Voorjaar in een vogelparadijs

Eerder gepubliceerd als officieel verslag van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden

Excursie van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden naar het Oostvaardersveld op 6 april 2019

Meer dan genoeg te zien

Met grote snelheid rijden we over de A6 richting Lelystad. In de auto is een heftige discussie over Brexit losgebroken. De burgeroorlog in het Verenigd Koninkrijk die ik voorspel, gaat één mede-vogelaar veel te ver. Maar ook onze auto is al veel te ver. Ik had niet moeten kletsen maar moeten opletten. Anke kan nog zulke mooie briefjes maken, maar als Arthurs persoonlijke navigator ben ik niets waard.

Vanmorgen vertrokken 15 vogelaars in 4 auto’s vanaf het zwembad richting de Flevopolders. We razen nu via de verkeerde baan van de snelweg over de bodem van de voormalige Zuiderzee en missen afslag 7. Na een kleine omweg via afslag 8 komen we bij de eerste kijkplek aan, de grote praambult. Tegen half tien staan wij daar met zestien vogelaars (één deelnemer sluit zich ter plekke aan). De omstandigheden zijn niet ideaal. Er wordt gepraat over winterkleding die nog thuis hangt en er wordt geklaagd over de mistigheid waar zelfs de duurste Swarovski-kijker niet doorheen komt. Voor wie goed kijkt, is er toch veel te zien.

Het weelderige Praambos

Liefhebbers van ‘biomassaliteit’ komen zeker aan hun trekken met minstens 20 zilverreigers op het veld, heel veel kokmeeuwen en ontelbare brandganzen verderop. Geen tijd om koffie in te schenken: op een dwarsbalk van de hoogspanningsmast zien we twee slechtvalken bij een nest en, ja hoor, daar komt een derde slechtvalk aan. Er worden hypotheses opgesteld over de familieverhoudingen en over mogelijke vechtscheidingen in de valkenwereld. Of komt er gewoon een familielid even buurten? Wij weten het niet. We stappen in de auto’s en rijden nog een stukje verder naar het begin van de wandeling. Wij realiseren ons dat we als resultaat van deze tocht we niet met een paar koolmezen of krakeenden thuis kunnen komen.

Op ons rust de verplichting minstens (1) blauwborstjes, (2) baardmannetjes, (3) een zeearend en mogelijk nog wat andere zeldzame roofvogels op onze lijst te hebben vanavond bij de borrel. We besluiten de telescopen maar in de auto’s te laten en beginnen aan een prachtige wandeling in Zuidoostelijke en later Oostelijk richting. Niet aan de temperatuur nog maar wel aan de uitbundige vogelzang kun je horen dat het lente is. We horen zwartkoppen, we zien kneutjes, rietgorzen en nog veel meer. Dan komen we door het Praambos . Dit is niet zomaar een bos.

Dit is een volledig spontaan na de inpoldering van Flevoland ontstaan wilgenbos. Geen bomen op nette rijtjes, maar overal prachtige kromgegroeide takken, dood hout, een rijke onderbegroeiing en – last but not least – een uitbundig lenteconcert. Je zou misschien beter kunnen opschrijven wat je hier niet hoort, maar ik noem er toch maar een paar: alarmroep van boomklevers, het geroffel van een bonte specht, en dan het karakteristieke geluid van matkoppen, het beste kenmerk om ze van hun glanzende familie te kunnen onderscheiden.

Oostvaardersplassen

De Oostvaardersplassen zijn eigenlijk door toeval ontstaan. Aan het eind van de negentiende eeuw waren er al vergevorderde plannen om de Zuiderzee in te polderen en in 1891 kwam ingenieur Lely  met zijn 'Plan Lely' , de basis voor de Zuiderzeewet van 1918. Twee factoren waren van invloed op de aanname van deze wet: de watersnoodramp van 1916 en de voedselschaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog. Begonnen werd met de drooglegging van de Wieringermeer en in 1932 was de afsluitdijk gereed. De in het Plan Lely voorziene polders (Noordoostpolder, Oostelijk en Zuidelijk Flevoland) werden met kleine aanpassingen aangelegd, maar toen de dijk Enkhuizen-Lelystad er al lag werd in 2003 definitief van de inpoldering van de Markerwaard afgezien.[1] In de oorspronkelijke plannen was het Oostvaardersdiep gepland, een scheepvaartroute door een diepe geul tussen de Markerwaard en Flevoland. In de definitieve opzet werd de dijk van de Flevopolder een stukje naar het Noordwesten verplaatst: het Oostvaardersdiep lag nu achter de dijk en veranderde in de Oostvaardersplassen.  De bestemming  van het gebied was oorspronkelijk industrie, maar die kwam er niet. Inmiddels ontwikkelde zich spontaan een schitterend maar nog volledig onbeschermd natuurgebied dat tenslotte het visitekaartje zou worden voor een nieuwe benadering van het Nederlandse natuurbeheer, de 'natuurontwikkelingsvisie' als alternatief voor de traditionele opvatting over natuurbescherming. In 1986 werd bijna 6000 ha onder de Natuurbeschermingswet gebracht. Voor het beheer werden op grote schaal grote grazers zoals heckrunderen, wilde paarden en edelherten ingezet.[2] In 1992 werden er 40 edelherten losgelaten. In 2017 waren dat er al meer dan 3900. Over de problemen van het faunabeheer, de noodzaak van afschieten en de heftige emoties bij botsende opvattingen over natuurbeheer en dierenbescherming zullen we het hier maar niet hebben. De discussie is nog niet voorbij.

Aan de rand van het bos openen enkele deelnemers hun thermosflessen met koffie, terwijl anderen al doorlopen naar een grote kijkhut verderop bij het water. Vanuit de hut is niet heel veel te zien, maar met veel geduld ontdekken we toch een paar dodaarsjes in de mistige verte. Leuk zijn dan vooral de grote groepen boerenzwaluwen die gezellig in een grote dode boom gaan zitten met z’n allen.  En dan zien we de matkop ook nog eens goed. Het veld is hier opener met minder begroeiing. Waarschijnlijk zijn hier de Konik-paarden aan het werk geweest.

 

 


Puttertjes (AB)

Boerenzwaluwen (AB)

Geen gebrek aan vinkachtigen vandaag: heel mooie puttertjes op veel plekken en hier en daar ook een groenling. Dan wordt er “robotap” geroepen en dat blijkt een roodborsttapuit te zijn. Eerst een schitterend gekleurd mannetje en dan komt ook een vrouwtje erbij.

Oostvaardersveld

Het Oostvaardersveld ligt ten Oosten van de Oostvaardersplassen, in het gebied tussen de A6 en de spoorweg van Almere naar Lelystad. Het is een recent ontwikkeld natuurgebied. Staatsbosbeheer heeft dit gebied laten ontwikkelen met het doel "in te richten als de 'etalage' van de Oostvaardersplassen. De bezoeker kan hier kennis maken met het 'wetland' ecosysteem en de bijbehorende natuurlijke processen."[3]  "Het Oostvaardersveld bestaat voor de helft uit bos. Het meeste bos bestaat uit het ruim 50 ha grote Wilgenbos. Dit bos is bijzonder, omdat het zich sinds de drooglegging van Zuidelijk Flevoland in 1967 spontaan heeft kunnen ontwikkelen en er niet of nauwelijks is ingegrepen in de ontwikkeling van het bos. Er is veel dood hout aanwezig en de vegetatie is zeer weelderig, vooral bestaande uit brandnetel, kleefkruid en riet."[4] In tegenstelling tot het grotendeels gesloten gebied van de Oostvaardersplassen is het Oostvaardersveld het gehele jaar toegankelijk. Er zijn vier wandelroutes.
Blauwborst (AB)

We zijn natuurlijk blij met staartmezen en kneutjes, maar we willen blauwborstjes zien! Om 12:00 uur nog steeds geen blauwborst. Maar dan, om kwart over twaalf, is het eindelijk raak, wel heel ver, maar onmiskenbaar een blauwborst.

Het is al tegen tweeën (en een stuk mooier weer!) als we bij het bezoekerscentrum voor een consumptieve stop aankomen. Maar het vogelen is nog niet voorbij.

Vlakbij de parkeerplaats – waar wij zeker niet de enige auto’s zijn – zien we nog een blauwborst en verderop vliegt een mooie bruine kiekendief.

Zeearend (EvB)

Wij bestellen onze cappuccino’s, appeltaarten, kroketten en meer vogelaarsvoedsel. De telescopen worden op het terras opgesteld en dan is het tijd om vanuit onze terrasfauteuils eens goed naar een zeearend aan de overkant van de plas te gaan kijken. Hij zit ver weg boven in een boom, maar hij is, ondanks de wat heiige lucht, goed zichtbaar, vooral als hij ons zijn kop en profil  laat zien. Wat een joekel van een snavel!

Vlak voordat we vertrekken verschijnt er nog een mooie buizerd. Een dame van een andere groep vindt zichzelf nogal deskundig en beweert dat het een wespendief is en draagt daartoe weinig overtuigende argumenten aan. Nuchter als wij zijn, geloven we daar niets van.

Na deze late lunchpauze bezoeken we nog een aantal uitkijkpunten. Eerst gaan we naar de vogelkijkhut De Grauwe Gans bij de Knardijk. Het aantal slobeenden bij elkaar is indrukwekkend! Ook zien we hier nog pijlstaarten en kluten. Lopend van de hut naar de auto horen we een rietzanger van wie het liedje niet echt op gang komt. Hij moet nog oefenen. De volgende stop maken we op de Oostvaardersdijk met uitzicht op aan de ene kant de Grote Plas (Oostvaardersplassen) en aan de andere kant het Markermeer.

Hier weer heel mooie kluten en rietgorzen. Er ontspint zich een discussie die wel vaker plaatsvindt op excursies van de Vogelwerkgroep. Stan heeft een grote mantelmeeuw gezien: met roze poten. Anderen zien diezelfde meeuw door hun scope met duidelijk gele poten. Stan schijnt de wereld door een roze bril te zien. Wij gaan daar niet in mee. Het blijft een kleine mantelmeeuw. Tijd om er eens mee op te houden.

Kluten (EvB)

We hoeven ons voor de lijst – ondanks het dramatisch ontbreken van de baardman – niet te schamen.

Wij mogen naar huis. In de auto zwengel ik weer allerlei discussies aan. Arthur heeft niets aan mij, maar gelukkig brengt zijn Tom-Tom ons zonder problemen naar het zwembad. Het was een mooie dag.

 

De wandeling

 

De gehele route

 

 

[1]  https://www.bureau-maris.nl/projecten/oostvaardersveld-lelystad/ .

[2] https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/Rap_2013-11_KotterbosZK.pdf

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Zuiderzeewerken

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Oostvaardersplassen#Oorsprong en https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Vera

 

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *