Sam en Moos en Corona

1965

Sam loopt door Amsterdam. Op een bepaald moment komt hij bij het Centraal Station, waar al die tramhaltes zijn. Dan zie hij plotseling Moos gebukt lopen, vlakbij de halte van de tram naar het Leidse Plein. “Dag Moos”, zegt hij, “Wat ben jij hier aan het doen?”. “Ik zoek mijn horloge, het was een hele dure. Ik heb hem nog van mijn vader gekregen. Zonde dat ik hem kwijt ben”, zegt Moos. Sam: “waar ben je hem dan verloren?”. “Niet hier”, antwoordt Moos meteen, “ik ben hem midden in de Jordaan kwijtgeraakt, niet eens zo ver van mijn huis.” Sam begrijpt er niets van en vraagt: “waarom zoek je daar dan niet?”. Moos antwoordt meteen: “Hier is veel beter licht. Bij mij in de buurt is de verlichting veel te slecht. Daar kan je geen hand voor ogen zien!”.

2024

Sam heeft het geschopt tot premier van Nederland. Hij leidt een vreemde coalitie van VVD, Christenunie en een paar linkse partijen. Moos is Minister van Gezondheid en verantwoordelijk voor het beheersen van de zesde Coronagolf. De ziekenhuizen puilen uit van de patiënten en er worden nieuwe maatregelen verwacht. Sam roept Moos bij zich: “Wat heb je voor nieuwe maatregelen gevonden?”. “Tja”, zegt Moos zonder enig enthousiasme, “we gaan een betere kwaliteit mondkapjes voorschrijven, het maximaal aantal deelnemers bij concerten tot 20 verminderen, alle winkels tot een klein maximum aantal klanten per uur verplichten en de minimale veilige afstand wordt 3 meter 25”. “Zo, zo, en je denkt dat dat echt werkt?”.  “Nee, natuurlijk niet. Onder ons gezegd, het maakt geen fuck uit. Maar het klinkt wel goed”. Sam is niet echt tevreden met dit antwoord: “Kan je niet beter zorgen dat mensen, die zich vrijwillig niet inenten, een hogere verzekeringspremie moeten betalen, bijvoorbeeld?”. Moos: “Natuurlijk. Dat zou het probleem binnen een maand oplossen, maar binnen de Nederlandse verhoudingen is dat een duistere oplossing, die niemand wil zien en dus ook niemand ziet. En je moet alleen maar zoeken naar wat je kunt zien, weet ik uit jarenlange ervaring.”