De valse waarneming

 

Op donderdag fiets ik met mijn telescoop over mijn schouder langs het golfterrein naar De Strengen, een prachtig stukje natuur bij Warmond. Om meerdere redenen moet ik even weg. Thuis zit Petra op de bank met een  gebroken enkel in het gips. Ik heb huishoudelijke taken overgenomen waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Volgens mijn fysiotherapeut is het gevolg daarvan dat ik veel te veel moet bukken waardoor mijn rug- en beenklachten in plaats van te genezen juist erger worden. “Je mag hooguit één keer per dag bukken”, heeft ze me gezegd. “Zie maar waar je die ene ‘buk’ aan spendeert.” Ik moet even het huis uit, even de zware huishoudelijke taken ontvluchten. Laat op de middag besluit ik dan maar een stukje met die zware telescoop te gaan fietsen en lopen. Dat is wel goed voor mijn rug en ik krijg wat buitenlucht in mijn longen.

Ik fiets langs de golfbaan en ga het bruggetje naar de Strengen over. Op de golfbaan en in de sloten zie ik knobbelzwanen, meerkoeten, wilde eenden en krakeenden. Hier en daar laat een roodborst zich enthousiast zien en horen. Ik rijd door naar het hek van de Tengnagel waar ik mijn fiets parkeer. Met de telescoop over mijn schouder loop ik door de ganzen- en schapenstront. Op het rode scheepvaartbaken vlakbij het water zit een grote slechtvalk. Ik kan hem rustig bekijken voordat hij de Zijl overvliegt.

RM2_8567_DxO.jpg
brandganzen

Op de Tengnagel en in het Joppe zie ik de gebruikelijke vogels zoals kokmeeuwen, brandganzen, grauwe ganzen, futen, heel veel meerkoeten en hier en daar een aalscholver.

Ik zet mijn telescoop op en als ik het water afzoek, voel ik iets tegen mijn been aan schuren. Een schaap heeft belangstelling voor mijn broekspijpen. Dan zie ik aan de andere kant, in de Zijl, een duiker. Ik denk meteen aan de ijsduiker die hier de vorige winter heeft gezeten. Ik bekijk hem in de telescoop. Ik twijfel tussen een roodkeelduiker en een ijsduiker. Omdat zijn snavel toch vrij fors lijkt, kies ik voor ‘ijsduiker’, die ik even later via mijn mobieltje aan de website waarneming.nl doorgeef, weliswaar als ‘onzekere’ waarneming. Even is hij vrij dichtbij en duikt weer onder water. Ik wacht tot hij weer boven is, maar hij komt niet meer boven. Zou die verdronken zijn, denk ik nog even.

RM2_8548_DxO.jpg
Aalscholver

Op vrijdag neem ik mijn camera maar mee naar de Tengnagel, want ik moet proberen die duiker te identificeren en een bewijsfoto op de waarneming.nl-website te zetten. Het is voor de eerste week van november uitzonderlijk zacht weer. Nauwelijks wind, een graad of twaalf. Geen zon, geen regen. Ook (afgezien van de gebruikelijke meerkoeten en ganzen) nauwelijks vogels. Even heb ik een mooi puttertje in het vizier, maar verder valt het tegen. Ik besluit de Tengnagel verder af te lopen. Vanaf de punt van de landtong komt een collega-vogelaar mij tegemoet: verrekijker en camera met zware telelens bij zich. De collega stapt gedecideerd op mij af en stelt mij een vraag die als een constatering klinkt: “En bent u dan misschien Reinier de Man?”. Ik schrik hiervan en weet meteen waarom het gaat. Voordat hij iets zegt, schaam ik me al dood: ik heb zonder dat ik over de noodzakelijke informatie beschikte een waarneming van een zeldzame vogel op de website van waarneming.nl geplaatst. De collega kijkt mij streng aan en ik voel me alsof ik op het matje van de bovenmeester wordt geroepen. “Dus u dacht dat u een ijsduiker had gezien?”. Ik hoor minachting en afkeuring in zijn stem.

Een bewoner van de Tengnagel

“Ik heb die vogel gisteren ook heel duidelijk gezien. Het is onmiskenbaar een roodkeelduiker in winterkleed”. Om zijn argument kracht bij te zetten, laat hij een paar opnames op zijn Canon-camera zien: “Ziet u wel, heel duidelijk een roodkeelduiker.” Ik stamel nog: “ik heb hem gisteren wel op waarneming.nl geplaatst, maar uitdrukkelijk als ‘onzeker’, want ik twijfelde zelf ook nog.” Hij kijkt mij autoritair-vriendelijk aan en zegt: “Dat is heel goed dat u dat zo gedaan heeft.” Hij zegt nog dat hij de zaak al had doorgesproken met een bevriende vrouw die hier altijd komt vogelen.

Even later komt de vrouw in kwestie aanlopen en hij stapt meteen op haar af. Ik hoor hem in de verte zeggen: “Daar staat die Reinier de Man. Ik ben hem net tegen het lijf gelopen.” Leuk is het allemaal niet. Ik sta hier al bekend als de producent van schijnwaarnemingen. Ik loop ook naar die vrouw toe en er ontstaat ondanks alles nog een leuk gesprek. De vogelman loopt richting De Strengen en ik trek nog even op met de vogelvrouw. We kijken naar de honderden kramsvogels die in de bomen bij de Zijl zitten. En dan duikt de roodkeelduiker weer op. Hij zit vrijwel midden op het Joppe. Met de telescoop is hij goed te zien.

Het bewijs: roodkeelduiker!

Het lukt mij zelfs om een foto te maken die als bewijs kan dienen voor waarneming.nl. Hij heeft duidelijk een slanke iets naar boven gewipte snavel. Geen ijsduiker dus. Wel een roodkeelduiker. We zien ook nog een dodaarsje en dan houd ik het voor gezien. Als de vogelmevrouw over baardmannetjes begint, zeg ik voorzichtig dat ik nu iets anders ga doen en wens haar nog veel succes en plezier.

Dodaars op het Joppe

Zodra ik thuis ben, corrigeer ik snel mijn waarneming van donderdag op waarneming.nl en voeg er een verse waarneming – nu met foto –   aan toe. Even later blijkt de laatste waarneming goedgekeurd op basis van mijn foto.

 

Het is inmiddels tijd om een bockbiertje te gaan drinken en eten te gaan koken en alles zonder bukken.

Vogeloases in de industriewoestijn

Excursie van de Vogelwerkgroep KNNV Leiden
naar een herfstige Tweede Maasvlakte,
8 oktober 2017

Eerder gepubliceerd als officieel verslag van de vogelwerkgroep.

Om iets over negen staan er vier natgeregende auto’s geparkeerd tegen een achtergrond van containerinstallaties, stoompluimen, regenwolken en een gloednieuw gebouw waar wellicht een bijdrage aan onze economie wordt geleverd. Wat bezielt een dertiental vogelaars om deze industriewoestijn in te rijden?


Maasvlakte (Anke Burgers)
 
Natuurexcursie (Reinier de Man)

Onder vogelbiologen wordt al enige jaren over de omstreden theorie van ‘reverse migration’ (omgekeerde trek) gediscussieerd. Bij vogels zou in sommige gevallen een Noord-Zuid-verwisseling in hun interne kompas plaatsvinden en dan trekken die arme beestjes tot 5000 km te ver in de verkeerde richting, tot groot plezier van Nederlandse vogelaars, maar daarover straks meer. Vogelaars lijden hier ook wel eens aan, geloof ik. De vogelwerkgroep Leiden had natuurlijk in noordoostelijke richting de prachtige natuur van Gelderland of Drenthe in moeten trekken, maar het interne kompas staat die ochtend nu eenmaal op zuidwest.

Het weer is pittig herfstachtig: prachtige wolkenluchten, een graad of veertien, mooie kleuren op zee en land en af en toe een verfrissende bui. Ons eerste kijkpunt is op de uiterste landpunt tegenover Hoek van Holland bij de gesloten ‘Smickel Inn – Balkon van Europa’.
Verre vogels (Reinier de Man)

Onderaan de dijk staat een gewonde bontbekplevier op de enige poot die het nog doet. Vanaf het bootvormige terras kunnen we vooral naar aalscholvers kijken. Bij gebrek aan spannende waarnemingen begint een van ons licht te hallucineren en heeft het, kijkend naar aalscholvers, over de betoverende vlucht van aasgieren. We rijden nog een stukje de Maasvlakteweg terug en beproeven ons geluk vlakbij de blokkendam. Niet alleen houden vogelaars van vogelen. Ze denken soms ook nog recht op mooie waarnemingen te hebben. Dit leidt tot allerlei nepnieuws. De tot Jan van Gent opgewaardeerde witte vogel, blijkt al snel een meeuw te zijn, volgens Ad zeer zeker een ‘zeemeeuw’.


Serieus vogelen (Anke Burgers)

Tjiftjaf (Anke Burgers

Bij een paar struikjes aan de binnenkant van de dijk is meer te zien: verschillende kleine vogeltjes. De heggemussen zijn onmiskenbaar. Over de bladkoning bestaat nog twijfel: wel oogstreep, maar ook het vereiste streepje op de vleugel? Waarom maken ze die vogels dan ook zo klein? Geef mij maar een zeearend.

Nog een stukje terug, bij het ‘telpunt’, een mooie plek bij strand en duinen, worden we niet alleen op een regenbui maar ook op interessante vogels ver weg zee getrakteerd. Dat er een of andere jager vliegt, is wel duidelijk, maar deze vogel houdt liever afstand dan ons gemakkelijk zijn identiteit te verraden.


Steenloper (Reinier de Man, IJmuiden 2016)
Het voorstel om hem gewoon maar ‘jager’ te noemen, wordt door Ron Mes afgewezen: “Ik ben zeker van mijzelf”, onderstreept hij later nog eens in een e-mail. “Het is een middelste jager”.  De steenlopertjes laten zich wat gemakkelijker herkennen.

Al is de vogeloogst nog mager, toch is er al behoefte aan een culinaire en sanitaire stop. Op weg daarheen een stukje industrie-excursie. We rijden langs de west- en zuidoostrand van de tussen 2008 en 2013 aangelegde tweede Maasvlakte[1] om dan op de voormalige westkant van de eerste Maasvlakte aan te komen, waar het bezoekerscentrum ‘FutureLand’ gevestigd is. In het cafetaria met de poëtische naam ‘New Fork FutureLand’ nuttigen wij soep, appeltaart en nog veel meer. De Rotterdamse haven is trots op zijn Maasvlakte en schept op met ‘groot, groter, grootst’: met de grootste containerterminals en met het grootste schip ter wereld dat in z’n eentje een heel boorplatform kan optillen. Maar daar komen wij niet voor. Wij zijn op zoek naar een heel klein vogeltje, de bladkoning.

Na de maaltijd gaan we op weg naar de Slufter en de Slikken van Voorne, de baai die tussen Voorne en de Maasvlakte ontstaan is. Velen van ons herinneren zich nog het beroemde ‘autostrand’ dat hiertegenover lag. Die auto’s zijn er niet meer en de baai is een fantastisch slikkengebied geworden, waarin zich mooie kwelders ontwikkelen.

Wij stoppen eerst bij een kijkhut even voorbij de Slufter. Aan de zeekant de Slikken van Voorne, aan de andere kant de Slufter. Aan de zeekant zit niet veel, maar bij de Slufter kunnen we zowat alle eendensoorten bewonderen (tafel, kuif, krak, wild, berg, etc.). Het weer wordt steeds mooier en de wind neemt af. Dan komen wij een paar Belgen tegen. Een van hen laat een foto zien: “weet u wat dat voor vogeltje is?” horen wij in een licht Antwerps accent. Nou, daar zijn we niet zo blij mee. Die buitenlanders komen hier een dagje fietsen en zien dan op fotografeerafstand een bladkoning. Dat is bijna niet netjes. Wel zeggen ze ons waar het beestje heeft gezeten, maar daar zien we niets.
We rijden nog even terug naar het uitkijkpunt over de Slufter. Wie heeft dat onhandige hek gebouwd? Nou ja, we zien toch heel veel. Niet alleen grote groepen kluten beneden en nog een keer de hele eendenverzameling, maar daar komt, behalve een torenvalk en een buizerd, zowaar een ruigpootbuizerd met witte stuit langs vliegen.

Opgesloten vogelaars(Anke Burgers)
Ruigpootbuizerd (Eke van Batenburg)

Het heeft iets ironisch dat we juist hier bij de Slufter zoveel mooie vogels zien. Hij is aangelegd voor de berging van baggerslib dat te verontreinigd is om in de Noordzee te mogen storten[2]. Nu bewonderen wij juist hier de schoonheid van tientallen kluten, bergeenden en roofvogels. Hebben die vogels geen last van die viezigheid of is die diep de bodem in gezakt? Vragen waarop we die dag geen antwoord krijgen.

De dag eindigt toch nog in een mooi crescendo. Lopend over het pad door de begroeiing die aan de Slikken van Voorne grenst, zien wij steeds meer kleine vogeltjes, zoals heggemus, roodborst en zwartkop.

Ook worden er koperwieken waargenomen. Eén vogel zou een klapekster zijn, maar voor mij was die te snel weer uit beeld.Tenslotte wordt ons geduld beloond. Vanaf een plek die ons door collega-vogelaars was doorgegeven (kijk bij de boomstronk op het pad!) konden we ze dan eindelijk zien, die bladkoninkjes. Duidelijke oogstreep. Duidelijke strepen op vleugels. Op dat moment trekt er nog een fikse regenbui over. De bladkoningen zijn even weg maar komen weer terug. Bladkoning (met toestemming van Leo Tukker)
http://leotukker.zoom.nl/fotos/index.html

Er wordt van de bladkoning wel beweerd dat hij regelmatig lijdt aan het hierboven al terloops genoemde defecte kompas: ‘reverse migration’[3]. Als het herfst wordt, vliegen ze dan 180 graden verkeerd vanuit hun broedgebieden. Bladkoningen broeden in Oostelijk Rusland en Siberië. In plaats van naar het Oosten te vliegen, trekken ze dan naar onze streken. Ongelooflijk dat zo’n klein vogeltje meer dan 5000 km aflegt. Een mooie samenloop van omstandigheden is dat die bladkoningen op die manier die rare vogelaars, die aan dezelfde kwaal lijken te lijden, op een klein weggetje door de duinbegroeiing kunnen tegenkomen.

We komen nog langs een vogelscherm dat niet uitblinkt door telescoopvriendelijkheid en dan sluiten we de dag af bij een prachtig uitzicht op de Slikken van Voorne. Hier zit teveel om op te noemen. Een kleine selectie: tientallen pijlstaarten, honderden wulpen, bonte strandlopers, tureluurs, en diverse pleviersoorten. Als ondergetekende, chauffeur van een van de auto’s, op de terugweg een kleine navigatiefout maakt, moeten we ergens omkeren. Op dat punt komt, als een mooi slotakkoord van deze herfstsymfonie, de ruigpootbuizerd nog even afscheid nemen.

Reinier de Man

 

[1]https://www.maasvlakte2.com/nl//nl/home/ ;https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_Maasvlakte;

[2] https://www.portofrotterdam.com/nl/de-haven/bereikbaarheid/de-slufter

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Bladkoning Over het verschijnsel ‘reverse migration’ bestaat inmiddels een rijke literatuur van elkaar tegensprekende hypotheses, gegevens en redeneringen. Bijvoorbeeld: https://en.wikipedia.org/wiki/Reverse_migration_(birds) en http://britishbirds.co.uk/wp-content/uploads/article_files/V96/V96_N09/V96_N09_P427_438_A003.pdf

Natuurbeleving in Fochteloërveen en Weerribben

Waarnemen en Beleven

Op pad met de Vogelwerkgroep KNNV Leiden naar Fochteloërveen en de Weerribben op 17 en 18 juni 2017

 

De kraanvogel

Het was vroeg die ochtend. Dozen met krentenbollen, broden, plakken kaas, gekookte eieren en nog veel meer de auto inladen bij het huis van Anke en dan naar het zwembad. De mede-vogelaars die er nog niet stonden, kwamen snel aan en toen kon een rit van meer dan 200 km beginnen. Het was rustig op de weg. Gelukkig waren er nog vele miljoenen Nederlanders die niet op zo’n dwaas idee gekomen waren RM3_2845als vogeltjes kijken op de grens van Friesland en Drenthe. Als autorijden niet saai is, is het meestal gevaarlijk. Het was gelukkig saai. Niet lang na tienen beklommen wij de malle uitkijktoren aan de rand van het Fochterloërveen, ook wel ‘De Zeven’ genoemd naar zijn opvallende vorm. Op de website van Natuurmonumenten lezen wij: “De uitkijktoren in het Fochteloërveen met zijn adembenemende uitzicht is een opvallende verschijning. De belangrijkste eis vooraf was om een toren te ontwerpen die ook gebruikt zou kunnen worden door mensen met enige hoogtevrees. De gekozen oplossing is een knik in de steile trap. Je kunt hierdoor de totale hoogte niet overzien. De 18 m hoge toren is als een gedraaide zeven en wordt ook wel de periscoop genoemd.” Werden alle minderheden maar zo goed bediend als die kleine groep natuurliefhebbers met hoogtevrees. Het zijn nogal wat treden, maar dan heb je ook wat. Toen Anke de eerste kraanvogels had gelokaliseerd en de hele groep trillend van opwinding door de telescopen naar deze bijzondere vogels had geloerd, was voor de groep een belangrijk doel bereikt: de kraanvogel stond op de lijst.

Een eilandje in de intensieve landbouw

Het Fochteloërveen is het laatste overblijfsel van een ooit uitgestrekt hoogveengebied. Als een verloren eilandje te midden van de intensief gebruikte landbouwgronden met hun sterk verlaagde waterspiegels, probeert het met hulp van natuurbeschermers, beleidsmakers en wetgevers te overleven. Dat is helemaal niet eenvoudig omdat het fragiele ecosysteem het vervuilde water uit de omgeving niet kan verdragen en helemaal van zuiver regenwater afhankelijk is, dat door een sawa-achtig systeem van dijkjes in het veen gehouden wordt. Overal rukken de struiken en boompjes op. Een te kleine schaapskudde kan hier een daar ingezet worden, maar met beperkt resultaat. De boeren in de omgeving zijn er niet altijd zo blij mee. Eén boer stak de zaak niet zo lang geleden op meerdere plekken in brand, waarvoor hij niet in de gevangenis maar in de psychiatrische inrichting belandde.

RM3_2842

Ik was net van een lange fietstocht in Schotland teruggekeerd. De eindeloze hoogvenen op de Hebriden (Lewis, Harris, Uist, etc.) zijn wel iets anders dan dit postzegeltje veen dat hier nog in Friesland ligt. Ik was daarom niet echt onder de indruk. Leuk dat het er nog is, maar het stelt zeker kwantitatief niet zoveel voor, hoewel er heel mooie dingen te zien zijn. Ik moest ook denken aan de hoogveengebieden die ik voor mijn werk in Estland had bezocht. Tientallen kilometers hoogveen met alleen maar zielige boompjes erop en miljarden insecten voor wie daarvan houdt.

Bed, wastafel, prullenbak

Na waarneming van een grauwe klauwier, een blauwborst, lepelaars en nog meer kraanvogels in het veen in de buurt van de werkschuur van Natuurmonumenten, gingen we even naar het Natuurvriendenhuis in Darp bij Havelte. De sfeer van dat soort huizen is heel bijzonder. De kamers stralen een soort gereformeerde (of wellicht socialistische) Rust, Regelmaat en Reinheid uit.

IMG_3525(1)(1)

De hele entourage lijkt te suggereren: hier komen alleen eerlijke oprechte mensen met belangstelling voor de zuiverheid van de natuur, zonder ziekelijke neigingen als ruzie maken of stomdronken worden. De kamer bestaat uit een bed, een wastafel, een prullenbak en een doekje om de wastafel mee schoon te maken. Geen overbodige plaatjes aan de muur. Je zou er eigenlijk nog een Bijbel of een ander stichtelijk schrijfsel verwachten. Vergelijkbare kamers ken ik van de ‘Evangelische Akademien’ in Duitsland. Daar zit of lig je alleen op je kamer in je contact met God en de Schepping. Een plaats van ‘Wahrheit und Demut’.

Birding breaks, birding freaks

Na deze korte stop vlakbij de hunebedden, gingen we maar eens eten. Uitstekend eten vlakbij de golfbaan. Waar praten vogelaars eigenlijk over? Het is zeker geen verrassing dat vogelaars veel over vogels praten, niet alleen over hun waarnemingen in binnen- en buitenland, maar ook over verre vogelreizen, met organisaties waarvan ik tot voor kort het bestaan niet vermoedde zoals ‘Birding Breaks’.

RM3_2875

Er wordt nuttige informatie uitgewisseld niet alleen over de bestemmingen, de kwaliteit van de overnachtingen, maar ook – zeker niet onbelangrijk – de deskundigheid en de sociale vaardigheden van de groepsleider bij reizen naar Donaudelta, Spaanse hoogvlakte of Afrikaanse rivierdalen. Ik gun iedereen van harte dit soort reizen, maar ik krijg het al benauwd als ik de verhalen hoor. Twee dagen vogels kijken overschrijdt bij mij al bijna mijn tolerantiegrens. Een hele week of twee weken achter de vogels aan, ik moet er niet aan denken.

Terug naar de tempel van de zuivere natuurliefde

RM3_2883

Na de stop in Appelscha ging het nog eens naar de schuur van Natuurmonumenten, waar we na een vrij klunzig filmpje een rondleiding kregen van een boswachter. Zijn sterke punten lagen duidelijk ergens anders dan een groep gevorderde vogelaars iets nieuws te vertellen, maar ik vond het een aardige man, met het hart op de goede plaats. Ik had nog een aangenaam gesprek met hem terwijl de muggen mij probeerden lek te prikken. Sommige mensen waren teleurgesteld, maar ik vond het tot dit moment een leuke avond.

Voor mij kwam de echte domper op de feestvreugde pas toen we weer in het Natuurvriendenhuis aankwamen. Na al dat achter de vogels aan sjokken, leek mij een gezellig samenzijn met een gezellig drankje de enig juiste volgende stap. Er was geen pilsje te krijgen. Ik keek nog jaloers naar een paar mensen die hun eigen zondige drank de tempel van de zuivere natuurliefde hadden binnengesmokkeld. Ik overwoog nog hen te overvallen, maar dit ging zelfs mij te ver. Even later zat ik met een glas water op de rand van mijn bed een verantwoord boekje te lezen bij de energiezuinige klimaatvriendelijke LED-verlichting.

Doodzonde: vloeken tegen de wielewaal

De volgende ochtend, moet ik met schaamte toegeven, werd ik vloekend wakker van het uitbundige vogelgezang. Ik overwoog nog het raam dicht te doen en dacht nog even aan mijn studententijd waarin wij, als de vogels rond een uur of vier begonnen te zingen, de muziek harder zetten om even te vergeten dat het ochtend en geen avond meer was. Ik sliep hierna gewoon door tot een uur of zeven en kwam op tijd aan het heerlijke door Anke tot in de puntjes voorbereide (iedereen 1 krentenbol en 1 mueslibol, etc.) ontbijt. Daar hoorde ik lyrische verhalen over de zang van de wielewaal. Ik had dus tegen een wielewaal liggen vloeken, idioot die ik was! Dat is geen goed begin van een vogeldag.

Bert Garthoff, IVN en Weerribben (1965)

weerribben IVN 2

Voor de zondag stond het gebied ‘De Weerribben’ op het programma, voor mij een gebied met een bijzondere herinnering. Tussen 1955 en 1978 werd elke zondag het programma ‘Weer of geen weer’, de voorganger van ‘Vroege Vogels’ uitgezonden. Bert Garthoff was daar de hoofdredacteur en presentator. Ook trad Fop I. Brouwer met zijn “Alles wat leeft en groeit en ons altijd weer boeit” daar op. Bert Garthoff besteedde rond 1965 aandacht aan de IVN-kampen waar jongeren mee konden helpen met natuurbeheer.

weerribben IVN

Mijn moeder hoorde dat en suggereerde dat dat iets voor mij zou zijn. Ik gaf me toen op voor een week werken in de Weerribben. Ik herinner me de golvende graslanden, de vele muggen- en dazensteken en het zware werk op het veld (aan het werk op foto links en midden in de boot op de foto hierboven). Ik ben daarna lid geworden van de NJN en ben de rest van mijn leven een natuurliefhebber gebleven.

 

Na allerlei discussies over het precieze programma (wel of niet roodhalsfuten gaan zien? etc.) werd besloten maar meteen richting Weerribben te gaan, een wat mij betreft gelukkige beslissing. Nog een zeldzame soort erbij hoefde voor mij niet zo nodig. Mij gaat het om de natuurbeleving en niet om de waarneming van soorten. Met die natuurbeleving zat het wat mij betreft meteen goed.

De betrokken buitenstaander

Niet zo ver van het Natuurvriendenhuis ligt het gebied ‘De Auken’. Door het riet liepen wij naar een uitkijktoren. Wat we vanuit deze uitkijktoren zagen, was voor mij het hoogtepunt van het weekend en zeker een hoogtepunt van een heel jaar vogels kijken, RM3_2909RM3_2940 ook al zagen wij – in termen van de waarnemingslijsten – helemaal niets nieuws, geen nieuwe soorten. Wat wij zagen, was in mijn ogen veel mooier.

Purperreigers vlogen af en aan naar hun foerageergebied. Steeds kwamen ze in wisselend vliegrichtingen met wisselende belichting over, dan weer laag, dan weer wat hoger.

Niet ver hier vandaan stonden meerdere zilverreigers, inmiddels een algemene vogel van dit soort gebieden maar daarom niet minder mooi.

Visdiefjes doken regelmatig van grote hoogte loodrecht in de plas. In de directe omgeving bevond zich een nest van bruine kiekendieven. Een heel mooi moment was toen er een prooioverdracht tussen het echtpaar kiekendief plaatsvond. Er was voortdurend bedrijvigheid in, boven en naast de plas.

RM3_2899

Onafhankelijk van elkaar waren de verschillende vogelsoorten druk bezig met de door hun instinct voorgeschreven taken. Wij stonden erbij en keken ernaar. Zolang wij de natuur een beetje ruimte geven, kan dit miljoenen jaren zo door gaan. Dat noem ik natuurbeleving: betrokken raken bij een wereld waarin je totale buitenstaander bent.

Opwinding tussen de telescopen

Wat mij betreft, hadden we nu naar huis kunnen gaan. Dit was perfect. We gingen nog naar verschillende andere plaatsen, zoals een uitkijktoren bij Scheerwolde. Door een navigatiefout kwam ik samen met Philip daar veel te laat aan. Wij zagen dat daar boven op het kleine platform een bijna hysterische opwinding was ontstaan.

RM3_2950

Er was een roerdomp gesignaleerd. Ik probeerde mijn telescoop in het woud van telescopen te planten. Met hulp van anderen kreeg ik de bruine vogel met enige moeite enige tijd in beeld. Heel klein en heel ver. Het kon mij niet zo boeien. Misschien zie ik er nog wel eens een van iets dichterbij. Dat zou wel leuk zijn. Veel leuker vond ik de oeverzwaluwen, die daar af- en aanvlogen in de speciale oeverzwaluwwand en ook de geoorde futen, die ik tenminste goed kon zien.

RM3_2952

Uitbundig waterplezier en een hap tot slot

Tenslotte kwamen we nog op een plek waar van rustig genieten van de natuur geen sprake meer kon zijn. Hier werd onrustig, luidkeels (in het Nederlands en Duits) van het weer en het water genoten. Het was schitterend weer en alle beschikbare bootjes dreven, gevuld met halfnaakte lijven, op het water in de buurt van Giethoorn. Ik vind het grappig wat er gebeurt in Nederland als het eens zulk fantastisch weer is. Totale gekte en ongeremde lol. Ook leuk. Die vogels hadden we toch al gezien.

RM3_2959

Het was goed dat we iets eerder dan voorzien de terugtocht aanvaardden en onderweg bij een wegrestaurant een best redelijke maaltijd nuttigden. Geen rustieke plek, maar redelijk eten en vriendelijke bediening. Leuk om nog even na te praten.

 

Zestig jaar vogelen – korte terugblik

Texel het vogeleiland (Ede 1958)

ZisKWe wonen in Ede, boven op de Paasberg. Groot huis, grote tuin, veel vogels. In de kast staat Zien is Kennen, dat geraadpleegd wordt als een goudvink of een gekraagde roodstaart zich voor het raam van de eetkamer vertoont.

 

Het is een bijzondere dag. Trots als een pauw fiets ik naar de Christelijke Groen-van-Prinstererschool, in mijn tas het boek Texel, het Vogeleiland door J. Drijver. Een dag daarvoor heb ik ƒ 17,50 van mijn spaarbankboekje gehaald om bij boekhandel Pel dit dure boek te kopen.

Bij de Schorren (vlnr Reinier, August, Huibert

We gaan in augustus een hele maand naar Texel waar we in het huis van de eigenaren aan de Vuurtorenweg zullen verblijven, terwijl die zich in hun schuurtje terugtrekken. Vol bewondering kijken de onderwijzers naar mijn geweldige aankoop, vooral Meester Stel, die altijd heel veel over vogeltjes vertelt in de les en door veel van mijn medeleerlingen een vogeltjesgek genoemd wordt. Meester Stel weet alles van vogeltjes en is diep gelovig: de natuur als uiting van Gods grootheid. In de les vertelt hij over het ophangen van nestkasten en zijn waarnemingen van de zeldzame draaihals.

cms_visual_695391.jpg_1475665775000_300x410

Een paar dagen hiervoor had Meester Stel mij betrapt op dwaze gebaren die ik maakte tijdens het gebed. Ik stribbelde nog tegen en zei dat hij mij nooit had kunnen zien als hij – volgens zijn eigen regels – zijn ogen netjes had gesloten. Ook hij was dus in overtreding, maar hij waardeerde mijn opmerkingen daarover niet. Nu ik met dit boek aan kom zetten, lijkt dit vergeten. Hij vindt mijn nieuwe aankoop prachtig en ik krijg de waardering waarnaar ik verlang.

Knardijk op weg naar Lelystad (rond 1965)

In de derde klas van het gymnasium zit ik lange tijd naast Aart Noordam, zoon van twee biologen. Hij weet heel veel van vogels en is één van de belangrijke deskundigen in NJN afdeling Wageningen. Hij en een ander actief lid dat in mijn klas zit, Eric Gerding, overtuigen mij om ook lid te worden. Sindsdien gaan we vrijwel elk weekend op excursie, vooral om vogels te kijken: Blauwe Kamer, Grebbeberg, Ginkelse heide, Hoge Veluwe, etc. Een vaste bestemming is de Knardijk naar Lelystad.

We zijn die ochtend nog voor half zes opgestaan. We fietsen (met laarzen aan) naar Harderwijk, vanaf Ede zo’n 45 km en dan nog een stuk over die lange dijk. De Flevopolder is nog volop in ontwikkeling. Links van de knardijk is nog water en rechts zijn eindeloze rietvelden. Ik leer daar als nieuw NJN-lid de belangrijkste watervogels kennen zoals smienten, slobeenden, middelste zaagbekken, brilduikers, kuif- en tafeleenden. Ook in de rietvelden zit van alles. Eén van de gebroeders Boerwinkel (Frits geloof ik) heeft een blik appelmoes bij zich. Dat snijdt hij met een zakmes open en dan eten we brood met appelmoes. Aan het eind van de dijk is een soort kantine voor werklieden. Daar drinken we koffie. Lelystad zelf moet nog gebouwd worden. Op de terugweg wijst Aart mij op een aantal eenden met witte spiegels. Een voor die tijd geweldige waarneming: krakeenden!

$_85
Lelystad rond 1965

Na een aantal van dit soort excursies treed ik toe tot het bestuur van de afdeling Wageningen, waar ik ook Hein Pons, zoon van de Wageningse bodemkundige, leer kennen. Ik word verantwoordelijk voor het blad De Kemphaan. Ik leer het ambacht van stencilen. Hein is voorzitter. Ook in het bestuur zitten Jaap Wiertz, Aart Noordam, Eric Gerding en een zekere Marja. De laatste twee zijn nog een tijdje met elkaar getrouwd geweest.

Texel 1972 en 1973

RM3_1622
Het gezelschap Texel 1972: Akke, Hein, Jacynta, Constance, aart, Hans, Meine, Beatrice, Maria

Ik wilde biologie gaan studeren, maar om verschillende redenen werd het toch scheikunde, een studie waar ik mij nooit thuis gevoeld heb, maar gezien mijn uitstekende studieresultaten heb ik vrijwel nooit overwogen ermee te stoppen. Al mijn kennissen studeerden biologie. Daarbij waren ook de oude NJN-contacten. Wij zetten de NJN-traditie voort, bijvoorbeeld tijdens winterse weekenden op Texel.

RM3_1624
Aart Noordam en Hans Klifman (1973)

Met Hans Klifman, die samen met Hein Pons in Utrecht biologie studeert, loop ik langs een kaarsrechte weg door de Eierlandse polder, waarschijnlijk de Hoofdweg. Het is guur koud. Hans – de Tukker die zich bij het groepje NJNers uit Wageningen heeft aangesloten – heeft een fles tamelijk gore Citroenjenever bij zich, maar die geeft ons toch een beetje warmte op de tocht richting boerderij Zeeburg, de boerderij waar we die nacht slapen. Als we daar tenslotte aangekomen zijn, bakken we pannenkoeken (in die tijd nog pannekoeken) met spek en stroop en zetten er een kop koffie bij. Als we (Hein, een zekere Pauline uit Utrecht, Aart Noordam, Ton Ceelen uit Leiden) de volgende ochtend wakker worden, ligt er een laagje ijs op de restjes koffie in onze bekers.

RM3_1625
Reinier de Man, in de mode van die tijd

De volgende dag lopen we van Zeeburg over de Waddendijk naar de boot. Welke vogels we toen gezien hebben, weet ik niet, maar er zullen ongetwijfeld eidereenden, verschillende meeuwensoorten en steltlopers bij geweest zijn. Op de terugweg blijkt de pot stroop in een van onze rugzakken niet goed dicht te zitten. In de trein regent er stroop in het haar van Pauline. Heel vervelend.

Voorne 1985

Ik studeerde tussen 1974 en 1977 in Groningen en woon sinds 1978 in Leiden. Ik kijk nog wel af en toe vogeltjes, vooral met Ton Ceelen. We nemen dan de trein naar Rotterdam en gaan met metro en bus naar Voorne. Ik had in die tijd geen rijbewijs en zeker geen auto. Onze tochtjes naar Voorne leveren altijd interessante waarnemingen op.

Ik loop met Ton door de duinen van Voorne langs het Brede Water. Aan de overkant zijn de bomen wit van de aalscholverstront. In het water zien we kuifduikers. We lopen verder en gaan de duinen over naar het strand. Daar komen we strandleeuweriken tegen. Als we een tijd later nog even naar het Oostvoornse meer gaan, zien we wilde zwanen met hun prachtige gele snavels. Nog even iets drinken in Oostvoorne en dan weer met de bus richting Rotterdam.

 

Valle de Lago, juli 2002

RM3_1635
Vale Gier

Veel tijd voor vogels kijken is er niet in de jaren 1990-2010. We gaan met de kinderen op vakantie en er moet brood op de plank komen, wat uitstekend lukt met mijn adviesbureau, maar veel tijd is er niet over.

De mooiste vogelervaringen zijn tijdens onze reizen naar Spanje. Wij kamperen bijvoorbeeld op de camping van Valle de Lago in het gebied van Somiedo: een prachtig berggebied in Asturië. Andere jaren zijn wij in de buurt van Plasencia in het natuurgebied van Monfragüe. Uitstekende plekken om Vale Gieren, Aasgieren en nog zeldzamere soorten te zien.RM3_1629

Noss, Hermaness, juli 2016

Als we later niet meer de hele zomervakantie met de kinderen doorbrengen, ontstaat er weer meer ruimte voor tochten door de natuur. Het wordt nooit de hoofdmoot, maar we gaan regelmatig naar vogels kijken, vooral tijdens onze reizen naar Engeland en Schotland.

RM2_4267
Jan van Genten op Noss

De bootexcursie vanaf Lerwick naar Bressay en Noss is fantastisch: Jan van Genten, grote jagers en nog veel meer.

Een wandeling naar het natuurreservaat van Hermaness op de Noordpunt van het Noordelijkste eiland van Shetland wordt een absoluut hoogtepunt: grote jagers, duizenden Jan van Genten, maar vooral de papegaaiduikers (Puffins).

RM2_4556
Papegaaiduikers in Hermaness

Vogelwerkgroep KNNV Leiden vanaf mei 2016

RM3_1371
Bruine Kiekendief (man), Hoekse Waard

In mei 2016 besluit ik lid te worden van de Vogelwerkgroep van KNNV Leiden. Afgelopen jaar heb ik aan twaalf excursies deelgenomen, aardige en interessante mensen ontmoet, veel nieuwe kennis over vogels en interessante vogelgebieden vergaard en mij af en toe verbaasd over het vermeende belang van de lijst van waarnemingen. Voor mij gaat het in de eerste plaats om de schoonheid van de natuur, niet om het aantal soorten. Tweehonderd smienten in het ochtendlicht zijn zeker zo mooi als (of zelfs mooier dan) een paartje uiterst zeldzame dwerggorzen in een zielig bramenbosje in Noordwijk. Zie hierover mijn andere blogs. Ik ben meer dan ooit geïnteresseerd in vogels, maar ook het psycho-sociale verschijnsel ‘vogelaar’ boeit mij enorm. Waarom staan mensen om half zes op om na een uur autorijden grutto’s door het weiland te zien stappen? Daarover later meer.

RM3_1404
Kluut en wilde eend

 

_____

Dure blikvernauwers

Meer betalen om minder te zien

20170115_155550

Help, ik heb 1000 Euro uitgegeven om minder te kunnen zien. Hoe is zoiets mogelijk? Als lid van de vogelwerkgroep Leiden van de KNNV neem ik regelmatig aan excursies deel. De leden van deze werkgroep sjouwen telescopen en statieven van vele kilo’s door de polder om dan helemaal aan het eind van het veld een graspieper van een waterpieper te kunnen onderscheiden. Ik kon niet achterblijven en heb ook zo’n joekel gekocht.

Na een dag sjouwen kom ik dan thuis, in de regel met lichte rugklachten en soms met interessante waarnemingen. Ik heb mij laten misleiden. Er werd gezegd: neem een ‘scoop’, dan zie je een stuk meer. Had je gedacht. Je ziet een stuk minder.

RM2_8366_DxO.jpg

Stel dat je zonder hulpmiddelen een blikveld hebt van iets meer dan 40 graden (de kijkhoek van een klassieke kleinbeeldcamera met een 50 mm lens), dan neemt dit veld af tot minder dan 1 graad bij een 50x vergroting. Zonder vergroting is mijn blikveld op 250 meter zo’n 180 meter. Met vergroting van 50x zie ik op die afstand nog een stukje van minder dan 4 meter breed door mijn dure scoop.

Jachttrofeeën uit de blikvernauwer of genieten van de wijdse natuur?

Onlangs heb ik mij laten verleiden in Noordwijk naar twee verdwaalde dwerggorzen te gaan kijken. Na lang wachten hadden we ze dan eindelijk in de scoop. We konden de waarneming van een zeldzaamheid aan onze jachttrofeeën toevoegen. Maar laten we nu eerlijk zijn: wat is nu mooier, een groep van 400 smienten in het prille ochtendlicht of twee van die schriele vogeltjes in onze dure blikvernauwer?

Misschien wordt het tijd voor een nieuw type scoop: de groothoekscoop. Een apparaat waardoor je een grotere beeldhoek krijgt. Een omgekeerde verrekijker is misschien te veel van het goede, maar geeft wel een idee van welke richting het op moet. Een wijdere blik op de betoverende natuur om ons heen. Hiermee zullen we gigantische zwermen trekvogels kunnen waarnemen. Dat we dan niet meer kunnen onderscheiden, welke soorten het zijn, dat moeten we dan maar op de koop toenemen.

Of we kijken toch af en toe even stiekem door onze dure blikvernauwer.

RM2_9128.jpg
Dwingelderveld: Davidsplassen – dit zie je niet door een scoop