NJN 1965-2018

Terug naar Wageningen-Hoog

Op 7 oktober 2018 neem ik de afslag Wageningen op de A12 en via Bennekom rijd ik naar Wageningen-Hoog en verder naar Renkum. Om half elf parkeer ik mijn auto tegenover het Informatiecentrum Renkums beekdal. Ik moet achter het dit informatiecentrum zijn, bij het Mussennest.

Ina Pons spreekt reünisten toe

Ik meld mij bij de tafel met naamkaartjes aan. Mijn naam ligt klaar. Ik kom hier voor de reünie van de afdelingen Wageningen, Arnhem, Nijmegen en Tiel van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Rond 1965, 53 jaar geleden, werd ik lid. Vandaag zie ik meteen bekende namen op de naamkaartjes en tenslotte ook bekende gezichten, hoewel ik soms even moet kijken.

Annelies van Gijsen, Hein Pons, Ina Pons …

De mensen die in 1965 15 waren, zoals Hein Pons, Marja Kuiper en Jaap Wiertz zijn inmiddels 68. Even zie ik hen vooral als oude mensen, maar zodra ik de gezichten en de stemmen weer herken, lijkt niemand echt veranderd te zijn, ook Annelies van Gijsen niet, die als 65-jarige fris gepensioneerd uit Antwerpen naar Wageningen is teruggekeerd. Met mensen als Annelies en Hein had ik in mijn Utrechtse studenten tijd regelmatig en soms intensief contact.

Terug naar 1964-1968

Eric Gerding 2018

Ik zie ook Eric Gerding met wie ik in 1964 in de derde klas van het gymnasium zat samen met een andere actieve NJN-er, Aart Noordam, die er vandaag niet is. Eric en Aart hebben mij indertijd overgehaald om lid te worden. Na een proefexcursie naar de Hoge Veluwe, heb ik meteen ja gezegd. Ik heb daar geen moment spijt van gehad. Zie ook mijn eerdere blog: zestig jaar vogelen.

1964: 3 gymnasium Marnix College Ede: midden boven Eric Gerding, daarnaast Reinier de Man, derde van rechts Aart Noordam

Voor mij was de NJN een mogelijkheid om even te ontsnappen uit de benauwende huiselijke kring en even iemand anders te zijn. Ik werd een enthousiast vogelaar. Ik hield me ook met kevers bezig, maar voor de determinatie ervan beschikte ik niet over het noodzakelijke geduld en ook niet over de noodzakelijke literatuur. Met mensen als Frits Boerwinkel of Albert van den Brink fietsten wij met laarzen aan via Harderwijk over de Knardijk naar Lelystad in aanleg en zagen onderweg baardmannetjes, middelste zaagbekken en krakeenden. Ik herinner me schitterende excursies door het binnenveld, naar de blauwe kamer en zelfs helemaal naar de Biesbosch.

Drie bestuursleden van toen in 2018: Reinier, Jaap en Hein

Op 22 oktober 1966 vond in de Kelder van de familie Tjallingii de AV plaats en werd een nieuw bestuur gekozen. Hein Pons werd voorzitter in ik werd ‘Redac’, redacteur van het verenigingsblad ‘De Kemphaan’. Andere functies waren NS: Jaap Wiertz, ADM: Marja Kuiper, LZF: Marlies v.d. Vaart. 52 jaar later poseren Hein, Jaap en ik voor een foto.

Excursie 2018

Ouwe-sokken-excursie 2018

Het is die dag prachtig weer en we genieten van een goede lunch buiten het restaurant ‘De Beken’. Daarna is er een interessante excursie door het Renkums beekdal, waar de oude industrie (Van Gelder papier, etc.) plaats gemaakt heeft voor natuurontwikkeling. Voordat iedereen naar huis gaat, is er koffie, thee en een overdadige keus uit heerlijk gebak. Ik heb interessante gesprekken onder meer met Ingrid Petiet, Pieneke Wiertz en Ina Pons.

Naar Amsterdam!

Tijdens de reünie werp ik de vraag op waar het archief van de afdeling Wageningen gebleven zou kunnen zijn. Het antwoord luidt dat althans een deel van het archief zich in Amsterdam bevindt bij het International Institute  of Social History IISH. Het is interessant voor mensen die de geschiedenis van de Nederlandse groene jeugdbeweging willen bestuderen. De volgende dag ga ik naar de IISH-website waar ik de archieven kan reserveren om te komen bestuderen. Als ik op dinsdag in de trein naar Amsterdam zit, ben ik heel benieuwd wat ik daar aan zal treffen. Vanaf het centraal station neem ik de bus naar de Veelaan. Na een minuut lopen sta ik bij het mooie instituut. Vriendelijke mensen geven mij de archiefdozen. Met kloppend hart doe ik ze open. Terug naar meer dan 50 jaar geleden. Exemplaren van de ‘Kemphaan’, waarvoor ik als ‘Redac’ verantwoordelijk was, vind ik helaas niet.

Geroutineerde parlementariërs van 16 jaar oud

Wel vind ik een grote verzameling stukken behorende bij jaarvergaderingen, zoals notulen van de jaarvergadering, verslag van de voorzitter, verslag van de secretaris, verslag ‘Ping’ (= penningmeester), verslag keldercommissie, ledenlijsten, verslagen van bestuursvergaderingen, ingekomen brieven, etc. Vooral interessant zijn de vele moties die tijdens de AV werden ingediend, waarover gestemd werd en die dan werden aangenomen dan wel verworpen. Uit het vergeelde archief komt een goed ontwikkelde vergadercultuur naar voren. De AV was als een levendig parlement met ellenlange discussies over moties, inclusief moties van wantrouwen en voorstellen voor alternatieve bestuursleden. Daarbij moet je bedenken dat de geroutineerde parlementariërs hier hooguit zestien jaar oud waren, zoals Eric Gerding en Jaap Wiertz op de AV van 22-23 oktober 1966. Ik keek in die tijd heel erg op tegen mensen als Eric en Jaap, die als volleerde politici in statements van een half uur of langer met mooie correct geformuleerde volzinnen hun standpunten konden verdedigen in de vergadering.

De AV van 22 oktober 1966

Een greep uit het verslag. Na een opsomming van onproblematisch verlopen agendapunten lezen we:

“Hierna kwam echter de grote ramp, dat in de agenda als verslag NS stond. Het leek echter meer op een foldertje van de morele herbewapening en dan nog een slechte. Het werd dan ook niet geaccepteerd, zelfs niet door enkele leden van het bestuur.
Het verslag moest in de pauze overgeschreven worden.
Na de sjok waarnaar de AV al protesterend gevraagd had in een voortreffelijk koor o.l.v. Martien Bouman, en het hupsen kwamen eerst het verslag van de schuilhutcommissie en dat van de nestkastcommissie aan de beurt. Beide waren een klaagzang over de geringe belangstelling.
Hierna werd het verslag NS, dat nu in telegramstijl gesteld was, weer onder vuur genomen. Dit werd echter niet getolereerd en het moest nogmaals over. Dit bleek de laatste maal te zijn, maar ze stond niet op papier. Doch nu bracht de taperecorder uitkomst. Deze had het verslag geregistreerd en in die vorm zou het in de kemphaan gepubliceerd worden; hetgeen in het november/december nummer geschied is. Het beleid bestuur kwam nu echter in verdrukking. Volgens enkelen (die het goed wisten) kon het niet goedgekeurd worden. Desondanks is het na stemming erdoor gesleurd met de toezegging dat in het NS verslag na publicatie nog wijzigingen zouden kunnen worden aangebracht op verzoek van de leden.
Het punt verkiezing bleek overboding. Voor de vz-functie, waarvoor nog niemand was, werd door het AV Hein Pons voorgesteld, waarmee het bestuur volledig akkoord ging, allang blij dat er iemand was. Zodoende ruilden Pineke Wiertz en Hein Pons van plaats (vz); hetzelfde deden Aart Noordam en Jaap Wiertz (ns); ondergetekende en Marja Kuiper (admin.); Ernst Boerwinkel en Reinier de Man (redak.) en Albert v.d. Brink en Maries v.d. Vaart (lzf).”
Het bestuur 1966-1967: Marlies, Marja, Hein, Jaap, Reinier

Er waren die vergadering nogal wat moties. Eén motie (ik geloof, gezien het handschrift, dat ik de auteur was) verzocht om een heiligverklaring van het oude bestuur met de volgende tekst:

“Stemgerechtigde leden van de afdeling Wageningen van de Ned. Jeugdbond voor Natuur studie, in vergadering bijeen op 22 oktober 1966 te Wageningen, zijn van mening dat het aftredende bestuur heilig verklaard moet worden, alvorens in de duistere geschiedenis te verdwijnen”, ondertekend door o.a. Hugo Besemer, Rinse Wassenaar, Frits Boerwinkel, Rietje …, Matthieu Witmondt en Reinier de Man . De motie werd verworpen.

Interessant is hoe lang dit soort vergaderingen konden duren. De vergadering werd op 23 oktober om 2:30 in de ochtend gesloten. Het verslag vermeldt:

“Op 23 oktober te 2.30 werd de vergadering gesloten door het hoofd van Hein dat samen met de hamer door de slaap op de tafel neerdreunde. Vermeldenswaardig is het nog dat er ondanks de dreigementen geen politie verschenen is en dat de vele fotoenthousiasten die dachten het plaatje van hun leven te schieten teleurgesteld hun apparatuur weer opborgen.”

Redac Reinier de Man

Na de vergadering van 22-23 oktober 1966 werd ik dus Redac, belast met het uitgeven van ‘De Kemphaan’. Ik herinner me hoe ik de kopij overtypte op grote stencilbladen met de oude krakkemikkige afdelingstypmachine. Plaatjes overbrengen was wat moeilijker. Dat ging met speciale pennetjes en rollers voor arcering. Een spoedcursus hierin kreeg ik door een artikelenserie van Hein Pons over de sterren en planeten. Bij het tekenen van ronde of ovale planetenbanen dreigde soms een eivormig deel uit het stencilblad te vallen, maar met stippellijnen bleef de zaak heel. Af en toe veroorzaakte ik negatieve opwinding als ik een stuk te zeer redigeerde, d.w.z. het Nederlands grammaticaal aanpakte. Dan kreeg ik emotionele kritiek als “Wat er stond, is NJNs, dat mag je niet zomaar veranderen …”. Blijkbaar was ik te laat bij deze club gekomen, om de ongeschreven regels aan te voelen. Bovendien was ik zo elitair opgevoed dat ik nauwelijks normaal Nederlands kende. Daarvan getuigen ook de stijve brieven van mezelf die ik in het archief vond. Op 21 oktober 1967 zat mijn ambtsperiode er weer op en moest ik in de AV verslag uitbrengen.

De voorzitter (Hein Pons) was positief over de Kemphaan in zijn jaarverslag:

De Kemphaan, ons afdelingsblad, verscheen vrij regelmatig om de ±1¼ maand. Hij zag er (behoudens het feit dat sommige letters verzakten en niet goed doorkwamen) verzorgd uit. Midden in het jaar kwamen de activiteiten van de afdeling tot uiting in een Kemphaan van 14 pagina’s. … …”.

Zo te zien was de AV toch niet helemaal tevreden met mijn verslag. Een schriftelijk verslag van mijn hand heb ik niet gevonden, maar in de notulen van de AV lees ik:

“Verslag van de redac. Hier was veel op aan te merken. Dit bewees de motie wel die er binnen kwam. De A.V. vond dat iedere NS, Redac, DBer en belangstellende HBer een Kemphaan moest krijgen. Dat is het afgelopen jaar niet gebeurd of weinig. De meeste Kemphanen waren wel fijn. Ook dit verslag werd goedgekeurd.”

De stencils voor de Kemphaan werden steeds aan het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek in Wageningen ter verwerking gegeven. Ooit had ik aan de vader van een klasgenoot, die bij het IPO werkte, gevraagd de gestencilde Kemphaan van het IPO naar Ede mee te nemen. Met een kritische blik zei hij: “O, ik wist niet dat dat hier gebeurde. Vooruit dan maar.” Vanaf dat moment verkeerde ik in de veronderstelling dat dit illegaal was en dat het maar goed was dat die man de zaak niet had aangekaart bij het IPO. Maar nu vind ik in het Amsterdamse archief keurige nota’s aan Mej. M. Kuiper. Voor het stencilen van 1055 vel rekende het IPO in 1967 f 21,10 = 0,2 cent per pagina. Niet duur, maar we betaalden wel netjes de rekening.

Moties, moties, moties

In de oude stukken vind ik veel interessante moties, niet allemaal inhoudelijk interessant, maar opvallend door de formeel-bureaucratische stijl ervan. Voorbeeld (motie 25 april 1967):

“Wij ondergetekenden, stemgerechtigde leden der njn afdeling Wageningen, spreken onze verontrusting uit over het feit dat wij op vroege excursies zelden afdelingsbestuursleden aantreffen. Wij verzoeken daarom het AB een verklaring af te legen aangaande deze nalatigheid. Wij vragen ons af of dit te wijten is aan een verregaande luiheid, of dat het AB over zodanige telepatische gaven beschikt dat zij vanuit hun bed kunnen beoordelen of de vroege excursies de doelstellingen van de Bond, zoals beschreven in artikel 2 en 3 van de bondsstatuten, nageleefd worden met de daartoe geëigende middelen. Wij verwachten van het AB dat deze verklaring in de eerstvolgende uitgave van het afdelingsorgaan geplaatst wordt. … …” (ondertekend door o.a. Eric Gerding, Aart Noordam, Pieneke Wiertz, Frits Boerwinkel).

Motie met verzoek het NS-verslag opnieuw voor te lezen (22 okt. 1966)

Waar hadden die 16-jarigen zulk bureaucratisch geleuter geleerd? Waarschijnlijk in de NJN zelf. En zo vond ik nog tal van grappig en minder grappig bedoelde moties, zoals deze motie op de vergadering van 15 september, die ik zelf had ondertekend:

Afgekeurde motie over de drie roodharige/baardige oppositieleden …

“Wij stemgerechtigde leden der NJN afd. Wageningen in vergadering bijeen in de kelder van Marterlaan 10 te Wageningen-Hoog, gem. Wageningen, op 15 september 1968, vinden dat de vergadering niet genoeg in het openbaar gevoerd wordt en veroordelen het feit dat drie roodharige en/of baardige oppositieleden de enigen zijn die beschikking hebben over een tafel.”

De motie werd afgekeurd.

Mijn actieve NJN-tijd was voorbij

Blijkbaar was ik aanwezig op deze vergadering, maar mijn rol was al uitgespeeld nadat ik in september 1967 van Ede naar Bilthoven was verhuisd. Mijn brief van 18 september 1967, die ik in het archief aantref, stemt mij zelfs nu nog een beetje droevig. In onderkoeld, formeel Nederlands schrijf ik:

“… … Zoals je ziet is deze brief afkomstig uit Bos en Duin bij Bilthoven dat ik sinds enkele weken mijn woonplaats kan noemen. Hoewel dit niet zo ver van Wageningen ligt, zal het toch niet meer zo vaak zijn dat ik op vergaderingen aanwezig kan zijn. Dit is vooral lastig, zolang er nog geen definitief nieuw bestuur gekozen is. Jammer genoeg kan ik de reglementsvergadering die geachte Eric G. in onze maag gesplitst heeft niet bijwonen. Maar hierover valt ook niet meer zoveel te zeggen omdat eigenlijk (misschien niet geheel volgens de regels) het reglement allang aangenomen is. … …”.

Achteraf gezien was die verhuizing van Ede naar Bilthoven een grote fout. Weliswaar ontvluchtte ik bepaalde problemen thuis, maar ik was in een klap mijn sociale leven kwijt. Ik was het contact met mijn klasgenoten in Ede kwijt en deed examen op een andere school in een vreemde omgeving. De NJN, die voor mij op dat moment heel belangrijk was, viel ook nog eens weg. Toen ik na mijn Bilthovense tijd in Utrecht ging studeren, kon ik gelukkig met veel NJNers het contact vernieuwen en verstevigen. Jammer alleen dat ik  scheikunde was gaan studeren en al mijn vrienden biologie.

P.S. 1
Voor foto’s zie https://rdeman.nl/photos/index.php?/category/275 (ID=want2018, wachtwoord is gelijk aan het wachtwoord voor deze pagina)

P.S. 2
Tijdens een opruiming van onze vliering vond ik meer dan een hele jaargang kemphanen: Scans van de kemphaan

Een verzoek

Wie heeft er nog foto’s uit die tijd van excursies en/of AVs? Ik houd mij aanbevolen om ze hier op te nemen of er een website van te maken.  Graag aan reinier@rdeman.nl . Ook correcties/aanvullingen op dit verhaal zijn welkom. Dank!

____

 

Naar (Noord) Ierland

Eerste poging mislukt

Oorspronkelijk zouden wij op maandag 16 juli naar Dublin vliegen en dan een rondreis maken via Donegal, Connemara en County Clare met een paar nachten in Dublin als besluit. Het heeft niet zo mogen zijn. Petra brak haar pols op de donderdag voor de vakantie en werd geopereerd op de dinsdag daarna. Door dit ongeluk en door familieomstandigheden moesten wij de geplande vakantie afzeggen.

Toch naar Ierland

Begin augustus zijn we dan toch nog naar Ierland gegaan. Twee weken naar uitsluitend het Noorden, zowel naar de Republiek (Donegal) als naar het Britse Noord Ierland. Ik had rustige plekken geboekt (B&B’s en hostels) die ik grotendeels al kende. Geen enkele verrassing. Ik wist wat we konden verwachten: vriendelijk mensen, mooie uitzichten over de zee en genoeg pubs voor een pint Guinness of fish & chips. We hadden een auto gehuurd. Ik was de enige chauffeur, want Petra’s pols moest nog herstellen. We zijn een heel aantal dagen in hostels verbleven, waar we zelf konden koken. Ik was de enige kok. Zelfde verhaal.

RM3_9126.jpg
Het kiezelstrand bij Scraig (Arranmore)

Voor foto’s zie mijn foto-site.

Blogs over onze Ierse vakantie 2018

Hier geen letterlijk verslag van onze vakantie, maar een viertal verhaaltjes die de sfeer goed weergeven.

 

Golven zonder wind – zeeziek in Ierland

Boottochtjes

Petra op weg naar Inishbofin (1988)

Geen vakantie zonder speciale uitjes. Zo’n uitje is het bezoek aan een museum, het beklimmen van een berg (al dan niet gecombineerd met het overnachten in een berghut), meerijden met een stoomtrein die langzamer rijdt dan een fiets of natuurlijk een boottochtje. Nu hebben we al heel wat boottochtjes meegemaakt vooral ook omdat wij van kust, zee en eilanden houden inclusief de natuur die daarbij hoort. Een van de eerste gezamenlijke tochtjes (en de eerste keer dat ik meemaakte dat Petra zeeziek werd) die ik mij herinner was aan de Ierse Westkust (1988) naar Inishbofin.

Nu zijn dat soort boottochtjes niet alleen maar leuk, soms zijn ze ronduit vervelend, zoals die keer (1996)  dat we over een wilde zee naar de Lofoten voeren. Misselijker dan toen ben ik nooit geweest. Mijn evenwichtsorgaan wist het verschil tussen boven, onder, links en rechts niet meer en mijn maaginhoud kon ik niet meer binnenhouden.  Een paar jaar later, ook in Noorwegen, ging het iets beter tijdens een walvis-safari omdat we pillen hadden genomen, waarvan we wel voortdurend in slaap vielen.

IMG_6714.JPG
Bij Mingulay (2014)

In het meer recente verleden maakten we een prachtige boottocht van Castlebay op Barra (Outer Hebrides, Schotland) naar het verlaten eiland Mingulay. Er was een behoorlijke deining en na een prachtige tocht vlak langs hoge rotswanden met nestelende zeevogels trok Petra toch behoorlijk wit weg. Op het verlaten eiland konden we even bijkomen voordat we weer terugvoeren.

Twee jaar later maakten we een mooie boottocht op de Shetlands naar het vogeleiland Noss. Voorzover ik me kan herinneren een fantastische tocht met veel vogels en verder geen problemen (zie https://rdeman.nl/photos/picture.php?/10801/category/shetork2016 en verder, inloggen vereist).

RM2_4290_20.jpg
Op de ‘Ruby May’ bij Noss (2016)

Arranmore

Op deze vakantie in Donegal  gaan we er optimistisch vanuit dat problemen in het verleden geen enkele garantie zijn voor problemen in de toekomst. Alweer zijn we op een eiland aan de Westkust van Ierland: Arranmore. De eigenaar van onze Bed & Breakfast, Jim Muldowney, heeft een boot en biedt verschillende tochtjes aan. Voordat we die avond (9 augustus) het eiland verlaten, gaan we mee op zo’n tocht. Van de haven aan de Oostkant van het eiland varen we naar Burtonport op het vaste land. Na lang wachten op een medepassagier die eerst bij de verkeerde haven stond, maken we een tocht langs de eilandjes tussen Arranmore en Burtonport (zie https://rdeman.nl/photos/picture.php?/15066/category/Ierland-2018 en verder, inloggen vereist).

RM3_9146.jpg
Ooit was hier industrie en handel

Er was hier indertijd een bloeiende visindustrie en de eilandjes zoals Inishcoo en Rutland waren belangrijk voor de handel. Op Inishcoo woonden in 1861 47 mensen. Tegenwoordig zijn er een paar vakantiehuizen. Jim vertelt in groot detail over het leven op deze eilandjes en geeft toelichting bij de huizen en ruïnes waar we  langs varen. Dan varen we met hogere snelheid weer naar Arranmore en volgen een groot stuk de Oostkust tot aan het uiterste Noorden en nog een stukje richting vuurtoren. We zien nu van de zeekant het kiezelstrand bij Scraig, waar ik de dag daarvoor nog was (zie deze pagina voor een foto). Als de golven het strand op rollen, maakt het strand een ratelend geluid van de rollende kiezelstenen. Naarmate we dichterbij de Noordpunt komen, wordt de deining heftiger. We varen langs hoge ‘cliffs’ en zien de Noordse stormvogels op de rotsen zitten en langs de rotsen vliegen.

RM3_9185.jpg
Tussen de rotsen door …

We varen tenslotte tussen twee rotsen door en de boot begint nu behoorlijk te rollen. Petra wordt zeeziek en gaat, zoals zij het zelf uitdrukt, met haar hoofd over de reling “de vissen voeren”.  Er is niets tegen te doen behalve wachten tot het weer over is. Als we weer een stuk naar het Zuiden zijn gevaren, wordt de boot weer rustiger. Petra is blij dat het voorbij is.  Ik zeg dat we de volgende keer pilletjes moeten nemen tegen zeeziekte.

Slieve League

Vier dagen later neem ik het initiatief voor boottochtje nr. 2: onderlangs de ‘cliffs’ van Slieve League. De folders en de websites lokken ons met foto’s en video’s van dolfijnen die met de boot meezwemmen.  Misschien toch leuk om eens mee te maken. We reserveren een tochtje vanaf de haven van Teelin. Ik zeg dat het misschien goed is om pilletjes tegen zeeziekte te kopen, maar dat lijkt niet nodig, want het is windstil. We varen van de haven een stuk langs de Zuidkust van Donegal en dan in Noordwestelijke richting naar Slieve League. Er is inderdaad geen wind, maar de deining is aanzienlijk. Die deining (‘swell’) wordt niet door de plaatselijke wind veroorzaakt maar komt van honderden kilometers ver over de oceaan aanzetten. Ook nu heeft Petra weinig plezier meer. De zeeziekte slaat weer toe.

RM3_9267.jpg
Slieve League met wachttoren

Eigenlijk is er behalve uitzicht op de rotsen en de Mortello towers (torens gebouwd door de Britten tegen een mogelijke aanval van de Fransen in het begin van de 19e eeuw) niets te zien. De dolfijnen blijven weg. Veel heeft deze boottocht niet opgeleverd afgezien van het inzicht dat er geen wind nodig is voor hoge golven op de oceaan.

Meer blogs over onze Ierse vakantie 2018

Shaun en Frank

Hostels

Wij houden van hostels. Dat wil niet zeggen dat hostels alleen maar leuk of aangenaam zijn. Je moet ook tegen onvermijdelijke verschrikkingen opgewassen zijn. Om met dat laatste maar te beginnen: stel je voor een slecht onderhouden badkamer (lekkende leidingen, rottende plinten, bij de douche een slecht werkend elektrisch boilertje) met in de hoek een WC en voor de WC een matje van een ondefinieerbare textielsoort, totaal versleten en goor. Welkom in Berneray hostel, een van de meest idyllische hostels van Schotland, gelegen op de Outer Hebrides.

IMG_6494.JPG
Berneray hostel

Het bestaat uit twee eeuwenoude traditionele gebouwtjes: een meter dikke muren van natuursteen met mooie rieten daken. Het wordt beheerd door de Gatliff Foundation. Dat beheren bestaat vooral uit het ophangen van briefjes waarop staat dat alle gasten alles zelf moeten doen, inclusief het schoonmaken, wat dus meestal niet gebeurt. Ik ben er twee keer geweest: in 2014 met Petra, reizend met openbaar vervoer over de Hebriden; in 2017 op de fiets tijdens een grote rondrit door Noord en West Schotland. Het is niet alleen een fantastische plek, maar je komt hier allerlei interessante mensen tegen. Ik heb goede herinneringen aan lekker koken in de herbergkeuken, gesprekken bij de open haard (waarboven de kleren te drogen hingen) en groepsspelletjes met alle gasten. Om een mogelijk misverstand uit de weg te ruimen: zulke herbergen zijn geen jeugdherbergen, ook al worden ze soms nog wel zo genoemd. Ik ben er wandelaars van 80 tegengekomen, fietsers tussen de 20 en de 75 en hele gezinnen. Ik sprak er met een manager die zich tot toneelspeler had laten omscholen, met een gespecialiseerde Engelse doedelzakbouwer, met een vrijwel onverstaanbare Franse leraar Engels en met vage jongeren, die zelf nog niet zo goed wisten wat ze deden. Als je over voldoende weerstand tegen badkamer-bacteriën beschikt, is het hier echt de moeite waard.

Ierse hostels

Maar ik heb het hier niet over Schotland, maar over Ierland. Ik had goede herinneringen aan hostels die ik tijdens eerdere tochten door Ierland had bezocht. Het lukt gelukkig om op korte termijn hier ook dit jaar nog een aantal overnachtingen in privé-kamers te boeken. Beide hostels bevinden zich in het Zuidwesten van de provincie Donegal en bevinden zich hemelsbreed maar op 11 km van elkaar. Toch lijken deze hostels (en vooral hun eigenaren Shaun en Frank) in niets op elkaar.

Shaun

2013: A Pot of Tea

Ik ontmoette Shaun McCloskey voor het eerst op 11 juli 2013. Ik kwam die dag met de fiets uit Dungloe via Ardara, 71 km door de heuvels. In Ardara ging ik nog even naar Nancy’s pub, waar ik al tijdens mijn eerste Ierse reis in 1975 was geweest.

Shaun McCloskey
Shaun McCloskey (https://helpstay.com/stays/farm-hand#overview)

In Nancy’s sloeg ik twee cola achterover en praatte nog even met de barman, de zoon van Margaret, die in 1975 achter de bar stond. Ik schreef in mijn dagboekje: “De weg naar Derrylehan is pittig: Glengesh-pas . Alleen maar lopen. Het is heet, zo’n 27°C. Na de pas gaat het voornamelijk naar beneden. Om 19:15 bij het hostel. Vriendelijke man (Shaun) zet een pot thee voor me. In tijden niet zo van thee genoten.”

2018

Wij komen dit jaar van Arranmore. Vanaf Dungloe is het precies dezelfde route als in 2013, maar nu comfortabel met een Honda Jazz over de Glengesh-pas. Af en toe terugschakelen en gas geven, dat is alles. Als we bij het hostel aankomen, herken ik het vriendelijke gezicht van Shaun en ik geloof dat hij zich ook mij herinnert. Shaun is (nog steeds) een energieke en vriendelijke man met gevoel voor humor. Hij maakt meestal een vrolijke indruk en moet vaak hard lachen, ook om wat hij zelf zegt.

Ongedwongen chaos

Hij wijst ons een prachtige kamer met eigen badkamer. Dan gaan we naar de keuken en koken een eenvoudige maaltijd. Het was mij de vorige keer niet zo opgevallen, maar wat is het een chaos! Er staan drie grote gasfornuizen, waarvan de helft van de pitten nauwelijks werkt. Er zijn grote hoeveelheden slechte pannen met kromgetrokken bodems.

RM3_9201.jpg

Er is ook een grote verzameling broodroosters en waterkokers.   Maar ook een wasmachine, wasdroger en een elektrische frietpan ontbreken niet. Voor de gasten staan tientallen messen, vorken, lepels, blikopeners, borden, kopjes en kommetjes ter beschikking. Er is een hele kast vol theepotten en zeker vier soorten koffiezetapparaten. Zoals gebruikelijk in zulke hostels, kan je ook je eigen spullen in kasten en koelkasten opbergen. Om de eigenaar van spullen aan te geven zijn er merkstiften, die het natuurlijk geen van alle echt doen. En dan is er een aantal kastjes waarop “private” staat, de eigen kastjes van de eigenaar, die we niet mogen gebruiken. Op verschillende kastjes staan grappige teksten zoals “wie ontbijt op bed wil hebben, moet in de keuken gaan slapen”. Ergens in een hoek liggen grote stapels folders over toeristische attracties, concerten en dergelijke. Er zijn zoveel exemplaren van dezelfde (waarschijnlijk gedeeltelijk verouderde) folders dat de dikke stapels half omgevallen over diverse stoelen en tafels verspreid liggen. Dit alles straalt in ieder geval een ongedwongen sfeer uit.

Dansen tussen de fornuizen

Op maandag kook ik wat uitgebreider dan meestal in dit soort hostels. Er zijn in principe pannen en pitten genoeg. Het wordt rundvlees met champignons en broccoli met kaassaus. Normaal gesproken is dat geen probleem, maar wie tijdens mijn kookpogingen in de keuken was geweest, had mij horen vloeken, zuchten en heen en weer springen tussen een drietal fornuizen, terwijl dan weer de vlammen te warm waren, dan weer uitgingen, terwijl pannen omvielen waarbij olie in de vlam verbrandde, enzovoort. Het resultaat kon er nog wel mee door.

Wonen in je eigen hostel

Als we ‘s ochtends in de keuken zijn om te ontbijten, komt daar opeens Shaun in zijn kamerjas uit de badkamer. Blijkbaar woont Shaun in zijn eigen hostel. Zoiets heb ik nog niet eerder meegemaakt: een hostel-eigenaar die in zijn eigen hostel woont. Vandaar ook die kastjes met “private” erop. Het is ons niet helemaal duidelijk hoe de verhoudingen liggen, maar Shaun ontbijt en dineert elke dag met een Duitse vrouw die ook in het hostel verblijft samen met een jongere Duitse vrouw (haar dochter?) die af en toe in het kantoortje werkt en de keuken schoonmaakt. Op een bepaald moment vertrekt de Duitse vrouw weer, waarschijnlijk naar Duitsland. We komen er niet achter hoe het zit. Later horen we van Frank, de eigenaar van het volgende hostel, dat Shaun bezig is een huis te verbouwen. Dat zou kunnen verklaren dat hij tijdelijk in zijn eigen hostel woonde.

 

Frank

RM3_9211.jpg
Slieve League

Na vijf nachten in het hostel van Derrylehan verhuisden wij naar Malinbeg. Derrylehan ligt iets ten Zuiden van de gigantische cliffs van Slieve League, Malinbeg net iets ten Noorden.

2016: There is more to life than Facebook

Marketingmythe Ierland

In 2016 nam ik deel aan een bijeenkomst voor managers over duurzame landbouw in Dublin en een excursie naar een Ierse vleesboer. Het bezoek aan deze boer was voor mij een teleurstelling. Erg duurzaam leek het allemaal niet. Het idyllische Ierse platteland – gelukkige boeren met gelukkige koeien in de ongerepte natuur – leek een mooie marketingmythe te zijn (zie ook mijn blog uit 2016). Het werd mij ook tijdens deze excursie weer duidelijk dat managers nog niet over de meest elementaire kennis beschikken om te kunnen begrijpen wat ze zien. Geen enkele manager zag dat er bij de boerderij geen andere vogels dan een paar spreeuwen en kraaien te zien waren. De leuterverhalen over ‘duurzame ontwikkeling’ gingen erin als koek. Ik was blij dat ik nog een paar dagen voor mezelf had.

Aan het einde van de wereld

De volgende dag reed ik, via een tussenstop in Monaghan, met een huurautootje naar Donegal, waar ik een kamer had gereserveerd in het hostel van Malinbeg, niet ver van Glencolmcille. Ik kwam daar in de vroege middag van 14 april aan en moest nog even wachten totdat ik naar binnen mocht.

Malinbeg hostel

Ik wandelde vlakbij het schitterend gelegen hostel langs de kust door weiden vol schapen, met uitzicht op de zee waar Jan van Genten vlogen. Ik was meteen verliefd op deze plek aan het einde van de wereld. Toen ik weer bij het hostel was, wees de eigenaar, Frank, mij mijn eenvoudige kamer en liet de keuken en de gerieflijke lounge zien: mooie banken, een open haardvuur en op de schoorsteenmantel de spreuk “There is more to life than Facebook”.

Dat was niet zomaar een spreuk, maar een uiting van Franks diepe afkeer van de dominante internet- en wifi-cultuur. In Malinbeg hostel is er daarom geen Wifi en het bevindt zich buiten het bereik van mobiele telefoon. Ik had het er helemaal naar mijn zin. Dit was een plek waar je eindelijk onbereikbaar kon zijn. Waar kan dat nog?

Depressing countryside
RM3_9398.jpg
“Beautiful? … I don’t see it.”

De volgende dag maakte ik een autotochtje in de omgeving. Ik kon moeilijk lopen, omdat ik in Dublin met grote vaart tegen een lantaarnpaal was gelopen toen ik naar een taxi probeerde te wuiven. Ik ben toen hard gevallen met als gevolg een pijnlijk  been en een gescheurd pak. Gelukkig kon ik nog wel autorijden. Ik heb een grote voorliefde voor plaatsen aan het einde van de wereld zoals het hostel in Malinbeg of het verlaten dorpje An Port ten Noordoosten van Glencolmcille. Ik reed naar het einde van de weg. Een klein haventje, een woeste rotskust met schuimende golven, een kiezelstrand, wind en meeuwen. Ik was enthousiast dat ik deze idiote plek aan mijn verzameling van onmogelijke plekken kon toevoegen. Enthousiast vertelde ik mijn ontdekking aan Frank. Maar Frank werd er niet warm of koud van. “Do you think Port is beautiful? I don’t see it. I rather find it a depressing place. I do not like it at all.” Ik vroeg mij af of hij het meende of dat het een soort humor was die ik nog niet helemaal begreep.

2018: Hotel People

Malinbeg hostel – de zitkamer

Iets meer dan twee jaar later komen Petra en ik weer in Malinbeg aan. Het is er nog steeds even mooi. Frank leidt ons naar een schitterende tweepersoonskamer met eigen WC en douche. “The bridal suite”, zegt hij. Na de overweldigende chaos van Derrylehan, is de lounge van Malinbeg een verademing. Hier heersen orde en vooral rust. Het bordje “There is more to life than facebook” staat nog op de schoorsteenmantel. Iets later maakt Frank het vuur aan. Af en toe krijg je de indruk dat Frank een oude zeurpiet geworden is, maar dat valt allemaal wel mee. Achter zijn gemopper zit een fijn gevoel voor humor. Er komen nieuwe gasten binnen. Zij vragen aan Frank waarom er geen handdoeken op de kamers hangen. Frank begint te klagen over de grote toeloop van “hotel people”, mensen die gewend zijn aan bed & breakfasts en hotels. “These hotel people don’t know anymore what a hostel is and more or less try to force us to become a hotel.  They expect us to provide towels or even to make breakfast, but they hardly use the hostel kitchen anymore, …. …Terrible, terrible, these hotel people”. Als de nieuwe gasten nog een keer zeuren, zorgt Frank toch voor handdoeken. Gratis. In de mooie lounge praten we over van alles, niet alleen met andere gasten en Frank, maar ook met een van zijn schoondochters, die hier op vakantie is. Frank vertelt over zijn reizen naar het buitenland. Hij gaat graag naar New York. Als ik vraag of hij het daar naar zijn zin heeft, zegt hij: “I like it very much in New York. It has one great advantage: there are no sheep! No sheep: fantastic!”.

Not in New York!

 

 

 

 

 

Het langste concert

Iers Gaelic

Gaeltacht bij Teelin

In Ierland wonen vijf miljoen mensen. In de Ierse grondwet staat dat Iers (het Ierse Gaelic) de eerste officiële taal is. Ook in de Europese Unie is Iers een van de erkende talen.  Jammer alleen dat hooguit 25.000 mensen, een half procent, deze taal goed kunnen spreken. Deze mensen wonen in de officieel erkende Iers sprekende gebieden, Gaeltacht, die zich vooral in het uiterste Westen bevinden, zoals Donegal, Mayo, Galway en Kerry. Een gebiedje met nog relatief veel Iers sprekende mensen bevindt zich bij Teelin aan de Donegal Bay. Ook het plaatsje Kilcar maakt deel uit van deze Gaeltacht. Volgens Wikipedia wonen in deze plaats met vier kroegen, een katholieke kerk en twee textielfabrieken 258 mensen.

Festival

 

Als wij in het Derrylehan-hostel verblijven, is het in Kilcar, een paar kilometer daarvandaan, feest. Het is daar vaak feest, het ene festival na het andere met muziek- en dansworkshops, concerten, ‘crossroad dance’ en een speciale ‘heritage day’. Op vrijdag 10 augustus vallen wij met de neus in de boter. Voor en in het gebouw van de openbare bibliotheek (onderdeel van de Áislann Chill Charta – Kilcar cultural centre) zijn er allerlei spullen te koop en worden verschillende ambachten gedemonstreerd zoals het maken van touw van rietstengels of iets dergelijks. Een paar jonge fiddelaars spelen buiten een van die eentonige Ierse deuntjes. In het door vrijwilligers gerunde café is er koffie en taart. Het hele dorp zit hier. Wij zijn de enige toeristen. Na lang wachten krijgen we onze taart en maken een praatje met vriendelijke ‘locals’.  We kopen ook nog een CD met opnamen van een lokale muzikant, die we later in de vuilnisbak gooien, zo vals klonk de viool. Daarna doen we inkopen in de supermarkt en gaan terug naar ons hostel.

Closing Concert

Wij zijn al bekend
RM3_9203.jpg
Kilcar

Op zaterdag wordt het festival met een groots concert afgesloten. Om kwart over zeven wandelen wij van het hostel naar de ‘parish hall’. Als we daar om acht uur aankomen, is het al behoorlijk druk aan het worden. Wij worden begroet door bekenden uit het cultureel café van de vorige dag. Wij zijn hier al bekend. Wij zijn die toeristen die op vrijdag taart gegeten hebben. We veroveren een mooie plek, niet te dichtbij maar ook niet te ver van het podium. Veel aanwezigen behoren duidelijk tot de artiesten. Dat zie je aan hun mooie jurken, dure schoenen en blote ruggen.

Commemorating Cunningham

Het is een heel bijzonder concert: “Closing Concert – Commemorating  the Music of Peter and Teresa Cunningham”. Deze inmiddels overleden Peter en Teresa waren belangrijk voor het culturele en vooral muzikale leven van het dorp Kilcar en plaatselijk waren zij beroemdheden. Het hele concert draait om mooie herinneringen aan deze inspirerende mensen en er zijn optredens door familie van de Cunninghams, vrienden van de familie en familie van vrienden.

Indrukwekkende ballades, aangrijpende fiddle-muziek

Het programma wordt geïntroduceerd door een Iers (en gelukkig ook Engels) pratende ceremoniemeester die op het laatst ook nog iets mag spelen. Het wordt een bonte aaneenschakeling van allerlei soorten muziek. Interessant zijn vooral de in het Ierse Gaelic  gezongen onbegeleide ballades. Geen woord van te verstaan, maar wel indrukwekkend. Dan is er nog een heel lang verhaal, een ‘optelverhaal’ waarbij in elke herhaling een zin werd toegevoegd. Waar het over gaat, begrijpen we niet, want het is in het Iers. De zaal moet wel heel hard lachen. Heel mooi is dan een langzaam duo van twee fiddlers, een droevig lied over een schipbreuk. Aangrijpende melodie, heel zuiver en beheerst gespeeld. Maar dan volgen er weer vals gezongen en slecht begeleide country-melodieën. Eén familielid van de Cunnigham clan speelt zelfs een Chopin-sonate op een elektrische piano. Je maakt wat mee in Ierland.

Kauwgompianiste

Na de pauze gaat het nog meer dan een uur door met  af en toe een mooie ballade, dan weer een vreselijk country- of popnummer. Dan is er een band van meisjes (met de blote ruggen). Opvallend in de schijnwerpers is het meisje dat uitgebreid kauwgom kauwt terwijl ze ongeïnspireerd haar pianopartij afraffelt. Een virtuoze mondharmonicaspeler maakt daarna weer veel goed. Het om half negen begonnen concert is vlak voor twaalven achter de rug. We lopen nog even naar een van de vier kroegen. Daar staan aan de bar en aan de tafels vlakbij ons de Gaelic zingende dames, de virtuoze  mondharmonicaspeler en de kauwgompianiste. Terwijl we nog aan onze Guinness zitten, bestel ik een taxi. Die is er veel te snel. Niet veel later zijn we terug in ons hostel.

Voor meer indrukwekkende muziekervaringen tijdens de vakantie zie ook Wanklanken in de Provence.

Blogs over onze Ierse vakantie 2018