regende het dus nog. Toch zou dit bijna de laatste regen zijn die dag. Er stond nog een krachtige wind uit een noordelijke richting.

Donkere wolken, lichte duinen

In de duinen van Schouwen

De tocht naar het Zuiden door de duinen was ook deze keer prachtig. Wij waren er deze keer iets later in de herfst dan de vorige keer, waardoor we minder van de mooie kleuren van de lijsterbes en de kardinaalsmuts konden genieten. Het zonlicht dat af en toe onder de donkere wolken door scheen was daarentegen subliem. Prachtig verlichte duinen tegen een decor van gitzwarte wolken. Hier en daar zagen we sporen van de hier talrijke damherten, maar ze lieten zich niet zien.

In het bos bij Westenschouwen

Geheel volgens verwachting ging  deze duinwandeling weer in een boswandeling over toen we Westenschouwen naderden. Hier en daar stonden er nog bomen met mooie gele bladeren tussen de dennen, maar de herfstkleuren waren al ver over hun hoogtepunt heen.

Woeste schoonheid

In Westenschouwen gingen we bij de rotonde de trap op en af naar het strand, bekend gebied met vele herinneringen, vooral van rond kerstmis 2012, toen we een mooi huisje in Westenschouwen hadden gehuurd en Petra’s moeder op bezoek kwam. Wij gebruikten de lunch van pannenkoek en broodjes kroket in strandpaviljoen De Schaar, terwijl het even zacht regende. Vervolgens ging het, zoals altijd, weer in noordelijke richting langs het strand naar Nieuw Haamstede. Langs de Noordzee dreven krachtige regenbuien voorbij. De regen kwam gelukkig in zee terecht en niet op het strand. De harde wind blies het schuim van de golven en de lage zon scheen af en toe prachtig op de duinen en het strand.

 

Veel meer vogels dan de altijd aanwezige meeuwen, drieteenstrandlopers en aalscholvers zagen we niet. We zagen één zeldzame soort, maar die was dood. Een aangespoelde grote jager, duidelijk herkenbaar aan de witte banen op de vleugels, had waarschijnlijk de vogelgriep niet overleefd. Op het strand lagen opvallend veel resten van zee-egels en hier en daar een blauwe kwal, een zeepaddenstoel. Deze keer liepen we helemaal door tot aan het strandpaviljoen de Strandloper alvorens de duinen over te steken richting de Torenhoeve.

Avondeten, Top Word en ontbijt

Die avond aten we maar niet in de Torenhoeve maar in een iets gezelliger restaurant in Burgh-Haamstede. Na terugkomst in ons hotel speelden wij een partij Top Word, het Franse driedimensionale scrabble dat niet veel Nederlanders beheersen. Wij wel, een beetje, met hulp van online-woordenboeken. Ik stond de hele partij voor, maar verloor tenslotte omdat ik op het laatst de W pakte, geen gemakkelijke letter in het Frans.

Na een uitstekende nachtrust zochten wij een plekje in de ontbijtzaal uit niet te dichtbij het opgewonden geleuter van de depri-dames. Het smaakte nu nog beter.

Nog even wandelen

We maakten daarna een korte wandeling door de duinen naar het noordoosten, door mooie vrij open duinvalleien die als de meidoorns bloeien er nog veel mooier uitzien.

Hier en daar groeiden groepen parasolzwammen, maar de echte paddenstoelentijd was wel voorbij. Bij het strand stond een waarschuwingsbord met daarop informatie over de levensgevaarlijke zandbank waar je in het drijfzand kunt omkomen als je niet door de zeestromen wordt meegesleurd. Wij liepen maar richting zuidwest om onze wandeling af te sluiten bij het mooie strandpaviljoen de Strandloper.

Inmiddels was de wind gaan liggen. De prachtige belichting van de vorige dag kwam niet meer terug. Wel was het uitstekend weer om in de middag naar huis te rijden. Lekker uitgewaaid kwamen we ruim voor het avondeten thuis.

Meer over Schouwen:

Naar Westenschouwen
Onder de Westerlichttoren

________________