De kleurloze wereld

Een prachtige foto van Bill Brandt

Ik kijk altijd met heel veel plezier naar oude zwart-witfoto’s in de fotomusea van Amsterdam, Rotterdam en den Haag. Twee exposities in Amsterdam hebben diepe indruk op me gemaakt: die van Bill Brandt met vooral foto’s van vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en die van Saul Leiter met z’n schitterende foto’s (kleur en zwartwit) in het New York van de jaren vijftig. Zelf ben ik opgegroeid in een tijd waarin de zwart-witfoto de norm was: op de voorpagina van kranten en op prentbriefkaarten van onze vakantiebestemmingen stond een zwart-witte wereld. Op die prentbriefkaart van de Ginkelse heide bij Ede stond: “echte foto, nadruk verboden”. Zwart-wit leek het toen keurmerk van echtheid te zijn. Echt nieuws stond in de krant en die was zwart-wit, net zoals de vroegere televisie. Dat lijkt nu vreemd want wat is er nu onechter dan een beeld zonder kleuren?

 

Wat maakt zwart-witfoto’s soms zo boeiend? Een goede zwart-witfoto kan sterker en indrukwekkender zijn dan het zelfde beeld in kleuren  omdat het onnodige kleurinformatie weglaat en zich concentreert op een duidelijk beeld, een duidelijke vorm en een ondubbelzinnige boodschap. Fotografeer ik een bedelaar in een grote stad en achter de bedelaar staat een felrode auto, dan is het gevaar dat het een foto over een rode auto wordt. Het verhaal achter de foto wordt onduidelijk. In zwart-wit kan die foto het verhaal beter vertellen.

Bij Tongue in Noord Schotland in 1976 (Nikon FT2, 50 mm lens)

Tot het eind van de jaren 70 fotografeerde ik vooral in zwart-wit.  Hierboven een foto uit Schotland uit die tijd. Ik ontwikkelde de film zelf en drukte vaak zelf af.

Het probleem van zwart-wit is dat blauw licht en geel licht precies even licht worden op de uiteindelijke foto zodat de contrasten tussen gele wolken blauwe luchten onzichtbaar dreigen te worden. Bijna standaard zette ik, zoals veel mensen, een geelfilter voor de lens om het blauw van de lucht donkerder te maken. Als ik een roodfilter had gehad, was dat een optie geweest voor nog dramatischere effecten. 

Bij de huidige digitale camera’s kan je gewoon in kleuren fotograferen en dan in Lightroom of Photoshop de filters simuleren. Dan is er nog veel meer mogelijk dan vroeger met de analoge camera. Neem bijvoorbeeld de volgende kleurenfoto met op de voorgrond de felgele boeien, iets verderop een rode boei.  Op de achtergrond staat een molen, mooi verlicht door het winterse avondlicht en daarboven een mooie wolkenlucht.

Aan de Zijl. Nikon D610 (full frame), 44 mm, f/11

Hoe kan je hiervan een acceptabele zwart-witfoto maken? Natuurlijk wil je de mooie oplichtende gele boeien goed laten zien en de mooi verlichte molen. Maar dan zijn er nog veel keuzemogelijkheden. (Meer achtergronden op deze pagina https://blog2.rdeman.nl/zwart-witfotografie/)

 

Ik heb ervoor gekozen het geel behoorlijk op te lichten (+62) en het groene gras wat donkerder te maken. Het riet links licht mooi op als je naast geel ook oranje wat versterkt. Het water en de lucht zijn donker door blauw en aqua negatief in te stellen (-54; -17). Rood heb  ik niet al te hoog gezet (+8), want anders zou het verschil tussen de rode boei en de gele boei niet meer zichtbaar geweest zijn. Het resultaat is veel dramatischer dan de oorspronkelijke foto, maar dat is de vrijheid die je nu eenmaal hebt bij het omzetten naar zwart-wit. Zwart-wit staat vaak ver van de werkelijkheid af.

De volgende foto geeft de humor van de totale contactarmoede tussen schaap en reiger aan. Het is een mooie kleurenfoto, maar heeft ook mogelijkheden in zwart-wit. 

Contactarmoede. Nikon D7100 met 600 mm tele, f/6,3

Vooral het mooie tegenlicht geeft mooie contrasten, die misschien nog mooier uitkomen als je de kleur verwijdert. In de onderstaande versie heb ik dat gedaan. De mooi oplichtende gedeelten worden sprekender als je de kleur blauw donkerder maakt. Het water op de achtergrond is nu bijna zwart. 

Hieronder heb ik de foto nog een keer ontwikkeld met juist het blauw lichter en het groen donkerder. Het resultaat is niet aantrekkelijk. Bij de ontwikkeling van zwart-witfoto’s in Lightroom kan bijna alles, maar niet alles is mooi. Tussen de twee foto’s laat ik de Lightroom-instellingen zien.

Deze foto is goed gelukt: donker water en licht gras. Mooi tegenlichteffect.

 

Deze foto is minder aantrekkelijk met het lichte water en het donkere gras

Of deze foto wel een goede kandidaat voor zwart-wit is, is de vraag. In ieder geval heb ik door het maken en bewerken van dit soort foto’s veel geleerd van de kleuren in de natuur. Na deze experimenten kijk ik anders en beter naar de kleuren van gras, bomen en de lucht. 

Een paar recente foto’s

In zwart-wit is het mooie licht op de steiger van Koudenhoorn goed te zien en de mooie structuur van de taxus-bomen bij Huis te Warmont komt mooi uit.  De foto’s uit mistig Rotterdam laten de contrasten mooi zien.

____

 

Inburgering

De smalle waterpest

Een heel algemeen waterplantje in Nederland is de smalle waterpest (Elodea nuttallii). Eigenlijk geen plantje maar een plant met stengels die wel 4 meter lang kunnen worden. De plant komt oorspronkelijk uit Noord Amerika en werd pas rond 1940 voor het eerst in Nederland aangetroffen.

Smalle waterpest

Inmiddels is er bijna geen plek meer in Nederland waar de plant niet voorkomt zoals te zien is op de Verspreidingsatlas Vaatplanten van 
Floron. 

Het is een snelle groeier en kan ervoor zorgen dat hele vijvers en sloten volledig dichtgroeien en kan daarbij andere soorten verdringen en zuurstoftekorten veroorzaken. Daarom staat de smalle waterpest sinds 2017 op de Unielijst Invasieve Exoten. Uit een ‘factsheet’ van de Nederlandse overheid citeer ik:

"Een soort die op de Unielijst staat mag onder andere niet meer worden verhandeld en gehouden in EU-lidstaten. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheersen dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het houden van deze soorten in botanische collecties is alleen mogelijk voor (wetenschappelijk) onderzoek of ex-situ bewaring. Hiervoor moet een vergunning worden aangevraagd bij RVO.nl.
...
Deponeer overtollige planten van deze en andere soorten waterplanten altijd in de gft-container of op de composthoop 0in uw eigen tuin. Gooi waterplanten nooit in openbaar water, omdat de plant zich zal gaan
verspreiden en schade veroorzaken."

Als ik dit lees, moet ik toch een beetje lachen. Een plant die zich al overal in Nederland gevestigd heeft, mag je niet bij het schoonmaken van je aquarium in de sloot kieperen! Wat maakt dat nu uit, dat ene plantje bij de tienduizenden exemplaren die zich al in de directe omgeving bevinden?

De brede waterpest

Explosieve verspreiding

Misschien kunnen we  iets van het broertje van deze plant, of beter van het zusje (want in Europa komen alleen de vrouwelijke planten voor), de brede waterpest, leren. De brede waterpest kwam al eerder uit Noord Amerika naar Nederland aan het eind van de 19e eeuw. In 1842 werd in Schotland een exemplaar gevonden en tien jaar later had de brede waterpest zich al over heel Engeland verspreid en leverde daar de nodige problemen waaraan de plant zijn naam te danken heeft. Ik citeer uit het artikel De Zegetocht van de Waterpest door de heer Bijhouwer  in het blad Levende Natuur uit 1934:

"De plant trok reeds spoedig de aandacht door de verbazingwekkend snelle wijze, waarop ze zich vermeerderde en op nieuwe vindplaatsen de oorspronkelijke vegetatie verdrong. Zoo verstopte zij in 1851 bij Burton-on-Trent, waar ze voor het eerst was waargenomen in 1849, een van de twee stroompjes, waarin de Trent zich daar verdeelt. De Curator van de Cambridge Botanic Garden, die een exemplaar van het nieuwe gewas
van Prof. Babington in 1847 had ontvangen, zette dit het jaar daarop uit in een zijriviertje van de Cham. Vier jaar later was het tot de hoofdrivier doorgedrongen, en blokkeerde deze dermate, dat het water meerdere inches rees; visschen, roeien en zwemmen was uitgesloten, en de scheepvaart
ondervond veel hinder."
Plaatje uit het artikel in Levende Natuur
Uitgeraasd

Ondanks de afwezigheid van een beleid om zulke invasieve exoten te bestrijden, is de plant toch geleidelijk voor iets minder problemen gaan zorgen. Vier jaar na het overzichtsartikel van de heer Bijhouwer over de ‘Zegetocht’ verscheen van zijn hand een kort artikel met de veelzeggende titel De Achteruitgang van de Waterpest. Het artikel laat verschillende hypotheses over de oorzaak de revue passeren, maar concludeert tenslotte:

"De geschiedenis van Elodea zou aanleiding kunnen zijn tot het neerschrijven van plantensociologische hypothesen, doch daar wij liever met beide beenen op den grond blijven staan, is het beter te erkennen, dat het verdwijnen van haar groeikracht ons vooralsnog duister is."

Deze teruggang wordt ook gesignaleerd in In Sloot en Plas van Heimans en Thijsse (1e druk 1895). Ik citeer uit de achtste druk (1950).

Nu zult ge u misschien er over verwonderen, dat men tegenwoordig zo weinig hoort van last door waterpest veroorzaakt. Dat was in mijn jeugd heel anders. Vijf en zestig jaar geleden werd er op school van verteld en ploeterden wij bij het roeien om door de waterpest heen te komen. Maar thans is hij om zo te zeggen uitgeraasd. Zijn overweldigingskracht lijkt uitgeput en tenminste bij ons te lande is hij niet lastiger dan een half dozijn andere waterplanten die sinds vele eeuwen hier thuis zijn.
Zo'n ongewone uitbarsting van levenskracht doet zich ook wel in meer gevallen voor bij de vestiging van planten in een voor hen heel nieuw gebied, al is het dan zelden zo treffend als met die waterpest."
Brede waterpest
Op de rode lijst!

Wie schetst mijn verbazing toen zag dat de Heukels Flora (24e druk) vermeldde dat de brede waterpest als gevoelig op de rode lijst stond? Ik heb de bron er maar eens op nageslagen, de geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna in het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 15 oktober 2015. Het blijkt te kloppen. De onoverwinnelijke invasieve exoot uit het eind van de negentiende eeuw blijkt een gewone plant geworden te zijn, die nu zelf het stempel ‘gevoelig’ heeft gekregen. Het was dus, in de woorden van Heimans en Thijsse, een tijdelijke ongewone uitbarsting van levenskracht. 

Op de Floron-verspreidingsatlas lezen we over de deze interessante stap van hinderlijke exoot naar rode-lijstplant het volgende:

"Vanwege de sterke achteruitgang gedurende de tweede helft van de 20e eeuw is Brede waterpest tegenwoordig opgenomen in de Rode Lijst. De achteruitgang is vrij zeker veroorzaakt door verslechtering van de algemene waterkwaliteit."

Ik neem de vrijheid om bij dit ‘vrij zeker’ toch een paar vraagtekens te zetten. De ecosystemen waarin deze plant een plaats heeft verworven, stellen in ieder geval in toenemende grenzen aan de in het begin ‘ongewone uitbarsting van levenskracht’. Dit was mogelijk ook gebeurd als de waterkwaliteit niet omlaag was gegaan. De brede waterpest is geen exoot meer, maar heeft een volwaardige maar bescheiden plaats verworven als inheemse plant in de inheemse structuren, zou je kunnen zeggen. Dat moet bij de smalle waterpest nog gebeuren, lijkt het. 

Ambtenarennatuur en de werkelijkheid

Stel dat we in 1850 een beleid tegen invasieve exoten hadden gehad maar dat er toch een paar takjes waterpest in onze wateren terecht waren gekomen, die zich razendsnel hadden vermeerderd. In dat geval zou het handelen in waterpest en het in het water brengen van deze planten meteen zijn verboden en de overheid zou de verplichting tot tegenmaatregelen hebben gehad. Had dat iets uitgemaakt? Helemaal niets! Het onheil was al geschied. De kanalen waren toen al aan het dichtgroeien en het maakte echt niets meer uit of er hier en daar wat weggehaald werd of dat er een paar aquaria minder in de sloot werden geleegd. Maar het leuke was dat de natuur zelf effectief heeft ingegrepen, goed verwoord door Heimans en Thijsse: ‘de overweldigingskracht was uitgeput’.

De brede waterpest staat inmiddels op de rode lijst, maar op de smalle waterpest zijn nog allerlei beleidsregels voor invasieve exoten van toepassing. Dat zal natuurlijk geen enkel effect hebben. Er is bijna geen plek te vinden waar zich de plant niet bevindt en hier en daar iets weghalen of voorkomen dat iemand een paar aquariumplanten in het water gooit, zal een druppel op een gloeiende plaat zijn.

In de ambtelijke fantasie wordt gedaan of de natuur regelbaar is. Maar helaas: als het hek van de dam is, kan zelfs de beste ambtenaar vrijwel niets meer uitrichten tegen de invasie. In de werkelijke natuur moet de natuur het werk zelf doen. Bij de brede waterpest is dat in een jaar of 60 gelukt. Hoe lang het bij de smalle waterpest zal duren, weten we niet. 

Bij veel invasieve exoten stelt de natuur tenslotte zelf grenzen aan de ‘overweldigingskracht’, bijvoorbeeld door toename van natuurlijke vijanden zoals watervogels die leren rivierkreeften te verorberen of schimmels die de Amerikaanse vogelkers aanvallen. Langzaam maar zeker worden de exoten, als zij uitgeraasd zijn, deel van onze natuur. Ingeburgerde exoten zijn geen exoten meer.

Een paar bronnen

A.P.C. Bijhouwer, De Zegetocht van de waterpest, Levende Natuur, 38e jg., okt. 1933, 188-184

A.P.C. Bijhouwer, De achteruitgang van de waterpest, Levende Natuur, 42e jg., okt. 1937,  186-188

Alle oudere nummers van de Levende Natuur zijn beschikbaar op https://www.dbnl.org/titels/tijdschriften/tijdschrift.php?id=_lev013leve01

E. Heimans, J.P. Thijsse, In Sloot en Plas (8e druk), Ploegsma, Amsterdam 1950: p. 89-95 (waterpest). De eerste druk uit 1895 is te downloaden op https://books.google.nl/books?id=_WOEEy6umvcC&printsec=frontcover&hl=nl&source=gbs_ge_summary_r&cad=0#v=onepage&q&f=false 

Floron, Rode Lijst Vaatplanten 2012, https://www.floron.nl/publicaties/rode-lijst-2012

NVWA, Unielijst invasieve exoten, https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten

NVWA, Factsheet Smalle Waterpest, https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/documenten/plant/planten-in-de-natuur/exoten/risicobeoordelingen/factsheet-smalle-waterpest

Dank

Met dank aan Jeannette Teunissen, die mij op het idee bracht deze blog te schrijven en mij inlichtte over de aanwezigheid van brede waterpest op de rode lijst, wat ik eerst niet geloofde. Ik ben vooral geïnspireerd geraakt door haar verhalen over de schimmels die op invasieve soorten als de Amerikaanse vogelkers te vinden zijn en een bijdrage kunnen leveren aan het in toom houden van zulke exoten. 

Zij is op geen enkele manier verantwoordelijk voor de inhoud van dit verhaal.

Dank ook aan mijn al geruime tijd overleden vader, die mij op 27 november 1959, toen ik in het ziekenhuis van een operatie lag te herstellen, het boek In sloot en plas cadeau gaf, een belangrijke bijdrage aan mijn ontwikkeling als amateur-veldbioloog. Dat ik nog eens uit dit boek zou citeren, had ik niet verwacht. 

P.S.

Nog even een voorbehoud bij dit verhaal: bij snelle lezing ervan zou je kunnen denken, dat ik blij ben met alle invasieve exoten en dat je er niets tegen zou moeten doen. Natuurlijk zie ik in dat veel van die exoten voor problemen en soms grote problemen zorgen. Soms moet je ook maatregelen nemen zoals tegen de muskusrat die onze dijken vernielt. Maar vaak kan je niet echt veel doen en zal je met de indringers moeten leven. Bestrijding is vaak bijna onmogelijk, maar er is een lichtpuntje aan de horizon: soms grijpt de natuur zelf in, zoals uit dit ongelooflijke verhaal over de waterpest blijkt: de exoot die op de rode lijst terecht kwam. 

____