Nuldernauw en Arkemheen

Excursie KNNV vogelwerkgroep naar Nuldernauw en Arkemheen, 17 december 2016
Eerder gepubliceerd als officieel verslag van de vogelwerkgroep.

“We vertrokken eind september uit Siberië. Het begon koud en donker te worden. Via Arkhangelsk, de Baltische staten en Polen kwamen we tenslotte bij het ons zo vertrouwde Veluwemeer aan. Na al die Siberische stilte, best wel gezellig die zoemende autoweg op de achtergrond. Er is hier genoeg te eten voordat we verder naar Engeland vliegen. Maar eerst genieten we met volle teugen van de aandacht die Nederlandse vogelaars ons geven. Op de smalle landstrook voor Nulde staan tien exemplaren gebiologeerd – met zeven telescopen!–  naar ons te kijken. Wij laten ons nog een paar keer goed zien (en horen) door op vrij korte afstand in groepjes van twee tot vier over het water te vliegen om vervolgens in het water onze maaltijd voort te zetten.”[1]

Als de drie auto’s met tien vogelaars net iets na achten van het zwembad de Vliet vertrekken is het grijs, erg grijs en een graad of zes. Het zal die dag nog een heel klein beetje lichter worden en één graad warmer. Dit is Nederland vlak voor de Kerst. Een kort overleg heeft, wat zou blijken, een uitstekende beslissing opgeleverd: eerst naar het Nuldernauw en dan eventueel verder. Over de autorit is gelukkig niets te melden.
Vogelwerkgroep in actie (Anke Burgers)

Veilig komen we kwart over negen bij het sfeerloze Postillion Hotel Strand Nulde aan. Het Nuldernauw begint direct achter het parkeerterrein van het hotel. Het is meteen raak. De eerste kleine zwanen laten zich zien. Schitterende vogels, waarvan er nog minder dan 18000 over zijn. Niet zo zeldzaam maar wel heel mooi zijn de brilduikers die we de hele tocht regelmatig in het vizier krijgen, soms inclusief prachtige baltsrituelen. Even verstoren jagers de vredige rust, maar die zijn gelukkig snel weer weg.


Kleine zwanen (Reinier de Man)
Wanneer we een stukje verder langs het water lopen in Westelijke richting, zien we een prachtige havik in een boom zitten. We lopen verder naar het Delta Schuitenbeek vogelkijkscherm.

 

Na het vogelkijkscherm zou dit deel van de tocht afgelopen kunnen zijn, maar we kunnen tot ons plezier gewoon over de lange landtong met aan twee kanten uitzicht op het spiegelgladde water met de duizenden eenden verder lopen. We zijn inmiddels getrakteerd op zowat alle eendensoorten die je hier kunt verwachten en in grote aantallen – van Helias leren we het door Tom Bade ingevoerde begrip ‘biomassaliteit’: kuifeenden, tafeleenden, smienten en wintertalingen. In wat kleinere hoeveelheden: krakeend, grote zaagbek, nonnetje (♂ en♀ ) en als kers op de taart een eenzame krooneend (♂ ).

Door de scopen zijn inmiddels ook kemphanen en goudplevieren gesignaleerd. Over de ‘normale’ waarnemingen zoals grote zilverreiger, grauwe gans, kolgans en aalscholver hebben we het maar niet. De dodaars, die uitdrukkelijk op ons verlanglijstje stond, heeft blijkbaar een vrije dag.

De ‘biomassaliteit’ neemt verderop nog toe. Kuifeenden in groepen van vele honderden met hier en daar een versiering van tafeleenden, brilduikers en een enkel nonnetje.


Kleine zwanen (Anke Burgers)

Na het vogelkijkscherm zou dit deel van de tocht afgelopen kunnen zijn, maar we kunnen tot ons plezier gewoon over de lange landtong met aan twee kanten uitzicht op het spiegelgladde water met de duizenden eenden verder lopen. Het idee wordt geopperd of dit niet een goede bestemming voor het voorjaar zou zijn. Als we bij het strand zijn, vraagt Anke een wandelaar van wie de hond er betrouwbaar genoeg uitziet: “Is dit pad voorbij het kijkscherm in het broedseizoen gesloten?”. Goede vraag, teleurstellend antwoord: “Het is altijd gesloten. Het hek stond vandaag open omdat ze de bomen aan het snoeien zijn.” Wij hebben dus enorm geluk gehad vandaag!

 

Biomassaliteit: kuifeenden (Reinier de Man)

Na deze veldbiologische topervaring komen we terug in de matte werkelijkheid van het Postillion-hotel. In deze deprimerende omgeving (maar gelukkig in goed gezelschap van inspirerende vogelaars) nemen wij onze dosis ‘ambtenarenbenzine’. Op de koffiestop volgt een plechtigheid buiten het hotel: Hanna krijgt het officiële speldje voor het jongste werkgroeplid door Anke uitgereikt onder grote belangstelling van alle aanwezigen.

Dan nemen we alweer een heel gelukkige beslissing. We spreken af bij de Zeedijk in Arkemheen, vlakbij het Stoomgemaal Hertog Reijnout. De Polder Arkemheen is een van de oudste polders van Nederland. Hij “ontstond nadat op 28 maart 1356 Hertog Reinoud III van Gelre het recht verleende om het gebied te bedijken. De polder is vooral bijzonder omdat er nooit een ruilverkaveling is geweest”.[2]. Het is een Natura-2000 gebied en Nationaal Landschap.

 


Zeearend (Anke Burgers)
Terwijl de meeste mensen op de Zeedijk richting het water van het Nijkerkernauw aan het kijken zijn, wijst Ron Mes op een roofvogel die ten Zuiden van de dijk in de polder vliegt en op de grond gaat zitten. Hij is veel groter dan een buizerd en blijkt een (juveniele) zeearend te zijn. Opvallend zijn de indrukwekkende snavel en de lichtere veren op zijn rug. Hij blijft daar lang zitten, waarschijnlijk op een prooi. De kieviten in zijn buurt zijn zich van geen gevaar bewust.

Inmiddels lijkt het oude stoomgemaal even opgestart te worden. Het blaast vieze zwarte rook naar het Oosten, maar cultuurmonumenten mogen dat. Dan rijdt een autochtoon veel te hard op de groep telescopen in. Even lijkt het of hij zin heeft er één of twee plat te rijden, maar met een norse blik rijdt hij er toch maar omheen. Misschien was dit ook gewoon het slotsignaal van de fantastisch mooie dag. Om kwart over twee vertrekken we naar Leiden. Het is weer iets mistiger geworden. We komen nog vóór vieren aan bij zwembad De Vliet. We wensen elkaar mooie kerstdagen.

Reinier de Man

 

___

[1] https://www.flightoftheswans.org/2016/12/13/leho-arrives-home-for-christmas/

[2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Polder_Arkemheen

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *