Shaun en Frank

Hostels

Wij houden van hostels. Dat wil niet zeggen dat hostels alleen maar leuk of aangenaam zijn. Je moet ook tegen onvermijdelijke verschrikkingen opgewassen zijn. Om met dat laatste maar te beginnen: stel je voor een slecht onderhouden badkamer (lekkende leidingen, rottende plinten, bij de douche een slecht werkend elektrisch boilertje) met in de hoek een WC en voor de WC een matje van een ondefinieerbare textielsoort, totaal versleten en goor. Welkom in Berneray hostel, een van de meest idyllische hostels van Schotland, gelegen op de Outer Hebrides.

IMG_6494.JPG
Berneray hostel

Het bestaat uit twee eeuwenoude traditionele gebouwtjes: een meter dikke muren van natuursteen met mooie rieten daken. Het wordt beheerd door de Gatliff Foundation. Dat beheren bestaat vooral uit het ophangen van briefjes waarop staat dat alle gasten alles zelf moeten doen, inclusief het schoonmaken, wat dus meestal niet gebeurt. Ik ben er twee keer geweest: in 2014 met Petra, reizend met openbaar vervoer over de Hebriden; in 2017 op de fiets tijdens een grote rondrit door Noord en West Schotland. Het is niet alleen een fantastische plek, maar je komt hier allerlei interessante mensen tegen. Ik heb goede herinneringen aan lekker koken in de herbergkeuken, gesprekken bij de open haard (waarboven de kleren te drogen hingen) en groepsspelletjes met alle gasten. Om een mogelijk misverstand uit de weg te ruimen: zulke herbergen zijn geen jeugdherbergen, ook al worden ze soms nog wel zo genoemd. Ik ben er wandelaars van 80 tegengekomen, fietsers tussen de 20 en de 75 en hele gezinnen. Ik sprak er met een manager die zich tot toneelspeler had laten omscholen, met een gespecialiseerde Engelse doedelzakbouwer, met een vrijwel onverstaanbare Franse leraar Engels en met vage jongeren, die zelf nog niet zo goed wisten wat ze deden. Als je over voldoende weerstand tegen badkamer-bacteriën beschikt, is het hier echt de moeite waard.

Ierse hostels

Maar ik heb het hier niet over Schotland, maar over Ierland. Ik had goede herinneringen aan hostels die ik tijdens eerdere tochten door Ierland had bezocht. Het lukt gelukkig om op korte termijn hier ook dit jaar nog een aantal overnachtingen in privé-kamers te boeken. Beide hostels bevinden zich in het Zuidwesten van de provincie Donegal en bevinden zich hemelsbreed maar op 11 km van elkaar. Toch lijken deze hostels (en vooral hun eigenaren Shaun en Frank) in niets op elkaar.

Shaun

2013: A Pot of Tea

Ik ontmoette Shaun McCloskey voor het eerst op 11 juli 2013. Ik kwam die dag met de fiets uit Dungloe via Ardara, 71 km door de heuvels. In Ardara ging ik nog even naar Nancy’s pub, waar ik al tijdens mijn eerste Ierse reis in 1975 was geweest.

Shaun McCloskey
Shaun McCloskey (https://helpstay.com/stays/farm-hand#overview)

In Nancy’s sloeg ik twee cola achterover en praatte nog even met de barman, de zoon van Margaret, die in 1975 achter de bar stond. Ik schreef in mijn dagboekje: “De weg naar Derrylehan is pittig: Glengesh-pas . Alleen maar lopen. Het is heet, zo’n 27°C. Na de pas gaat het voornamelijk naar beneden. Om 19:15 bij het hostel. Vriendelijke man (Shaun) zet een pot thee voor me. In tijden niet zo van thee genoten.”

2018

Wij komen dit jaar van Arranmore. Vanaf Dungloe is het precies dezelfde route als in 2013, maar nu comfortabel met een Honda Jazz over de Glengesh-pas. Af en toe terugschakelen en gas geven, dat is alles. Als we bij het hostel aankomen, herken ik het vriendelijke gezicht van Shaun en ik geloof dat hij zich ook mij herinnert. Shaun is (nog steeds) een energieke en vriendelijke man met gevoel voor humor. Hij maakt meestal een vrolijke indruk en moet vaak hard lachen, ook om wat hij zelf zegt.

Ongedwongen chaos

Hij wijst ons een prachtige kamer met eigen badkamer. Dan gaan we naar de keuken en koken een eenvoudige maaltijd. Het was mij de vorige keer niet zo opgevallen, maar wat is het een chaos! Er staan drie grote gasfornuizen, waarvan de helft van de pitten nauwelijks werkt. Er zijn grote hoeveelheden slechte pannen met kromgetrokken bodems.

RM3_9201.jpg

Er is ook een grote verzameling broodroosters en waterkokers.   Maar ook een wasmachine, wasdroger en een elektrische frietpan ontbreken niet. Voor de gasten staan tientallen messen, vorken, lepels, blikopeners, borden, kopjes en kommetjes ter beschikking. Er is een hele kast vol theepotten en zeker vier soorten koffiezetapparaten. Zoals gebruikelijk in zulke hostels, kan je ook je eigen spullen in kasten en koelkasten opbergen. Om de eigenaar van spullen aan te geven zijn er merkstiften, die het natuurlijk geen van alle echt doen. En dan is er een aantal kastjes waarop “private” staat, de eigen kastjes van de eigenaar, die we niet mogen gebruiken. Op verschillende kastjes staan grappige teksten zoals “wie ontbijt op bed wil hebben, moet in de keuken gaan slapen”. Ergens in een hoek liggen grote stapels folders over toeristische attracties, concerten en dergelijke. Er zijn zoveel exemplaren van dezelfde (waarschijnlijk gedeeltelijk verouderde) folders dat de dikke stapels half omgevallen over diverse stoelen en tafels verspreid liggen. Dit alles straalt in ieder geval een ongedwongen sfeer uit.

Dansen tussen de fornuizen

Op maandag kook ik wat uitgebreider dan meestal in dit soort hostels. Er zijn in principe pannen en pitten genoeg. Het wordt rundvlees met champignons en broccoli met kaassaus. Normaal gesproken is dat geen probleem, maar wie tijdens mijn kookpogingen in de keuken was geweest, had mij horen vloeken, zuchten en heen en weer springen tussen een drietal fornuizen, terwijl dan weer de vlammen te warm waren, dan weer uitgingen, terwijl pannen omvielen waarbij olie in de vlam verbrandde, enzovoort. Het resultaat kon er nog wel mee door.

Wonen in je eigen hostel

Als we ‘s ochtends in de keuken zijn om te ontbijten, komt daar opeens Shaun in zijn kamerjas uit de badkamer. Blijkbaar woont Shaun in zijn eigen hostel. Zoiets heb ik nog niet eerder meegemaakt: een hostel-eigenaar die in zijn eigen hostel woont. Vandaar ook die kastjes met “private” erop. Het is ons niet helemaal duidelijk hoe de verhoudingen liggen, maar Shaun ontbijt en dineert elke dag met een Duitse vrouw die ook in het hostel verblijft samen met een jongere Duitse vrouw (haar dochter?) die af en toe in het kantoortje werkt en de keuken schoonmaakt. Op een bepaald moment vertrekt de Duitse vrouw weer, waarschijnlijk naar Duitsland. We komen er niet achter hoe het zit. Later horen we van Frank, de eigenaar van het volgende hostel, dat Shaun bezig is een huis te verbouwen. Dat zou kunnen verklaren dat hij tijdelijk in zijn eigen hostel woonde.

 

Frank

RM3_9211.jpg
Slieve League

Na vijf nachten in het hostel van Derrylehan verhuisden wij naar Malinbeg. Derrylehan ligt iets ten Zuiden van de gigantische cliffs van Slieve League, Malinbeg net iets ten Noorden.

2016: There is more to life than Facebook

Marketingmythe Ierland

In 2016 nam ik deel aan een bijeenkomst voor managers over duurzame landbouw in Dublin en een excursie naar een Ierse vleesboer. Het bezoek aan deze boer was voor mij een teleurstelling. Erg duurzaam leek het allemaal niet. Het idyllische Ierse platteland – gelukkige boeren met gelukkige koeien in de ongerepte natuur – leek een mooie marketingmythe te zijn (zie ook mijn blog uit 2016). Het werd mij ook tijdens deze excursie weer duidelijk dat managers nog niet over de meest elementaire kennis beschikken om te kunnen begrijpen wat ze zien. Geen enkele manager zag dat er bij de boerderij geen andere vogels dan een paar spreeuwen en kraaien te zien waren. De leuterverhalen over ‘duurzame ontwikkeling’ gingen erin als koek. Ik was blij dat ik nog een paar dagen voor mezelf had.

Aan het einde van de wereld

De volgende dag reed ik, via een tussenstop in Monaghan, met een huurautootje naar Donegal, waar ik een kamer had gereserveerd in het hostel van Malinbeg, niet ver van Glencolmcille. Ik kwam daar in de vroege middag van 14 april aan en moest nog even wachten totdat ik naar binnen mocht.

DSC_9814_47.jpg
Malinbeg hostel

Ik wandelde vlakbij het schitterend gelegen hostel langs de kust door weiden vol schapen, met uitzicht op de zee waar Jan van Genten vlogen. Ik was meteen verliefd op deze plek aan het einde van de wereld. Toen ik weer bij het hostel was, wees de eigenaar, Frank, mij mijn eenvoudige kamer en liet de keuken en de gerieflijke lounge zien: mooie banken, een open haardvuur en op de schoorsteenmantel de spreuk “There is more to life than Facebook”.

Dat was niet zomaar een spreuk, maar een uiting van Franks diepe afkeer van de dominante internet- en wifi-cultuur. In Malinbeg hostel is er daarom geen Wifi en het bevindt zich buiten het bereik van mobiele telefoon. Ik had het er helemaal naar mijn zin. Dit was een plek waar je eindelijk onbereikbaar kon zijn. Waar kan dat nog?

Depressing countryside
RM3_9398.jpg
“Beautiful? … I don’t see it.”

De volgende dag maakte ik een autotochtje in de omgeving. Ik kon moeilijk lopen, omdat ik in Dublin met grote vaart tegen een lantaarnpaal was gelopen toen ik naar een taxi probeerde te wuiven. Ik ben toen hard gevallen met als gevolg een pijnlijk  been en een gescheurd pak. Gelukkig kon ik nog wel autorijden. Ik heb een grote voorliefde voor plaatsen aan het einde van de wereld zoals het hostel in Malinbeg of het verlaten dorpje An Port ten Noordoosten van Glencolmcille. Ik reed naar het einde van de weg. Een klein haventje, een woeste rotskust met schuimende golven, een kiezelstrand, wind en meeuwen. Ik was enthousiast dat ik deze idiote plek aan mijn verzameling van onmogelijke plekken kon toevoegen. Enthousiast vertelde ik mijn ontdekking aan Frank. Maar Frank werd er niet warm of koud van. “Do you think Port is beautiful? I don’t see it. I rather find it a depressing place. I do not like it at all.” Ik vroeg mij af of hij het meende of dat het een soort humor was die ik nog niet helemaal begreep.

2018: Hotel People

RM2_0075_15.jpg
Malinbeg – de zitkamer

Iets meer dan twee jaar later komen Petra en ik weer in Malinbeg aan. Het is er nog steeds even mooi. Frank leidt ons naar een schitterende tweepersoonskamer met eigen WC en douche. “The bridal suite”, zegt hij. Na de overweldigende chaos van Derrylehan, is de lounge van Malinbeg een verademing. Hier heersen orde en vooral rust. Het bordje “There is more to life than facebook” staat nog op de schoorsteenmantel. Iets later maakt Frank het vuur aan. Af en toe krijg je de indruk dat Frank een oude zeurpiet geworden is, maar dat valt allemaal wel mee. Achter zijn gemopper zit een fijn gevoel voor humor. Er komen nieuwe gasten binnen. Zij vragen aan Frank waarom er geen handdoeken op de kamers hangen. Frank begint te klagen over de grote toeloop van “hotel people”, mensen die gewend zijn aan bed & breakfasts en hotels. “These hotel people don’t know anymore what a hostel is and more or less try to force us to become a hotel.  They expect us to provide towels or even to make breakfast, but they hardly use the hostel kitchen anymore, …. …Terrible, terrible, these hotel people”. Als de nieuwe gasten nog een keer zeuren, zorgt Frank toch voor handdoeken. Gratis. In de mooie lounge praten we over van alles, niet alleen met andere gasten en Frank, maar ook met een van zijn schoondochters, die hier op vakantie is. Frank vertelt over zijn reizen naar het buitenland. Hij gaat graag naar New York. Als ik vraag of hij het daar naar zijn zin heeft, zegt hij: “I like it very much in New York. It has one great advantage: there are no sheep! No sheep: fantastic!”.

DSC_9804_45.jpg
Not in New York!

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *