Język polski – de Poolse taal

Toen ik in de jaren 70 naar Polen ging, heb ik de grondslagen van de Poolse taal geleerd. Een kennis smokkelde mij het talenlab van de Universiteit Leiden binnen en daar heb ik een aantal lessen doorgenomen. Later heb ik af en toe zelfs in het Pools gecorrespondeerd.

Moeilijke taal?

Ik heb wel eens beweerd dat Pools even moeilijk is als Grieks en Latijn samen. Maar eigenlijk is dat onzin. Alle talen zijn moeilijk al verschillen de moeilijkheden per taal. Pools heeft, net zoals andere Slavische talen, een vrij gecompliceerde grammatica. Het zelfstandig naamwoord heeft, inclusief de vocativus, zeven naamvallen. Ook het werkwoord heeft zo zijn eigenaardigheden, zoals een dubbele uitvoering van alle werkwoorden: naast de grondvorm (waarmee een nog niet voltooide handeling wordt aangeduid) is er het perfectivum voor voltooide of toekomstige handelingen. Er zijn geen regels om de ene vorm in de andere om te zetten. Er zit niets anders op dan al die dubbele vormen naast elkaar te leren. Maar dat is niet moeilijker dan bijvoorbeeld de meervouden in het Duits (voor elk woord apart te leren) of de honderden sterke werkwoorden in het Noors of het Engels. Werkwoorden in het Pools zijn over het algemeen wel regelmatig.

Puur mannelijke vormen

Pools is geen gender-neutrale taal. Integendeel. Natuurlijk zijn er, net als in het Frans, verschillende vormen voor het bijvoeglijk naamwoord voor mannelijke en vrouwelijke woorden: wielki człowiek (grote man), naast wielka kobieta (grote vrouw). Maar ook de verleden tijd van het werkwoord komt in mannelijke en vrouwelijke varianten: “Ik was” is voor een man “byłem” maar voor een vrouw “byłam”.

Voor het meervoud van woorden die personen aanduiden wordt er  een onderscheid gemaakt tussen groepen waarin zich  (ook) mannen bevinden en groepen waarin zich uitsluitend vrouwen, dieren of dingen bevinden. Alleen de groep met mannen krijgt de mannelijke vorm. Als “zij aten” op zo’n groep met mannen slaat, is het “jedli”: “mężczyźni jedli” (“de mannen aten”). Zijn het vrouwen of dieren, dan wordt de niet-mannelijke vorm “jadły” gebruikt: “dziewczyny jadły…, konie jadły” (“de meisjes aten, de paarden aten”). Er zijn speciale bijvoeglijke naamwoorden en telwoorden voor de groepen met mannen. Het normale telwoord voor “vijf” bijvoorbeeld is pięć: “pięć złych psów, pięć pięknych kobiet” (“vijf slechte honden, vijf mooie vrouwen”), maar voor voor mannen is er een ander woord “pięciu” : “pięciu inteligentnych ministrów” (vijf intelligente ministers). Voor telwoorden wordt het zelfs nog ingewikkelder. Voor gemengde groepen van kinderen of dieren is er een ‘collectieve vorm’: pięć  wordt pięćoro, bijv. “pięćoro studentów”, vijf studenten) als  er mannen en vrouwen tussen zitten. Het getal twee komt in de volgende smaken: mannelijke personen: dwóch męźczyzn of alternatief dwaj męźczyzni (twee mannen); mannelijke dingen: dwa stoły (twee tafels), vrouwelijke woorden: dwie sukienki (twee jurken); man/vrouw-paren: dwoje dzieci (twee kinderen). Maar daarmee zijn we nog niet klaar, want deze telwoorden kunnen nog in allerlei naamvallen gezet worden zodat we ook nog vormen aantreffen zoals dwójki, dwóm, dwoma, dwójką, dwojgiem, dwojce, ….

Het lijdend voorwerp is een hoofdstuk apart. Bij mannen staat het lijdend voorwerp steeds in de tweede naamval, bij mannelijke dingen in de regel in de eerste naamval. Mannelijke dieren gedragen zich in het enkelvoud als man, in het meervoud als dingen. Het woord pomidor (tomaat) wordt verbogen alsof het een dier is. Je moet het maar weten.

“Chrząszcz brzmi w trzcinie Szczebrzeszynie”.

Het Pools heeft geen gebrek aan medeklinkers. Naast de ons bekende medeklinkers zijn er nogal wat voor de Slavische talen karakteristieke klanken, waarvoor extra letters door Cyrillus voor het Russisch aan het oorspronkelijk Griekse alfabet zijn toegevoegd (zoals ц, ш, щ, ж, ч). In het Pools (en meer Slavische talen die het Latijnse alfabet gebruiken) worden de klanken door lettercombinaties en tekentjes boven de letters weergegeven. Zo zijn er sz, cz (vaak ik combinaties met andere letters: psz, wsz, wcz, pcz, szcz, pszcz, etc.), rz (ook als ż geschreven) en de gepalataliseerde (tegen het verhemelte uitgesproken) letters met het accentteken ń, ś, ć, ź. Karakteristiek voor het Pools zijn daarnaast de nasale klinkers ą en ę en bovendien de als vette w uitgesproken ł.

In een Poolse grammatica staat de geruststellende mededeling dat er in het Pools niet meer dan zes medeklinkers achter elkaar voorkomen en geeft daarbij de volgende “tongue twister”: “Chrząszcz brzmi w trzcinie Szczebrzeszynie”.
Nu is een opeenvolging van drie of vier medeklinkers voor veel mensen al afschrikwekkend, maar de truc is om ze langzaam een voor een uit te spreken zonder ervan uit te gaan dat er na elke medeklinker meteen een klinker volgt. Dan is het eigenlijk niet zo moeilijk als het lijkt.

 

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Cycle Route for Regional Development

This is a translation of the original Dutch blog

Cycling in Poland – Why?

P1000270.jpg

Why does anybody get the crazy idea to cycle in Poland? In my case,  it is easy to explain. I had cycled many times in England and Scotland already. It is virtually impossible to take your bicycle in a train to France. Germany is a bit boring and other countries are often too  hot. Poland is easy to reach by train. My only doubt was about the quality and the safety of cycle routes. After doing some internet research, I became convinced that there are plenty of good cycle routes and that safety should not be an issue as long as you do not take the big roads, in Poland the roads with single and double digit numbers.

Cycle Routes

Poland is blessed with a number of interesting long distance cycle routes, such as:

• R1 from Boulogne-sur-Mer in France via The Hague, Münster and Berlin through Poland to Kaliningrad en St. Petersburg (3250 km)
• Eas0st-Europe-route EV11 from North Cape tot Athens, in Poland from the border with Lithuania via Kraków to the Slowakian border.
• EV2, Capitals Route, from Galway in Ireland via England to The Hague, Berlin, continuing through Poland (Poznań, Warszawa and further East) to Minsk and Moscow (5500 km). The Polish part is still being developed.
• EV4, Central Europe Route, from Brittany to Ukraine. In Poland passing through Kraków and Rzeszów.
P1000352.jpg• EV9, Baltic-Adriatic, from Gdańsk via Poznań and Wrocław to Vienna and continuing to Pula.
• EV10, Baltic Sea Route, around the Baltic Sea in Germany, Denmark, Sweden, Finland, Russia, Estonia, Latvia, Lithuania, Kaliningrad and Poland.

This year, I cycled parts of R1.

The East Poland Route: Green Velo. A € 50 million investment with European money

P1000372.jpg
Cycle Track Project for Eastern Poland – province of Warminsko-Mazurskie – realised by the WM province with co-finance from the EU in the framework of the operational development plan for Eastern Poland 2007-2013

In addition to these international routes, there are a number of interesting Polish long distance tracks, such as the cycle routes on both sides of the river Wisła (Nadwiślański szlak rowerowy) and the recently developed Eastern route: Wschodni Szlak rowerowy or Green Velo, een track of more than 2000 km passing through Poland’s Eastern provinces.  My route after Elbląg mainly followed this Green Velo. It is a very beautiful route, mainly through little villages, farm land and forests. The route has been established in the framework of the East Poland Development Pland 2007-2013, heavily subsidised with EU money. The EU has spent some 50 million Euro on it: for adapting 80 bridges,  building 8 new bridges, and many other traffic measures.

Empty cycle paths – empty roads

I had the pleasure to see the interesting result of these investments, such as the construction of safe cycle paths in villages, where they run parallel to existing roads. The paths are almost of Dutch quality, but there is an important difference. The roads are empty and so are the cycle paths. It was the end of May. There may be a bit more cycle traffic during high holiday season, but even during the weekends, despite the gorgeous weather, the cycle path remained empty. During a top day, I saw a total of three cyclists coming from the opposite direction during my 8 hours trip.

P1000648.jpg
Empty cycle path – empty road

This is  hardly surprising. It only shows that, by creating a cycle route you do not necessarily attract cyclists. There is hardly any tourism infrastructure in this part of Poland. If you are not in one of the larger towns, you won’t find any place to drink a cup of coffee or a glass of coke. There are almost no camping places or hotels close to the cycle route. Of course, with some effort you will be able to find an Agroturystyka here and there, but often 10 to 20 km from the Green Velo route.

Miejsce Obsługi Rowerzysty

P1000646.jpg

Some of the technical measures taken to create the cycle path look a bit exaggerated. Is it really necessary to place yellow fences where the path happens to be on a dike that is less than 2 meters high?

Every 10 km you will find a so-called MOR – Miejsce Obsługi Rowerzysty (bicycle service place) – of which one in three is equipped with a toilet.

P1000647.jpg
One of the many empty MORs

They include picknick tables where you can eat your own sandwich and enjoy your own drinks. If have seen tens of these MORs, but only once I saw a cyclist sitting at one of the picknick tables.

The availability of toilets is a great idea, but I have never managed to synchronise my sanitary rhythm with the 30 km distance between the special MORs.

Impossible cycle paths in the forest
Many forest tracks are a lot worse than this one

Some parts of the cycle route have been equipped with all sorts of things that nobody really needs. However there are many parts that are difficult – or even impossible – to cycle. I was cycling in a very dry season (it had not been raining for many consecutive weeks) and especially the sandy cycle paths through the forest were difficult. Sometimes the top layer was just 15 cm of loose sand. Sometimes I cycled through the forest, parallel to the path. Sometimes I just gave up and looked for alternative routes, avoiding the forest.

You may like it or not, but the modern (senior) recreational cyclist has an electric bike. Personally I was glad that this target group had not yet found their way to rural Poland, but if you want to develop cycle tourism, you will have to provide power points for the racing power grannies.

An absurd experience

It was an absurd experience to be able to ride on the result of this 50 million Euro investment: all this completely unnecessary fences, all those abandoned MORs on the one hand and those inaccessible forest paths on the other hand. Not so long ago, there was a socialist regime in Poland that unscrupulously built factories for products for which there was no demand, which than rotted or rusted away in shops that could not sell them. Today Polish and European bureaucrats build cycle routes for which there is no real demand.  In 15 years, the beautiful yellow fences will stand rusted  in the Polish countryside. The MORs will gradually delapidate, unless there will be a development towards real tourism in this part of Poland.

P1000662.jpg

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

De jaren 70

Terugblik

Tijdens mij fietstochten moet ik regelmatig aan mijn ervaringen van 40 en 41 (!) jaar geleden denken. In 1977 ben ik met Hanneke van der Tak op verschillende plekken in Polen geweest en een jaar later was ik er met Ton Ceelen.

Dorota

Op 21 juli 1978 zit ik met Ton Ceelen in de trein van Tczew naar Malbork (Marienburg). In mijn dagboekje van toen staat:

“Gdańsk-Makowo via Tczew, Malbork, Iława. Half zeven opgestaan, kwart over zeven de camping verlaten en gelijk in een bijna lege tram kunnen stappen. Door gebrek aan drukte schoot deze veel te snel op, zodat we een uur te vroeg op het station waren. In de restauracja uitstekend ontbeten. In de trein van Tczew naar Malbork ontmoetten we Dorota, haar moeder en haar hond. Zeer goed gesprek in het Duits (ook in het Pools. Mijn Pools werd geprezen) tot aan Iława alwaar ze ons nog op de juiste bus hebben gewezen. Het was toen ca. 12 uur en de bus zou om 13:20 vertrekken. Om de tijd te doden in de derde klas restauratie van Iława gegeten: flaki, boord, worst, ham, bier en bier. De bus vertrok om 13:25. Oud vrouwtje bij de bushalte ontmoet dat erg goed Duits sprak. Uitgestapt en over een bosweg naar de camping gelopen. Tent opgezet. Ansichten geschreven tijdens regenbui. Het bleek geen camping te zijn waar je je kon aanmelden. Betalen is er ook niet bij. Geen voorzieningen, wel een Restauracja en twee winkels. …. …. .”

Meisjes van de camping
Ton met de meisjes van de camping (1978)

Het vervolg van dit verslag vermeldt hoe wij uitgenodigd werden door de meisjes van het hotel, die bij veel sterke drank tenslotte in hun nachtkleren verschenen en met ons op de foto wilden. Ton zat met een zekere Ella te flikflooien en Bożena had het op mij gemunt. Wij hebben ons toch van deze dames los weten te rukken. Ik zelf ontwikkelde in de weken en maanden hierna een intensief contact met Dorota van de trein. Zij is in Leiden geweest en ik heb eind 1979 nog kerst in Gdańsk gevierd. Dorota zocht waarschijnlijk een manier om het land te verlaten en had mij daarvoor nodig. Ik zal het nooit precies weten.

Een kapot land

Als ik veertig jaar later aan deze tijd terugdenk, ontstaat er een gevoel van schaamte. Het is alsof ik nu pas begrijp wat er aan de hand was. Voor Ton en mij, pas afgestudeerde studenten uit Nederland, was Polen een avontuur. Het was een soort tijdreis. Je kon er in stoomtreinen van smerige stad naar smerige stad reizen. Het eten was bijna gratis en je kon onbeperkt bier drinken en thee met taart bestellen. Maar eigenlijk was het natuurlijk diep treurig. Polen was in korte tijd twee keer bezet, twee keer kapot gemaakt. Eerst hebben de Duitsers alles kort en klein geslagen en toen werden de Polen ‘bevrijd’ door de Russen. Weliswaar werden de Duitsers eruit gegooid (en niet weinig hardhandig), maar in plaats daarvan bepaalde Stalin de verdere ontwikkeling van Polen.

Een droevig bezet land

Wij realiseerden ons in 1978 niet dat we op bezoek gingen in een bezet land. Er liepen dan wel geen Russen op straat, maar de vrijheid was sterk in geperkt en er was nauwelijks economische ontwikkeling. Ton en ik reisden in een vervallen vooroorlogs Polen, in kapotte vooroorlogse treinen met vooroorlogse locomotieven. De steden stonken naar slechte steenkool. Lucht en water waren vervuild. De industrie – vooral die in het Zuiden bij Katowice, waar ik met Hanneke nog ben geweest – was totaal verouderd en smerig.

Scheve machtsverhoudingen
Dorota in Gdańsk, december 1979

Ik realiseerde me de scheve machtsverhoudingen in mijn relatie met Poolse meisjes nauwelijks. De relatie met Dorota, ook al kwam elk initiatief toen van haar, was onjuist. Ik had hier nooit aan mogen toegeven en die niet pas moeten beëindigen na wederzijdse bezoeken in Leiden en Gdańsk. Maar ja, dat zag ik toen niet.

Wat een verbetering!

Wat een ander land zie ik 40 jaar later. Sinds de val van de muur, sinds de bevrijding van Polen uit het Oostblok en de opname in de Europese unie is hier vrede en ontwikkeling. Zo veel rust heeft dit land nog nooit gekend. Het is triest dat er zich antidemocratische krachten ontwikkelen in dit land die zich tegen liberalisering en een open samenleving verzetten, maar op de lange termijn zullen die niet winnen, want Polen is deel van de internationale markteconomie geworden en zal dat blijven.

Als ik problemen heb in de communicatie met Polen bij een Agroturystyka, roepen zij de achtjarige zoon van de eigenaar, die mij in keurig Engels te woord staat: “Sorry, my father is in the woods. He will be back in half an hour.” Deze zoon leeft al lang niet meer in het oude Polen. Hij kan niet snel genoeg stemrecht krijgen om een tegenwicht tegen de oude conservatieve generatie te bieden.

 

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Wanklanken in de Provence

De reservering

Die 25e juli markeerde een kwalitatieve omslag in onze vakantie. Hadden wij ons tot die tijd, voor zover we niet lui voor de tent of op een terras zaten, in de eerste plaats bezig gehouden met wandelingen door bossen en over bergen, nu was de cultuur aan de beurt. Het koor- en orkestgezelschap met de vertrouwenwekkende naam Cant’Albion zou optreden in het mooie Provençaalse plaatsje Saignon. Petra belde om kaartjes te reserveren. Een dove man met een gebroken stem nam de telefoon aan. Toen hij begreep wat Petra wilde, begon hij te schreeuwen dat een reservering echt niet hoefde: “Komt u maar vóór zeven uur.”

Overdag hadden we wat rondgereden in de omgeving van Apt en de fout begaan toeristische bezienswaardigheden als Roussillon en het klooster van Sénanque te bezoeken.

RM3_3818.jpg
Roussillon

Daarover valt niets te vertellen afgezien van parkeerproblemen en overvolle straten. Goed daarna weer terug in Apt te zijn, een heerlijke plaats waar gegarandeerd niets te beleven is.

De maaltijd

Vóór zevenen eten in Frankrijk kan eigenlijk niet. Daarom reden we vrij vroeg naar Saignon, waar Google maps wel vier restaurants voor ons had klaargezet. Van die restaurants waren er drie gesloten die avond. Toen wij bij restaurant no. 4 om een tafeltje vroegen, keek de ober ons aan met een gezicht van “Hoe durft u hier zonder reservering aan te kloppen. Wegwezen!”. En toen waren we inderdaad weg, terug naar Apt.  Google wees ons de weg naar een goedkope meeneem-pizzeria.

Naamloze afbeeldin3g

Terwijl  drugsverslaafde types  door de straat bij ons terras liepen, lieten we vette pizzapunten naar binnen glijden en gooiden er  frisdrank achter aan. Snel weer op weg weer naar de cultuur!

Amateurplezier

In Saignon stonden al heel wat mensen voor de kerk, vooral oudere mensen in concertkleding. We kochten kaartjes en al gauw mochten we de kerk in.

Het begon ons te dagen, wat ons te wachten stond: onvervalst amateurplezier. Het concert begon met een mooie toespraak van de voorzitster, die onder meer vermeldde dat het in 2007 opgerichte gezelschap naast bekende werken van Bach en Haydn nu ook in toenemende mate werken van onbekende componisten zoals César Franck uitvoerde. Grappig hoe een beroemd componist plaatselijk zo onbekend kan zijn. Ook kondigde zij aan dat er tijdens het opkomen van het koor een orgelstuk van Bach gespeeld zou worden. Toen het koor vervolgens opkwam, was er een zo luid applaus dat de arme jongen geruime tijd moest wachten voordat hij kon gaan spelen op een wonderlijk elektronisch orgel dat zware kerkorgelgeluiden door luidsprekers zond.

In de fuga-hel

Maar daar ging het natuurlijk niet om. Koor en orkest begonnen met een Credo van Vivaldi. Met een beetje fantasie kon de aandachtige luisteraar wel horen dat dit een mooi koorwerk was. Bij de kort daarop volgende cantate BWV 4 van Bach bleek dat al een stuk moeilijker. Het moet gezegd worden: er werd met veel, heel veel gevoel gezongen. Bij dit soort zangers zijn de zangspieren direct verbonden met de onderbuik zonder omweg via de hersenen.

Naamloze afbeelding
Zingen met gevoel

Opeens begrepen we dat de man aan de telefoon die ochtend een zanger van het koor geweest moest zijn: hier waren nog meer dove mannen met gebroken stemmen aan het werk. Met spijt lazen wij in het programma dat één van de tenoren vlak voor het concert op 82-jarige leeftijd de geest had gegeven. Hij had er zo goed bij gepast. Werd de heksenketel van ongeremde zangstemmen in het eerste deel voor een normaal mens al bijna te emotioneel, het toppunt werd bereikt in een complexe fuga.

Naamloze afbeelding2
Dirigent – imker

De dirigent – in zijn normale leven een verdienstelijk imker – had handen te weinig. Het was alsof hij een heel ontsnapt bijenvolk, bij voor bij, de bijenkorf in moest loodsen, maar daarbij had hij niet zoveel succes. Alle zangstemmen en alle instrumentalisten zochten hun eigen weg door de fuga-hel, sommigen door heel uitdrukkelijk met hun voeten hun privé-maat te stampen, anderen door van gewoon hard zingen op onbedaarlijk schreeuwen over te schakelen. Wonderlijk genoeg waren op een bepaald moment toch alle bijen in de bijenkorf gevlogen en werd het even stil. Er kon min of meer gelijk aan een volgende strofe begonnen worden, zij het op een onbegrijpelijk mengsel van toonhoogtes.

Op de vlucht

Inmiddels had ik Petra het signaal ‘vluchten’ gegeven. Zij was het ermee eens. De vraag was alleen hoe. Er was geen pauze na de Bach-catastrofe, maar we wilden toch weg. Gelukkig was er een applaus voor de solisten voor de op handen zijnde Haydn-verkrachting. Tijdens dit applaus renden wij door het middenpad naar de kerkdeur, die vriendelijk voor ons open werd gedaan. En daar stonden wij buiten, een angstaanjagende ervaring rijker. Een ervaring die ik snel wilde vergeten. Ik zocht naar een prullenbak om het programma in te kunnen gooien. Ik zag alleen maar een brievenbus. Dan maar in de brievenbus! Weg is weg!

Bier op de slaapkamer

RM3_3859.jpg
Ons hotel in Apt

Wij parkeerden de auto weer in Apt en liepen naar het hotel. De avond kon, wat ons betreft, beginnen. Alle cafés waren echter al dicht. In Apt was nu helemaal niets meer te beleven. In de koelkast van het hotel hadden wij zes blikjes bier opgeslagen. Zittend op het bed besloten wij de avond met voldoende bier om de ervaringen van deze dag een klein beetje te kunnen verdringen.

Over de top

Een nachtje in Chabournéou

Bergen

Eigenlijk houden wij niet zo van bergen. Er zijn gevaarlijke afgronden en je kan zo maar door een vreselijk onweer verrast worden. Bovendien kost het belachelijk veel energie om je van A naar B te bewegen. Nog meer dan Petra heb ik last van hoogtevrees. Dan denk ik eraan wat er gebeurt als ik een meter te veel naar links of naar rechts zou gaan lopen. Ik zou in een keer 150 meter naar beneden kunnen storten. Tegen dit soort gedachten heb ik een rationele therapie ontwikkeld. Ik laat goed tot me doordringen dat in de auto een klein rukje aan het stuur op een provinciale weg een nog veel gruwelijker combinatie van zelfmoord en moord tot gevolg kan hebben. In dat opzicht is het lopen op een smal bergpad zeker niet gevaarlijker. Deze therapie is effectief gebleken. Ik ben nu ook bang op autowegen.

Echte bergwandelaars

Maar bergen zijn voor ons wel iets meer dan hoogtevrees en uitputting. Wij houden van de prachtige natuur, van de mooie vergezichten en van de kameraadschappelijke sfeer onder de wandelaars en gezelligheid in de ‘refuges’.

RM3_3729.jpg
De schitterende bergen (boven Gioberney)

Op zaterdag 22 juli beginnen wij, bepakt en bezakt, aan onze wandeling vanaf het parkeerterrein van Gioberney in het Franse nationale park de ‘Écrins’. Naast toiletspullen, schone kleren, truien, regenkleding, water en zonnebrandcrème hebben we alles meegenomen wat nodig is voor navigatie, natuurstudie en fotografie. Behalve mobiele telefoon en GPS-apparaat met reservebatterijen neem ik mee: een serieuze verrekijker, een zware digitale reflexcamera, een telelens voor de marmotten en een macrolens voor de vlinders. Groothoeklens, vogeltelescoop en statief heb ik maar thuisgelaten, maar toch: dit is niet te tillen. Achteloos hang ik rugzak, fototoestel en verrekijker om en loop met twee bergwandelstokken het bergpad op van Gioberney naar Tirière. Petra, met een iets kleinere rugzak, volgt mij, eveneens met twee stokken. Wij zien er uit als echte bergwandelaars en dat is ook de bedoeling.

Een zware tocht

RM3_3759.jpg
Een echte bergwandelaar – Petra op weg naar Chabournéou

Ook deze keer valt het heel erg tegen. Het is behoorlijk vermoeiend naar Tirière en verder naar Cabane du Pis. Maar het is ook overweldigend mooi: de uitzichten over de hoge bergen, de gletsjers, de mooie dalen en de vele watervallen.

Na een lunchpauze bij Cabane du Pis, is het nog heel ver lopen. Soms moeten we een stroom die ons pad kruist oversteken. Heel voorzichtig zoeken we ons een weg van de ene steen naar de andere steen. Sommige stenen liggen onder water.

RM3_3752.jpg
Een stroom oversteken bij Cabane du Pis

Af en toe komt er een echte bergwandelaar voorbij, zo iemand die zich niet, zoals wij, hijgend en puffend voortbeweegt, maar die huppelend over rotsen en losse stenen danst en daarbij ook nog vriendelijk ‘bonjour’ roept om dan snel uit het zicht te verdwijnen. Als we denken al bijna bij onze refuge Chabournéou te zijn, blijkt deze tot onze schrik aan de overkant van een diep dal te liggen. Eerst zigzaggend naar beneden lopen, dan een eind het dal stroomopwaarts volgen, de rivier oversteken en dan weer een stuk stroomafwaarts. Als we bijna bij de refuge zijn, fluiten goed zichtbare marmotten enthousiast naar ons. Maar ik ben te uitgeput om de telelens uit mijn rugzak te halen en op de camera te schroeven. Laat maar zitten, die marmotten.

Dichtbij de natuur

Om vijf uur strompel ik achter Petra de berghut binnen. Even later zit ik achter een (per helikopter aangevoerd) blikje Kronenbourg en als ik het koele bier naar binnen laat lopen, kan ik wel huilen van geluk. Helaas moet je zulke idiote dingen doen, om pils zo lekker te kunnen vinden.

RM3_3799.jpg
Refuge de Chabournéou

Maar nu moet onze slaapplaats ingericht worden. Er zijn verschillende zaaltjes. In het zaaltje niet ver van de eetzaal staan twee grote stapelbedden met elk twee etages en vier slaapplaatsen per etage, totaal 16 slaapplaatsen. Er zijn geen fysieke afscheidingen tussen de plaatsen. Je moet gewoon bij je nummer gaan liggen. Wij hebben nummer 9 en 10 bovenop het slaapmeubel, waaraan zich een paar uitsteeksels bevinden waarlangs je geacht wordt naar boven en beneden te kunnen klauteren. Er is geen ruimte voor bagage. Voor iedereen is er een klein plastic mandje waarin spullen mogen worden meegenomen. De rugzakken moeten op de gang gehangen worden. De refuge is helemaal vol. Er slapen meer dan 45 mensen in dat kleine gebouwtje die nacht. Naast nummer 9 en 10 liggen twee jonge pubermeisjes. Ongewenst lichamelijk contact met een oude lul wil ik hun besparen. Dus ik vraag Petra naast de meisjes te gaan liggen. Het is duidelijk. We bevinden ons hier in een serieus gezelschap dat er romantische waarden op na houdt: dichtbij de natuur en terug naar ongekunstelde omgangsvormen. Daar hoort blijkbaar ook bij dat er voor 45 mensen één douche is. Helaas heeft de zon niet voldoende geschenen om warm water voor die ene douche te produceren. Er is dus één koude douche voor 45 mensen. Dichter bij de natuur kun je bijna niet komen.

Eten!

En dan is er eten. We zijn in Frankrijk. Daar is eten altijd serieus. Verrassend grote hoeveelheden eten komen uit de kleine keuken. De bazin van de refuge, een tanige grijze vrouw van een jaar of 60 ? komt persoonlijk met de soepterrine aan tafel.

RM3_3774.jpg
Diner in Chabournéou

Na de soep volgen een heerlijke lasagne, een nagerecht en kaas. Wij hebben er nog een half litertje rode wijn bij besteld. Op de tafels staan alle namen vermeld. Wij moeten gaan zitten bij het bordje DENAM. Aan ons tafeltje zit een intellectueel echtpaar: zij leraar klassieke talen en hij leraar filosofie. Met de vrouw hebben wij leuke gesprekken, onder meer over de Nederlandse literatuur. Of de filosoof – een bijzonder vage hond – tot een serieus gesprek in staat is, weten we nog altijd niet. Na het eten kan iedereen een glas tisane, kruidenthee, krijgen. Die zou de nachtrust bevorderen. Als het wat donkerder begint te worden, worden kleine led-lampjes voor aan tafel uitgereikt.

Stapelbed in het donker

Rond een uur of negen blijkt bijna iedereen zich naar de slaapkwartieren te hebben begeven. Typisch Frans. Het is daar normaal van het diner je bed in te rollen. In dit geval is het vooral handig, want de hut heeft geen beschikking over elektriciteit. Er is geen verlichting in de slaapzaaltjes. Om een uur of tien klimmen wij ook maar in ons stapelbed. Ik stoot mijn hoofd nog aan het plafond en met enige moeite lig ik met pyjama in een lakenzak. Voor dekens is het veel te warm. Ik slaap vrij snel in, maar word wakker als ik Petra’s knieën in mijn rug voel. Zij ligt duidelijk aan de verkeerde kant van me. Dan lig ik urenlang wakker. Misschien slaap ik af en toe. Dan heeft Petra mijn hulp nodig. Ik leen haar mijn mobiele telefoon met zaklantaren-app, want zonder licht kan zij het stapelbed niet afklimmen om naar de WC te gaan. Als ze halverwege het bed is afgedaald houdt de telefoon ermee op en is er geen licht meer. De telefoon kan alleen met de vingerafdruksensor weer aangezet worden, maar dan wel met mijn vinger. Petra kan het niet. Met het scherm van haar eigen mobieltje kan ze tenslotte genoeg bijlichten om de weg naar de WC te vinden, één etage lager, een stukje de berg af. Even later ga ik ook. Onder hevige spierpijnen klim ik hierna weer het bed in en stoot voor de tweede keer mijn hoofd aan het plafond.

Als iedereen om zeven uur de slaapkamer begint te verlaten, voelt dat als een verlossing uit een kwade droom. Die nacht is voorbij en had geen uur langer moeten duren.

Ontbijt en lunch

Niet veel later zit iedereen, ik neem aan ongewassen, aan het perfect georganiseerde ontbijt: brood, griesmeel, jam, koffie.

RM3_3775.jpg
Ontbijt in Chabournéou

We begroeten ook onze tafelgenoten van de vorige avond. Tegen achten is iedereen klaar en de meesten gaan op pad. Voor veel mensen staan er moeilijke en gevaarlijke paden over rotsen en vlak langs gletsjers op het programma. Daar doen wij niet aan mee. Wij blijven eerst in de directe omgeving van Chabournéou en willen dan terug naar Gioberney. We lopen een stukje richting Vallonpierre tot vóór het rotsachtige stuk en weer terug naar de hut. Ik ga nog even kijken of er nog marmotten zijn op de plek waar we ze de vorige dag zagen. Het is er prachtig, maar er zijn geen marmotten. Dan maar weer naar de hut, waar we ons lunchpakket oppeuzelen en ‘au revoir’ zeggen tegen mevrouw klassieke talen.

Bergstrompelen

RM3_3801.jpg
De Refuge Chabournéou

Op de wegwijzer bij Chabournéou staat dat het naar Gioberney 1½ uur is. We doen er precies drie uur over. Na die rampzalige nacht heb ik geen energie meer. De al zware rugzak lijkt elke minuut nog zwaarder te worden, en de hellingen links van mij steeds steiler. Krom van de rugpijn strompel ik de berg af en blijf zitten op de eerste parkeerplaats en laat Petra de auto halen. Deze heroïsche bergtocht eindigt een half uur later met een heerlijk ijsje in het gezellige toeristenplaatsje La Chapelle en Valgaudemar. Eigenlijk houden wij niet zo van bergen.