Beeldvullend
Als ik een onderwerp van een breedte g heb dan kan ik dit fotograferen zodat dit het beeld precies van links tot rechts vult. Met een groothoeklens (kleine brandpuntsafstand) moet ik dan vrij dichtbij gaan staan, met een telelens veel verder. Om te weten hoe ver je met de lens van het onderwerp af moet gaan staan moet je de volgende grootheden weten:
- de breedte s van de sensor (bijvoorbeeld 35 mm)
- de breedte g van het onderwerp (bijvoorbeeld 35 cm)
- de brandpuntsafstand f van de lens (bijvoorbeeld 50 mm)
De bekende lenzenformule luidt:

waarbij b de afstand tot het beeld op de sensor en v de afstand tot het onderwerp zijn.
Het beeld op de sensor heeft de breedte s en het onderwerp de breedte g: het onderwerp is dus g/s keer zo groot als de sensor.
De driehoek gevormd door het middelpunt van de lens en de uiteinden van het onderwerp is dus g/s maal zo groot als gelijkvormige driehoek gevormd door het middelpunt van de lens en de uiteinden van de sensor. We vereenvoudigen het objectief hier tot één simpele lens zonder dikte.
Hieruit volgt:

Uit deze vergelijking is meteen te zien dat als g =s, d.w.z. bij een macro-foto waar het beeld op de sensor even groot is als het origineel, zowel v als b gelijk zijn aan de dubbele brandpuntsafstand. Voor een oneindig groot voorwerp, dat op oneindige afstand wordt gefotografeerd wordt b gelijk aan f.
Ook duidelijk is dat de afstand van waaraf je moet fotograferen evenredig is aan f. Fotografeer je hetzelfde voorwerp beeldvullend achtereenvolgens met een 50 mm lens en een 150 mm lens, dan moet je er in het tweede geval precies drie keer zo ver vanaf gaan staan. Uitgewerkt voor een 35 mm sensor en een beeld van 35 cm berekenen we v voor de twee lenzen: g/s +1 is hier 11. Voor de eerste lens wordt v dus 57,2 cm, voor de tweede lens drie keer zo ver weg: 172 cm.
Macro-foto’s met gewone lenzen
Een macro-lens kan verschillende brandpuntsafstanden hebben. Het bijzondere aan een macrolens is dat hij tot (minimaal) een verhouding 1:1 kan fotograferen: onderwerp op de sensor even groot als in het echt. Maar soms heb je dat helemaal niet nodig en kan een verhouding 1:4 al genoeg zijn. Deze verkleiningsfactor is gelijk aan b/v (gemakkelijk in te zien uit de gelijkvormigheid van driehoeken).

Als een lens ven 300 mm tot op 2 meter kan fotograferen, berekenen wij met deze formule een verhouding van van 1:4. Geen macrolens maar prima voor het fotograferen van een grote libel bijvoorbeeld.
________