Hier in het Westen van Nederland zijn prachtige natuurgebieden, dat wil zeggen: gebieden waar de mooiste en soms zeldzaamste dieren en planten te vinden zijn. Maar denk bij natuur hier niet aan romantische wildernis als eenzame heidevelden, uitgestrekte bossen of door zeewater omspoelde zandbanken.
Polders Poelgeest
Polders Poelgeest
Op de slaapplaats in de Munnikenpolder bij Leiderdorp landen vlakbij de snelweg bij zonsondergang in de winter groepen van meer dan duizend wulpen. Waar de ene trein na de andere voorbij raast, staan de prachtige lepelaars in het ondiepe water in de Polders Poelgeest te vissen.
Sloot Munnikenpolder mét flats
Munnikenpolder en snelweg
De bij den Haag gelegen Nieuwe Driemanspolder is het eldorado voor vogelaars die met als achtergrond de absurde skibaan van Zoetermeer grote groepen smienten slobeenden en pijlstaarten zien vliegen terwijl in het water een rosse franjepoot zwemt en een kleine zilverreiger zenuwachtig heen en weer loopt.
Munnikenpolder en benzinestation
Ons beeld van ‘natuur’ is aan herziening toe. Het is interessant om te zien hoe mensen de werkelijkheid proberen te ontkennen door een slootje in de Munnikenpolder zo te fotograferen dat de flats in Leiderdorp er net niet op komen te staan. Mijn foto’s kunnen dit beeld een beetje corrigeren.
Beelden van de Nieuwe Driemanspolder
Met uitzondering van gebieden als de Waddenzee heeft onze natuur niets meer van een ongerepte wildernis. Onze natuur bevindt zich midden in de stad en tussen steden, snelwegen en spoorlijnen. Beter dan de romantische illusie die probeert de oorspronkelijke natuur van voor de industriële revolutie en zelfs van voor de landbouw te herstellen, inclusief beren en wolven, is het van de nu echt aanwezige natuur, inclusief de oprukkende invasieve soorten zoals halsbandparkiet en rivierkreeft het beste te maken.
PS
Dit stukje is een nevenproduct van een opdracht bij de fotocursus voor gevorderden die ik dit jaar bij het LAK onder leiding van Harry Otto volg. Zie ook mijn vorige blog.
Zie ook in deze blog van een jaar geleden.
Voor nog meer overpeinzingen over het vreemde begrip 'natuur', zie deze blog.
Het leuke van een fotocursus is dat je verleid wordt iets anders te gaan fotograferen dan wat je normaal zou gaan doen. Dat was een paar weken geleden bij de opdracht ‘minimalisme’ (zie vorige blog) en nog meer bij de opdracht van deze week: landschap. Van de meeste landschapsfoto’s die ik voorbij zie komen, word ik niet enthousiast.
De foto’s die het goed doen op internetsites worden gedomineerd door een beperkt aantal stereotypen: dramatische wolkenpartijen, oranjerode luchten bij zonsondergang en soms het silhouet van een vlucht ganzen. Foto’s die het ook goed op rouwkaarten doen. Niet zelden staat er ook een eenzaam persoon op een bergtop de oneindigheid in te staren.
De romantiek is springlevend
Het schilderij van Friedrich uit 1818
Het lijkt alsof we bij deze soort fotografie terug zijn bij bombastische emoties van de romantiek, zoals Casper Friedrich rond 1818 op zijn beroemde schilderij tot uiting bracht. Dat was het begin van de 19e eeuw, maar het blijkt dat dit soort beelden meer dan twee honderd jaar later nog steeds de toon aangeven. Het lijkt alsof de ontwikkeling naar impressionisme, expressionisme, kubisme en allerlei nieuwere ontwikkelingen aan de populaire smaak voorbij zijn gegaan. Over smaak zou niet te twisten zijn, maar ik vind veel wat de landschapsfotografen produceren vrij smakeloos. Ik heb dit al eerder beschreven.
Balanceren op de rand van kitsch
Nu vind ik niet alle landschapsfoto’s van herfstlandschappen, zonsondergangen en vluchten trekvogels tegen kleurige luchten kitsch of valse romantiek, maar het gevaar ligt steeds op de loer.
Bomenfoto op een cursus van Ellen Borggreve.
Ik volgde een cursus bij Ellen Borggreve (die naar mijn smaak wel fantastische bomenfoto’s maakt zonder zich in dat soort groezelige emoties te verliezen) en daar heb ik best een mooie foto gemaakt (zie links).
Toen wij in 2017 met onze zoon in een huisje op een Noors eiland verbleven, was de zonsondergang wel erg mooi. Het resultaat was een mooie foto, maar wel zo’n foto die heel vaak gemaakt wordt.
Niet zo lang geleden legde ik de stralenbundels van de zon door de mist in een park bij Leiden vast (hieronder links). Misschien geen slechte foto. Een vergroting hiervan heeft een paar maanden lang bij mij aan de muur gehangen. Toen ging hij me vervelen als een te stereotype foto, op de grens van goedkope kitsch, een foto die bovendien te vaak gemaakt wordt. Ik heb hem maar van de muur gehaald. De foto daarnaast, minder spectaculair misschien, vind ik veel beter. Hij legt de mooie herfstsfeer nauwkeurig vast zonder overdrijving. Geen standaardplaatje dat overal steeds gemaakt wordt.
Licht door mist
Herfstsfeer
Ongekunstelde schoonheid en lelijkheid
De landschapsfoto’s waar ik zelf blij van wordt, laten de schoonheid (of de lelijkheid) van het moment ongekunsteld zien. Vaak gaat dat met een eenvoudige camera zonder bijzondere instellingen. In sommige gevallen zijn technische hulpmiddelen als grijsfilters, polarisatiefilter en manipulatie van kleuren in de nabewerking behulpzaam, maar in mijn benadering creëren die geen nieuw beeld maar helpen de indrukken die mijn ogen + hersenen op het ene moment zagen te reconstrueren.
Berneray 2024
Als ik mijn geslaagde landschapsfoto’s van de afgelopen tijd bekijk, dan zie ik een voorkeur voor relatief lege landschappen met weinig contrast, vooral groenblauwe kleuren en de opvallende afwezigheid van rood. Ik word nooit een beroemd fotograaf van zonsondergangen, ben ik bang. Mijn foto van Scheveningen in de zandstorm vind ik geslaagd om de mooie lijnen, de lage contrasten en de aantrekkelijke leegheid.
Dit is wel iets anders dan de woest brekende brandingen met daarboven dreigende wolkenluchten met aanstormende regenbuien waar sommige mensen dol op zijn, maar ik niet.
Prenten uit de stadsnatuur
Vogeleldorado Driemanspolder
We wonen in een land waar eigenlijk geen natuur bestaat. Alle natuurgebieden zijn aangelegd en je hoeft nooit ver te kijken om een flatgebouw, een hoogspanningsmast, een snelweg of een ander element uit onze stadscultuur te zien. Stadsnatuur is een heel interessant onderwerp dat leuke foto’s kan opleveren. Hier in Zuid Holland zijn er mogelijkheden te over zoals de tussen spoorweg en flatgebouwen ingeklemde Polders Poelgeest, de Munnikenpolder tussen snelweg, hoogspanningsmasten en tunnels voor snelle treinen, en bijvoorbeeld de driemanspolder bij Zoetermeer: vogeleldorado met uitzicht op den Haag. Natuurfotografie gaat hier naadloos over in stadsfotografie nu er in de stad meer natuur is dan op het platteland.
Wulpen strijken neer in de Munnikenpolder
Vanuit de paddenstoel bekeken
Geen twee velden van fotografie lijken zo verschillend als macrofotografie die de kleine beestjes en plantjes vastlegt en landschapsfotografie waar het eerder om meters en kilometers dan centimeters gaat. Toch ben ik wat aan het experimenteren met extreme groothoekfotografie, die de beide werelden kan verbinden. Het is niet een heel nieuw idee, maar het levert soms interessante plaatjes op.
Foto met 17mm (full frame) en f/22: paddenstoel in het landschap
Het vervolg?
Ik denk dat ik toch maar doorga op de ingeslagen weg. Bij de nu populaire romantische stroming zal ik mij zeker niet aansluiten. Ook zal ik geen speciale technieken zoals het zwaaien met de camera tijdens een opname gaan gebruiken. Hulpmiddelen zoals allerlei filters en nabewerking gebruik ik als deze het beeld versterken zonder het volledig te veranderen. Ik denk dat ik het onderwerp ‘stadsnatuur’ nog wat meer ga aanpakken. Een mooi thema met mooie kansen.
Een plaatje vanuit het natuurgebied Polders Poelgeest. Een van de eerste foto’s voor een serie ‘beelden uit de stadsnatuur’
Verwijzingen
Harry Otto gaf de cursisten als inspiratie een paar suggesties voor interessante fotografen mee. Ze hebben zeker als inspiratie gediend maar niet alleen positief. Ik weet nu ook beter wat ik niet wil.
Bas Meelker https://www.basmeelker.nl/
Mij spreekt dit niet aan. Hierboven heb ik al aangegeven waarom niet.
Saskia Boelums https://www.saskiaboelsums.nl/
Haar imitatie van oude meesters is best knap en er zullen mensen zijn die dit mooi vinden. Mijn hobby zal het niet worden.
Jan Koster https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2023/het-idyllische-landschap-van-bv-nederland~v799704/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F De heldere humoristische beelden van Jan Koster (vrachtwagens met teksten op viaducten etc.) spreken mij wel aan. Hier geen romantische gevoelserupties bij dramatische zonsondergangen en eenzame mensen op een berg. Gewoon de boeiende visuele werkelijkheid in dit land, met humor gedocumenteerd. Humor is wat bij veel landschapsfotografen met hun diepe emoties en overtuigingen meestal ontbreekt. Ook ik heb daar last van.
Ik volg op het LAK (Leiden) de fotocursus van de heer Otto. De opdracht voor de volgende les is een aantal foto’s maken in een minimalistische stijl. Minimalistische designers laten zoveel mogelijk details en tierelantijnen weg en preken de waarde van de lege ruimte. Fotografen in de verwante traditie doen ongeveer hetzelfde: het gaat om het weglaten van onnodige details, het werken met uiterst simpele geometrie en een beperkt kleurenpalet, vaak met laag contrast en ook hier veel lege ruimte, delen van de foto waarop werkelijk niets te zien is. De minimalistische fotograaf kan twee verschillende dingen doen. Hij kan natuurlijk voorwerpen of gebouwen fotograferen die van zichzelf al minimalistisch van stijl zijn, of hij kan onderwerpen zo fotograferen en de foto’s zo nabewerken dat er weinig details te zien zijn en veel lege ruimte overblijft. Voordat ik aan mijn opdracht begin, heb ik eens naar mijn eigen foto’s gekeken. Ik heb beide benaderingen gebruikt. Hier een overzicht van foto’s die in de richting van minimalisme gaan.
Foto’s van gebouwen
De foto die ik in maakte van Naturalis is een foto’s van een heel strak design. Datzelfde geldt voor de gang over het oorlogskerkhof van Ver-sur-Mer in Normandië. Als fotograaf moet je een positie kiezen zodat het ontwerp optimaal tot zijn recht komt. Veel meer hoef je niet te doen.
Naturalis (Leiden)
British Normandy Memorial (Ver-sur-Mer)
Vaak zijn gebouwen niet door de architect als zodanig ontworpen maar lenen zich wel goed voor minimalistische foto’s zoals de platen van de onderstaande twee kerken.
Deze foto laat de kilheid van het protestantisme in het Westen van Schotland zien. Geen greintje plezier in deze omgeving. De lucht is nog wel iets te vrolijk. Onderstaande foto beperkt zich tot het bovenste deel van de kerk (toren?) en laat verder bijna niets zien. De leegte domineert.
Een kerk achter een heuvel ergens in Schotland
Minder minimalistisch (maar misschien wel leuker) zijn foto’s van strandhuisjes die ik wel zo genomen heb dat er weinig anders te zien is dan de huisjes en het ritme van de lijnen.
Mist, sneeuw en zand
Een eenvoudige manier om details uit een foto te verwijderen en om eenvoud te creëren is het gebruik van mist, sneeuw of andere condities waardoor het zicht op langere afstand beperkt en het contrast verminderd wordt. Op één van de volgende foto’s is dat een zandstorm, geen voorkeur van de meeste fotografen, maar soms wel mooi. De foto van het Joppe munt uit door lege ruimte en gebrek aan contrast.
Zandstorm in Scheveningen
De Strengen, Leiden
Koudenhoorn
Sneeuw in Koudenhoorn
Het Joppe, Leiden
Nog een manier om details uit te wissen, bijvoorbeeld in de rimpeling van het water, is het gebruik van lange of extreem lange sluitertijden, eventueel gecombineerd met een grijsfilter. Mistfoto’s vind ik vaak natuurlijker.
Landschappen en natuur
Sommige landschappen zijn van nature saai. In de uitgestrekte agrarische woestijnen is de biodiversiteit uitgeroeid en je mag blij zijn als er af en toe een boom staat: ideaal voor minimalistische foto’s, zie de onderstaande twee foto’s uit Frankrijk. Op de tweede foto is er nog veel te zien in de lucht. Het zou nog wel saaier kunnen.
Hieronder staat nog één landschapsfoto uit Normandië waarop behalve de bijna ondergaande zon, drie telegraafpalen en een onduidelijke boom bijna niets te zien is. De foto van de meeuw past door zijn eenvoud toch wel in dit verhaal.
Details
Soms zijn het kleine details van een huis, een muur of iets anders, die een mooie eenvoudige foto opleveren. Teksten kunnen vaak interessante foto’s (en de nodige vragen) opleveren zoals deze twee foto’s uit Frankrijk.
Patronen
Eigenlijk gaat het in de bovenstaande foto’s ook om patronen, zoals van ladder aan de muur. Soms gaat het uitsluitend om patronen, die ik het liefst in het platte vlak zonder enig perspectief fotografeer.
Kiezelstrand (Ierland)
IJspatroon (Koudenhoorn)
De eenvoud in bovenstaande herfstfoto heb ik gecreëerd door in de nabewerking de kleuren terug te brengen tot geel en zwart.
Het vervolg?
Na deze korte terugblik ga ik maar eens op zoek naar interessante eenvoudige foto’s. Ik denk niet dat architectuur het onderwerp zal zijn. Daar heeft de architect al de artistieke topprestatie geleverd, die ik alleen kan proberen weer te geven.
Ik ben maar eens begonnen met de ‘natuur’-gebiedjes bij het Joppe, vlakbij de Merenwijk: de Strengen en Koudenhoorn, waarvan ik hierboven ook al foto’s liet zien. Voor het eerst ben ik ook met sterke grijsfilters gaan oefenen om alle beweging uit het water te krijgen, niet altijd mijn smaak, maar soms best leuk.
5 seconden belicht (f/16, ISO 400, 80 mm), 1000x grijsfilter, extra breedbeeld.1/5 sec, f/18, ISO 250, 24 mm
Verwijzingen
Michael Freeman onderscheidt in hoofdstuk 2 van zijn uitstekende boek The Photographer’s Mind (goedkoop te downloaden als Kindle-boek) een aantal stijlen. Na een uitgebreide behandeling van klassieke stijlen noemt hij ‘quiet style’, ‘minimalism’, ‘dramatic style’ en ‘engineered disorder’. In zijn behandeling van minimalisme laat hij de overeenkomsten maar ook de verschillen zien tussen minimalisme in design en in fotografie. Zie ook een eerder blog van mij.
Minimalistische foto’s met lange sluitertijden, zie bijvoorbeeld het werk van Guy Lambrechts. Ik houd hier niet echt van. Te schematisch, te leeg.
Een verhelderende uitleg van minimalisme in de landschapsfotografie staat hier op Zoom Academy.
We hebben een nieuwe auto, veel kleiner dan de vorige auto maar boordevol elektronica voor het hybride systeem, de bediening van de cruise control, de auto tussen de lijnen houden en remmen als er een botsing dreigt. Toen de de man van de garage vroeg naar onze ervaringen met die auto antwoordde ik: “Ik heb niet het gevoel dat we een auto gekocht hebben, maar een rijdende computer, waar toevallig ook nog een motor in zit.” Toen ik laatst met GPS-navigatie naar Amsterdam reed, verscheen wel de mooie kaart van de wegen ten Noorden van Leiden op mijn royale kleurenscherm, maar Google Maps bleef stil. De bekende vrouwenstem was niet te horen. Nu had vond ik het te gevaarlijk om op de snelweg door de verschillende computermenu’s heen te wandelen: dus maar zonder geluid deze keer, dacht ik, totdat ik op mijn scherm een microfoon-icoon zag staan. Ik drukte daar maar eens op. Mijn auto vroeg: “Waar kan ik je mee helpen?” . Ik schreeuwde: “Kan je het geluid van de navigatie aan zetten?”. Ik kreeg meteen antwoord van de vriendelijke Google-mevrouw: “In orde!”, zei ze of iets dergelijks. Meteen begon mijn auto weer te praten: “Neem bij het verkeerslicht één van de twee rechterbanen.” Fijn, dat was ook weer opgelost.
Grove taal
Prettig als je tegen machines kan praten, die dan, als een goed afgerichte hond, ook nog precies doen wat je ze zegt. Maar soms beginnen ze tegen jou te praten zonder dat je daar op zit te wachten. Iets als Google Assistent zei laatst opeens iets als: “Wil je dat ik een leuk restaurant voor je zoek?”. Ik riep volledig geïrriteerd: “Vreselijk teringwijf, hou je brutale bek! Ik heb je niets gevraagd!” Zij antwoordde vermanend: “Al ben ik dan een virtuele assistent, je mag geen grove taal tegen mij gebruiken!”
Hassi
Gisteren ging mijn telefoon. Ik vroeg me af wie mij op mijn ouderwetse vaste lijn wilde bellen. Ik hoorde: “Hallo, je spreekt met Hassi, de virtuele assistent …”. Ik liet Hassi zijn zin niet af maken. Ik vroeg me af of criminelen, op zoek naar persoonlijke gegevens om daarmee je bankrekening leeg te kunnen halen, nu al gebruik maken van dit soort technologie. De naam Hassi boezemde mij geen vertrouwen in. Na wat internet-onderzoek kwam ik erachter dat Hassi ingezet wordt door een bedrijf dat glasvezelaansluitingen aanlegt. Nu zijn er wel criminelen die beweren zulke aansluitingen te maken om dan je huis leeg te kunnen halen. Na wat controle bleek dat het bedrijf legaal in opdracht KPN werkt. Ik belde Hassi terug en ik liet hem deze keer uitpraten. Zijn laatste vraag: “Kan je de door ons gemaakte afspraak bevestigen?”. Ik had geen zin in een gezellig gesprek. Ik moet er niet aan denken dat ze dit soort virtuele assistenten via AI leren praatjes over het weer en daarbij af en toe een grapje te maken. Ik beperkte mij tot een simpel “Ja”.
Wie in Frankrijk op vakantie gaat, moet eigenlijk altijd de Micherlin-gids goed bestuderen. De aanduiding drie sterren, in de gids zelf ten onrechte bestempeld als ‘vaut le voyage’, betekent in de regel: ga hier niet heen als je niet van toeristen houdt’. We hadden ons al eens (in 2017) laten misleiden door de prachtige beelden van de schilderachtige Abbaye Notre-Dame de Sénanque, schitterend gelegen te midden van de violette lavendelvelden in de Provençaalse heuvels. Google maps heeft er zelfs vier sterren voor over. Omdat wij toen geen parkeerplaats op minder dan anderhalve kilometer konden vinden, zijn wij naar ons hotel in het totaal onopwindende plaatsje Apt teruggereden, waar we ons een stuk meer op vakantie voelden (zie deze blog).
In de tuin van Monet (eigen foto)
Dat was zeven jaar geleden, dus het werd tijd om weer eens zo’n fout te maken. We waren in het Normandische plaatsje Lyons-en-Forêt, een schitterend plaatsje omgeven door de saaiste beukenbossen ter wereld en het werd tijd voor een cultureel hoogtepunt. Niet ver daarvandaan had de beroemde impressionistische schilder Monet in 1890 een huis gekocht, waar hij de tuinen aanlegde die hij in zijn series schilderijen vereeuwigde. De tuinen werden bijna even beroemd als overbekende schilderijen van waterlelies en bruggetjes.
De tuin gaf Monet de mogelijkheid om minder te reizen en meer te schilderen in de buurt van zijn vrouw en kinderen. Monet, die vooral geïnteresseerd was in de essenties van kleuren en licht, kon hier niet alleen prachtige schilderijen van een geliefd onderwerp maken, maar als tuinontwerper ook zijn eigen onderwerp creëren. Net zoals bij andere onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de kathedraal van Rouen, werkte hij met series waarin hij de uitwerking van verschillende soorten licht op zijn tuin kon laten zien. Zo schilderde hij in minder dan twee jaar tijd achttien verschillende schilderijen van waterlelies.
Waterlelies in de tuin van Monet (eigen foto)
Toen wij op 19 augustus de Monet-tuin in Giverny naderden stond er al een kilometer lange rij mensen te wachten en te praten in Italiaans, Chinees, Duits, Engels en nog veel meer talen. Men was op weg naar één van de iconen van het Franse impressionisme: de waterlelies van Monet en natuurlijk de Japanse brug, die hij meerdere malen schilderde. Wij hadden al een tijdslot geboekt en konden deze file dus inhalen. De tuin zag er nog steeds prachtig uit, helemaal in de stijl van Monet, geen strak aangelegde tuin, maar bonte patronen van allerlei op speelse manier gegroepeerde bloemsoorten met verwante of juist contrasterende kleuren. De tuin van Monet is, ook nu nog, zelf een schilderij dat ‘kleuren’ als onderwerp heeft.
De schilderijen van Monet stralen een prachtige rust en harmonie uit. Als je als één van de 700.000 jaarlijkse bezoekers even alleen naar het water, de waterlelies en het riet kijkt, zie je nog steeds dezelfde rust.
Kijk je iets verder naar wat zich op de bruggetjes en de paden langs het water afspeelt, dan verandert het beeld drastisch: de bezoeker lijkt niet werkelijk in de impressionistische wereld van Monet geïnteresseerd te zijn, maar wil zelf middelpunt van zijn eigen schilderij zijn, de hoofdrolspeler van selfie: ik bij de waterlelies van Monet.
Op de selfie-brug in de tuin van Monet
Hij wil zelf degene zijn die vanaf de Japanse brug de tuin inkijkt. Het was daarom wel dringen bij de bruggetjes. Van de brug zoals Monet hem zag, is niets meer over. De diepe rust van toen is vervangen door de oppervlakkige opwinding van het selfie-publiek.
Van een bezoek aan het huis van Monet zagen wij maar af. Nog een uur in de rij staan om vervolgens met te veel mensen door te nauwe gangen te worden geperst, daar hadden wij geen zin in.
Een schilderij van Hiramatsu Reiji
Gelukkig was er in het naast de tuin gelegen ‘Musée des Impressionismes’ een prachtige tentoonstelling van de Japanse kunstenaar Hiratmatsu Reiji, die zich had laten inspireren door de waterlelieschilderijen van Monet. Reiji schilderde grote doeken met Japanse technieken en Japanse pigmenten, in een typisch Japanse en absoluut niet impressionistische stijl. Toch gebruikte hij heel mooi veel elementen uit de schilderijen van Monet, zoals de vorm van de waterleliebladen of het visuele ritme van de bamboestengels. In dit museum heerste de rust die we bij de tuinen wel gemist hadden.