Liegen voor de gezelligheid – bij mijn laatste publicatie

Liegen voor de gezelligheid

Hoe oud mijn zoon was, weet ik niet meer. Maar op een zeker moment in zijn opvoeding moesten wij hem uitleggen dat het uiten van de ongefilterde waarheid niet altijd wenselijk is. Soms zeg je bepaalde dingen gewoon niet en soms maak je ze een beetje mooier dan ze eigenlijk zijn. Soms geef je mensen een blijk van waardering voor dingen die je zelf nooit zo gedaan zou hebben. Hans moest hier even over nadenken, maar toen snapte hij het heel goed. Hij vatte onze adviezen samen als “Soms moet je liegen voor de gezelligheid”. Nu is liegen misschien niet wat je meteen zou aanbevelen, maar de waarheid voorzichtig doseren en vervelende zaken niet te veel benoemen, dat zijn principes die een stuk minder ellende veroorzaken dan alles recht voor zijn raap uitspreken. Dat snapte hij erg goed.

Gezelligheid in de politiek

De politiek kan niet zonder het principe van de gezellige leugen. Anders zou het een zootje worden. Veel feiten verdwijnen onder de tafel of zijn onzichtbaar tussen de regels van beleidsteksten. Grove leugens zijn natuurlijk niet aan te bevelen, maar redeneringen op basis van selectief of verouderd feitenmateriaal en sterk vereenvoudigde theorieën en argumentaties, daar kom je in de politiek natuurlijk niet omheen.

Hans Rosling liet in zijn lezingen en in zijn boek ‘Factfulness’ zien hoe volksstammen politici en beleidsmakers (vaak niet eens bewust) systematisch van volkomen verkeerde, vaak totaal verouderde feiten uitgaan. Vooroordelen worden niet zelden als feiten gepresenteerd. Dan wordt het soms toch nodig om tegen de gezelligheid in te gaan en vraagtekens bij feiten en redeneringen te gaan zetten.

Toolbox voor leugenconstructie

Politici en hun adviseurs willen graag aantrekkelijke perspectieven ontwikkelen. Een van de mooie mogelijkheden hiertoe biedt het verkeerd gebruik van simpele fysica, die toch niet zo simpel is als mensen denken. De thermodynamica, de leer van warmte, energie  en arbeid, is, mits fout toegepast, een perfecte ‘toolbox’ voor het construeren van aantrekkelijke leugens. De wet van behoud van energie zegt dat energie in een gesloten systeem niet verloren kan gaan. Niet veel anders is de wet van behoud van materie: in een gesloten systeem gaat geen materie verloren. Oppervlakkig gezien gaat er dus niets verloren, maar wie dat denkt, vergeet de tweede hoofdwet van de thermodynamica, die op allerlei manieren geformuleerd kan worden.

De eenvoudigste formulering van de tweede hoofdwet is dat energie spontaan altijd van warm naar koud en nooit omgekeerd stroomt. Als ik twee gelijke vaten met verschillende temperaturen met elkaar verbind, dan ontstaat er een gecombineerd vat met de gemiddelde temperatuur. Een andere consequentie van die zelfde wet: als ik een fles rode wijn en een fles witte wijn bij elkaar gooi, dan houd ik een roze wijn over. Spontaan zal het vat van de gemiddelde temperatuur nooit in de uitgangstoestand terugkomen, spontaan zal de wijn zich niet meer scheiden en rood en wit. De thermodynamica heeft het over de entropie die in een gesloten systeem wel kan toenemen, maar nooit kan afnemen. Wil je de entropie weer laten afnemen, dan moet er aan het systeem energie worden toegevoegd. Hoe meer verschillende stoffen gemengd zijn, hoe meer energie heb ik nodig om de stoffen weer zuiver  te krijgen.

Recycling uit afval is een energie-intensieve  business, waarbij de thermodynamisch berekende energie altijd een theoretische ondergrens is. In de praktijk kan recycling nog veel meer energie kosten en het is maar de vraag of er voldoende duurzaam opgewekte energie beschikbaar is.

Circulaire kletskoek

Wie echter een aantrekkelijk verhaal voor politici wil presenteren, vergeet even dit moeilijke verhaal en doet, volkomen ten onrechte, alsof afvalstromen gemakkelijke grondstoffen zijn. Een ingewikkeld mengsel van organische stoffen en allerlei soorten metalen: gewoon even recyclen dan hebben we al die stoffen weer. Je hoeft niet meer dan middelbare-schoolkennis van scheikunde en natuurkunde te hebben om in te zien dat dit onzin is. Maar het is zo’n aantrekkelijk verhaal! Grondleggers van de ‘circulaire economie’ kletsen de politiek omver met kreten als ‘waste is food’ en de politiek slikt het. De leugen is te gezellig om door te prikken, maar ooit zullen we er achter komen dat het een leugen is.

Toen ik in de jaren 1980 samen met een gepensioneerd medewerker van het Centraal Bureau voor de Statistiek een eenvoudig verhaaltje hierover wilde schrijven in een economisch tijdschrift werd dit geweigerd. Het ging te zeer in tegen de ideeën van toentertijd belangrijke economieprofessoren. Toen we het dan maar in het Chemisch Weekblad plaatsten, zeiden de mensen: “maar dit is toch niets nieuws, dit weet iedere tweedejaars student scheikunde al!”

Nog eens doorprikken na 50 jaar

Toen mij iets meer dan een jaar geleden gevraagd werd iets over de ‘onmogelijkheid van de circulaire economie’ in een boek te schrijven, was ik niet meteen enthousiast. Waarom weer gewichtig doen met kennis onder het niveau van een bachelor-chemiestudie? Ik had nog een wat langer verhaal liggen, dat ik niet gepubliceerd had omdat het thema me begon te vervelen.  Ik stuurde dit maar naar de verantwoordelijke redacteur, die enthousiast reageerde: “Dit is precies wat we nodig hebben!” Ik heb me laten ompraten en na een paar dagen werk stuurde ik een verkorte versie van mijn zes jaar oude verhaal in. Het duurde nog anderhalf jaar voordat het als eerste hoofdstuk in dit nieuwe boek gepubliceerd werd . Ik geloof dat het een goed verhaal is, maar het zou overbodig moeten zijn.  Het artikel begint met citaten uit de jaren 1970. De belangrijkste referentie is het boek van Georgescu-Roegen uit 1971, The Entropy Law and the Economic Process. Met dat boek was alles eigenlijk al gezegd. Hieraan is niets toe te voegen. Het is triest dat ik meer dan vijftig jaar later weer een ongezellig hoofdstuk heb moeten schrijven om gezellige fantasieën als circulaire economie naar het rijk der fabelen te verwijzen.

Meer over dit onderwerp

Circulair geleuter (2016)

Natuurwetten democratisch afschaffen (2016)

Energie en Entropie (2022)

____

Literatuur

J.H.C. Lisman, R. de Man, Oneigenlijk gebruik van het woord entropie , Chemisch Magazine, September 1981.

R. de Man, The Forbidden Question, ongepubliceerd essay, te downloaden van mijn website, September 2015.

R. de Man, Circularity Dreams – Denying Physical Realities, in: The Impossibilities of the Circular Economy,  Routledge, November 2022, te downloaden van deze site

Hans Rosling, Factfulness: ten reasons we’re wrong about the world – and why things are better than you think, Stockholm 2018.

Campinghaan en wulpenslurf

Watervogeltelling

April doet wat-ie wil. Dit jaar op 2 april temperaturen rond het vriespunt en ijskoude wind uit het Noorden. Daar staan we dan weer, bibberend van kou in de Hollandse natuur naast de snelweg vogels te tellen, Ron, Ellen en ik. De tijd dat honderden wulpen hier komen slapen is voorbij. Wel zijn er behoorlijk veel grutto’s, scholeksters en tureluurs. Er blijken behoorlijk veel kemphanen tussen de tureluurs te zitten. De vogels in de grote plas zijn vrij snel geteld en we gaan een stukje verder bij de molen tellen. Daar ziet Ron een groep kemphanen, maar als hij nog een keer kijkt, zijn ze bijna allemaal weg. Ze zitten waarschijnlijk onzichtbaar achter een rietkraag verscholen. We blijven even wachten om te zien of ze terugkomen.

grutto’s, tureluurs, kemphanen (Munnikenpolder 2-4-2022)
Campinghanen
kemphaan en tureluur

Dan komen er twee pubermeisjes aan fietsen. Onze statieven met telescoop en camera staan op het fietspad. Zij lijken oppervlakkig geïnteresseerd in onze activiteiten:  “Zijn jullie naar vogels aan het kijken? Wat zien jullie dan?”.  Ron gaat er serieus op in: “wij kijken hier naar allerlei watervogels zoals grutto’s, scholeksters en kemphanen.” Ik krijg niet de indruk dat ze echt luisteren naar wat Ron zegt. Toch komt één van de meisjes terug op wat Ron zegt: “Waar zitten die campinghanen dan precies?”. Wij corrigeren: “geen campinghanen, maar kemphanen!”. Ze horen het niet. Het andere meisje vraagt iets als “hoe zien die campinghanen er dan uit?”. Wij corrigeren nog eens, maar het helpt niet.

Wulpenslurf

De aandachtsspanne van dit soort kinderen is in de regel niet langer dan 15 seconden. Plotseling zijn ze meer geïnteresseerd in mijn camera met telelens. Ik wil best iets laten zien en kies een foto van een wulp, die ik net geschoten heb. Ik denk het didactisch verantwoord aan te pakken en vraag “Wat voor bijzonders zie je aan deze vogel?”. Eén van de meisjes kijkt toch wel goed. Dit blijkt uit haar originele antwoord: “Ja, ik zie het, die vogel heeft een hele lange slurf!”. “Goed gezien, maar ik zou het een snavel noemen”. Ik zeg nog iets over de naar beneden gebogen vorm van die wulpenslurf en Ron mompelt iets als “Een wulp wijst  naar zijn gulp”, maar de dames staan alweer op punt weg te rijden. Ze roepen “een fijne avond nog!” en even later horen we ze een paar honderd meter verderop luid lachen. Het zal wel niet over vogels gegaan zijn.

wulpen en grutto’s bij de Munnikenpolder (2-4-2022)

____

Over een eerdere slaapplaatsentelling in de Munnikenpolder, zie deze blog.

Nous avons la démocratie

Op weg naar Abomey

In augustus 2005 was ik voor het eerst in Afrika. Samen met mijn collega Peter Ton onderzocht ik de mogelijkheden voor duurzame Afrikaanse katoen. Na een reeks gesprekken met mensen uit de katoenwereld en vertegenwoordigers van de plaatselijke overheid was het tijd voor een uitstapje. Ik charterde een chauffeur, die mij naar Abomey zou rijden. Onze Mercedes ging onderweg kapot. Auto’s van dit merk zijn in Benin erg goedkoop, omdat er geen onderdelen voor te krijgen zijn. Iedereen rijdt in Franse merken.

Na diverse bezoekjes aan garages (die meer op autosloperijen leken, gezien de kwaliteit auto’s die je daar aantrof), ging ik eerst naar het plaatselijke historische monument, het paleis van een koning, die de muren had laten metselen met specie aangelengd met bloed van zijn onderdanen. Dan zouden ze extra stevig worden. Blijkbaar hadden ze voor gruwelijke wreedheden de blanken nog niet nodig.

Mijn eerste chauffeur bij het paleis in Abomey

Terwijl ik het paleis bezichtigde, lag mijn chauffeur op een matje met zijn gezicht naar Mekka te bidden. Toen ik terugkwam, zei hij: “Ik heb tot God gebeden, om mij te helpen de auto te repareren”. Ik vroeg toen bot: “Wat heeft God dan teruggezegd?”. “Dieu, il n’a dit rien”, kwam er wat triest uit.

Chaos in Afrika

Hij regelde voor mij een collega in een roestige Peugeot, die mij terug zou rijden naar Cotonou. Hoe en wanneer mijn oorspronkelijke chauffeur weer thuis gekomen is, weet ik niet. Met mijn nieuwe chauffeur had ik leuke gesprekken. Ik vroeg geïnteresseerd welke dieren er nog in dat land voorkwamen. “Leeuwen en olifanten zijn hier niet meer”, zei hij, geloof ik. “Maar bij u zijn toch ijsberen? Ik heb ze op de televisie gezien!”. Ik moest hem teleurstellen.

Tanken met de Peugeot (illegale benzine)

Naarmate we Cotonou naderden, werd het verkeer drukker en chaotischer. Op de grote weg van Ouidah werd het onvoorstelbaar druk. Het is de doorgaande weg van Accra in Ghana via Lomé in Togo naar Lagos in Nigeria. Het was zo druk dat veel auto’s zich een weg baanden naast de weg, gedeeltelijk tussen de vele marktkraampjes door. Honderden stinkende motorfietsen, rokende vrachtwagens en krakkemikkige personenwagens deden uren over de laatste 30 kilometer naar de hoofdstad van Bénin. Op een bepaald moment zei ik tegen mijn chauffeur: “In Nederland zou zo’n chaos ondenkbaar zijn. Daar zouden veel chauffeurs van al die links rijdende en zich tussen de marktkramen een weg zoekende auto’s al een bekeuring gekregen hebben. Hij keek mij lachend aan en zei “Dat was vroeger hier ook zo! Toen hadden we nog een krachtige regering. Mais maintenant nous avons la démocratie! La démocratie, c’est comme-ça!”.

Corona in Nederland

De laatste tijd gaat het gesprek in Nederland tot vervelens toe over Corona, alsof er geen leukere dingen zijn om over te praten. Regelmatig komen de mensen met even radicale als eenvoudige oplossingen. Het gesprek zou zo kunnen gaan.

“Als ze nu gewoon vaccinatie verplicht stellen voor iedereen boven de 12 jaar en wettelijk regelen dat de verzekering niet uitkeert aan wie zich hier niet aan houdt en … “. Zestien jaar geleden leerde ik de enig juiste reactie: “Ja, dat zou best wel kunnen, maar we hebben hier een democratie!” Ik zal er wel aan toevoegen: “En daar ben ik meestal best blij om!”.

 

_______

Sam en Moos en Corona

1965

Sam loopt door Amsterdam. Op een bepaald moment komt hij bij het Centraal Station, waar al die tramhaltes zijn. Dan zie hij plotseling Moos gebukt lopen, vlakbij de halte van de tram naar het Leidse Plein. “Dag Moos”, zegt hij, “Wat ben jij hier aan het doen?”. “Ik zoek mijn horloge, het was een hele dure. Ik heb hem nog van mijn vader gekregen. Zonde dat ik hem kwijt ben”, zegt Moos. Sam: “waar ben je hem dan verloren?”. “Niet hier”, antwoordt Moos meteen, “ik ben hem midden in de Jordaan kwijtgeraakt, niet eens zo ver van mijn huis.” Sam begrijpt er niets van en vraagt: “waarom zoek je daar dan niet?”. Moos antwoordt meteen: “Hier is veel beter licht. Bij mij in de buurt is de verlichting veel te slecht. Daar kan je geen hand voor ogen zien!”.

2024

Sam heeft het geschopt tot premier van Nederland. Hij leidt een vreemde coalitie van VVD, Christenunie en een paar linkse partijen. Moos is Minister van Corona en verantwoordelijk voor het beheersen van de zesde Coronagolf. De ziekenhuizen puilen uit van de patiënten en er worden nieuwe maatregelen verwacht. Sam roept Moos bij zich: “Wat heb je voor nieuwe maatregelen gevonden?”. “Tja”, zegt Moos zonder enig enthousiasme, “we gaan een betere kwaliteit mondkapjes voorschrijven, het maximaal aantal deelnemers bij concerten tot 20 verminderen, alle winkels tot een klein maximum aantal klanten per uur verplichten en de minimale veilige afstand wordt 3 meter 25”. “Zo, zo, en je denkt dat dat echt werkt?”.  “Nee, natuurlijk niet. Onder ons gezegd, het maakt geen fuck uit. Maar het klinkt wel goed”. Sam is niet echt tevreden met dit antwoord: “Kan je niet beter zorgen dat mensen, die zich vrijwillig niet inenten, een hogere verzekeringspremie moeten betalen, bijvoorbeeld?”. Moos: “Natuurlijk. Dat zou het probleem binnen een maand oplossen, maar binnen de Nederlandse verhoudingen is dat een duistere oplossing, die niemand wil zien en dus ook niemand ziet. En je moet alleen maar zoeken naar wat je kunt zien, weet ik uit jarenlange ervaring.”

Hondhaving

Honden in de natuur

Tja, natuur en honden gaan niet altijd goed samen. De trouwe viervoeters verstoren vogelnesten en jagen allerlei dieren de stuipen op het lijf. Veel natuurgebieden zijn daarom verboden voor honden, soms alleen in de broedtijd, soms het hele jaar. Elke natuurliefhebber weet dat zich niet alle honden, dat wil zeggen hun baasjes, zich daaraan houden. Hier drie anekdotes.

Ja, ik weet dat het hier niet mag

Ik loop voor de zoveelste maal het wandelingetje door het stiltegebied van Koudenhoorn langs het water van de ijsvogels, een rondje door de rietvelden en dan weer terug langs de ijsvogels. Er staan daar twee bankjes opgesteld, waar ik soms meer dan het uur over het water zit te turen en tegelijk mijn taalcursussen doe en Whatsapp controleer op mijn telefoon. Op de terugweg zit er op het eerste bankje een man en er ligt een hond naast hem.

Ik: Mag ik u iets vragen?

Baasje: Gaat uw gang.

Ik: Weet u dat het hier in het stiltegebied van Koudenhoorn verboden is voor honden? Het is hier namelijk een natuurgebied waarvoor strikte regels gelden. Honden mogen op andere stukken wel, niet hier.

Baasje: Ja dat weet ik. Maar mijn hond doet helemaal niets. Hij verstoort echt de natuur niet.

Ik: Sorry, dat denkt u misschien maar veel dieren zien dit anders. Een hond is hier altijd een verstoring.

Baasje: [kijkt strak voor zich uit en zegt niets]

Ik: Dus als ik het goed begrijp lapt u de regels gewoon aan uw laars. Maar die regels gelden ook voor u. Zou u niet ergens anders naar toe kunnen gaan?

Baasje: Dat klopt, maar ik blijf gewoon hier.

Ik loop weg en zeg nog een paar dingen die ik beter niet had kunnen zeggen en die ik niet gezegd had als daar een gevaarlijke hond had gelegen.

Eigenlijk is dit geen echt leuk verhaal. Leuker is de volgende anekdote.

Ik heb die hond geleend

Iets eerder dit jaar liep ik een rondje over de Strengen. De Strengen heeft sinds een paar maanden wel een heel complex honden-regime. Sommige gebieden streng verboden, sommige volledig toegestaan, sommige toegestaan voor aangelijnde honden.

Ik loop over het pad voor aangelijnde honden en kom een man en een vrouw mét hond tegen: niet aangelijnd. Het gesprek ging als volgt.

Ik: Mag ik u iets vragen?

Baasje: jazeker, waar gaat het om?

Ik: Wist u dat alle honden in dit gedeelte van de Strengen aangelijnd moeten zijn? Anders mag u hier met honden niet komen.

Baasje: ja, dat is ons geloof ik wel bekend, maar we laten hem toch maar lekker loslopen.

Ik: betekent dit dat u de regels gewoon negeert en doet waar u zin in heeft? Dit is een natuurgebied waar u zich wél aan de regels dient te houden.

Baasje: Tja, dat is misschien wel zo, maar hier ligt het wel anders. Deze hond is namelijk helemaal niet van ons! We hebben hem van vrienden geleend, ziet u…

Ik: [verbaasd weet ik niets uit te brengen]

Zou die man ook denken dat hij met de auto van zijn vriend 100 km per uur in de bebouwde kom mag rijden?

Maar soms worden hondenbezitters door anderen beschuldigd dierenleed te veroorzaken door zich juist aan de regels te houden. Zie het verhaal van mijn broer Huibert (met toestemming overgenomen van  https://huibertdeman.nl/wp/2021/10/02/kant-en-de-leenhond/)

Kant en de leenhond

door Huibert de Man

Met een geleende hond loop ik regelmatig door de ‘natuur’ of wat daar in ons dichtbevolkte Brabant voor doorgaat. Ik weet dat een hond bijna nergens los mag lopen, behalve op speciaal aangewezen losloopveldjes. Soms houd ik me aan dit verbod, vaak ook niet. Als echte Nederlander vind ik dat ik de zin van de regels zelf mag beoordelen.

Laatst liep ik door het bos bij Heeze met de lease-viervoeter. Aangelijnd, want ik was hem er een keer kwijtgeraakt toen die zijn instincten en een ree volgde. Een uur wachtte ik, fluitend en roepend, tot er iets modderigs en drijfnats uit de struiken kwam. De hond dus. Het leek me niet goed voor de natuur als honden er op reeën gaan jaren. Voortaan liet ik hem aangelijnd in dit gebied.

Op een woensdagmiddag liep ik er weer, brave hond aan de lijn en verder volledig onder de controle van mijn stem (maar die is op meer dan 10 meter niet meer effectief, vandaar de lijn). Er kwam een kwieke zestigplus-dame mij tegemoet gelopen. “Zou u die hond niet beter los kunnen laten lopen?” zei ze toen ze dichtbij was, “dat is toch veel fijner voor de hond. Ik had ook zo’n soort hond en ik weet wat die honden nodig hebben.”

Ik voelde me aangevallen en schoot meteen in de verdediging: “Mevrouw, u weet toch dat het in dit natuurgebied verboden is om honden los te laten lopen?”. Ik wilde ook nog iets zeggen over mijn negatieve ervaring uit het verleden in dit bos, maar daar kwam ik niet aan toe. Mevrouw was al in de tegenaanval: “Houdt u zich altijd aan de regels”, met een afkeurend gezicht van “bent u er zo eentje?”.

Dit werd een onmogelijke discussie, waarin ik met het categorische imperatief van Emmanuel Kant in mijn achterhoofd het nut van algemene regels en democratisch afgesproken wetten en verordeningen probeerde te verdedigen. Daarmee maakte ik weinig indruk. Ik bleef de beklagenswaardige figuur die zich achter regels en wetten wilde verschuilen en daarmee zijn (geleende) hond onrecht deed.

____