Orthodoxe kerken aan de grens

Klasztor św. Onufrego

Op de ochtend van 9 juni – Pinksteren – kom ik bij het orthodoxe klooster van de heilige Onofrio aan, een prachtig complex met klooster, kerk, tuin en nog een kleine kapel een paar honderd meter van de rivier de Bug. Aan de overkant van de Bug begint Wit Rusland. Op een bord bij de poort van het kloosterterrein staat dat ik gepast gekleed moet zijn. Ik verkleed mij en loop dan naar de kerk, waar een dienst aan de gang is. Er staan ook buiten mensen de dienst te volgen. Uit luidsprekers klinken de veel te laag geïntoneerde orthodoxe misgezangen. Ik hoor er iets in van de ellende van het aardse bestaan en de zekerheid dat het nooit iets zal worden, maar die interpretatie is waarschijnlijk grote onzin.

Bij Klasztor św. Onufrego

Hier aan de Wit Russiche grens en verderop aan de Oekraïense  grens heb ik heel veel orthodoxe kerken gezien, soms ook heel mooie oude houten kerken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Die schijnen vooral van larixhout gebouwd te zijn.

Tegenwoordig is in Polen 95% van de bevolking Rooms katholiek. Maar 1,5% is orthodox, maar dat is nog meer dan de 1% protestanten in dit land.

Het uiteenvallen van de christelijke kerk in een Rooms en orthodox gedeelte hing onmiddellijk samen met het uiteenvallen van het Romeinse rijk in het jaar 395. Naast het Romeinse Keizerrijk ontstond het Byzantijnse Keizerrijk (dat tot 1453 zou bestaan). Als direct gevolg hiervan groeiden de christelijke kerken in West  en Oost geleidelijk uit elkaar. In het Oosten werd het centrale gezag van de Paus in Rome niet langer erkend en nog vóór het officiële schisma in het jaar 1054 waren de kerken in het  Oosten en het Westen al behoorlijk verschillend. 

Kerkje bij Tokary, niet ver van Oekraïense grens

Hoewel alle orthodoxe kerken dezelfde onveranderlijke dogma’s volgen, zijn zij wel in nationale kerkorganisaties  georganiseerd. De Poolse orthodoxe kerk – Polski Autokefaliczny Kościół Prawosławny – is zo’n nationale zogenaamde autocefale orthodoxe kerk, die pas in 1924 werd opgericht om tegemoet te komen aan de wensen van de bewoners van de delen van Wit Rusland en de Oekraïne die na de Eerste Wereldoorlog bij Polen waren gekomen.

Meer over de orthodoxe kerk

Toen vlak na de eerste Wereldoorlog grote delen van de Oekraïne en Wit Rusland bij Polen kwamen, werd de orthodoxe kerk plotseling veel belangrijker en, na aanvankelijk verzet vanuit Rusland, mocht Polen in 1924 zijn eigen nationale (‘autocefale’) orthodoxe kerk stichten. Had ik in die tijd een fietstocht langs de Oostgrens van Polen gemaakt, dan had die tocht er wel wat anders uitgezien en was ik door vrijwel puur orthodoxe gebieden gekomen. Nu fietste ik in het echte grensgebied tussen Rooms katholiek en orthodox, eigenlijk ook op de grens van de invloedsferen van het West- en Oostromeinse (Byzantijnse) rijk, zie tekstvak.

 

Bij Zmijowska

Bij Radruż

Suszcza: Krzyże Przydrożne, zie ook deze pagina

Supraśl

 

  1. Fietsen in Polen
  2. Orthodoxe kerken in het Oosten
  3. Verdacht aan de buitengrens van de EU
  4. De Poolse taal in de praktijk
  5. Vogels onderweg
  6. Weerzien na 42 jaar
  7. De periferie van Europa

Voor mijn verhalen uit 2018 zie deze pagina.

 

Orthodoxe kruisen en het Kerkslavisch

Orthodoxe Kruisen

Je kunt die orthodoxe kerken meestal goed herkennen aan de wat Oosters aandoende daken en torens, eerder een barokke dan een gotische stijl. Zelfs de kleinste kerkjes verwijzen zo naar de grote oude Byzantijnse kerken, zoals de Aya Sofia (gebouwd als orthodoxe kerk, later omgebouwd tot moskee). Waar je het ook goed aan kan zien, is de vorm van de kruisen op de kerkhoven. Hoewel er nog verschillende smaken bestaan, is de grondfiguur van het orthodoxe kruis gelijk aan een Rooms katholiek kruis waaraan twee elementen zijn toegevoegd. Een kleine dwarsbalk boven de grote horizontale balk en een schuine balk onder de grote horizontale balk. De verschillende onderdelen verwijzen naar verschillende symbolen:

  • de verticale balk symboliseert de stamboom van de mensheid van Adam tot aan het einde der tijden;
  • de kleine horizontale balk symboliseert de onzichtbare wereld, de wereld der engelen;
  • de grote horizontale balk symboliseert de zichtbare wereld: de aarde, de mensheid;
  • de onderste balk is niet alleen een voetensteun, maar verwijst ook naar de twee rovers die ter weerszijde van Christus waren gekruisigd: de ene rover lasterde Christus (balk wijst naar beneden), de andere rover vroeg aan Christus hem te gedenken in zijn koninkrijk (balk naar boven). De balk geeft aan dat de mens door zijn daden of wel gered wordt of naar de hel afdaalt.

De Russisch orthodoxe kerk gebruikt dit achtarmige kruis sinds 1654 niet meer, maar heeft het vervangen door een zesarmig kruis.

 

 

Kerkslavisch

Genesis 1 in het kerkslavisch

Hoewel de orthodoxe diensten meestal wel in de taal van het land worden gehouden, zijn veel liturgische teksten en opschriften in kerken en op kerkhoven in het kerkslavisch, een literaire taal die werd ontwikkeld door byzantijnse missionarissen in de negende eeuw ter vertaling van teksten uit de Bijbel en andere religieuze geschriften. Een van die missionarissen was Cyrillus naar wie het in de tiende eeuw ontwikkelde ‘cyrillische’ alfabet is genoemd. Aan het Griekse alfabet is een aantal letters toegevoegd waarmee de slavische talen beter zijn op te schrijven. Het kerkslavisch is tot in de vroege 19e eeuw een algemene schrijftaal geweest.


 

In welke taal dit geschreven is, weet ik niet. Oekraïens?

 

Het kerkje bij Tokary

Noot

De officiële Russische versie van Genesis lijkt best nog veel op die oude versie in het Kerkslavisch:
1В начале сотворил Бог небо и землю. 2Земля же была безвидна и пуста, и тьма над бездною, и Дух Божий носился над водою. 3И сказал Бог: да будет свет. И сталсвет. 4И увидел Бог свет, что он хорош, и отделил Бог свет от тьмы.

 

Vogels onderweg

De vogels komen naar mij toe

Ik ben een luie vogelaar. Ik heb meestal geen zin om achter de vogels aan te gaan. Ze komen maar naar mij toe. Deze houding bespaart

Bij Białowieża

niet alleen veel kilometers. Het vogelen wordt er ook veel leuker door. Je rijdt niet achter een of andere internetmelding aan. De waarnemingen zijn onverwacht en soms volledig verrassend. In Polen reed ik zowel in 2018 als in 2019 door en langs de mooiste natuurgebieden. In 2018 was het vooral het nationale park van de Biebrza. Nu reed ik niet alleen door de bossen van Białowieża (vlakbij het beroemde oerbos), maar ook door prachtige gebieden in andere gedeelten van de Pools-Witrussische en Pools-Oekraïense grens.

Leeuweriken, vinken en grauwe klauwieren

Het meest nog genoot ik van de zang van veldleeuweriken van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat bijna overal langs de route. Soms kostte het even moeite om ze hoog in de lucht boven de bouwlandjes met klaprozen en korenbloemen te ontwaren. Maar dat waren natuurlijk lang niet de enige zangers.

Grauwe klauwier

Vrijwel overal maakten de vinken behoorlijk wat lawaai. Ze zouden die vinken best wel wat zachter kunnen zetten, dacht ik soms. Ook heel veel witte en gele kwikstaarten, zwarte roodstaarten , geelgorzen, roodborsttapuiten, groenlingen en af en toe een kneu of een paapje. In de bossen veel bonte spechten en hier en daar een groene specht. De zwarte specht zag ik vorig jaar wel maar dit jaar niet. In de rietvelden natuurlijk rietgorzen, rietzangers en zowel kleine als grote karekieten. Bovendien regelmatig bruine kiekendieven en buizerds en een keer een zwarte stern. Twee keer zag ik een mooie hop en één keer vloog er een ongelooflijk gele wielewaal door mijn beeld.  Natuurlijk zag ik ook veel zwaluwen (boeren-, huis- en gier-). De grauwe klauwier was op veel plekken heel algemeen. En laat ik het klapperen van de overal aanwezige ooievaars niet vergeten.

Grijskopspecht en Oehoe

Als ik me voor een speciale excursie in Białowieża  had opgegeven, stonden wellicht de witrugspecht en de middelste bonte specht op mijn lijstje, maar ik was al lang tevreden met een toevallige ontmoeting met een grijskopspecht. Eerst dacht ik een groene specht te zien, maar er klopte van alles niet aan dat beest. Het was een prachtige grijskopspecht ergens in de bossen aan de Oekraïense grens.

Mijn meest bijzondere waarneming was vanaf dat zelfde fietspad vlakbij de grens. Ik kwam rustig aanfietsen. Een bospad was afgesloten met een slagboom. Op één van de palen waarop de slagboom rustte zat een gigantische uil, zeker 80 cm hoog, onmiskenbaar een oehoe. Ik probeerde zo min mogelijk geluid te maken, haalde voorzichtig mijn camera uit het tasje, keek nog eens en weg was hij. Ik had niets gehoord, maar het is bekend dat uilen volledig geruisloos kunnen vliegen. Hij was zo stil weggevlogen dat ik mij afvroeg of hij er echt wel geweest was…

Ooievaars in Polen

Natuurlijk zijn de grijskopspecht en vooral de oehoe heel bijzondere waarnemingen, maar als ik aan de vogels van Polen denk, dan hoor ik vooral het lied van de leeuweriken en zie ik de ooievaars in de boerendorpen.

 

 

 

    1. Fietsen in Polen
    2. Orthodoxe kerken in het Oosten
    3. Verdacht aan de buitengrens van de EU
    4. De Poolse taal in de praktijk
    5. Vogels onderweg
    6. Weerzien na 42 jaar
    7. De periferie van Europa

Voor mijn verhalen uit 2018 zie deze pagina.

 

Weerzien na 42 jaar

Andere tijden

De vakantie met Hanneke van der Tak

Het waren wel andere tijden toen ik in 1977 voor het eerst naar Polen ging. In maart van dat jaar was ik afgestudeerd in de Scheikunde en had geen idee hoe mijn leven zich verder zou ontwikkelen. Polen bevond zich nog met zijn buren Oost Duitsland en Tsjechoslowakije achter het IJzeren Gordijn en de Sovjet-Unie begon aan de Oost- en Noordgrens van Polen. Ik woonde samen met Hanneke van der Tak. Het jaar voor mijn afstuderen waren we in Westelijke richting naar Schotland en Ierland gereisd en het zal wel mijn idee geweest zijn om ook eens in het Oosten te gaan kijken.

Mijn herinneringen uit die tijd zijn niet zo erg betrouwbaar, maar ik herinner me dat het een leuke en avontuurlijke vakantie was waarin we in rammelende bussen en in eindeloze stoomtreinen hebben gezeten, vieze maar ook mooie steden hebben bezocht, platgebombardeerd in de tweede Wereldoorlog, maar daarna steen voor steen weer opgebouwd. We reisden per trein naar Warszawa en vandaar vooral naar het Zuiden via Kazimierz Dolny naar Przemyśl en nog verder naar Ustrzyki Dolne en dan naar het Westen naar Kraków, Wrocław en via Milicz naar het Noorden om vanaf Poznań weer terug te reizen.

Een kapot en arm land

 

Stoomtreinen bij Jarosław
Uitzicht uit de trein bij Katowice

Het platteland was nog heel erg primitief. Overal in de dorpen boerenkarren met paarden. Ook paarden voor de ploeg op het land. De steden waren vies, vooral door de slechte motoren van de auto’s en het slechte onderhoud van wegen en gebouwen. Nog smeriger waren de spoorwegemplacementen en met steenkoolafval vervuilde industrieterreinen.

Er stonden op veel plekken lange rijen voor winkels als er eens vlees te koop was. Andere winkels waren leeg of vol met spullen waar niemand behoefte aan had.

Veel plezier voor weinig złoty’s

Modezaak in Przemyśl

Voor ons waren de maaltijden en de drankjes in restaurants en op terrassen spotgoedkoop, maar vaak waren de met ouderwetse machines in paarsblauwe letters gestencilde spijskaarten al voor de helft doorgestreept. Als je iets wilde bestellen, noemde de ober eerst een hele lijst op van wat er niet meer was: “nie ma”, het is er niet. In die tijd was er een verplicht bedrag om per dag te wisselen aan Poolse złoty’s, maar het was soms moeilijk dat op te krijgen.

Hanneke en Reinier (augustus 1977)

Voor Hanneke en mij was dit rare Polen vooral een avontuur en we bekommerden ons meer om ons eigen plezier dan om de problemen van de mensen daar en dat lukte bijzonder goed.

Door de Sovjetunie

Een van de meest interessante treinreizen tijdens die vakantie was van Przemyśl naar Ustrzyki Dolne. Na de eerste Wereldoorlog liep de Poolse grens een stuk Oostelijker dan na de Tweede Wereldoorlog met als gevolg dat de spoorweg naar Ustrzyki sindsdien een stuk door de Oekraïense Sovjetrepubliek (via Khyriv) liep.

Het ritje door de Sovjetrepubliek Oekraïne

De Poolse trein reed wel over dat spoor maar er kwamen zwaar bewapende militairen op de trein om te voorkomen dat er mensen tijdens de rit door Sovjetgebied in of uit zouden kunnen stappen. Deze verbinding door de Oekraïne werd pas in 1995 opgeheven.

Weerzien

Na 42 jaar ben ik weer in het Zuidoosten van Polen en ik loop door Przemyśl waar ik – nog steeds voor weinig geld – een mooi appartement gehuurd heb. Dezelfde kerktorens zie ik nog als op de oude vergeelde dia’s, maar wat heeft deze wereld nog met de wereld van 1977 te maken? De treurige winkeltjes van toen zijn vervangen door ketens als MediaMarkt en Tesco. Op mijn  kamer kijk ik via mobiel internet naar een Netflix-film en stuur de foto’s van 20 minuten geleden via WhatsApp of Telegram naar familie en kennissen, terwijl ik nog even via Facebook een avondmaaltijd aanvraag bij de volgende Agroturystyka. In 1977 was ik een net afgestudeerde student zonder enige werkervaring en zonder enig idee over de toekomst. Mijn leven is sindsdien even radicaal veranderd als het land waar ik in 2019 doorheen fiets. Hanneke en ik gingen na 1977 onze eigen weg en hebben er allebei iets moois van gemaakt. Vanuit mijn appartement in Przemyśl denk ik nog even aan die goede oude tijd, maar van mij mag het gewoon 2019 zijn.

Przemyśl 1977

Przemyśl 2019
P.S. In 1978 ben ik samen met Ton Ceelen in Polen geweest. In december 1979 zocht ik nog een vriendin in Gdańsk op. Daarna zou het bijna twintig jaar duren voordat ik er weer eens was. Voor het eerst was dat in 1998 toen we met de kinderen via Oostenrijk, Hongarije en Slowakije naar Zakopane en Kraków reden. Toen al kwamen we in een heel ander land dan ik nog uit de jaren 70 kende. In 2003 waren we met met het gezin in het Noordoosten van Polen met een klein uitstapje naar Litouwen. Afgezien van deelname aan een workshop in 2006 was mijn volgende bezoek pas mijn fietstocht in 2018.

Zie ook mijn blog uit 2018

  1. Fietsen in Polen
  2. Orthodoxe kerken in het Oosten
  3. Verdacht aan de buitengrens van de EU
  4. De Poolse taal in de praktijk
  5. Vogels onderweg
  6. Weerzien na 42 jaar
  7. De periferie van Europa

Pools praten in de praktijk …

Mówimy po polsku

In de zomer van 1977 ging ik met mijn toenmalig vriendin Hanneke van der Tak voor het eerst naar Polen. Rond die tijd begon ik ook de beginselen van de Poolse taal te leren uit het goed opgebouwde leerboek Mówimy po polsku (wij spreken Pools). Een kennis smokkelde mij het talenlab van de Leidse universiteit binnen waar ik verschillende lesjes met bandrecorder en koptelefoon doornam. Dat ik bij het hardop herhalen van de Poolse zinnetjes zoals Moja siostra ma miłego psa – mijn zus heeft een aardige hond – ook het geluid van de hond nadeed, zal niet iedereen gewaardeerd hebben. Later in de jaren zeventig was ik regelmatig in Polen, ook om een Poolse vriendin op te zoeken. Een beetje Pools kon ik wel spreken, maar veel is het nooit geworden. Die taal is gewoon te moeilijk. Afgezien van de complexe grammatica met zeven naamvallen en eigenlijk vier geslachten (gezien het onderscheid tussen mannelijke personen en mannelijke voorwerpen), heel ingewikkelde werkwoordsvormen en een volledig ander gebruik van werkwoordstijden dan in het Nederlands, Engels of Frans, is de moeilijkheid in de eerste plaats dat bijna geen enkel woord op onze woorden lijkt. Je moet weten dat  ‘niedźwiedź’ een beer is en betalen ‘zapłacić’. Pas als je de meest voorkomende woordstammen, voor- en achtervoegsels kent, begint de taal iets vertrouwds te krijgen, eerder niet. Kortom, hoewel ik de grammatica al redelijk begreep, is mijn spreekvaardigheid meer dan dertig jaar op een absoluut beginnersniveau blijven hangen. Ik kende te weinig woorden.

Duolingo

Dit jaar dacht ik: nu of nooit. Als ik nu niet een stap verder kom, kan ik dat Pools wel vergeten. Op aanraden van een kennis die, omdat hij naar Hongarije verhuisde, snel Hongaars had geleerd via de app Duolingo, ben ik maar eens met Duolingo begonnen. De methode biedt een grote hoeveelheid lesjes aan die voor een deel gestructureerd zijn op basis van typische taalproblemen (enkelvoud-meervoud, tegenwoordige-verleden -toekomstige tijd, etc.) en voor een deel op praktische situaties (in huis, reizen, cultuur, eten en drinken, etc.).

Een van de duizenden opdrachten in Duolingo

Elk onderwerp bevat een reeks lesjes op vijf niveaus die je in die volgorde moet doorlopen. Onderwerpen onderin de lijst zijn pas toegankelijk als je onderwerpen boven in de lijst hebt afgerond. Ik heb tot dit moment (juli) 150 dagen lang elke dag minimaal vijf lesjes, vaak ook meer, gedaan en ik ben nu ongeveer op 80%. Door de eindeloze herhaling van steeds dezelfde en op elkaar lijkende zinnetjes, wordt de vergaarde kennis diep in je zenuwstelsel opgeslagen. Ik heb in deze vijf maanden zeker veel geleerd, maar ik ben nog steeds een beginner, vooral omdat ik nog veel te weinig woorden ken. Met de Poolse grammatica heb ik nauwelijks een probleem, maar ik vraag  me af hoe ver ik alleen op basis van duolingo gekomen zou zijn. Als je niets begrijpt van de verschillende verbuigingen van de verschillende geslachten en van het verschil tussen woorden met stammen op een harde dan wel op een zachte medeklinker, dan moet het wel erg moeilijk zijn om te weten dat het meervoud van ‘niedźwiedź’ (beer) ‘niedźwiedzie’ (beren) is, terwijl het correcte meervoud van ‘kot’ (kat) ‘koty’ (katten) is.

Pools praten

Ik heb met heel veel plezier met veel Polen gepraat, vooral met gastheren en gastvrouwen in de Poolse ‘agroturystyka’. Met mijn kennis van de telwoorden kon ik goed opscheppen niet alleen over het aantal kilometers dat ik gefietst had (‘osiemdziesiąt pięć kilometrów na rowerze’, 85 kilometer op de fiets), maar ook over mijn gevorderde leeftijd (‘mam siedemdziesiąt lat’, ik ben 70 jaar), waarop de gastvrouw vol ongeloof kon uitroepen dat ik dat zeker niet was, hooguit ‘pięćdziesiąt pięć lat!’ (55 jaar).  Van mijn kant kon ik de verhalen van de Poolse meneer en mevrouw goed volgen als de foto’s van de kleinkinderen in hun mooie kleren voor de eerste communie werden getoond op hun i-pad. We konden praten. Belangrijk was vooral mijn woordenkennis, niet of ik het juiste meervoud van ‘niedźwiedź’ wist. Op mijn vraag of er in de omgeving veel ‘niedźwiedz…..’ waren, kreeg ik als antwoord dat er vooral ‘wilki’ (wolven) waren. Natuurlijk maakte ik de ene grammaticale fout na de andere, maar dat was geen probleem. Als ik verder wil komen, moet ik drie tot viermaal zoveel woorden kennen.

Taal leren in drie weken. Bedrog.

Net zo min als je in drie maanden viool kunt leren spelen – reken 30 jaar – is het mogelijk om binnen een aantal weken een taal te leren. Op internet adverteren sites als ‘Babbel’ met het etaleren van overdreven verwachtingen: “Na slechts drie weken met Babbel konden deze gewone mensen gesprekken voeren in het Spaans”. Onzin natuurlijk. Na drie weken heb je het allerlaagste leerniveau bereikt waarbij je een aantal woorden en een beperkt aantal standaardzinnetjes kent. Eigen zinnen maken, kan je wel vergeten. De site ‘Fast Phrases’ maakt het nog bonter:  “… zal u de basiskennis van de taal naar keuze beheersen op ongeveer 10 dagen tijd …, … na nog eens twee weken zal u de taal beheersen op een gemiddeld gevorderd niveau”. Nog grotere nonsens.

Ik ben nu met duolingo opgeklommen van absolute beginner tot één niveau hoger. Met heel veel moeite kan ik zelf zinnetjes maken, maar ik ken nog steeds veel te weinig woorden. Ik maak eerst duolingo af en ga dan aan mijn woordenschat werken.

 

  1. Fietsen in Polen
  2. Orthodoxe kerken in het Oosten
  3. Verdacht aan de buitengrens van de EU
  4. De Poolse taal in de praktijk
  5. Vogels onderweg
  6. Weerzien na 42 jaar
  7. De periferie van Europa

Voor mijn verhalen uit 2018 zie deze pagina.