De jaren 70

Terugblik

Tijdens mij fietstochten moet ik regelmatig aan mijn ervaringen van 40 en 41 (!) jaar geleden denken. In 1977 ben ik met Hanneke van der Tak op verschillende plekken in Polen geweest en een jaar later was ik er met Ton Ceelen.

Dorota

Op 21 juli 1978 zit ik met Ton Ceelen in de trein van Tczew naar Malbork (Marienburg). In mijn dagboekje van toen staat:

“Gdańsk-Makowo via Tczew, Malbork, Iława. Half zeven opgestaan, kwart over zeven de camping verlaten en gelijk in een bijna lege tram kunnen stappen. Door gebrek aan drukte schoot deze veel te snel op, zodat we een uur te vroeg op het station waren. In de restauracja uitstekend ontbeten. In de trein van Tczew naar Malbork ontmoetten we Dorota, haar moeder en haar hond. Zeer goed gesprek in het Duits (ook in het Pools. Mijn Pools werd geprezen) tot aan Iława alwaar ze ons nog op de juiste bus hebben gewezen. Het was toen ca. 12 uur en de bus zou om 13:20 vertrekken. Om de tijd te doden in de derde klas restauratie van Iława gegeten: flaki, boord, worst, ham, bier en bier. De bus vertrok om 13:25. Oud vrouwtje bij de bushalte ontmoet dat erg goed Duits sprak. Uitgestapt en over een bosweg naar de camping gelopen. Tent opgezet. Ansichten geschreven tijdens regenbui. Het bleek geen camping te zijn waar je je kon aanmelden. Betalen is er ook niet bij. Geen voorzieningen, wel een Restauracja en twee winkels. …. …. .”

Meisjes van de camping
Ton met de meisjes van de camping (1978)

Het vervolg van dit verslag vermeldt hoe wij uitgenodigd werden door de meisjes van het hotel, die bij veel sterke drank tenslotte in hun nachtkleren verschenen en met ons op de foto wilden. Ton zat met een zekere Ella te flikflooien en Bożena had het op mij gemunt. Wij hebben ons toch van deze dames los weten te rukken. Ik zelf ontwikkelde in de weken en maanden hierna een intensief contact met Dorota van de trein. Zij is in Leiden geweest en ik heb eind 1979 nog kerst in Gdańsk gevierd. Dorota zocht waarschijnlijk een manier om het land te verlaten en had mij daarvoor nodig. Ik zal het nooit precies weten.

Een kapot land

Als ik veertig jaar later aan deze tijd terugdenk, ontstaat er een gevoel van schaamte. Het is alsof ik nu pas begrijp wat er aan de hand was. Voor Ton en mij, pas afgestudeerde studenten uit Nederland, was Polen een avontuur. Het was een soort tijdreis. Je kon er in stoomtreinen van smerige stad naar smerige stad reizen. Het eten was bijna gratis en je kon onbeperkt bier drinken en thee met taart bestellen. Maar eigenlijk was het natuurlijk diep treurig. Polen was in korte tijd twee keer bezet, twee keer kapot gemaakt. Eerst hebben de Duitsers alles kort en klein geslagen en toen werden de Polen ‘bevrijd’ door de Russen. Weliswaar werden de Duitsers eruit gegooid (en niet weinig hardhandig), maar in plaats daarvan bepaalde Stalin de verdere ontwikkeling van Polen.

Een droevig bezet land

Wij realiseerden ons in 1978 niet dat we op bezoek gingen in een bezet land. Er liepen dan wel geen Russen op straat, maar de vrijheid was sterk in geperkt en er was nauwelijks economische ontwikkeling. Ton en ik reisden in een vervallen vooroorlogs Polen, in kapotte vooroorlogse treinen met vooroorlogse locomotieven. De steden stonken naar slechte steenkool. Lucht en water waren vervuild. De industrie – vooral die in het Zuiden bij Katowice, waar ik met Hanneke nog ben geweest – was totaal verouderd en smerig.

Scheve machtsverhoudingen
Dorota in Gdańsk, december 1979

Ik realiseerde me de scheve machtsverhoudingen in mijn relatie met Poolse meisjes nauwelijks. De relatie met Dorota, ook al kwam elk initiatief toen van haar, was onjuist. Ik had hier nooit aan mogen toegeven en die niet pas moeten beëindigen na wederzijdse bezoeken in Leiden en Gdańsk. Maar ja, dat zag ik toen niet.

Wat een verbetering!

Wat een ander land zie ik 40 jaar later. Sinds de val van de muur, sinds de bevrijding van Polen uit het Oostblok en de opname in de Europese unie is hier vrede en ontwikkeling. Zo veel rust heeft dit land nog nooit gekend. Het is triest dat er zich antidemocratische krachten ontwikkelen in dit land die zich tegen liberalisering en een open samenleving verzetten, maar op de lange termijn zullen die niet winnen, want Polen is deel van de internationale markteconomie geworden en zal dat blijven.

Als ik problemen heb in de communicatie met Polen bij een Agroturystyka, roepen zij de achtjarige zoon van de eigenaar, die mij in keurig Engels te woord staat: “Sorry, my father is in the woods. He will be back in half an hour.” Deze zoon leeft al lang niet meer in het oude Polen. Hij kan niet snel genoeg stemrecht krijgen om een tegenwicht tegen de oude conservatieve generatie te bieden.

 

Fietsen in Polen
Het echte platteland
Met Patrzyk in de keuken
Fietspad als ontwikkelingsproject
Katholicisme
Mikaszówka
De Poolse taal
De jaren 70

Wanklanken in de Provence

De reservering

Die 25e juli markeerde een kwalitatieve omslag in onze vakantie. Hadden wij ons tot die tijd, voor zover we niet lui voor de tent of op een terras zaten, in de eerste plaats bezig gehouden met wandelingen door bossen en over bergen, nu was de cultuur aan de beurt. Het koor- en orkestgezelschap met de vertrouwenwekkende naam Cant’Albion zou optreden in het mooie Provençaalse plaatsje Saignon. Petra belde om kaartjes te reserveren. Een dove man met een gebroken stem nam de telefoon aan. Toen hij begreep wat Petra wilde, begon hij te schreeuwen dat een reservering echt niet hoefde: “Komt u maar vóór zeven uur.”

Overdag hadden we wat rondgereden in de omgeving van Apt en de fout begaan toeristische bezienswaardigheden als Roussillon en het klooster van Sénanque te bezoeken.

RM3_3818.jpg
Roussillon

Daarover valt niets te vertellen afgezien van parkeerproblemen en overvolle straten. Goed daarna weer terug in Apt te zijn, een heerlijke plaats waar gegarandeerd niets te beleven is.

De maaltijd

Vóór zevenen eten in Frankrijk kan eigenlijk niet. Daarom reden we vrij vroeg naar Saignon, waar Google maps wel vier restaurants voor ons had klaargezet. Van die restaurants waren er drie gesloten die avond. Toen wij bij restaurant no. 4 om een tafeltje vroegen, keek de ober ons aan met een gezicht van “Hoe durft u hier zonder reservering aan te kloppen. Wegwezen!”. En toen waren we inderdaad weg, terug naar Apt.  Google wees ons de weg naar een goedkope meeneem-pizzeria.

Naamloze afbeeldin3g

Terwijl  drugsverslaafde types  door de straat bij ons terras liepen, lieten we vette pizzapunten naar binnen glijden en gooiden er  frisdrank achter aan. Snel weer op weg weer naar de cultuur!

Amateurplezier

In Saignon stonden al heel wat mensen voor de kerk, vooral oudere mensen in concertkleding. We kochten kaartjes en al gauw mochten we de kerk in.

Het begon ons te dagen, wat ons te wachten stond: onvervalst amateurplezier. Het concert begon met een mooie toespraak van de voorzitster, die onder meer vermeldde dat het in 2007 opgerichte gezelschap naast bekende werken van Bach en Haydn nu ook in toenemende mate werken van onbekende componisten zoals César Franck uitvoerde. Grappig hoe een beroemd componist plaatselijk zo onbekend kan zijn. Ook kondigde zij aan dat er tijdens het opkomen van het koor een orgelstuk van Bach gespeeld zou worden. Toen het koor vervolgens opkwam, was er een zo luid applaus dat de arme jongen geruime tijd moest wachten voordat hij kon gaan spelen op een wonderlijk elektronisch orgel dat zware kerkorgelgeluiden door luidsprekers zond.

In de fuga-hel

Maar daar ging het natuurlijk niet om. Koor en orkest begonnen met een Credo van Vivaldi. Met een beetje fantasie kon de aandachtige luisteraar wel horen dat dit een mooi koorwerk was. Bij de kort daarop volgende cantate BWV 4 van Bach bleek dat al een stuk moeilijker. Het moet gezegd worden: er werd met veel, heel veel gevoel gezongen. Bij dit soort zangers zijn de zangspieren direct verbonden met de onderbuik zonder omweg via de hersenen.

Naamloze afbeelding
Zingen met gevoel

Opeens begrepen we dat de man aan de telefoon die ochtend een zanger van het koor geweest moest zijn: hier waren nog meer dove mannen met gebroken stemmen aan het werk. Met spijt lazen wij in het programma dat één van de tenoren vlak voor het concert op 82-jarige leeftijd de geest had gegeven. Hij had er zo goed bij gepast. Werd de heksenketel van ongeremde zangstemmen in het eerste deel voor een normaal mens al bijna te emotioneel, het toppunt werd bereikt in een complexe fuga.

Naamloze afbeelding2
Dirigent – imker

De dirigent – in zijn normale leven een verdienstelijk imker – had handen te weinig. Het was alsof hij een heel ontsnapt bijenvolk, bij voor bij, de bijenkorf in moest loodsen, maar daarbij had hij niet zoveel succes. Alle zangstemmen en alle instrumentalisten zochten hun eigen weg door de fuga-hel, sommigen door heel uitdrukkelijk met hun voeten hun privé-maat te stampen, anderen door van gewoon hard zingen op onbedaarlijk schreeuwen over te schakelen. Wonderlijk genoeg waren op een bepaald moment toch alle bijen in de bijenkorf gevlogen en werd het even stil. Er kon min of meer gelijk aan een volgende strofe begonnen worden, zij het op een onbegrijpelijk mengsel van toonhoogtes.

Op de vlucht

Inmiddels had ik Petra het signaal ‘vluchten’ gegeven. Zij was het ermee eens. De vraag was alleen hoe. Er was geen pauze na de Bach-catastrofe, maar we wilden toch weg. Gelukkig was er een applaus voor de solisten voor de op handen zijnde Haydn-verkrachting. Tijdens dit applaus renden wij door het middenpad naar de kerkdeur, die vriendelijk voor ons open werd gedaan. En daar stonden wij buiten, een angstaanjagende ervaring rijker. Een ervaring die ik snel wilde vergeten. Ik zocht naar een prullenbak om het programma in te kunnen gooien. Ik zag alleen maar een brievenbus. Dan maar in de brievenbus! Weg is weg!

Bier op de slaapkamer

RM3_3859.jpg
Ons hotel in Apt

Wij parkeerden de auto weer in Apt en liepen naar het hotel. De avond kon, wat ons betreft, beginnen. Alle cafés waren echter al dicht. In Apt was nu helemaal niets meer te beleven. In de koelkast van het hotel hadden wij zes blikjes bier opgeslagen. Zittend op het bed besloten wij de avond met voldoende bier om de ervaringen van deze dag een klein beetje te kunnen verdringen.

Over de top

Een nachtje in Chabournéou

Bergen

Eigenlijk houden wij niet zo van bergen. Er zijn gevaarlijke afgronden en je kan zo maar door een vreselijk onweer verrast worden. Bovendien kost het belachelijk veel energie om je van A naar B te bewegen. Nog meer dan Petra heb ik last van hoogtevrees. Dan denk ik eraan wat er gebeurt als ik een meter te veel naar links of naar rechts zou gaan lopen. Ik zou in een keer 150 meter naar beneden kunnen storten. Tegen dit soort gedachten heb ik een rationele therapie ontwikkeld. Ik laat goed tot me doordringen dat in de auto een klein rukje aan het stuur op een provinciale weg een nog veel gruwelijker combinatie van zelfmoord en moord tot gevolg kan hebben. In dat opzicht is het lopen op een smal bergpad zeker niet gevaarlijker. Deze therapie is effectief gebleken. Ik ben nu ook bang op autowegen.

Echte bergwandelaars

Maar bergen zijn voor ons wel iets meer dan hoogtevrees en uitputting. Wij houden van de prachtige natuur, van de mooie vergezichten en van de kameraadschappelijke sfeer onder de wandelaars en gezelligheid in de ‘refuges’.

RM3_3729.jpg
De schitterende bergen (boven Gioberney)

Op zaterdag 22 juli beginnen wij, bepakt en bezakt, aan onze wandeling vanaf het parkeerterrein van Gioberney in het Franse nationale park de ‘Écrins’. Naast toiletspullen, schone kleren, truien, regenkleding, water en zonnebrandcrème hebben we alles meegenomen wat nodig is voor navigatie, natuurstudie en fotografie. Behalve mobiele telefoon en GPS-apparaat met reservebatterijen neem ik mee: een serieuze verrekijker, een zware digitale reflexcamera, een telelens voor de marmotten en een macrolens voor de vlinders. Groothoeklens, vogeltelescoop en statief heb ik maar thuisgelaten, maar toch: dit is niet te tillen. Achteloos hang ik rugzak, fototoestel en verrekijker om en loop met twee bergwandelstokken het bergpad op van Gioberney naar Tirière. Petra, met een iets kleinere rugzak, volgt mij, eveneens met twee stokken. Wij zien er uit als echte bergwandelaars en dat is ook de bedoeling.

Een zware tocht

RM3_3759.jpg
Een echte bergwandelaar – Petra op weg naar Chabournéou

Ook deze keer valt het heel erg tegen. Het is behoorlijk vermoeiend naar Tirière en verder naar Cabane du Pis. Maar het is ook overweldigend mooi: de uitzichten over de hoge bergen, de gletsjers, de mooie dalen en de vele watervallen.

Na een lunchpauze bij Cabane du Pis, is het nog heel ver lopen. Soms moeten we een stroom die ons pad kruist oversteken. Heel voorzichtig zoeken we ons een weg van de ene steen naar de andere steen. Sommige stenen liggen onder water.

RM3_3752.jpg
Een stroom oversteken bij Cabane du Pis

Af en toe komt er een echte bergwandelaar voorbij, zo iemand die zich niet, zoals wij, hijgend en puffend voortbeweegt, maar die huppelend over rotsen en losse stenen danst en daarbij ook nog vriendelijk ‘bonjour’ roept om dan snel uit het zicht te verdwijnen. Als we denken al bijna bij onze refuge Chabournéou te zijn, blijkt deze tot onze schrik aan de overkant van een diep dal te liggen. Eerst zigzaggend naar beneden lopen, dan een eind het dal stroomopwaarts volgen, de rivier oversteken en dan weer een stuk stroomafwaarts. Als we bijna bij de refuge zijn, fluiten goed zichtbare marmotten enthousiast naar ons. Maar ik ben te uitgeput om de telelens uit mijn rugzak te halen en op de camera te schroeven. Laat maar zitten, die marmotten.

Dichtbij de natuur

Om vijf uur strompel ik achter Petra de berghut binnen. Even later zit ik achter een (per helikopter aangevoerd) blikje Kronenbourg en als ik het koele bier naar binnen laat lopen, kan ik wel huilen van geluk. Helaas moet je zulke idiote dingen doen, om pils zo lekker te kunnen vinden.

RM3_3799.jpg
Refuge de Chabournéou

Maar nu moet onze slaapplaats ingericht worden. Er zijn verschillende zaaltjes. In het zaaltje niet ver van de eetzaal staan twee grote stapelbedden met elk twee etages en vier slaapplaatsen per etage, totaal 16 slaapplaatsen. Er zijn geen fysieke afscheidingen tussen de plaatsen. Je moet gewoon bij je nummer gaan liggen. Wij hebben nummer 9 en 10 bovenop het slaapmeubel, waaraan zich een paar uitsteeksels bevinden waarlangs je geacht wordt naar boven en beneden te kunnen klauteren. Er is geen ruimte voor bagage. Voor iedereen is er een klein plastic mandje waarin spullen mogen worden meegenomen. De rugzakken moeten op de gang gehangen worden. De refuge is helemaal vol. Er slapen meer dan 45 mensen in dat kleine gebouwtje die nacht. Naast nummer 9 en 10 liggen twee jonge pubermeisjes. Ongewenst lichamelijk contact met een oude lul wil ik hun besparen. Dus ik vraag Petra naast de meisjes te gaan liggen. Het is duidelijk. We bevinden ons hier in een serieus gezelschap dat er romantische waarden op na houdt: dichtbij de natuur en terug naar ongekunstelde omgangsvormen. Daar hoort blijkbaar ook bij dat er voor 45 mensen één douche is. Helaas heeft de zon niet voldoende geschenen om warm water voor die ene douche te produceren. Er is dus één koude douche voor 45 mensen. Dichter bij de natuur kun je bijna niet komen.

Eten!

En dan is er eten. We zijn in Frankrijk. Daar is eten altijd serieus. Verrassend grote hoeveelheden eten komen uit de kleine keuken. De bazin van de refuge, een tanige grijze vrouw van een jaar of 60 ? komt persoonlijk met de soepterrine aan tafel.

RM3_3774.jpg
Diner in Chabournéou

Na de soep volgen een heerlijke lasagne, een nagerecht en kaas. Wij hebben er nog een half litertje rode wijn bij besteld. Op de tafels staan alle namen vermeld. Wij moeten gaan zitten bij het bordje DENAM. Aan ons tafeltje zit een intellectueel echtpaar: zij leraar klassieke talen en hij leraar filosofie. Met de vrouw hebben wij leuke gesprekken, onder meer over de Nederlandse literatuur. Of de filosoof – een bijzonder vage hond – tot een serieus gesprek in staat is, weten we nog altijd niet. Na het eten kan iedereen een glas tisane, kruidenthee, krijgen. Die zou de nachtrust bevorderen. Als het wat donkerder begint te worden, worden kleine led-lampjes voor aan tafel uitgereikt.

Stapelbed in het donker

Rond een uur of negen blijkt bijna iedereen zich naar de slaapkwartieren te hebben begeven. Typisch Frans. Het is daar normaal van het diner je bed in te rollen. In dit geval is het vooral handig, want de hut heeft geen beschikking over elektriciteit. Er is geen verlichting in de slaapzaaltjes. Om een uur of tien klimmen wij ook maar in ons stapelbed. Ik stoot mijn hoofd nog aan het plafond en met enige moeite lig ik met pyjama in een lakenzak. Voor dekens is het veel te warm. Ik slaap vrij snel in, maar word wakker als ik Petra’s knieën in mijn rug voel. Zij ligt duidelijk aan de verkeerde kant van me. Dan lig ik urenlang wakker. Misschien slaap ik af en toe. Dan heeft Petra mijn hulp nodig. Ik leen haar mijn mobiele telefoon met zaklantaren-app, want zonder licht kan zij het stapelbed niet afklimmen om naar de WC te gaan. Als ze halverwege het bed is afgedaald houdt de telefoon ermee op en is er geen licht meer. De telefoon kan alleen met de vingerafdruksensor weer aangezet worden, maar dan wel met mijn vinger. Petra kan het niet. Met het scherm van haar eigen mobieltje kan ze tenslotte genoeg bijlichten om de weg naar de WC te vinden, één etage lager, een stukje de berg af. Even later ga ik ook. Onder hevige spierpijnen klim ik hierna weer het bed in en stoot voor de tweede keer mijn hoofd aan het plafond.

Als iedereen om zeven uur de slaapkamer begint te verlaten, voelt dat als een verlossing uit een kwade droom. Die nacht is voorbij en had geen uur langer moeten duren.

Ontbijt en lunch

Niet veel later zit iedereen, ik neem aan ongewassen, aan het perfect georganiseerde ontbijt: brood, griesmeel, jam, koffie.

RM3_3775.jpg
Ontbijt in Chabournéou

We begroeten ook onze tafelgenoten van de vorige avond. Tegen achten is iedereen klaar en de meesten gaan op pad. Voor veel mensen staan er moeilijke en gevaarlijke paden over rotsen en vlak langs gletsjers op het programma. Daar doen wij niet aan mee. Wij blijven eerst in de directe omgeving van Chabournéou en willen dan terug naar Gioberney. We lopen een stukje richting Vallonpierre tot vóór het rotsachtige stuk en weer terug naar de hut. Ik ga nog even kijken of er nog marmotten zijn op de plek waar we ze de vorige dag zagen. Het is er prachtig, maar er zijn geen marmotten. Dan maar weer naar de hut, waar we ons lunchpakket oppeuzelen en ‘au revoir’ zeggen tegen mevrouw klassieke talen.

Bergstrompelen

RM3_3801.jpg
De Refuge Chabournéou

Op de wegwijzer bij Chabournéou staat dat het naar Gioberney 1½ uur is. We doen er precies drie uur over. Na die rampzalige nacht heb ik geen energie meer. De al zware rugzak lijkt elke minuut nog zwaarder te worden, en de hellingen links van mij steeds steiler. Krom van de rugpijn strompel ik de berg af en blijf zitten op de eerste parkeerplaats en laat Petra de auto halen. Deze heroïsche bergtocht eindigt een half uur later met een heerlijk ijsje in het gezellige toeristenplaatsje La Chapelle en Valgaudemar. Eigenlijk houden wij niet zo van bergen.