Belichting

Equivalente instellingen voor belichting

Tekst geschreven voor beginners

Bij een gegeven hoeveelheid licht stel je de belichting in door een combinatie van ISO-waarde, sluitertijd en diafragma.

Alle waarden werken met verdubbeling:

  • ISO: een film van ISO 400 is twee keer zo gevoelig als een film van ISO 200. En zo gaat het verder naar 800, 1600, 3200, …
  • Sluitertijd. Een sluitertijd van 1/125 belicht twee keer zo lang als een sluitertijd van 1/500 en vier keer zo lang als een sluitertijd van 1/1000.
  • Diafragma. Bij de diafragmawaarden is het eigenlijk hetzelfde, maar hier is de doorgelaten hoeveelheid licht omgekeerd evenredig met het kwadraat van de diafragmawaarde. Elke diafragmastop is wortel(2) * de vorige waarde. We krijgen dan de reeks 2;2.8;4;5.6;8;11;16;22 etc. Bij elke stop komt er twee zo weinig licht binnen.

Willen we een foto 2x zo sterk belichten kan dat op drie manieren: de ISO verdubbelen, het diafragmagetal een stop lager te kiezen of de sluitertijd verdubbelen. Willen we een foto 2x zo weinig belichten kan dat door de ISO te halveren, het diafragma een stop hoger te kiezen, of de sluitertijd te halveren. Door een combinatie van deze twee mogelijkheden blijft de belichting gelijk. ISO 250; 1/250;diafragma 8 geeft bijvoorbeeld dezelfde belichting als ISO 500; 1/1000; diafragma 5,6 bijvoorbeeld.

Verschillen

Bij de verschillende combinatiemogelijkheden blijft de belichting hetzelfde, maar de foto wordt verschillend.

  • ISO: een lage ISO geeft betere kleurkwaliteit en minder ruis dan een hoge ISO.
  • Een lage sluitertijd geeft minder kans op bewegingsonscherpte (beweging van de camera en het object) dan een hoge sluitertijd.
  • Een hoog diafragmagetal geeft meer scherptediepte dan een laag diafragmagetal. Het scherptebereik is wel sterk afhankelijk van de brandpuntsafstand de gekozen afstandsinstelling, zie hiervoor deze pagina.

In veel gevallen is het maken van een foto een moeilijk compromis tussen de bewegingsonscherpte, kleurkwaliteit en scherptediepte. Afhankelijk van het soort foto ligt het compromis ergens anders. Afhankelijk van het soort foto ligt daarom het gebruik van de S, A of M-stand (met auto ISO) meer of minder voor de hand.

Noot: de betekenis van het diafragma getal

Diafragmawaarde 8, ook geschreven als f/8 betekent dat de diameter van het diafragma 1/8 maal de brandpuntsafstand is. Bij een 50 mm lens staat dan het diafragma iets meer dan 6 mm open. Bij een 600 mm lens wordt dat  75 mm. Op die manier is de diafragmawaarde een van de lens onafhankelijke maat voor de breedte (in graden) van de lichtbundel die vanaf de lens één punt op de film/sensor belicht. Bij een lange telelens moet het diafragma veel wijder openstaan dan bij een korte groothoeklens. Een diafragma f/16 geeft altijd een lichtbundel van ongeveer 4 graden van de lens naar de film/sensor. Bij een diafragma f/2 is dat ongeveer 28 graden. Zie de figuur hieronder.

 

Print Friendly, PDF & Email