Vanaf de late zomer in begin september ben ik twee of drie keer per week ongeveer dezelfde foto gaan maken bij Huys te Warmont met ongeveer dezelfde instelling (24-85 mm zoom op 70 mm, full frame Nikon D610 op statief, ISO niet hoger dan 400). Ik fotografeer over het water naar een bruggetje. Achter het bruggetje staat een van de mooiste bomen van het park, een rode beuk. Aan het eind van de zomer is die nog rood, dan wordt hij bruiner, om nog even fel geel op te lichten voordat alle bladeren in het water waaien en er een imposante donkere stam overblijft. Ik vond het leuk om die ontwikkeling een keer vast te leggen.
late zomer (8 september)
17 oktober
29 oktober
Toppunt van herfstkleuren (7 november)
12 november
24 november
Het bruggetje bij nevel en mist
Bij nevel is de boom soms helemaal niet meer te zien en bij dichte mist verdwijnt bijna het bruggetje.
De zon schijnt door de ochtendnevel op 29 septemberIn de mist op 21 november is het bruggetje nog maar net te zien
Bijna dertig fotowandelingen
Op 24 november maakte ik voor de 28e keer dezelfde foto-wandeltocht van rond drie uur. Er volgen zeker nog tien wandelingen tot het eind van de herfst. Van dit project zal ik een fotoboek van rond veertig pagina’s maken.
Bijna overal zie je ze in parken, in natuurgebieden, in de stad en langs de weg. Het zijn uitnodigingen om te gaan zitten, alleen, met z’n tweeën of met meer mensen. Alleen tijdens mijn fietstochten door de agrarische woestijn van Polen moest ik staand mijn lunch opeten of wachten totdat ik op een bankje in een vies bushokje kon gaan zitten. Als je iemand alleen op een bankje ziet zitten, kan je daar allerlei fantasieën bij hebben. Je kan denken dat zo iemand eenzaam is en naar degene verlangt die daar vandaag (en misschien morgen) niet komt zitten. Maar misschien is die persoon dolblij van de lastige medemens verlost te zijn. Misschien geniet hij of zij van de positieve eenzaamheid.
In de Hortus van Leiden
De twee (mij onbekende) vrouwen in de hortus van Leiden hebben zo te zien echt plezier. De mooie bloemen in de vijver passen goed bij hun (veronderstelde) stemming. Over de twee oudere personen in het mooie herfstlicht bij de lantarenpaal zou ik een verhaal over de levensherfst kunnen verzinnen, maar dat zou waarschijnlijk nergens op slaan.
Bij kasteel Oud Poelgeest
Bij foto’s van één persoon op een bankje denken we al snel aan negatieve of positieve eenzaamheid. Zitten er twee of meer op, dan gaat onze fantasie al snel over vriendschap en contact of misschien over irritaties en vijandschap. We weten meestal niet wat we moeten denken.
In het park van landgoed Ockenburg (bij den Haag)
Ik fotografeer graag bankjes waar niemand op zit. Ze zijn een deel van het landschap. Soms gaat er van de leegheid een licht melancholiek gevoel uit, maar waarom eigenlijk? Van eenzaamheid is daar geen sprake, want er zit niemand op en die niemand kan niet eenzaam zijn. Als bankjes gevoel zouden hebben, dan zou zo’n bankje wel eenzaam kunnen zijn. Het zou kunnen verlangen naar de prettige kont die zich onlangs op het houtwerk had neergelaten of juist bang zijn dat die viezerd er nog een keer zou komen zitten.
Aan de rand van het park bij Huys te Warmont
Het bankje aan de rand van het park van Huys te Warmont is precies goed opgesteld om eens van het uitzicht op de mooie molen te gaan genieten. Dat doen natuurlijk veel bezoekers van dit park. Maar degene die deze foto ziet kan er even denkbeeldig op gaan zitten en zich de ervaring goed voorstellen. Dat kan ook bij de foto in de kille ochtendnevel bij een water in hetzelfde park. Je kan je goed voorstellen dat het eigenlijk helemaal niet aangenaam is op dat koude natte hout te gaan zitten.
Ochtendnevel bij Huys te Warmont
Het lege bankje aan de Zevenhuizer Plas bij Rotterdam straalt een mooie rust uit. Het laat de tegenstelling tussen de grootsteedse bebouwing en de rust van de stedelijke recreatienatuur zien. Als je zou zien wat er iets links van het bankje op een officieel bord stond over gemeentelijke verordeningen in verband met drugs- en alcoholgebruik, dan gaan je gedachten toch weer een andere kant op. Foto’s zijn een mooie manier om halve waarheden te laten zien.
Uitzicht over de Zevenhuizer Plas naar Nesseland (Rotterdam)
Mijn lievelingsgebiedje niet ver van huis is het park van Huys te Warmont. Omdat ik mijn jeugd op de Veluwe heb doorgebracht, is voor mij natuur zonder bomen geen echte natuur. In dit mooie park bij Warmond ken ik elke boom. Erg goed gaat het trouwens niet met veel bomen, maar met de paddenstoelen die er op groeien en de vleermuizen die er in wonen des te beter. In het late voorjaar genieten we hier van de rododendrons en in de herfst van de paddenstoelenpracht. Ik heb besloten van mijn regelmatige wandelingetjes daar maar een project te maken: een fotoverzameling vanaf het begin van de herfst tot en met kerstmis. Hier laat ik iets van de resultaten in de eerste maand van het project zien.
Begin september was de herfst nog niet begonnen en er vlogen nog veel heidelibellen bij het kleine plasje in het park. Vlak voor de officiële start van de herfst liet de blauwe glazenmaker zich nog even zien, maar als snel waren het vooral de paddenstoelen die voor kleur in de natuur zorgden.
Op bovenstaande foto’s: heksenschermpje. gekraagde aardster, vliegenzwam, porseleinzwam, porseleinzwam, amethistzwam
De vliegenzwammen lieten nog even op zich wachten en ook de porseleinzwammen waren laat dit jaar, waarschijnlijk door aanhoudende droogte. Ook de in vorige jaren massaal aanwezige grote bloedsteelmycena’s waren lange tijd niet te vinden. Wel kwamen al snel de heksenschermpjes, aardsterren en amethistzwammen. Maar in de tweede helft van oktober stonden er weer heel veel vliegenzwammen tot groot plezier van de bezoekers van het park, voor wie dit bijna de enige interessante paddenstoel lijkt te zijn. En op een bepaald moment stonden er overal porseleinzwammen, die met grote snelheid uit de wegkwijnende of dode (door de reuzenzwam aangetaste) bomen tevoorschijn komen.
Tijdens alle wandelingen in het park maak ik minstens één vrijwel dezelfde foto: het uitzicht naar een mooi bruggetje door een poort van naar elkaar gebogen bomen. Op onderstaande foto’s wordt het langzaam herfst.
Voor mooie herfstfoto’s zijn nevel en mist altijd welkom. Deze oktober was helaas geen goede mistmaand. Alleen op één dag heb ik wel een leuk zelfportret in de zonnestralen door de nevel kunnen maken. Maar wie weet wat de maand november nog brengt.
De herfstkleuren worden nu elke dag mooier en het paddenstoelenseizoen is nog lang niet voorbij. Stormachtige buien met veel regen razen door het park en dat is goed nieuws. Boomstronken worden bijna onzichtbaar door de hoeveelheden honingzwammen die erop groeien. Grote groepen mycena’s verschijnen weer op het rotte hout.
Ergens tussen 1968 en 1970 bezocht mijn in Zwitserland wonende vader zijn moeder in Den Haag Daarna kwam hij ook even bij mij in Utrecht langs. Ik woonde op de tweede etage van studentenflat Ina Boudier Bakkerlaan 41, afgekort IBB 41, eerst op kamer 358 en daarna op kamer 360.
Waarschijnlijk kreeg ik van hem wat geld om mijn kamer wat gezelliger te maken. Hij had ook nog een ander cadeautje bij zich, een stekje van de lidcactus van zijn moeder. Ik zette het een pot met voldoende grond en het bleek geen moeilijke plant. Mooi kan je die plant niet noemen, behalve in de zeldzame gevallen dat hij eens zo vriendelijk is te gaan bloeien.
Rond 1970
Rond 1972 op IBB 41 k 360
Op een van de zeldzame foto’s van mijn kamer kan je zien dat er rond 1970 al een plant met bijna 25 ‘leden’ uit ontwikkeld was. Niet lang daarna verhuisde ik naar Groningen. Een flatgenoot reed mij en al mijn spullen in een personenauto naar het Noorden. De lidcactus zal wel een van de weinige planten zijn geweest die ik had meegenomen.
Groningen, Nieuwstraat rond 1973
In Groningen woonde ik eerst op een ongezellige studentenflat en daarna op een kamer in een klein huisje op de Nieuwstraat. Op een foto uit die tijd zie je niet alleen een mandoline aan de muur en een gezellig ronde tafel met daarop de Volkskrant maar ook de lidcactus van het stekje van mijn grootmoeder met daarnaast een gieter. Op een andere foto uit die tijd zit mijn piepjonge kat gezellig op tafel en er ligt een krop sla in een krant verpakt op een stoel. Op de tafel de lidcactus van Oma, nog steeds in de pot van piepschuim uit 1972.
In Groningen woonde ik nog op drie andere adressen voordat ik in 1978 naar de Breestraat in Leiden verhuisde. Op een foto uit 1983 is te zien dat mijn plant uit 1970 nog steeds kerngezond was. In Leiden verhuisde ik nog twee keer, eerst naar de Morssingel en toen naar de Rivierforel in de Merenwijk. De lidcactus verhuisde mee. Af en toe maakten we een stekje en soms hadden we meerdere exemplaren van deze oeroude plant. Het leek goed te gaan totdat in begin 2024 door algehele verwaarlozing de plant bijna op sterven lag.
Op de Breestraat in Leiden
Dat mijn Oma, geboren in 1894, al in 1991 overleed, daar was natuurlijk niets aan te doen, maar dat hoefde met haar plant natuurlijk niet te gebeuren. Ik sleepte zware hulptroepen aan: bodemaaltjes die zich aan de eieren van potgrondvliegjes te goed doen, nieuwe potgrond en nieuwe potten. Op de vloer van mijn kamer stond nu en lidcactuskwekerij met in elke pot armzalige stekjes van één of twee van de wegkwijnende plant overgebleven leden.
Uit de lidcactuskwekerij
Het was spannend, maar na een paar weken tijd hadden zich al meerdere stekjes in de goede richting ontwikkeld. De plant zou ik wel weer terugkrijgen, maar mijn Oma bleef dood.
Met dit laatste was ik best blij, want ik herinner mij mijn Oma als een vervelend en ongezellig mens. Ik had, zoals iedereen, twee oma’s en allebei leefden ze nog in mijn studententijd, in de stad den Haag niet ver van elkaar. Mijn vervelende lidcactus-oma op de Laan van Meerdervoort in een voorname dure flat waarvan het enige leuke de lift was, maar daar mochten we niet mee spelen. Van deze oma mocht je eigenlijk niets en je kreeg nergens waardering voor. De andere oma, de lieve Oma, woonde niet ver daar vandaan op de Akeleistraat in zo’n piepklein bovenhuisje tegenover een garagebedrijf. Boven aan de stenen trap kwamen geloof ik op de overloop drie voordeuren van zulke kleine woningen uit. Als je de deur binnenkwam van onze lieve Oma dan rook het lekker en stonden er leuke en lekkere dingen voor ons klaar. Van deze Oma heb ik nooit een stekje gekregen, maar ze had best wat langer mogen leven.
Uit de dood herrezen (september 2025)
Inmiddels is de plant van mijn vervelende Oma weer in volle glorie hersteld. Zelf heb ik dit jaar (2025) de plant al 55 jaar in mijn bezit. Ik kan me voorstellen dat het origineel aan de Laan van Meerdervoort er indertijd al 20 jaar had gestaan. In dat geval is de plant nu minstens 75 jaar oud, bijna zo oud als ik. Misschien moet ik mijn kleinkinderen maar eens een stekje geven.
Wij zijn nu net een week terug van een reis naar Laos. Ik was daar nooit heen gegaan als we daar niet een familielid met een bezoek hadden willen vereren. Over dat familiebezoek schrijf ik niet op deze openbare blog-site. Wel iets over een paar ervaringen in dit bijzondere land.
Voordat we erheen vlogen – met een tussenstop in Bangkok, Thailand – heb ik maar eens opgezocht waar dit land ligt. Ik wist ergens in Azië maar verder had ik geen idee. Ik heb toen ook uitgevonden dat het grenst aan Thailand, Myanmar, China, Vietnam en Cambodja, landen waarvan ik iets beter wist waar ze liggen, maar waar ik – met uitzondering van China – nog nooit was geweest.
Lange reis
We vlogen naar Luang Prabang. De reis erheen is best lang. Eerst moet je bijna 12 uur in het vliegtuig naar Bangkok zitten en in Bangkok een taxi naar een ander vliegveld nemen, in de buurt waarvan we een nacht in een hotel verbleven. De taxirit in 40 km file duurde bijna twee uur en kostte rond 12 Euro. Welkom in Thailand, waar bijna iedere Nederlander steenrijk is.
De volgende dag vlogen wij in zo’n anderhalf uur van Bangkok naar Luang Prabang. Na de nodige visum-formaliteiten en het kopen van een Laotiaanse SIM-kaart kwamen het land binnen waar we twee weken zouden verblijven. Vanaf het kleine vliegveld reden we met een Tuk-Tuk samen met ons familielid naar het simpele maar mooie hotel.
Drie delen
Ons korte verblijf in Laos bestond uit drie gedeelten.
Deel 1
De eerste dagen bleven wij in de aantrekkelijke stad Luang Prabang, waar we langs de Mekong liepen, met de pont naar de overkant gingen, tempels bezochten en een uitstapje maakten naar een mooie waterval. Zie daarvoor deze pagina.
Deel 2
Na onze dagen in Luang Prabang namen we de supermoderne Chinese trein naar Vientiane, de hoofdstad van Laos, en vandaar vlogen we naar Pakse in het Zuiden en namen daar een taxi naar het langgerekte dorp Champassak aan de Mekong.
Over het verblijf in deze plaats en de mooie wandelingen daar heb ik een apart verhaal geschreven. De natuur in de gebieden die wij bezochten viel wat tegen. Weinig vogels, maar wel wat mooie vlinders en leuke libellen. Daarover gaat deze pagina.
Deel 3
Van Champassak reisden we terug naar Luang Prabang, waar we weer van de gezellige stad genoten en onder meer een mooie boottocht over de Mekong maakten. Van Luang Prabang naar Nederland reisden wij weer over Bangkok, waar we nog één nacht verbleven. Over ons tweede verblijf in Luang Prabang en onze dag in Bangkok het ik een aparte pagina geschreven.