Een weekje Rusland

Reizen naar Rusland

OAO Volga (2003)
OAO Volga (2003)

 

 

 

 

 

Mijn eerste Russische reis was toen ik in opdracht van een Duitse uitgever naar Nizhny Novgorod reisde om een mogelijke samenwerking met de Volga-papierfabriek te onderzoeken en om met een Russische NGO over dwangarbeid in de Russische bossen te praten.

Reizen in 2004

Tikhvin, maart 2004
Bezbozhnik, mei 2004

 

 

 

 

 

Novgorod, september 2004
Vlag halfstok na Beslan drama 6-9-2004

In 2004 reisde ik driemaal naar Rusland, eenmaal naar Tikhvin in het kader van een project met Axel Springer en Stora Enso, eenmaal naar Nizhny Novgorod en Bezbozhnik met John Park en eenmaal naar St Petersburg en Novgorod met de Vereniging van Duitse uitgevers. Ik maakte van deze reizen ook gebruik om een paar keer naar Moskou te gaan.

Nizhny Novgorod en Bezbozhnik

De tweede reis, naar Nizhny Novgorod en Bezbozhnik, heeft in termen van zaken NIETS opgeleverd, maar is een van de meest interessante reizen van mijn hele carrière.

Ik heb mijn ervaringen in deze blogs opgeschreven.

Bezbozhnik
Bezbozhnik

 

De valse waarneming

 

Op donderdag fiets ik met mijn telescoop over mijn schouder langs het golfterrein naar De Strengen, een prachtig stukje natuur bij Warmond. Om meerdere redenen moet ik even weg. Thuis zit Petra op de bank met een  gebroken enkel in het gips. Ik heb huishoudelijke taken overgenomen waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Volgens mijn fysiotherapeut is het gevolg daarvan dat ik veel te veel moet bukken waardoor mijn rug- en beenklachten in plaats van te genezen juist erger worden. “Je mag hooguit één keer per dag bukken”, heeft ze me gezegd. “Zie maar waar je die ene ‘buk’ aan spendeert.” Ik moet even het huis uit, even de zware huishoudelijke taken ontvluchten. Laat op de middag besluit ik dan maar een stukje met die zware telescoop te gaan fietsen en lopen. Dat is wel goed voor mijn rug en ik krijg wat buitenlucht in mijn longen.

Ik fiets langs de golfbaan en ga het bruggetje naar de Strengen over. Op de golfbaan en in de sloten zie ik knobbelzwanen, meerkoeten, wilde eenden en krakeenden. Hier en daar laat een roodborst zich enthousiast zien en horen. Ik rijd door naar het hek van de Tengnagel waar ik mijn fiets parkeer. Met de telescoop over mijn schouder loop ik door de ganzen- en schapenstront. Op het rode scheepvaartbaken vlakbij het water zit een grote slechtvalk. Ik kan hem rustig bekijken voordat hij de Zijl overvliegt.

RM2_8567_DxO.jpg
brandganzen

Op de Tengnagel en in het Joppe zie ik de gebruikelijke vogels zoals kokmeeuwen, brandganzen, grauwe ganzen, futen, heel veel meerkoeten en hier en daar een aalscholver.

Ik zet mijn telescoop op en als ik het water afzoek, voel ik iets tegen mijn been aan schuren. Een schaap heeft belangstelling voor mijn broekspijpen. Dan zie ik aan de andere kant, in de Zijl, een duiker. Ik denk meteen aan de ijsduiker die hier de vorige winter heeft gezeten. Ik bekijk hem in de telescoop. Ik twijfel tussen een roodkeelduiker en een ijsduiker. Omdat zijn snavel toch vrij fors lijkt, kies ik voor ‘ijsduiker’, die ik even later via mijn mobieltje aan de website waarneming.nl doorgeef, weliswaar als ‘onzekere’ waarneming. Even is hij vrij dichtbij en duikt weer onder water. Ik wacht tot hij weer boven is, maar hij komt niet meer boven. Zou die verdronken zijn, denk ik nog even.

RM2_8548_DxO.jpg
Aalscholver

Op vrijdag neem ik mijn camera maar mee naar de Tengnagel, want ik moet proberen die duiker te identificeren en een bewijsfoto op de waarneming.nl-website te zetten. Het is voor de eerste week van november uitzonderlijk zacht weer. Nauwelijks wind, een graad of twaalf. Geen zon, geen regen. Ook (afgezien van de gebruikelijke meerkoeten en ganzen) nauwelijks vogels. Even heb ik een mooi puttertje in het vizier, maar verder valt het tegen. Ik besluit de Tengnagel verder af te lopen. Vanaf de punt van de landtong komt een collega-vogelaar mij tegemoet: verrekijker en camera met zware telelens bij zich. De collega stapt gedecideerd op mij af en stelt mij een vraag die als een constatering klinkt: “En bent u dan misschien Reinier de Man?”. Ik schrik hiervan en weet meteen waarom het gaat. Voordat hij iets zegt, schaam ik me al dood: ik heb zonder dat ik over de noodzakelijke informatie beschikte een waarneming van een zeldzame vogel op de website van waarneming.nl geplaatst. De collega kijkt mij streng aan en ik voel me alsof ik op het matje van de bovenmeester wordt geroepen. “Dus u dacht dat u een ijsduiker had gezien?”. Ik hoor minachting en afkeuring in zijn stem.

Een bewoner van de Tengnagel

“Ik heb die vogel gisteren ook heel duidelijk gezien. Het is onmiskenbaar een roodkeelduiker in winterkleed”. Om zijn argument kracht bij te zetten, laat hij een paar opnames op zijn Canon-camera zien: “Ziet u wel, heel duidelijk een roodkeelduiker.” Ik stamel nog: “ik heb hem gisteren wel op waarneming.nl geplaatst, maar uitdrukkelijk als ‘onzeker’, want ik twijfelde zelf ook nog.” Hij kijkt mij autoritair-vriendelijk aan en zegt: “Dat is heel goed dat u dat zo gedaan heeft.” Hij zegt nog dat hij de zaak al had doorgesproken met een bevriende vrouw die hier altijd komt vogelen.

Even later komt de vrouw in kwestie aanlopen en hij stapt meteen op haar af. Ik hoor hem in de verte zeggen: “Daar staat die Reinier de Man. Ik ben hem net tegen het lijf gelopen.” Leuk is het allemaal niet. Ik sta hier al bekend als de producent van schijnwaarnemingen. Ik loop ook naar die vrouw toe en er ontstaat ondanks alles nog een leuk gesprek. De vogelman loopt richting De Strengen en ik trek nog even op met de vogelvrouw. We kijken naar de honderden kramsvogels die in de bomen bij de Zijl zitten. En dan duikt de roodkeelduiker weer op. Hij zit vrijwel midden op het Joppe. Met de telescoop is hij goed te zien.

Het bewijs: roodkeelduiker!

Het lukt mij zelfs om een foto te maken die als bewijs kan dienen voor waarneming.nl. Hij heeft duidelijk een slanke iets naar boven gewipte snavel. Geen ijsduiker dus. Wel een roodkeelduiker. We zien ook nog een dodaarsje en dan houd ik het voor gezien. Als de vogelmevrouw over baardmannetjes begint, zeg ik voorzichtig dat ik nu iets anders ga doen en wens haar nog veel succes en plezier.

Dodaars op het Joppe

Zodra ik thuis ben, corrigeer ik snel mijn waarneming van donderdag op waarneming.nl en voeg er een verse waarneming – nu met foto –   aan toe. Even later blijkt de laatste waarneming goedgekeurd op basis van mijn foto.

 

Het is inmiddels tijd om een bockbiertje te gaan drinken en eten te gaan koken en alles zonder bukken.

Vogeloases in de industriewoestijn

Excursie van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden
naar een herfstige Tweede Maasvlakte,
8 oktober 2017

Eerder gepubliceerd als officieel verslag van de vogelwerkgroep.

Om iets over negen staan er vier natgeregende auto’s geparkeerd tegen een achtergrond van containerinstallaties, stoompluimen, regenwolken en een gloednieuw gebouw waar wellicht een bijdrage aan onze economie wordt geleverd. Wat bezielt een dertiental vogelaars om deze industriewoestijn in te rijden?


Maasvlakte (Anke Burgers)
 
Natuurexcursie (Reinier de Man)

Onder vogelbiologen wordt al enige jaren over de omstreden theorie van ‘reverse migration’ (omgekeerde trek) gediscussieerd. Bij vogels zou in sommige gevallen een Noord-Zuid-verwisseling in hun interne kompas plaatsvinden en dan trekken die arme beestjes tot 5000 km te ver in de verkeerde richting, tot groot plezier van Nederlandse vogelaars, maar daarover straks meer. Vogelaars lijden hier ook wel eens aan, geloof ik. De vogelwerkgroep Leiden had natuurlijk in noordoostelijke richting de prachtige natuur van Gelderland of Drenthe in moeten trekken, maar het interne kompas staat die ochtend nu eenmaal op zuidwest.

Het weer is pittig herfstachtig: prachtige wolkenluchten, een graad of veertien, mooie kleuren op zee en land en af en toe een verfrissende bui. Ons eerste kijkpunt is op de uiterste landpunt tegenover Hoek van Holland bij de gesloten ‘Smickel Inn – Balkon van Europa’.
Verre vogels (Reinier de Man)

Onderaan de dijk staat een gewonde bontbekplevier op de enige poot die het nog doet. Vanaf het bootvormige terras kunnen we vooral naar aalscholvers kijken. Bij gebrek aan spannende waarnemingen begint een van ons licht te hallucineren en heeft het, kijkend naar aalscholvers, over de betoverende vlucht van aasgieren. We rijden nog een stukje de Maasvlakteweg terug en beproeven ons geluk vlakbij de blokkendam. Niet alleen houden vogelaars van vogelen. Ze denken soms ook nog recht op mooie waarnemingen te hebben. Dit leidt tot allerlei nepnieuws. De tot Jan van Gent opgewaardeerde witte vogel, blijkt al snel een meeuw te zijn, volgens Ad zeer zeker een ‘zeemeeuw’.


Serieus vogelen (Anke Burgers)

Tjiftjaf (Anke Burgers

Bij een paar struikjes aan de binnenkant van de dijk is meer te zien: verschillende kleine vogeltjes. De heggemussen zijn onmiskenbaar. Over de bladkoning bestaat nog twijfel: wel oogstreep, maar ook het vereiste streepje op de vleugel? Waarom maken ze die vogels dan ook zo klein? Geef mij maar een zeearend.

Nog een stukje terug, bij het ‘telpunt’, een mooie plek bij strand en duinen, worden we niet alleen op een regenbui maar ook op interessante vogels ver weg zee getrakteerd. Dat er een of andere jager vliegt, is wel duidelijk, maar deze vogel houdt liever afstand dan ons gemakkelijk zijn identiteit te verraden.


Steenloper (Reinier de Man, IJmuiden 2016)
Het voorstel om hem gewoon maar ‘jager’ te noemen, wordt door Ron Mes afgewezen: “Ik ben zeker van mijzelf”, onderstreept hij later nog eens in een e-mail. “Het is een middelste jager”.  De steenlopertjes laten zich wat gemakkelijker herkennen.

Al is de vogeloogst nog mager, toch is er al behoefte aan een culinaire en sanitaire stop. Op weg daarheen een stukje industrie-excursie. We rijden langs de west- en zuidoostrand van de tussen 2008 en 2013 aangelegde tweede Maasvlakte[1] om dan op de voormalige westkant van de eerste Maasvlakte aan te komen, waar het bezoekerscentrum ‘FutureLand’ gevestigd is. In het cafetaria met de poëtische naam ‘New Fork FutureLand’ nuttigen wij soep, appeltaart en nog veel meer. De Rotterdamse haven is trots op zijn Maasvlakte en schept op met ‘groot, groter, grootst’: met de grootste containerterminals en met het grootste schip ter wereld dat in z’n eentje een heel boorplatform kan optillen. Maar daar komen wij niet voor. Wij zijn op zoek naar een heel klein vogeltje, de bladkoning.

Na de maaltijd gaan we op weg naar de Slufter en de Slikken van Voorne, de baai die tussen Voorne en de Maasvlakte ontstaan is. Velen van ons herinneren zich nog het beroemde ‘autostrand’ dat hiertegenover lag. Die auto’s zijn er niet meer en de baai is een fantastisch slikkengebied geworden, waarin zich mooie kwelders ontwikkelen.

Wij stoppen eerst bij een kijkhut even voorbij de Slufter. Aan de zeekant de Slikken van Voorne, aan de andere kant de Slufter. Aan de zeekant zit niet veel, maar bij de Slufter kunnen we zowat alle eendensoorten bewonderen (tafel, kuif, krak, wild, berg, etc.). Het weer wordt steeds mooier en de wind neemt af. Dan komen wij een paar Belgen tegen. Een van hen laat een foto zien: “weet u wat dat voor vogeltje is?” horen wij in een licht Antwerps accent. Nou, daar zijn we niet zo blij mee. Die buitenlanders komen hier een dagje fietsen en zien dan op fotografeerafstand een bladkoning. Dat is bijna niet netjes. Wel zeggen ze ons waar het beestje heeft gezeten, maar daar zien we niets.
We rijden nog even terug naar het uitkijkpunt over de Slufter. Wie heeft dat onhandige hek gebouwd? Nou ja, we zien toch heel veel. Niet alleen grote groepen kluten beneden en nog een keer de hele eendenverzameling, maar daar komt, behalve een torenvalk en een buizerd, zowaar een ruigpootbuizerd met witte stuit langs vliegen.

Opgesloten vogelaars(Anke Burgers)
Ruigpootbuizerd (Eke van Batenburg)

Het heeft iets ironisch dat we juist hier bij de Slufter zoveel mooie vogels zien. Hij is aangelegd voor de berging van baggerslib dat te verontreinigd is om in de Noordzee te mogen storten[2]. Nu bewonderen wij juist hier de schoonheid van tientallen kluten, bergeenden en roofvogels. Hebben die vogels geen last van die viezigheid of is die diep de bodem in gezakt? Vragen waarop we die dag geen antwoord krijgen.

De dag eindigt toch nog in een mooi crescendo. Lopend over het pad door de begroeiing die aan de Slikken van Voorne grenst, zien wij steeds meer kleine vogeltjes, zoals heggemus, roodborst en zwartkop.

Ook worden er koperwieken waargenomen. Eén vogel zou een klapekster zijn, maar voor mij was die te snel weer uit beeld.Tenslotte wordt ons geduld beloond. Vanaf een plek die ons door collega-vogelaars was doorgegeven (kijk bij de boomstronk op het pad!) konden we ze dan eindelijk zien, die bladkoninkjes. Duidelijke oogstreep. Duidelijke strepen op vleugels. Op dat moment trekt er nog een fikse regenbui over. De bladkoningen zijn even weg maar komen weer terug. Bladkoning (met toestemming van Leo Tukker)
http://leotukker.zoom.nl/fotos/index.html

Er wordt van de bladkoning wel beweerd dat hij regelmatig lijdt aan het hierboven al terloops genoemde defecte kompas: ‘reverse migration’[3]. Als het herfst wordt, vliegen ze dan 180 graden verkeerd vanuit hun broedgebieden. Bladkoningen broeden in Oostelijk Rusland en Siberië. In plaats van naar het Oosten te vliegen, trekken ze dan naar onze streken. Ongelooflijk dat zo’n klein vogeltje meer dan 5000 km aflegt. Een mooie samenloop van omstandigheden is dat die bladkoningen op die manier die rare vogelaars, die aan dezelfde kwaal lijken te lijden, op een klein weggetje door de duinbegroeiing kunnen tegenkomen.

We komen nog langs een vogelscherm dat niet uitblinkt door telescoopvriendelijkheid en dan sluiten we de dag af bij een prachtig uitzicht op de Slikken van Voorne. Hier zit teveel om op te noemen. Een kleine selectie: tientallen pijlstaarten, honderden wulpen, bonte strandlopers, tureluurs, en diverse pleviersoorten. Als ondergetekende, chauffeur van een van de auto’s, op de terugweg een kleine navigatiefout maakt, moeten we ergens omkeren. Op dat punt komt, als een mooi slotakkoord van deze herfstsymfonie, de ruigpootbuizerd nog even afscheid nemen.

Reinier de Man

 

[1]https://www.maasvlakte2.com/nl//nl/home/ ;https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_Maasvlakte;

[2] https://www.portofrotterdam.com/nl/de-haven/bereikbaarheid/de-slufter

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Bladkoning Over het verschijnsel ‘reverse migration’ bestaat inmiddels een rijke literatuur van elkaar tegensprekende hypotheses, gegevens en redeneringen. Bijvoorbeeld: https://en.wikipedia.org/wiki/Reverse_migration_(birds) en http://britishbirds.co.uk/wp-content/uploads/article_files/V96/V96_N09/V96_N09_P427_438_A003.pdf

Wanklanken in de Provence

De reservering

Die 25e juli markeerde een kwalitatieve omslag in onze vakantie. Hadden wij ons tot die tijd, voor zover we niet lui voor de tent of op een terras zaten, in de eerste plaats bezig gehouden met wandelingen door bossen en over bergen, nu was de cultuur aan de beurt. Het koor- en orkestgezelschap met de vertrouwenwekkende naam Cant’Albion zou optreden in het mooie Provençaalse plaatsje Saignon. Petra belde om kaartjes te reserveren. Een dove man met een gebroken stem nam de telefoon aan. Toen hij begreep wat Petra wilde, begon hij te schreeuwen dat een reservering echt niet hoefde: “Komt u maar vóór zeven uur.”

Overdag hadden we wat rondgereden in de omgeving van Apt en de fout begaan toeristische bezienswaardigheden als Roussillon en het klooster van Sénanque te bezoeken.

RM3_3818.jpg
Roussillon

Daarover valt niets te vertellen afgezien van parkeerproblemen en overvolle straten. Goed daarna weer terug in Apt te zijn, een heerlijke plaats waar gegarandeerd niets te beleven is.

De maaltijd

Vóór zevenen eten in Frankrijk kan eigenlijk niet. Daarom reden we vrij vroeg naar Saignon, waar Google maps wel vier restaurants voor ons had klaargezet. Van die restaurants waren er drie gesloten die avond. Toen wij bij restaurant no. 4 om een tafeltje vroegen, keek de ober ons aan met een gezicht van “Hoe durft u hier zonder reservering aan te kloppen. Wegwezen!”. En toen waren we inderdaad weg, terug naar Apt.  Google wees ons de weg naar een goedkope meeneem-pizzeria.

Naamloze afbeeldin3g

Terwijl  drugsverslaafde types  door de straat bij ons terras liepen, lieten we vette pizzapunten naar binnen glijden en gooiden er  frisdrank achter aan. Snel weer op weg weer naar de cultuur!

Amateurplezier

In Saignon stonden al heel wat mensen voor de kerk, vooral oudere mensen in concertkleding. We kochten kaartjes en al gauw mochten we de kerk in.

Het begon ons te dagen, wat ons te wachten stond: onvervalst amateurplezier. Het concert begon met een mooie toespraak van de voorzitster, die onder meer vermeldde dat het in 2007 opgerichte gezelschap naast bekende werken van Bach en Haydn nu ook in toenemende mate werken van onbekende componisten zoals César Franck uitvoerde. Grappig hoe een beroemd componist plaatselijk zo onbekend kan zijn. Ook kondigde zij aan dat er tijdens het opkomen van het koor een orgelstuk van Bach gespeeld zou worden. Toen het koor vervolgens opkwam, was er een zo luid applaus dat de arme jongen geruime tijd moest wachten voordat hij kon gaan spelen op een wonderlijk elektronisch orgel dat zware kerkorgelgeluiden door luidsprekers zond.

In de fuga-hel

Maar daar ging het natuurlijk niet om. Koor en orkest begonnen met een Credo van Vivaldi. Met een beetje fantasie kon de aandachtige luisteraar wel horen dat dit een mooi koorwerk was. Bij de kort daarop volgende cantate BWV 4 van Bach bleek dat al een stuk moeilijker. Het moet gezegd worden: er werd met veel, heel veel gevoel gezongen. Bij dit soort zangers zijn de zangspieren direct verbonden met de onderbuik zonder omweg via de hersenen.

Naamloze afbeelding
Zingen met gevoel

Opeens begrepen we dat de man aan de telefoon die ochtend een zanger van het koor geweest moest zijn: hier waren nog meer dove mannen met gebroken stemmen aan het werk. Met spijt lazen wij in het programma dat één van de tenoren vlak voor het concert op 82-jarige leeftijd de geest had gegeven. Hij had er zo goed bij gepast. Werd de heksenketel van ongeremde zangstemmen in het eerste deel voor een normaal mens al bijna te emotioneel, het toppunt werd bereikt in een complexe fuga.

Naamloze afbeelding2
Dirigent – imker

De dirigent – in zijn normale leven een verdienstelijk imker – had handen te weinig. Het was alsof hij een heel ontsnapt bijenvolk, bij voor bij, de bijenkorf in moest loodsen, maar daarbij had hij niet zoveel succes. Alle zangstemmen en alle instrumentalisten zochten hun eigen weg door de fuga-hel, sommigen door heel uitdrukkelijk met hun voeten hun privé-maat te stampen, anderen door van gewoon hard zingen op onbedaarlijk schreeuwen over te schakelen. Wonderlijk genoeg waren op een bepaald moment toch alle bijen in de bijenkorf gevlogen en werd het even stil. Er kon min of meer gelijk aan een volgende strofe begonnen worden, zij het op een onbegrijpelijk mengsel van toonhoogtes.

Op de vlucht

Inmiddels had ik Petra het signaal ‘vluchten’ gegeven. Zij was het ermee eens. De vraag was alleen hoe. Er was geen pauze na de Bach-catastrofe, maar we wilden toch weg. Gelukkig was er een applaus voor de solisten voor de op handen zijnde Haydn-verkrachting. Tijdens dit applaus renden wij door het middenpad naar de kerkdeur, die vriendelijk voor ons open werd gedaan. En daar stonden wij buiten, een angstaanjagende ervaring rijker. Een ervaring die ik snel wilde vergeten. Ik zocht naar een prullenbak om het programma in te kunnen gooien. Ik zag alleen maar een brievenbus. Dan maar in de brievenbus! Weg is weg!

Bier op de slaapkamer

RM3_3859.jpg
Ons hotel in Apt

Wij parkeerden de auto weer in Apt en liepen naar het hotel. De avond kon, wat ons betreft, beginnen. Alle cafés waren echter al dicht. In Apt was nu helemaal niets meer te beleven. In de koelkast van het hotel hadden wij zes blikjes bier opgeslagen. Zittend op het bed besloten wij de avond met voldoende bier om de ervaringen van deze dag een klein beetje te kunnen verdringen.

Over de top

Een nachtje in Chabournéou

Bergen

Eigenlijk houden wij niet zo van bergen. Er zijn gevaarlijke afgronden en je kan zo maar door een vreselijk onweer verrast worden. Bovendien kost het belachelijk veel energie om je van A naar B te bewegen. Nog meer dan Petra heb ik last van hoogtevrees. Dan denk ik eraan wat er gebeurt als ik een meter te veel naar links of naar rechts zou gaan lopen. Ik zou in een keer 150 meter naar beneden kunnen storten. Tegen dit soort gedachten heb ik een rationele therapie ontwikkeld. Ik laat goed tot me doordringen dat in de auto een klein rukje aan het stuur op een provinciale weg een nog veel gruwelijker combinatie van zelfmoord en moord tot gevolg kan hebben. In dat opzicht is het lopen op een smal bergpad zeker niet gevaarlijker. Deze therapie is effectief gebleken. Ik ben nu ook bang op autowegen.

Echte bergwandelaars

Maar bergen zijn voor ons wel iets meer dan hoogtevrees en uitputting. Wij houden van de prachtige natuur, van de mooie vergezichten en van de kameraadschappelijke sfeer onder de wandelaars en gezelligheid in de ‘refuges’.

RM3_3729.jpg
De schitterende bergen (boven Gioberney)

Op zaterdag 22 juli beginnen wij, bepakt en bezakt, aan onze wandeling vanaf het parkeerterrein van Gioberney in het Franse nationale park de ‘Écrins’. Naast toiletspullen, schone kleren, truien, regenkleding, water en zonnebrandcrème hebben we alles meegenomen wat nodig is voor navigatie, natuurstudie en fotografie. Behalve mobiele telefoon en GPS-apparaat met reservebatterijen neem ik mee: een serieuze verrekijker, een zware digitale reflexcamera, een telelens voor de marmotten en een macrolens voor de vlinders. Groothoeklens, vogeltelescoop en statief heb ik maar thuisgelaten, maar toch: dit is niet te tillen. Achteloos hang ik rugzak, fototoestel en verrekijker om en loop met twee bergwandelstokken het bergpad op van Gioberney naar Tirière. Petra, met een iets kleinere rugzak, volgt mij, eveneens met twee stokken. Wij zien er uit als echte bergwandelaars en dat is ook de bedoeling.

Een zware tocht

RM3_3759.jpg
Een echte bergwandelaar – Petra op weg naar Chabournéou

Ook deze keer valt het heel erg tegen. Het is behoorlijk vermoeiend naar Tirière en verder naar Cabane du Pis. Maar het is ook overweldigend mooi: de uitzichten over de hoge bergen, de gletsjers, de mooie dalen en de vele watervallen.

Na een lunchpauze bij Cabane du Pis, is het nog heel ver lopen. Soms moeten we een stroom die ons pad kruist oversteken. Heel voorzichtig zoeken we ons een weg van de ene steen naar de andere steen. Sommige stenen liggen onder water.

RM3_3752.jpg
Een stroom oversteken bij Cabane du Pis

Af en toe komt er een echte bergwandelaar voorbij, zo iemand die zich niet, zoals wij, hijgend en puffend voortbeweegt, maar die huppelend over rotsen en losse stenen danst en daarbij ook nog vriendelijk ‘bonjour’ roept om dan snel uit het zicht te verdwijnen. Als we denken al bijna bij onze refuge Chabournéou te zijn, blijkt deze tot onze schrik aan de overkant van een diep dal te liggen. Eerst zigzaggend naar beneden lopen, dan een eind het dal stroomopwaarts volgen, de rivier oversteken en dan weer een stuk stroomafwaarts. Als we bijna bij de refuge zijn, fluiten goed zichtbare marmotten enthousiast naar ons. Maar ik ben te uitgeput om de telelens uit mijn rugzak te halen en op de camera te schroeven. Laat maar zitten, die marmotten.

Dichtbij de natuur

Om vijf uur strompel ik achter Petra de berghut binnen. Even later zit ik achter een (per helikopter aangevoerd) blikje Kronenbourg en als ik het koele bier naar binnen laat lopen, kan ik wel huilen van geluk. Helaas moet je zulke idiote dingen doen, om pils zo lekker te kunnen vinden.

RM3_3799.jpg
Refuge de Chabournéou

Maar nu moet onze slaapplaats ingericht worden. Er zijn verschillende zaaltjes. In het zaaltje niet ver van de eetzaal staan twee grote stapelbedden met elk twee etages en vier slaapplaatsen per etage, totaal 16 slaapplaatsen. Er zijn geen fysieke afscheidingen tussen de plaatsen. Je moet gewoon bij je nummer gaan liggen. Wij hebben nummer 9 en 10 bovenop het slaapmeubel, waaraan zich een paar uitsteeksels bevinden waarlangs je geacht wordt naar boven en beneden te kunnen klauteren. Er is geen ruimte voor bagage. Voor iedereen is er een klein plastic mandje waarin spullen mogen worden meegenomen. De rugzakken moeten op de gang gehangen worden. De refuge is helemaal vol. Er slapen meer dan 45 mensen in dat kleine gebouwtje die nacht. Naast nummer 9 en 10 liggen twee jonge pubermeisjes. Ongewenst lichamelijk contact met een oude lul wil ik hun besparen. Dus ik vraag Petra naast de meisjes te gaan liggen. Het is duidelijk. We bevinden ons hier in een serieus gezelschap dat er romantische waarden op na houdt: dichtbij de natuur en terug naar ongekunstelde omgangsvormen. Daar hoort blijkbaar ook bij dat er voor 45 mensen één douche is. Helaas heeft de zon niet voldoende geschenen om warm water voor die ene douche te produceren. Er is dus één koude douche voor 45 mensen. Dichter bij de natuur kun je bijna niet komen.

Eten!

En dan is er eten. We zijn in Frankrijk. Daar is eten altijd serieus. Verrassend grote hoeveelheden eten komen uit de kleine keuken. De bazin van de refuge, een tanige grijze vrouw van een jaar of 60 ? komt persoonlijk met de soepterrine aan tafel.

RM3_3774.jpg
Diner in Chabournéou

Na de soep volgen een heerlijke lasagne, een nagerecht en kaas. Wij hebben er nog een half litertje rode wijn bij besteld. Op de tafels staan alle namen vermeld. Wij moeten gaan zitten bij het bordje DENAM. Aan ons tafeltje zit een intellectueel echtpaar: zij leraar klassieke talen en hij leraar filosofie. Met de vrouw hebben wij leuke gesprekken, onder meer over de Nederlandse literatuur. Of de filosoof – een bijzonder vage hond – tot een serieus gesprek in staat is, weten we nog altijd niet. Na het eten kan iedereen een glas tisane, kruidenthee, krijgen. Die zou de nachtrust bevorderen. Als het wat donkerder begint te worden, worden kleine led-lampjes voor aan tafel uitgereikt.

Stapelbed in het donker

Rond een uur of negen blijkt bijna iedereen zich naar de slaapkwartieren te hebben begeven. Typisch Frans. Het is daar normaal van het diner je bed in te rollen. In dit geval is het vooral handig, want de hut heeft geen beschikking over elektriciteit. Er is geen verlichting in de slaapzaaltjes. Om een uur of tien klimmen wij ook maar in ons stapelbed. Ik stoot mijn hoofd nog aan het plafond en met enige moeite lig ik met pyjama in een lakenzak. Voor dekens is het veel te warm. Ik slaap vrij snel in, maar word wakker als ik Petra’s knieën in mijn rug voel. Zij ligt duidelijk aan de verkeerde kant van me. Dan lig ik urenlang wakker. Misschien slaap ik af en toe. Dan heeft Petra mijn hulp nodig. Ik leen haar mijn mobiele telefoon met zaklantaren-app, want zonder licht kan zij het stapelbed niet afklimmen om naar de WC te gaan. Als ze halverwege het bed is afgedaald houdt de telefoon ermee op en is er geen licht meer. De telefoon kan alleen met de vingerafdruksensor weer aangezet worden, maar dan wel met mijn vinger. Petra kan het niet. Met het scherm van haar eigen mobieltje kan ze tenslotte genoeg bijlichten om de weg naar de WC te vinden, één etage lager, een stukje de berg af. Even later ga ik ook. Onder hevige spierpijnen klim ik hierna weer het bed in en stoot voor de tweede keer mijn hoofd aan het plafond.

Als iedereen om zeven uur de slaapkamer begint te verlaten, voelt dat als een verlossing uit een kwade droom. Die nacht is voorbij en had geen uur langer moeten duren.

Ontbijt en lunch

Niet veel later zit iedereen, ik neem aan ongewassen, aan het perfect georganiseerde ontbijt: brood, griesmeel, jam, koffie.

RM3_3775.jpg
Ontbijt in Chabournéou

We begroeten ook onze tafelgenoten van de vorige avond. Tegen achten is iedereen klaar en de meesten gaan op pad. Voor veel mensen staan er moeilijke en gevaarlijke paden over rotsen en vlak langs gletsjers op het programma. Daar doen wij niet aan mee. Wij blijven eerst in de directe omgeving van Chabournéou en willen dan terug naar Gioberney. We lopen een stukje richting Vallonpierre tot vóór het rotsachtige stuk en weer terug naar de hut. Ik ga nog even kijken of er nog marmotten zijn op de plek waar we ze de vorige dag zagen. Het is er prachtig, maar er zijn geen marmotten. Dan maar weer naar de hut, waar we ons lunchpakket oppeuzelen en ‘au revoir’ zeggen tegen mevrouw klassieke talen.

Bergstrompelen

RM3_3801.jpg
De Refuge Chabournéou

Op de wegwijzer bij Chabournéou staat dat het naar Gioberney 1½ uur is. We doen er precies drie uur over. Na die rampzalige nacht heb ik geen energie meer. De al zware rugzak lijkt elke minuut nog zwaarder te worden, en de hellingen links van mij steeds steiler. Krom van de rugpijn strompel ik de berg af en blijf zitten op de eerste parkeerplaats en laat Petra de auto halen. Deze heroïsche bergtocht eindigt een half uur later met een heerlijk ijsje in het gezellige toeristenplaatsje La Chapelle en Valgaudemar. Eigenlijk houden wij niet zo van bergen.