Strengen en Tengnagel op hun mooist

Niet alleen vogels

Arthur Staal en Lex Haemers (Tengnagel)

Goed initiatief van Arthur Staal en Lex Haemers. Zij stonden al vlakbij de fietsenstalling van de Strengen toen ik eraan kwam rijden. Het was bedekt weer maar niet koud. Ik maakte kennis met Lex, die over een ongelooflijk brede en diepe kennis van de natuur in dit gebiedje bleek te beschikken. We liepen een stukje het pad langs de Zijl met het grote hoefblad en gingen ergens het struikgewas in en lieten ons allerlei bijzonders over planten, paddenstoelen en galwespen vertellen. Hij wees ons onder meer op moerasorchis, wilde bertram en koraalzwam.

Midden in het bos stond een schitterende kroontjesknotszwam. We beloofden de locatie met niemand te delen. Langs een pad aan de Oostzijde van de Strengen stonden tientallen paddenstoelen die met de houtsnippers schijnen te zijn meegekomen: hazenpootjes, verwant aan de inktzwam. Het gesprek ging over veel meer dan vogels, bijvoorbeeld over de problemen met de springbalsemien, over jongeren die vuren stoken, over lage waterstanden en botulisme.

Mooie Tengnagel

Tengnagel na de herinrichting

Met een omweg kwamen we tenslotte op de Tengnagel. Het is spannend wat hier na de herinrichting – met name het graven van de  plasjes – gebeurt en staat te gebeuren. Geen verrassing maar altijd leuk waren de vele witte kwikstaarten die in de regel op de grens van land en water opereren. Gele kwikstaarten waren er niet en ook tapuiten leken weggetrokken te zijn.

Grote Canadezen

Brandganzen, grote Canadezen, krakeenden, kuifeendjes, futen, aalscholvers, meerkoeten en waterhoentjes waren er zoals altijd.

Toen we een oeverlopertje dachten te zien, bleek het toch een strandloper te zijn. We noemden hem eerst een krombekstrandloper maar bij nader inzien was het een juveniele bonte strandloper. Zelf ben ik niet zo’n soortenjager en het kan mij ook niet zo veel schelen. Het was een mooi vogeltje, hoe het ook heette.

Strandloper

Leuk waren een paar puttertjes op het einde van de Tengnagel. Hierna liepen we langs het strand – er waren sportieve zwemmers actief in het ijskoude water! – voorbij de plek waar de ijsvogelnesten waren naar het nieuw ontwikkelde gebied van de Strengen, waar een aantal plasjes zijn gegraven en waar het riet inmiddels behoorlijk hoog staat.

Goede ontwikkeling

Mijn scepsis over deze natuurontwikkeling neemt wel geleidelijk af, nu ik zie hoe de zaak zich ontwikkelt. De troosteloze vlakte wordt geleidelijk toch een mooi natuurgebied. Alleen het rare vogelkijkscherm staat er wat verloren bij. Daar is echt minder te zien dan op andere plekken. We keken naar plantjes, paddenstoelen en vogels. Af en toe liet de Cetti-zanger zich met zijn korte luidruchtige liedje horen. Eén keer zagen we hem tussen het riet wegvliegen.

Plotseling verscheen er een prachtige roofvogel. Nee, het is geen valk: mooie afgeronde vleugels en een lange staart, een sperwer. We liepen een stukje door en komen dan bij de ‘bak’. Volgens Lex heet dit stukje water vlakbij de molen zo. Ik ken het maar al te goed van mijn krooneenden en ijsvogels.  We hebben geluk. Toen kwam er een ijsvogel laag over het water aanvliegen. Hij ging maar heel even zitten, maar toen stond hij toch op de foto bij mij. Maar alsof dit niet genoeg is, kwam er een paar minuten later een grote  bruine gedrongen reiger over.

Het was een roerdomp. Daar had ik er nog nooit een gezien, maar nu zagen we hem van dichtbij. Hij maakte nog één rondje bij ons in de buurt en dan verdween hij richting Boterhuispolder. We maakten onze wandeling over de Strengen af en zagen nog een mooie gehakkelde Aurelia. Het pad langs het broekbos aan de Zijl blijft een van de mooiste stukjes van dit piepkleine natuurgebiedje. Ter hoogte van het nestkastje zeiden we tegen elkaar: daar zat de grauwe vliegenvanger een paar zomers lang. Misschien de komende zomer weer.

Vergelijk dit verslag (en de foto's) met het verslag uit april van dit jaar: https://blog2.rdeman.nl/naar-de-strengen-een-vogelmiddag/ 
Het gebied heeft zich echt positief ontwikkeld.

Ook Arthur Staal heeft op zijn website aandacht aan deze excursie geschonken, zie https://www.arthurstaal.com/index.php/strengenhoorn/25-strandlopertje-maar-welke.

_________

Fietsen langs de Oostzee

De reis en de fiets

Toch maar een weekje fietsen in Polen dit jaar, nu niet in juni maar in september. Om gezeur met fietsvervoer te vermijden had ik een fiets gehuurd in Międzyzdroje aan de Oostzee niet ver van Duitsland. Voor de treinreis op 15 september vond ik maar een nieuw woord uit: dagmerrie. Niet alleen uitgevallen treinen, gemiste overstappen, in één minuut naar een ander perron rennen, maar ook Duitse conducteurs die je in de restauratiewagen toeblaften dat je tussen twee slokken bier “die medizinische Mund-Nase-Bedeckung” weer moest aanbrengen. Het verontrustende was dat niemand lachte (behalve ik) als zo’n idioot zo tekeer ging.

Ik haalde op het nippertje mijn bestemming in Polen, waar het er allemaal veel relaxter aan toeging. De volgende dag stond mijn ‘rower trekkingowy’ voor me klaar, die ik per Facebook had gereserveerd voor €4,40 per dag. Een stevige fiets met brede banden, niet erg soepel schakelend, maar goed voor de niet altijd even goed verharde fietspaden.

Fietsen langs de haffenkust

De route was steeds Oost of Noordoost. Pas de laatste dag zou ik weer wat naar het Zuiden reizen. Helaas was na iets meer dan een dag fietsen de wind naar het Noordoosten gedraaid, waardoor ik vooral met tegenwind heb gefietst, wel goed voor mijn conditie.

Het begin was meteen schitterend door het Woliński Park Narodowy, een nationaal park op een eiland omringd door zee en binnenmeren, bekend om de grote concentratie zeearenden en de bizons die er gefokt worden. De zeearenden zag ik en ook een groep rode wouwen.

Na dit nationale park gaat het lange tijd langs de Oostzeekust. Het fietspad loopt kilometers lang een paar honderd meter van de zee door uitgestrekte bossen, die vooral uit grote dennen bestaan. Hier en daar is een overgang naar het niet al te brede strand dat meteen achter het bos begint. De ritten door het bos worden regelmatig afgewisseld door het bezoek aan talloze badplaatsen. Die bestaan uit eindeloze restaurants voor gebakken vis en pizza afgewisseld door pensions, appartementen en huisjesterreinen, niet bijzonder aantrekkelijk, wel handig als je wat wilt eten of drinken.

Op de landtong bij het Kopań-meer

Na iets meer dan twee dagen fietsen kwamen de leukste trajecten over de landtongen tussen de zee en de grote binnenmeren van deze ‘haffenkust’, zoals het Jamno-meer bij Mielno en het Kopań-meer voorbij Darłowo. Schitterend zoals je daar over een smalle strook land fietst met links uitzicht over de Oostzee en rechts uitzicht op het meer.  Bij niet alle meren is die landtong goed befietsbaar. In dat geval reed ik om het meer heen. Op het moment dat ik een paar kilometer van de kust het binnenland in fietste, kwam ik een heel andere wereld tegen, een wereld die ik kende van mijn andere Poolse avonturen, een wereld waar vrijwel niets is, alleen kleine winkeltjes, bijna geen restaurants, wel hier en daar een Agroturystyka, een boerderij die kamers verhuurt of hele huisjes voor minder €20 per nacht. De tweede en derde nacht sliep ik bij zo’n boerderij.

Erg veel contact met de Polen had ik niet deze vakantie. Het beperkte zich tot een praatje wanneer ik bij een hotel of een Agroturystyka aankwam (waar ik geen maaltijden heb gebruikt) en tot bestellen en afrekenen in restaurants en winkels. Dat ik Pools praatte, vonden de mensen nogal bijzonder.

Slowiński Park Narodowy

Aan het eind van de vierde dag kwam ik bij het prachtige Slowiński Park Narodowy aan, een van de mooiste natuurgebieden van Polen, bekend van zijn wandelende duinen, maar er is veel meer moois, zoals uitgebreide moerassen en meren met alle bijzondere vogels en planten die erbij horen. Het park is genoemd naar een volk dat hier vroeger woonde. Ik overnachtte in Kluki, dat eigenlijk één groot openluchtmuseum is van vakwerkhuizen van dat Slowiński-volk, in een klein huisje naast een boerderij.

Door modder en over oude spoorwegen

Het was goed dat ik niet verder was gefietst die avond, want wat ik de volgende ochtend tegenkwam, had met fietspaden niets te maken. De  ‘weg’ naar Skórzyno loopt door een moerasgebied. Ik las op een bordje dat ze het gebied natter aan het maken waren voor de bevers. Dat was te merken. Het pad bestond uit modderige graspollen en plassen.

Hier en daar waren houten vlonders neergelegd, maar die sloten nergens aan het begin en het eind op de modderige grond aan. Mijn gemiddelde snelheid daalde ver onder de 8 km/u. De rest van de dag was minder moeilijk. Ik fietste ten Zuiden van het Łebsko-meer naar Łeba en verder. In 2003 waren we er met het gezin geweest om naar de wonderlijke duinen te kijken. Na Łeba fietste ik ten Zuiden van het volgende meer  (Sarbsko) en vandaar weer naar de kust. Voordat ik bij mijn eindbestemming Białogóra aankwam, ging de tocht door een prachtig bos. De lage avondzon scheen door de dennenbomen. Overal kwamen de paddenstoelen uit de grond. Het was herfst geworden.

Fietsen als een trein

De laatste fietsdag ging alleen het eerste stukje nog door het bos. Daarna beheerste uitgestrekte stukken bouwland het beeld. Een mooie verrassing was het prachtige fietspad over de oude spoorlijn Krokowo-Swarzewo. Aan het eind hiervan kwam ik bij de baai van Gdańsk uit. Aan de horizon was de grote landtong naar Hel tegenover Gdynia te zien. Vanaf hier ging de route niet meer naar het Oosten, maar naar het Zuiden, eerst naar Puck en dan naar Gdynia. Puck is een aardig provinciestadje met marktplein (Rynek) zoals veel Poolse plaatsen.

Einde van de fietstocht

Vanaf hier fietste ik naar Gdynia. Het was even schrikken toen ik de flatgebouwen, havens, spooremplacementen en fabrieken naderde. Door een navigatiefout kwam ik nog bij een opslagplaats voor containers terecht. Toen een soort heftruck met zo’n container in mijn richting begon te rijden, maakte ik rechtsomkeert en vond een goede route naar het station van Gdynia, waar ik op de trein naar Gdańsk stapte.

Na een bezoek aan Gdańsk nam ik de trein terug, niet naar Leiden, maar naar het beginpunt van de fietstocht, Międzyzdroje, om mijn fiets in te leveren. Toen de jonge vrouw van de fietsenwinkel mij aan zag komen, moest ze hard lachen en zei in het Engels: “You made it, you are back, you are still alive!”, alsof ze het niet kon geloven.

Pas de volgende dag reisde ik terug naar Leiden, zonder fiets. Alweer grote vertragingen en andere ergernissen, maar om 23:15 was ik thuis.

Meer over fietsen in Polen op de volgende pagina.
Fotoalbum op deze pagina (wachtwoord vereist)

____

 

 

Sam en Moos en Corona

1965

Sam loopt door Amsterdam. Op een bepaald moment komt hij bij het Centraal Station, waar al die tramhaltes zijn. Dan zie hij plotseling Moos gebukt lopen, vlakbij de halte van de tram naar het Leidse Plein. “Dag Moos”, zegt hij, “Wat ben jij hier aan het doen?”. “Ik zoek mijn horloge, het was een hele dure. Ik heb hem nog van mijn vader gekregen. Zonde dat ik hem kwijt ben”, zegt Moos. Sam: “waar ben je hem dan verloren?”. “Niet hier”, antwoordt Moos meteen, “ik ben hem midden in de Jordaan kwijtgeraakt, niet eens zo ver van mijn huis.” Sam begrijpt er niets van en vraagt: “waarom zoek je daar dan niet?”. Moos antwoordt meteen: “Hier is veel beter licht. Bij mij in de buurt is de verlichting veel te slecht. Daar kan je geen hand voor ogen zien!”.

2024

Sam heeft het geschopt tot premier van Nederland. Hij leidt een vreemde coalitie van VVD, Christenunie en een paar linkse partijen. Moos is Minister van Gezondheid en verantwoordelijk voor het beheersen van de zesde Coronagolf. De ziekenhuizen puilen uit van de patiënten en er worden nieuwe maatregelen verwacht. Sam roept Moos bij zich: “Wat heb je voor nieuwe maatregelen gevonden?”. “Tja”, zegt Moos zonder enig enthousiasme, “we gaan een betere kwaliteit mondkapjes voorschrijven, het maximaal aantal deelnemers bij concerten tot 20 verminderen, alle winkels tot een klein maximum aantal klanten per uur verplichten en de minimale veilige afstand wordt 3 meter 25”. “Zo, zo, en je denkt dat dat echt werkt?”.  “Nee, natuurlijk niet. Onder ons gezegd, het maakt geen fuck uit. Maar het klinkt wel goed”. Sam is niet echt tevreden met dit antwoord: “Kan je niet beter zorgen dat mensen, die zich vrijwillig niet inenten, een hogere verzekeringspremie moeten betalen, bijvoorbeeld?”. Moos: “Natuurlijk. Dat zou het probleem binnen een maand oplossen, maar binnen de Nederlandse verhoudingen is dat een duistere oplossing, die niemand wil zien en dus ook niemand ziet. En je moet alleen maar zoeken naar wat je kunt zien, weet ik uit jarenlange ervaring.”

Hondhaving

Honden in de natuur

Tja, natuur en honden gaan niet altijd goed samen. De trouwe viervoeters verstoren vogelnesten en jagen allerlei dieren de stuipen op het lijf. Veel natuurgebieden zijn daarom verboden voor honden, soms alleen in de broedtijd, soms het hele jaar. Elke natuurliefhebber weet dat zich niet alle honden, dat wil zeggen hun baasjes, zich daaraan houden. Hier drie anekdotes.

Ja, ik weet dat het hier niet mag

Ik loop voor de zoveelste maal het wandelingetje door het stiltegebied van Koudenhoorn langs het water van de ijsvogels, een rondje door de rietvelden en dan weer terug langs de ijsvogels. Er staan daar twee bankjes opgesteld, waar ik soms meer dan het uur over het water zit te turen en tegelijk mijn taalcursussen doe en Whatsapp controleer op mijn telefoon. Op de terugweg zit er op het eerste bankje een man en er ligt een hond naast hem.

Ik: Mag ik u iets vragen?

Baasje: Gaat uw gang.

Ik: Weet u dat het hier in het stiltegebied van Koudenhoorn verboden is voor honden? Het is hier namelijk een natuurgebied waarvoor strikte regels gelden. Honden mogen op andere stukken wel, niet hier.

Baasje: Ja dat weet ik. Maar mijn hond doet helemaal niets. Hij verstoort echt de natuur niet.

Ik: Sorry, dat denkt u misschien maar veel dieren zien dit anders. Een hond is hier altijd een verstoring.

Baasje: [kijkt strak voor zich uit en zegt niets]

Ik: Dus als ik het goed begrijp lapt u de regels gewoon aan uw laars. Maar die regels gelden ook voor u. Zou u niet ergens anders naar toe kunnen gaan?

Baasje: Dat klopt, maar ik blijf gewoon hier.

Ik loop weg en zeg nog een paar dingen die ik beter niet had kunnen zeggen en die ik niet gezegd had als daar een gevaarlijke hond had gelegen.

Eigenlijk is dit geen echt leuk verhaal. Leuker is de volgende anekdote.

Ik heb die hond geleend

Iets eerder dit jaar liep ik een rondje over de Strengen. De Strengen heeft sinds een paar maanden wel een heel complex honden-regime. Sommige gebieden streng verboden, sommige volledig toegestaan, sommige toegestaan voor aangelijnde honden.

Ik loop over het pad voor aangelijnde honden en kom een man en een vrouw mét hond tegen: niet aangelijnd. Het gesprek ging als volgt.

Ik: Mag ik u iets vragen?

Baasje: jazeker, waar gaat het om?

Ik: Wist u dat alle honden in dit gedeelte van de Strengen aangelijnd moeten zijn? Anders mag u hier met honden niet komen.

Baasje: ja, dat is ons geloof ik wel bekend, maar we laten hem toch maar lekker loslopen.

Ik: betekent dit dat u de regels gewoon negeert en doet waar u zin in heeft? Dit is een natuurgebied waar u zich wél aan de regels dient te houden.

Baasje: Tja, dat is misschien wel zo, maar hier ligt het wel anders. Deze hond is namelijk helemaal niet van ons! We hebben hem van vrienden geleend, ziet u…

Ik: [verbaasd weet ik niets uit te brengen]

Zou die man ook denken dat hij met de auto van zijn vriend 100 km per uur in de bebouwde kom mag rijden?

Maar soms worden hondenbezitters door anderen beschuldigd dierenleed te veroorzaken door zich juist aan de regels te houden. Zie het verhaal van mijn broer Huibert (met toestemming overgenomen van  https://huibertdeman.nl/wp/2021/10/02/kant-en-de-leenhond/)

Kant en de leenhond

door Huibert de Man

Met een geleende hond loop ik regelmatig door de ‘natuur’ of wat daar in ons dichtbevolkte Brabant voor doorgaat. Ik weet dat een hond bijna nergens los mag lopen, behalve op speciaal aangewezen losloopveldjes. Soms houd ik me aan dit verbod, vaak ook niet. Als echte Nederlander vind ik dat ik de zin van de regels zelf mag beoordelen.

Laatst liep ik door het bos bij Heeze met de lease-viervoeter. Aangelijnd, want ik was hem er een keer kwijtgeraakt toen die zijn instincten en een ree volgde. Een uur wachtte ik, fluitend en roepend, tot er iets modderigs en drijfnats uit de struiken kwam. De hond dus. Het leek me niet goed voor de natuur als honden er op reeën gaan jaren. Voortaan liet ik hem aangelijnd in dit gebied.

Op een woensdagmiddag liep ik er weer, brave hond aan de lijn en verder volledig onder de controle van mijn stem (maar die is op meer dan 10 meter niet meer effectief, vandaar de lijn). Er kwam een kwieke zestigplus-dame mij tegemoet gelopen. “Zou u die hond niet beter los kunnen laten lopen?” zei ze toen ze dichtbij was, “dat is toch veel fijner voor de hond. Ik had ook zo’n soort hond en ik weet wat die honden nodig hebben.”

Ik voelde me aangevallen en schoot meteen in de verdediging: “Mevrouw, u weet toch dat het in dit natuurgebied verboden is om honden los te laten lopen?”. Ik wilde ook nog iets zeggen over mijn negatieve ervaring uit het verleden in dit bos, maar daar kwam ik niet aan toe. Mevrouw was al in de tegenaanval: “Houdt u zich altijd aan de regels”, met een afkeurend gezicht van “bent u er zo eentje?”.

Dit werd een onmogelijke discussie, waarin ik met het categorische imperatief van Emmanuel Kant in mijn achterhoofd het nut van algemene regels en democratisch afgesproken wetten en verordeningen probeerde te verdedigen. Daarmee maakte ik weinig indruk. Ik bleef de beklagenswaardige figuur die zich achter regels en wetten wilde verschuilen en daarmee zijn (geleende) hond onrecht deed.

____

Een huisje in Bourgogne

Het huis van Charlotte

Niet lang voor ons vertrek naar Frankrijk was het dan toch gelukt een huisje in Bourgogne te huren. Alles was al verhuurd op de verschillende websites die ‘gîtes’  op het Franse platteland aanbieden. Dan maar even AirBnB geprobeerd: bingo, we vonden nog een huisje. Beter: we vonden een groot huis, een verbouwde boerderij, met drie slaapkamers, twee badkamers, een gigantische zitkamer en een voor 12 personen ingerichte woonkeuken, in het gehucht Chalvron, iets meer dan 15 km van Vézelay.

Het huis in Chalvron

Het huis wordt beheerd door de Engelsman Robert, die 15 meter verder aan dezelfde straat een huis bezit. Het is eigendom van zijn in de Verenigde Staten wonende dochter Charlotte en haar man William.Het staat vol met de oude en soms heel persoonlijke spullen van de familie. Je bent in het huis van iemand anders.

Kamers

De woonkeuken

Het oude woongedeelte is tot  keuken omgebouwd en van de schuur heeft hij een gigantische meer dan 10 meter hoge zitkamer gemaakt. Twee slaapkamers en een badkamer komen uit op een balustrade die op de zitkamer met zware fauteuils en zelfs een piano uitkijkt. De kamer is zo groot dat er versieringen als een volledige roeiboot en een groot tapijt aan  de muur konden worden gehangen.

De zitkamer: gezicht vanaf de balustrade

Onze slaapkamer en badkamer bevond zich boven de keuken. Ook die slaapkamer had geen gebrek aan ruimte. In een nis vlak onder het dak stond als versiering een verzameling oude voorwerpen zoals een oude kinderwagen, en – last but not least – een historische motorfiets. In de ruime badkamer was er genoeg ruimte voor een grote naaimachine.

Chalvron

Uitzicht vanaf de kerk bij Chalvron

Chalvron is een gehucht van niets aan de rand van de Morvan in Bourgogne. Het is een aangenaam glooiend landschap. De bergen zijn nergens hoog, maar overal kronkelen de vaak steile wegen langs heuvels en riviertjes. Ik was blij dat ik hier niet hoefde te fietsen. Niet ver van Chalvron is het wereldberoemde Vézelay, maar het voordeel van  Chalvron is de totale afwezigheid van toerisme. Er is daar niets, niet eens een bakker.  De bakkerij ligt op 10 km afstand in het plaatsje Saint-Père, maar helaas was de bakker net overleden. Tijdelijk was er aan de overkant van de weg bij de ‘Vival’ brood te krijgen. Daar reed ik elke ochtend dan maar even heen. Onderweg kon ik dan even mijn WhatsApp en e-mail controleren, want in ons huis was geen internet en ook geen mobiel bereik.

De kerk van Saint-Aubin-des-Chaumes

Een van de mooiste plekjes bij Chalvron is de kerk uit de 15 eeuw van Saint-Aubin-des-Chaumes op heuvel met mooi uitzicht over het bourgondische landschap. Je kunt er wandelen. Verder is er niets te doen.

Robert

Robert, onze gastheer, is een excentrieke Engelsman uit Oxford. Hij houdt van praten en elke keer dat we hem tegenkomen, doet hij dat ook voluit. Zelf hoeven we niet veel te zeggen. Wij horen veel over zijn uitgebreide familie en over zijn hobby’s zoals het opknappen van oude auto’s, waarin hij ook regelmatig rijdt. Ook vertelt hij amusante verhalen over merkwaardige mensen die in Chalvron wonen. Hij vertelt over interessante gasten, zoals een volledig a-capella koor dat het huis als oefenruimte gebruikte. Bij een huisconcert konden de luisteraars op de balustrade bij de slaapkamers naar de mooie koormuziek luisteren. Hij knapt nog een paar fietsen voor ons op, waar we tenslotte niet op rijden: te slecht weer. Hij helpt ons met het perfect aanmaken van de gerieflijke houtkachel die in onze zitkamer staat. Hij wijst ons er met klem op dat we geen fruit in op de tafel of de grond mogen laten liggen om geen ‘lérots’ aan te trekken. Wij weten niet wat dat zijn. Hij beschrijft ze als een soort muizen met grote oren en ogen en een lange staart. Pas later zullen wij begrijpen wat hij daarmee bedoelde.  Zie daarvoor dit verhaal. 

____