Anéantir – een bijzondere Houellebecq

 

Michel Houellebecq, Anéantir, Flammarion, 2022. 735 pagina’s.

Anéantir

Gisteren las ik de laatste 20 pagina’s van het 735 pagina’s tellende boek Anéantir van Houellebecq. Een heel ander boek dan we van hem gewend zijn. Het eerste deel bevat wel de gebruikelijke beschrijvingen van een kapotte samenleving en keiharde kritiek op politieke en economische systemen.  Het boek lijkt te gaan over vreemde complotten en aanslagen op containerschepen, spermabanken en belangrijke spelers in de technologische wereld. Het gaat ook over de Franse politiek, met name over de presidentsverkiezingen. Hier maken we kennis met de belangrijkste persoon van het boek, Paul, die samen met zijn vrouw Prudence een luxe appartement bezit maar verder niets met haar deelt: samen eten of slapen doen ze al lang niet meer. Paul werkt voor Bruno, de minister van Economische Zaken, die een belangrijke rol in de verkiezingen van 2027 speelt. Het boek laat, op een typische Houellebecq-manier, de leegte van de politiek, de banaliteit van de politieke adviseurs en de doortraptheid van het machtsspel zien. Veel van deze passages zijn echt humoristisch.

Ziekte, zelfmoord, liefde

Als de vader van Paul een ernstig herseninfarct krijgt en totaal verlamd in een verzorgingstehuis wordt opgenomen verschuift het perspectief van het boek. De lezer maakt kennis met de eigenaardigheden van Pauls familie: zijn traditioneel katholieke zus Cécile, haar man en haar dochter, zijn heel ongelukkig getrouwde jongere broer Aurélien, en met de vriendin van zijn vader. Als de omstandigheden in het verzorgingstehuis zo verslechteren dat de familie  bang is dat de vader daar snel zal overlijden, organiseren zij een ontvoering uit het ziekenhuis. Deze gebeurtenissen leiden tot een hernieuwing en versteviging van de familiecontacten en tot grote veranderingen. Het interessants van alles is dat Paul en Prudence een echte liefdesrelatie ontwikkelen. Zij doen voor het eerst sinds jaren weer dingen samen, eerst heel voorzichtig maar al snel delen zij weer hun woon- en slaapkamer. Natuurlijk wordt de uitbundige sex weer in (onnodig) detail beschreven. Aurélien wil scheiden nadat hij een relatie is begonnen met Maryse, de verpleegster uit Bénin die voor zijn vader zorgt. Maryse helpt bij de ontvoering van zijn vader. Dit komt helaas uit. Auréliens vrouw publiceert in een krant het hele verhaal dat ook politieke consequenties dreigt te hebben. Aurélien kan een vlotte scheiding nu wel vergeten en voor zijn vriendin dreigt ontslag. Even later wordt hij hangend aan een balk van het oude familiehuis waar zijn vader verblijft, gevonden. Maryse gaat terug naar Bénin. De familiebanden tussen de vader, Paul, Cécile en Prudence worden steeds sterker. Politiek en terrorisme verdwijnen vrijwel volledig naar de achtergrond.

Afscheid

Bij Paul wordt bij een bezoek aan de tandarts een kwaadaardig gezwel ontdekt. Het vervolg van het verhaal is een beschrijving van onderzoeken en behandelingen met heel veel details over MRI-scans, chemotherapie en immuuntherapie en chirurgie. Hij weigert een rigoureuze operatie waarbij hij ook zijn tong zou verliezen. Alles gaat nu naar het onvermijdelijke einde van zijn leven. Er is geen redding meer mogelijk. Zijn relatie met Prudence wordt elke dag intenser en ook ontstaat er veel warmte tussen zijn zus en hem. Nog één keer rijdt zij hem (hij kan niet meer rijden) naar het huis van zijn verlamde vader. Samen met zijn vader zit hij uren naar de ondergaande zon te kijken, maar zegt niets. Zijn vader kan niet praten.

Vernietigen

Terug in Parijs kan hij alleen nog op zijn dood wachten. De titel Anéantir (vernietigen) is misschien wat misleidend. De strekking van het verhaal lijkt toch te zijn, dat hij juist zijn vernietiging heeft kunnen vermijden. Door uit de oppervlakkige buitenwereld van politiek, economie, technologie en terrorisme terug te keren naar de binnenwereld van liefde en geborgenheid in de familie, heeft zijn leven er iets toe gedaan, is hij juist niet ‘vernietigd’. Een lezer op de Franse website babelio.com  vat het als volgt goed samen: hoe kan je weerstand bieden aan de definitieve vernietiging?

“Le monde est au bord du gouffre, mais face au vide civilisationnel se reflète aussi un néant existentiel. Le vide fascine. Sur quelle île de compassion se réfugier pour éviter de tomber dedans ? La famille, la foi, l’engagement, la spiritualité, et l’amour toujours. L’amour et la passion. Comment résister à l’anéantissement définitif ? Cela aurait pu s’appeler “Affronter”, ça s’appelle “Anéantir” et c’est un livre plus positif qu’il n’y paraît.”
https://www.babelio.com/livres/Houellebecq-Aneantir/1376626#!

Ik vond de beschrijving van de relaties tussen de hoofdpersonen hier en daar erg mooi. Het liefdesverhaal van Aurélien en Maryse is ontroerend net als de beschrijvingen van de ontwikkeling in de verhouding van Paul en Prudence en de intense band tussen hem en zijn verlamde vader. Dat Houellebecq ooit zoiets zou schrijven, had ik nooit vermoed. Maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die naar de vroege Houellebecq terugverlangen als ze dit boek lezen en dat ze het schrijven van psychologische romans liever aan anderen overlaten (zoals Bas Heijne, zie hieronder).

Romantisch conservatisme

Je zou kunnen zeggen dat de hoofdpersoon Paul de maatschappijvisie van Houellebecq verwoordt:

“Aux yeux de Paul, le tout dernier alias fictif de Houellebecq, «si l’objectif des terroristes était d’anéantir le monde tel qu’il le conaissait, il ne pouvait pas leur donner tout à fait tort ».” https://www.ledevoir.com/lire/658551/fiction-francaise-aneantir-houellebecq-et-la-possibilite-de-l-amour

Uit eerdere boeken kende ik natuurlijk Houellebecq’s afkeer van de geglobaliseerde neoliberale economie en zijn opvattingen over het verdwijnen van menselijke waarden in een wereld waar alles om eigenbelang draait, goed samengevat door Paul in deze passage van het boek:

“La doxa libérale persistait à ignorer le problème, tout emplie de sa croyance naïve que l’appât du gain pouvait se substituer à toute autre motivation humaine, et pouvait fournir à lui seul l’énergie mentale nécessaire au maintien d’une organisation sociale complexe. De toute évidence c’était faux, et il paraissait évident à Paul que l’ensemble du système allait s’effondrer dans un gigantesque collapsus … … .” (p. 539)

Ik kan het best eens zijn met een veel van zijn constateringen maar ik zie niet duidelijk welk alternatief hij er tegenover stelt en voor zover ik het wel zie, word ik ook daar niet blij van. In Sérotonine (zie mijn eerdere blog) schildert hij de verloedering van het platte land in Normandië en lijkt romantisch terug te verlangen naar de gezonde menselijke verhoudingen in de traditionele samenleving, die door het neoliberalisme kapot gemaakt is. Over die verhoudingen heb ik mijn twijfels. In dit laatste boek proberen de verschillende personen op hun eigen manier iets van spiritualiteit terug te vinden. De atheïst Paul steekt af en toe een kaarsje aan in de kerk, zijn vrouw vlucht in de bedenkelijke wereld van het Wicca-geloof, terwijl het leven zijn zus Cécile door ultra-conservatief katholicisme wordt beheerst. Houellebecq gebruikt zijn boek als spreekbuis voor zijn eigen bedenkingen tegen euthanasie. Het romantische conservatisme in zijn boeken staat mij tegen. Vluchten in traditionele samenlevingsvormen of in vage spiritualiteit is geen oplossing voor de reële problemen die hij aan de orde stelt.

Boekbesprekingen

Henk Pröpper, Houellebecq slaagt erin de werkelijkheid geheel te omarmen  20 januari 2022, https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/houellebecq-slaagt-erin-de-werkelijkheid-geheel-te-omarmen~ba818768/ 
Ik ben het eens met wat Pröpper in deze bespreking schrijft: “De passages waarin Houellebecq Pauls ouderlijk huis en de familierelaties schetst, zijn van grote schoonheid en relevantie. Hij toont mensen elk met hun eigen eigenaardigheden en soms onbegrijpelijke beslissingen. Ook waar spreken onmogelijk blijkt, is een hoge vorm van vertrouwelijkheid mogelijk. In de beschrijvingen van het contact met Pauls vader gaat Houellebecq ver voorbij de vervreemding van de moderne wereld, en tast hij naar het eigene en intieme, daar waar mensen elkaar woordeloos aanraken. Van de lawaaiige buitenwereld naar een kwetsbare binnenwereld: dat is een opzienbarende stap in zijn oeuvre.”

Daan Pieters, Recensie: Michel Houellebecq – Anéantir, https://www.tzum.info/2022/01/recensie-michel-houellebecq-aneantir/

In de boekbespreking in de NRC wordt benadrukt dat het boek toch het centrale thema van Houellebecq behandelt: het onvermogen van de liberale wereld de mens zingeving te verschaffen:
“Het maakt anéantir tot een Houellebecq-slow, met een ambitieuze inzet en een tragisch-romantische visie op de toekomst van onze samenleving, een roman als een zwanenzang, met een ondertoon van compassie. Ook in Houellebecqs eerdere werk loerde de dood, het grote niets, voortdurend om de hoek. Van het begin af aan stonden het typisch Franse ‘miserabilisme’ en ‘declinisme’ hoog in zijn vaandel. Nu staat Magere Hein werkelijk voor de deur, de auteur wordt ook een dagje ouder en zijn lezers met hem. De liberale veronderstelling was ‘dat hebzucht iedere andere menselijke beweegreden kon vervangen’ en zo het ‘complexe sociale systeem’ in stand zou houden. ‘Maar dat was een vergissing.’ Het was gedoemd ineen te storten, met veel geweld en op korte termijn.”
nrc.nl/nieuws/2022/01/06/in-de-nieuwe-houellebecq-schuilt-het-ongeluk-in-het-gezin-a4075903

Niet iedereen is overtuigd van de literaire kwaliteiten van Houellebecq’s beschrijvingen van de psychologische verhoudingen tussen de personen in het boek. In een commentaar in de NRC schrijft Bas Heijne:
“Het getuigt van literaire moed dat Houellebecq aan zijn schurende ambivalenties, die zijn eerdere werk zo opwindend maakten, wil ontsnappen. Maar de antwoorden die hij in Vernietigen geeft zijn, op een enkele indrukwekkende passage na, vaak banaal en zelfs sentimenteel. Werkelijke intimiteit blijft op afstand. Vandaar wellicht die depressie, waaruit zijn vrouw hem liefdevol wilde verlossen met wat opbeurende porno.”
https://www.nrc.nl/nieuws/2023/03/09/met-vernietigen-probeert-michel-houellebecq-een-psychologische-roman-te-schrijven-a4159034

Uit de vorige eeuw

 

‘t Geboomt, ‘t Gebloemt

Ik woon in de Merenwijk Leiden, vlakbij Warmond. Regelmatig maak ik een ommetje naar één van de dichtbij gelegen gebiedjes, die ik pas goed in de Corona-tijd heb leren kennen. Ik ben niet de enige die dit doet en kom vaak dezelfde collega-zwervers tegen. Interessant zijn mijn ontmoetingen met Benjamin Teensma, oud-hoogleraar Portugees, geboren in 1932. Wij hebben dan leuke gesprekken, bijvoorbeeld over zijn vader die de oude Jac. P. Thijsse persoonlijk kende. Daarbij citeert hij teksten zoals ik hierboven op de foto van Huys te Warmont heb geplakt. De strekking van die tekst is verwant met het bekende (ook door hem geciteerde ) “Laat niet als dank voor ‘t aangenaam verpoozen, den eigenaar van ‘t bosch de schillen en de doozen!”. De bron van de tekst op de bovenstaande foto heb ik tot nu toe niet kunnen achterhalen. Ik heb hem opgetekend uit de mond van de heer Teensma, het hier wandelende geheugen uit een ver verleden.

Klassenstrijd in het bos

Wel heb ik uitgevonden dat de tekst van vóór mei 1920 moet zijn. In een nogal geïrriteerd commentaar in De Tribune (een blad van socialistische signatuur) van 27 mei 1920 windt de schrijver zich op over dit “laffe burgermansrijmpje”. Hij beschuldigt de grondbezitter van diefstal:

‘n Poëtische ontboezeming van den grondbezitter om het van Natuur genietend menschdom er aan te helpen herinneren, dat de aarde haar schoon kleed niet draagt voor heel het menschdom, maar voor slechts enkele bevoorrechten, die niettegenstaande zij zich schuldig maakten aan diefstal, het recht behielden om niet alleen vrij-uit te gaan, maar bovendien het door hen geroofde deel van de Natuur-schepping af te sluiten voor de bestolenen.’k Heb zo’n bordje uit den grond gerukt. «Verboden toegang» liet ik ongemoeid. ‘k Wilde m’n kleeren niet scheuren. Het laffe burgermansrijmpje kon ik echter niet  laten staan. Kinderachtig? Neen, lezer, woede, opgekropte woede door het telkens er aan herinnerd worden, dat een bezittersklasse het recht is gegeven, mij de schoonste natuurscheppingen te ontnemen.” (De Tribune, 27 mei 1920)

Laat niet als dank …

Tekst en plaat uit 1916

In 1916 schreef de ANWB een prijsvraag uit voor een tekst onder een affiche tegen de verontreiniging van bossen door achtergelaten afval. De winnende tekst is de bekende tekst “Laat niet als dank …”.  In de Graafschap-bode (en andere kranten) van 3 maart 1916 is te lezen:

“Op de prijsvraag voor een onderschrift onder de plaat, welke de A.N.W.B. zal uitgeven ter bestrijding van het ontsieren onzer bosschen door vruchtenschillen, eierschalen, boterhampapieren, enz., zijn vrij vele inzendingen gevolgd.
De prijs werd toegekend voor:
Laat niet, als dank voor ‘t aangenaam verpoozen,
Den eigenaar van ‘t bosch de schillen en de doozen.”

Nog in 1916 publiceerde de ANWB een plaat met deze tekst eronder.

Sluikreclame

Niet iedereen was zo blij met die ANWB-plaat. In een artikel uit het Algemeen Handelsblad van 4 augustus 1918 lezen we”:

De plaat uit 1916

“Dichterlijke vermaningen. – De A.N.W.B. wendt zich ook tot het publiek met het verzoek:
«Laat niet, als dank voor ‘t aangenaam verpoozen, den eigenaar van het bosch de schillen en de doozen», en het plaatst dit als bijschrift bij een reclameplaat, een saai en suf ding, dat meer heeft van een reclame voor een zeker merk fietsen (al te duidelijk vermeld op de rijwielen, waarop het stijve paar, dat in zoet gevrij onder een paar groote eiken rust, naar het bosch is komen rijden) en van zekere soorten versnaperingen, waarvan de firmanamen eveneens duidelijk op de doozen en flesschen te lezen zijn.  … … De vlakke fletskleurige plaat zal weinigen opvallen en dus – helaas – maar weinig dienst doen.”

Moderne plaat met oude tekst

Misschien was de ANWB het wel eens met deze kritiek en liet daarom in 1928 een nieuw affiche ontwerpen, nu door Willy Sluiter.

De opvolger van de plaat uit 1916, was moderner, meer aan de geest van de late jaren 20 aangepast. Het paar op de voorgrond is (voor die tijd) modern gekleed en de de kleuren zijn fel en vrolijk. De tekst uit 1916 was ongewijzigd en zou decennia lang bekend blijven. Wie die tekst geschreven had, bleef voorlopig geheim.

 

Bestuurslid wint de prijsvraag

Pas in 1930 komen we erachter wie deze tekst verzonnen heeft. In de Telegraaf van 24 december 1930 staat een kort artikeltje met de titel “LAAT NIET ALS DANK VOOR ‘T AANGENAAM VERPOOZEN ….” en ondertitel “Wie de auteur is”. In de vergadering van het algemeen bestuur van de ANWB spreekt de voorzitter waarderende woorden tot de aftredende bestuursleden Slicher en Kraaijenhoff. Hieraan besteedt ook de Kampioen van die maand aandacht. De Telegraaf zegt hierover:

 “De Kampioen herinnert bovendien aan Slichter’s medewerking aan dat blad en verklapt een klein geheim, door hem aan te wijzen als den auteur van het gevleugelde woord:«Laat niet, als dank….. ….. … doozen», … ... .”

Ik vraag me wel af, of het er bij de prijsvraag van 1916 eerlijk aan toe gegaan is. Volgens mijn informatie was Jacob Hendrik Slicher (1863-1938) van 1896 tot 1930 bestuurslid van de ANWB en vanaf 1901 eerste secretaris.  Als dat klopt, zat Slicher al twintig jaar in het bestuur van de ANWB toen zijn inzending werd uitgekozen voor de affiche van 1916. Eerlijk of niet, zijn tekst werd een succes en nog steeds kennen veel mensen deze meer dan honderd jaar oude woorden uit hun hoofd.

Noten

‘t Geboomt

In een berichtje uit de Haarlemsche Courant van 6 juli 1928 staat de tekst:
“‘t Geboomt, ‘t gebloemt, dat gij hier ziet,
Behoort aan anderen, aan u niet.
Laat vrij uw oog langs alles gaan,
Maar wil er nooit de hand aan slaan.”

Van Benjamin Teensma had ik begrepen: “… uw oog over alles gaan” en “Doch wilt er niet de hand aan slaan”.  Kleine verschillen.

Laat niet als dank …

Klassenstrijd

De achtergrond van dit soort rijmpjes was niet in de eerste plaats natuurbehoud maar de behartiging van de belangen van grondeigenaren. In die zin had de verbale woede-uitbarsting van de socialist in de Tribune wel een reële achtergrond. Op de website van de ANWB lezen we:

“Tijdens de aanleg van rijwielpaden en bij het uitzetten van langeafstandswandelpaden kreeg de ANWB namelijk klachten van eigenaren van landgoederen en bossen. Ze waren boos dat toeristen papier, blikjes, dozen en flessen achterlieten. Grondeigenaren waren bang dat wanneer ze meer toeristen zouden toelaten, hun terreinen ernstig vervuild zouden raken.”  https://www.anwb.nl/over-anwb/geschiedenis/laat-niet-als-dank—actie-zwerfvuil

 

De ANWB-plaat van 1939

Een nieuwere plaat

De ANWB bleef vernieuwen. In 1939 zijn de fellere kleuren behouden, maar ligt het afval weer op de voorgrond zoals in 1916. Het modieuze paar is vervangen door een gezin op de achtergrond.

Rijmpjes in Duitsland

Rijmpjes om de recreant aan te sporen zijn afval op te ruimen, waren niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland populair aan het begin van de vorige eeuw, bijvoorbeeld:

“Was im Stube gilt als simpel Brauch,
behalt das fest im Walde auch.
Lass niemals auf den Boden fallen
Papier, Orangen, Eierschalen.
Halt rein und sauber das Waldlokal,
So seid ihr willkommen allzumal.”
(uit Algemeen Handelsblad, 4 augustus 1916)

Oude kranten

Bij mijn zoektocht naar de oorsprong van de door Teensma geciteerde teksten heb ik dankbaar gebruik gemaakt van oude kranten die allemaal gedigitaliseerd (en doorzoekbaar) op https://www.delpher.nl/ staan. Ook heb ik gebruik gemaakt van ‘Het Geheugen’, een uitgebreid archief van oude plaatjes op dat zelfde delpher: https://geheugen.delpher.nl/nl

____