Libellen in de vlucht: camera-instelling

Libel in de vlucht

Stel, je wilt een libel in de vlucht fotograferen en wilt ook nog dat hij scherp is. Welke instellingen heb je dan nodig. Ik heb het hier uitgerekend. Ik ga ervan uit dat de libel evenwijdig aan de camera vliegt (of in de lucht stilhangt). Het is een middelgroot exemplaar van rond 6 cm lang. De vleugels hebben samen ongeveer dezelfde afmeting. Een libel kan heel snel vliegen, maar hier ga ik van een matige snelheid van 24 km/uur uit. De vleugelslag van libellen is voor insecten erg langzaam, bijvoorbeeld 35x per seconde.

Ik fotografeer deze libel met een vrij lange telelens (500 mm) op een crop-camera met een sensor van 24 mm in de breedte. Ik reken het uit voor een foto genomen op 5 meter van het beest. 5 meter is 10x de brandpuntsafstand. Op de sensor verschijnt een 10x verkleind beeld. We fotograferen zo een stukje van 24 cm in de breedte. Als we een libel van 6 cm fotograferen, vult die het beeld voor een kwart in de breedte. We kunnen hem later door croppen weer groter maken.

Nu willen we een scherpe foto. Nu spelen twee soorten onscherpte een rol, waar we allebei iets aan kunnen doen: bewegingsonscherpte en gebrek aan scherptediepte.

 

Bewegingsonscherpte

Er zijn twee soorten bewegingsonscherpte: van de beweging van de libel door het beeld en van de vleugels. Als de libel 24 km/u langs komt betekent dat bijna 7 meter per seconde. Als ik met 1/1000 afdruk ontstaat er een onscherpte van 7 mm in de vliegrichting van het beest. Dat is meer dan 10% van zijn lengte. Dat is niet acceptabel. Iets beter wordt het met 1/2000 of 1/4000. Beter is echter om te wachten tot hij een tijdje stil hangt in de lucht.

De tweede bewegingsonscherpte is die van de vleugels die 35x per seconde op en neer bewegen. Zeg dat de vleugels tijdens één vleugelslag 10 cm afleggen, dan is dat per seconde 3,5 meter. Bij een sluitertijd van 1/1000 is er gemiddeld een onscherpte van 3,5 mm. Dat is veel bij een beest dat nergens groter is dan 60 mm. Wil je echt scherpe vleugels dan zou je zeker 1/4000 moeten kiezen. Dan is de gemiddelde bewegingsonscherpte onder 1 mm.

Gebrek aan scherptediepte

Een teleobjectief van 500 mm heeft heel weinig scherptediepte bij het fotograferen van een object op 5 meter afstand. Toch heb je scherptediepte nodig als je de libel van opzij fotografeert. Voor de vleugels hebben we een scherptediepte van 5 of 6 cm nodig. Uit een scherptediepte-app halen we voor mijn camera en mijn lens de volgende waarden: bij f/5,6 1,9 cm; bij f/8 2,7 cm; bij f/11 3,8; bij f/16 5,4 cm. Om de vleugels dus over hun volle breedte scherp te krijgen is f/16 wel het minimum diafragmagetal.

De ideale instelling?

Als we een en ander combineren komen we uit op een instelling van 1/4000 bij f/16. Stel dat we behoorlijk veel licht hebben, zoveel licht dat we bij ISO 100 met 1/100 f/8 kunnen werken, dan moeten we de ISO aanpassen aan de nieuwe instelling. Van 1/100 naar 1/4000 zijn 5 stops; van f/8 naar f/16 twee stops, totaal dus 7 stops. We moeten dus van ISO 100 naar ISO 12800 bij dit licht. Bij iets minder licht wordt het nog erger. De beeldkwaliteit (contrast, kleurenkwaliteit, ruis) zal zodanig afnemen dat de foto als mislukt beschouwd kan worden.

Het compromis

Voor een mooie foto zullen we wat bewegingsonscherpte en gebrek aan scherptediepte moeten accepteren. Mooie bewegingsonscherpte kan een indruk van beweging overbrengen zonder dat de foto slecht wordt. Er is geen alternatief.

_____

Naar de blog