Naar de slaapbomen

De veranderende natuur

Het klimaat verandert. De landbouw verandert. De steden veranderen. De natuur past zich aan. In hoog tempo verdwijnen vertrouwde planten en dieren. In hoog tempo komen er nieuwe planten en dieren uit andere streken bij. Ik kan me nog herinneren dat er in de  jaren vijftig over het schoolplein in Ede  kuifleeuweriken hipten. Voor zilverreigers moest je in die tijd nog naar Zuid Frankrijk en als we in de jaren zestig een keer een krakeend in bij de bijna drooggelegde Flevopolders zagen zwemmen, was dat de waarneming van de dag. Sommige soorten die nu in grote getale stad en land bevolken, worden officieel als invasieve exoot bestempeld: soorten die minder recht op overleven schijnen te hebben en zo nodig bestreden moeten worden. Zie hier voor de officiële definities.

De halsbandparkiet, ooit ontsnapt uit volières, is zo’n invasieve soort die zich razendsnel als broedvogel vooral in het Westen van Nederland verspreid heeft. In 2022 waren er zeker al 22.000 exemplaren in Nederland, een verdubbeling in 10 jaar. Toplocaties zijn Amsterdam, den Haag en Rotterdam. Maar ook Leiden/Leiderdorp heeft belangrijke, en groeiende, populaties: in december 2021 toch zeker 1650 stuks. Halsbandparkieten slapen in het late najaar en de winter met grote groepen in bomen. Vaak komen de parkieten uit de wijde omgeving naar zo’n boom of bomengroep waar niet zelfden meer dan duizend stuks de nacht doorbrengen. SOVON, de Stichting Vogelonderzoek Nederland houdt de ontwikkeling van de parkieteninvasie al een aantal jaren in de gaten door het tellen van het aantal op de slaapplaatsen. Ik heb actief aan de telling van 2021/22 meegewerkt en ben nu ook betrokken bij de telling van 2024/25.

Tellen bij Topaz

In december 2021 ging ik onder leiding van Ron Mes voor het eerst parkieten tellen. Na een korte telinstructie  bij Laan van Ouderzorg in Leiderdorp ging ik maar eens kijken of de van vorige jaren bekende telplek bij het Topaz-verzorgingshuis bij de Willem de Zwijgerlaan nog in gebruik was. En ja hoor, er overnachtten daar in twee bomen honderden lawaaiige halsbandparkieten. Ik kon er gemakkelijk van mijn huis naar toe fietsen.  Ik telde er toen rond 600, die even voor zonsondergang kwamen aanvliegen en even na zonsondergang rustig werden. Ik had alleen twee vragen: ten eerste: waar kwamen ze allemaal vandaan? Ten tweede: waren er in Leiden nog meer zulke slaapplaatsen? We kenden al een grote slaapplaats bij de Lammenschansweg, maar waren er nog meer? Om beide vragen te beantwoorden ben ik in december voortduren achter groepjes parkieten aan gefietst. De slaapplaats bij het verzorgingshuis bleek te worden bevolkt door parkieten uit een groot deel van Leiden en waarschijnlijk ook Warmond. Slaapplaatsen die ik meende te ontdekken bij de Hortus van Leiden bleken slechts verzamelpunten te zijn voor parkieten die toch daarna naar ‘mijn’ telplek  (Topaz) doorvlogen.  Na meer dan honderd kilometer achter deze lawaaischoppers aan te fietsen vond ik toch geen  andere slaapplaatsen dan Topaz en Lammenschansweg. Voor een verslag van drie jaar geleden, zie deze pagina.

Het gesloten Parkietenhotel

Verzamelplek achter Topaz Rhynhof

Drie jaar gingen er voorbij en de halsbandparkiet-invasie was nog niet voorbij. Integendeel. Overal hoorde en zag je deze lawaaiige schepsels door de parken vliegen. Het waren gewone vogels geworden waar je normaal gesproken geen aandacht aan besteedt. Maar toch vond SOVON het tijd worden de invasie weer eens wat beter in de gaten te houden. Tijd voor een voortzetting van de parkietenpret van 2021!  Het leek mij eenvoudig. Tegen zonsondergang fietste ik op 18 november over de IJsselmeerlaan richting ‘Tuinvereniging Ons Buiten’ en vandaar  naar Topaz Overrhyn. En ja hoor, net als drie jaar geleden zaten de bomen aan de kant van het Noorderpark al vol schreeuwlelijken. Toen er op een bepaald moment een grote groep het verzorgingshuis overvlogen, verwachtte ik dat ze daar op hun bekende slaapbomen zouden landen. Maar nee, ze vlogen de flats over richting Willem de Zwijgerlaan. Toen was ik ze kwijt. Inmiddels was het donker geworden. Een dag later ben ik weer gaan kijken.

Zwerven door de verkeerschaos

Ik zag toen dat een grote groep het kruispunt met de Sumatrastraat bij de twee benzinestations overvlogen. Ik stond met mijn fiets achter een rood stoplicht te wachten. Ik was niet suïcidaal genoeg om de parkieten te volgen voordat het licht op groen sprong. Van parkieten heb ik weinig gezien die avond. Wel heb ik weer veel geleerd over de huidige verkeerschaos, vooral over het heterogene mengsel van fietsen met en zonder licht, bromfietsen, elektrische fietsen, elektrische bakfietsen en vooral ook fatbikes. Jongetjes van 14 jaar komen (telefoon in de linkerhand) aanracen op zulke gevaartes met de veel te sterke koplamp naar boven gericht zodat ze je nog eens extra kunnen verblinden. Ze vinden dat erg grappig.

Het leuke van de parkietenjacht is dat die precies samenvalt met het begin van de avondspits. Het verkeer is dan oorverdovend maar de parkieten kunnen er ook wat van. Hun schrille geluid komt moeiteloos boven de auto’s, bussen en de fietsenchaos uit. Prettig als je ze wilt volgen.  Een paar dagen later ging ik vóór de parkieten het kruispunt over en wachtte op de eerste groepen  die de Willem de Zwijgerlaan over vlogen.

Vanaf het Zuidelijke benzinestation vlogen ze naar de Zijl. Ik zag ze nog net de Zijl oversteken, richting de Praxis van Leiderdorp, maar ook deze keer raakte ik ze kwijt. Er zat niets anders op dan ze aan de overkant van de Zijl op te gaan wachten.  Dat deed ik een dag later en het raadsel werd opgelost. 

Parkieten in de vogelwijk

Net iets na zonsondergang kwamen er honderden de Zijl over vliegen, ook nu weer richting Praxis. Ze vlogen nog iets verder Leiderdorp in, maar niet helemaal tot aan Engelendaal. Ze volgden het water dat hier parallel aan loopt achter de grote flats die hier Schansen heten: Oosterschans, Houtschans, etc. Hier waren ze gemakkelijk te volgen. Eerst dacht ik dat de slaapplaats zich hier bevond, maar na een paar minuten zitten vervolgden alle groepjes hun weg naar de slaapplaats, die zich bij de Roodborststraat bleek te bevinden, niet ver de Houtkamp. Drie jaar geleden bevond die zich een kilometer verder bij de Laan van Ouderzorg. Daar bij de Roodborststraat was het weer een drukte van jewelste: een oorverdovend geluid van honderden roepende halsbandparkieten in drie of vier bomen.

Van een deel van deze misschien wel acht honderd parkieten wist ik waar ze vandaan kwamen, het Noorderpark, maar waar komen de anderen vandaan? Om dat uit te vinden heb ik nog heel wat kilometers in de avondspits tussen auto’s, fietsen en fatbikes doorgebracht. Moderne natuurbeleving. Ik ben eerst maar eens bij Witte Singel en de Hortus gaan kijken. Drie jaar geleden vlogen ze vandaar allemaal naar het Noorden, naar het Topaz-verzorgingshuis. Dat deden ze deze keer niet. Ze vlogen van het plantsoen naar de Hoge Rijndijk en richting Oude Rijn. Toen raakte ik ze weer kwijt. Maar toen ik nog een keer aan de Oude Rijn in Leiderdorp ging kijken, zag ik ze met honderden tegelijk uit de Leidse binnenstad komen. Ze vlogen niet naar de Lammenschansweg maar rechtstreeks naar de grote slaapplaats in Leiderdorp. Van mede-parkietentellers kreeg ik de informatie dat ze van de Rhijnhof richting Witte Singel vlogen en van de Leidse Hout (en waarschijnlijk ook uit Oegstgeest) richting Willem de Zwijgerlaan. Misschien kwamen ook de Warmondse parkieten daarheen. Het beeld werd duidelijk, één giga-slaapplaats in Leiderdorp. 

Het beeld eind december 2024

Generale repetitie

Het werd tijd om maar eens te gaan tellen als generale repetitie van de officiële telling van 21 december. Merkwaardig genoeg waren er niet méér slaapplaatsen gevonden dan die op de Roodborststraat. Met vijf man stonden we in de regen te wachten rond zonsondergang. Toen kwam er af en toe eentje aan vliegen, daarna groepjes van 10, 50, 100 en 150 tegelijk. Ze bleven eerst in een paar bomen op een paar honderd meter zitten om dan in grote groepen naar de bomen aan de Roodborststraat te komen. Ik had mijn auto daar eerst geparkeerd, maar ik had geen zin in een verplichte autowasbeurt de volgende dag. Ik heb hem maar 100 meter verder gezet. Onder de bewuste bomen was de straat wit van de parkietenstront. Wij telden op verschillende plekken waar je net iets andere parkieten zag aankomen. Iets meer dan een half uur na zonsondergang zaten de bomen vol en werd het geluid minder. Een optelsom van de verschillende tellingen, gecorrigeerd voor dubbeltellingen, leverde het indrukwekkende getal van 2400 halsbandparkieten op. Ik zat er wel behoorlijk naast met mijn oorspronkelijke schatting van 800! 

Première en tweede uitvoering

Het is een bekend verschijnsel bij concerten. Soms is de generale nog een puinhoop maar het concert is een groot succes. Maar het kan ook andersom. Een week na de generale repetitie staan de teller weer op hun posities te wachten op het aanvliegen van het lawaaiige parkietenvolk. Het is koud, het regent en er staat een bijna stormachtige wind. Iets na half vijf komen ze aan. Zoals de vorige keer blijven ze eerst in de bomen bij de koolmeesstraat zitten totdat ze in groepen het laatste stuk naar de Roodborststraat vlogen.  Een klein deel kwam uit de Nachtegaalstraat en ook behoorlijk wat uit de richting van de Houtkamp. Waarschijnlijk door de harde wind waren de vliegroutes onoverzichtelijk. Soms vlogen ze eerst over een flatgebouw heen om dan even later weer terug te komen. Soms leken ze te gaan zitten in de bomen op de eindbestemming maar vlogen toch weer door.

Het was weer een hels kabaal bij de bomen van de Roodborststraat, maar om kwart over vijf gebeurde er iets wonderlijks. Het leek of iemand de hoofdschakelaar omzette. Het was binnen een paar seconden helemaal stil. Geen parkiet meer te horen. Verhalen van de buurtbewoners dat de parkieten hun de hele nacht uit de slaap zouden houden, moeten wel met heel veel korreltjes zout genomen worden.

Toen de tellers hun resultaten vergeleken, was het moeilijk er een eenduidig beeld uit te destilleren. Schatting varieerden tussen 1500 en meer dan 3000. Middelen was een optie geweest maar daarover was geen overeenstemming te krijgen. In de levendige appgroep-discussie die hierop volgde, stonden kreten als ‘volledig onwaarschijnlijk’ en ‘totaal belachelijk’ en even leek het over vertrouwen en wantrouwen te gaan. Er was maar één oplossing: opnieuw! 

Een paar dagen later stonden wij met drie tellers opnieuw bij de parkietenbomen. Deze keer probeerden we heel precies de drie stromen aanvliegers uit elkaar te houden. Ook deze keer kwamen er erg veel uit de richting Koolmeesstraat, meer dan 2000. Het eindresultaat, meer dan 2800, leek nu plausibel. De hoge telling van de vorige telling leek toch zo slecht nog  niet. Maar het kan dat ik, zonder de professionele hulp van Ron, mijn parkieten toch wel iets te hoog heb ingeschat. Maar of het er nu 2500 zijn of 3000,  het blijven er erg veel.

Het derde concert

SOVON had voor 11 januari een tweede slaapplaatsentelling gepland. Omdat die dag slecht uitkwam, zouden wij op 10 januari gaan tellen. Het leek eenvoudig: gewoon de routine oppakken van onze telling bij de Roodborststraat. Maar even na nieuwjaar bereikte ons het bericht dat er toch weer parkieten waren gesignaleerd op een slaapplaats die in december nog verlaten was: Topaz Overrhyn . Ik ging op woensdag 8 januari daar maar eens kijken. Het leek eerst nogal rustig te zijn, afgezien van de honderden (duizenden?) kauwtjes, maar vanaf ongeveer tien over vijf kwamen ze in grote hoeveelheden aanvliegen. Een haastige telling leverde bijna 800 stuks op. Ik was blij dat ‘mijn’ slaapplaats weer bezet was en dat ik hier de officiële telling kon toen. Inmiddels was ook duidelijk dat de oude plek aan de Lammenschansweg weer beslapen werd.

We hadden plotseling drie slaapplaatsen te tellen, dachten we. Na wat heen en weer geapp, besloten we met vier personen in Leiderdorp te gaan tellen en met elk één teller bij de Lammenschansweg en Topaz Overrhyn. Die laatste teller was ik dus. Ik ging er op vrijdag 10 januari nog ruim voor zonsondergang heen. Dat was veel te vroeg. Er zaten in  bomen in de directe omgeving al veel parkieten. Het was koud en het regende een beetje. In de twee slaapbomen zat nog geen enkele parkiet. Blijkbaar wachten ze op elkaar voordat ze er vrijwel tegelijk naar toe gaan vliegen. Wat er wel zat, waren een paar duiven en een ekster. Er vlogen vrij veel kauwtjes tussen de bomen heen en weer.  Toen de zon al twintig minuten onder was, begon de grote verhuizing van de parkieten in de bomen vlakbij naar de twee slaapbomen. Het ging razendsnel. In een kwartier tijd telde ik er meer dan duizend in groepjes van 3, 5, 10,  20 en soms wel 60 of meer. 

Toen ik mijn onverwacht hoge aantal doorgaf aan de telgroep, bleek dat nu de parkietenslaapplaats in Leiderdorp verlaten was. Exact aantal parkieten: nul. Zelfs met mijn hoge aantal bij de Willem de Zwijgerlaan, leken wij nog zo’n 1700 parkieten te missen. Maar het bericht van de teller op de Lammenschansweg dat hij er daar 1720 geteld had, maakte het plaatje volledig duidelijk. Onze Leiderdorpse populatie van 2800 parkieten had zich gesplitst in twee groepen, één van ongeveer 1050 en één van ongeveer 1750. Hoe deze splitsing tot stand is gekomen, zullen we wel nooit weten. Misschien was er in Leiderdorp zoveel vuurwerk  dat de parkieten naar een andere plek zijn gegaan. Opvallend is dat ze naar die plekken zijn gegaan waar in vorige jaren al honderden/duizenden parkieten hebben geslapen. Bestaat die informatie in die groep? Zijn er leiders waar de andere parkieten achteraan vliegen? En hebben de leiders ‘besloten’ maar eens ergens anders de nacht door te brengen? We weten het niet en het is maar de vraag of je daar ooit achter komt.

De grote verhuizing: zelfde aantal, andere slaapplaatsen

Wat heb je aan zulke tellingen?

Als teller wil je er natuurlijk veel tellen, maar waarom eigenlijk? Moeten we wel blij zijn met zoveel halsbandparkieten? Het zijn natuurlijk invasieve exoten die mogelijk met waardevolle vogelsoorten zoals boomklevers en spechten concurreren. De schade schijnt nog mee te vallen, maar, als we er nu achter komen dat de schade toch aanzienlijk is, wat hebben we dan aan onze mooie tellingen? Weinig, neem ik aan. De halsbandparkieten zijn er en breiden zich uit. Ze terug stoppen in de kooitjes waaruit ze ontsnapt zijn, lukt natuurlijk niet. Ze afschieten (als je dat al zou willen) gaat evenmin. Bestrijding van invasieve exoten is een gevecht tegen de natuur. De winnaar van dit gevecht staat bij voorbaat vast. 

 

Een paar getallen

Het totale aantal halsbandparkieten in Nederland was in de jaren 2010-2015 rond 10.000. Toen er in 2021-22 opnieuw tellingen werden georganiseerd, was dit getal verdubbeld tot rond 20.000. Wat het dit jaar zal zijn, weten nog niet. 

Het totaal voor Leiden+Leiderdorp was in de tellingen van 2014-2015 nog onder de 1000. In 2021-2022 was het opgelopen tot 1650. Maar in Leiden zijn ze dit jaar (2024) verdwenen.

De ontwikkeling in Leiderdorp is interessant: van maximaal 101 in 2012-2013 naar 280 en 703 in de twee jaren daarna, 500 in 2021-2022, en meer dan 2500 in december 2024! De gigantische groei in 2024 is maar gedeeltelijk te verklaren uit het verdwijnen van de slaapplaatsen uit Leiden. 

Maar in januari 2025 is dit beeld weer totaal veranderd: alle halsbandparkieten uit Leiderdorp zijn weer naar Leiden verhuisd, verdeeld over twee slaapplaatsen. In Leiderdorp is het weer rustig.

De groei voor Leiden + Leiderdorp bedraagt ongeveer 70% in 3 jaar. Dat is bijna 20% per jaar.

 

Een prettige teleurstelling

De afgelopen weken ben ik op zoek geweest naar beelden van die rare natuur in mijn directe omgeving, ingeklemd tussen snelwegen, spoorlijnen, industrieterreinen en de laatste stukjes landbouw. Het resultaat viel niet tegen. Ik schoot mooie beelden van de treinen die langs de vogelplassen van de Polders Poelgeest razen en van de vrachtwagen die vlakbij het wulpenparadijs Munnikenpolder hun tank vol dieselolie gooien. Ik sloot het drieluik af met troosteloze beelden van de Nieuwe Driemanspolder met de Zoetermeerse skibaan en de flats van den Haag als achtergrond van grote groepen eenden, ganzen en meeuwen. Zie mijn vorige blog.

Maar ik wilde nog wel een gebied toevoegen aan mijn verzameling. Niet ver van Rotterdam verwachtte ik bij Eendragtspolder en Rottemeren minstens even troosteloze beelden te kunnen schieten. Het weer was gunstig: koude en grijze luchten voor een goede dosis somberheid. Vol verwachting stormde ik met ons autootje het Clausplein over en dan via Zoetermeer naar het Zuiden recht op de parkeerplaats af bij de Eendragtspolder met een mooie uitkijktoren op de Willem-Alexander-roeibaan. Ik was de enige bezoeker. In het onaangename weer liep ik, gewapend met twee camera’s en een verrekijker, langs de mooie vogelplas.

Eendragtspolder

Erg bijzonder waren deze keer de vogels niet afgezien van wat tafeleenden, kuifeenden, een enkele zilverreiger en de onvermijdelijke meerkoeten. De mist maakte het landschap niet lelijk. Integendeel, de vage contouren van de kolossale flatgebouwen van Rotterdam Nesselande hadden bij dit weer iets moois. Ze leken de ongewone rust te onderstrepen in dit gebied niet ver van een van de drukste steden van Europa. Verkeer was er nauwelijks. Af en toe vlogen er groepjes eenden over en de meeuwen op een bouwland achter de dijk profiteerden van het werk van een tractor.  

 

Na mijn bezoek aan de Eendrachtspolder en de roeibaan reed ik een stukje naar het Zuiden om daar bij de Zevenhuizer plas aan te komen. Ik dronk een kopje koffie bij de aan de strandweg gelegen Pannenkoe. Ik vroeg aan het meisje van de bediening waar de WC zich bevond: “Ga de deur in waarop Stieren staat”. Een pannenkoekenrestaurant rond het thema koe en stier. Leuk.  Van hier zie je weer dezelfde hoge flats als vanaf de Eendragtspolder. Ze staan niet ver van  het strand van Nesseland aan overkant van de plas.

Ik wilde hierna nog even aan de andere kant van de Rotte gaan kijken. Met de fiets had ik het bruggetje bij Vijfhuizen kunnen nemen. Met de auto moest ik helemaal via Terbregge (Rotterdam Alexander) rijden, meer dan 15 km langer. Na mijn kleine uitstapje naar Rotterdam reed ik dan aan de andere kant van de Rotte naar het Noorden, vooral over de slingerende Rottebandreef, waar hard rijden vrijwel onmogelijk wordt gemaakt door een overdaad aan verkeersdrempels. Langzaam gaat de stad hier in een iets landelijker omgeving over, waar ook de beter gesitueerde Rotterdammers hun optrekjes hebben gebouwd. Het werd steeds mooier en steeds rustiger. Ik parkeerde op een parkeerplaats aan de Rottemeren. 

Herfst bij de Rottemeren

Ik wandelde een stukje langs een van de meertjes: mooie herfstkleuren aan het mooie water, een idyllisch bruggetje en tenslotte over de Rottedijk naar het kunstwerk ‘Ritme van drie’ van Lon Pennock, drie identieke gebogen metalen (?) vormen. Op het bordje bij het kunstwerk kan je zien wat het allemaal moet betekenen: de harmonie van de elementen land, lucht en water en ook nog de gebogen houding van havenkranen of reigers. Altijd mooi zo’n verklarende tekst erbij. Vanaf het kunstwerk heb je mooi uitzicht op de molen aan de overkant van de Rotte: de Eendragtsmolen. Ik was dus weer heel dicht bij het begin van mijn expeditie naar dit gebied.

Ritme van drie en de Eendragtsmolen

Bibberend van de kou at ik mijn brood op een bankje bij het kunstwerk en dronk er een warme kop koffie bij uit mijn thermosfles. Door het mooie parklandschap liep ik terug naar de parkeerplaats. Ik moest concluderen dat mijn expeditie mislukt was. Ik was op zoek naar weer een toppunt van lelijkheid, van schreeuwende contrasten tussen betonnen steden, razende snelwegen en wat er van natuur is overgebleven. Die lelijkheid had ik niet gevonden. De flats bij Nisselande waren bijna mooi en ik heb genoten van de weldadige rust in dit gebied. Een teleurstelling: ik heb niet gevonden wat ik zocht, maar deze teleurstelling was best wel prettig.

Rotte – Willem Alexander baan – Eendragtspolder – Zevenhuizer plas

_____ 

Natuur tussen flats en snelwegen

Polders Poelgeest

Hier in het Westen van Nederland zijn prachtige natuurgebieden, dat wil zeggen: gebieden waar de mooiste en soms zeldzaamste dieren en planten te vinden zijn. Maar denk bij natuur hier niet aan romantische wildernis als eenzame heidevelden, uitgestrekte bossen of door zeewater omspoelde zandbanken. 

 

Op de slaapplaats in de Munnikenpolder bij Leiderdorp landen vlakbij de snelweg bij zonsondergang in de winter groepen van meer dan duizend wulpen. Waar de ene trein na de andere voorbij raast, staan de prachtige lepelaars in het ondiepe water in de Polders Poelgeest te vissen. 

De bij den Haag gelegen Nieuwe Driemanspolder is het eldorado voor vogelaars die met als achtergrond de absurde skibaan van Zoetermeer grote groepen smienten slobeenden en pijlstaarten zien vliegen terwijl in het water een rosse franjepoot zwemt en een kleine zilverreiger zenuwachtig heen en weer loopt.  

Munnikenpolder en benzinestation

Ons beeld van ‘natuur’ is aan herziening toe. Het is interessant om te zien hoe mensen de werkelijkheid proberen te ontkennen door een slootje in de Munnikenpolder zo te fotograferen dat de flats in Leiderdorp er net niet op komen te staan. Mijn foto’s kunnen dit beeld een beetje corrigeren.

Met uitzondering van gebieden als de Waddenzee heeft onze natuur niets meer van een ongerepte wildernis. Onze natuur bevindt zich midden in de stad en tussen steden, snelwegen en spoorlijnen. Beter dan de romantische illusie die probeert de oorspronkelijke natuur van voor de industriële revolutie en zelfs van voor de landbouw te herstellen, inclusief beren en wolven, is het van de nu echt aanwezige natuur, inclusief de oprukkende invasieve soorten zoals  halsbandparkiet en rivierkreeft het beste te maken. 

PS

Dit stukje is een nevenproduct van een opdracht bij de fotocursus voor gevorderden die ik dit jaar bij het LAK onder leiding van Harry Otto volg. Zie ook mijn vorige blog.

Zie ook in deze blog van een jaar geleden.
Voor nog meer overpeinzingen over het vreemde begrip 'natuur', zie deze blog.

_____

Landschapsfoto’s

Mooi voor rouwkaarten

Het leuke van een fotocursus is dat je verleid wordt iets anders te gaan fotograferen dan wat je normaal zou gaan doen. Dat was een paar weken geleden bij de opdracht ‘minimalisme’ (zie vorige blog) en nog meer bij de opdracht van deze week: landschap. Van de meeste landschapsfoto’s die ik voorbij zie komen, word ik niet enthousiast.

De foto’s die het goed doen op internetsites worden gedomineerd door een beperkt aantal stereotypen: dramatische wolkenpartijen, oranjerode luchten bij zonsondergang en soms het silhouet van een vlucht ganzen. Foto’s die het ook goed op rouwkaarten doen. Niet zelden staat er ook een eenzaam persoon op een bergtop de oneindigheid in te staren. 

De romantiek is springlevend

Het schilderij van Friedrich uit 1818

Het lijkt alsof we bij deze soort fotografie terug zijn bij bombastische emoties van de romantiek, zoals Casper Friedrich rond 1818 op zijn beroemde schilderij tot uiting bracht. Dat was het begin van de 19e eeuw, maar het blijkt dat dit soort beelden meer dan twee honderd jaar later nog steeds de toon aangeven. Het lijkt alsof de ontwikkeling naar impressionisme, expressionisme, kubisme en allerlei nieuwere ontwikkelingen aan de populaire smaak voorbij zijn gegaan. Over smaak zou niet te twisten zijn, maar ik vind veel wat de landschapsfotografen produceren vrij smakeloos. Ik heb dit al eerder beschreven.

Balanceren op de rand van kitsch

Nu vind ik niet alle landschapsfoto’s van herfstlandschappen, zonsondergangen en vluchten trekvogels tegen kleurige luchten kitsch of valse romantiek, maar het gevaar ligt steeds op de loer.

Bomenfoto op een cursus van Ellen Borggreve.

Ik volgde een cursus bij Ellen Borggreve (die naar mijn smaak wel fantastische bomenfoto’s maakt zonder zich in dat soort groezelige emoties te verliezen) en daar heb ik best een mooie foto gemaakt (zie links). 

Toen wij in 2017 met onze zoon in een huisje op een Noors eiland verbleven,  was de zonsondergang wel erg mooi. Het resultaat was een mooie foto, maar wel zo’n foto die heel vaak gemaakt wordt.

Niet zo lang geleden legde ik de stralenbundels van de zon door de mist in een park bij Leiden vast (hieronder links). Misschien geen slechte foto. Een vergroting hiervan heeft een paar maanden lang bij mij aan de muur gehangen. Toen ging hij me vervelen als een te stereotype foto, op de grens van goedkope kitsch, een foto die bovendien te vaak gemaakt wordt. Ik heb hem maar van de muur gehaald. De foto daarnaast, minder spectaculair misschien, vind ik veel beter. Hij legt de mooie herfstsfeer nauwkeurig vast zonder overdrijving. Geen standaardplaatje dat overal steeds gemaakt wordt.

 

Ongekunstelde schoonheid en lelijkheid

De landschapsfoto’s waar ik zelf blij van wordt, laten de schoonheid (of de lelijkheid) van het moment ongekunsteld zien. Vaak gaat dat met een eenvoudige camera zonder bijzondere instellingen. In sommige gevallen zijn technische hulpmiddelen als grijsfilters, polarisatiefilter en manipulatie van kleuren in de nabewerking behulpzaam, maar in mijn benadering creëren die geen nieuw beeld maar helpen de indrukken die mijn ogen + hersenen op het ene moment zagen te reconstrueren.

Berneray 2024

Als ik mijn geslaagde landschapsfoto’s van de afgelopen tijd bekijk, dan zie ik een voorkeur voor relatief lege landschappen met weinig contrast, vooral groenblauwe kleuren en de opvallende afwezigheid van rood. Ik word nooit een beroemd fotograaf van zonsondergangen, ben ik bang. Mijn foto van Scheveningen in de zandstorm vind ik geslaagd om de mooie lijnen, de lage contrasten en de aantrekkelijke leegheid.

Dit is wel iets anders dan de woest brekende brandingen met daarboven dreigende wolkenluchten met aanstormende regenbuien waar sommige mensen dol op zijn, maar ik niet.

Prenten uit de stadsnatuur

Vogeleldorado Driemanspolder

We wonen in een land waar eigenlijk geen natuur bestaat. Alle natuurgebieden zijn aangelegd en je hoeft nooit ver te kijken om een flatgebouw, een hoogspanningsmast, een snelweg of een ander element uit onze stadscultuur te zien. Stadsnatuur is een heel interessant onderwerp dat leuke foto’s kan opleveren. Hier in Zuid Holland zijn er mogelijkheden te over zoals de tussen spoorweg en flatgebouwen ingeklemde Polders Poelgeest, de Munnikenpolder tussen snelweg, hoogspanningsmasten en tunnels voor snelle treinen, en bijvoorbeeld de driemanspolder bij Zoetermeer: vogeleldorado met uitzicht op den Haag. Natuurfotografie gaat hier naadloos over in stadsfotografie nu er in de stad meer natuur is dan op het platteland. 

Wulpen strijken neer in de Munnikenpolder

 

Vanuit de paddenstoel bekeken

Geen twee velden van fotografie lijken zo verschillend als macrofotografie die de kleine beestjes en plantjes vastlegt en landschapsfotografie waar het eerder om meters en kilometers dan centimeters gaat. Toch ben ik wat aan het experimenteren met extreme groothoekfotografie, die de beide werelden kan verbinden. Het is niet een heel nieuw idee, maar het levert soms interessante plaatjes op.

Foto met 17mm (full frame) en f/22: paddenstoel in het landschap

 

Het vervolg?

Ik denk dat ik toch maar doorga op de ingeslagen weg. Bij de nu populaire romantische stroming zal ik mij zeker niet aansluiten. Ook zal ik geen speciale technieken zoals het zwaaien met de camera tijdens een opname gaan gebruiken. Hulpmiddelen zoals allerlei filters en nabewerking gebruik ik als deze het beeld versterken zonder het volledig te veranderen. Ik denk dat ik het onderwerp ‘stadsnatuur’ nog wat meer ga aanpakken. Een mooi thema met mooie kansen.  

Een plaatje vanuit het natuurgebied Polders Poelgeest. Een van de eerste foto’s voor een serie ‘beelden uit de stadsnatuur’

Verwijzingen

Harry Otto gaf de cursisten als inspiratie een paar suggesties voor interessante fotografen mee. Ze hebben zeker als inspiratie gediend maar niet alleen positief. Ik weet nu ook beter wat ik niet wil.

  1. Bas Meelker
    https://www.basmeelker.nl/
    Mij spreekt dit niet aan. Hierboven heb ik al aangegeven waarom niet.
  2. Saskia Boelums
    https://www.saskiaboelsums.nl/
    Haar imitatie van oude meesters is best knap en er zullen mensen zijn die dit mooi vinden. Mijn hobby zal het niet worden. 
  3. Charlotte Bellamy
    https://www.facebook.com/photo/?fbid=812742450851615&set=a.466978015428062
    Ze laat best mooie prenten zien, waarbij ze technieken als camerabeweging heeft gebruikt. Sommige foto’s lijken op impressionistische schilderijen. 
  4. Jan Koster
    https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2023/het-idyllische-landschap-van-bv-nederland~v799704/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

    De heldere humoristische beelden van Jan Koster (vrachtwagens met teksten op viaducten etc.) spreken mij wel aan. Hier geen romantische gevoelserupties bij dramatische zonsondergangen en eenzame mensen op een berg. Gewoon de boeiende visuele werkelijkheid in dit land, met humor gedocumenteerd. Humor is wat bij veel landschapsfotografen met hun diepe emoties en overtuigingen meestal ontbreekt. Ook ik heb daar last van. 
     

 

____________

Eenvoudige foto’s

Minimalisme

Ik volg op het LAK (Leiden) de fotocursus van de heer Otto. De opdracht voor de volgende les is een aantal foto’s maken in een minimalistische stijl. Minimalistische designers laten zoveel mogelijk details en tierelantijnen weg en preken de waarde van de lege ruimte. Fotografen in de verwante traditie doen ongeveer hetzelfde: het gaat om het weglaten van onnodige details, het werken met uiterst simpele geometrie en een beperkt kleurenpalet, vaak met laag contrast en ook hier veel lege ruimte, delen van de foto waarop werkelijk niets te zien is. De minimalistische fotograaf kan twee verschillende dingen doen. Hij kan natuurlijk voorwerpen of gebouwen fotograferen die van zichzelf al minimalistisch van stijl zijn, of hij kan onderwerpen zo fotograferen en de foto’s zo nabewerken dat er weinig details  te zien zijn en veel lege ruimte overblijft. Voordat ik aan mijn opdracht begin, heb ik eens naar mijn eigen foto’s gekeken.  Ik heb beide benaderingen gebruikt. Hier een overzicht van foto’s die in de richting van minimalisme gaan.

Foto’s van gebouwen

De foto die ik in maakte van Naturalis is een  foto’s van een heel strak design. Datzelfde geldt voor de gang over het oorlogskerkhof van Ver-sur-Mer in Normandië.  Als fotograaf moet je een positie kiezen zodat het ontwerp optimaal tot zijn recht komt. Veel meer hoef je niet te doen.

Vaak zijn gebouwen niet door de architect als zodanig ontworpen maar lenen zich wel goed voor minimalistische foto’s zoals de platen van de onderstaande twee kerken.

Deze foto laat de kilheid van het protestantisme in het Westen van Schotland zien. Geen greintje plezier in deze omgeving. De lucht is nog wel iets te vrolijk. Onderstaande foto beperkt zich tot het bovenste deel van de kerk (toren?) en laat verder bijna niets zien. De leegte domineert.

Een kerk achter een heuvel ergens in Schotland

Minder minimalistisch (maar misschien wel leuker)  zijn foto’s van strandhuisjes die ik wel zo genomen heb dat er weinig anders te zien is dan de huisjes en het ritme van de lijnen.

Mist, sneeuw en zand

Een eenvoudige manier om details uit een foto te verwijderen en om eenvoud te creëren is het gebruik van mist, sneeuw of andere condities waardoor het zicht op langere afstand beperkt en het contrast verminderd wordt. Op één van de volgende foto’s is dat een zandstorm, geen voorkeur van de meeste fotografen, maar soms wel mooi. De foto van het Joppe munt uit door lege ruimte en gebrek aan contrast.

Het Joppe, Leiden

Nog een manier om details uit te wissen, bijvoorbeeld in de rimpeling van het water, is het gebruik van lange of extreem lange sluitertijden, eventueel gecombineerd met een grijsfilter. Mistfoto’s vind ik vaak natuurlijker.

Landschappen en natuur

Sommige landschappen  zijn van nature saai. In de uitgestrekte agrarische woestijnen is de biodiversiteit uitgeroeid en je mag blij zijn als er af en toe een boom staat: ideaal voor minimalistische foto’s, zie de onderstaande twee foto’s uit Frankrijk. Op de tweede foto is er nog veel te zien in de lucht. Het zou nog wel saaier kunnen.

Hieronder staat nog één landschapsfoto uit Normandië waarop behalve de bijna ondergaande zon, drie telegraafpalen en een onduidelijke boom bijna niets te zien is. De foto van de meeuw past door zijn eenvoud toch wel in dit verhaal.

Details

Soms zijn het kleine details van een huis, een muur of iets anders, die een mooie eenvoudige foto opleveren. Teksten kunnen vaak interessante foto’s (en de nodige vragen) opleveren zoals deze twee foto’s uit Frankrijk. 

Patronen

Eigenlijk gaat het in de bovenstaande foto’s ook om patronen, zoals van ladder aan de muur. Soms gaat het uitsluitend om patronen, die ik het liefst in het platte vlak zonder enig perspectief fotografeer.

De eenvoud in bovenstaande herfstfoto heb ik gecreëerd door in de nabewerking de kleuren terug te brengen tot geel en zwart.

Het vervolg?

Na deze korte terugblik ga ik maar eens op zoek naar interessante eenvoudige foto’s. Ik denk niet dat architectuur het onderwerp zal zijn. Daar heeft de architect al de artistieke topprestatie geleverd, die ik alleen kan proberen weer te geven.

Ik ben maar eens begonnen met de ‘natuur’-gebiedjes bij het Joppe, vlakbij de Merenwijk: de Strengen en Koudenhoorn, waarvan ik hierboven ook al foto’s liet zien. Voor het eerst ben ik ook met sterke grijsfilters gaan oefenen om alle beweging uit het water te krijgen, niet altijd mijn smaak, maar soms best leuk.

5 seconden belicht (f/16, ISO 400, 80 mm), 1000x grijsfilter, extra breedbeeld.
1/5 sec, f/18, ISO 250, 24 mm

Verwijzingen

Michael Freeman onderscheidt in hoofdstuk 2 van zijn uitstekende boek The Photographer’s Mind (goedkoop te downloaden als Kindle-boek) een aantal stijlen. Na een uitgebreide behandeling van klassieke stijlen noemt hij ‘quiet style’, ‘minimalism’, ‘dramatic style’ en ‘engineered disorder’. In zijn behandeling  van minimalisme laat hij de overeenkomsten maar ook de verschillen zien tussen minimalisme in design en in fotografie. Zie ook een eerder blog van mij.

Minimalistische foto’s met lange sluitertijden, zie bijvoorbeeld het werk van Guy Lambrechts. Ik houd hier niet echt van. Te schematisch, te leeg.

Een verhelderende uitleg van minimalisme in de landschapsfotografie staat hier op Zoom Academy.

____________